Via de Ommerschans en de Wetering naar het Hogeland

Dit keer begonnen we onze tocht naar Groningen met een vliegende start. Nou ja, vliegend is misschien een beetje overdreven. De boemel die ons van Uitgeest naar Rhenen stopte onderweg 23 keer. In Rhenen eindigde het spoor en moesten we verder op de fiets.

Het plan was in kleine etappes via Voorst en Wezep naar Balkbrug te rijden en daar een bezoek te brengen aan de Ommerschans. Dat had Nanny bedacht omdat ene Dirk Hout, voorouder van mij, tussen 1831 en 1861 vanuit Alkmaar wel vijf keer naar de koloniën in Veenhuizen en Ommerschans is gestuurd. Wegens wangedrag. Nanny zal daar nog wel eens een boekje over open doen.

Ommerschans (Balkbrug 2019)

De Ommerschans

In de Ommerschans beland je in twee werelden: een wonderlijk open landschap en het gesloten beboste gebied bij de oude schans. Er zijn nog veel zichtbare sporen van het Kolonieverleden.

De Ommerschans is de eerste in de reeks Koloniën waar bedelaars, landlopers en ‘onwilligen’ gedwongen werden tewerkgesteld. Vrijheid hadden ze er niet. De Kolonie werd later een rijksopvoedingsgesticht en nog later kwam er een psychiatrische instelling. In het landbouwontwikkelingsgebied bleef de landschappelijke structuur van de oude Kolonie met haar (jaag)paden, lanen en vaarten goed herkenbaar, net als de oriëntatie en de ligging van de historische bebouwing.

Koloniën van Weldadigheid
Vereniging De Ommerschans

Regen (Wetering 2019)

Na Ommerschans zetten wij koers naar de kop van Overijssel. Daar kampeerden wij een aantal dagen op camping De Turftente aan de Wetering, een sloot tussen Muggenbeet en Kalenberg.

Kampeerwagen met tractor (Wetering 2019)

Op de camping stond een echtpaar dat een loonbedrijf had gehad met wel achttien trekkers. Nu hadden ze er nog elf en een daarvan hadden ze bij zich. Ze deden er de boodschappen mee in Oldemarkt. En hij trok de kampeerwagen, een omgebouwde schaftkeet.

Fluisterboten (Kalenberg 2019)

In en rond de Weerribben, in de plaatsjes Oldemarkt, Ossenzijl, Kalenberg en Paasloo, vond het derde textiel festival plaats. We reden er twee dagen rond met een armbandje dat niet meer af kon. Dat was niet erg, want het thema was Vreemde Vogels. Niet iedereen hield zich daar aan .



In Ossenzijl bezochten we onze tante die inmiddels 97 is. We haalden haar uit haar middagslaapje. “Wie zijn jullie?” “Dit is Nanny en ik ben uw neef Evert.” “En u bent tante Greet”, voegde ik er voor de zekerheid aan toe. “Ja dat moet dan wel”, zei zij. Wij zetten thee en tante Greet zette zich op haar praatstoel. Op onze standaard grap (“Tante, als u zo doorgaat wordt de AOW echt onbetaalbaar”) antwoordde ze dat ze bang was de honderd te halen, want dan kwam burgemeester Bats,
God verhoede het, bloemen aanbieden. Tante Greet is al heel lang mijn lievelingstante.

Rietvink
in 2016 door Juno getekend
voor tante Greet


Nu reden wij richting Aduarderzijl en het hogeland van Groningen. Ons lievelingsland.

Op de fiets naar Groningen

Op de fiets naar Groningen. We doen het nog een keer. Onze fietsen stammen uit de vorige eeuw en wij ook. Dus trappen we in kleine etappes (via Spakenburg, Wezep, Kalenberg en Bakkeveen) naar Aduarderzijl in Groningen. Sneller gaat niet meer.

In Kalenberg bivakkeren we vier dagen lang in een klein molenaarshuisje aan de Hoogeweg. We kanoën door de Weerribben en Nanny gaat een keer kopje onder: aan de verkeerde kant uitgestapt.

Aduarderzijl

In Aduarderzijl zetten we ons tentje neer. Van daaruit maken we voet- en fietstochten. Met het Reitdiepveer (dat vaart tussen Aduarderzijl en Schaphalsterzijl) steken wij over naar het Hoogeland.

De tocht door de Noordpolder naar Noordpolderzijl is een verplicht nummer. Voor de liefhebbers, want de weg is lang, het land is leeg en de wind is onstuimig. Maar zo leer je Groningen kennen.

Noordpolderzijl

In Noordpolderzijl kun je niet verder of je moet het wad op. Het decor is troosteloos mooi. Eens lagen er schepen. Nu is de haven dichtgeslibd. Maar het café ‘t Zielhoes onderaan de zeedijk is springlevend. Behalve op maandag, want dan is het gesloten.