Vleermuis 60

Klulkoek

Daar heb je die verrekte Vandattus weer. Met een van zijn netste onzinstukjes. Heb ik naar moeten zoeken. Er staan aanwijzingen in. Ik doe aan tekstanalyse. Heb ik voor geleerd. Hij stamt af van een vervlaamd Waals (of verwaand Frans) officiersgeslacht, waarvan de nazaten tegen hun zin in Antwerpen waren gestrand en van dat dus behoorlijk de pest in hadden kregen. En van die bekakte Gentenaren natuurlijk. Kan ook andersom zijn geweest. De rest is lariekoek en dwaalspoor. Zie ik iets over het hoofd?

Weenink Post jaargang 37 nummer 28 juli 1986

Kan ik er wat aan doen dat mijn voornaam Vlaams en mijn achternaam Vlaams is? Eigenlijk wel, maar dat voert minstens voorbij de taalgrens, andere keer misschien.

Ik wil het eens hebben over dat door die ‘Ollanders’ misverstane werkwoord ‘verbelgen’: sommige heren en dames hollandici menen dat woordteruglopend te kunnen afleiden uit het situatie-veranderende voorvoegseltje ‘ver’ en het intrigerende oud-vlaamse woord ‘balg’. Dat zou dan via kruisbestuiving door Welshmen onder Filips de Schone uit het Noord-Iers zijn gekomen en staan voor ‘walgen van’. Zodoende zou ‘verbalgen’ iets of iemand verfoeien zijn. Klulkoek!

Uit de jongste opgravingen te Peerkens-Kruisegem wordt mijn mening gestaafd dat ‘balg’ staat voor ‘balg’ en dat wij Hollanders er alleen maar mee konden blazen, terwijl de Belgen er in knepen en kneedden. Ware meesters waren die Belgen daarin en het duurde niet lang of hun faam in dit handwerk snelde hen achterna naar de Nederlanden alwaar zij reeds decennia in slavernij werden gehouden om de ‘balg’ te hanteren. Al spoedig werd het instrument synoniem voor de bediener ervan. ‘Daar hejje’nen Balg’ zei men dan en als die ‘Balgen’ te veel gedronken hadden, dan wilden ze er nog wel eens flink tegenaan gaan en iemand ‘verbalgen’ wat neerkwam op het modieuze nederlands: iemand even verbouwen of vertimmeren. Het is aan het bekakte taalgebruik van de Gentenaren te danken of te wijten dat men van ‘verbelgen’ begon te spreken.

Hoe zit het dan met ‘gebelgd’ en ‘verbolgen’? Awel, hier hebben wij van doen met een sterke Belg en een zwakke Belg, die elkaar in een historische tongverstuiking hebben misverstaan, zo simpel ligt dat.

Frankie Verzottus

Vleermuis 55


Wie is Vandattus?

Jarenlang bezocht een schuinsloper de Weenink Post. Waar Ha acht Dame fijntjes fileerde, daar had je Vandattus die woest te keer ging en pseudoniem scalpeerde. Proestend en snuivend schopte hij alles overhoop en iedereen voor zijn kont. En het liefst maakte hij dus iedereen een kopje kleiner. Hij was onder ons. Maar wij wisten niet wie hij was, raadden maar wat. Of zagen wij iets over het hoofd?

Weenink Post jaargang 35 nummer 11

BOOS

Ik beboos. Ben ontzettend boos. Ik ben godvergemes boos! Schrijf in afgemeten zinnen. Komt mijn boosheid beter uit. Lees je nog wel? Lees dan verder! Over boos. Wat is het? Het is dit. En het kwam zo. Goeroe Hen-drik schrijft heen. Discipel E-rik terug. Oogt puik. Als z’n schaakspel. Maar dan! Het begint zeer, zeer goed. “De heer H Koopman.” De heer Koopman. Voel je ‘m? Delicaat en toch beschaafd. Krijg er bijna eriktie van. Dan, als het al bijna vastgepakte stuk: “Beste Henk.”

Beste Henk??? In één klap dame kwijt. Partij verloren. Huil. Teneur, tendens en trend ontkracht! Erik toch! Hoe kon je? Hendrik rijp voor Willibrordusstichting. Had al ‘n fruitmand in m’n hoofd. Kan ik daar wel laten zitten nu. Laat-ie bijna Hendriks bilspleet zien. Wij, van Weenink, al gegeten en gedronken! Gaat-ie zijn kont likken! Beste Henk! Begrijp je dan nooit iets van het schaakspel? Je hoefde nog maar één ding te doen. Rondgaan met de collectebus. Maar in plaats daarvan? Beetje amicaal doen. Minderwaardigbrilspelletjes zitten doen! Ben je nu helemaal van achteren genomen?

Luister. Volgende keer moet het anders. Je observeert HK. Je constateert dat achterlijke schudden. Zogenaamd concentratie. Onder het spel. Vraag of-ie daar mee wil stoppen. Zo niet, dan zeg je het tegen Vandattus. Of je maakt hem écht bang. Gaan we straks allemaal zo knikkebollen. Wedden dat-ie groen aanloopt? Of, fijne Erik, Hans, Nico en volgende laf uitgezochte slachtoffers: lees wat aandachtiger Jan Blokker. S-a-v-o-u-r-e-e-r zijn mening. Over gogologen en aanverwante kruisingen. Bevrijd jezelf en lach eens kriek! Zielo-loog! Ja ja, drie-hoog met een boog. Zonder vangnet. Wie is van hout? Swami bami Hendrikineesi.

Wie is van dat dus?
Uw eigen Sjaan Foudraal

We konden niet genoeg krijgen van deze schuinsmarcheerder, zolang hij zijn rotjes maar in iemand anders zijn broekzak stopte. We dachten slim te zijn en begonnen elkaar wijs te maken dat we het heel misschien wel wisten of in ieder geval vermoedden, maar dat we echt niks gingen zeggen, want als het dan niet waar was dan werden we de volgende keer zelf te kakken gezet. En als het wel waar was ook. Totdat iedereen het zogenaamd wist. En dus hadden we de schelm nog steeds niet te pakken.

Pioenrozen

Alles had hij op moeten geven. De bekerwedstrijden met Ton, matten met Ds. Hoopman, de bitterballen van José, de Weenink Post, alles. Nooit meer post van MacDonald’s met een winstpartij van De Roode. Nooit meer bij Ronald thuis tot diep in de nacht de correcties van Vermeulen weer ongedaan maken. Er waren ogenblikken, ‘s nachts, dat hij haar dacht te vermurwen: Als we nu eens samen op Sans Atout gingen, ‘s zaterdags een balletje slaan op Marquette, dan mag jij alleen op wintersport en doe ik mee aan het Hoogovenstoernooi. Maar ze was meedogenloos en hij weerloos. Ooit had hij pionrozen voor haar meegebracht. Zij had toegeeflijk geglimlacht en hem zacht verbeterd. Maar na die betoverende opening, was hij in het middenspel zoals gewoonlijk de draad kwijtgeraakt en nu had hij sterk het gevoel in een verloren eindspel terecht te zijn gekomen, waaruit geen ontsnappen mogelijk was.

Toch had hij het geprobeerd: correspondentieschaak, met zijn kantoor- als postadres. De zetten werden ontstolen aan de zeldzame momenten, dat haar achterdocht verslapte, als ze hoofdpijn had en vroeg naar bed ging en hij achter de computer kroop om “nog wat werk door te nemen”. Natuurlijk had ze het ontdekt, toen hij een keer in slaap was gesukkeld met Fritz in de analysestand en zij kwam kijken waar hij bleef. Wat was ze te keer gegaan. Hij had moeten beloven nooit meer te schaken. Het spelletje vond zij stompzinnig, schakers onbeduidend en hun rituelen primitief. Hij had gezwegen, zei maar niet wat hij van haar vond. Rozen verwelken, schepen vergaan.. de rest was hem ontschoten.

Nog één dun draadje verbond hem met zijn oude passie: de door Jan Sinnige clandestien bezorgde Weenink Post, ingenaaid in de Playboy. ‘s Avonds op de bank voor de televisie, als zij zich door het tuinprogramma op de BBC het hoofd op hol liet brengen, las hij, zijn kreten van genot nauwelijks onderdrukkend, over Uylings, Nuijen en Poncin, over dameoffers, doorkijkaanval en aftrekschaak. Totdat, op een keer, het vreselijke was gebeurd. Ze had langs haar neus weg gevraagd wie het model van de maand was en hij had gedachteloos geantwoord: Vandattus.

Het was alsof de bliksem tussen hen insloeg. Doodstil hoopte hij dat ze niets gemerkt had. Maar ze was niet achterlijk. Laatst had ze, toen in een woordspelletje alleen de n was ingevuld, onmiddellijk “pantalon innemen” geraden. Nee, haar speldde je niets op de mouw. Ze had zich langzaam naar hem toegekeerd en, terwijl de Playboy Extra onafwendbaar uit zijn handen gleed, zwijgend de afstandsbediening gericht. Opeens wist hij het weer: …maar onze liefde…stamelde hij…

Hij zag nog net hoe ze de rode knop indrukte. Door zijn hoofd galmde het honderdvoudig uitvergrote metalen geluid van een vallend vlaggetje. Zo mooi had hij het nog nooit gehoord. Op de televisie kruiste de immer verkouden Geoff Hamilton een Sarah Bernhardt met een Scarlett O’Hara.

ES

(eerder gepubliceerd in de Weenink Post van juni 1995)