De man met de broodjes

Zaterdag 13 november 1982 had Pagel een snelschaaktoernooi georganiseerd in De Rustende Jager te Bergen. Bijna iedereen won een beker. Alleen Excelsior niet. Wat wel gek was, want er stonden er genoeg, een hele tafel vol. Noortje was vijf en keek haar ogen uit. En voor ik het wist zat ze met Hartoch aan de bar. Nanny dacht dat het geen kwaad kon. Zo te zien kan die Hartoch wel tegen een stootje, zei zij.

De afgebroken partij, waarvan gewag wordt gemaakt, betrof de wedstrijd Excelsior t
egen Koningsclub 2 vijf dagen eerder, maar daarover komen we nog te spreken.



Voor Excelsior, schakers sinds 1955, nu ze er mee ophouden

Weenink-Koningsclub


Beverwijk 1985 Weenink-Koningsclub, een wedstrijd om in te lijsten. Tien clubspelers tegen twee internationale grootmeesters, drie internationale meesters, twee FIDE meesters, twee nationale meesters en een in opleiding.


Supervisor Frans Koopman zweept de ploeg maandenlang op in de Weenink Post. Het ratingverschil van gemiddeld 250 punten per speler wordt in een sensationele wedstrijd volledig weggepoetst.

Over het paard getild

De prognoses waren overduidelijk en wetenschappelijk onderbouwd. Weenink zou twee bordpunten scoren tegen de Koningsclub. Een halfje meer of minder, daar zou rekenmeester Bram niet wakker van liggen, maar dan hield het op. Twee remises dus en misschien, heel misschien één overwinning.

Weenink verscheen in de sterkste opstelling. Alle spelers stonden op scherp. Want al was de kans op ploegsucces dan kleiner dan één procent, de kans op persoonlijke roem was minstens tien keer zo groot. Ook Pagel had geen risico genomen en verscheen met onder anderen twee internationale grootmeesters en drie internationale meesters. De korf stond wel erg hoog opgesteld.

Drie uur gespeeld. “Meneer Pagel, wat vindt u van de stand, nog steeds 0-0?” Pagel: “Ja, auf Papier…”

Een half uur later. Cees Duivenvoorde opent de score tegen De Savornin Lohman. In één klap het hele seizoen goed. De Koningsclub over het paard getild en Weenink aan de leiding!

Maar och heden. Wat is er met Erik Schoehuijs aan de hand? Is dat de Berlijnse verdediging? Het lijkt wel gatenkaas. En wat gebeurt daar? Daar probeert Hartoch met zijn volle gewicht een pionnetje naar de overkant te duwen. Dat houdt onze Alessandro nooit. Pagel, die even deed alsof hij er niet bij hoort, loopt nu weer ontspannen rond.

Ik loop langs het bord van Hans Nuijen. Wat staat die slecht. Dat ziet een leek. Die Van der Sterren is ook een halve grootmeester. Hé, dat is aardig, Hans slaat een pionnetje en laat zijn dame een soort pirouette maken op het snijpunt van vier velden. Pas als zij uit getold is, zet hij haar op haar plaats. Maar wat doet die Van der Sterren nou? Hij vindt het helemaal niet grappig zo te zien. Hij geeft op! Heb je daar van terug?

En dan Bert van der Zijpp. Die maait Van der Weide. Als in zijn beste jaren. Zelf geeft hij alle eer aan de tegenstanders: “Die jongens zijn goed vooruitgegaan, een paar jaar geleden speelden ze nog in de onderbond.”

Bert Heemskerk meldt zich, met remise. Hij had de hele partij moeilijk gestaan en hij moest nog één zet doen binnen één minuut. Voor een bedaarde speler als Bert is dat erg weinig tijd. Dus toen Van Geet, van het dubbelfianchetto, plotseling remise aanbood, had hij het maar aangenomen. “Maar ik stond wel gewonnen”, probeert hij ons gerust te stellen. Wij zijn een zenuwinzinking nabij.

Het is niet meer bij te houden. overal lachende gezichten. Paul Bierenbroodspot is wel erg vrolijk. Adam Kuligowski niet. Die zit met zijn hoofd in zijn handen als verdoofd over zijn bord gebogen. De stukken staan al lang weer in de beginstand. In het Hoogovens Schaaktoernooi van 1983 won hij van Korchnoi. Nu verliest hij van Bierenbroodspot. Twintig minuten zit hij zo. Dan wankelt hij naar Pagel, die onduidelijke brieven zit te schrijven aan een tafeltje. Wij zien hem wat vragen. Pagel schudt van nee en gaat door met schrijven. Kuligowski is ontslagen.

Nico Kok verliest van Marcus. Nico heeft zijn dag niet. Berend Pluim maakt vreemd kappende bewegingen met zijn handen en trekt een raar gezicht. We mogen niet praten van Jan Sinnige, want er mag ook niet gebiljart worden. Berend bedoelt: de-span-ning-is-te-snij-den.

Op het eerste bord sterft Hendrik Koopman duizend doden. Maar hij blijft zetten. Met de rug tegen de muur vecht hij tegen de aanval van Sergei Kudrin, tegen de voortrazende secondenwijzer, tegen de onrust om hem heen en binnen in hem. Als hij dit toch eens remise mocht houden. Het mag nét niet.

De laatste partij is die tussen Peter Uylings en Job de Lange. De laatste zetten zijn niet meer genoteerd en er moet eerst gereconstrueerd worden. De Lange is aan zet. Lichte paniek maakt zich van hem meester. Hij moet kiezen: eeuwig schaak toelaten of de dames ruilen en een misschien wel verloren eindspel ingaan. De stand is 4½-4½. Hij gaat schoorvoetend naar Pagel toe: of hij misschien remise aan mag bieden.

Pagel bestudeert de stelling. Berend beduidt dat het voorbij is. En inderdaad, Pagel geeft toestemming om het punt te delen. Hij houdt zich groot, zijn spelers klitten wat lacherig in groepjes bijeen. Het applaus is voor Weenink.

Buiten zien we grootmeester Kuligowski nog een laatste poging doen, als Pagel in zijn auto stapt. Het tafereel is te navrant. Het portier slaat dicht. Loket gesloten.


DE PARTIJEN

Sergei Kudrin, internationaal grootmeester en speciaal voor deze gelegenheid overgevlogen door Pagel, lijkt zich niet erg in te spannen. Hendrik Koopman des te meer, wat al snel tot uiting komt op de klok. Toch overleeft hij de tijdnood en de aanval, die niet doorzet, maar de grootmeesterlijke afwikkeling naar een eindspel met vrijpion is hem net even te veel.

_

De tweede grootmeester Adam Kuligowski wordt aan de tand gevoeld door Paul Bierenbroodspot en dat doet pijn. Na de partij schatert Paul het uit over de penning waarmee hij een uitgelokte vork onschadelijk had gemaakt. Tijdnood doet zijn radeloze tegenstander uiteindelijk de das om. Op de vierendertigste zet valt zijn vlag.

_

De Berlijnse verdediging van Erik Schoehuijs vertoont dit keer gaten, die pijnlijk snel door zijn tegenstander John van Baarle opgemerkt worden. Sommige ervan ziet Erik ook nog wel, maar niet het mat op h8.

_

Hans Nuijen, helemaal niet bang, opent met b4, maar komt toch al snel in de verdrukking door een zwarte pion op e4 en later op d3. Bovendien is er de latente dreiging van mat op g2. En ofschoon hij de grootste problemen weet op te lossen, dreigt een verloren eindspel, totdat zijn tegenstander Paul van der Sterren de blunder van de dag begaat. Hans laat zijn dame een vreugdedansje uitvoeren op het winnende veld.

_

Voortdurend knipogend naar Pagel ruilt Rob Hartogh zich tegen onze Alessandro in sneltreinvaart naar een eindspel toe, dat zo op het oog volkomen gelijk staat, maar waarin de superieure stand van zijn koning en een op slinkse wijze verkregen vrijpion toch nog de doorslag geven.

_

Het witte g4 van Peter Uylings mist dit keer overrompelingskracht en de torens worden afgeruild langs de open h-lijn. In het tijdnoodduel dreigt Job de Lange nog even heel ondeugende dingen op f2, maar wordt daar terecht van weerhouden door de dame van Peter. Tot zijn opluchting kan Job zijn baas er dan van overtuigen dat verder spelen niet slim is.

_

Geen lachje kan er af bij Piet van der Weide. En met recht, want Bert van der Zijpp kent geen pardon met hem. Onze vreugdekreten beheerst onderdrukkend zien wij hoe Bert wat onbelangrijk materiaal afstaat in ruil voor een hele rits pionnen. “Een kwestie van techniek, dus dat kan nog moeilijk worden”, zegt hij bescheiden. Even later heeft hij gewonnen.

_

Broodspelers zijn het, tot de laatste stuiver toe. Bezorgd vraagt John Marcus of het eerste kopje koffie wel gratis is, anders ziet hij er liever van af. Gastheer Nico Kok maakt het hem niet al te moeilijk.

_

Op de deur van de Wijckermolen hangt de mededeling dat er niet gebiljart kan worden wegens een belangrijke schaakwedstrijd. “Waar is die belangrijke schaakwedstrijd dan wel?” vraagt De Savornin Lohman hautain bij binnenkomst. Cees Duivenvoorde maakt het hem al snel duidelijk. Een week lang heeft hij gestudeerd op het Jänisch en het verbluffende resultaat daarvan staat al na twintig zetten afgetekend op het bord. Onberispelijk wikkelt hij af, als zijn tegenstander vergeet op te geven.

_

Een vrij normale partij, maar toch nog een dubbelfianchetto van de zwartspeler. Van Geet loopt rond alsof hij reeds gewonnen heeft. Bert Heemskerk is dus in moeilijkheden. Zijn evenwichtsgevoel loodst hem echter langs de gevaarlijkste punten en vlak voor de veertigste zet staat hij opeens gewonnen. Van Geet heeft dat net iets eerder door dan Bert en ziet zijn remiseaanbod geaccepteerd.

_

[Weenink Post, jaargang 36 nummer 22, 14/05/85]