Vleermuis 119

De achtertuin


In onze achtertuin komt elke dag een koolmees aangevlogen. Hij heeft geen staart en kan daarom niet zo goed sturen. Soms mikt hij op de appelboom en kan dan nog net de bovenrand van de schutting grijpen. Het is een wonder dat hij nog niet is meegenomen door de ekster. En ook door de pimpelmezen wordt ie ontzien. Die vinden ‘m een beetje zielig. Een vogel zonder staart. Bovendien hebben ze wel wat anders aan hun koppetjes. Ze moeten de godganse dag het kleine grut van eten voorzien. Waar zijn ze aan begonnen. Voor mij zijn ze bang. Vind je het gek, zegt Nanny, met zo’n kanon op ze gericht. Geen kanon, zeg ik, gewoon een fototoestel met een telelens op een statief, meer niet. En als ik afdruk roep ik keihard PANG. Dat is alles. Moeten ze maar aan wennen. Het is onze tuin. De koolmees heeft erger meegemaakt en is niet bang. Hij wil wel eens zien hoe die pimpelmezen dat fiksen en gaat bovenop het vogelhuisje zitten. Of kwam ie daar per ongeluk op terecht omdat ie de dakrand had gemist? De natuur is wreed. En met de klimaatverandering gaat het ook de verkeerde kant op. Staart noch steel noem ik dat. Lijkt nergens naar.