Vleermuis 29


Koningsclub–Castricum

Een paar weken geleden kwam Piet van Wonderen van de Schaakvereniging Castricum bij mij langs gefietst met het clubblad “De Schaakbode” van december 1982. Dat was naar aanleiding van mijn verhaal over de wedstrijd van Weenink tegen de Koningsclub in 1985. Ook Castricum had (een beetje) dwarsgelegen op het pad dat de Koningsclub voor zichzelf hakte op weg naar boven, getuige het verslag van Jo Clarijs.

Verslag

In de Kennemer Sporthal te Haarlem moesten wij tijdens de grote schaakhappening op 16 oktober 1982, ter gelegenheid van het vijftigjarige bestaan van de NHSB, aantreden tegen de “profclub” van Pagel.

Vorig jaar speelde ons tweede achttal tegen hen en het werd in eigen huis 0-8! Bij deze gelegenheid schreef Rob Hartoch in het Parool van 27 februari 1982 onder meer “De Koningsclub van de heer Pagel uit Bergen, uitkomend in de eerste klasse van de Noordhollandse Schaakbond, zet zijn opmars naar de hoofdklasse van de KNSB gestadig voort. Verrassend is dit geenszins, want ons eerste achttal bestaat uit louter internationale (groot)meesters en subtoppers!”

Nu verloor de Koningsclub in de promotieklasse tegen Castricum meteen al 2½ punt in één wedstrijd en dat zullen ze niet leuk gevonden hebben! Het werd 7½-2½ met twee verliespartijen en één remise, die Rob Hartoch aan het eerste bord zelf aanbood!

Trouwens, hun organisatie was in het begin al slecht. Een kwartier na de gongslag stonden er drie borden, waar ze als “thuisclub” zelf voor moesten zorgen! Na een half uur wachten waren er nog maar acht borden en waarom werden hun klokken niet aangezet? Nu, die waren er niet! Een speech van de heer Pagel of van de wedstrijdleider Marcus kon er niet af, evenmin als een gratis consumptie! Dat zijn de heren profschakers bij ons in De Kern wel anders gewend. Maar Pagel schijnt naar werd gezegd de hele happening in Haarlem te hebben bekostigd! Dus alles maar vergeven, maar niet vergeten, want we willen deze heroïsche strijd van onze eigen amateurs graag vastleggen, compleet met partijen.

R. Hartoch – Hans Molenbroek ½-½; J. de Lange – Ger Holsteijn 1-0;
P. van der Weide – Cas Amende 0-1; J. Marcus – Robert van der Wal 1-0;
D. van Geet – Fred Kok 1-0; H. Wieringa – Kees Lute 1-0;
A. de Savornin Lohman – Willem Pool sr. 1-0; B. Gutman – Willem Meijer 1-0;
P. Coen – Gerard Baars 1-0; J. van der Zwan– Jo Clarijs 0-1;

Ook al wonnen de profschakers zeven partijen, gemakkelijk ging het niet! Alleen Baars ging na een misser in de opening snel ten onder. Maar Holsteijn, Van der Wal, Pool en Meijer hielden lang stand, evenals Lute. Fred Kok had snel een eindspel met lichte stukken tegen Van Geet en één pion minder, die hij niet terugzag en na lange strijd verloor ook hij. Amende en Clarijs hadden aan het eind van de avond plotseling gewonnen, terwijl Molenbroek dus allang klaar was met remise.

Partijen

Jo Clarijs verslaat een tegenstander die kennelijk geen remise mag maken van zijn baas en vervolgens ernstig de weg kwijt raakt. Het commentaar bij de zetten is (op één voorbeeld na) weggelaten, het vertekent de zaak te veel in het voordeel van zwart. En aan het eind, zo tussen de veertigste en vijftigste zet, zullen beide spelers in tijdnood zijn geweest: de wederzijdse fouten stapelen zich dan op. Maar het uiteindelijke resultaat mag er zijn.

(Over Clarijs, hij is er jammer genoeg al een tijdje niet meer, heb ik ergens eens het volgende stukje gelezen en bewaard. Het gaat over een optreden tijdens het Corustoernooi van 2006 en het misstaat hem niet: “J.C. Clarijs, een 84-jaar oude, gezonde en stijlvolle heer met een enorme liefde voor het spel. Hij schijnt veel openingskennis te hebben, maar is kennelijk ook tactisch sterk én niet bang: in een eerdere ronde heeft hij een groepslid van het bord geofferd vanuit de opening. Binnen het uur werden er twee stukken op de koningsstelling geworpen en kaboem!”)

*

Maar dit keer steelt Cas Amende toch echt de show. Hij stijgt boven zichzelf uit. Zijn op papier veel sterkere tegenstander (het verschil is meer dan 450 ratingpunten) komt er eigenlijk niet aan te pas. Het commentaar van de witspeler (en in sommige gevallen van Clarijs) heb ik laten staan, omdat het hier hout snijdt.

Weenink-Koningsclub


Beverwijk 1985 Weenink-Koningsclub, een wedstrijd om in te lijsten. Tien clubspelers tegen twee internationale grootmeesters, drie internationale meesters, twee FIDE meesters, twee nationale meesters en een in opleiding.


Supervisor Frans Koopman zweept de ploeg maandenlang op in de Weenink Post. Het ratingverschil van gemiddeld 250 punten per speler wordt in een sensationele wedstrijd volledig weggepoetst.

Over het paard getild

De prognoses waren overduidelijk en wetenschappelijk onderbouwd. Weenink zou twee bordpunten scoren tegen de Koningsclub. Een halfje meer of minder, daar zou rekenmeester Bram niet wakker van liggen, maar dan hield het op. Twee remises dus en misschien, heel misschien één overwinning.

Weenink verscheen in de sterkste opstelling. Alle spelers stonden op scherp. Want al was de kans op ploegsucces dan kleiner dan één procent, de kans op persoonlijke roem was minstens tien keer zo groot. Ook Pagel had geen risico genomen en verscheen met onder anderen twee internationale grootmeesters en drie internationale meesters. De korf stond wel erg hoog opgesteld.

Drie uur gespeeld. “Meneer Pagel, wat vindt u van de stand, nog steeds 0-0?” Pagel: “Ja, auf Papier…”

Een half uur later. Cees Duivenvoorde opent de score tegen De Savornin Lohman. In één klap het hele seizoen goed. De Koningsclub over het paard getild en Weenink aan de leiding!

Maar och heden. Wat is er met Erik Schoehuijs aan de hand? Is dat de Berlijnse verdediging? Het lijkt wel gatenkaas. En wat gebeurt daar? Daar probeert Hartoch met zijn volle gewicht een pionnetje naar de overkant te duwen. Dat houdt onze Alessandro nooit. Pagel, die even deed alsof hij er niet bij hoort, loopt nu weer ontspannen rond.

Ik loop langs het bord van Hans Nuijen. Wat staat die slecht. Dat ziet een leek. Die Van der Sterren is ook een halve grootmeester. Hé, dat is aardig, Hans slaat een pionnetje en laat zijn dame een soort pirouette maken op het snijpunt van vier velden. Pas als zij uit getold is, zet hij haar op haar plaats. Maar wat doet die Van der Sterren nou? Hij vindt het helemaal niet grappig zo te zien. Hij geeft op! Heb je daar van terug?

En dan Bert van der Zijpp. Die maait Van der Weide. Als in zijn beste jaren. Zelf geeft hij alle eer aan de tegenstanders: “Die jongens zijn goed vooruitgegaan, een paar jaar geleden speelden ze nog in de onderbond.”

Bert Heemskerk meldt zich, met remise. Hij had de hele partij moeilijk gestaan en hij moest nog één zet doen binnen één minuut. Voor een bedaarde speler als Bert is dat erg weinig tijd. Dus toen Van Geet, van het dubbelfianchetto, plotseling remise aanbood, had hij het maar aangenomen. “Maar ik stond wel gewonnen”, probeert hij ons gerust te stellen. Wij zijn een zenuwinzinking nabij.

Het is niet meer bij te houden. overal lachende gezichten. Paul Bierenbroodspot is wel erg vrolijk. Adam Kuligowski niet. Die zit met zijn hoofd in zijn handen als verdoofd over zijn bord gebogen. De stukken staan al lang weer in de beginstand. In het Hoogovens Schaaktoernooi van 1983 won hij van Korchnoi. Nu verliest hij van Bierenbroodspot. Twintig minuten zit hij zo. Dan wankelt hij naar Pagel, die onduidelijke brieven zit te schrijven aan een tafeltje. Wij zien hem wat vragen. Pagel schudt van nee en gaat door met schrijven. Kuligowski is ontslagen.

Nico Kok verliest van Marcus. Nico heeft zijn dag niet. Berend Pluim maakt vreemd kappende bewegingen met zijn handen en trekt een raar gezicht. We mogen niet praten van Jan Sinnige, want er mag ook niet gebiljart worden. Berend bedoelt: de-span-ning-is-te-snij-den.

Op het eerste bord sterft Hendrik Koopman duizend doden. Maar hij blijft zetten. Met de rug tegen de muur vecht hij tegen de aanval van Sergei Kudrin, tegen de voortrazende secondenwijzer, tegen de onrust om hem heen en binnen in hem. Als hij dit toch eens remise mocht houden. Het mag nét niet.

De laatste partij is die tussen Peter Uylings en Job de Lange. De laatste zetten zijn niet meer genoteerd en er moet eerst gereconstrueerd worden. De Lange is aan zet. Lichte paniek maakt zich van hem meester. Hij moet kiezen: eeuwig schaak toelaten of de dames ruilen en een misschien wel verloren eindspel ingaan. De stand is 4½-4½. Hij gaat schoorvoetend naar Pagel toe: of hij misschien remise aan mag bieden.

Pagel bestudeert de stelling. Berend beduidt dat het voorbij is. En inderdaad, Pagel geeft toestemming om het punt te delen. Hij houdt zich groot, zijn spelers klitten wat lacherig in groepjes bijeen. Het applaus is voor Weenink.

Buiten zien we grootmeester Kuligowski nog een laatste poging doen, als Pagel in zijn auto stapt. Het tafereel is te navrant. Het portier slaat dicht. Loket gesloten.


DE PARTIJEN

Sergei Kudrin, internationaal grootmeester en speciaal voor deze gelegenheid overgevlogen door Pagel, lijkt zich niet erg in te spannen. Hendrik Koopman des te meer, wat al snel tot uiting komt op de klok. Toch overleeft hij de tijdnood en de aanval, die niet doorzet, maar de grootmeesterlijke afwikkeling naar een eindspel met vrijpion is hem net even te veel.

_

De tweede grootmeester Adam Kuligowski wordt aan de tand gevoeld door Paul Bierenbroodspot en dat doet pijn. Na de partij schatert Paul het uit over de penning waarmee hij een uitgelokte vork onschadelijk had gemaakt. Tijdnood doet zijn radeloze tegenstander uiteindelijk de das om. Op de vierendertigste zet valt zijn vlag.

_

De Berlijnse verdediging van Erik Schoehuijs vertoont dit keer gaten, die pijnlijk snel door zijn tegenstander John van Baarle opgemerkt worden. Sommige ervan ziet Erik ook nog wel, maar niet het mat op h8.

_

Hans Nuijen, helemaal niet bang, opent met b4, maar komt toch al snel in de verdrukking door een zwarte pion op e4 en later op d3. Bovendien is er de latente dreiging van mat op g2. En ofschoon hij de grootste problemen weet op te lossen, dreigt een verloren eindspel, totdat zijn tegenstander Paul van der Sterren de blunder van de dag begaat. Hans laat zijn dame een vreugdedansje uitvoeren op het winnende veld.

_

Voortdurend knipogend naar Pagel ruilt Rob Hartogh zich tegen onze Alessandro in sneltreinvaart naar een eindspel toe, dat zo op het oog volkomen gelijk staat, maar waarin de superieure stand van zijn koning en een op slinkse wijze verkregen vrijpion toch nog de doorslag geven.

_

Het witte g4 van Peter Uylings mist dit keer overrompelingskracht en de torens worden afgeruild langs de open h-lijn. In het tijdnoodduel dreigt Job de Lange nog even heel ondeugende dingen op f2, maar wordt daar terecht van weerhouden door de dame van Peter. Tot zijn opluchting kan Job zijn baas er dan van overtuigen dat verder spelen niet slim is.

_

Geen lachje kan er af bij Piet van der Weide. En met recht, want Bert van der Zijpp kent geen pardon met hem. Onze vreugdekreten beheerst onderdrukkend zien wij hoe Bert wat onbelangrijk materiaal afstaat in ruil voor een hele rits pionnen. “Een kwestie van techniek, dus dat kan nog moeilijk worden”, zegt hij bescheiden. Even later heeft hij gewonnen.

_

Broodspelers zijn het, tot de laatste stuiver toe. Bezorgd vraagt John Marcus of het eerste kopje koffie wel gratis is, anders ziet hij er liever van af. Gastheer Nico Kok maakt het hem niet al te moeilijk.

_

Op de deur van de Wijckermolen hangt de mededeling dat er niet gebiljart kan worden wegens een belangrijke schaakwedstrijd. “Waar is die belangrijke schaakwedstrijd dan wel?” vraagt De Savornin Lohman hautain bij binnenkomst. Cees Duivenvoorde maakt het hem al snel duidelijk. Een week lang heeft hij gestudeerd op het Jänisch en het verbluffende resultaat daarvan staat al na twintig zetten afgetekend op het bord. Onberispelijk wikkelt hij af, als zijn tegenstander vergeet op te geven.

_

Een vrij normale partij, maar toch nog een dubbelfianchetto van de zwartspeler. Van Geet loopt rond alsof hij reeds gewonnen heeft. Bert Heemskerk is dus in moeilijkheden. Zijn evenwichtsgevoel loodst hem echter langs de gevaarlijkste punten en vlak voor de veertigste zet staat hij opeens gewonnen. Van Geet heeft dat net iets eerder door dan Bert en ziet zijn remiseaanbod geaccepteerd.

_

[Weenink Post, jaargang 36 nummer 22, 14/05/85]

Draco dormiens nunquam titillandus

Het Denksport- en biljartcentrum ‘t Spaerne in Haarlem is afgeladen met schakers in de KNSB-competitie en het parallelle Kennemer Open toernooi. Wij spelen tegen een combinatieteam van Het Spaarne en de Heemsteedse Schaakclub. Wedstrijdleider Joost Jansen zegt dat we geen handen hoeven te schudden vanwege het coronavirus. Te laat. De meesten hebben het al gedaan. We hopen er met z’n allen het beste van.

Collignon (in de Volkskrant van 7 maart 2020)

Het is erop of eronder heeft onze teamcaptain gezegd. Iedereen die nu nog verliest moet vrezen voor zijn plaats. Jan Koopman en ik spelen met vuur. Jan, omdat hij doodgemoedereerd een stuk in laat staan en ondergetekende omdat hij het doodleuk offert. De tegenstander van Jan durft niet te pakken en die van mij schrikt zo dat hij opeens zijn halfuur voorsprong in tijd kwijt is. Wij redden het. Met gemak. Het combinatieteam van Spaarne/Heemstede niet. Dat verliest met 6½-1½. Het is de spreuk van Zweinstein. Kietel nooit een slapende draak.


Drie sukkels dachten met remise weg te kunnen komen. Die zullen dus met een hele goede reden moeten komen. Hieronder het slot van mijn partij. Mea culpa. Ik kon niet beter.

ES

Lekker bezig

Bakkum-Bergen

De vierde wedstrijd van het zaterdagteam van de schaakclub Bakkum voegde een nieuw hoofdstuk toe aan het verhaal “Wat er allemaal mis kan gaan in het souterrain van de KNSB”. Om maar met de deur in huis te vallen: die zat op slot. We konden ons hok aan de Van Speykkade niet in. En toen we er wel in konden, een vroege biljarter had ons toegang verschaft, zat ook de materiaalkast op slot en ook daarvan hadden we de sleutel niet bij ons. Martin Oudejans ging Henk van der Eng bellen.

O ja, even tussendoor, niet onbelangrijk, Bergen 2 had gebeld dat ze maar met zes man kwamen. De rest was ziek, zwak, misselijk of uitbesteed. De eerste twee borden gaven ze op. Dus onze eerste twee man, Andre Breedveld en Henk van der Eng, kregen vrijaf van Martin, die niet kinderachtig wilde doen. Maar Henk moest nu dus toch komen met de sleutel van de kast.

Daar was Henk. Opgewekt als altijd. “Lekker bezig jongens, ik heb jullie toch een sleutel gegeven, waarom neem je die dan niet mee. En waarom spelen Andre en ik niet? Bergen gaat natuurlijk ook schuiven met de opstelling.” Sorry Henk. Rustig maar Henk. We staan met 2-0 voor. Henk besloot dat we voor straf na afloop niet uit eten gingen. Toen zag hij mij staan. Hij klaarde opeens helemaal op. “Wat ga jij nou doen Evert, dat wordt zeker hond in de pot, moet je niet even bellen?” Hoe wist hij dat nou? Ik ging wel een patatje halen.

We hoefden dus maar zes tafeltjes neer te zetten. Dat kwam goed uit, want we waren laat. En we moesten die vermaledijde klokken nog instellen. Dat was nog een heel gepruts. Met de handleiding erbij. En het gaf sommige teamleden de gelegenheid om met elkaar kennis te maken. Nico Pos had alleen de eerste wedstrijd meegedaan en Jan Koopman zat toen nog in Griekenland. Nico nam plaats op het derde tafeltje achter de zwarte stukken. Jan dacht dat Nico bij Bergen hoorde en begon dus omstandig uit te leggen dat het derde tafeltje eigenlijk het vijfde bord was en dat de uitspelende vereniging op de oneven borden wit had en de thuisspelende vereniging zwart. Oké, zei Nico die geduldig had geluisterd, dan zit ik goed, ik ben van de thuisspelende vereniging. En jij?

De wedstrijd dan maar. Die was zonder onze kopborden van een beduidend minder hoog niveau dan we gewend zijn. Bakkum parkeerde de bus en scoorde twee (Pim Hoff en Martin Oudejans) snelle remises. Toen verloor Nico Pos. En Jan Koopman ging ook niet al te lekker. Gelukkig won Erik Breedveld heel knap, dus we hadden vier punten. Nou nog een halfje. Het zou toch niet… Ik kreeg het er benauwd van. Mijn tegenstander vergaloppeerde zich en bood remise aan. Ik keek naar onze captain. Hij schudde zijn hoofd. Dus ik deed braaf nog een zet, waarop mijn tegenstander vloekte, de stukken op een hoop veegde en me de hand schudde. Hij was herstellende van een staaroperatie en zag het allemaal nog niet zo goed. Tranende ogen.

En er waren toeschouwers. Hans Leeuwerik kwam kijken met twee zeer welopgevoede honden. Ik moest denken aan de verjaardagen vroeger bij mijn vader en moeder thuis. Mijn moeder had alles netjes klaargezet en dan kwamen de tantes met de dalmatiërs Bruna (met de bruine stippen) en Kuçka (met de zwarte stippen), die met hun staarten enthousiast alle ingeschonken koffiekopjes van de salontafel veegden. Precies de goede hoogte hadden die honden. Vond ik. Mijn moeder niet. Alles in gruzelementen. Dat deden de honden van Hans niet. Die waren ook kleiner.

En Fred Kok was er. Hij temperde onze hoge verwachtingen. Kijken of deze overwinning stand houdt, zei hij. Zes tafeltjes in plaats van acht, dat vraagt om moeilijkheden. Afwachten wat de regels van de KNSB hierover te zeggen hebben.

De allerlaatste mohikaan was Jan Koopman. Hij is onze moedigste strijder en ons meest enthousiaste lid. Maar hij streed hier een verloren strijd. Kijk maar. De overmacht van Bergen was te groot. Mogen jullie niet opgeven vroeg Bergen aan mij. Nee, zei ik, dat mag niet. We mogen nooit opgeven.Vaak ook geen remise aannemen. En al helemaal niet aanbieden. Tenzij om tactische redenen. Opgeven is niet tactisch. Dat moet je zo lang mogelijk uitstellen.

SC Bakkum gaat ondergronds

Eindelijk, eindelijk mochten wij ook een keertje: schaken in de Atoombunker in Schagen. De geheel elektrische Nissan van Henk van der Eng bracht ons ernaartoe. Ik had voor de zekerheid mijn powerbankje meegenomen, maar dat was niet nodig. We haalden het met gemak. De mannen van Magnus Anna Paulowna Combinatie hadden een menselijke ketting gevormd om ons naar binnen te loodsen. Eén man aan de weg, een om de hoek bij de parkeerplaats en een bij de deur die toegang gaf tot de trap naar de ondergrondse bunker. Onze faam als brokkenmakers was ons vooruitgesneld.

Op de heenweg hadden we een nieuwe invaller opgehaald. Nico Pos had zich de avond tevoren ziek gemeld. Dit keer gingen we het proberen met Gerard Kuijs in plaats van Nico Kuijs.

Beneden in de bunker kregen we een korte geschiedenisles (de bunker deed tussen 1969 en 1986 dienst als commandopost van de Bescherming Bevolking) en een kleine rondleiding. Vooral de ruimte waarin de fietsen stonden die we moesten gebruiken om het noodaggregaat te voeden als de stroom uitviel, zorgde voor hilariteit en meer nog voor enthousiasme bij de fervente fietsers onder ons: Gerard van den Bergh en Gerard Kuijs. Het zou niet nodig zijn.

Bij Weenink in de oude Wijckermolen aan het Meerplein schaakte vroeger een blinde speler. Toen een keer in het gammele bovenzaaltje waar we speelden het licht uitviel riep iedereen: klokken stil, waarop de blinde speler riep: nu niet kinderachtig doen jongens, gewoon doorspelen!

Er werd goed voor ons gezorgd. We kregen een consumptiebon en mochten behalve koffie, frisdrank en bier, ook soep bestellen. En we stonden in een mum van tijd met 3½-½ voor (ja onze invaller had ook gewonnen, we houden ons hart vast), maar de angel zat in de staart.

Onze kopman André Breedveld kwam niet verder dan remise. Maar hij had te maken met een tegenstander die zich verzekerd wist van de steun van een vroeg prototype van AlphaZero, dat naast zijn bord stond opgesteld. André op zijn beurt kon geen verbinding maken met de gebruikelijke hulpmiddelen in de Cloud, want we hadden geen bereik (Aan het eind van de middag kwam Aart Strik nog even langs om te controleren of alles eerlijk was gegaan).

Gerard van den Bergh en Erik Breedveld verloren. Alles hing nu af van Fred Kok. Ondertussen hadden we (buiten de bunker) op aanraden van de Schagenaren een tafel gereserveerd bij Chica Chica, een Mexicaans restaurant in de Molenstraat van Schagen. Om zes uur. Dat gingen we niet halen.

Om half zeven zat Fred nog te schaken. Hij had zijn stelling van goed naar gelijk in slecht zien veranderen en het eindspel werd netjes uitgetikt door zijn tegenstander Henk Bermon. Die daarmee de eindstand op 4-4 bracht.

Tot slot een diagrammetje uit de eerste hand. Ik was weer eens in tijdnood, want ook in de bunker stond de tijd niet stil, en wit had zojuist c2-c3 gedaan, met aanval op het zwarte paard. Maar daar had ik op gerekend. Het moest nou maar eens uit zijn. Mijn centrumpionnen hadden al een tijdje staan trappelen van ongeduld en daar was dan eindelijk het sein: d4-d3!

Thuis gekomen liet ik de zet aan Stockfish zien. Reken maar dat ik trots was. Maar het vervelende visje verblikte of verbloosde niet, sloeg een keer met zijn staart en murmelde: zo goed is die ook weer niet, wat dacht je van Dd1xd3? Hahaha lachte ik, nou heb ik je: e5-e4! Wat ben jij hardleers mopperde het visje en het deed Dd3-c2. Ik speel niet meer met jou, zei ik.

zie ook: Fotoreportage van de voormalige bunker van de B.B. (Bescherming Bevolking) kring A in Schagen (45 foto’s, Regionaal Archief Alkmaar),

maar vooral ook het verslag van Andre Breedveld: Als je de hitte niet kan verdragen moet je uit de atoombunker blijven op de website van SC Bakkum

Dit is het spel dat zijn de regels en zo moet het gespeeld worden

Op weg naar de Van Speykkade voor de tweede wedstrijd van SC Bakkum in de KNSB kruisten twee zwarte pieten mijn pad. Ze waren van de ouderwetse soort. Ze zwaaiden naar mij. Ik zwaaide terug en hoopte dat niemand het gezien had. Ik geloof niet in zwarte katten, maar houd nog wel van zwarte piet en dat zat me toch niet lekker. Dit zou wel eens heel slecht kunnen aflopen.

Bij het Buurt- en Biljartcentrum zag ik Henk van der Eng. Hij had een betraand en een opgelucht oog. Meestal heeft hij een serieus en een boos oog, maar nu dus niet. Pim Hoff lag in het ziekenhuis en Henk had een invaller gevonden. Daartussenin had hij samen met Martin Oudejans stad en land afgebeld om het team compleet te maken. Allemaal op zaterdagmorgen tussen elf en een. Het was gelukt. We konden Opening ’64 netjes ontvangen.

De wedstrijd ging nergens over. Maar dat wisten we toen nog niet. Dus we deden ons best. En we waren aan elkaar gewaagd. SC Bakkum en Opening ’64. Vijfde klasse KNSB. Onze invaller Nico Kuijs had zijn voetbalmiddag laten schieten voor een schaakpartij. Hij won. Had niet gehoeven.

Andre Breedveld speelde samen met zijn tegenstander de sterren van de hemel. Andre ging langs afgronden. Hij was niet als de blinde die zei: afgronden, ik heb ze niet gezien. Andre had ze allemaal gezien. Andre is een moedig man. Hij besliste de wedstrijd in ons voordeel. Dachten we toen nog.

Een onverstaanbaar goede show

Toch waren wij er niet helemaal gerust op. Want wat Andre had gedaan, kon dat wel door de beugel? Voldeed het schilderij dat hij notatie noemde wel aan de regels? De KNSB heeft heel veel regels. En past ze allemaal toe. Waar dienen ze anders voor? Om het ons gemakkelijker te maken. En om de beoefening van het schaakspel te bevorderen.

Wij vierden bij de Italiaan onze eerste overwinning ooit en probeerden de uitslag in te voeren bij de KNSB. Het mocht niet. Kat in de zak. Onze invaller, KNSB-lid sinds jaar en dag, was die ochtend pas opgegeven voor ons team. Dat had dus twee weken eerder gemoeten …

Ik was die zwarte pieten aan het begin liever niet tegengekomen.


De frases “Dit is het spel …” en “Een onverstaanbaar goede show” zijn ontleend aan voorstellingen van Neerlands Hoop uit lang vervlogen tijden toen we nog onschuldig waren en overal om konden lachen

Faux Pas



Bij het eerste optreden van SC Bakkum in de KNSB kreeg het team een ongenadig pak rammel van Caïssa Eenhoorn 3. Aan de Van Speykkade in Castricum werd het 7-1 voor de bezoekers. Slechts twee remises stonden zij ons toe. Wij speelden best aardig maar struikelden over onze eigen benen, zei onze coach, en volgende keer beter. Het had ook andersom kunnen zijn, zei onze eerstebordspeler, maar die bedoelde dan waarschijnlijk alleen zijn eigen partij.

Later bij La Trattoria kregen we pas weer praatjes. Over de verdediging van ons cultureel erfgoed en hoe dat nou in de NAVO moest met die Turken. En over het onderscheid (of het ontbreken daarvan) tussen tolerantie en angst. Ja als het met schaken niet lukt, dan pakken we de andere wat kleinere zaken aan. Net zo makkelijk. En dat van die klokken waar we eigenlijk niet mee hadden mogen spelen en die we tot overmaat van ramp allemaal verkeerd hadden ingesteld, dat was een aanpassingsfoutje. Verder niet over zeuren. Onze tegenstanders uit Hoorn hadden het gelukkig ook door de vingers gezien. Waarvoor hulde.


Zelf deed ik ook mee. Met een idiote kortsluiting in tijdnood. Er zat een winnende combinatie in de stelling met matdreiging op de onderste rij. Mijn tegenstander maakte een gaatje voor zijn koning. Het verkeerde. Mijn dame stond stond erop gericht. Ik schrik en voer de combinatie uit het lood geslagen … niet uit, maar maak als een aapje precies ook zo’n gaatje. Ik durf het bijna niet te zeggen. Mijn vader had het ook. Alles gespiegeld en omgekeerd doen. En ik nu ook. Als ik thee moet zetten en in gedachten ben begin ik koffie te zetten en als het koffie moet zijn thee. En mijn vriend Peter. Als we op Terschelling fietsten zei hij hier moeten we linksaf en dan wist ik dat we rechtsaf zouden slaan. Mijn vader en mijn vriend zijn niet dement geworden of zo maar wel dood. Ik ga langzamerhand dezelfde kant op ben ik bang. En dat is niet om te lachen.

Waar liggen hier de pennen?

We waren ruim op tijd in de Vrolikstraat, Bram en ik. In het Cygnus Gymnasium ontbrak alleen Dragan. Die deed niet mee. Als we dat hadden geweten hadden we een trein later kunnen nemen.

Berend van Maassen

Iedereen had er zin in. Berend, die inviel voor Dragan, helemaal. Hij ging voor de winst verklaarde hij onbevreesd. Wij hielden ons hart vast en wensten hem succes. SGA-man Dirk Goes, die wij vaak tegenkomen, onder andere bij thuiswedstrijden van De Wijker Toren, en die aardig is en bovendien goed schrijft (als je belangstelling hebt voor schaakgeschiedenis, lees dan Lodewijk Prins tot op het bot principieel), wees mij de wedstrijdleider van dienst aan. Ik mocht foto’s maken!

VAS 3 – De Wijker Toren 2

De wedstrijd was nog maar net begonnen toen er een verlate speler gehaast op mij afkwam. “Waar liggen hier de pennen?” Ik wist het niet. Toen nog niet.

Arjan Wijnberg

Het klaarde even op buiten. Bram en ik gingen brood halen bij Hartog in de Wibautstraat. Bram ziet een pen liggen op straat. Hij raapt hem op. Ja dat is een tic van mij, zegt hij. Ik verzamel pennen, kan ze niet laten liggen. Ik heb thuis een doos vol. Handig voor viertallenwedstrijden bij het bridgen, daar moet nog geschreven worden. Ik zeg die heb ik nodig voor die speler die er een zocht. Nou weet ik waar ze liggen. Dan zal ik je een ander verhaal vertellen, zegt Bram.

Meneer Ghijsen is de allerkeurigste schaker van VAS. Elke zet is voor hem een ritueel. Daarvoor haalt hij een pen uit de binnenzak van zijn colbert, legt vervolgens de verandering op het schaakbord zorgvuldig vast op het notatieformulier en bergt daarna de pen weer op in de binnenzak van zijn colbert. En nooit zul je ook maar het geringste spoor van haast in die heilige handeling ontdekken. Pim Ghijsen is een man met stijl.

Thomas Broek

Thomas Broek had het minder getroffen met zijn tegenstander. Die weigerde te noteren toen hij in tijdnood was. Hij was er werkelijk met geen stok of wedstrijdleider toe te bewegen. Thomas liet het maar zo. Over dat soort dingen maakt hij zich niet druk. Hijzelf noteert altijd. Zelfs zijn rapidpartijen schrijft hij op.

Peter Uylings

Peter Uylings houdt je (Bram opletten!) altijd op de hoogte van alles wat er op zijn bord gebeurt. Nu begon het met een Spaans middengambiet (verlies ik daar toch een pion), waarna hij verslag komt doen van een gemene dreiging die hij het hoofd gaat bieden, om ons even later te komen vertellen dat het punt nakende is. Ik vat het hier kort samen. En dan opeens is er een hele tijd geen verbinding meer. Geen signaal. Helemaal niks. Volledige radiostilte. Als we voorzichtig gaan kijken wat er aan de hand is, blijkt hij het nakende punt voor de helft te hebben verkloot. Zijn woorden.

Ivo Kroon

Dit is Ivo Kroon, de tegenstander van Berend van Maasen. Hier zit hij er nog ontspannen bij. Even later niet meer. En nog weer wat later opeens weer wel. Berend had hem een Noteboom voorgeschoteld. Dat ging heel goed. Berend was in zijn sas. O Fortuna. Hij won een stuk. Bood nu eens niet remise aan. Hij ging voor de winst weet je wel. Ik was even weg. Stom stom stom. Nanny bellen dat ik een brood gekocht had. En toen kwam Bram vertellen dat Berend zijn dame had weggegeven. En het was nog waar ook. Rota tu volubilis. En dat brood, dat was helemaal geen brood, maar een keiharde baksteen. En daar ging ik mee … Berend ging aan het bier. Ik kreeg ook. In een schoolkantine. Ja Evert we zijn hier in Amsterdam. Hoe kan je zulke vreselijke dingen zo licht opnemen.

En of dat alles nog niet genoeg was wist Bram ook nog te vertellen dat Paul Spruit eveneens zijn dame had ingeleverd. Het ging nog spannend worden op die manier.

Paul Spruit

Het bleek heel iets anders te zijn. Nog veel gekker. Paul had vriend en vijand op het verkeerde been gezet. Eens een schuiver (zijn woorden) altijd een schuiver (onze gedachten). Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan. Klopte opeens helemaal niets meer van. Aan de buitenkant zag je niets aan hem, hij straalde nog steeds dezelfde rust uit, maar hier zat de Spruit 2.0 nieuwe versie. Het begon met een kwaliteitsoffer (nieuwe feature), gevolgd door het ouderwets aandraaien van alle schroeven (wat goed was is behouden) en de show werd afgesloten met een tot voor kort onmogelijk gehouden dus sensationeel dameoffer (en geen syteemfout, zoals wij simpele zielen eerst dachten). Hier kunnen we nog veel plezier aan beleven. Zelfs het promoveren van pion tot dame zit er in!

Tijd om de balans op te maken.

De laatste loodjes

De Wijker Toren 2 won ondanks nederlagen van Nico Kok en Berend van Maassen met 5-3 van VAS 3. De punten kwamen van Cas Kok, Arjan Wijnberg, Paul Spruit, Wim Rakhorst en twee halve van Peter Uylings en Dennis Bruyn.

De Wijker Toren 1 won nipt met 4½-3½ van VAS 2. Bart-Piet Mulder had een offday en ook Bastiaan Veltkamp en Jimmy van Zutphen konden het niet bolwerken. Hing Ting Lai en Sjoerd Plukkel wonnen onnavolgbaar en Richard Schelvis leverde een bijzonder gave partij af. Thomas Broek zorgde voor het halfje en het beslissende punt werd heel knap gescoord door Rick Duijker. Hij kan het wel als hij maar wil. Stond vroeger op mijn schoolrapport.

Maar Kiki Bertens won Madrid

In Zoetermeer deed De Wijker Toren 2 een gooi naar promotie. De beste zeven nummers twee in de uit negen poules bestaande vierde klasse waren recht hebbend. Rekenmeesters hadden uitgevogeld dat zelfs verlies niet gelijk een ramp was. Want dan moesten in zes andere klassen zeven van alle acht nog kans hebbende ploegen winnen. Vrijwel onmogelijk. Statistisch gezien. Maar u begrijpt al wat er in deze barre tijden gebeurde. Ze wonnen alle acht. Tegen zoveel overkill kan geen kansberekening op.

Terug naar Zoetermeer. Er moest dus gewonnen worden of tenminste gelijkgespeeld. Tegen de kampioen Botwinnik. In het thuishonk van die andere club in Zoetermeer die de hoopvolle naam Promotie draagt. U kijkt er vast niet vreemd van op dat wij op het juiste tijdstip op de verkeerde plaats stonden. Maar geen nood, het stratenplan van Zoetermeer is heel inzichtelijk, dus legden we in een mum van tijd aan bij onze echte bestemming: wooncentrum De Gondelkade.

We baanden ons een weg, door wat eufemistisch het eetcafé heette, naar de schaakzaal. Het was een gezellige boel. De bestelde broodjes kroket werden desgewenst bij je bord afgeleverd en bier was er ook in ruime mate. Later op de middag zou in het restaurant enthousiast gekiend worden. Wij hielden het bij schaken. Dat wil zeggen de teams van Promotie, Botwinnik, DD, Almere en De Wijker Toren. Ik maakte foto’s.

Dragan was als eerste klaar. Hoe kon het anders. Zijn tegenstander Rinze Mulders gaf zijn dame voor een handvol stukken, maar vergat toen zijn koning in veiligheid te brengen. Dragan was er weer eens als de kippen bij. Hierboven lijkt het of hij nadenkt. Dat is schijn. Dragan denkt niet na. Hij doet.

Botwinnik 1 – De Wijker Toren 2

Peter Uylings moest ruim een half uur wachten op zijn tegenstander Arno van der Lubben. Dat haalde de vaart er een beetje uit. Opa kwam te laat op gang en hervond zijn vorm pas na de partij. Koning van de nabeschouwing. En ook Wim Rakhorst dolf het onderspit. Zijn tegenstander Wouter Bik gaf in de opening eerst twee pionnen weg maar won er even later al combinerend drie terug, waarna er voor Wim geen eer meer te behalen was.

We stonden achter en dat bleef een tijdje zo. Want Dennis Bruyn schoof tegen Arno Middelkoop vlekkeloos remise en Paul Spruit deed hetzelfde tegen Thom Beeren. Die laatste twee trakteerden elkaar op een spelletje wederzijds catenaccio, waar Helenio Herrero vijftig jaar geleden nog van had kunnen leren. De middenlijn werd lange tijd niet gepasseerd. Loerend naar elkaar werd pas om half vier gerokeerd. Allebei dezelfde kant op. Lang.

Roger Labruyère met vechtpet

Ik deed een rondje door de zaal. Promotie 1 speelde tegen Almere 2 en Promotie 2 tegen DD 3. Beide teams van Promotie wonnen. Er kwam een man naar mij toe. Bent u fotograaf? Ik heb u eerder gezien, bij het Tata Steel Chess toernooi in Wijk aan Zee. Daar liep u ook al zo rond. En hij deed voor hoe. Hobbyfotograaf, nuanceerde ik. En ik dacht: ik val toch meer op dan me lief is.

Tom Vokurka komt op de koffie

Nuances daar ging het om. En die zouden ons de das om doen. Was de ene nestor Peter Uylings even te langzaam, de andere nestor Nico Kok was tegen Stefan Buchly even te snel geweest. Later legde hij aan een meegereisde scorebordjournalist uit dat het pionoffer nog wel klopte maar even daarna het schaakje te overhaast was. Een beginnersfout dus. (Dit laatste schrappen in de definitieve versie!)

Nu stonden we echt serieus achter en hing promotie aan de zijden draadjes van de rekenmeesters. Arjan Wijnberg en Cas Kok moesten allebei winnen. En dat gingen ze doen. Zo te zien. Arjan na de wonderlijkste taferelen tegen zijn tegenstander Rogier Zoun, die zich offerend een weg naar Arjans koning had gehakt, maar toen in tijdnood niet doortastend genoeg was, en Cas die tegen Erik Middelkoop op het punt stond het eindspel kundig in zijn voordeel te beslissen.

De zet die Cas niet deed

Het ging dus anders. Ja, Arjan won. Maar Cas maakte, zeg maar…een vingerfout.

We zaten bij te komen in de heksenketel van het Wereldrestaurant in Beverwijk. Wonden likken was het. Net niet bij de beste zeven nummers twee, spraken de mannen monter. De een na slechtste nummer twee bedacht ik somber. (Dit misschien ook maar schrappen) Kat met een u was het, zoals ik eerder in de week een Amsterdamse marktkoopman overdreven netjes uit de hoek had horen komen toen hij het over Ajax had. Dennis Bruyn ging nog maar eens iets te eten halen. En Kiki Bertens won Madrid.

De Wijker Toren komt een mespuntje te kort

De borden stonden al klaar. Toen kwam iemand er achter dat ze verkeerd om stonden. De Wijker Toren speelde altijd met het gezicht naar de bar en de tegenstanders altijd met de zon in het gezicht. Daar was over nagedacht. Dus de hele handel werd omgedraaid. Net op tijd. Maar het zou niet baten. De zon liet verstek gaan…

Het tweede had nergens last van. Dat won met 7-1 van Het Spaarne en heeft nu een reële kans op promotie. Maar het eerste liep onherstelbare schade op. Messemaker 1847 was net een tandje te sterk. Wie wil er nog mee naar Zeeuws-Vlaanderen. Want het gaat nergens meer om. Messemaker, LSG 2 en DD strijden nu om het kampioenschap.

Het begin van de wedstrijd

Wat als Sjoerd Plukkel iets bijdehanter was geweest (waar zijn de tijden gebleven dat hij van een grootmeester won?), wat als Rick Duijker dat eindspelletje gewoon remise had gehouden (had heus wel gekund), ja dan hadden ook de stuurlui aan wal een stuk vrolijker gekeken.

Was dat alles? Nee. Dennis Bruyn had zijn woeste hoodie weer aan. Maar ik heb hem nog nooit zo verschrikt zien kijken als toen hij er een zakje brood onder vandaan frommelde en zijn tegenstander (ik ga echt niet zeggen wie, hij is de kwaadste niet) uitviel met het nijdige: “Wat doe je, wat doe je nou?” Dennis wist niet hoe gauw hij het corpus delicti weer moest opbergen. “Dat had je nog een keer moeten doen”, zei Bram toen hij hem even later tegenkwam in de wandelgang. “Daar heb ik helemaal niet aan gedacht”, zei Dennis, ook de kwaadste niet.

Naschrift
Bram zei zo tegen het eind van de wedstrijd dat BP en Rick gingen verliezen. Ik hield vol dat ze allebei remise zouden maken. Bram kreeg gelijk. Ik kon het niet geloven. Het is de volgende dag. Ik controleer mijn foto’s en zoek naar de stellingen die ik gezien meen te hebben en die er toe doen. Dit verhaal krijgt dus een staartje.

Men denkt zo luchtig over dit spel

We moesten met Excelsior tegen Bakkum. Die club speelt in het Biljartcentrum aan het eind van de Stetweg, vroeger op dinsdagavond, maar nu op maandagavond, want de schakers hadden op dinsdagavond last van de biljarters. Die maakten te veel herrie. Dat is trouwens wel gek. Want ik weet nog goed dat we een keer bij ZSC/Saende in het BOKO biljartcentrum op bezoek waren en we gelijk bij binnenkomst de pin op de neus en een wasknijper op de lippen kregen om stil te wezen, want er werd gebiljart! Nu is dat dus omgekeerd. Tijden veranderen.

“Ha, daar heb ik u door. Die is uit Ongelofelijkheden in Helmond, waar ik me, het moet 1960 geweest zijn, na de bloedstollende biljartwedstrijd tussen kleine Keesje de Ruiter en Piet van de Pol met de laatste nog wat onderhield, nadat hij zijn partij op 184 caramboles had moeten afbreken omdat een prolurk in het publiek een lucifer afstreek en het prompt gedaan was met de concentratie.”

(Bas van Kleef op bezoek bij Bomans)

De avond begon veelbelovend. Al gelijk viel het licht in de toilletten uit, kon de koffie die we zelf moesten zetten niet warm gehouden worden en deed de verwarming het niet meer. Er was een stroomstoring, zo werd er omgeroepen. Ik was snipverkouden. Dit kon er ook nog wel bij. Ondertussen raasde er met een zekere regelmaat een trein voorbij. De stroomstoring strekte zich niet uit tot op het spoor.

Ik was als eerste klaar. Dat lag voornamelijk aan mijn tegenstander. Die trakteerde mij op een Bird, speelde snel en wist wat hij moest doen. Ik kreeg het er benauwd van. In vijftien zetten waren we zo’n beetje uit de opening en had ik het beestje zijn snavel uitgetrokken. De vogel was na de eerste zet niet verder gekomen dan de derde rij. De vierde rij was niemandsland en daarachter zat ik dus te wachten. Lastig hoor. Moet je ‘m gaan halen of komt ie zelf?


Hij had nog een keer niks kunnen doen met b3 of Lc1. Of hij had dat paard aan de zijlijn terug kunnen fluiten. Hij had ook c4 of d4 kunnen spelen of Dg3. Maar ik had zo’n flauw vermoeden dat hij wat anders ging doen. Die batterij op de f-lijn stond er niet voor niks en ik had expres veldje g5 voor hem open gelaten. Het werkte als een magneet.

16. e3-e4 d5xe4 17. Ld2-g5 e4xd3 18. Lg5xf6 Lg7xf6 19. Le2xd3 Lf5xd3 20. Df2xf6 Dd8xf6 21. Tf1xf6

Zo dat ruimde lekker op. De stroomstoring was voorbij. De koffie liep weer door en ik kreeg het wat warmer. En na het geplande 21. … c5-c4 kon er eigenlijk niets meer mis gaan.


Hij had zich nu moeten verdedigen met de torens op de tweede rij en het paard naar c2, maar hij deed 22. Pa3-b1 en was na 22. … Ta8-e8 23. Pb1-d2 Te5-e1+ (en nog wat zetten) het haasje.

Zo, dat was dan mijn laatste bondswedstrijd in afgelegen zaaltjes op een doordeweekse avond en met het daarbij behorende tempo. Het is aan mij niet besteed. Ik heb het een tijd geprobeerd. Het ging niet.

“Men denkt zo luchtig over dit spel. Ieder, die ‘s avonds, bij lamplicht, een beetje zit te schuiven, denkt: kijk, ik schaak. Dat is eenvoudig belachelijk.”

(Godfried Bomans in: Wat denkt een meester er van?)

De Wijker Toren is Bergen te machtig

De schakers van SC Bergen tegen de schakers van de Wijker Toren 2 (Bergen 2018)

Zaterdagmorgen 15 december 2018. Samen met Nanny koffie gedronken in het Huis met de Pilaren. Rond de Ruïnekerk stond de weekmarkt opgesteld. Het was koud. De kaashandelaar prees zijn waar aan met: in uw mond moet de de kaas op temperatuur komen mevrouw. Want dat er anders geen smaak aan zat. Wij werden de Eerste Bergensche Boekhandel binnengeloodst door de boekhandelaar, die ons uitgebreid verslag deed bij de in zijn winkel tentoongestelde objecten van de kunstenaar Coen Vernooij. Of wij wel beseften dat dit geen gewone boekhandel was, maar meer dan dat: een centrum van kunst en cultuur.  Bedremmeld stonden wij even later weer buiten en ging ik op pad naar het Ontmoetingscentrum T&O aan de Kogendijk 42a waar De Wijker Toren 2 het op ging nemen tegen de plaatselijke Schaakclub Bergen.  

Karel Otto – Henk Bouwmeester (Bergen 2018)

De Wijker Toren 2 speelde dus tegen het eerste van Bergen (KNSB klasse 4E) en in het bijprogramma speelde het tweede van Bergen tegen het tweede van Magnus Anna Paulowna Combinatie (KNSB klasse 5C).

De man in die mooie trui op de foto hierboven is Karel Otto. Hij was vorige week mijn tegenstander toen ik hier met Excelsior op bezoek was, maar dat was op een doordeweekse avond voor de tweede klasse NHSB. Richard Frans en Dennis Mienis speelden toen ook mee. Dennis deed Excelsior de das om. Het zijn enthousiaste schakers daar in Bergen.

De barman en als je goed kijkt acht krukken en twee dames voor als het nodig is (Bergen 2018)
Peter Uylings heeft er zo’n zootje van gemaakt dat hij niet eens ziet dat hij een dame heeft gevangen

Zo zag het er ongeveer uit. In essentie. Peter Uylings was steeds een zetje te laat geweest. Hij was er met zijn hoofd niet bij. Normaal vertrouwde hij op zijn genialiteit. Nu was hij dat even kwijt geweest. En hij had nog wel zo’n leuk stukje willen opvoeren. Voor Elise. Het nieuwtje ging zachtjes zingend door de zaal. Hij was opa geworden. En dat hij er een rommeltje van had gemaakt. Hier op het bord wel te verstaan. Dat hij niet eens had gezien (of niet op tijd) dat hij een dame had gevangen. Hij probeerde het me uit te leggen. Fluisterend. Ik snapte er niets van. Zonder plaatjes gaat het niet bij mij. Ik zag het pas toen zijn tegenstander mij hielp met de idiote zet h2-h3. 

Dennis Mienis en Dragan Skrobic na hun partij (Bergen 2018)

Bij het begin van de wedstrijd was de Wijker Toren met zeven man. Dragan ontbrak. Na een half uurtje nog steeds. Dennis Mienis liep verweesd rond. Hij vroeg: komt hij wel? Ik zei: dat weet je niet. Dat stelde hem niet gerust. Hij vroeg: hoe speelt hij?  Ik zei: hij heeft niet veel tijd nodig. Dennis sprak dapper: ik ook niet. 

Arjan Wijnberg verliest en Nico Kok denkt na (Bergen 2018)

Peter Uylings en Arjan Wijnberg verloren. Dragan won. Wim Rakhorst en Stefan Jorritsma scoorden een halfje. De stand was dus 3-2 voor Bergen. 

Stefan rekende mij nu voor dat Nico Kok en Paul Spruit gingen winnen en dat Cas  Kok het benodigde laatste halfje voor de overwinning zou veilig stellen. Bij die laatste voorspelling keek ik waarschijnlijk een beetje moeilijk. Let maar op, zei Stefan.

Paul Spruit denkt na (Bergen 2018)

Waarom heb je niet ook nog 30. Pxa7 gedaan vroeg ik. Hij had zojuist een achtergebleven pion op c6 buit gemaakt. Paul keek mij glimlachend aan. Dat was een beetje tricky, zei hij. Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan. Pion voor, betere stelling, kwestie van uitschuiven en geen gekke dingen meer doen.  Paul ten voeten uit.

De slotact Cas Kok-Richard Frans (Bergen 2018)

Stefan kreeg gelijk. Hij heeft er kijk op. Nico en Paul wonnen en Cas hield een bloedstollend eindspelletje remise. Onverschrokken, maar met het nodige geluk. Ik was op het podium geklommen. Ik heb alles gezien.


SC Bergen – De Wijker Toren 2 (KNSB vierde klasse E)  3½-4½  

(voor Marcel Duin, zie: Die vloer, die vloer…)

De Kennemer combinaties vliegen de Wijker Toren om de oren

De Kennemer Combinatie  vermeldt een aantal adressen op zijn website: het Kennemer Sportcentrum aan de IJsbaanlaan, De Schakel in de Pijnboomstraat en ‘t Trionk in de Van Oosten de Bruijnstraat. Band On The Run. De KNSB verwijst in zijn wijzigingen in de downloadgids naar het Sportcentrum. Dat zal dus wel niet kloppen. En in het Trionk moeten we ook vast niet zijn. Dus we gaan naar de Pijnboomstraat. En geloof het of niet: in één keer goed.

In wijkgebouw De Schakel kunnen bewoners terecht bij het Sociaal Wijkteam met vragen over wonen, welzijn, zorg, vervoer en financiën. Ook zijn er activiteiten, onder meer lunchen voor ouderen. Wij laten ons hierdoor niet uit het veld slaan en zoeken de schakers van De Wijker Toren 2 op. Ze zitten in een klein bijzaaltje. In de grote zaal spelen de grote jongens, de crème de la crème van de Nederlandse competitie.

Kennemer Combinatie-En Passant, meesterklasse KNSB

Ik vraag aan de wedstrijdleider of ik mag fotograferen. Hij zegt in het eerste uur wel. In het tweede uur … nou vooruit. Maar in het derde uur beter van niet, want dan komen ze in tijdnood en dan kunnen ze zich echt aan ALLES ergeren.

Daar schrok ik wel van dus ik hield me een beetje gedeisd, dus de foto’s zijn wat minder en van een afstandje.

In het zaaltje waar De Wijker Toren zit staat een mededelingenbord. Het geldt duidelijk niet voor ons. Die genealogenclub in de Heinzaal was op woensdag: lezing over de bende van Anthonis van Eembrugge in de zestiende eeuw. Er staat ook een sjoelbak. Zo’n zaaltje is het.

De Wijker Toren 2 op bezoek bij de Kennemer Combinatie 4

Peter Uylings maakt bezwaar tegen zijn dame. Zij ziet er akelig bleek uit en is van plastic. Een koude dame. De wedstrijdleider die tussen de twee zalen heen en weer schicht zegt dat hij zijn best zal doen. En inderdaad krijgt Peter al snel een warmer exemplaar aangereikt, afkomstig uit de grote zaal na een snelle remise.  Peter weet hoe er mee om te gaan en na een aantal achteruitzetten van zijn tegenstander kan hij zijn vaste act opvoeren:

Hij speelt 25. d4-d5! en fluistert: “Verlies ik daar toch een stuk op e5!” Zijn tegenstander vliegt er niet in, doet 25. … Le6-f5 en geeft na 26. Pe5-d7+ op.

Intussen heeft Dragan Skrobic ook al gewonnen. Die gaat nog wat schaakvrienden groeten in de grote zaal. Wij erachteraan. Komen we terug, zien we Berend van Maassen in de hal staan glunderen. Gewonnen. Drie-nul. Hoe kan dat nou Berend? Nou kom maar kijken:


De Kennemer Combinatiespeler doet 21. Kg1-h1? en na 21. … Pf6-e4  22. Pe2-g1?? En toen heb ik het paard op c3 geslagen, zegt hij, met de toren.  En wil jij misschien dat uitslagenbord in de grote zaal fotograferen? Dat vind ik wel leuk, dan sta ik daar op samen met de groten van het Nederlandse schaak: Van Wely,  Van Foreest, Vedder & Vedder, van dat soort kanonnen.


Dus toen heb ik heel sneaky dat uitslagenbord staan fotograferen, want we zaten  in het derde uur en dan kunnen ze zich echt aan ALLES ergeren.

Berend van Maassen kijkt hoe de grootmeesters het doen

Berend loopt nu rond alsof hij er helemaal bij hoort en ik maak gauw nog een paar foto’s.

Arme Ilias van der Lende. Hij zit in de hoek met de piano waar de stoelkussens worden opgeslagen en de klappen vallen. Hij verliest van Richard Vedder. Die Vedders zijn voor de duvel niet bang. Arme David Klein. Hij verliest van Namig Guliyev. Die kennen we nog van zijn winstpartij tegen Erik Schoehuijs in het Noteboom-toernooi van 2016.

Cas Kok

Terug naar de kleine zaal. We komen Cas Kok tegen. Hij heeft gewonnen. Hoe kan dat nou Cas? Het was toch potremise. Nee hoor, kom maar kijken:


Dit is een stelling die mij wel bevalt. Er zijn zo’n 24 zetten mogelijk voor wit. We laten daarvan de zetten die regelrecht de toren of de loper weggeven buiten beschouwing. Dan blijven er nog achttien over. Daarvan verliest er wel geteld één! De Kennemer Combinatiespeler draait daar zijn hand niet voor om. Hij heeft  al lang schoon genoeg van de partij en grijpt zijn kans: 44. g2-g3!! g5-g4+  45.Kh3-g2 g4xf3+  46. Kg2-f2 Tc1-c2+ en douchen.

Paul Spruit en Dennis Bruyn maken remise. Je moet je tegenstanders ook wat gunnen. Maar je moet het ook weer niet te gek maken. Nico Kok wint (Nico staat op geen enkele foto, op de heenreis zag Bram hem nog fietsen en even daarna Cas, maar is Nico wel aangekomen?) en Wim Rakhorst tikt de 7-1 binnen.

De Wijker Toren doet het goed als Bram en ik komen kijken. We waren trouwens zo’n beetje de enige supporters. In dat hele gebouw. Misschien stonden de mensen aan het IJsbaanpad of zo. Ik zou het niet weten. Topschaak zonder live-borden met alleen Bram en mij als toeschouwers. Wat is hier mis?

De Wijker Toren speelt oost west thuis best

De Wijker Toren 1 en 2 uit of thuis: dat scheelt een kwaliteit. Na de misstap in het Westland en het debacle aan de Amstel herpakten de teams zich in een zonovergoten Wijk aan Zee met overwinningen op LSG 2 en Santpoort 2.

De supporters beginnen er in te geloven. Ik telde er wel acht, maar ik miste Stefan Jorritsma en Cas Kok achter de stukken. Zij werden in het tweede vervangen door Camile Hol en Berend van Maassen, die dus zijn eerste invalbeurt te pakken heeft. Beiden scoorden een degelijke remise, evenals Paul Spruit, die daar wel weer erg lang over deed. Arjan Wijnberg, Nico Kok, Dragan Skrobic en Wim Rakhorst wonnen hun partij. Alleen Peter Uylings verloor, van een man die ik ken uit de oertijd van mijn eigen schaakleven.

Jan Burggraaf

Vijftig jaar geleden speelden Jan Theodoor Burggraaf en ik de finale van een bekertoernooi in de Amsterdamse Kantoor Schaakbond. Hij won na twee remises de derde beslissende partij. Veertig jaar later kwam ik hem nog een keer tegen, bij het HSG open in Hilversum. Ik verloor opnieuw. Tsja…

Nu zat hij in Wijk aan Zee als oude krijger aan het bord. Peter U kwam er niet aan te pas. Maar, zoals ik hierboven heb uitgelegd, is dat geen schande

Het eerste had meer moeite. Om vier uur dachten Bram en ik zelfs dat er misschien niet meer in zat dan een gelijk spelletje.

Rick Duijker

Rick Duijker zat er als een zieke kip bij en verloor. Bart-Piet Mulder zag er na zijn partij ook niet goed uit. Ook hij had dus verloren. Wij moeten het, wegens onvoldoende schaakinzicht, van de lichaamstaal van de schakers hebben en meestal klopt dat wel. Alleen bij Hing Ting Lai gaan we voortdurend de mist in. Dan kijken we toch weer eigenwijs op zijn bord en dan denken we: een knappe jongen die daar nog wat van maakt. Even later heeft hij dan gewonnen.

Sjoerd Plukkel

En Sjoerd Plukkel laat helemaal nooit wat blijken, maar daar weten we het van: hij schuift ze er geruisloos af. Toch stond het daarmee niet meer dan gelijk.

Ondertussen probeerde Bastiaan Veltkamp er in het café achter te komen waarom hij niet gewonnen had. En inderdaad, als je deze stelling ziet …
Bastiaan won met h5-h6 Lg7-f8 Pg4-f6+ Kg8-h8 Pf6xd7 de kwaliteit, maar niet meer dan dat. Volgens ons kiebitzers had hij in het vervolg gewoon zijn andere paard er bij moeten halen (Pb3-d2-e4) en het schaakje op c5 moeten accepteren.


Gelukkig won Richard Schelvis overtuigend zijn partij. Was dat genoeg? Jimmy van Zutphen had het al een hele tijd moeilijk en de stelling van Thomas Broek zag er ook niet uit. Geen touw aan vast te knopen. Maar net toen we dachten: dat gaat fout, kwam Jimmy met de oplossing.

Jimmy van Zutphen

De hele tijd had hij al zitten timmeren op de f-lijn (het had hem twee pionnen gekost) maar toen zijn tegenstander kort na de tijdcontrole onvoorzichtig met zijn paard een derde pion snoepte, in plaats van met het beestje op f4 al het geweld een halt toe te roepen, was hij er als de kippen bij.
44. Pd5xc7?! Pf3xh2! Nu zou Dd3 en zelfs Dd6 de zaak nog gered hebben en nog instructiever is 45. Te8! maar de ongelukkige deed 45. Pc7-e6? waarna Jimmy met 45… Ph2-g4 46. Dd1-d5 Df5-b1+ 47.Kh1-g2 Pg4xe3+ 48. f2xe3 Db1-f1+ het winnende punt scoorde. Hoera!

 

Thomas Broek

En om het nog mooier te maken was de tegenstander van Thomas Broek al te slim en trapte hij in een eigen val, toen hij dacht met een ingewikkelde combinatie een eindspel van twee lichte stukken tegen een toren te bereiken, maar in plaats daarvan in een verloren lopereindspel terecht kwam.

De sponsor kan tevreden zijn.