De foto’s van mijn vader (deel 3)

In 1954 verhuisden wij van Middelburg naar Utrecht en een kleine twee jaar later van Utrecht naar Amstelveen. Van de tijd in Utrecht is geen enkele foto bekend. Mijn vader fotografeerde dus even niet. Maar in Amstelveen werd de oude hobby weer opgepakt. Hij kocht een 6×6 camera en een Opemus vergroter. De indeling van het huis aan de Thorbeckelaan werd  aangepast. Rika en ik kregen de kamers boven. Mijn ouders gingen met een opklapbed in de achterkamer slapen. Zo  kwam er een kamertje vrij, dat als doka kon worden ingericht.

De foto’s hieronder tonen het oude Waterlooplein in Amsterdam, het publiek bij de poppenkast op de Dam, kijkers op Schiphol in afwachting van de KLM PH-DCC Sir Frank Whittle (de derde DC-8 van de KLM uit een hele serie), een gepensioneerde schipper met zijn hond en de Oudezijds Voorburgwal. De laatste een beetje sneaky genomen vanaf zijn bromfiets, maar wat was het daar nog rustig!


De Soligor voldeed al gauw niet meer en er werd gespaard voor een tweedehands Leica M3 en drie objectieven. De vergroter moest worden omgebouwd voor kleinbeeld en ik kreeg zijn 6×6 camera.

De productie was ongekend, maar het aantal onderwerpen niet. Onze hele familie met bijbehorende kennissen was zo’n beetje in Amstelveen neergestreken en die kring werd uitgebreid in beeld gebracht te samen met zijn kinderen en kleinkinderen. Leuk voor ons om steeds weer terug te zien, maar niet voor hier.

Soms ontglipte hem een mooi portret…

1961-amstelveen-george-jansen-scan0139
George Jansen (Amstelveen 1961)

of iets stemmigs…

1967-amstelveen-de-poel-met-zicht-op-bovenkerk-gf-dia-a29
De Poel en op de achtergrond Bovenkerk met de Sint Urbanuskerk (Amstelveen 1967)

Toen zijn ogen achteruit gingen en zelfs de zoeker van de Leica geen uitkomst meer bood, schakelde hij in een laatste poging om er nog wat van te maken, maar tegen zijn principes, over op autofocus.

Paardenbloem

Zijn actieradius werd steeds kleiner. Heel veel Doldersum (vakantie) en Amstelveen (thuis). En op het laatst bijna alles vanuit zijn stoel bij het raam. Bij wijze van spreken.

Maar ook op die manier was er nog genoeg te zien. In de Keucheniuslaan bijvoorbeeld waar hij op uitkeek en waar in 1976 brand uitbrak op nummer 16.

Brand in de Keucheniuslaan op nummer 16 (Amstelveen 1976)

De fotografie van mijn vader had zijn beste tijd gehad. Hij maakte zijn tien overzichtsalbums en hield het toen min of meer voor gezien. Zijn vergroter werd via een advertentie in het Amstelveens Weekblad aan de man gebracht. Dat wil zeggen, er kwam iemand op af die het alleen om de zuil te doen was. Dat stelde mijn vader teleur. Maar hij wou er niets voor hebben en dat gaf aanleiding tot een vreemde onderhandeling. Het slot van het liedje was dat de koper toegaf, maar even later terug was met een bos bloemen voor mijn moeder. En daar kon mijn vader mee leven.

De laatste jaren fotografeerde hij nog sporadisch. In plaats daarvan verzamelde hij Toppers van Toen (songs uit lang vervlogen dagen) en de cantates van Bach, op DCC en later op MD.


En toen was er nog het mapje van mijn moeder met zijn door haar verzamelde pasfoto’s. Kijk naar de eerste en naar de laatste. Ze lijken op elkaar.

Hij ziet er in mijn herinnering heel anders uit…

De foto’s van mijn vader (deel 1)

De foto’s van mijn vader zijn verzameld in tien leren banden. De zwart-witfoto’s zijn door hemzelf afgedrukt. De kleurenfoto’s niet. De negatieven zitten in negatiefalbums, de dia’s zijn ingeraamd en zitten in dozen. Panatomic X en Kodachrome 25 waren favoriet. Hoe kleiner de korrel, hoe mooier hij het vond. Zijn ideaal was dat er een film zou worden uitgebracht zó fijn van korrel dat je geen telelens meer nodig had omdat je eindeloos zou kunnen vergroten. Toen ik leerde fotograferen en afdrukken en Tri-X in de donkere kamer introduceerde was hij erg teleurgesteld, in mij en in de nieuwe tijd. De Nikkormat die ik verkoos boven zijn Leica en (op een ander terrein) VHS die het won van Betamax, het moest niet gekker worden.

Zijn foto’s stonden oorspronkelijk in een fotoboek dat hij van mijn moeder had gekregen. Met een opdracht voorin.
1941-den-haag-een-foto-dooft-de-herinnering-niet

Op het eind van zijn leven wilde hij nog één keer alles goed overdoen. Het fotoboek werd uit elkaar getrokken, de foto’s en de negatieven werden als werkmateriaal gebruikt, met kadreringen in rode inkt. Alles werd opnieuw afgedrukt of afgekeurd en weggegooid. Mijn moeder die daar verdrietig over was maar het niet tegen kon houden redde achter zijn rug wat er te redden viel, uit de prullenmand en soms in tweede ronde uit de vuilnisbak. Na deze stille veldslag restte ons tien pontificale fotoboeken en een veel interessantere doos van mijn moeder met het illegale restmateriaal, maar zonder het lieve bloemetje.

Mijn vader fotografeerde naar mate hij ouder werd een steeds kleinere wereld om hem heen. In het begin nog Den Haag en Middelburg, later ook wel Amsterdam, maar al gauw alleen maar zijn gezin en familie. Binnenshuis of rondom het huis. Of de schade aan de dakkapel vanuit alle hoeken en gaten. En op het laatst maakte hij alleen nog maar proefopnames. Om scherptediepte, belichting en kleur te meten en eventuele afwijkingen in het materiaal. Het lukte hem niet meer en hij zag het ook niet meer. Daarom laat ik hier een aantal van zijn vroegere foto’s zien, toen zijn blik nog ruim genoeg was.

Al in beeld waren het gezinsportret, het stadhuis van Veere en de loodstender op de Westerschelde bij Vlissingen. Foto’s veelal gemaakt met een 9×12 platencamera. De glasnegatieven die over gebleven zijn hebben de tand des tijds niet allemaal goed doorstaan, getuige een foto van de Lange Jan in de steigers. De Loskade in de winter staat er iets beter op, maar het houdt niet over.

De Lange Jan in de steigers (Middelburg 1950)
De Loskade in de winter (Middelburg 1949)

(klik op de foto om de bewerkte versie te zien en een beter zicht op de man die in het want hangt)

Een andere foto die aan de Loskade is genomen toont het overladen van de bietenoogst . Daarvan meteen maar de bewerkte versie (uitsnede):

Bietenoogst (Middelburg 1949)

 

Heel mooi vind ik een foto van de Kaai in Veere met de Schotse huizen en het stadhuis. Het is weer een uitsnede, noodgedwongen, want ook dit negatief is aangetast.

De Kaai van Veere in 1950

 

En, omdat ik het niet laten kan, twee prachtige portretten uit 1949 van mijn grootouders van moeders kant: