Vleermuis 62

Mijn laatste partij

25 juli 1986
Toulon
Zuid Frankrijk


Zoals elke dag loop ik, roodbruin verbrand, van strand naar speelzaal om daar mijn partij te spelen. Vandaag de zevende ronde van het vierde open toernooi van de Mediterranée. Gisteren ben ik geveegd door iemand waarvan ik nog steeds denk dat hij niet kan schaken. Eén voordeel heeft dat in ieder geval in zo’n Zwitsers toernooi: vandaag kom ik weer tegen een zwakkere. De voorbereiding verloopt snel en doeltreffend langs de supermarkt om mineraalwater en koele drinkyoghurt te halen.

Eens kijken wie mijn tegenstander is. Ah, het is Marlène Estève, één van de weinige vrouwelijke deelneemsters aan dit toernooi. Zestien of zeventien zal ze zijn en hoewel haar gezicht iets popperigs heeft is ze het aankijken wel waard. Het zal moeilijk worden me geheel op het schaakbord te concentreren.
Voor de partij spreek ik nog even moeder Estève, die in het organisatiecomité zit. Zo’n nietszeggend gesprek van “leuk dat jullie tegen elkaar moeten”, en meer van die onzin.

De partij begint
.

Bram Janssen – Marlène Estève

1. a3

Daar! Als je, zoals ik, weinig schaakt en dan nog uitsluitend met zwart dan is het moeilijk “gebruik te maken van de voorzet”. Met deze zet zorg je ervoor met zwart te spelen. Daarbij komt dat a6 in veel van de systemen die ik met zwart speel niet onnuttig is. Verder ben je nog uit de bekende theorie ook.

Echt verrast is mijn tegenstandster niet. Al snel volgt


1. … Pf6 2. Pf3 g6 3. g3 Lg7 4. Lg2 d6 5. d3 0-0 6. 0-0 Pc6 7. e4 Pg4 8. h3 Pf6 9. Pc3 Le6 10. d4 Dd7 11. Kh2 Tfe8 12. d5

en wit wint een stuk. En dat al na een kwartier spelen.

Opgegeven werd er echter niet!

12. … Dd8 13. dxe6 fxe6

Zwart bood remise aan! Met een glimlach maar toch volkomen serieus zei ze: “Vous desirez la nulle?” Verbijstering maakte zich van mij meester. In wat voor een wereld leven wij dat iemand met een stuk minder na 20 minuten spelen remise durft aan te bieden.

Wat zou hier de gepaste reactie zijn voor een professionele speler als ik. Doen alsof je niets gehoord hebt? A tempo een zet doen? Je linker wenkbrauw optillen en vervolgens de partij uitschuiven? De wedstrijdleider roepen vanwege onhoffelijk gedrag? Terwijl ik hierover nadacht vloog er opeens een lach door mijn hersens. Eigenlijk was het ook wel grappig wat hier gebeurde. Ik zou het ook gewoon kunnen aannemen, dan was ik van deze partij af. Ik ging naar de bar en bestelde een kop zwarte koffie. Het bord bleef leeg en verlaten achter. Marlène liep glimlachend door de speelzaal. Ik ging toch maar weer terug naar het bord om na te denken. Niet over de stelling, die was niet zo interessant, maar over dat gekke remise aanbod.

Zo verstreken ruim anderhalf uur. Ik had nog 10 minuten over om iets te beslissen. Andere spelers bekeken de stelling met steeds meer verbazing. Het bord was regelmatig verlaten. Marlène liep door de speelzaal, ik liep regelmatig heen en weer om nog wat andere partijen te bekijken. Uiteindelijk nam ik een besluit: ik deed een zet. Marlène kwam terug aan het bord en gaf de partij op.

Binnen 1 seconde had ik de nieuwe situatie getaxeerd. Ik zei: “Non, ce n’est pas nécessaire, parceque je propose la nulle.” Dat nam ze aan, de professional.

Na deze partij heb ik nooit meer geschaakt.


Zuid Frankrijk
Toulon

25 juli 1986
Mijn laatste partij


Bram Janssen

Weenink Post extra jaargang 2 nummer 4 (mei 1990)

Vleermuis 29


Koningsclub–Castricum

Een paar weken geleden kwam Piet van Wonderen van de Schaakvereniging Castricum bij mij langs gefietst met het clubblad “De Schaakbode” van december 1982. Dat was naar aanleiding van mijn verhaal over de wedstrijd van Weenink tegen de Koningsclub in 1985. Ook Castricum had (een beetje) dwarsgelegen op het pad dat de Koningsclub voor zichzelf hakte op weg naar boven, getuige het verslag van Jo Clarijs.

Verslag

In de Kennemer Sporthal te Haarlem moesten wij tijdens de grote schaakhappening op 16 oktober 1982, ter gelegenheid van het vijftigjarige bestaan van de NHSB, aantreden tegen de “profclub” van Pagel.

Vorig jaar speelde ons tweede achttal tegen hen en het werd in eigen huis 0-8! Bij deze gelegenheid schreef Rob Hartoch in het Parool van 27 februari 1982 onder meer “De Koningsclub van de heer Pagel uit Bergen, uitkomend in de eerste klasse van de Noordhollandse Schaakbond, zet zijn opmars naar de hoofdklasse van de KNSB gestadig voort. Verrassend is dit geenszins, want ons eerste achttal bestaat uit louter internationale (groot)meesters en subtoppers!”

Nu verloor de Koningsclub in de promotieklasse tegen Castricum meteen al 2½ punt in één wedstrijd en dat zullen ze niet leuk gevonden hebben! Het werd 7½-2½ met twee verliespartijen en één remise, die Rob Hartoch aan het eerste bord zelf aanbood!

Trouwens, hun organisatie was in het begin al slecht. Een kwartier na de gongslag stonden er drie borden, waar ze als “thuisclub” zelf voor moesten zorgen! Na een half uur wachten waren er nog maar acht borden en waarom werden hun klokken niet aangezet? Nu, die waren er niet! Een speech van de heer Pagel of van de wedstrijdleider Marcus kon er niet af, evenmin als een gratis consumptie! Dat zijn de heren profschakers bij ons in De Kern wel anders gewend. Maar Pagel schijnt naar werd gezegd de hele happening in Haarlem te hebben bekostigd! Dus alles maar vergeven, maar niet vergeten, want we willen deze heroïsche strijd van onze eigen amateurs graag vastleggen, compleet met partijen.

R. Hartoch – Hans Molenbroek ½-½; J. de Lange – Ger Holsteijn 1-0;
P. van der Weide – Cas Amende 0-1; J. Marcus – Robert van der Wal 1-0;
D. van Geet – Fred Kok 1-0; H. Wieringa – Kees Lute 1-0;
A. de Savornin Lohman – Willem Pool sr. 1-0; B. Gutman – Willem Meijer 1-0;
P. Coen – Gerard Baars 1-0; J. van der Zwan– Jo Clarijs 0-1;

Ook al wonnen de profschakers zeven partijen, gemakkelijk ging het niet! Alleen Baars ging na een misser in de opening snel ten onder. Maar Holsteijn, Van der Wal, Pool en Meijer hielden lang stand, evenals Lute. Fred Kok had snel een eindspel met lichte stukken tegen Van Geet en één pion minder, die hij niet terugzag en na lange strijd verloor ook hij. Amende en Clarijs hadden aan het eind van de avond plotseling gewonnen, terwijl Molenbroek dus allang klaar was met remise.

Partijen

Jo Clarijs verslaat een tegenstander die kennelijk geen remise mag maken van zijn baas en vervolgens ernstig de weg kwijt raakt. Het commentaar bij de zetten is (op één voorbeeld na) weggelaten, het vertekent de zaak te veel in het voordeel van zwart. En aan het eind, zo tussen de veertigste en vijftigste zet, zullen beide spelers in tijdnood zijn geweest: de wederzijdse fouten stapelen zich dan op. Maar het uiteindelijke resultaat mag er zijn.

(Over Clarijs, hij is er jammer genoeg al een tijdje niet meer, heb ik ergens eens het volgende stukje gelezen en bewaard. Het gaat over een optreden tijdens het Corustoernooi van 2006 en het misstaat hem niet: “J.C. Clarijs, een 84-jaar oude, gezonde en stijlvolle heer met een enorme liefde voor het spel. Hij schijnt veel openingskennis te hebben, maar is kennelijk ook tactisch sterk én niet bang: in een eerdere ronde heeft hij een groepslid van het bord geofferd vanuit de opening. Binnen het uur werden er twee stukken op de koningsstelling geworpen en kaboem!”)

*

Maar dit keer steelt Cas Amende toch echt de show. Hij stijgt boven zichzelf uit. Zijn op papier veel sterkere tegenstander (het verschil is meer dan 450 ratingpunten) komt er eigenlijk niet aan te pas. Het commentaar van de witspeler (en in sommige gevallen van Clarijs) heb ik laten staan, omdat het hier hout snijdt.

Koningsclub het snoepje van het jaar

Koningsclub 2 komt op bezoek bij Excelsior. Daar hebben we naar uitgezien. Twee jaar geleden zijn we Koningsclub 1 net misgelopen, omdat we degradeerden uit de eerste klasse, maar nu kunnen we ons hart gaan ophalen aan Koningsclub 2. Berend van Maassen hoopt op Rob Hartoch, ik op Hébert Perez Garcia, want die heb ik een maand eerder in Amstelveen een poepje laten ruiken. Maar het loopt anders.

Koningsclub het snoepje van het jaar

Koningsclub heeft gerommeld met de opstelling. Wat een stelletje struikrovers. Rob Faase bezet het achtste bord en ene D. Gurevich acteert op het zevende. Dmitry Gurevich? Zijn ze bang voor ons? Nee, toch niet, want op het vijfde bord zit iemand die geen flauw benul heeft waarom ze hem hebben meegenomen. Onze Kees Ruiter kan zijn geluk niet op.

Het verslag

Op 8 november 1982 trad Excelsior 1 aan tegen de Koningsclub 2.

Het werd me het avondje wel. In het begin deden we het nog heel aardig. Vos leek stand te houden tegen Rob Faase op het achtste bord, Meijer had op bord drie Wim Boom een pionnetje ontfutseld, voor Perez Garcia was er bij Van Maassen geen doorkomen aan en Schmit bracht langzamerhand Wieringa tot wanhoop en in tijdnood. Maar toen begon het Excelsior-bolwerkje te kraken. Bron had heel onvoorzichtig een remiseaanbod geplaatst en daarmee zijn tegenstander overduidelijk geïrriteerd. Hij kon dus als eerste inpakken. Daarna volgden Van Grootheest, Wolterbeek en uiteindelijk ook Vos. Dat was 0-4 en een catastrofe hing in de lucht. Maar de rest hield stand!

Meijer was de eerste die scoorde. Hij had dus een pion gewonnen, maar kwam door zijn achterstand in ontwikkeling toch in moeilijkheden. Hij verdedigde zich echter kranig, net zolang tot zijn tegenstander er geen gat meer in zag en, iets te vroeg, in remise berustte.

Van Maassen brak aan het eerste bord af in betere stelling. Perez Garcia, die de hele partij geen enkele serieuze winstpoging had gedaan, bood remise aan, maar dat werd niet geaccepteerd.

Een bord verder dacht Schmit aan opgeven, maar werd daarvan, naar later bleek terecht, door verstandiger lieden weerhouden. Het kostte hem wel nachtenlang analyseren en alles voor niets, want er zou gearbitreerd worden, maar dat vertrouwde hij maar half.

En dan Ruiter, maar dat is een verhaal apart (zie verderop). Op het vijfde bord vloerde hij de zwaargewicht Twiss met een perfecte heupzwaai. Weliswaar werd de partij afgebroken, maar dat was slechts een flauwe grap.

Een paar weken later rolde de uitslag van de arbitragecommissie bij Berend in de bus: Cees Ruiter gewonnen, Berend en Evert remise.

Gedetailleerde uitslag Excelsior 1 – Koningsclub 2:
Berend van Maassen-Hébert Perez Garcia ½-½; Evert Schmit-Helmer Wieringa ½-½;
Piet Meijer-Wim Boom ½-½; Ben Bron-J. Wittebrood 0-1; Kees Ruiter-J. Twiss 1-0;
Aart van Grootheest-G. Kleber 0-1; Martin Wolterbeek-D. Gurevich 0-1;
Piet Vos-Rob Faase 0-1;
totaal 2½-5½

Partijen

Berend van Maassen speelt met zwart een prima partij. Zijn twaalfde zet b7-b5! is berensterk. Perez Garcia speelt op kousenvoeten. Ze komen beiden in tijdnood. Dan mist Berend een kans om zijn tegenstander met b5-b4! pijn te doen. In plaats daarvan wikkelt hij af naar remise.

Evert Schmit vertilt zich op het tweede bord aan de veel te moeilijke opening en staat na vijftien zetten al verloren. Dan ziet zijn tegenstander Wieringa een opgelegd kwaliteitsoffer over het hoofd. Of hij ziet er vanaf. Want ook daarna neemt hij er zijn gemak van. Heel langzamerhand vecht de witspeler zich dan terug in de wedstrijd. Totdat het rond de dertigste zet weer gelijk staat. Tijdnood doet hem alsnog bijna de das om, maar de arbitragecommissie redt ons met een verbazend diep inzicht.

Op het derde bord houdt Piet Meijer met zwart Wim Boom in toom. In de opening krijgt hij een pion maar daar staat wat ongemak tegenover. De strijd gaat lange tijd gelijk op, maar tegen het eind moet zwart toch nog even alle zeilen bijzetten om de veilige haven te bereiken.

Ruiter

Tegen Koningsclub 2 viel Ruiter op het vijfde bord in voor Brantjes. Tegenover hem nam de kolossale figuur van Twiss plaats. Ruiter, niet in het minst geïmponeerd, wenste hem succes en begon toen opgewekt aan zijn partij en Twiss z’n sigaretten.
Onmiddellijk na de opening al moet Twiss in slaap zijn gevallen en het valt in Ruiter te prijzen dat hij geen overdreven pogingen deed om hem wakker te maken. Hij schoof wat met zijn loper heen en weer (van c8 naar g4, terug naar c8, toen maar eens naar b7, terug naar c8, en o ja, d7 hadden we nog niet gehad). Intussen had Twiss al zijn pionnen op de koningsvleugel dromerig naar voren geschoven en een paardoffer op g5 geplaatst.
Ruiter deed of zijn neus bloedde, bietste nog maar eens een sigaret en liet het paard de hele verdere partij staan waar het stond. Twiss begon toen heel naar te dromen. Ruiter zette een aanval in op de damevleugel en toen zijn tegenstander tenslotte wakker schrok, was het te laat. Ruiter galoppeerde door de witte linies dat het een lust had en maakte een volle toren buit, waarna de partij pro forma afgebroken werd.

Het eind van de partij is gereconstrueerd. Ruiter komt na afloop na enig nadenken nog tot 35 zetten en merkt dan laconiek op: “de zesendertigste zet is spoorloos”.


Eén Koningsclubspeler was van ver gekomen met een taxi en had in Heemskerk de Schuilhoek niet meteen kunnen vinden. En niemand had hem geholpen. Nee, zeiden wij, wat dacht je. De Schuilhoek, die houden wij liever geheim.



Voor Excelsior, schakers sinds 1955, ze konden er wat van

Weenink-Koningsclub


Beverwijk 1985 Weenink-Koningsclub, een wedstrijd om in te lijsten. Tien clubspelers tegen twee internationale grootmeesters, drie internationale meesters, twee FIDE meesters, twee nationale meesters en een in opleiding.


Supervisor Frans Koopman zweept de ploeg maandenlang op in de Weenink Post. Het ratingverschil van gemiddeld 250 punten per speler wordt in een sensationele wedstrijd volledig weggepoetst.

Over het paard getild

De prognoses waren overduidelijk en wetenschappelijk onderbouwd. Weenink zou twee bordpunten scoren tegen de Koningsclub. Een halfje meer of minder, daar zou rekenmeester Bram niet wakker van liggen, maar dan hield het op. Twee remises dus en misschien, heel misschien één overwinning.

Weenink verscheen in de sterkste opstelling. Alle spelers stonden op scherp. Want al was de kans op ploegsucces dan kleiner dan één procent, de kans op persoonlijke roem was minstens tien keer zo groot. Ook Pagel had geen risico genomen en verscheen met onder anderen twee internationale grootmeesters en drie internationale meesters. De korf stond wel erg hoog opgesteld.

Drie uur gespeeld. “Meneer Pagel, wat vindt u van de stand, nog steeds 0-0?” Pagel: “Ja, auf Papier…”

Een half uur later. Cees Duivenvoorde opent de score tegen De Savornin Lohman. In één klap het hele seizoen goed. De Koningsclub over het paard getild en Weenink aan de leiding!

Maar och heden. Wat is er met Erik Schoehuijs aan de hand? Is dat de Berlijnse verdediging? Het lijkt wel gatenkaas. En wat gebeurt daar? Daar probeert Hartoch met zijn volle gewicht een pionnetje naar de overkant te duwen. Dat houdt onze Alessandro nooit. Pagel, die even deed alsof hij er niet bij hoort, loopt nu weer ontspannen rond.

Ik loop langs het bord van Hans Nuijen. Wat staat die slecht. Dat ziet een leek. Die Van der Sterren is ook een halve grootmeester. Hé, dat is aardig, Hans slaat een pionnetje en laat zijn dame een soort pirouette maken op het snijpunt van vier velden. Pas als zij uit getold is, zet hij haar op haar plaats. Maar wat doet die Van der Sterren nou? Hij vindt het helemaal niet grappig zo te zien. Hij geeft op! Heb je daar van terug?

En dan Bert van der Zijpp. Die maait Van der Weide. Als in zijn beste jaren. Zelf geeft hij alle eer aan de tegenstanders: “Die jongens zijn goed vooruitgegaan, een paar jaar geleden speelden ze nog in de onderbond.”

Bert Heemskerk meldt zich, met remise. Hij had de hele partij moeilijk gestaan en hij moest nog één zet doen binnen één minuut. Voor een bedaarde speler als Bert is dat erg weinig tijd. Dus toen Van Geet, van het dubbelfianchetto, plotseling remise aanbood, had hij het maar aangenomen. “Maar ik stond wel gewonnen”, probeert hij ons gerust te stellen. Wij zijn een zenuwinzinking nabij.

Het is niet meer bij te houden. overal lachende gezichten. Paul Bierenbroodspot is wel erg vrolijk. Adam Kuligowski niet. Die zit met zijn hoofd in zijn handen als verdoofd over zijn bord gebogen. De stukken staan al lang weer in de beginstand. In het Hoogovens Schaaktoernooi van 1983 won hij van Korchnoi. Nu verliest hij van Bierenbroodspot. Twintig minuten zit hij zo. Dan wankelt hij naar Pagel, die onduidelijke brieven zit te schrijven aan een tafeltje. Wij zien hem wat vragen. Pagel schudt van nee en gaat door met schrijven. Kuligowski is ontslagen.

Nico Kok verliest van Marcus. Nico heeft zijn dag niet. Berend Pluim maakt vreemd kappende bewegingen met zijn handen en trekt een raar gezicht. We mogen niet praten van Jan Sinnige, want er mag ook niet gebiljart worden. Berend bedoelt: de-span-ning-is-te-snij-den.

Op het eerste bord sterft Hendrik Koopman duizend doden. Maar hij blijft zetten. Met de rug tegen de muur vecht hij tegen de aanval van Sergei Kudrin, tegen de voortrazende secondenwijzer, tegen de onrust om hem heen en binnen in hem. Als hij dit toch eens remise mocht houden. Het mag nét niet.

De laatste partij is die tussen Peter Uylings en Job de Lange. De laatste zetten zijn niet meer genoteerd en er moet eerst gereconstrueerd worden. De Lange is aan zet. Lichte paniek maakt zich van hem meester. Hij moet kiezen: eeuwig schaak toelaten of de dames ruilen en een misschien wel verloren eindspel ingaan. De stand is 4½-4½. Hij gaat schoorvoetend naar Pagel toe: of hij misschien remise aan mag bieden.

Pagel bestudeert de stelling. Berend beduidt dat het voorbij is. En inderdaad, Pagel geeft toestemming om het punt te delen. Hij houdt zich groot, zijn spelers klitten wat lacherig in groepjes bijeen. Het applaus is voor Weenink.

Buiten zien we grootmeester Kuligowski nog een laatste poging doen, als Pagel in zijn auto stapt. Het tafereel is te navrant. Het portier slaat dicht. Loket gesloten.


DE PARTIJEN

Sergei Kudrin, internationaal grootmeester en speciaal voor deze gelegenheid overgevlogen door Pagel, lijkt zich niet erg in te spannen. Hendrik Koopman des te meer, wat al snel tot uiting komt op de klok. Toch overleeft hij de tijdnood en de aanval, die niet doorzet, maar de grootmeesterlijke afwikkeling naar een eindspel met vrijpion is hem net even te veel.

_

De tweede grootmeester Adam Kuligowski wordt aan de tand gevoeld door Paul Bierenbroodspot en dat doet pijn. Na de partij schatert Paul het uit over de penning waarmee hij een uitgelokte vork onschadelijk had gemaakt. Tijdnood doet zijn radeloze tegenstander uiteindelijk de das om. Op de vierendertigste zet valt zijn vlag.

_

De Berlijnse verdediging van Erik Schoehuijs vertoont dit keer gaten, die pijnlijk snel door zijn tegenstander John van Baarle opgemerkt worden. Sommige ervan ziet Erik ook nog wel, maar niet het mat op h8.

_

Hans Nuijen, helemaal niet bang, opent met b4, maar komt toch al snel in de verdrukking door een zwarte pion op e4 en later op d3. Bovendien is er de latente dreiging van mat op g2. En ofschoon hij de grootste problemen weet op te lossen, dreigt een verloren eindspel, totdat zijn tegenstander Paul van der Sterren de blunder van de dag begaat. Hans laat zijn dame een vreugdedansje uitvoeren op het winnende veld.

_

Voortdurend knipogend naar Pagel ruilt Rob Hartoch zich tegen onze Alessandro in sneltreinvaart naar een eindspel toe, dat zo op het oog volkomen gelijk staat, maar waarin de superieure stand van zijn koning en een op slinkse wijze verkregen vrijpion toch nog de doorslag geven.

_

Het witte g4 van Peter Uylings mist dit keer overrompelingskracht en de torens worden afgeruild langs de open h-lijn. In het tijdnoodduel dreigt Job de Lange nog even heel ondeugende dingen op f2, maar wordt daar terecht van weerhouden door de dame van Peter. Tot zijn opluchting kan Job zijn baas er dan van overtuigen dat verder spelen niet slim is.

_

Geen lachje kan er af bij Piet van der Weide. En met recht, want Bert van der Zijpp kent geen pardon met hem. Onze vreugdekreten beheerst onderdrukkend zien wij hoe Bert wat onbelangrijk materiaal afstaat in ruil voor een hele rits pionnen. “Een kwestie van techniek, dus dat kan nog moeilijk worden”, zegt hij bescheiden. Even later heeft hij gewonnen.

_

Broodspelers zijn het, tot de laatste stuiver toe. Bezorgd vraagt Joost Marcus of het eerste kopje koffie wel gratis is, anders ziet hij er liever van af. Gastheer Nico Kok maakt het hem niet al te moeilijk.

_

Op de deur van de Wijckermolen hangt de mededeling dat er niet gebiljart kan worden wegens een belangrijke schaakwedstrijd. “Waar is die belangrijke schaakwedstrijd dan wel?” vraagt De Savornin Lohman hautain bij binnenkomst. Cees Duivenvoorde maakt het hem al snel duidelijk. Een week lang heeft hij gestudeerd op het Jänisch en het verbluffende resultaat daarvan staat al na twintig zetten afgetekend op het bord. Onberispelijk wikkelt hij af, als zijn tegenstander vergeet op te geven.

_

Een vrij normale partij, maar toch nog een dubbelfianchetto van de zwartspeler. Van Geet loopt rond alsof hij reeds gewonnen heeft. Bert Heemskerk is dus in moeilijkheden. Zijn evenwichtsgevoel loodst hem echter langs de gevaarlijkste punten en vlak voor de veertigste zet staat hij opeens gewonnen. Van Geet heeft dat net iets eerder door dan Bert en ziet zijn remiseaanbod geaccepteerd.

_

[Weenink Post, jaargang 36 nummer 22, 14/05/85]

Waar liggen hier de pennen?

We waren ruim op tijd in de Vrolikstraat, Bram en ik. In het Cygnus Gymnasium ontbrak alleen Dragan. Die deed niet mee. Als we dat hadden geweten hadden we een trein later kunnen nemen.

Berend van Maassen

Iedereen had er zin in. Berend, die inviel voor Dragan, helemaal. Hij ging voor de winst verklaarde hij onbevreesd. Wij hielden ons hart vast en wensten hem succes. SGA-man Dirk Goes, die wij vaak tegenkomen, onder andere bij thuiswedstrijden van De Wijker Toren, en die aardig is en bovendien goed schrijft (als je belangstelling hebt voor schaakgeschiedenis, lees dan Lodewijk Prins tot op het bot principieel), wees mij de wedstrijdleider van dienst aan. Ik mocht foto’s maken!

VAS 3 – De Wijker Toren 2

De wedstrijd was nog maar net begonnen toen er een verlate speler gehaast op mij afkwam. “Waar liggen hier de pennen?” Ik wist het niet. Toen nog niet.

Arjan Wijnberg

Het klaarde even op buiten. Bram en ik gingen brood halen bij Hartog in de Wibautstraat. Bram ziet een pen liggen op straat. Hij raapt hem op. Ja dat is een tic van mij, zegt hij. Ik verzamel pennen, kan ze niet laten liggen. Ik heb thuis een doos vol. Handig voor viertallenwedstrijden bij het bridgen, daar moet nog geschreven worden. Ik zeg die heb ik nodig voor die speler die er een zocht. Nou weet ik waar ze liggen. Dan zal ik je een ander verhaal vertellen, zegt Bram.

Meneer Ghijsen is de allerkeurigste schaker van VAS. Elke zet is voor hem een ritueel. Daarvoor haalt hij een pen uit de binnenzak van zijn colbert, legt vervolgens de verandering op het schaakbord zorgvuldig vast op het notatieformulier en bergt daarna de pen weer op in de binnenzak van zijn colbert. En nooit zul je ook maar het geringste spoor van haast in die heilige handeling ontdekken. Pim Ghijsen is een man met stijl.

Thomas Broek

Thomas Broek had het minder getroffen met zijn tegenstander. Die weigerde te noteren toen hij in tijdnood was. Hij was er werkelijk met geen stok of wedstrijdleider toe te bewegen. Thomas liet het maar zo. Over dat soort dingen maakt hij zich niet druk. Hijzelf noteert altijd. Zelfs zijn rapidpartijen schrijft hij op.

Peter Uylings

Peter Uylings houdt je (Bram opletten!) altijd op de hoogte van alles wat er op zijn bord gebeurt. Nu begon het met een Spaans middengambiet (verlies ik daar toch een pion), waarna hij verslag komt doen van een gemene dreiging die hij het hoofd gaat bieden, om ons even later te komen vertellen dat het punt nakende is. Ik vat het hier kort samen. En dan opeens is er een hele tijd geen verbinding meer. Geen signaal. Helemaal niks. Volledige radiostilte. Als we voorzichtig gaan kijken wat er aan de hand is, blijkt hij het nakende punt voor de helft te hebben verkloot. Zijn woorden.

Ivo Kroon

Dit is Ivo Kroon, de tegenstander van Berend van Maasen. Hier zit hij er nog ontspannen bij. Even later niet meer. En nog weer wat later opeens weer wel. Berend had hem een Noteboom voorgeschoteld. Dat ging heel goed. Berend was in zijn sas. O Fortuna. Hij won een stuk. Bood nu eens niet remise aan. Hij ging voor de winst weet je wel. Ik was even weg. Stom stom stom. Nanny bellen dat ik een brood gekocht had. En toen kwam Bram vertellen dat Berend zijn dame had weggegeven. En het was nog waar ook. Rota tu volubilis. En dat brood, dat was helemaal geen brood, maar een keiharde baksteen. En daar ging ik mee … Berend ging aan het bier. Ik kreeg ook. In een schoolkantine. Ja Evert we zijn hier in Amsterdam. Hoe kan je zulke vreselijke dingen zo licht opnemen.

En of dat alles nog niet genoeg was wist Bram ook nog te vertellen dat Paul Spruit eveneens zijn dame had ingeleverd. Het ging nog spannend worden op die manier.

Paul Spruit

Het bleek heel iets anders te zijn. Nog veel gekker. Paul had vriend en vijand op het verkeerde been gezet. Eens een schuiver (zijn woorden) altijd een schuiver (onze gedachten). Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan. Klopte opeens helemaal niets meer van. Aan de buitenkant zag je niets aan hem, hij straalde nog steeds dezelfde rust uit, maar hier zat de Spruit 2.0 nieuwe versie. Het begon met een kwaliteitsoffer (nieuwe feature), gevolgd door het ouderwets aandraaien van alle schroeven (wat goed was is behouden) en de show werd afgesloten met een tot voor kort onmogelijk gehouden dus sensationeel dameoffer (en geen syteemfout, zoals wij simpele zielen eerst dachten). Hier kunnen we nog veel plezier aan beleven. Zelfs het promoveren van pion tot dame zit er in!

Tijd om de balans op te maken.

De laatste loodjes

De Wijker Toren 2 won ondanks nederlagen van Nico Kok en Berend van Maassen met 5-3 van VAS 3. De punten kwamen van Cas Kok, Arjan Wijnberg, Paul Spruit, Wim Rakhorst en twee halve van Peter Uylings en Dennis Bruyn.

De Wijker Toren 1 won nipt met 4½-3½ van VAS 2. Bart-Piet Mulder had een offday en ook Bastiaan Veltkamp en Jimmy van Zutphen konden het niet bolwerken. Hing Ting Lai en Sjoerd Plukkel wonnen onnavolgbaar en Richard Schelvis leverde een bijzonder gave partij af. Thomas Broek zorgde voor het halfje en het beslissende punt werd heel knap gescoord door Rick Duijker. Hij kan het wel als hij maar wil. Stond vroeger op mijn schoolrapport.

Onverhoeds

Het woei in Wijk aan Zee. De Wijker Toren nam het dit keer op tegen het Koninklijk ‘s-Gravenhaagsch Schaakgenootschap Discendo Discimus (dWT1) en tegen Schaakclub De Uil (dWT2).

Ik dacht ik ga een uurtje later. Peter Uylings loodste mij naar binnen. Als je snel bent kan je nog net Dragan zien. Dragan was nergens te bekennen. Zijn tegenstander van De Uil wel. Die zat te zwoegen op zijn opening. Even verderop stond één bord al weer in de beginstand. Rick Duijker stond er bij te grinniken. Die vindt de meest verschrikkelijke dingen grappig. Ik ging spieken bij de teamcaptain van DD, die zijn eerste notities al op papier had staan: “… na krap een uur eerste punt voor DD als tegenstander Schelvis onverhoeds zijn dame weggeeft …”

Onverhoeds. Dat heb ik weer. Je kan ze geen moment alleen laten.

De Wijker Toren 2 – De Uil 7½-½

Over De Wijker Toren 2 kan ik kort zijn. Daar was geen aap aan. Dennis Bruyn zette de toon met zijn outfit (zie hierboven). Het arme De Uil was kansloos. Peter Uylings maakte remise. De rest won. Dat had Peter liever andersom gezien. Maar hier kon hij ook wel om lachen.

De stelling in de partij Havenaar-Skrobic na 24. Df3-e2
Dragan pakt nóg een pion

Dragan won dus. Maar hij deed er langer over dan voorspeld. Dat kwam door het taaie verzet van zijn tegenstander Jan Havenaar. Totdat die in tijdnood kwam en vlugger moest gaan spelen. Dat vond Dragan leuk. Die is niet vies van een potje snelschaken en toen was het gauw gebeurd.

Het tweede ligt op kampioenskoers. Het moet alleen Botwinnik uit Zoetermeer nog voor zich dulden, maar dat varkentje wordt nog gewassen.

De Wijker Toren 1 – DD 3½-4½

Discendo Discimus was een vorige keer te sterk en nu was het dat weer. Eigenlijk niet zo gek, want die mannen doen niet anders dan leren en bij De Wijker Toren komt dat onderdeel toch wat minder uit de verf. De pikstart van de Haagse equipe hielp ook niet echt mee. Wel maakte Jimmy van Zutphen na een vrolijk aanvalspartijtje gelijk, maar daarna waren er alleen nog remises (van Rick Duijker, Sjoerd Plukkel, Hing Ting Lai en Bart-Piet Mulder) te bewonderen, totdat alleen Bastiaan Veltkamp en Thomas Broek nog over waren. Zij moesten het gaan doen. Dat was te veel gevraagd. Dat Bastiaan niet onder de voet werd gelopen door de Haagse cavalerie mag een wonder heten. Hij redde zich miraculeus, ook met remise. Toen hadden we alleen Thomas nog. Die schudde op het laatste moment nog een heel grappig zetje uit zijn mouw, maar zijn tegenstander Lars Vistisen bleek toen voor de gelegenheid een nog veel leuker zetje achter de hand te hebben gehouden en wie het laatst lacht lacht het best.

Gelukkig verloor Messemaker ook, zodat niet alle kansen op het kampioenschap verkeken zijn, maar dan moeten de laatste drie wedstrijden wel gewonnen worden, want er strijden nu opeens zes ploegen om de eer.

De Wijker Toren is Bergen te machtig

De schakers van SC Bergen tegen de schakers van de Wijker Toren 2 (Bergen 2018)

Zaterdagmorgen 15 december 2018. Samen met Nanny koffie gedronken in het Huis met de Pilaren. Rond de Ruïnekerk stond de weekmarkt opgesteld. Het was koud. De kaashandelaar prees zijn waar aan met: in uw mond moet de de kaas op temperatuur komen mevrouw. Want dat er anders geen smaak aan zat. Wij werden de Eerste Bergensche Boekhandel binnengeloodst door de boekhandelaar, die ons uitgebreid verslag deed bij de in zijn winkel tentoongestelde objecten van de kunstenaar Coen Vernooij. Of wij wel beseften dat dit geen gewone boekhandel was, maar meer dan dat: een centrum van kunst en cultuur.  Bedremmeld stonden wij even later weer buiten en ging ik op pad naar het Ontmoetingscentrum T&O aan de Kogendijk 42a waar De Wijker Toren 2 het op ging nemen tegen de plaatselijke Schaakclub Bergen.  

Karel Otto – Henk Bouwmeester (Bergen 2018)

De Wijker Toren 2 speelde dus tegen het eerste van Bergen (KNSB klasse 4E) en in het bijprogramma speelde het tweede van Bergen tegen het tweede van Magnus Anna Paulowna Combinatie (KNSB klasse 5C).

De man in die mooie trui op de foto hierboven is Karel Otto. Hij was vorige week mijn tegenstander toen ik hier met Excelsior op bezoek was, maar dat was op een doordeweekse avond voor de tweede klasse NHSB. Richard Frans en Dennis Mienis speelden toen ook mee. Dennis deed Excelsior de das om. Het zijn enthousiaste schakers daar in Bergen.

De barman en als je goed kijkt acht krukken en twee dames voor als het nodig is (Bergen 2018)
Peter Uylings heeft er zo’n zootje van gemaakt dat hij niet eens ziet dat hij een dame heeft gevangen

Zo zag het er ongeveer uit. In essentie. Peter Uylings was steeds een zetje te laat geweest. Hij was er met zijn hoofd niet bij. Normaal vertrouwde hij op zijn genialiteit. Nu was hij dat even kwijt geweest. En hij had nog wel zo’n leuk stukje willen opvoeren. Voor Elise. Het nieuwtje ging zachtjes zingend door de zaal. Hij was opa geworden. En dat hij er een rommeltje van had gemaakt. Hier op het bord wel te verstaan. Dat hij niet eens had gezien (of niet op tijd) dat hij een dame had gevangen. Hij probeerde het me uit te leggen. Fluisterend. Ik snapte er niets van. Zonder plaatjes gaat het niet bij mij. Ik zag het pas toen zijn tegenstander mij hielp met de idiote zet h2-h3. 

Dennis Mienis en Dragan Skrobic na hun partij (Bergen 2018)

Bij het begin van de wedstrijd was de Wijker Toren met zeven man. Dragan ontbrak. Na een half uurtje nog steeds. Dennis Mienis liep verweesd rond. Hij vroeg: komt hij wel? Ik zei: dat weet je niet. Dat stelde hem niet gerust. Hij vroeg: hoe speelt hij?  Ik zei: hij heeft niet veel tijd nodig. Dennis sprak dapper: ik ook niet. 

Arjan Wijnberg verliest en Nico Kok denkt na (Bergen 2018)

Peter Uylings en Arjan Wijnberg verloren. Dragan won. Wim Rakhorst en Stefan Jorritsma scoorden een halfje. De stand was dus 3-2 voor Bergen. 

Stefan rekende mij nu voor dat Nico Kok en Paul Spruit gingen winnen en dat Cas  Kok het benodigde laatste halfje voor de overwinning zou veilig stellen. Bij die laatste voorspelling keek ik waarschijnlijk een beetje moeilijk. Let maar op, zei Stefan.

Paul Spruit denkt na (Bergen 2018)

Waarom heb je niet ook nog 30. Pxa7 gedaan vroeg ik. Hij had zojuist een achtergebleven pion op c6 buit gemaakt. Paul keek mij glimlachend aan. Dat was een beetje tricky, zei hij. Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan. Pion voor, betere stelling, kwestie van uitschuiven en geen gekke dingen meer doen.  Paul ten voeten uit.

De slotact Cas Kok-Richard Frans (Bergen 2018)

Stefan kreeg gelijk. Hij heeft er kijk op. Nico en Paul wonnen en Cas hield een bloedstollend eindspelletje remise. Onverschrokken, maar met het nodige geluk. Ik was op het podium geklommen. Ik heb alles gezien.


SC Bergen – De Wijker Toren 2 (KNSB vierde klasse E)  3½-4½  

(voor Marcel Duin, zie: Die vloer, die vloer…)

Emanuel Lasker in Haarlem

 

Lasker in Haarlem (foto in het zondagsblad de “Oprechte Haarlemsche Courant” van 11 januari 1909)

 

In 1909 organiseerden de Haarlemsche Schaakvereeniging en het Haarlems Schaakgenootschap een simultaanseance met wereldkampioen Emanuel Lasker tijdens zijn rondreis door Nederland.

Aankondiging in het Haarlem’s Dagblad van een simultaan te geven door Dr. Lasker

Het Haarlem’s Dagblad deed op 2 januari op pagina 4 hiervan kond. De 25 beste spelers van de twee Haarlemse schaakverenigingen zouden het op zondagavond 3 januari 1909 in de bovenzalen van café-restaurant De Kroon aan de Groote Markt 13 opnemen tegen de wereldkampioen.

Het Haarlem’s Dagblad van maandag 4 januari 1909

Op maandag 4 januari 1909 was op pagina 1 onder Stadsnieuws een uitgebreid verslag van de simultaan te vinden.

Wij lezen daarin dat Dr. Lasker te laat kwam, omdat hij de hele middag in treinen had “geboemeld” die wegens “dikke mist” vertraagd waren, waardoor hij nauwelijks tijd had gehad om nog snel even een broodje naar binnen te werken voordat hij aan de simultaan begon.

En om tien uur waren de eerste slachtoffers reeds gevallen. Grappig is dat Lasker daar zelf toe behoorde. Hetgeen mij zeer voor hem inneemt. 

Zondagavond te zeven uur zou de beroemde schaakkampioen tegen 25 leden van de twee Haarlemsche schaakclubs in de bovenzalen van de Kroon een simultaan-séance geven.
De Haarlemsche spelers waren er, een groot aantal liefhebbers en nieuwsgierigen was bovendien verschenen, maar dr. Lasker was er nog niet. De dikke mist was daar oorzaak van. Zaterdagavond had hij namelijk in Groningen gespeeld, Zondagmiddag was hij vandaar vertrokken. In het zware mistgordijn hadden de treinen oponthoud.
Niettemin – kwart voor achten verscheen hij, met een enthousiast handgeklap begroet.

De 25 heeren, die den strijd tegen dr. Lasker hadden aangebonden, was ‘t puikje van de Haarlemsche schakers. De simultaanspeler had dus een niet gemakkelijke taak! Daarbij mag niet vergeten worden, dat dr. Lasker den geheelen middag in den trein geboemeld had.

Dr. Lasker speelde vlug. Bij een enkele ingewikkelde partij mocht hij eens een minuut nadenken, in den regel had hij dadelijk een tegenzet gevonden. Eigenaardig was op te merken, dat hij zich eerst geheel tot verdedigen bepaalde om eerst later tot den aanval over te gaan. In dien tusschentijd had de tegenpartij meestal een avontuurtje gewaagd, maar in de regel was hem dit slecht bekomen. Om 10 uur vielen de eerste slachtoffers. Daarna ging ‘t vrij geregeld, totdat de laatste partij om half één geëindigd was.

De partij die de heer Splinter speelde, was ook reeds om tien uur geëindigd. Dit was wel de mooiste partij, die gespeeld werd, namelijk een Russisch paardspel:

E. Lasker – A. Splinter
simultaan
Haarlem, 3 januari 1909

Heden is dr. Lasker weer naar Parijs vertrokken

Lasker was behalve wis- en natuurkundige, filosoof en wereldkampioen schaken ook een globetrotter.

Loek van Wely goochelt met jokers tijdens Heemskerkse zomerschaaksimultaan


De 42e Heemskerkse zomerschaaksimultaan dit jaar is een van de leukste geworden die ik heb meegemaakt. Dat kwam niet in de laatste plaats door Loek van Wely die zich een uitmuntend ambassadeur van de schaaksport toonde. Maar ook omdat de simultaan ín de Jansheeren werd gehouden. En zo hoort het. Schaken is een denksport en geen buitensport. In alle rust deden we nu onze zetten. Totdat aan het eind van de middag in een belendende zaal een heel ander feest losbarstte. Niemand die daar om maalde. We waren de draad toch al kwijt.

Eén speler was een beetje bang voor de grootmeester. Die had dus maatregelen genomen. Maar ook Loek kwam met een nieuwtje. We mochten in de partij één keer een joker inzetten. Dan konden we aan hem vragen wat we volgens hem het beste konden doen (!) Hij beloofde naar eer en geweten te antwoorden (?)  Daar werd eerst schoorvoetend maar al gauw ongebreideld gebruik van gemaakt.

Hij nam er ruim de tijd voor en zijn uitleg was meestal leerzaam en altijd geestig. Sommige spelers dachten slim te zijn en trapten daar niet in. Zij verloren. Anderen volgden zijn advies op. Zij verloren ook. Dus hoe het nu precies zat met die jokers weten we nog steeds niet. Maar wat hebben we gelachen.

Ondertussen kregen we zo’n donkerbruin vermoeden dat de grootmeester zich had voorgenomen alles te winnen. Maar dat is hem niet gelukt. Twee remises moest hij toestaan. En van Bastiaan Veltkamp verloor hij. Die had geen joker nodig: Loek trapte in eigen doel.

Start diashow en/of klik op foto voor een vergroting

en kijk ook nog even naar de partij Loek van Wely-Thiemen Dekker

 

 

De Wijker Toren voor de laatste keer zonder reclame

Clap Your Hands And Say Yeah. De Wijker Toren heeft een sponsor. Worden we daar blij van? We zullen zien. Die Hing Ting Lai is natuurlijk een fenomeen. Misschien kom ik toch nog een keertje kijken. Nu waren Hans Nuijen en ik de enige supporters. Het was de laatste wedstrijd van het seizoen. En mooi weer. Dus we moeten niet klagen. De Wijker Toren 1 versloeg Rokado en eindigde als talentvolle derde in de tweede klasse C van de KNSB en De Wijker Toren 2 verloor van de kampioen Paul Keres 2 in de derde klasse D en werd afgetekend laatste. Op beide prestaties werd ontspannen een biertje gedronken. Dat wordt volgend jaar dus anders.

Van de website van de KNSB word ik duizelig en de website van De Wijker Toren is zo dood als een pier, dus hier volgen de uitslagen zoals ik ze heb gezien. En de laatste foto’s. En een partijtje. En nog iets tot slot.

 

 

Avicii
Dit gaat nog even over die sponsoring. Ik heb erover gelezen. Over kernwaarden en raakvlakken. En er schoot me iets te binnen. Misschien heeft het er niets mee te maken. Bij ons in de buurt staat een hoge metalen mast met een alarminstallatie daarbovenop. Tegen de mast is een antenne gemonteerd. En op de antenne zat laatst een hele domme specht. Hij roffelde met zijn snavel keihard tegen het ijzer van de mast. Misschien was hij niet dom maar juist heel slim en dacht hij: hier valt meer uit te halen dan één keer per maand luchtalarm. Hij had er duidelijk lol in en toegegeven het klonk geweldig. Een akoestische vondst. De hele buurt stond er van te kijken. Ik heb hem Avicii genoemd. En de volgende dag was hij er weer. De vogel had een raakvlak gevonden waar hij trots op was.

Tata Steel Chess Tournament 2018 tienkampen

DAG 1

En heb je nog een leuke anekdote, vraagt Nanny als ik thuis kom. Nee, zeg ik, maar anderen in mijn groep wel. Die hadden van alles meegemaakt en de clou van het verhaal was steeds dat ze daarin op onnavolgbare wijze aan het langste eind trokken. En wat is jouw clou vandaag, dringt Nanny aan. Dat ik dus weer eens aan het kortste eind trok, mompel ik. Mijn tegenstander zei: mijn maten wachten. En weg was hij. Dan zal je wel te lang doorgespeeld hebben. Ze wrijft nog wat zout in de wonde. En zat je daar een beetje knap? Ja dat ook. Het was weer afgeladen vol en ik zat ver in de hoek van de zaal helemaal weggeborgen onder de brandslang zo ongeveer. In de verte zag ik soms clubgenoten lopen. Ik heb gezwaaid en geroepen, maar ze zagen en hoorden me niet of deden alsof. Nanny neemt nu zogenaamd gas terug: het is wel groep 5 hè? Foto’s gemaakt dan maar? Nee, of toch: eentje, aan het eind van de middag in het midden van de zaal, van een partijtje dat over belangstelling niks te klagen had.

 

DAG 2

Dit keer tappen we uit een ander vaatje. In een woeste Wolga dreigen mijn tegenspeler en ik om beurten kopje onder te gaan. We stapelen fout op fout en het is een wonder dat geen van ons beiden wint.

1. d4 Nf6 2. c4 c5 3. d5 b5 4. cxb5 a6 5. bxa6 Bxa6 6. Nc3 g6 7. f4 d6 8. Nf3 Bg7 9. e4 Bxf1 10. Rxf1 Nbd7 11. e5 dxe5 12. fxe5 Ng4 13. e6 fxe6 14. Ng5 Nxh2

Hier hap ik al naar adem. Ik doe het voor de hand liggende Pxe6 waarna er voor zwart niet anders opzit dan ruilen op c3 gevolgd door Da5. Ik red mijn toren: Tf1-f4, zwart slaat met de dame op c3 schaak, en ik produceer de krukkenzet Ld2?  in plaats van Dd2! Het loopt met een sisser af, want zwart kiest voor het schaak op e5? in plaats van op g3!

Zes zetten later. Mijn toren op f4 heeft twee zwarte paarden onschadelijk gemaakt maar helaas daarbij zelf het loodje gelegd, evenals zijn collega op a1 trouwens. Ik kan  de verleiding niet weerstaan om tenminste een toren (op a8) terug te winnen in plaats van met Pe6+ remise te maken. En weer word ik gered: zwart geeft eerst schaak met zijn andere toren alvorens op a2 te slaan maar met de koning op g3 is dat niet zo erg meer.

Wit kan zich knap redden met De6! of Pc7! Ik kies voor het laatste. In tijdnood gebeuren er nu de vreselijkste dingen die ik hier liever niet laat zien. Zwart mist nog minimaal twee keer de winst, wit doet daar uiteindelijk niet voor onder.

 

DAG 3

Eindelijk mooi weer in de duinen. Maar in de Moriaan wil het nog niet lukken. Een bloedeloze remise gespeeld. En snel klaar. Dus nog wat foto’s gemaakt.

 

DAG 4

Quirine Naber en Timardi Vehoeff

De Masters en de Challengers hielden rust en de wedstrijdleiders waren ziek, dus wij hadden een heerlijke dag. Aart Strik had Gerda Schiermeier uit De Zon opgetrommeld om hem bij te staan en zo liep alles op rolletjes.

In tienkamp 3B speelde koploper Richard Schelvis met wit een prachtige partij tegen Khoi Pham.  De zetten heb ik gestolen maar ik zal ze hier niet tonen (want dan kan hij ze nog een keertje doen). Alleen de laatste vijf, dat kan geen kwaad.

Richard nam nu ruim de tijd. Zijn tegenstander at een kroketje. Ik hield het niet vol en ging een rondje lopen. Toen ik terug kwam was er 41. Th6xg6+! Ld3xg6  42. h5xg6 Lg5-f6  43. Kg1-g2 e5-e4  44. f3-f4 Lf6-d4  45. g4 gedaan en had Richard gewonnen.

Igor Vanduyfhuys

Even verderop liet clubgenoot Hans Leeuwerik zich beetnemen door de jonge Igor Vanduyfhuys. Hij had verzuimd met zijn loper de zwarte pionnen te stoppen. En wat mij overkwam was niet veel beter. Net toen ik mijn zaakjes op orde had en een stuk dacht te gaan winnen, werd ik verrast door een desperaat dameoffer.

In het eerste diagram bedenk ik het talentvolle 19. e3-e4!
Zwart slaat met 19. … Pf6xe4 en ik doe het enige juiste: 20. Pd2xe4, want zowel 20. Lxe7? als  20. Lxe4? (Pxe4 Txc8 Txc8 Lxe7) falen op zwarts Pe4-c3 met matdreiging op g2. En na 20. Pe3 volgt er een ware slachting (Dxd2 Dxd2 Pxd2 Lxe7 Pxf1 Lxf8 Pxe3 Lxc5 Pxg2) en als ik goed heb geteld sta ik dan twee pionnen achter.

In het tweede diagram heeft zwart met 20. … Le7xh4 mijn dameloper geslagen (misschien had hij beter La6 kunnen doen). Ik krijg er zin in en val met: 21. Pd1-e3 de dame aan. Die gaat een stapje opzij: 21. … Dd5-e5 en ik val met 22. f2-f4 opnieuw de dame aan. Dat gaat hem het paard op c5 kosten denk ik. Hij doet doodleuk 22. … De5-d4 en ik dus lachend 23.Tf1-d1 Kat in ‘t bakkie.

Het derde diagram: 23. … Dd4xd1 En ja hoor, ik denk weer eens dat nu álles kan  en doe 24. Tc1xd1?? Hoe is het mogelijk. Sukkel die ik ben! Niks stuk gewonnen. Een moeizame remise wordt het. Ik ben hard op weg naar De Zon.

 

DAG 5

De foto’s zijn vandaag een beetje onscherp. Ik zit nog een beetje na te trillen. Mijn tegenstandster liet me alle hoeken van het bord zien. Ze stond zo goed dat, toen het toch nog remise dreigde te worden, zij daar niets van wilde weten en met haar lopers bleef jagen op alles wat bewoog, totdat ik sterretjes zag en zij toch nog een manier vond om mij aan een onverdiend punt te helpen. Uitgewoond en kletsnat kwam ik thuis. Nanny had voor mij gekookt. Kan ik dan niks meer zelf?

 

DAG 6

De rustdag is gehaald zonder al te grote schade. Wel kreeg ik nog een Franse ruilvariant voor mijn kiezen. En als ik ergens een hekel aan heb … Ik moet er maar eens wat meer aandacht aan besteden. Nu werden al snel ook nog alle lopers afgeruild en de dames en de torens en dat was het dan. Ik heb echt geprobeerd te winnen beweerde mijn tegenstander. Nou, ik dus niet, dat ligt niet in mijn aard. Ze moeten me echt dwingen, dan lukt het nog wel eens, maar zo dus niet.

Heel veel bekenden zie ik. Eric van Benschop, Han Kemperink, Gerard van Pinxteren, Wim Rakhorst, Johan Buis, Paul Harmse en op de achtergrond ook nog Ron Lameris, Hans Leeuwerik en Cock Ippel.

En wat te denken van dat sarcastische mannetje die zegt dat zijn vrouw alles weet. Beter weet is de boodschap. Het is misschien nog waar ook, vrouwen lezen wel eens een boek.

Ja sorry hoor, er gaat wel eens wat mis

 

DAG 7

Vijfenveertig jaar geleden was zij dameskampioen van Nederland. Ik zag er een beetje tegen op. Maar ze was zes minuten te laat en het eerste dat zij deed was alle stukken op een hoop gooien inclusief mijn pion op d4. Er lag suiker op het bord. Zo kon er niet gespeeld worden. Er werd geveegd en geklopt en links en rechts kwam het commentaar los. Eén zet tegelijk hoor. En dat is nog eens een opening. Ik meldde verrast dat ik mij híer niet op had voorbereid en hielp mee de orde te herstellen. Toen dat gelukt was en mijn pion weer op d4 stond ontwikkelde zich een vrolijk partijtje. Voor mij dan. Want zo kordaat als zij begonnen was, zo terughoudend was zij nu:

En dan nog wat. Over kleding. Fons Vermeulen bivakkeert deze week een straatje achter ons en hij kwam even buurten. Hij vond dat Sandra Keetman er prachtig uitzag. Alle dagen eigenlijk. En steeds weer anders. Dat vond hij mooi. De charmeur. En toen keek hij mij vals aan en zei: en dat kan je niet van iedereen zeggen.

 

DAG 8

Het was een lange zit vandaag. Voor de tweede keer in dit toernooi werd ik met dat vermaledijde d4-Lf4-systeem van wit geconfronteerd. En net zoals de vorige keer bereikte ik met meer geluk dan wijsheid een gewonnen eindspel.

stelling na 35. Kf2-e3

Die zwarte pion op e2 is een schavuit maar die zal niet promoveren. Dat zal de h-pion gaan doen. Mijn eerste zetten zijn dus h7-h5-h4-h3. Wit beweegt wat heen en weer met zijn toren, probeert niet eens meer met b3 de b-lijn te openen, wat ook eigenlijk geen zin meer heeft.

stelling na 44. Te1-h1

Er zijn over en weer een paar onschuldige zetten gedaan om de tijdcontrole te halen, maar nu gaat het dan gebeuren. Ik ga mijn koning naar de h-lijn brengen: 44. … Kf5-g4  (wit kan de e-pion niet slaan wegens Kg4-g3+ gevolgd door h3-h2) 45. Ke3-f2 Kg4-h4  46. Th1-g1 h3-h2 47.Tg1-h1 Kh4-h3 en de manoeuvre Lh5-g4-f5-e4 beslist de partij. Op naar het café.

 

DAG 9

Na afloop. In het café zaten twee mannen die ook hadden geschaakt maar die bridge toch leuker vonden. En je begrijpt het niet, zei de een, ze komen helemaal uit Friesland en Limburg. En uit India, zei de ander. Ja, maar die worden betaald, wist de eerste. En Johan Buis had van een man gewonnen die al vele malen gefotografeerd en nu ook nog getekend was. Waar hij bij zat. Vanwege de karakteristieke kop, van die andere man dus. Het moest niet gekker worden. Hij ging aan het bier. Nanny moest ik daar trouwens ook weer weg plukken, uit dat café. Gisteren zat ze in De Zon aan de bar. Daar stond een pinapparaat en daar mocht niemand aan komen, zelfs wapperen mocht je niet zelf doen, want als er ook maar iets veranderde aan de opstelling van dat ding dan had het geen bereik meer. Komt er een kleine jongen met een autootje over de bar gereden. Hij ziet het pinapparaat. Knopjes drukken roept hij. Het hele café op tilt. Net op tijd weet zijn oma een ramp te voorkomen. Reuze gezellig, vond Nanny het. Het wordt nog een hele toer om haar weer in het gareel te krijgen.

De Wijker Toren verliest maar Thomas Broek verslaat John van der Wiel

 

In Wijk aan Zee gingen de afgelopen zaterdag de eerste twee teams van De Wijker Toren onderuit tegen DD (Discendo Discimus) uit Den Haag en Het Witte Paard 2 uit Haarlem.

Het opvallendst was echter de enorme fanclub die Stefan Jorritsma opeens rond zich verzameld heeft, waaronder een wonderlijk mooi drie weken oud kind dat als een roos overal doorheen sliep.

Bijna even opvallend was de overwinning van Thomas Broek. Vlak voor zijn partij zat Thomas nog wat besmuikt lachend achter zijn bord toen hij aan de andere kant daarvan grootmeester John van der Wiel aantrof.

John van der Wiel en Thomas Broek

Maar gaandeweg de partij werd al snel duidelijk dat dit één van zijn betere ging worden. Thomas rokeerde niet. Hij viel aan. De damevleugel van Van der Wiel werd lamgelegd door de zwarte dame, terwijl aan de andere kant van het bord de zwarte h-pion helemaal in zijn eentje (nou ja zijn makker op g5 had de weg voor ‘m gebaand) de witte koningsstelling verbouwde. En in het centrum heerste een moorddadig zwart paard. De grootmeester had er totaal geen antwoord op. Zijn koning begon al gauw zorgelijke pasjes te maken. En toen ook nog de in een vroeg stadium listig op b8 gezette zwarte toren in mocht grijpen via b2, was de zaak bekeken.

Voor de rest was het kommer en kwel. Alleen Bastiaan Veltkamp (voor het eerste) en Berend van Maassen (voor het tweede) wonnen nog, de laatste met een gelukje.

Bastiaan Veltkamp en Ronald Dickhoff

En Stefan Jorritsma? Die verloor dus ook. En onmiddellijk moest hij bord en stukken inleveren. Die gingen mee naar het café voor een grondige analyse.

Benjamin Bok houdt huis in Heemskerk

 

Benjamin Bok

De jaarlijkse schaaksimultaan in Heemskerk, georganiseerd door HSV Excelsior, is met grote overmacht gewonnen door Benjamin Bok.

De grootmeester nam het op tegen 33 tegenstanders, deed dat zeer serieus en vatte aan het slot de zaken treffend samen: hij prees de tegenstand, maar had het niet moeilijk gehad, op twee partijen na, in de één omdat hij pardoes een toren weggaf en toen genadig remise aangeboden kreeg, in de ander omdat hij de stand niet helemaal vertrouwde en zelf maar remise aangeboden had.

Han Kemperink en Peter Uylings geïnterviewd door Joop Zonneveld

Twee remises dus. Een van Peter Uylings met zijn gebruikelijke bravoure en een gelukje. En een van Nico Kuijs die een voorbeeldige partij speelde. Meer zat er niet in. Bijna was het ook Thomas Broek nog gelukt, maar hij bleef als laatste over en was toen het haasje, net zoals dertig anderen daarvoor.

Thomas Broek heeft zojuist zijn laatste zet gedaan

Toch was het wederom een geslaagd evenement dat dit keer vanwege het onbestendige karakter van het weer niet buiten maar binnen, in de Jansheeren, werd gehouden.

De grootmeester doet het op zijn gemak …

… maar toch stapelen de zorgen zich op

Soms werden de zetten genoteerd en soms ook niet. Vaak was dat maar beter zo. Want je kon lelijk in de war raken. Jan Verhoeven had een zet genoteerd. Toen de grootmeester aan zijn bord verscheen dacht Jan daarom dat hij die zet al gedaan had. Hij keek naar het bord, hij bestudeerde zijn notatie, keek nog eens naar het bord en begon toen heel onrustig om zich heen te kijken op zoek naar steun. Hij vond de zet niet terug op het bord en begreep er niets meer van. Fout fout ik heb het helemaal verkeerd gedaan, mompelde hij, ik geef op. Benjamin Bok die geduldig had staan wachten zei voorzichtig: volgens mij bent u aan zet. Dat luchtte Jan enorm op. In dat geval speelde hij nog even door.

Zijn buurman, die alles geamuseerd had zitten bekijken, had het probleem met de notatie al veel eerder opgelost:

d4 d5 nog bekend, daarna draad kwijt geraakt

Gelukkig had Nico Kuijs zijn zetten wel gewoon genoteerd. Op een paar na. Daar slaan we dus een slag naar. Waarschijnlijk weet Benjamin ze nog wel.

Nico Kuijs speelt remise

Nico komt uitstekend uit de opening. Heeft hij die bestudeerd? Maar ook daarna blijft hij prima op de been. Benjamin kan geen vuist maken en op het laatst vertrouwt hij het niet meer en biedt remise aan. Nico krijgt daardoor het vermoeden dat hij goed staat, maar neemt het aanbod van de grootmeester toch maar aan.

Verder was er wel veel overleg, maar weinig resultaat:

De grootmeester is te sterk voor ons. Hij gaat nu World Cup spelen in Georgië.

SPAchess 2017

De zevende editie van het Amsterdam Science Park Chess Tournament is een beetje aarzelend van start gegaan met in de open hoofdgroep vier grootmeesters en zes meesters. En zonder rondeverslag. Maar toch gebeurde er zoals gebruikelijk in de tweede ronde al weer iets bijzonders, al was dat dit keer niet leuk. De wedstrijd werd dik een kwartier stilgelegd omdat er een speler onwel was geworden en er ruimte gemaakt moest worden voor de hulpdiensten. Sommige schakers ontvluchtten de warme zaal, andere jongere schakers trapten een balletje en een enkeling bleef onverstoorbaar zijn stelling bestuderen.

Manuel Bosboom en Erik Schoehuijs hadden al eerder op eigen initiatief hun klok stil gezet. Hun stelling was nog in evenwicht, maar met Manuel in veldtenue loerend vanuit een egelstelling klaar voor de sprong. Toen de klokken weer aan waren gezet verloor Erik al gauw op onbenullige wijze een stuk. Maar hij had compensatie en hij zette zijn tegenstander min of meer vast. En hoewel die in de analyse achteraf in razend tempo de meest fantastische combinaties tevoorschijn toverde, liet hij in de partij zelf zijn voordeel glippen en was zijn enige truc er een die tot remise leidde.



Thuis heeft Erik uitgevonden dat hij een paar keer door het oog van de naald is gekropen in zijn partij tegen Manuel Bosboom. Bijvoorbeeld op dit moment:

Dat valt ons dus tegen van onze held, die wij bewonderen om zijn onverschrokkenheid en combinatoire vermogen. Maar gelukkig maakt hij in de zesde ronde (bij mijn tweede bezoek aan het toernooi) alles in één klap weer goed. Tegen Hugo ten Hertog offert hij met wit op de achttiende zet doodleuk een stuk.
Hij zit er een hele tijd op te broeden en zijn tegenstander is wat gaan wandelen. Als die terugkeert bij zijn bord is hij helemaal niet verrast. Hij had niet anders verwacht. Zonder na te denken slaat hij het paard. Maar gek genoeg gaat hij onmiddellijk daarna diep in de denktank. Beiden zijn zo al snel in tijdnood. Ten Hertog verdedigt zich weifelend en de aanval van Bosboom wint aan overtuigingskracht. Dan komt er een moment dat de een niet ziet aankomen en de ander ongezien laat passeren.

Bosboom-Ten Hertog, stand na 28. … Pa5-b3



De laatste ronde van het toernooi, dat dit jaar toch al aan bloedarmoede leed (matige deelname, nauwelijks verslaggeving, geen nevenactiviteiten), was niet de beste en al helemaal niet voor Liafbern Riemersma, die van zijn fiets viel en het punt zonder te spelen aan Manuel Bosboom moest laten. Maar het toernooi kreeg wel een knappe winnaar: Erik van den Doel, verdiend en ongeslagen.

De andere winnaars waren: Wytse van der Velde (groep B), Quirine Naber (groep C), Frank Beusen (groep D), Hing Ting Lai (dagvierkamp groep A), Bas Haver (weekendvierkamp groep A) en Colin Stolwijk (NK studenten).

ROC Nova College Schaaktoernooi 2017

ROC Nova College Schaaktoernooi 2017

Het ROC Nova College Schaaktoernooi is opnieuw gewonnen door Matthew Sadler. In de voorlaatste ronde schudde hij zijn naaste belager Maxim Turov af, waarna hij in de laatste ronde met veel kunst en vliegwerk aan het langste eind trok tegen Enrico Vroombout. Alleen in de derde ronde had hij een half puntje afgestaan aan Jan Werle, de andere partijen besliste hij in zijn voordeel.

Matthew Sadler

Op zaterdag woonde ik twee ronden bij en maakte foto’s. De jeugd was weer goed vertegenwoordigd. In de B-groep speelde mijn clubgenoot Hans Leeuwerik tegen de vijf keer zo jonge Matteo van Cleef. Matteo uitte voor de wedstrijd zijn bezorgdheid. U gaat toch niet SAAI spelen? Hans stelde hem gerust.

Marcel Duin kampioen van Excelsior

Marcel Duin is fluitend kampioen van Excelsior geworden, twee ronden voor het einde en nog altijd ongeslagen! Om daar iets aan te veranderen, niet aan het eerste, dat kon niet meer, maar aan het tweede, bracht ik in de voorlaatste ronde (met zwart) grof geschut tegen hem in stelling.  Dertien zetten lang hoopte ik op een wonder en toen zette hij mij met een even prozaïsche als ontnuchterende zet op mijn plaats. Een echte kampioen breng je niet zomaar aan het wankelen.

Marcel proficiat!

My Home Is My Castle

Tien vertelsels, die soms iets met schaken te maken hebben, de meeste uit de Weenink tijd

 

Schaakspel geschonken door Berend Pluim aan Hans Nuijen

 

My Home Is My Castle

Schaken is een spel voor: Heren. Deze komen samen op een: Club. Daar spelen zij hun: Partij. Met in de ene hand een: Havanna. En in de andere hand een goed glas: Cognac. Niet lastig gevallen door andere dames dan die op hun knie, om wie het spel eigenlijk draait. Attaqueren zij de koning, dan annonceren zij: Schaak. Raken zij terloops de dame aan, dan heet het: J’adoube. Zijn zij tevreden met de status quo, dan is het: Remise. Maar wordt de partij gewonnen, dan wisselen de spelers van kleur en de dames van knie en volgt er een: Revanche. Is de stand daarna gelijk, dan wordt, in deze moderne doch jachtige tijd, een beslissing geforceerd in een zogenaamde: Rapidpartij. Dit is niet veel anders dan het vroeger gebruikelijke en zoveel eerlijker: Dobbelen.

Het is klaar dat de vrouw achter de schaker hier beter niet kan komen. Zij zit thuis of verzet, in deze geëmancipeerde doch zedeloze tijd, haar eigen zinnen met cricket, golf, tennis of bridge. Dit is niet veel anders dan het vroeger gebruikelijke en zoveel onschuldiger: Overspel. Wil de schaker dit voorkomen, dan zal hij gedwongen zijn de adembenemende door- en inkijkers op de Club te laten voor wat ze zijn en eerst thuis orde op zaken te stellen.

 

De Lange Mare

Een uur eerder dan normaal en na een wandeling door Leiden, waarvan de meesten het fijne ontging, bereikten we klappertandend de zaal aan de Lange Mare. De jassen werden onvoorzichtig op een hoop gegooid en onder een hemel van ballonnen en in een schijnsel, waarbij we zowaar nog gingen verlangen naar ons eigen schamele onderkomen in De Eindspurt, zetten we ons achter de borden. We zouden het spoedig wel wat warmer krijgen, dachten we. Alleen vonden we het vreemd dat veel van onze tegenstanders hun jassen aanhielden. Toen onze ogen een beetje aan de duisternis waren gewend, ontwaarden we zelfs truien, dassen en een enkele muts. Het klappertanden wilde ook al niet overgaan, verergerde zich zelfs tot schokschouderen en schuddebuiken, wat alleen Peter Uylings onberoerd liet. Die hield zich warm door met ferme pas rond te benen, daarmee tegelijk de verbindingslijnen met teamleider Bram Jansen en de koffiekamer in stand houdend. Het nieuws dat Hendrik Koopman een zet had opgeschreven, maar niet uitgevoerd, bereikte ons dan ook voordat Hendrik zijn pen had neergelegd. Onmiddellijk werden de sledehonden ingespannen en spoedden we ons, dicht tegen elkaar aan gedrukt, naar het eerste bord aan het uiteinde van de fjord, waar we net op tijd aankwamen om het vreugdevolle aansteken van de Bengaalse vuurpotten te aanschouwen. Onmiddellijk verspreidde zich een aangename warmte door de zaal, heel het land en onze verkleumde botten, voorbode van de naderende lente. Het was omdat Nanny pas tegen het vallen van de avond zou komen dat ik snikkend Bram om de hals viel. En ook hij was zijn ontroering nauwelijks meester en liet mij pas los toen ik hem had beloofd ook over de mooie dingen in het leven te zullen schrijven. Terug bij de koffiekannen lieten we het paardoffer en de ingesloten toren, vertraagd en in eindeloze herhaling, aan ons geestesoog voorbijgaan. Een voor één keerden de dappere krijgers nu, onder gezang en gedans, terug van de borden, beladen met buit. Alleen de bok, die Nico Kok schoot, bleef als zoenoffer achter. En des avonds vierden we de wonderschone overwinning met een Indiaas maal, waarbij ook Peter Poncin aanzat en zelfs Bert van der Zijpp onmogelijk nog de draak kon steken.

 

Negatief gedoubleerd

Dit keer had reisleider Berend Pluim Arnhem op het programma gezet. Daar waren wij nog niet geweest. Vol verwachting verzamelden wij ons op het station van Beverwijk. Het was nog guur maar het beloofde een mooie dag te worden. Tussen Beverwijk en Amsterdam had de machinist niet genoeg trein aangekoppeld, dus moesten wij verspreid reizen, maar vanaf Amsterdam was het beter geregeld en vulden wij met ons zestienen een hele coupé. Laurens Duin mocht vandaag ook mee. En waarom ook niet, we gingen toch gewoon leuk uit?

Al spoedig waren wij verdiept in de bridgerubriek. Wat dom nou: de volgende keer moesten we niet allemaal dezelfde krant kopen. Zo zag je maar weer, dat zoiets toch voorbereiding vergt. Hans Nuijen verdiepte zich, zij het oppervlakkig (want ja, een kei zou hij er toch nooit in worden), in het negatief doublet, wat Paul Bierenbroodspot (meneer Paul voor Noortje) vrolijk Spoetnikdubbel noemde. Die wist er dus meer van. Uitleggen. Het bleek een doublet te zijn op een tussenbod van je tegenstanders, als je wel een leuk spel hebt, maar zonder uitgesproken eigen kleur of steun in je partners kleur. Een kleurloos spel dus. Noortje las De Kinderen uit de Kabaalstraat, wat eigenlijk de Kanaalstraat was, maar omdat die kinderen zo’n kabaal maakten, heette die straat Kabaalstraat. Een woordspeling dus. Ondertussen zat Nanny te breien, sprak Peter Uylings in korte notatie en trakteerde Berend op koffie uit de minibar. In Arnhem gingen Noortje, Nanny en ik de stad in, terwijl de anderen doorreisden naar station Velperpoort om daar in de buurt iets te gaan doen waar ze goed in waren. Zeiden ze.

Tegen de avond troffen we elkaar weer. Niet iedereen was nog even vrolijk als ‘s morgens in de trein. Er was die middag behoorlijk negatief gedoubleerd. Vooral Alessandro di Bucchianico scheen iets misdaan te hebben. Driemaal had hij hetzelfde standje uitgeprobeerd, wat de Arnhemmers tot groot enthousiasme had gebracht. Maar daarvoor waren wij niet gekomen, dus loodste Berend ons snel naar de dichtstbijzijnde Chinees. Die had echter niet op ons gerekend, waarop wij ons verdeelden over een Indonesisch Restaurant en een Vegetarisch Eethuis. Zo was ik helaas slechts in staat de helft van alle roddel en achterklap op te tekenen. Een servet met aantekeningen ligt bij mij thuis ter inzage. Onder leiding van Peter Uylings, die moeiteloos alle stiltes vulde met vrolijke grootspraak (over gapen in de klas en een liefdesrijm voor straf, en over het verschil tussen autoritair en autoriteit; Noortje, na afloop: die man aan het begin van de tafel maakte veel grapjes), genoten wij van de volgende vegetarische gerechten: misosoep en waterkerssoep; geroosterde zonnebloempitten (vooral Erik Schoehuijs); vier ovenschotels (meer waren er niet) en rijst met gierst en seitansaus; verse groenten; wijn en vruchtendrank; kwark met rozijnen, watergruwel, roomijs met kersensaus en koffie met taart. Tussen twee happen door bleek Peter ook nog getrouwd te zijn. De onbespoten jongen en meisje van het eethuis wisten niet hoe ze het hadden. Hoe wij bij hun terecht waren gekomen. Ja, dat vroegen wij ons ook af. En wat ze alle andere dagen met die, overigens verrukkelijke ovenschotels deden. Toen wij weggingen zagen wij nog net hoe zij een feestelijke fles wijn op deze wonderbaarlijke dag ontkurkten.

 

Achterhoek

Mannen, hoewel we gedegradeerd zijn, ben ik toch trots op jullie. Er is dit keer geen narigheid geweest, er is niet gevochten, nauwelijks getrapt en ook de scheidsrechter kon rechtstreeks naar huis en niet via eerste hulp. Dat is wel eens anders geweest. Een hoeraatje voor Heren Drie. Op het volgende seizoen!

Wat zou dat zijn, vroeg ik aan Nanny. Voetbal dacht ze. Welnee, zei ik, niet gevochten, heren drie, dat is hockey of zoiets. Ach schei uit, zei zij weer, moet je die koppen zien, dat heeft geen weet van hockey of zoiets. Ik keek achterom. Ze had gelijk. Touwtrekken misschien. Dat was hier de sport. We zouden het spoedig weten. De grootste touwtrekker van de groep had al een paar keer naar ons geroepen. Nu kwam hij vragen wat we deden. Hendrik Koopman trachtte zijn psychologisch overwicht tot gelding te brengen door de duidelijk aangeschoten jongen te prijzen als sfeermaker. Die hadden we net nodig bij Weenink. Van de naam Weenink keek onze gloednieuwe sfeermaker niet op. In de Achterhoek wemelde het van de Aaftinks, Borckinks, Hiddinks, dat was Normaal. Dus hij voelde zich meteen helemaal thuis bij ons en omarmde Hendrik innig. Deze keek moeilijk om zich heen en vroeg zich af hoe hij het initiatief zo snel was kwijtgeraakt. Peter Uylings schoot zijn vriend te hulp. Schakers, riep hij luid, we zijn schakers. Heren Drie juichte nu dat sfeermaker een potje tegen ons moest doen, want hij won van iedereen met schaken. Sfeermaker liet Hendrik los en keerde zich naar Peter. Ben je goed, vroeg hij twijfelend. Nog net geen grootmeester riepen wij, al denkt hij daar zelf anders over. Sfeermaker overwoog zijn kansen en koos toen liever waterpolo met het hele team. Jij met je hockey, zei Nanny. Nu overwoog Peter zijn kansen. Hij keek de kring rond en zag louter watervrees. In z’n eentje, dat lukte hém zelfs niet. Sfeermaker was tevreden met dit gelijke spel en werd bovendien teruggefloten naar zijn tafel. Daar werd de haaienvinnensoep opgediend.

 

 

Vraaggesprek met de man die zijn partij op het nippertje won

Wat er door me heen ging? Ik dacht, het had niet veel langer moeten duren. Het meeste ging trouwens door mijn tegenstander heen, zo te zien. Die werd eerst donkerrood, toen purper en toen hij door kreeg, dat het applaus niet voor hem bestemd was, spierwit met allemaal kippenvel en rare vlekken en tenslotte helemaal fosforescerend geelgroen. Ik durfde nauwelijks te kijken. Toen hij weer kon praten, nou ja praten, het leek meer op een vastgelopen zuiger, piepte hij: ik had wel … op zevenenvijftig manieren … kunnen winnen. En toen schoot mij opeens een gedichtje van Cees Buddingh’ te binnen, het is eigenlijk een liefdesgedichtje, het heet dan ook “zeer kleine ode aan de liefste” en het gaat zo: vanochtend/ zag ik op straat/ een leeg heinz-blikje liggen/ en onmiddellijk/ dacht ik aan jou:/ 57 varieties.

 

 

Vraaggesprek met de man die zijn toren oliedom verloor

Wat is dat voor stomme vraag. Heb je wel eens een vrije trap regelrecht in je kruis gehad? Nou dan weet je het ongeveer. Totaal overspeeld had ik hem. Maar opgeven ho maar. Gewoon door knoeien met zo’n krom paard. Let ik even niet op, staat er een kasteel in. Ik denk nog: blijf met je takken van die toren af. Maar nee hoor, totaal geen respect. Zegt de klerelijer: het is niet verdiend, maar ik kan ‘m toch moeilijk laten staan. Ik wil hem toesnauwen: aso, vuile klootzak, etterbak in het geniep, laurens in het kwadraat. Ik tel tot tien, maar raak al bij twee de tel kwijt. En opeens, geloof het of niet, schiet me een gedichtje van Cees Buddingh’ te binnen, het heet “zeer vrij naar het chinees” en het gaat zo: de zon komt op de zon gaat onder/ langzaam telt de oude boer zijn kloten.

 

Elf

Evert, je moet zaterdag invallen. Zeg, ben jij wel goed bij je hoofd? Ja, het moet, we hebben drie invallers nodig, nood breekt wet. Had je dat niet iets aardiger kunnen zeggen en wie schrijft er dan? Dat doe ik wel. Ja maar, kan Peter niet, of Laurens, Hugo, Nico, Hetty?

Nee, die konden niet en dus was er geen ontkomen aan. De hele week geen woord gewisseld met Nanny en Noortje, drie avonden schaakstudie, vroeg naar bed en geen oog dicht gedaan. Zouden ze me dit geflikt hebben om mijn verslagen uit de Weenink Post te houden? Ik zou in het vervolg wel een ander toontje moeten aanslaan. De beste stuurlui staan aan wal. Nu komt het uit.

1. d2-d4 f7-f5
Brrr! Hollands, daar heb ik geen kaas van gegeten. Zouden ze erg boos zijn als ik g4 doe?

2. g2-g4?! f5xg4 3. e2-e4 d7-d6 4. h2-h3 Pg8-f6 5. Pb1-c3 e7-e5
Nou die laat er geen gras over groeien. Moet ik nu het centrum afsluiten of me naar remise proberen te ruilen?

6. d4xe5 d6xe5 7. Ddlxd8+ Ke8xd8 8. Lc1-g5 c7-c6
Dat is jammer, nu vindt de koning een schuilplaats op c7 en kan mijn paard niet naar d5. Die eersteklassers zijn niet voor de poes.

9. 0-0-0+ Kd8-c7
Wat nu? Die pion zie ik nooit meer terug. Toch maar even volhouden. Misschien is 10.hg4 Lg4 11.f3 Le6 12.f4 Ld6 13.Pf3 Pbd7 nog wat. Dan sla ik met de toren op d6 en met de pion op e5, waarna ik met Lf4 en eventueel Th5 de kleine kwaliteit win. Zal wel geen hout van kloppen. En wat loopt die klok snel. Nou vooruit dan maar. Mijn tegenstander wordt ongeduldig, die wil ook wel weer eens zetten.

10. h3xg4 Pf6xg4???
Droom ik? Hartkloppingen, kippenvel. Dit kan niet waar zijn. Wil er dan niemand meer met mij schaken?

11. Lg5-d8 mat
Handen schudden. Ik weet niet hoe ik kijken moet. Hij ook niet.

De volgende keer ga ik weer schrijven. Ik laat me geen tweede keer belachelijk maken.

 

Een valstrik

Hij had mij bijna te pakken, had al twee keer remise aangeboden, maar ik schaakte vrolijk door. Totdat mijn tijd op was en ik het van de increments moest hebben. Een gunstig eindspel werd vakkundig verkloot, sorry, vergooid.

Ik zag dat het fout was. Dat hij de toren naar c7 kon gaan spelen en wat dan? Ik raakte mijn toren aan en bewoog naar f2, maar zag nog net op tijd dat mijn koning niet meer op e1 stond, waar hij tien seconden geleden nog wel had gestaan, de sukkel. Alsof dat geholpen had trouwens. Goede raad was duur. De zwarte adelaar zweefde boven zijn prooi. Hij was opeens errrrug geïnteresseerd wat het muisje ging doen. Of het nog wel iets ging doen, want de laatste minuut tikte weg.


Opeens zag ik het: Tg2-h2, dat zou hem verleiden tot Tf7-f3. En ja hoor hij kon zich niet beheersen en begaf zich in roekeloze val, lette niet op de valstrik: h4-h5! en greep de eerste de beste pion of eigenlijk de verkeerde: Tf3xe3. En toen was daar Th2-h4+ en bleek de vogel behalve remise nog twee andere woorden te kennen: shit en kut.

 

Verliezen is niet moeilijk

Tata, praat me er niet van, vraag me er niet naar. Twee keer had ik moeten afzeggen bij mijn fitnessclubje. Maar daar was ik weer. “En, nog wat gewonnen?” vroegen ze me. “Ja, de poedelprijs” antwoordde ik dapper. Dat vonden ze erg leuk.

Het vorige jaar was ik gepromoveerd. Tegen de klippen op, zeg maar, en dat heb ik geweten. De tochten op de fiets naar Wijk aan Zee door sneeuw en duinen waren sensationeel mooi, maar wat er in dat ellendige oord allemaal gebeurde verzwijg ik liever. Ik won de eerste partij en de laatste. Daartussendoor niks. Zo’n week duurt erg lang. Extra pijnlijk was het moment dat ik onderweg na vier verliespartijen op rij toch nog een remisetje cadeau kreeg en de hele groep me uitbundig kwam feliciteren, terwijl mijn tegenstander ondertussen probeerde uit te leggen hoe dat zo gekomen was. Ja, dan verlies ik nog liever. Dat ging me trouwens steeds makkelijker af. Of toch niet?

Ik had zwart. Na slinkse manoeuvres had ik mijn dame waar ik haar hebben wou. Er stond nu een superdoorkijker op het bord. Van Hans Nuijen geleerd. Zou mijn tegenstander het ook zien? Hij dacht dat het geen kwaad kon en gaf zijn dame voor twee torens:

28. Tg1 Txe2 29. Dxe2 Txe2 30. Lxe2

Ik kwam gewonnen te staan, maar in razende tijdnood wist ik mijn vrijpion niet aan de overkant te krijgen en op de veertigste zet vergooide ik alles. Had ik maar wat meer tijd gehad. Toen herinnerde ik me een episode eerder uit de partij. Ik had een zet gedaan en ik ging even wandelen. Toen ik terug kwam zat mijn tegenstander nog steeds te denken. Waarover? Zo moeilijk was het niet. Ik besloot om me ondertussen ook maar wat in de stelling te verdiepen, want zoveel tijd had ik niet meer. Na een poosje, hij dacht wel idioot lang na, keek ik nog eens op de klok en zag dat er steeds minder voor mij overbleef. Heb ik mijn klok niet ingedrukt, vroeg ik schaapachtig. Nee, dat was het niet, bleek. Iemand anders had zich vergist, waarvoor hij zich omstandig verontschuldigde. Mijn tegenstander vertrok geen spier en deed zijn zet.

Verliezen is niet moeilijk, maar het heeft zijn schaduwkanten.

 

Nachtmerrie

Mijn man schaakt en dat is geen pretje. Hij zou nog een deur afschilderen, dat had hij beloofd, komt dus niks van. Hij hangt er zo’n beetje in, die deur dan hè, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Vannacht, ja het is zonde dat ik het zeg, werd hij opeens heel onrustig, ik vroeg ben je wakker en meestal zegt hij dan nee zie je niet dat ik slaap, maar nu zei die eerst niks, maar hij lag wel met zijn ogen open en toen zei die dat ie bijna de dame van die andere te pakken had maar dat het toen toch net niet gelukt was. Ik zeg je weet toch dat je dat niet mag, daar ben je nu te oud voor, de dokter heeft je nog zo gewaarschuwd. En toen had die man de mijne te pakken, zei die. En ik ga d’r nog op in ook, ik zeg, daar heb ik dan helemaal niks van gemerkt, dat had ik moeten weten. En toen begon hij me opeens wild te schoppen en te roepen feyenoord feyenoord. Ik hoop maar dat het gauw over gaat want het is een nachtmerrie.

Tata Steel Chess Tournament 2017 tienkampen

 

De eerste dag

Frank Sluiter in De Zon

Frank Sluiter kan zijn geluk niet op. Maak je een foto, vraagt hij. Hij wint. Zijn tegenstander heeft de zetten voor hem opgeschreven. We spelen de partij na in het café, met een cola.


We gaan nog even door, zegt hij, kijken hoe het afloopt, jij hebt wit. Ik dank je feestelijk, zeg ik, de groeten.



De tweede dag

Niet in de speelzaal, maar in het café worden de mooiste combinaties uitgevoerd; alles gaat daar een stuk makkelijker.



De derde dag

Thomas Broek boekt in tienkamp 2D zijn derde overwinning op rij.

Thomas Broek



De vierde dag

Paul Lieverst treft in 3D een tegenstander die wel wat voor remise voelt en het dus niet erg vindt dat de stelling dicht geschoven wordt. Paul weet daar doorgaans wel raad mee en ook nu slaat hij een flinke bres.

Paul Lieverst – Ed Baarslag

Zo, deze stelling gaat Paul dus winnen: Dg3 en kat in ‘t bakkie. Maar wat fluistert hij nou? Dat zwart remise kan maken maar dan wel eerst zijn dame moet offeren? En dat hij zich dan op moet maken voor een toreneindspel, maar dat hij het nog wel even gaat proberen? Ik begrijp er geen hout van, maar knik begrijpend, want ik wil niet dom overkomen.

Verderop gekeken dan maar. Nou, leuk is anders. Gerard van Pinxteren speelt in 5K tegen Bas Roelen. Op twee borden lijkt het. Dat is twee keer niks. En waar haalt Bas nou opeens twee dames vandaan. Een met en een zonder pinnetje. Gerard kan opgeven.

En tot overmaat van ramp komt Paul melden dat hij remise heeft aangeboden. Het staat helemaal niet zo best meer, zegt hij. Dat klopt. Ik kan mijn ogen niet geloven. Paul is een tovenaar, maar soms ook niet. Hij zit er niet mee en gaat lekker snelschaken bij Excelsior.

Gelukkig is Thomas Broek er nog. Die heeft weer een wonderbaarlijke partij achter de rug. Een combinatie van een cakewalk en een achtbaan. Ogen dicht en riemen vast. Gisteren had er nog iemand in het café gekscherend gezegd: Thomas, die heb ik nog nooit een risico zien nemen. Dat heeft hij dus niet op zich laten zitten.

Albert Termeulen – Thomas Broek

Waar het zwarte paard vandaan komt weet ik niet zeker, Thomas heeft in zijn hand als ik bij zijn bord aankom. Hij slaat er de pion op f3 mee. Het is de slotact van een wilde partij en wit drinkt de gifbeker moedig leeg (Pxf3 Pd6 Pe1+ Pxb7 Tg1 mat).

De vijfde dag

Als Erik Schoehuijs verliest zegt hij: ik heb er weer een heleboel van geleerd. Dat is mooi. Zo wordt hij een beter schaker. Maar nu overdrijft hij toch een beetje. In vijf ronden vier keer verliezen, zoveel leerstof ineens kan een mens niet aan. En het is ook niet leuk voor de anderen. Er is geen eer meer te behalen. De man die in de eerste ronde slechts een half punt tegen hem scoorde, zien we elke dag een beetje bleker worden. Hij heeft zichzelf ernstig tekort gedaan.
Maar hoe komt dat nou? Dit keer heeft hij een tafel aan het gangpad en ik sta er dus met mijn neus bovenop. Het is ongelooflijk hoeveel je aan de zijlijn ziet… als je het niet allemaal zelf hoeft te bedenken.


De zesde dag

Vanmorgen werd Nanny wakker, helemaal in de war. Ze had gedroomd dat alle schakers boos op mij waren. Om de stukjes die ik schreef. Ze hadden geroepen: Hier zijn wij niet van gediend. En Danny de Ruiter was de woordvoerder geweest en die had verklaard dat ik moest betalen voor die stukjes. Ik vroeg hoe ken jij Danny de Ruiter? Dat was dus uit de verhalen van Erik S. Ondertussen was ik behoorlijk in mijn sas met die gedroomde aandacht, maar Nanny zei: je moet er mee ophouden. Dus sloeg ik vandaag een rondje tienkamp over en reisde met de Masters mee naar de Philharmonie in Haarlem.

Daar zie ik in de grote zaal Fons Vermeulen, die er ook wat van kan. Al tijdens de openingstoespraak begint hij te sputteren, omdat de Mayor of Haarlem opeens de Major of Haarlem is. De Masters zitten er niet mee en gaan aan het werk

Tata Steel Chess on Tour in Haarlem

 

Een zaal verder zitten de commentatoren van dienst. Yasser Seirawan en Tex de Wit. Dat is instructief maar lang niet zo’n vrolijke boel als vroeger, getuige een verslagje van Nanny uit de tijd dat er nog een commentaartent op de Dorpsweide in Wijk aan Zee stond, waarin Lex Jongsma en Vlastimil Hort hun kunsten vertoonden:

Ik besloot even te gaan kijken wat er in de commentaartent te doen was. Tweehonderd man zaten ademloos te kijken naar een soort cabaretvoorstelling door twee heren. In de ene herkende de ik Lex Jongsma: “Dis is e riemarkebel moef, not so bed et ol”. De ander sprak met een zwaar Oost-Europees accent en banjerde met een kop koffie over het toneel “You are realllly wellll educated!” Af en toe, als ome Lex met de stukken op het demonstratiebord aan het schuiven was, stelde de ander de zaal een quizvraag. Wie kwam er altijd vijf minuten te laat vanwege de fotografen? Dat was kennelijk niet zo moeilijk en nog actueel ook op het ogenblik: Fisher, riepen er een paar uit de zaal. En dan was er nog de Joegoslaaf, een Serviër eigenlijk die ‘The Toiletplayer’ genoemd werd omdat hij stiekem een zakspelletje meenam op het toilet? “Er hat eine Zigeunerin geheiratet” schakelde de Tsjech over op het Duits. “Ich hab noch gegen ihm gespielt!” riep de heer Jongsma uit. Er golfde een lach door de zaal waardoor ik het antwoord niet verstaan heb. Maar vermakelijk was het wel.

Uit welke eeuw stamt dit fragment? Nu moet je mobieltje uitstaan en mag je alleen fluisteren, want we zijn: on air

Yasser Seirawan en Tex de Wit

 

Maar vrolijk als altijd zijn de kinderen die de rest van het gebouw voor hun rekening hebben genomen met hun schoolschaakkampioenschappen

Girl Power

 

De zevende dag

Johan Bui speelt in een hoekje van de zaal betonschaak. Hij wordt betrapt, maar kan er om lachen. Ook zijn buurman ziet, na even geschrokken te zijn, de humor er wel van in.


De koffiehoek van vijftien jaar geleden heet nu catering, maar de uitslagenwand is onveranderd.

 

De achtste dag

De laatste twee ronden van de tienkamp houd ik voor gezien. Erik is er gisteren al mee opgehouden. En het is weekend en dan is het mutjevol in de Moriaan. Daarom alleen nog een paar foto’s uit vorige ronden. Morgen volgt het restant.

 

De negende dag


Zo, dat was het. Heel veel foto’s gemaakt, maar geen enkele zet gedaan. Dat moet de volgende keer maar weer eens andersom.

Texelstroom

De boot naar Texel heet nu Texelstroom en is gloednieuw. Je weet niet wat je meemaakt. Zo mooi. Alles geruisloos en op groene stroom. Maar bij de draaideur naar de lounge ging er toch iets mis. Ik ben de Dekamarkt gewend en daar gaat ie vanzelf. Met “Je moet hier wel duwen” hielp een mevrouw mij uit de droom. Het bleek de voorbode van een groter foutje in het ontwerp, want toen we ons breeduit geïnstalleerd hadden op luxe kussens achter het panoramaglas, bleek de nieuwe aanwinst het Marsdiep niet op te willen, wat toch een minpuntje is voor een veerboot naar Texel.

Drie kwartier genoten we van een veelbelovend uitzicht op het eiland, voordat de prima donna eindelijk van wal stak. De mevrouw die mij de draaideur had uitgelegd zei dat het allemaal goed kwam, want dat deze boot de overtocht ook in tien minuten kon doen, dus de verloren tijd was zo ingehaald. En als de bus er niet meer stond aan de overkant, mochten we met haar meerijden naar Den Burg. Ik vertelde haar van de schakers uit Castricum die een partijtje kwamen spelen op het eiland tegen En Passant en of ze die ook mee kon nemen, maar daar was haar autootje toch te klein voor.

2016-texel-castricum-op-bezoek-bij-en-passant-20161029-pentax-k5iis-16622

De mannen van En Passant hadden op ons gewacht. We werden door het keukentje van de Buureton naar binnen geleid en kregen eerst uitleg over de koffiekannen, het koffiezetapparaat, de consumptielijst en de geheime plek van het bier. Voorzitter Wim Pool bleek het goede briefje, namelijk dat met de opstelling, bij zich te hebben en zo kon de schaakwedstrijd En Passant – Castricum 2 zij het met ruim een uur vertraging beginnen.

Thomas Richter

De eerste borden van Castricum kregen het gelijk al erg moeilijk. Hidde Brugman leverde materiaal in bij Jaap Dros, Ger Holsteijn had het te kwaad tegen En Passant-paradepaard Thomas Richter en Gerard Kuijs voerde een kansloze verdediging tegen de aanval van Kees de Best.

Gerard van Pinxteren met wit tegen Gert Both met zwart

En tot overmaat van ramp overschatte Gerard van Pinxteren zijn stelling, waarna hij gevloerd werd door een vlijmscherpe combinatie van Gert Both.

Gerard van Pinxteren – Gert Both, stelling na 23…Ta8-d8

Wit speelde 24.Pf3xe5? en werd verrast door 24… Td8-d2 25. Dc2xc3 Td8-d1+! 26. Lc4-f1 Da3xc1!

Even later prees Wim Pool zich gelukkig dat tegenstander Dick van Barneveld niet had geprofiteerd van zijn gepriegel met dame en toren in de linkerbenedenhoek van het bord. Met de remise was hij dus wel tevreden en hij ging samen met mij op zoek naar een frituurpan want hij had wel goed ontbeten, maar daarna niets meer gegeten en hij had nu trek in een broodje kroket.

Co van Heerwaarden en Ab Hoolhorst analyseren de eindstelling van hun partij

Tussendoor kwam Ab Hoolhorst vragen of je moest blijven noteren met minder dan vijf minuten op de klok. Hij had er nog dertien maar hij sloeg zich kranig door de problemen heen die Co van Heerwaarden hem voorschotelde en bereikte op tijd remise door zetherhaling, waar hij erg blij mee was.

Toen kwamen de echte meevallers. Egbert Kooiman had vroeg in de partij een stuk geofferd, maar kreeg onvoldoende aanval en zou verloren hebben als niet op het eind zijn tegenstander Gerard Postma naar het verkeerde paardje had gefloten:

Gerard Postma – Egbert Kooiman, stelling na 32.Pb7-c5? Lf4-e3+

Natuurlijk had hij eerst Pc3-d5+ moeten doen, nu kon het niet meer, want het is schaak. De eerste meevaller. Bovendien gaf hij meteen op. De tweede meevaller. Na 33.Kg2 Lxc5 34.b4! Ld6 35.Pd5+ en 36.a4 zouden alle gaatjes gestopt zijn en was het remise geweest!

Han Duinker

Dan Han Duinker. Die speelde een dijk van een partij met een onverwacht slot. De derde meevaller.

Toen was het geluk van Castricum op. Hidde Brugman was als laatste over. Hij had een formidabele partij gespeeld, waarin hij in het eerste kwart zo ongeveer al zijn bedenktijd verbruikte. De rest hoefde hij dus niet te noteren, maar gelukkig bleef de rustig spelende Jaap Dros dat wel doen, zodat we toch alle zetten hebben.

Achteraf bleek dat Hidde bijna de hele partij aan de leiding was geweest, behoudens een vingerfoutje in het midden. Maar vooral het einde was bloedstollend. Door de tijdnood van Hidde en het verzet van Jaap Dros tot en met het onwaarschijnlijke slot.

Hidde Brugman – Jaap Dros, stelling na 69. Th5-d5 Ka8-b8

Hidde speelde hier 70. Td5-d7 in plaats van Td8. Geen man overboord, want na 70. … Kb8-c8  71. Td7-c7+ Kc8-b8 72. Tc7-b7+ Kb8-c8 had Hidde er zowaar weer een halve minuut bij en kon hij aan de afronding beginnen: 73. Kb5-a6 g4-g3 74. f2xg3 Tg8xg3 75. c6-c7? Arme Hidde, want dat buitenkansje liet Jaap Dros zich niet ontnemen:

75. … Tg3-a3+

De ontgoocheling bij Castricum was ongeveer even groot als de opwinding bij En Passant. Dat had de wedstrijd op de valreep gewonnen!

Gelukkig verzorgde de oude vertrouwde Dokter Wagemaker de terugvaart…


Adieu Texel!

Uit de schaakwedstrijd Wageningen tegen de Wijkertoren

Een paar snippers uit de de schaakwedstrijd Wageningen-Wijkertoren in de eerste klasse B van de KNSB. Het treffen eindigde in een 5-5 gelijkspel, maar de stemming na afloop was niet in evenwicht. Wageningen sprak van een teleurstelling, Wijkertoren was blij. Wageningen zo lees ik miste Jan. Wijkertoren miste Uyl, Broek en BP, had twee invallers en dus maar negen man. Me dunkt.
De Wijkertoren heeft een reputatie opgebouwd van onvolledig opkomen. Het tweede deed het in voorgaande jaren geregeld met negen man en dat ging zo goed dat het er over dacht om het met acht te proberen. Toch wilde het dit keer geen spelers afstaan. Het verloor. Voor straf.
Wageningen had twee internationale meesters achter de borden. Yochanan Afek verloor van Dennis Ruijgrok en Sander van Eijk, verrassend zo lees ik, van Erik Schoehuijs. Hoezo verrassend? Erik is nu vierenvijftig en zijn talent staat op doorbreken. De komende week in Hoogeveen gaan we nog wat beleven.

Maar de “Man of the Match” lijkt mij toch Arjan Wijnberg. Een vechter pur sang. In een stelling waarin hij echt helemaal niets meer kan doen dan wat heen en weer schuiven met zijn torens verzint hij een gemene uitbraak met onverwachte afloop. Zijn arme tegenstander raakt totaal de kluts kwijt en het is te hopen dat diens teamgenoten hem voldoende nazorg hebben geboden, anders speelt Wageningen de volgende keer ook met negen man.

Als ik het goed heb begrepen stond het zo (volgens Erik, uit het hoofd):