HSG open 2017

Storingen en ander ongemak

Zondagmorgen. De NS-Reisplanner-Xtra beweert dat de trein op tijd vertrokken is en half leeg. Hahaha NS. Wij weten wel beter. Deze trein is overvol. Het is een halve trein. Die andere helft, ja die zal wel leeg zijn, maar die is er dus niet. We vertrekken met tien minuten vertraging. De machinist twijfelt nog over zijn eindbestemming. Hij denkt eerst Amersfoort, maar dan toch Zwolle en uiteindelijk wordt het Leeuwarden. Allemaal keurig omgeroepen. Dat wel. Gelukkig hebben we de tijd. Andere mensen niet. Die gaan hun aansluiting missen. De stemming zit er gelijk goed in.

In Hilversum klimmen wij over de koffers, kinderwagens en soortgelijk ongerief uit de trein. Nanny gaat leuke dingen doen en ik ga kijken bij de schakers. Het regent.

In Hotel Lapershoek is de vijfde ronde met een uur vertraging begonnen en de schakers zitten verspreid door het hele gebouw. Het is er om te stikken. Er is lekkage geweest en de airco is kapot. Echte schakers zitten daar niet mee, maar ik moet even acclimatiseren en ga koffie drinken op het terras. Haha koffie. Dat had ik gedacht. Geen bediening. Naast mij zit een ouder echtpaar. De man zegt tegen de vrouw: als ze niet komen gaan we toch gewoon thuis gezellig koffie drinken.

Ik zoek Erik Schoehuijs op. Hij zit in een piepklein zaaltje samengepakt met de top van de A-groep. Als je zo nu en dan even naar adem gaat happen op de parkeerplaats is het eigenlijk best te doen. Erik heeft nergens last van. Hij wint van Andrzej Pietrow. Ik krijg jus d’orange. Uit een flesje. En hij bemachtigt een schakerslunch. Hoe hij dat voor elkaar krijgt is me een raadsel. Er is kennelijk toch nog gauw iemand aangenomen.

Erik vertelt dat hij alle dagen te laat is gekomen, zowel heen als terug. Werkzaamheden, vertragingen, stroomstoringen, ze verzinnen het … Zaterdagochtend had hij in Bussum een taxi moeten nemen.

Ondertussen bezoekt Nanny de Costerustuin, dat is een historische botanische tuin, en het Hilversumse Raadhuis van Dudok met een rondleiding tot bovenin de toren. Ze stuurt een foto. Mijn mobiel staat uit.

Ik eet mijn boterhammen op het Laapersveld, een prachtig parkje, waar zwervers en afval verzameld zijn. Om drie uur ben ik terug voor het begin van de laatste ronde. Dat wordt een latertje ben ik bang. Maar het valt mee. Erik moet tegen een grootmeester: Roeland Pruijssers. Die gaat er eens goed voor zitten en offert zijn dame. We zien het niet aankomen. Erik vindt het best zo. Hij heeft een goed toernooi gespeeld en ratingpunten gewonnen.

28. … Dxg2+ 29. Kxg2 Lxe4+ 30. Kf1 Th2 31.Pg1 Lxg3 … 0-1

Samen met Nanny gaan we eten in de stad. De braderie is afgelopen maar we krijgen evengoed ons bier nog in plastic bekertjes. Verordening van de politie. Het driegangenmenu blijft steken na de eerste gang. Er is iets verbrand in de keuken. De kok naar verluid.

De terugreis valt reuze mee. Weliswaar rijden er geen treinen tussen Amsterdam en Uitgeest, maar de omweg via Beverwijk lukt zowaar. Het is een wonder. Erik is in slaap gevallen. Het lijkt ons leuk om dat zo te laten. De trein moet naar Hoorn. Erik niet. Het plan mislukt. In Uitgeest regent het pijpenstelen.

Thuis lees ik dat er die dag een vrouw van haar handtas beroofd is in de lobby van het hotel. En dat de daders ontkomen zijn. In een blauwe Opel Mokka! Ze schamen zich tegenwoordig ook nergens meer voor.

Fotogallerij

SPAchess 2016

Universum
Het Amsterdam Science Park Chess Tournament in het Sportcentrum Universum beleeft zijn zesde editie. Ik deed alle vorige keren mee en de eerste vier rondjes van dit jaar zitten er ook weer op. Het toernooi is weergaloos. Er gebeurt van alles. Tijdens de eerste ronde kregen we tijdens de partij het niet te missen omroepbericht dat de zaak in verband met de vakantieperiode om vijf uur ging sluiten. Dat bleek mee te vallen. Maar een dag later was er, ook weer onder het spelen, een heus brandalarm. We dienden het gebouw te verlaten via de nooduitgangen. Dat duurde dik tien minuten. Toen we buiten stonden bleek het loos alarm. In de keuken van de Oerknal was een hamburger ontploft. Sommige schakers hadden zich hier meer van voorgesteld en waren teleurgesteld, maar de trouwe deelnemers hadden het al eens eerder meegemaakt en konden het wel waarderen. Die grappen zijn traditie. We  hadden ook wel eens in een bloedhete zaal zitten braden, omdat de airco was uitgezet. En tijdens het eerste toernooi was er nog geen koffiebar in de zaal en moesten we twee trappen naar beneden om drinken te halen. Je kon halverwege ook de klimmuur nemen, dat was vaak veel sneller, maar vooral de oudere spelers durfden dat niet aan, hun leven hing toch al aan een zijden draadje met al dat aanstormende talent dat vrij was van school. De derde dag was bij uitzondering een beetje saai. We kregen onderleggers voor onze notatieformulieren zodat we niet meer met een bibberig geschreven partij thuiskwamen. Ik leek mijn tante Ans wel toen ze ver in de negentig en dement was. Ligt aan de tafels hoor verzekerde ik Nanny. Ja ja, zei ze, dat heeft dus ook betere tijden gekend. Wat moest ik daar nu weer van denken. Gelukkig brak er tijdens de vierde ronde een ouderwets donderend lawaai boven onze hoofden los. Ze bedenken elke keer iets anders merkte ik snedig op. Mijn tegenstander keek mij een beetje angstig aan. Het is toch wel onweer, vroeg hij benauwd. Ik hoop het, sprak ik hem moed in.

Lees verder SPAchess 2016

Het Witte Paard

De tweede uitwedstrijd van Castricum 2 dit seizoen was tegen Het Witte Paard 4 in Haarlem. Ik besloot deze keer op eigen gelegenheid te gaan. Op grond van ervaring. Maar al in Heemskerk ging het mis. De trein wilde niet vertrekken. We stonden nog langs het perron. Een jongeman begon heen en weer te lopen in het gangpad. Twee dames spraken elkaar moed in: kijk, dan zijn er altijd weer mensen die niet kunnen blijven zitten, en je doet er toch niets aan, je kan beter rustig blijven zitten, in de auto sta je ook wel eens in de file, zo lang kan het toch niet duren, het helpt je niets als je je druk maakt, waarom zeggen ze niks? De intercom meldde opgewekt dat we een nog niet opgehelderd defect hadden. De jongeman kwam nog iets driftiger langs gebeend. De dames zeiden: zie je wel, een defect, dat is niet erg, dat lossen ze wel op, toch? De jongeman: ik zou d’r maar niet op rekenen, spook. Even later de intercom weer, nu iets minder zonnig: ja sorry hoor, de oorzaak is nog niet gevonden en wat heel vervelend is, de deuren willen ook niet meer open. De jongeman deed nu een gekooide tijger na. Maar niet lang. Scheldend op de Nederlandse Spoorwegen schoof hij een raampje open en begon naar buiten te klimmen, daarbij geholpen door twee meisjes in de trein. Op het perron stond een derde klaar om hem op te vangen. Hij was dus niet alleen. De dames verstomden en keken vol ontzag naar dit tafereel. Halverwege schrok de jongen terug. Zijn hoofd was erdoor, zijn benen hingen nog binnen. Dat was eigenlijk verkeerd om. De twee meisjes duwden, het derde meisje trok. Hij durfde zich niet voorover te laten vallen. En op dat moment was daar weer de intercom met de verheugende mededeling dat het defect was verholpen en dat we gingen rijden. Zie je wel, zeiden de dames. De jongen probeerde zich nu achterwaarts weer naar binnen te werken, waarbij de twee meisjes trokken en het derde meisje duwde. Zijn leren jack stroopte op tot onder zijn kin. Op het laatste nippertje worstelde hij zich uit zijn jack en in de trein. Hij wilde nu de conducteur en de machinist vermoorden. De twee meisjes hadden moeite om hem van dat plan af te brengen, het derde meisje was er met zijn leren jack vandoor. De dames mopperden dat je altijd kalm moest blijven, dan kwam alles vanzelf weer goed. En inderdaad haalden we Haarlem, met horten en stoten, maar net op tijd.

Sociëteit “Vereeniging” aan de Zijlweg 1 in Haarlem. Een prachtig gebouw uit 1923 en een herensociëteit. Wat een ruimte, wat een ambiance en wat een stijl! De lambrisering, de zes meter hoge plafonds, de dikke tapijten op de vloer, de bolvormige lampen hoog boven mijn hoofd, ik dacht dat ik verdwaald was. Maar daar zag ik mijn teamgenoten met onze coach en de opstelling. Alles klopte dit keer. De hockeymeisjes stonden nu achter de bar verrukkelijke drankjes te schenken en helemaal aan de andere kant van deze immense ruimte werd gebiljart. Wij werden allemaal aan aparte tafeltjes gezet met een groen vilten dek, voor de bridgers, maar nu stond er een schaakspel op en naast de geriefelijke leunstoel was een bijzettafeltje aangeschoven voor de drankjes. Onmiddellijk overviel mij een gevoel van grote tevredenheid en terwijl ik achteroverleunde en langzaam wegdommelde op het weldadige ritme van de ouderwets tikkende klok, was het alsof ik in de verte de kerstklokken al hoorde en de geur van vers gebraden kalkoen opsnoof en het enige, dat ik nog wenste, was vrede op aarde en een sigaartje en een cognacje. En ik nam me ernstig voor in het nieuwe jaar weer serieus te gaan schaken, maar nooit meer in spelonken, catacomben of andere akelige ruimtes, en in Wijk aan Zee aan het Corustoernooi mee te doen en nimmer meer remise aan te bieden en meer in het algemeen een beter mens te worden of als dat niet kon dan tenminste een beter schaker.

Halverwege de partij schrok ik op uit mijn overpeinzingen toen ik onnadenkend mijn glas naast mijn bord zette in plaats van op het bijzettafeltje en zo een kring maakte op het groene vilt. Mijn tegenstander riep: “Dat mag niet!” en ik schrok: “O wat doe ik nu”. Ogenblikkelijk stond er een hele kudde witte paarden bij mijn bord, op zoek naar een onreglementaire zet of nog beter een blunder. Ik wees schuldbewust op de kring in het vilt en teleurgesteld droop de kudde weer af, zachtjes schande mompelend.

Mazeppa

Ik hoorde het al niet meer en droomde van vroeger, toen ik een ouderwetse grammofoonplaat had met op de hoes een groot wit paard tegen een woedende rode achtergrond. In mijn hoofd klonk de muziek. Het was een symfonisch gedicht van Liszt en het witte paard was wild en galoppeerde met Mazeppa over de steppen. Mazeppa was een Poolse edelman in de zeventiende eeuw, die het had aangelegd met de vrouw van een andere Poolse edelman en toen was hij naakt (ja de edelman, niet de vrouw van die andere edelman, de verhalen gingen toen anders dan nu), was hij dus naakt vastgebonden op een paard, dat hem in een helse rit helemaal tot in de Oekraïne had gevoerd. En op het eind was hij Kozakkenhoofdman. Dat was nog eens een uitwedstrijd. Trombones, tuba, celli, bassen.

Allemachtig, waar was ik. Kom, ik nam nog maar eens een slok. Opeens bleek ik van het drankje van mijn coach te nippen, die naast mij zat en van hetzelfde bijzettafeltje gebruik maakte. Hij vatte het sportief op. Als ik beloofde niet meer van die rare dingen te schrijven, hoefde ik niet lopend terug, wat hij oorspronkelijk in gedachten had, maar bracht hij me zelfs thuis. Het was immers toch op de route. Hierdoor werd ik zeer geroerd en het was in die gemoedstoestand en ook omdat het nog geen nieuwjaar was, dat ik mijn tegenstander van Het Witte Paard remise aanbood, welk aanbod dankbaar werd aanvaard.

Thuisgekomen vertelde ik mijn verhaal aan Nanny. Van die prachtige zaal met de bijzettafeltjes en de verrukkelijke m…drankjes en van de witte paarden en dat er in Zaandam een club was, die ook zo heette, maar lang zo mooi niet en dat er eens een dwaas stel schakers was, dat in Haarlem moest zijn, maar in plaats daarvan naar Zaandam was gereisd en daar dom dom dom voor een dichte honigkantine had gestaan, maar dat wij dit keer feilloos de weg hadden gevonden en dat ik gedroomd had van Mazeppa en dat de coach niet boos was en me zelfs had thuisgebracht en dat er op de heenreis dit keer, voorzover ik me herinnerde, niets bijzonders was gebeurd… Ze keek mij onderzoekend aan en zei: misschien is het beter als je een tijdje helemaal niet meer schaakt.

 

ES/16/12/2003