Tata Steel Chess 2020

De tienkampen

Tweede ronde
zaterdag 18 januari 2020

Het is iets beter weer. Het waait niet meer zo hard. Toch ben ik bang dat ik op de heenweg achterop gereden word door de Castricummers. Dan wordt het nog even bikkelen in de duinen. Dat valt gelukkig mee. Geen Castricummers gezien op de heenweg. Maar in plaats daarvan krijg ik te maken met Berend van Maassen op zijn speed pedelic. Uitslover. Die moet ik dus laten gaan.

Er zijn tienkampers die zonder dat ze iets misdaan hebben verbannen worden naar Het Hoge Duin. Even wezen kijken bij hen in de Panoramazaal. Dat klinkt mooi en hierboven op de foto lijkt het best aardig, maar dat is het natuurlijk niet. Het is de graftombe van het toernooi. Joost Jansen zit zich dood te vervelen naast zijn gong.

De foto hierboven geeft de sfeer goed weer. Mijn bezoek aan de strafkolonie is dus van korte duur. Ik maak dat ik weg kom. Op de terugweg naar het dorp hagelt het, aanleiding om even aan te leggen in Café De Zon.

Daar wordt uit een ander vaatje getapt. Het café is totaal afgeladen en de commentaarzaal compleet onbereikbaar. En zo hoort het.

In de Moriaan maakt Richard Schelvis een opmerking over al die zwart-wit foto’s van mij. Val ik nu door de mand? Met dat semi-artistieke gedoe? Ik neem mij voor wat kleur toe te voegen. Maar hierboven ga ik nog even in de fout, met Bastiaan Veltkamp, Daria Vanduyfhuys, Kobe Smeets en Sander Taams. Als ik mij niet vergis.

Richard Schelvis


O ja, de partij van Peter Uylings gisteren behoefde nog wat correcties. Ik zie het allemaal niet zo goed meer van een afstand. Groep twee zit nu ook al achter koord. Maar de essentie blijft overeind: Peter won. Ongeveer zoals ik het beschreef. Nu verloor hij. Tja, ronde twee: altijd moeilijk.

19 januari 2008

We hebben een beetje kleurloze groep. Want weet je wat we ook niet hebben? Vrouwen! Ja, aan de ZIJ-lijn, maar niet in het echt. Nou weet ik dat de meeste mannen dat helemaal niet erg vinden, want van een vrouw verliezen… Persoonlijk vind ik die hele jonge knulletjes erger, die je een beetje verwonderd zitten aan te kijken alsof je eigenlijk een al uitgestorven soort bent en die schaken alsof het boter kaas en eieren is en die veel gewiekster zijn in tijdnood en waarvan je dus doodleuk verliest en die dan “best goed gespeeld hoor, meneer” tegen je zeggen. Ik ken schakers die een toernooi liever overslaan, als ze moeten optornen tegen die kleine databeestjes. Maar gelukkig zit het kleine goed nu op school, dus daar hebben we geen last van.
Geen vreemde nationaliteiten, geen vrouwen, geen whizzkids, een uitgesproken kleurloze groep dus. Toch valt er geen enkele remise deze ronde. Ja, tweede ronde, altijd moeilijk, vraag maar aan Ronald Maat. Die is veel te druk met zijn website. Hans Nuijen komt kijken. Het valt hem op dat er agressiever gespeeld wordt. Niet rokeren en meteen op twee vleugels tegelijk aanvallen, bedoel je dat Hans? Nee, dat bedoelt Hans niet, het zit hem meer in de lichaamstaal. Ik begin nu wat genuanceerder tegen mijn collega’s aan te kijken. Morgen toch eens goed opletten. De details, daar gaat het om.


En bij gebrek aan een zijlijn van toen eentje van nu: