De Wijker Toren speelt oost west thuis best

De Wijker Toren 1 en 2 uit of thuis: dat scheelt een kwaliteit. Na de misstap in het Westland en het debacle aan de Amstel herpakten de teams zich in een zonovergoten Wijk aan Zee met overwinningen op LSG 2 en Santpoort 2.

De supporters beginnen er in te geloven. Ik telde er wel acht, maar ik miste Stefan Jorritsma en Cas Kok achter de stukken. Zij werden in het tweede vervangen door Camile Hol en Berend van Maassen, die dus zijn eerste invalbeurt te pakken heeft. Beiden scoorden een degelijke remise, evenals Paul Spruit, die daar wel weer erg lang over deed. Arjan Wijnberg, Nico Kok, Dragan Skrobic en Wim Rakhorst wonnen hun partij. Alleen Peter Uylings verloor, van een man die ik ken uit de oertijd van mijn eigen schaakleven.

Jan Burggraaf

Vijftig jaar geleden speelden Jan Theodoor Burggraaf en ik de finale van een bekertoernooi in de Amsterdamse Kantoor Schaakbond. Hij won na twee remises de derde beslissende partij. Veertig jaar later kwam ik hem nog een keer tegen, bij het HSG open in Hilversum. Ik verloor opnieuw. Tsja…

Nu zat hij in Wijk aan Zee als oude krijger aan het bord. Peter U kwam er niet aan te pas. Maar, zoals ik hierboven heb uitgelegd, is dat geen schande

Het eerste had meer moeite. Om vier uur dachten Bram en ik zelfs dat er misschien niet meer in zat dan een gelijk spelletje.

Rick Duijker

Rick Duijker zat er als een zieke kip bij en verloor. Bart-Piet Mulder zag er na zijn partij ook niet goed uit. Ook hij had dus verloren. Wij moeten het, wegens onvoldoende schaakinzicht, van de lichaamstaal van de schakers hebben en meestal klopt dat wel. Alleen bij Hing Ting Lai gaan we voortdurend de mist in. Dan kijken we toch weer eigenwijs op zijn bord en dan denken we: een knappe jongen die daar nog wat van maakt. Even later heeft hij dan gewonnen.

Sjoerd Plukkel

En Sjoerd Plukkel laat helemaal nooit wat blijken, maar daar weten we het van: hij schuift ze er geruisloos af. Toch stond het daarmee niet meer dan gelijk.

Ondertussen probeerde Bastiaan Veltkamp er in het café achter te komen waarom hij niet gewonnen had. En inderdaad, als je deze stelling ziet …
Bastiaan won met h5-h6 Lg7-f8 Pg4-f6+ Kg8-h8 Pf6xd7 de kwaliteit, maar niet meer dan dat. Volgens ons kiebitzers had hij in het vervolg gewoon zijn andere paard er bij moeten halen (Pb3-d2-e4) en het schaakje op c5 moeten accepteren.


Gelukkig won Richard Schelvis overtuigend zijn partij. Was dat genoeg? Jimmy van Zutphen had het al een hele tijd moeilijk en de stelling van Thomas Broek zag er ook niet uit. Geen touw aan vast te knopen. Maar net toen we dachten: dat gaat fout, kwam Jimmy met de oplossing.

Jimmy van Zutphen

De hele tijd had hij al zitten timmeren op de f-lijn (het had hem twee pionnen gekost) maar toen zijn tegenstander kort na de tijdcontrole onvoorzichtig met zijn paard een derde pion snoepte, in plaats van met het beestje op f4 al het geweld een halt toe te roepen, was hij er als de kippen bij.
44. Pd5xc7?! Pf3xh2! Nu zou Dd3 en zelfs Dd6 de zaak nog gered hebben en nog instructiever is 45. Te8! maar de ongelukkige deed 45. Pc7-e6? waarna Jimmy met 45… Ph2-g4 46. Dd1-d5 Df5-b1+ 47.Kh1-g2 Pg4xe3+ 48. f2xe3 Db1-f1+ het winnende punt scoorde. Hoera!

 

Thomas Broek

En om het nog mooier te maken was de tegenstander van Thomas Broek al te slim en trapte hij in een eigen val, toen hij dacht met een ingewikkelde combinatie een eindspel van twee lichte stukken tegen een toren te bereiken, maar in plaats daarvan in een verloren lopereindspel terecht kwam.

De sponsor kan tevreden zijn.

De Wijker Toren voor de laatste keer zonder reclame

Clap Your Hands And Say Yeah. De Wijker Toren heeft een sponsor. Worden we daar blij van? We zullen zien. Die Hing Ting Lai is natuurlijk een fenomeen. Misschien kom ik toch nog een keertje kijken. Nu waren Hans Nuijen en ik de enige supporters. Het was de laatste wedstrijd van het seizoen. En mooi weer. Dus we moeten niet klagen. De Wijker Toren 1 versloeg Rokado en eindigde als talentvolle derde in de tweede klasse C van de KNSB en De Wijker Toren 2 verloor van de kampioen Paul Keres 2 in de derde klasse D en werd afgetekend laatste. Op beide prestaties werd ontspannen een biertje gedronken. Dat wordt volgend jaar dus anders.

Van de website van de KNSB word ik duizelig en de website van De Wijker Toren is zo dood als een pier, dus hier volgen de uitslagen zoals ik ze heb gezien. En de laatste foto’s. En een partijtje. En nog iets tot slot.

Avicii
Dit gaat nog even over die sponsoring. Ik heb erover gelezen. Over kernwaarden en raakvlakken. En er schoot me iets te binnen. Misschien heeft het er niets mee te maken. Bij ons in de buurt staat een hoge metalen mast met een alarminstallatie daarbovenop. Tegen de mast is een antenne gemonteerd. En op de antenne zat laatst een hele domme specht. Hij roffelde met zijn snavel keihard tegen het ijzer van de mast. Misschien was hij niet dom maar juist heel slim en dacht hij: hier valt meer uit te halen dan één keer per maand luchtalarm. Hij had er duidelijk lol in en toegegeven het klonk geweldig. Een akoestische vondst. De hele buurt stond er van te kijken. Ik heb hem Avicii genoemd. En de volgende dag was hij er weer. De vogel had een raakvlak gevonden waar hij trots op was.

De Wijker Toren verliest maar Thomas Broek verslaat John van der Wiel

 

In Wijk aan Zee gingen de afgelopen zaterdag de eerste twee teams van De Wijker Toren onderuit tegen DD (Discendo Discimus) uit Den Haag en Het Witte Paard 2 uit Haarlem.

Het opvallendst was echter de enorme fanclub die Stefan Jorritsma opeens rond zich verzameld heeft, waaronder een wonderlijk mooi drie weken oud kind dat als een roos overal doorheen sliep.

Bijna even opvallend was de overwinning van Thomas Broek. Vlak voor zijn partij zat Thomas nog wat besmuikt lachend achter zijn bord toen hij aan de andere kant daarvan grootmeester John van der Wiel aantrof.

John van der Wiel en Thomas Broek

Maar gaandeweg de partij werd al snel duidelijk dat dit één van zijn betere ging worden. Thomas rokeerde niet. Hij viel aan. De damevleugel van Van der Wiel werd lamgelegd door de zwarte dame, terwijl aan de andere kant van het bord de zwarte h-pion helemaal in zijn eentje (nou ja zijn makker op g5 had de weg voor ‘m gebaand) de witte koningsstelling verbouwde. En in het centrum heerste een moorddadig zwart paard. De grootmeester had er totaal geen antwoord op. Zijn koning begon al gauw zorgelijke pasjes te maken. En toen ook nog de in een vroeg stadium listig op b8 gezette zwarte toren in mocht grijpen via b2, was de zaak bekeken.

Voor de rest was het kommer en kwel. Alleen Bastiaan Veltkamp (voor het eerste) en Berend van Maassen (voor het tweede) wonnen nog, de laatste met een gelukje.

Bastiaan Veltkamp en Ronald Dickhoff

En Stefan Jorritsma? Die verloor dus ook. En onmiddellijk moest hij bord en stukken inleveren. Die gingen mee naar het café voor een grondige analyse.

Benjamin Bok houdt huis in Heemskerk

 

Benjamin Bok

De jaarlijkse schaaksimultaan in Heemskerk, georganiseerd door HSV Excelsior, is met grote overmacht gewonnen door Benjamin Bok.

De grootmeester nam het op tegen 33 tegenstanders, deed dat zeer serieus en vatte aan het slot de zaken treffend samen: hij prees de tegenstand, maar had het niet moeilijk gehad, op twee partijen na, in de één omdat hij pardoes een toren weggaf en toen genadig remise aangeboden kreeg, in de ander omdat hij de stand niet helemaal vertrouwde en zelf maar remise aangeboden had.

Han Kemperink en Peter Uylings geïnterviewd door Joop Zonneveld

Twee remises dus. Een van Peter Uylings met zijn gebruikelijke bravoure en een gelukje. En een van Nico Kuijs die een voorbeeldige partij speelde. Meer zat er niet in. Bijna was het ook Thomas Broek nog gelukt, maar hij bleef als laatste over en was toen het haasje, net zoals dertig anderen daarvoor.

Thomas Broek heeft zojuist zijn laatste zet gedaan

Toch was het wederom een geslaagd evenement dat dit keer vanwege het onbestendige karakter van het weer niet buiten maar binnen, in de Jansheeren, werd gehouden.

De grootmeester doet het op zijn gemak …
… maar toch stapelen de zorgen zich op

Soms werden de zetten genoteerd en soms ook niet. Vaak was dat maar beter zo. Want je kon lelijk in de war raken. Jan Verhoeven had een zet genoteerd. Toen de grootmeester aan zijn bord verscheen dacht Jan daarom dat hij die zet al gedaan had. Hij keek naar het bord, hij bestudeerde zijn notatie, keek nog eens naar het bord en begon toen heel onrustig om zich heen te kijken op zoek naar steun. Hij vond de zet niet terug op het bord en begreep er niets meer van. Fout fout ik heb het helemaal verkeerd gedaan, mompelde hij, ik geef op. Benjamin Bok die geduldig had staan wachten zei voorzichtig: volgens mij bent u aan zet. Dat luchtte Jan enorm op. In dat geval speelde hij nog even door.

Zijn buurman, die alles geamuseerd had zitten bekijken, had het probleem met de notatie al veel eerder opgelost:

d4 d5 nog bekend, daarna draad kwijt geraakt

Gelukkig had Nico Kuijs zijn zetten wel gewoon genoteerd. Op een paar na. Daar slaan we dus een slag naar. Waarschijnlijk weet Benjamin ze nog wel.

Nico Kuijs speelt remise

Nico komt uitstekend uit de opening. Heeft hij die bestudeerd? Maar ook daarna blijft hij prima op de been. Benjamin kan geen vuist maken en op het laatst vertrouwt hij het niet meer en biedt remise aan. Nico krijgt daardoor het vermoeden dat hij goed staat, maar neemt het aanbod van de grootmeester toch maar aan.

Verder was er wel veel overleg, maar weinig resultaat:

De grootmeester is te sterk voor ons. Hij gaat nu World Cup spelen in Georgië.

De Wijker Toren degradeert

Dit is geen verslag van een schaakwedstrijd

Vrijdagmiddag voor de wedstrijd. Bart Piet Mulder is verhinderd, Arjan Wijnberg is verhinderd, en Peter Uylings is al in Limburg. Erik Schoehuijs weet niet hoe hij in Voerendaal moet komen. Vier uur heen en vier uur terug met trein. En of het allemaal nog zin heeft. Hij ziet het niet meer zitten. Misschien gaat hij gewoon niet, doen ze het maar met zijn zevenen. Het tweede staat geen speler af, want dat vecht twee klassen lager voor eigen lijfsbehoud.

Een paar dagen later meldt Richard Schelvis op de website van De Wijker Toren dat het tweede zich keurig gered heeft. Ik wacht op het verhaal van Bastiaan Veltkamp over het eerste. Bastiaan zwijgt. Ik moet het doen met het verslag van Erik Schoehuijs.

Erik is toch maar gegaan, met een geleende auto en met Thomas Broek en Cor Meems als passagiers. Voor de tweede keer dit seizoen treedt De Wijker Toren met negen man aan. Erik krijgt niet het eerste bord (Jimmy van Zutphen denkt het klusje tegen GM Daniel Hausrath zelf wel te klaren) maar het vierde, waarop hij zich met zwart tegen IM Oscar Lemmers na e4 e5 Pc3 Pf6 Pf3 Pc6 Lb5 Ld6 (!?) een eigen partij van een paar ronden eerder niet meer herinnert (?!) Het gevolg is pionverlies, maar hij houdt vol en behaalt nog tamelijk eenvoudig een half punt. Naast hem levert Thomas Broek tegen GM Felix Levin ook een pion in, maar ook Thomas maakt heel gemakkelijk remise. En Sjoerd Plukkel wint zelfs, van Ivo Wantola. Maar daar blijft het bij, de rest komt er niet aan te pas.

Het parkeerterrein. Dennis Ruygrok heeft verloren en is gereed om te vertrekken. Ook het drietal Broek, Meems en Schoehuijs staat klaar om de geleende auto terug te brengen. Maar daar komt Rick Duijker, hij is even niet aan zet, naar buiten gerend. Hij en Bastiaan Veltkamp zijn op de fiets naar Voerendaal gekomen (!) en Rick probeert nu zijn fiets voor de terugreis in de auto van Dennis te vouwen. Dennis is niet enthousiast en de fiets wil er niet in. Stuur eraf, zadel en trappers eraf, wielen eruit, het wil niet lukken. Bij Erik dan maar. Erik is niet enthousiast. Geleende auto. Maar het past.

Er komt een auto het parkeerterrein afgereden. Over een wiel van Rick. De auto moet nog een lus maken om voor goed te verdwijnen, maar met geheven wiel snijdt Rick ‘m de pas af. Een bewakingscamera registreert alles. De schade valt mee.

Er kan gereden worden, met Rick en zijn gedemonteerde fiets bij Erik in de auto. In Amsterdam blijkt Cor Meems bij het weer in elkaar zetten van grote waarde te zijn.

Maar hoe is Bastiaan nou thuis gekomen?

Tata Steel Chess Tournament 2017 tienkampen

 

De eerste dag

Frank Sluiter in De Zon

Frank Sluiter kan zijn geluk niet op. Maak je een foto, vraagt hij. Hij wint. Zijn tegenstander heeft de zetten voor hem opgeschreven. We spelen de partij na in het café, met een cola.


We gaan nog even door, zegt hij, kijken hoe het afloopt, jij hebt wit. Ik dank je feestelijk, zeg ik, de groeten.



De tweede dag

Niet in de speelzaal, maar in het café worden de mooiste combinaties uitgevoerd; alles gaat daar een stuk makkelijker.



De derde dag

Thomas Broek boekt in tienkamp 2D zijn derde overwinning op rij.

Thomas Broek



De vierde dag

Paul Lieverst treft in 3D een tegenstander die wel wat voor remise voelt en het dus niet erg vindt dat de stelling dicht geschoven wordt. Paul weet daar doorgaans wel raad mee en ook nu slaat hij een flinke bres.

Paul Lieverst – Ed Baarslag

Zo, deze stelling gaat Paul dus winnen: Dg3 en kat in ‘t bakkie. Maar wat fluistert hij nou? Dat zwart remise kan maken maar dan wel eerst zijn dame moet offeren? En dat hij zich dan op moet maken voor een toreneindspel, maar dat hij het nog wel even gaat proberen? Ik begrijp er geen hout van, maar knik begrijpend, want ik wil niet dom overkomen.

Verderop gekeken dan maar. Nou, leuk is anders. Gerard van Pinxteren speelt in 5K tegen Bas Roelen. Op twee borden lijkt het. Dat is twee keer niks. En waar haalt Bas nou opeens twee dames vandaan. Een met en een zonder pinnetje. Gerard kan opgeven.

En tot overmaat van ramp komt Paul melden dat hij remise heeft aangeboden. Het staat helemaal niet zo best meer, zegt hij. Dat klopt. Ik kan mijn ogen niet geloven. Paul is een tovenaar, maar soms ook niet. Hij zit er niet mee en gaat lekker snelschaken bij Excelsior.

Gelukkig is Thomas Broek er nog. Die heeft weer een wonderbaarlijke partij achter de rug. Een combinatie van een cakewalk en een achtbaan. Ogen dicht en riemen vast. Gisteren had er nog iemand in het café gekscherend gezegd: Thomas, die heb ik nog nooit een risico zien nemen. Dat heeft hij dus niet op zich laten zitten.

Albert Termeulen – Thomas Broek

Waar het zwarte paard vandaan komt weet ik niet zeker, Thomas heeft in zijn hand als ik bij zijn bord aankom. Hij slaat er de pion op f3 mee. Het is de slotact van een wilde partij en wit drinkt de gifbeker moedig leeg (Pxf3 Pd6 Pe1+ Pxb7 Tg1 mat).

De vijfde dag

Als Erik Schoehuijs verliest zegt hij: ik heb er weer een heleboel van geleerd. Dat is mooi. Zo wordt hij een beter schaker. Maar nu overdrijft hij toch een beetje. In vijf ronden vier keer verliezen, zoveel leerstof ineens kan een mens niet aan. En het is ook niet leuk voor de anderen. Er is geen eer meer te behalen. De man die in de eerste ronde slechts een half punt tegen hem scoorde, zien we elke dag een beetje bleker worden. Hij heeft zichzelf ernstig tekort gedaan.
Maar hoe komt dat nou? Dit keer heeft hij een tafel aan het gangpad en ik sta er dus met mijn neus bovenop. Het is ongelooflijk hoeveel je aan de zijlijn ziet… als je het niet allemaal zelf hoeft te bedenken.


De zesde dag

Vanmorgen werd Nanny wakker, helemaal in de war. Ze had gedroomd dat alle schakers boos op mij waren. Om de stukjes die ik schreef. Ze hadden geroepen: Hier zijn wij niet van gediend. En Danny de Ruiter was de woordvoerder geweest en die had verklaard dat ik moest betalen voor die stukjes. Ik vroeg hoe ken jij Danny de Ruiter?  Dat was dus uit de verhalen van Erik S. Ondertussen was ik behoorlijk in mijn sas met die gedroomde aandacht, maar Nanny zei: je moet er mee ophouden. Dus sloeg ik vandaag een rondje tienkamp over en reisde met de Masters mee naar de Philharmonie in Haarlem.

Daar zie ik in de grote zaal Fons Vermeulen, die er ook wat van kan. Al tijdens de openingstoespraak begint hij te sputteren, omdat de Mayor of Haarlem opeens de Major of Haarlem is. De Masters zitten er niet mee en gaan aan het werk

Tata Steel Chess on Tour in Haarlem

 

Een zaal verder zitten de commentatoren van dienst. Yasser Seirawan en Tex de Wit. Dat is instructief maar lang niet zo’n vrolijke boel als vroeger, getuige een verslagje van Nanny uit de tijd dat er nog een commentaartent op de Dorpsweide in Wijk aan Zee stond, waarin Lex Jongsma en Vlastimil Hort hun kunsten vertoonden:

Ik besloot even te gaan kijken wat er in de commentaartent te doen was. Tweehonderd man zaten ademloos te kijken naar een soort cabaretvoorstelling door twee heren. In de ene herkende de ik Lex Jongsma: “Dis is e riemarkebel moef, not so bed et ol”. De ander sprak met een zwaar Oost-Europees accent en banjerde met een kop koffie over het toneel “You are realllly wellll educated!” Af en toe, als ome Lex met de stukken op het demonstratiebord aan het schuiven was, stelde de ander de zaal een quizvraag. Wie kwam er altijd vijf minuten te laat vanwege de fotografen? Dat was kennelijk niet zo moeilijk en nog actueel ook op het ogenblik: Fisher, riepen er een paar uit de zaal. En dan was er nog de Joegoslaaf, een Serviër eigenlijk die ‘The Toiletplayer’ genoemd werd omdat hij stiekem een zakspelletje meenam op het toilet? “Er hat eine Zigeunerin geheiratet” schakelde de Tsjech over op het Duits.  “Ich hab noch gegen ihm gespielt!” riep de heer Jongsma uit. Er golfde een lach door de zaal waardoor ik het antwoord niet verstaan heb. Maar vermakelijk was het wel.

Uit welke eeuw stamt dit fragment? Nu moet je mobieltje uitstaan en mag je alleen fluisteren, want we zijn: on air

Yasser Seirawan en Tex de Wit

 

Maar vrolijk als altijd zijn de kinderen die de rest van het gebouw voor hun rekening hebben genomen met hun schoolschaakkampioenschappen

Girl Power

 

De zevende dag

Johan Buis speelt in een hoekje van de zaal betonschaak. Hij wordt betrapt, maar kan er om lachen. Ook zijn buurman ziet, na even geschrokken te zijn, de humor er wel van in.


De koffiehoek van vijftien jaar geleden heet nu catering, maar de uitslagenwand is onveranderd.

 

De achtste dag

De laatste twee ronden van de tienkamp houd ik voor gezien. Erik is er gisteren al mee opgehouden. En het is weekend en dan is het mutjevol in de Moriaan. Daarom alleen nog een paar foto’s uit vorige ronden. Morgen volgt het restant.

 

De negende dag


Zo, dat was het. Heel veel foto’s gemaakt, maar geen enkele zet gedaan. Dat moet de volgende keer maar weer eens andersom.

Omnisimultaan

De gymnastiekvereniging Achilles in Egmond aan Zee bestond 90 jaar en ter gelegenheid van dat feit had Thomas Broek een zogenaamde omnisimultaan georganiseerd, een schaakvorm waarin veel gelopen moest worden. De zon scheen, dus ik besloot een fietstochtje te maken en Egmond in mijn routeschema op te nemen. Ik was er op gekleed: gympjes en korte broek. Ik was de enige. Ondanks het mooie weer werd het festijn binnen gehouden, in een sporthal, oud maar met veel “authentieke elementen”. Er was koffie en koek en broodjes en soep en ik bevond mij voor de ravitaillering dus op het goede adres. De achttien deelnemers liepen van bord naar bord, de een wat gehaaster dan de ander. Voor de gemiddelde toeschouwer waren de regels niet meteen duidelijk, maar als u er meer van wilt weten kijkt u op OmniSimultaan.  Jimmy van Zutphen deed ook mee. Op zijn gemak. Toch had hij zijn eerste ronde van vijf partijen er al vlot op zitten. Kwestie van conditie en techniek vermoed ik. Hij dacht dat na drie ronden in drie groepen van zes hij niet alle zeventien anderen zou hebben getroffen. Daar ontbraken er dan twee aan. Hij keek mij onderzoekend aan. Ik kon dat natuurlijk niet meteen volgen en keek een beetje onnozel ben ik bang. In dat geval was het geen vraag maar een mededeling zei hij en daar kon ik het mee doen. Op de terugweg naar huis rekende ik in gedachten allerlei varianten uit met groepen en deelnemers en ronden en het was een wonder dat ik, de waanzin nabij, ik was intussen wel gevorderd tot 96 deelnemers in 16 groepen van 6 over 16 ronden is 15 niet gehad, dat ik dus heelhuids thuis kwam. Maar ik vrees toch dat ik gezakt ben.

Foto’s

Tata Steel Chess Tournament 2016 (tienkamp)

 

Inschrijving

Morgen beginnen de tienkampen. Ik doe mee, voor de zoveelste keer. Mijn eerste zetten deed ik in 1974 in groep 7. Het jaar daarop mocht ik optreden in groep 3. Dat werd geen succes. Niet eens zozeer door het resultaat, maar meer omdat er door de gebruikelijke indelingsperikelen op het laatste moment slechts acht deelnemers waren in mijn groep. En dan hadden we in die tijd ook nog eens twee rustdagen, dus dat betekende vier dagen vrij. Waardeloos. Maar wel leuk was de internationale samenstelling van de groep. We hadden een Belg: Van Nevele, een Engelsman: Angel, een Zweed: Knutsson, drie Duitsers: Ehrich, Wissell en Nothnagel, en behalve ik nog één Nederlander: Van Loon. De namen heb ik niet verzonnen. Er is intussen veel veranderd. De buitenlanders laten een beetje verstek gaan en onvolledige groepen worden, desnoods nog op dag twee, samengesmeed tot één zwitserse groep. En de inschrijving gaat nu gestroomlijnd via het internet. Vroeger ging dat per briefkaart en soms werd er geloot. Dat waren spannende tijden, getuige een verslag uit die jaren:

Voor de echte schakers begint het toernooi zodra het is afgelopen: met wachten op de volgende editie. De tijd wordt gedood met zaken als eten en drinken, vakantie, een verjaardag, een feestje en nog maar eens vakantie, je moet toch wat, maar het stelt niet veel voor, het leven is zogezegd in zomerslaap. Pas in oktober gaat één oog open, gericht op de brievenbus. Het begint nu langzaam te gonzen op de schaakclub: heb je de inschrijvingskaart al gehad, wanneer zou die komen, snel insturen hoor, je doet toch ook mee?

Het was van het grootste belang, schakers spreken dan al gauw van levensbelang, dat de kaart, zodra die bij je in de bus viel, ingevuld werd en per kerende post terugbezorgd. Deelname was namelijk beperkt en wie het eerst kwam het eerst maalde, was de overtuiging. Eén keer deed ik met opzet niet mee. Het zou de laatste keer worden, dacht ik, en in plaats van schaken zou ik fotograferen. Het werd een aardige reportage, maar gelukkig niet van het laatste toernooi. En het knaagde, want schakers fotograferen, ach wat zal ik er van zeggen, het is steeds hetzelfde, nou ja, ze zitten in ieder geval stil. Het volgende jaar dus weer snel de kaart ingestuurd. Maar ik deed wederom niet mee, ik was uitgeloot. De wachttijd werd zodoende, door eigen toedoen en door het lot, uitgebreid tot drie jaar, dat is zo ongeveer de tijd waarin een schaker het schaken verleert en aan de drank raakt.
Maar voor het volgende toernooi was ik op tijd. Twee keer uitloten was uitgesloten, was beloofd. De postbode werd opgewacht, de kaart aan het begin van de straat uit zijn handen gegrist, ter plekke ingevuld en meteen in de brievenbus geworpen. Uitgeput viel ik thuis neer op de bank. Nanny zei, heb je er een postzegel opgedaan. P-p-postzegel? Dat was dus wel snel, maar niet goed. Ik wist het nu zeker, schaken was niet belangrijk, ik zou nooit meer meedoen. Een ellendige tijd volgde. Je hebt je toch wel opgegeven? Ja, nee, ik weet het eigenlijk niet. Het viel mee. Ik kreeg een uitnodiging en voegde me op de eerst dag van de tienkampen in de rij voor de inschrijving. Behendig sloeg ik me door alle controles heen, bedankte beleefd voor de snertmaaltijd en wilde net opgelucht naar de speelzaal ontkomen, toen een strenge meneer wedstrijdleider mij terugriep. Hij had nog een appeltje met mij te schillen, ik wist zeker wel waar het over ging. Ik keek onnozel en hij verduidelijkte: ik had mij ongefrankeerd opgegeven. Hij had een lijst voor zich, met namen van soortgelijke zondaars, ongeveer elf, zag ik in de gauwigheid, allemaal opgave zonder postzegel. Als iedereen dat deed, dan kon bruin het niet meer trekken. Dat snapte ik toch? Ik knikte zo begripvol mogelijk en stamelde dat het niet weer zou gebeuren. Goed dan, sprak hij ruimhartig, als je die 39 cent alsnog wilt betalen, dan mag je meedoen. Ik wist niet hoe snel ik mijn beurs moest leegschudden. Opgelucht bedankte ik hem, uitbundig, ik was nog nooit zo blij geweest.

Wat een geluk

vlagWat een geluk! Ik had nog één seconde voor mijn veertigste zet. De paardvork die hij uitvoerde en die mij een kwaliteit zou gaan kosten, zag ik al niet meer. Ha-4-schaak! En indrukken. Kon nooit een seconde in beslag hebben genomen. Dacht ik. Allebei keken we naar de klok. Geen alarmbellen, sirenes of rood knipperende seinen. Ik haalde opgelucht adem, had er opeens weer 45 minuten bij. Hij deed ook zijn veertigste en stond op. Even later kwam wedstrijdleider Aart Strik langs. Hij keek naar de zwijgende klok. Ik rook onraad. Stond daar niet in een geniepig hoekje toch iets wat op een vlaggetje leek? Kon dat niet weg? Was er een claim? Moest ik gauw een zet doen? Ik zette mij schrap voor zijn oordeel, maar hij zei niets. Ik was door de mazen van het net geglipt. De partij werd remise. Mijn tegenstander nam het in de nabespreking sportief op. Het eerste gekregen halve puntje.

Uit vorm

De voorzitter van de Waagtoren Alex Albrecht zuchtte eens diep. Het wilde maar niet lukken. Eigenlijk was hij gewoon uit vorm. Hij bestuurde een bruisende vereniging. Soms te bruisend. Het was bijna een dagtaak om de boel een beetje in het gareel te houden. En hij had al een tijdje geen schaakpartij meer gewonnen. Toch was ik op mijn hoede. Ze hadden mij gewaarschuwd. Niet in zijn openingen meegaan, want daar wist hij alles van. Zo gezegd zo gedaan. Met een idioot pionoffer haalde ik hem uit zijn spel. Hij was even de draad kwijt. Ik trouwens ook. Halverwege de partij kon ik mijn pion terugwinnen. Ik keek wel uit. Dat was dus niet zo slim. Maar met een goed geplaatst remiseaanbod redde ik de zaak.

24. … Lf3-e4
Niet de beste zet. Het was verstandiger geweest om met c5-c4 de stelling dicht te schuiven. Nu zou ik het nog knap lastig hebben gekregen bleek in de nabeschouwing. Maar de zet en het bijgevoegde vredesvoorstel miste zijn uitwerking niet en zo kwam ik voor de tweede keer goed weg.

Blunders

Er zijn dit jaar wél buitenlanders. Vanuit alle windstreken: Afrika, Australië, Syrië natuurlijk, en een hele groep Zuid-Koreanen. Vandaag mocht ik het opnemen tegen een man met de prachtige naam Matthew Temisaren Johnson. Hij is in 1999 vanuit de Soedan in Nederland aangekomen toen hij zestien jaar oud was. Oorspronkelijk kwam hij uit Nigeria en zo staat het ook op zijn identiteitskaart: burger van Nigeria. Nu reist hij heen en weer tussen Nijverdal, waar hij woont, en Wijk aan Zee. En hij kan schaken niet te kort. Kijk, dat zijn mannen. Daar kan ik niet tegen op.

Het plan was h2-h4, maar ik deed eerst nog even Lc3-d2?? Dit mogen we gerust een blunder noemen. En niet zo’n kleintje ook. Het “aangevallen” paard ging als een dolle te keer en mijn tegenstander ging een vroege trein halen.

Stijlvoller, maar niet minder erg, was de blunder die clubgenoot Berend van Maassen produceerde toen hij opgaf in de volgende stelling:

Ach, zei zijn tegenstander, dat komt goed uit, want ik wist echt niet hoe het verder moest na loper slaat toren.

Ja kijk als het zó gaat, dan hoeft het voor ons niet meer.

Met de Franse slag

Mijn tegenstander opende verrassend met e4. Die kreeg dus een Franse partij voor zijn kiezen. Had hij kennis genomen van “Fort Knox“? Voor de zekerheid maar voor klassiek gekozen dit keer. Na 1.e4 e6 2.d4 d5 3.Pc3 Pf6 schoof hij door. We speelden de bekende zetten met een vroeg f7-f6, recept Marcel Duin. En toen stond het zo:
Hij was kennelijk uit zijn openingsboek, want hij sloeg op c5. En dat had hij op dit moment beter niet kunnen doen: 11. d4xc5? Pf6-g4! Nog geen man overboord, als hij nu maar Ld4 had gedaan. Er volgde echter slordig 12. Dd1-d2?? en toen had hij na 12. … Pg4xe3 13. Dd2xe3 d5-d4 op kunnen geven, zoals hij later terecht opmerkte. Dat was dus een makkelijk verdiend puntje.

Het echte vuurwerk had plaats bij het treffen tussen Alex Albrecht en Gabri van de Schootbrugge. In een spectaculaire partij ging Albrecht door zijn vlag, maar beiden misten een hele rits zetten in hun notatieboekje. Dat werd dus reconstrueren met de wedstrijdleider erbij. Maar wat ze ook probeerden, er was met geen mogelijkheid meer een logisch geheel van te maken. In vriendschappelijk overleg werd toen, voordat jan en alleman zich er mee ging bemoeien, tot remise besloten.

Oude rot

Verloren van een oude rot in het vak Theo de Vries. Dat kan gebeuren. De Catalaan die ik speelde bleek veel te moeilijk voor mij en hij wist er wel raad mee.

de vriesDe compensatie die ik dacht te krijgen voor de geofferde pion op c4 is ver te zoeken. Ik had nu 16. e4-e5 Pf6-d5  17.Pd2-e4 Dc8-b8  18.Lf4-d2 moeten doen. Zwart komt dan moeilijk los. In plaats daarvan deed ik 16. Lg2-h3? Dit verhinderde wel 16. … e6-e5, maar niet 16. … c6-c5! en zo kon ik dus al spoedig een rondje door de zaal gaan maken:

2016 Wijk aan Zee - Tata Steel Chess Tournament [20160126-Pentax K01-20592]in de toptienkamp won Vladimir Dobrov van Anna Rudolf

2016 Wijk aan Zee - Tata Steel Chess Tournament [20160126-Pentax K01-20595]maar ook iets lager werd goed nagedacht

2016 Wijk aan Zee - Tata Steel Chess Tournament [20160126-Pentax K01-20596]en over belangstelling hadden we niks te klagen

Remise?!

De partij was scherp opgezet, daar lag het niet aan. Maar toen wisten we het niet meer. Wit speelde 14. Pc3-e4 waar e5xf6 misschien stellingvoordeel had opgeleverd. Zwart koos met 14. … Lc5-e7 de veilige weg in plaats van met Lb7xe4 nog iets te wagen. En zo werd het na 15. Dc2-e2 Pf6xe4 16. Lg5xe7 Dd8xe7 17. Ld3xe4 Lb7xe4 18. De2xe4 0-0 en nog wat zetten toch nog remise.
Op naar het café voor de Skuumkoppe. En de nabeschouwing, maar ook die konden we geen van beiden winnen.

Terug in de speelzaal eerst een foto gemaakt…

Sopiko Guramishvili
Sopiko Guramishvili

…en toen even gekeken bij Berend van Maassen:

van maassenDie ging dus winnen. Eerst e5-e6+ en dan Ta1-f1 of andersom, daar wil ik vanaf zijn. Door naar het bord van Sjoerd Plukkel, een andere held. Ach, die ging verliezen. Terug dus naar het café voor een laatste rondje om het af te leren. Ik was niet de enige.

Theo de Vries, Dirk Kruiper en Johan Buis zitten ook niet op een droogje…

(Thuis las ik dat Berend toch weer remise had gespeeld. Je kan hem ook geen ogenblik alleen laten)

The Man with the Blue Guitar

Weer verloren. Van Gabri van de Schootbrugge. Gabri speelt schaak en gitaar. En ik zit maar wat te dromen, heb de rustdag nog in mijn hoofd. Ik schrik even van Ton Sijbrands, die de gong slaat, maar dommel al gauw weer in. En van wie zijn al die rare krabbels? Helemaal gestoord. Nog twee partijtjes en dan gaan we maar weer wat nuttigs doen. De schuur opruimen of zo. Want hier wordt een mens niet beter van.

Inguh Kim

Inguh Kim komt uit Seoel, de hoofdstad van Zuid-Korea. Hij heeft samen met Changoon Kim (hier ook aanwezig), gespeeld op de olympiade van 2014 in Tromsö (Noorwegen). Zij proberen zich nu te plaatsen voor de volgende olympiade in Bakoe (Azerbeidzjan).

Naast deze twee Kimmen geven nog zeven andere Zuid-Koreanen acte de présence in Wijk aan Zee: Chanhee Park, Garam You, Doheyeon Yun, Geonha Yun, Yoonseo Jung, Jaebeen Ha en Jihuyun Oh. Changoon Kim is de waterdrager van het stel. Hij zet elke dag bij alle anderen twee flessen mineraalwater neer. Tenminste de eerste ronden. Maar ze krijgen het niet op, dus nu is het er nog maar één. Zelf behelpt hij zich met anderhalve liter sinaasappelsap.

Inguh Kim is CM (kandidaat meester), tenminste dat staat op zijn kaartje. Hij wil grootmeester worden. Hij informeert bij mij of leeftijd een rol speelt. Dat denk ik wel, antwoord ik voorzichtig. Maar dan komt hij met een ingewikkelde tegenwerping. Hij verbaast zich over het feit dat er hier zoveel ouderen (dan hij) meedoen en nog veel gekker: hij heeft er een keertje van verloren. Dat moet dan Theo de Vries zijn geweest, opper ik, die zit in onze groep. Ja, zegt hij, maar dat betekent dat leeftijd er helemaal niet zoveel toe doet. Dat zullen we dan nog wel eens zien, zeg ik, en ik verlies in 35 zetten. Hij wist zich het zweet van het voorhoofd, maar dat komt meer omdat hij voortdurend zijn waterdichte windjack aanhoudt dan door mijn omgekeerde bewijsvoering.

Café De Zon

Wijk aan Zee

De laatste dag in Wijk aan Zee gaat in regensluiers gehuld. Er zijn winnaars en verliezers en soms moet er gerekend worden. Zelf verloor ik vier keer en vijf keer niet. Nanny komt mij afhalen. Zij zegt trek het je niet aan. Heb je die man in die rare bloes gezien? Ik zeg waar jij niet op let. We doen nog een laatste rondje door het dorp. In de kerk wordt erwtensoep geserveerd en er is muziek. Bertje Doperwtje. Het is niet meer als vroeger. De schaak-pop-up-winkel in de Zwaanstraat is nog open, maar wij zijn de enige klanten. Gelukkig is het in Sonnevanck ouderwets gezellig. Volgend jaar nieuwe ronden nieuwe kansen. Tot dan.


Een leuke stelling

Laatst trof ik Gerard Blees verbouwereerd achter zijn glas bier aan. Hij had het Schots gambiet gespeeld. En? Dat was gezien zijn gemoedstoestand vragen naar de bekende weg, maar ik kon het niet laten. Hij had verloren. Van Hidde Brugman. Van Hidde? Met het Schots gambiet? Ja, hij snapte het ook niet. Hidde was niet onder de indruk geweest, had waarschijnlijk net zoals ik geen benul van het Schots gambiet, was dus ook helemaal niet geschrokken, wat je hebt als je denkt: o gottegottegot, Schots gambiet, hoe ging dat ook al weer, daar had Hidde dus geen last van gehad. Gerard wel. Want zo’n Schots gambiet houdt een keer op en wat dan? Verloren dus. Ach, troostte ik hem, wat doet het er toe, als je maar lol hebt. Hij lachte als een boer met kiespijn, maar beet toch nog even van zich af. En jij, tegen wie moest jij? Tegen Thomas Broek, sprak ik dapper en ik had een hele leuke stelling op het bord. Er trad nu een lichte ontspanning op in zijn houding. Hij vroeg niet verder, hij begreep.

Wat is een leuke stelling?

I.

Na een opening die mijn verstand te boven ging bereikte de rapidpartij Schmit-Broek zijn hoogtepunt. Ik kon het niet laten om namens mijn tegenstander Lc8-a6 voor te stellen, welke zet Thomas onmiddellijk uitvoerde. Met onderstaande stand als resultaat.

II.

In het Science Park Amsterdam Chess Tournament van 2012 speelde ik met zwart tegen Dennis Keetman. Aan het eind stond het zo:

Hans Nuijen was toeschouwer. Hij kon zijn lachen niet bedwingen. Jij snapt er ook niets van, zei hij, de bedoeling van het spel is om de koning mat te zetten, niet de dame.

ES

(Eerder gepubliceerd op de website van de Schaakvereniging Castricum)