Tata Steel Chess Tournament 2018 vierkampen

Tata Steel Chess Tournament
weekendvierkampen
13 januari 2018

The Worse Things Get The Harder I Fight

Onze club heet Excelsior. Dat is Latijn voor steeds hoger. Maar het omgekeerde is het geval. Wij zijn met ons eerste het vorig seizoen gedegradeerd naar de tweede klasse. Voor een jaartje dan, want het kon niet anders of we zouden op onze slofjes…

Wij openden met een verpletterende nederlaag tegen het perfide ZSC/Saende 3 dat daarna alleen nog maar eigen potten brak. En in onze tweede wedstrijd werden wij in Zandvoort door een ondoorzichtige combinatie van de Chess Society en de Haarlemse Jopen opnieuw in een hinderlaag gelokt. Het roer moest om en de volgende wedstrijd vierden wij feest in Hillegom tegen het sympathieke De Uil 3. Later bleek dat van nul en generlei waarde te zijn, want het  veel te sympathieke De Uil zou al zijn wedstrijden verliezen. En tot overmaat van ramp gingen wij tegen de verraderlijke Heemsteedse Schaakclub opnieuw voor schut.

Het roer moest ten tweeden male om en niet zo zuinig. Wij schakelden over op de zogenaamde tactische opstelling. Het wapen van de zwakke broeders. Dat zijn wij natuurlijk helemaal niet, maar nood breekt wet en als dan niemand in deze wereld nog respect heeft voor kwaliteit dan moet het maar zo. En geloof het of niet: deze aanpak, die zelden iets goeds oplevert, bleek in onze handen puur goud. Wij wonnen van het alleraardigste Spaarne 2, speelden op ons gemak gelijk tegen de kampioen Kennemer Combinatie 4 en hadden het in de laatste wedstrijd tegen het onvoorspelbare HWP 5 opeens weer in eigen hand. Maar dan moest er gescoord worden, want de rest had in een doortrapte combine zodanig de punten verdeeld dat we nog steeds een na laatste stonden.

Sociëteit De Vereeniging. Mijn lofzang over deze lokatie in vroeger tijden is bekend, mijn klaagzang over de teloorgang in later tijden ook. Nu rest slechts verbazing. Ooit verklaarde ik na een bezoek aan deze prachtige speelzaal nooit meer in duistere krochten te zullen spelen. En nu vond ik mij uitgerekend op deze plek terug in zo’n … Het zijn niet mijn woorden, het zijn de woorden van de wedstrijdleider, die ons ook nog wees op de sfeerverlichting. Een eufemisme voor een verzameling uitgedoofde sterren in een zwart gat.

Ergens ontbrak in de beginstelling een toren. Het werd pas ontdekt toen er hulplampen opgesteld waren met draden waar je over struikelde en de wedstrijd begon. Ik had zwart en tastte dus compleet in het duister. Wat heb je gedaan vroeg ik mijn tegenstander. Hij zei ruilvariant. O dacht ik, dan heb ik zeker weer eens Frans geopend en in mijn hoofd klonk hoe moeilijker het wordt hoe verbetener de strijd.

Op onze topborden (wij hadden dit keer verrassenderwijs voor een normale opstelling gekozen, ja wij zijn niet van gisteren) namen Ruud Eisenberger en Marcel Duin het er van. Twee remises. Zou je ze niet. Martien Herruer: verloor. Frans Koopman: hield niet over. En ik liep bijna in een gemene truc van mijn tegenstander die kennelijk meer zag dan ik. Maar in mijn hoofd klonk…

En toen waren daar plotseling de gezegende overwinningen van Johan Buis en Louis Witte en de wonderbaarlijke zege van Henk Kos. Daar heb je wat aan. Ik bood remise aan. Mijn tegenstander ging nu blind voor de winst, waarbij hij zijn dame even uit het oog verloor. Hij zag toch minder dan ik dacht. En in mijn hoofd klonk…

The Worse Things Get, the Harder I Fight, the Harder I Fight, the More I Love You (Neko Case)

Het is ongelooflijk wat zo’n iPhone in het donker nog ziet. Jammer dat ik ‘m niet aan mocht hebben.

 

Donker Schalkwijk

Aan het begin van de avond hebben wij ons verzameld in de Jansheeren. Heren, het is vanavond geen schaken maar bridgen, zegt de barman. Nee, grommen wij, voor ons is het erop of eronder. Zijn jullie er klaar voor, vraagt Frans Koopman. Ruud Eisenberger is preciezer: er mag dit keer niet verloren worden. En al helemaal niet binnen een uur, voegt hij er aan toe.

Louis Witte (met wit) tegen Paul Neering (met zwart)

Hij doelt op Louis Witte die zijn vooruit gespeelde partij de afgelopen maandag op die manier heeft afgeraffeld. Is dit een dubbele waarschuwing of kunnen we kiezen? Aan het gezicht van Ruud te zien niet. Henk Kos gaat plassen. Hij moet een nummertje trekken, want de hele bridgeclub, honderd man sterk zo lijkt het, treft de laatste voorbereidingen voordat ze aan hun robbers beginnen. In de hal zit een man met een bloedneus. Buiten is het bitter koud. Dapper gaan wij op weg naar Haarlem voor onze wedstrijd tegen de schakers van Het Spaarne.


In het wijkcentrum aan het begin van de Laan van Berlijn in donker Schalkwijk brandt licht. Wij zijn vroeg, vullen de tijd met koffie en peptalk. Er komt een vrouw het wijkcentrum in. Zij laat de beheerster van de bar vragen of er een meneer Buis aanwezig is. Johan, die midden in een anekdote zit, probeert zich zo klein mogelijk te maken, wat hij helemaal niet kan. En als dan met meer nadruk nogmaals zijn naam wordt omgeroepen: is hier misschien een meneer Johan Buis aanwezig die zijn portemonnee is verloren, verraadt hij zich door in zijn zakken te gaan zoeken. Dat wij hem allemaal zitten aan te wijzen helpt ook niet echt. Hij moet op het matje komen. Hij is zijn beurs buiten, voor het gebouw, verloren en de vrouw komt hem terug brengen. Mag ik u belonen, vraagt Johan. Zo kennen wij hem weer. De vrouw wil van geen beloning weten en verdwijnt lief, klein en kordaat weer door de schuifdeuren naar buiten, donker Schalkwijk in. Een goede fee die ons met haar toverstaf heeft aangeraakt en geluk gebracht. We zijn nog even bang dat we het met de portemonnee van Johan moeten doen en verder niet, maar ook bij onszelf vinden we plotseling krachten terug waarvan we niet wisten dat we die nog hadden.

We spelen de wedstrijd als in een droom.

Martien Herruer wordt volgens tactisch concept op het eerste bord opgeofferd aan iemand met een rating van dik in de tweeduizend. En Marcel Duin is niet eens mee, die is ziek. Van die twee mogen we geen wonderen verwachten. Dus hoe gingen we dit varkentje wassen, zonder dat Ruud echt boos werd? Nou, om te beginnen hadden we onze supersub Luc Stet op acht. En hij doet het wéér! Net als iedereen denkt hier worden we niet vrolijk van, we gaan maar eens een bordje hoger kijken, want daar zat ik, slaat hij toe. Zijn tegenstander horen we na afloop zachtjes kermen dat hij met het verkeerde stuk teruggeslagen had, hij dacht nog foute boel en toen was hij opeens zijn dame kwijt geweest. Ja Luc is een schavuit, dat hoef je ons niet te vertellen.

Henk Kos kijkt op zijn neus. Hij rekent op bord acht maar krijgt bord zes. Dat bekomt hem slecht. Of is hij in de war geraakt door de waarschuwing van Ruud aan het begin van de avond? Hij verliest binnen een uur, maar is wel degene die de volhouders tot op het laatste moment steunt met zijn belangstellende aanwezigheid bij hun borden. Het geeft mij net dat zetje dat nodig is.

Hoe kraken we de zwarte stelling. Ja natuurlijk met b4-b5!

Martien speelt een keurige partij, hij verliest, maar niet binnen het uur. Het mag. Frans Koopman zit naast hem op twee. Niets houdt hem tegen. Hij wint. En daar weer naast zit Ruud Eisenberger. Natuurlijk, die wint ook, geruisloos, totdat we bij hem in de auto zitten op weg naar huis. Nu houdt hij niet op de loftrompet te steken, over de teamspirit, onze geweldige mentaliteit, het onverschrokken afslaan van elk remiseaanbod, het vakmanschap van Johan Buis en hoe die het terugkrijgen van zijn portemonnee plus de uitgespaarde beloning had gevierd en hoe wij daar allemaal inspiratie uit hadden geput (en een rondje vanzelfsprekend), de ongekende vechtlust of had hij die al genoemd, het geslaagde tactische concept, de verbetenheid die hij had gezien in ons spel en in onze ogen, de superieure wil om te winnen, kost wat kost. Hij bleef maar doorgaan, mijn oren toeteren nog.

[Het Spaarne 2 – Excelsior 1, donderdag 9 februari 2017 in Haarlem, uitslag 3-5]