Trifunovic

Zo’n vijftig jaar geleden trok elk jaar na het Hoogovenstoernooi een V&D-simultaankaravaan door het land. De grootmeesters verdienden na het toernooi een centje bij. En wij, beginnende schakers, probeerden op het bord een graantje mee te pikken.

Bent Larsen kijkt mee

Ik woonde in Amstelveen en kon daarom vaak drie keer meedoen. Een keertje in Amstelveen en twee keer in Amsterdam. Ik snapte alleen niet waarom ik vaak de kneusjes kreeg die in het kielzog van de grootmeesters meekwamen. Zo versloeg ik Orbaan, Cortlever, Henneberke, Van Scheltinga en Withuis. Olafsson en Ree ontsnapten met remise. De geluksvogels. Een enkele keer trof ik een echte grootmeester, Portisch, die was dan nog een maatje te groot. En ook Donner won van mij, wat te denken gaf.

Maar tegen Trifunovic zou het gaan lukken, dat wist ik zeker. Dat was een notoire remiseschuiver. Hij had eens in een toernooi al zijn partijen, vijftien maar liefst, remise gespeeld. Winnen zou niet gaan, dat snapte ik, maar remise kon niet missen, was eigenlijk onvermijdelijk. Groot was dus mijn verbijstering toen hij mij vlotjes van het bord zette. Hoe kon dat nou? En toen ik kort daarop ook nog eens op een akelige zondagmorgen van de hoofdklasser Bink verloor was voor mij de lol eraf.

Afgelopen maandag moest ik tegen Peter Klok. Die tikt ze ook makkelijk weg. De halve puntjes bedoel ik. Daar kunnen keien als Dirk Kruiper en Martien Herruer nog van leren. Dit seizoen moet hij alleen een ontketende Richard de Jong voor laten gaan. Zelf heb ik mijn ambities stukje bij beetje bijgesteld. Ik probeer nu uit alle macht de puntendelingen tegen deze remisekoningen te voorkomen. Wat vaak niet lukt, maar wie niet waagt die niet wint.

Ook nu zou ik het heel zwaar gaan krijgen. Al vroeg in de partij bood hij drie keer remise aan. En daarna verzekerde hij mij dat het aanbod geldig bleef, de rest van de avond, en misschien wel voorgoed. Het werd mij angstig te moede. Tot overmaat van ramp deed hij allemaal goede zetten. Daar kwam ik echt niet doorheen. Fluitend hield hij zijn stoepje schoon. Wat moest ik doen? Een list. Ik lokte hem in een verloren pionneneindspel. Voor mij dan. Hij was even de controle kwijt. Zijn pion denderde naar de overkant en kwam daar ruim op tijd aan. De mijne bij lange na niet. Voordat hij doorkreeg wat hij aan het doen was, had hij mij mat gezet.

Ja mensen, daar had ik hem toch nog mooi te pakken. Als het niet goedschiks gaat, dan maar kwaadschiks.

ES

(eerder gepubliceerd op de website van Excelsior op 1 april 2015)