Donker Schalkwijk

Aan het begin van de avond hebben wij ons verzameld in de Jansheeren. Heren, het is vanavond geen schaken maar bridgen, zegt de barman. Nee, grommen wij, voor ons is het erop of eronder. Zijn jullie er klaar voor, vraagt Frans Koopman. Ruud Eisenberger is preciezer: er mag dit keer niet verloren worden. En al helemaal niet binnen een uur, voegt hij er aan toe.

Louis Witte (met wit) tegen Paul Neering (met zwart)

Hij doelt op Louis Witte die zijn vooruit gespeelde partij de afgelopen maandag op die manier heeft afgeraffeld. Is dit een dubbele waarschuwing of kunnen we kiezen? Aan het gezicht van Ruud te zien niet. Henk Kos gaat plassen. Hij moet een nummertje trekken, want de hele bridgeclub, honderd man sterk zo lijkt het, treft de laatste voorbereidingen voordat ze aan hun robbers beginnen. In de hal zit een man met een bloedneus. Buiten is het bitter koud. Dapper gaan wij op weg naar Haarlem voor onze wedstrijd tegen de schakers van Het Spaarne.


In het wijkcentrum aan het begin van de Laan van Berlijn in donker Schalkwijk brandt licht. Wij zijn vroeg, vullen de tijd met koffie en peptalk. Er komt een vrouw het wijkcentrum in. Zij laat de beheerster van de bar vragen of er een meneer Buis aanwezig is. Johan, die midden in een anekdote zit, probeert zich zo klein mogelijk te maken, wat hij helemaal niet kan. En als dan met meer nadruk nogmaals zijn naam wordt omgeroepen: is hier misschien een meneer Johan Buis aanwezig die zijn portemonnee is verloren, verraadt hij zich door in zijn zakken te gaan zoeken. Dat wij hem allemaal zitten aan te wijzen helpt ook niet echt. Hij moet op het matje komen. Hij is zijn beurs buiten, voor het gebouw, verloren en de vrouw komt hem terug brengen. Mag ik u belonen, vraagt Johan. Zo kennen wij hem weer. De vrouw wil van geen beloning weten en verdwijnt lief, klein en kordaat weer door de schuifdeuren naar buiten, donker Schalkwijk in. Een goede fee die ons met haar toverstaf heeft aangeraakt en geluk gebracht. We zijn nog even bang dat we het met de portemonnee van Johan moeten doen en verder niet, maar ook bij onszelf vinden we plotseling krachten terug waarvan we niet wisten dat we die nog hadden.

We spelen de wedstrijd als in een droom.

Martien Herruer wordt volgens tactisch concept op het eerste bord opgeofferd aan iemand met een rating van dik in de tweeduizend. En Marcel Duin is niet eens mee, die is ziek. Van die twee mogen we geen wonderen verwachten. Dus hoe gingen we dit varkentje wassen, zonder dat Ruud echt boos werd? Nou, om te beginnen hadden we onze supersub Luc Stet op acht. En hij doet het wéér! Net als iedereen denkt hier worden we niet vrolijk van, we gaan maar eens een bordje hoger kijken, want daar zat ik, slaat hij toe. Zijn tegenstander horen we na afloop zachtjes kermen dat hij met het verkeerde stuk teruggeslagen had, hij dacht nog foute boel en toen was hij opeens zijn dame kwijt geweest. Ja Luc is een schavuit, dat hoef je ons niet te vertellen.

Henk Kos kijkt op zijn neus. Hij rekent op bord acht maar krijgt bord zes. Dat bekomt hem slecht. Of is hij in de war geraakt door de waarschuwing van Ruud aan het begin van de avond? Hij verliest binnen een uur, maar is wel degene die de volhouders tot op het laatste moment steunt met zijn belangstellende aanwezigheid bij hun borden. Het geeft mij net dat zetje dat nodig is.

Hoe kraken we de zwarte stelling. Ja natuurlijk met b4-b5!

Martien speelt een keurige partij, hij verliest, maar niet binnen het uur. Het mag. Frans Koopman zit naast hem op twee. Niets houdt hem tegen. Hij wint. En daar weer naast zit Ruud Eisenberger. Natuurlijk, die wint ook, geruisloos, totdat we bij hem in de auto zitten op weg naar huis. Nu houdt hij niet op de loftrompet te steken, over de teamspirit, onze geweldige mentaliteit, het onverschrokken afslaan van elk remiseaanbod, het vakmanschap van Johan Buis en hoe die het terugkrijgen van zijn portemonnee plus de uitgespaarde beloning had gevierd en hoe wij daar allemaal inspiratie uit hadden geput (en een rondje vanzelfsprekend), de ongekende vechtlust of had hij die al genoemd, het geslaagde tactische concept, de verbetenheid die hij had gezien in ons spel en in onze ogen, de superieure wil om te winnen, kost wat kost. Hij bleef maar doorgaan, mijn oren toeteren nog.

[Het Spaarne 2 – Excelsior 1, donderdag 9 februari 2017 in Haarlem, uitslag 3-5]

Om den drommel

Het is de eerste woensdag in de maand en dan is er na afloop van de les koffiedrinken met ons groepje op de sportschool. Richard de Jong is ook van de partij. Niet in de zaal maar wel bij de koffie. Hij rijdt in een scootmobiel zolang zijn enkel nog niet geheeld is. Ruim een maand geleden, vlak na de Olympische Spelen in Rio hing hij aan de rekstok en demonstreerde ons de oefening van Epke Zonderland inclusief nieuwe afsprong. Dat was, vonden wij, erg overtuigend, maar toch niet helemaal goed. Dáár krijg je geen medaille voor zei zijn vrouw toen ze hem zag liggen.

Hij vraagt mij hoe het kan wat er twee dagen eerder is gebeurd. Hij heeft gelezen over concentratie en inzet en het ontbreken daarvan. Dat kan ik mij eigenlijk niet voorstellen zegt hij. Zo ken ik je niet. Ik vertel hem over de mysterieuze krachten in de sport die ons in dit geval onverwacht de das hebben omgedaan. En dat ik er eigenlijk niet over wil praten.

De maandag ervoor. Excelsior 1 is gedegradeerd uit de eerste naar de tweede klasse onderbond. Dat gaan we even rechtzetten. We spelen de eerste wedstrijd tegen ZSC/Saende 3. Op onze vorstelijke borden en met de machtige paarden waaraan menig tegenstander zich al heeft vertild. Het is drie oktober, ik ben jarig, maar op kroonjaren [zie: verjaardag] wordt niet geproost maar geschaakt. Het kan dus eigenlijk niet mis gaan. Veel plezier zegt Nanny dan ook als ik van huis ga.

Foto Cees Verhoog
Foto Cees Verhoog

De foto is vakwerk en net op tijd, want hier zitten we er op de achterste rij nog een beetje knap bij, maar niet veel later is de ravage compleet. We verliezen met 7-1. Helemaal zoek gespeeld. Totaal geen respect die Zaankanters. Daar ga ik dus niets meer over zeggen. Als je het echt wilt weten, luister dan naar de Zaanse lofzangen, maar doe het stilletjes, ik wil het niet horen. Het moet niet gekker worden. Vroeger, ja vroeger kon zoiets nog: zeven seizoenen geleden, toen we met 7½-½ verloren van Volendam [zie: waar gehakt wordt].

Maar laten we niet bij de pakken neer gaan zitten. Er is nog genoeg om voor te spelen. Een zogenaamde clean sheet bijvoorbeeld (verliezen met 8-0) staat nog niet op onze lijst van grootste wanprestaties. Toch moet dat, als we er echt voor gaan zitten, mogelijk zijn. Maar dan mag Ruud Eisenberger niet meedoen, want die strooit keer op keer roet in het eten …

En, heb je nog getrakteerd, vraagt Nanny, als ik thuis kom. Om den drommel niet, sprak de nieuwe zeventigjarige schijnbaar ongebroken.