FC Castricum kampioen

 

Zaterdag 22 april 2017. FC Castricum wint van ZCFC en wordt drie ronden voor het einde van het seizoen 2016/2017 kampioen van de zaterdag 3e klasse A.

Het feest had plaats op sportpark Noord-End en ik stond aan de kant om Ramon Miccoli en de rest van het team aan te moedigen. Ik hoopte dat hij dit keer tenminste de rust zou halen, maar dat was helemaal niet zo zeker, zie mijn verslag van de wedstrijd Castricum-DCG in december, waarin hij zichzelf voor vier weken uitschakelde, en zijn escapades daarna, toen hij in bijna elke wedstrijd ofwel tegen een tegenstander of wel tegen een rode kaart opliep.

De intocht van de teams was veelbelovend, met zon en vuurwerk en tot mijn vreugde achter de dug-out, samen met zijn vrouw Jerusha, mijn vroegere buurman Ben Smit, over wie ik al eens verteld heb.

De trainersstaf van FC Castricum had niets aan het toeval overgelaten en de keeper dezelfde kleur trui gegeven als die van de tegenstanders. Het zorgde voor de nodige verwarring. Als ZCFC de verre spits dacht aan te spelen dan floot de scheidsrechter voor buitenspel. Dat werd dus de eerste wissel, dat wil zeggen de keeper mocht blijven maar met een andere trui.

FC Castricum nam de wedstrijd in handen, maar alle ballen gingen gedreven door de wind hoog over richting het Jac P. Thijsse College. Na de vierde afzwaaier waren de ballen op en moest er ouderwets in de bosjes gezocht worden om de wedstrijd te kunnen voortzetten.

Ik was samen met Richard de Jong, die weer loopt als een kieviet, van achter de dug-out verkast naar de hoofdtribune, waar we een beter zicht hadden op onze Ramon Miccoli. Hij liep voortdurend vrij, maar kreeg geen bal, niet alleen omdat die voortdurend in de bosjes lag maar ook omdat de wind de andere kant op stond. Hij ging de rust dus halen.

FC Castricum drukte nu zonder bal, maar en bloc door en vanuit de verte zagen wij hoe op die manier het eerste doelpunt gemaakt werd. Zo kon het dus ook.

Hierdoor aangemoedigd maakte de aanstaande kampioen ook een fraai tweede doelpunt en nam toen gas terug. ZCFC kroop langzaam uit zijn schulp. Toch kreeg het nauwelijks kansen en in de lucht heerste de thuisploeg.

Maar in de blessuretijd van de eerste helft was daar plotseling de tegentreffer. De stand was opeens 2-1, een tegenvaller en tijd voor een kop koffie.

Bij het begin van de tweede helft vatten we post aan de andere kant. En ja hoor, nu zagen en hoorden we veel meer. Bijvoorbeeld de uitbrander van de scheidsrechter toen een invaller het veld in kwam voordat hij zijn rugnummer had getoond. De volgende die dat probeerde werd nog net op tijd door twee man vastgehouden, anders waren er vast en zeker strafmaatregelen gevolgd.

Scheidsrechter Haringsma

FC Castricum verdedigde nu, maar dat ging zo onbeholpen, dat we ons hart vasthielden. Geen bal kwam nog aan. Richard kon zich niet meer beheersen. Wat een kutbal riep hij opeens. De trainers besloten in te grijpen.

Mannen! voetballen!!

Klare taal. Tot onze stomme verbazing hielp het. Het team herpakte zich en scoorde uit de eerste de beste vrije trap een schitterend doelpunt.

Wij vielen elkaar in de armen. Er klonk gejuich en gezang. Er werd gedanst. Toen we elkaar loslieten zagen we die oranje jongens gewoon doorspelen. Indirecte vrije trap begrepen we. De keeper had de bal heel slim niet aangeraakt…

Maar FC Castricum was over het dode punt heen. Ramon was ook wat meer in beeld. Er kwam nu geen muisje meer doorheen. En hij gooide in als het een vrije trap was en nam een vrije trap als het een ingooi moest zijn, en dat moest dan over, want de scheidsrechter kende de regels. Zo sprokkelden we tijd.

En na het eindsignaal barstte het feest los.

Vlak voor de winterstop voetbal

Ons fitnessclubje op woensdagmorgen heeft een enthousiaste trainer. De dagthema’s worden door hem vrij geïnterpreteerd en meestal vertaald in een slopende circuittraining. Doe je rustig aan zegt Nanny elke keer als ik van huis ga. Dat is dus niet mogelijk. Alleen afgelopen woensdag leek het er even op. Het thema was relaxercise. Wij hadden onze matjes al te pakken. Maar we werden snel uit de droom geholpen. Het bleek een verraderlijke woordspeling te zijn.

Het werd gewoon drie kwartier keihard oefenen en alleen het laatste kwartier mochten we proberen een beetje tot rust te komen. Onze trainer zegt ons klaar te stomen voor de Olympische Spelen. Voor senioren wel te verstaan. Het werpt zijn vruchten af. Zes jaar geleden vond ik oversteken op straat al een hele opgave, nu ren ik fluitend stoep af stoep op. Alleen Richard de Jong viel laatst van de rekstok en brak toen zijn enkel, daar heb ik geloof ik van verteld, en die heeft dus een flinke trainingsachterstand opgelopen.

Op zaterdag voetbalt onze trainer, vorig seizoen nog voor Wijk aan Zee, maar nu voor FC Castricum. Dat wilde ik wel eens zien. Zíjn trainer is Arvid Smit en dat is leuk, want Arvid is de zoon van mijn vroegere buurman, aanvoerder van het befaamde zestiende van ADO ’20, maar daar heb ik geloof ik óok al eens van verteld.

Dus afgelopen zaterdag op de fiets naar sportpark Noord-End, bijna niet te vinden in de mist. Toch gelukt en bij het betreden van het sportpark werd ik haast omvergekegeld. Jij bent voetballer gokte ik. Nee, zei hij, ik ben scheids en een beetje laat. Geen paniek, zei ik, ze zijn nog niet begonnen.

FC Castricum staat stijf bovenaan in de derde klasse A (zaterdag west 1). Er wordt met grote cijfers gewonnen, terwijl de concurrentie punten morst. Ook tegen DCG (Door Combinatie Groot) uit Amsterdam zou het gaan lukken, maar niet zonder slag of stoot. En voor heel weinig toeschouwers en een lege tribune, dat vond ik een beetje tegenvallen.

Maar eigenlijk kwam ik dus voor onze fit-met-visietrainer met rugnummer 2. Hij deed extra zijn best. Zijn motoriek is fraai (hij doet alles lachend af), zijn snelheid fenomenaal (hij dekt van een kilometer afstand), zijn traptechniek onberispelijk (geen mispeer gezien) en hij is niet bang (alleen een klein beetje onbesuisd).

Vlak voor rust vloog hij serieus door de lucht, kwam ongelukkig neer en moest vervangen worden. Ik bleef beduusd achter aan de zijlijn met m’n statief en fototas. Op welke site komen die foto’s, kwam iemand vragen. Ik mompelde eerst iets van sjadoep en verzon toen Southside Johnny & The Asbury Jukes, maar dat sloeg nergens op. Hij knikte begrijpend en maakte zich snel uit de voeten.

FC Castricum won ook zonder onze trainer, met 3-1.

ADO’20


***

Sportpark De Vlotter 12 mei 1974



Het zestiende

In 1973 voetbalden we met vier man uit mijn flat bij ADO. We hadden eerst wat geoefend op een knollenveldje aan het eind van de straat en toen bij Veldhuis de stoute voetbalschoenen aangetrokken om ons vervolgens gezamenlijk aan te melden bij de grootste voetbalvereniging van Nederland toen nog.

Ben, mijn buurman, was de praatjesmaker en aanvoerder. Onder mij woonde Dik, de midvoor, die echt niet tegen zijn verlies kon, en aan het eind van de galerij Jan, de keeper en in het bezit van een gesigneerde langspeelplaat van de Rolling Stones, waar ik erg jaloers op was. Samen met nog zeven anderen waren wij het zestiende. De uitwedstrijden deden we met de besteleend van Jan, waarin hij achterin een matras had gelegd om het wat gerieflijker voor ons te maken, want zijn bochten waren nogal onvoorspelbaar, vooral op de terugweg.

We hadden allemaal onze specialiteit. Ik kreeg bijvoorbeeld zelden de bal, want dan begon ik als een blinde kip te rennen en daar werd de rest erg zenuwachtig van. Rots in de branding daarentegen was Arthur, de stopperspil. Die kopte alles weg wat los en vast zat, ook als het van een naburig veld kwam. En onze aanvoerder was de meester van de kromme bal. Als de wind niet al te ongunstig stond gingen zijn corners er zonder verdere tussenkomst van ons in, daar keek niemand meer van op.

Hans deed het anders. Hij was linksbuiten pur sang. En langs de lijn stonden de vrouwen. Hans had een oogje op mijn buurvrouw en stond daarom de hele wedstrijd strak tegen de zijlijn aan geplakt. Zodra wij de kans kregen schoten we de bal, in opdracht van onze aanvoerder, in zijn richting en riepen: Hans! Los!! En dan gooide Hans het bekertje koffie dat hij met de dames stond te drinken weg en snelde als Henri Buitenzorg met bal langs de zijlijn tot aan de cornervlag, sloeg af richting doel, peerde de knikker er in en keerde zo snel als hij kon weer terug op zijn oorspronkelijke positie. En omdat wij dat kunstje heel vaak flikten, wonnen we vaak met grote cijfers.

Op het middenveld hadden we een andere Hans geposteerd. Zijn actieradius was beperkt. Het was hem streng verboden buiten de middencirkel te komen. Daarbinnen schoffelde hij alles weg. Tegenstanders kozen dus een andere route, wij trouwens ook, zodat hij niet veel te doen had. Als hij een slechte dag had keek hij naar het gras en als hij een goeie dag had naar de wolken. En op zó’n dag kwam daaruit zomaar een bal gevallen. Zonder verder ook maar een vin te verroeren nam hij de indringer op zijn slof en scoorde de winnende goal tegen onze aartsrivaal het vijftiende. Na afloop in de kantine verklaarde hij dat al dat heen en weer geloop van ons grote onzin was. Het ging er volgens hem om dat je op het juiste moment op de juiste plaats stond.

Een speler die geen vaste plaats had was Piet. Zijn opdracht was eigenlijk heel dynamisch: hij mocht ons niet in de weg lopen. Dat deed hij zo goed mogelijk en tegen Geel Wit in Haarlem droeg hij op karakteristieke wijze zijn steentje bij. Wij waren met z’n allen naar voren gestormd om een achterstand weg te werken en opeens hoorden wij achter ons krak. Het veld was niet best en Piet had zijn been gebroken. De wedstrijd werd afgeblazen en we eindigden met hem in het ziekenhuis.

En als het echt ging spannen was daar altijd nog Jan, onze sluitpost. Hij was in Amsterdam handbalkeeper geweest en trad op in een dusdanig bespottelijke outfit dat het voor vriend en vijand een hele opgave was serieus te blijven. Het kruis van zijn veel te wijde lange broek hing tussen zijn knieën. Het gebeurde dat de bal door zijn benen werd geschoten op het moment dat hij ging zitten. Dat doen handbalkeepers. Hij keek achterom. Hij was de bal kwijt. Wij waren allemaal de bal kwijt. Totdat die, toen hij op de been was geholpen, ergens in zijn broek werd teruggevonden. Hij was dus moeilijk te passeren. Maar niet voor mij. Zonder te kijken speelde ik een keer op hem terug, toen hij naast mij stond. Hij was uitgelopen, de komediant.

Het einde kwam toen we een feest organiseerden met onze vrouwen. Dat was geen goed idee. Met ragfijne combinaties werd de ploeg finaal uit elkaar gespeeld en alleen Arthur, rots in de branding, bleef het voetbal trouw, als scheidsrechter.