Vlak voor de winterstop schaken

De Wijkertoren speelde afgelopen zaterdag zijn laatste wedstrijd van 2016. Het tweede ontving SV Promotie uit Zoetermeer en het eerste zat tegenover het Amstelveense Zukertort 2. Maar niet allemaal om één uur, want vier man van Zukertort deden het rustig aan en verschenen een half uurtje later. (Volgens zeggen zochten zij Wijk aan Zee aan de verkeerde kant van het kanaal.)

Tijd genoeg om wat filosofische bespiegelingen op te hangen aan de vraag of dit een voor- of een nadeel was. In werkelijkheid bleek het laatste het geval te zijn. Het eerste verloor tamelijk geruisloos met 4½-5½ en het tweede, dat weliswaar nergens last van had gehad, wilde daar toch niet voor onder doen en beet met 3½-4½ in het zand. En het toeval wilde dat in beide gevallen twee helden van weleer de boosdoeners waren. Zowel Peter Uylings (dwt1) als Nico Kok (dwt2) overspeelden hun hand.

Vroeger analyseerde ik nog wel eens een partijtje van Peter voor de Weenink Post, maar daar waag ik me niet meer aan. Toentertijd ging dat zo:

Telefoon. Nogmaals Uylings aan de lijn:
Kb1 is bij nader inzien toch niet overbodig maar integendeel juist heel nuttig want in sommige varianten slaat wit op c2 en met de koning op c1 is dat dus meteen mat en in die lange variant met Xyz laat ik het paard op d4 terugslaan of juist niet maar dat moet de loper zijn omdat mat dreigt dus e5 gedwongen De7 Kh6 st3x4? Gw2 F$ en mat! kan je het volgen overigens die variant van jou klopt natuurlijk van geen kant maar daar was jezelf zeker ook al achter dus Lxd4 schaak…. klik….verbinding verbroken.
Even later is de verbinding weer hersteld: ja daar ben ik weer Joep houdt niet van lange varianten zodoende waar waren we o ja b4 is niet de verliezende zet die moet al eerder zijn geweest 1…c5 was natuurlijk al geen beste hoewel dat moeilijk te bewijzen valt nou ja maak er maar wat van hallo ben je daar nog… 

En over Nico Kok lezen we nu op de website van SV Promotie het volgende:

“Lammetje kende zijn pappenheimers en wist op wie hij moest letten. De oude heer Mostert, bijvoorbeeld. De teamleider gaf op gegeven moment te kennen dat de oude man remise kon aanbieden. De oude heer Mostert was verbazingwekkend gehoorzaam en bood het direct aan. Direct. Zonder dat hij aan zet was. De tegenstander lachte het aanbod enthousiast en met grote handgebaren weg en…. schoot prompt een eersterangs bok. Het was zijn laatste zet in de partij.”

Nico ziet wat hij gedaan heeft: Le5?? Wit incasseert met Dxe5

Dat was dus lachen, maar niet voor de echte Wijkertoren-fans, die in groten getale (want met drie man) waren opgekomen. Zij hadden geen leuke middag. Op de cynicus na, die dacht dat als de mannen zo hun best bleven doen degradatie voor beide teams een haalbare kaart was.

Toch is er ook reden tot vreugde. Berend van Maassen (dwt2) is in een opperbeste bui. Hij viert de verjaardag van zijn Heleen. Hij heeft met zwart een gemeen variantje van de Caro-Kan voorbereid. Na dertien zetten theorie (ik mag daar jammer genoeg niks van verklappen) durft zijn tegenstander de principiële voortzetting niet aan en wijkt af. Berend doet nog twee goede zetten en biedt dan geroutineerd remise aan. De visite wacht.

Wim Rakhorst (dwt2) wint, maar is bescheiden. Geholpen door zijn tegenstander zegt hij. Ik geloof hem niet. Dat zegt hij altijd. Ik vraag zijn partij op. Hij heeft gelijk.

Op de laatste drie borden van het tweede scoren Dennis Bruyn, Cas Kok en Stefan Jorritsma anderhalve punt. Cas wint (hij zet zijn stukken al een tijdje heel goed neer), Dennis maakt remise (niet te volgen) en Stefan verliest (tot zijn ontsteltenis). Maar kijk eens op de foto hoe hij zijn lopers en paarden in het gelid heeft staan. Dat vind ik nou weer mooi.

En op de borden een en twee voeren Richard Schelvis en Paul Spruit een heldhaftige verdediging. De stand in de wedstrijd is gelijk, die in de twee overgebleven partijen verre van. Het ziet er somber uit. Richard probeert het onmogelijke. Paul doet het. Na een kleine honderdvijftig zetten zegt hij doodleuk dat volgens hem tussen die bijna driehonderd stellingen er tenminste drie hetzelfde zijn geweest. Het is kwart over zeven. Iedereen is al of wil nu toch wel naar huis. Het dameeindspel met nog maar één pionnetje op het bord blijft onbeslist. De Wijkertoren verliest.

[klik of tik op een foto voor een vergroting]

PS
Op de website van SV Promotie wordt vermakelijk verslag gedaan van de wedstrijd tegen De Wijkertoren 2. Maar er is meer te vinden dat de moeite van het lezen waard is, bijvoorbeeld de column van Jan Willem Duijzer (de tegenstander van Berend van Maassen) met de titel Schaken in de Noordkop

Wijkertoren 2 kampioen

Sjoerd Plukkel wilde wel op de foto. De anderen waren net begonnen, maar hij was al klaar. Hij had het seizoen afgesloten met een snelle remise én een meesternorm. Als de regeltjes het toestaan. Moet je nog wel wat dóen, spoorde Rik Duijker hem tot actie aan. Sjoerd pakte een loper vast en lachte zowaar naar mij. Mijn fototoestel hing te laag om zijn blik op waarde te schatten, maar volgens mij was hij blij.

Wat heeft dat nu te maken met … ? We doen een bruggetje: het eerste van De Wijkertoren speelde dit keer in de schaduw van het tweede en Sjoerd trad dus eigenlijk op in het voorprogramma van het team, dat kampioen van de Noord Hollandse Schaak Bond ging worden. Zo zit dat.

Aan het begin van de middag zette wedstrijdleider Aart Strik iedereen gedecideerd op zijn plek, ook Hans Wiemerink, die inviel in het eerste. Hans zou later dat team redden met een sterk puntje tegen het al gedegradeerde Caissa Eenhoorn. En wat heeft dat met … ? Nog een keer dat bruggetje: het bracht mij aardig in verwarring, want ik dacht door de mysterieuze tafelschikking lange tijd dat hij bij het tweede hoorde, dat op die manier met 6½-2½ van Volendam zou hebben gewonnen, wat niet vreemd is, want het had ook wel eens met zijn zevenen gespeeld en dat zou dan nu zijn glad gestreken.

Tsja, wat nu, alles is al verraden. De wedstrijd stond niet bol van de spanning en er gebeurde geen grote ongelukken. Alleen Dennis Bruyn en Stefan Jorritsma verloren en daar had dus meer in gezeten, zoals Berend van Maassen, die zowel vorm als wind mee had, snedig opmerkte. Ga dus voor het echte verslag naar de website van De Wijkertoren, wellicht ook voor de zetten, die ik wel gezien heb maar niet begrepen.

Wat te denken bijvoorbeeld van één van de topscorers van het team Richard Schelvis. Een fenomeen als je het mij vraagt. Hij werkt zich met allerlei rare variantjes in de nesten en komt dan volgens de gehele zaal (min één) plus de ganse tribune vreselijk verloren te staan. Maar dan begint het pas. Nu was hij tegen Jan Tol, die het eerste deel van de partij sterk speelde, op de damevleugel weer iets te slim geweest, dus die vleugel gaf hij gewoon op. Zijn tegenstander wreef zich in zijn handen en dirigeerde al zijn stukken in een lange file naar het feestterrein, wat er inmiddels verlaten bij lag, want Richard had inmiddels in het diepste geheim zijn overgebleven pijlen op de andere vleugel gericht en daar trof hij alleen de witte koning en geen verzet van betekenis aan, want Jan Tol, die het tweede deel van de partij laten we zeggen ietsje minder sterk speelde, was nog vrolijk aan het rondtoeteren aan de andere kant en toen had hij voordat hij er erg in had plotseling verloren en zat hij in het café de haren uit zijn hoofd te trekken en lelijke dingen te zeggen en paradeerde Richard als vanouds door de gang: heb je het gezien en als je het nou nog niet gelooft…

Het tweede was kampioen, dus ging ik nog even bij het eerste kijken, want die hadden ook een topscorer, Bastiaan Veltkamp. Dit keer lukte het bij hem maar half, maar hoe dat precies ging, ik zou het niet weten.

Ik ben te klein. Vroeger op de lagere school moest ik met gym altijd vooraan in de rij staan. Dat was niet leuk. Nog minder leuk was toen we een toneelvoorstelling gaven. Sneeuwwitje en de zeven dwergen. Ik was de kleinste dwerg. We stonden in een rij opgesteld tussen de coulissen. Op het teken van de meester zouden we één voor één het toneel op gaan. Ik dus als eerste. Met mijn bijl over mijn schouder liep ik drie rondjes over het toneel. Het publiek begon te lachen en toen te applaudisseren. Ik rook onraad en keek om me heen. Ik was alleen. De tweede dwerg had op het laatste moment een ongelukje gekregen, pleinvrees of iets met zijn mutsje of vetertjes, en wilde niet op. De rest van de dwergen hield het toen ook voor gezien. Sindsdien wil ik nooit meer de voorste zijn. Dus moet ik het doen met een krukje of een doorkijkje.

Ja, in de nabeschouwing, toen kon ik erbij…

 

ES