Om den drommel

Het is de eerste woensdag in de maand en dan is er na afloop van de les koffiedrinken met ons groepje op de sportschool. Richard de Jong is ook van de partij. Niet in de zaal maar wel bij de koffie. Hij rijdt in een scootmobiel zolang zijn enkel nog niet geheeld is. Ruim een maand geleden, vlak na de Olympische Spelen in Rio hing hij aan de rekstok en demonstreerde ons de oefening van Epke Zonderland inclusief nieuwe afsprong. Dat was, vonden wij, erg overtuigend, maar toch niet helemaal goed. Dáár krijg je geen medaille voor zei zijn vrouw toen ze hem zag liggen.

Hij vraagt mij hoe het kan wat er twee dagen eerder is gebeurd. Hij heeft gelezen over concentratie en inzet en het ontbreken daarvan. Dat kan ik mij eigenlijk niet voorstellen zegt hij. Zo ken ik je niet. Ik vertel hem over de mysterieuze krachten in de sport die ons in dit geval onverwacht de das hebben omgedaan. En dat ik er eigenlijk niet over wil praten.

De maandag ervoor. Excelsior 1 is gedegradeerd uit de eerste naar de tweede klasse onderbond. Dat gaan we even rechtzetten. We spelen de eerste wedstrijd tegen ZSC/Saende 3. Op onze vorstelijke borden en met de machtige paarden waaraan menig tegenstander zich al heeft vertild. Het is drie oktober, ik ben jarig, maar op kroonjaren [zie: verjaardag] wordt niet geproost maar geschaakt. Het kan dus eigenlijk niet mis gaan. Veel plezier zegt Nanny dan ook als ik van huis ga.

Foto Cees Verhoog
Foto Cees Verhoog

De foto is vakwerk en net op tijd, want hier zitten we er op de achterste rij nog een beetje knap bij, maar niet veel later is de ravage compleet. We verliezen met 7-1. Helemaal zoek gespeeld. Totaal geen respect die Zaankanters. Daar ga ik dus niets meer over zeggen. Als je het echt wilt weten, luister dan naar de Zaanse lofzangen, maar doe het stilletjes, ik wil het niet horen. Het moet niet gekker worden. Vroeger, ja vroeger kon zoiets nog: zeven seizoenen geleden, toen we met 7½-½ verloren van Volendam [zie: waar gehakt wordt].

Maar laten we niet bij de pakken neer gaan zitten. Er is nog genoeg om voor te spelen. Een zogenaamde clean sheet bijvoorbeeld (verliezen met 8-0) staat nog niet op onze lijst van grootste wanprestaties. Toch moet dat, als we er echt voor gaan zitten, mogelijk zijn. Maar dan mag Ruud Eisenberger niet meedoen, want die strooit keer op keer roet in het eten …

En, heb je nog getrakteerd, vraagt Nanny, als ik thuis kom. Om den drommel niet, sprak de nieuwe zeventigjarige schijnbaar ongebroken.

Een visje uit Volendam

De eerste zet op het eerste bord in de schaakwedstrijd Castricum-Volendam

Om de eerste zet van Volendammer Jan Tol kon Robert van de Wal nog wel lachen. Om zijn laatste niet meer. Tussendoor hadden de twee spelers behalve een partijtje schaak ook een potje wie is het meest relaxed opgevoerd. Jan vertelde tussen zijn zetten door aan de bar hoe het zat met de namen (zijn club telde bijvoorbeeld zes Veermannen, waarvan ze er twee meegenomen hadden) en de bijnamen (daarmee hield je ze zo nodig uit elkaar) in Volendam. En Robert vroeg of al die zetten die ik opschreef in mijn openingsvoorbereiding pasten en of ik ergens al een zet van een vraagteken had voorzien. Dat mag helemaal niet, zei ik, en bovendien, als je echt hatelijk wilt zijn, dan moet je duidelijk zichtbaar “TN” (theoretisch nieuwtje) noteren bij de eerste de beste stomme zet van je tegenstander. Ik heb meegemaakt dat iemand die dat overkwam niet verder wilde spelen. En zo sloegen we ons gezamenlijk door de partij heen, waarin Robert een pion won, maar wel met zijn hele cavalerie ver afgedwaald, waarop Jan, wiens oom of grootvader, daar wil ik van af zijn, in het dorp Le Fou werd genoemd, omdat hij wel eens in Frankrijk was geweest, zíjn paarden recht op Roberts onbeschermde koning afstuurde. Lees verder Een visje uit Volendam