Draco dormiens nunquam titillandus

Het Denksport- en biljartcentrum ‘t Spaerne in Haarlem is afgeladen met schakers in de KNSB-competitie en het parallelle Kennemer Open toernooi. Wij spelen tegen een combinatieteam van Het Spaarne en de Heemsteedse Schaakclub. Wedstrijdleider Joost Jansen zegt dat we geen handen hoeven te schudden vanwege het coronavirus. Te laat. De meesten hebben het al gedaan. We hopen er met z’n allen het beste van.

Collignon (in de Volkskrant van 7 maart 2020)

Het is erop of eronder heeft onze teamcaptain gezegd. Iedereen die nu nog verliest moet vrezen voor zijn plaats. Jan Koopman en ik spelen met vuur. Jan, omdat hij doodgemoedereerd een stuk in laat staan en ondergetekende omdat hij het doodleuk offert. De tegenstander van Jan durft niet te pakken en die van mij schrikt zo dat hij opeens zijn halfuur voorsprong in tijd kwijt is. Wij redden het. Met gemak. Het combinatieteam van Spaarne/Heemstede niet. Dat verliest met 6½-1½. Het is de spreuk van Zweinstein. Kietel nooit een slapende draak.


Drie sukkels dachten met remise weg te kunnen komen. Die zullen dus met een hele goede reden moeten komen. Hieronder het slot van mijn partij. Mea culpa. Ik kon niet beter.

ES

Lekker bezig

Bakkum-Bergen

De vierde wedstrijd van het zaterdagteam van de schaakclub Bakkum voegde een nieuw hoofdstuk toe aan het verhaal “Wat er allemaal mis kan gaan in het souterrain van de KNSB”. Om maar met de deur in huis te vallen: die zat op slot. We konden ons hok aan de Van Speykkade niet in. En toen we er wel in konden, een vroege biljarter had ons toegang verschaft, zat ook de materiaalkast op slot en ook daarvan hadden we de sleutel niet bij ons. Martin Oudejans ging Henk van der Eng bellen.

O ja, even tussendoor, niet onbelangrijk, Bergen 2 had gebeld dat ze maar met zes man kwamen. De rest was ziek, zwak, misselijk of uitbesteed. De eerste twee borden gaven ze op. Dus onze eerste twee man, Andre Breedveld en Henk van der Eng, kregen vrijaf van Martin, die niet kinderachtig wilde doen. Maar Henk moest nu dus toch komen met de sleutel van de kast.

Daar was Henk. Opgewekt als altijd. “Lekker bezig jongens, ik heb jullie toch een sleutel gegeven, waarom neem je die dan niet mee. En waarom spelen Andre en ik niet? Bergen gaat natuurlijk ook schuiven met de opstelling.” Sorry Henk. Rustig maar Henk. We staan met 2-0 voor. Henk besloot dat we voor straf na afloop niet uit eten gingen. Toen zag hij mij staan. Hij klaarde opeens helemaal op. “Wat ga jij nou doen Evert, dat wordt zeker hond in de pot, moet je niet even bellen?” Hoe wist hij dat nou? Ik ging wel een patatje halen.

We hoefden dus maar zes tafeltjes neer te zetten. Dat kwam goed uit, want we waren laat. En we moesten die vermaledijde klokken nog instellen. Dat was nog een heel gepruts. Met de handleiding erbij. En het gaf sommige teamleden de gelegenheid om met elkaar kennis te maken. Nico Pos had alleen de eerste wedstrijd meegedaan en Jan Koopman zat toen nog in Griekenland. Nico nam plaats op het derde tafeltje achter de zwarte stukken. Jan dacht dat Nico bij Bergen hoorde en begon dus omstandig uit te leggen dat het derde tafeltje eigenlijk het vijfde bord was en dat de uitspelende vereniging op de oneven borden wit had en de thuisspelende vereniging zwart. Oké, zei Nico die geduldig had geluisterd, dan zit ik goed, ik ben van de thuisspelende vereniging. En jij?

De wedstrijd dan maar. Die was zonder onze kopborden van een beduidend minder hoog niveau dan we gewend zijn. Bakkum parkeerde de bus en scoorde twee (Pim Hoff en Martin Oudejans) snelle remises. Toen verloor Nico Pos. En Jan Koopman ging ook niet al te lekker. Gelukkig won Erik Breedveld heel knap, dus we hadden vier punten. Nou nog een halfje. Het zou toch niet… Ik kreeg het er benauwd van. Mijn tegenstander vergaloppeerde zich en bood remise aan. Ik keek naar onze captain. Hij schudde zijn hoofd. Dus ik deed braaf nog een zet, waarop mijn tegenstander vloekte, de stukken op een hoop veegde en me de hand schudde. Hij was herstellende van een staaroperatie en zag het allemaal nog niet zo goed. Tranende ogen.

En er waren toeschouwers. Hans Leeuwerik kwam kijken met twee zeer welopgevoede honden. Ik moest denken aan de verjaardagen vroeger bij mijn vader en moeder thuis. Mijn moeder had alles netjes klaargezet en dan kwamen de tantes met de dalmatiërs Bruna (met de bruine stippen) en Kuçka (met de zwarte stippen), die met hun staarten enthousiast alle ingeschonken koffiekopjes van de salontafel veegden. Precies de goede hoogte hadden die honden. Vond ik. Mijn moeder niet. Alles in gruzelementen. Dat deden de honden van Hans niet. Die waren ook kleiner.

En Fred Kok was er. Hij temperde onze hoge verwachtingen. Kijken of deze overwinning stand houdt, zei hij. Zes tafeltjes in plaats van acht, dat vraagt om moeilijkheden. Afwachten wat de regels van de KNSB hierover te zeggen hebben.

De allerlaatste mohikaan was Jan Koopman. Hij is onze moedigste strijder en ons meest enthousiaste lid. Maar hij streed hier een verloren strijd. Kijk maar. De overmacht van Bergen was te groot. Mogen jullie niet opgeven vroeg Bergen aan mij. Nee, zei ik, dat mag niet. We mogen nooit opgeven.Vaak ook geen remise aannemen. En al helemaal niet aanbieden. Tenzij om tactische redenen. Opgeven is niet tactisch. Dat moet je zo lang mogelijk uitstellen.

SC Bakkum gaat ondergronds

Eindelijk, eindelijk mochten wij ook een keertje: schaken in de Atoombunker in Schagen. De geheel elektrische Nissan van Henk van der Eng bracht ons ernaartoe. Ik had voor de zekerheid mijn powerbankje meegenomen, maar dat was niet nodig. We haalden het met gemak. De mannen van Magnus Anna Paulowna Combinatie hadden een menselijke ketting gevormd om ons naar binnen te loodsen. Eén man aan de weg, een om de hoek bij de parkeerplaats en een bij de deur die toegang gaf tot de trap naar de ondergrondse bunker. Onze faam als brokkenmakers was ons vooruitgesneld.

Op de heenweg hadden we een nieuwe invaller opgehaald. Nico Pos had zich de avond tevoren ziek gemeld. Dit keer gingen we het proberen met Gerard Kuijs in plaats van Nico Kuijs.

Beneden in de bunker kregen we een korte geschiedenisles (de bunker deed tussen 1969 en 1986 dienst als commandopost van de Bescherming Bevolking) en een kleine rondleiding. Vooral de ruimte waarin de fietsen stonden die we moesten gebruiken om het noodaggregaat te voeden als de stroom uitviel, zorgde voor hilariteit en meer nog voor enthousiasme bij de fervente fietsers onder ons: Gerard van den Bergh en Gerard Kuijs. Het zou niet nodig zijn.

Bij Weenink in de oude Wijckermolen aan het Meerplein schaakte vroeger een blinde speler. Toen een keer in het gammele bovenzaaltje waar we speelden het licht uitviel riep iedereen: klokken stil, waarop de blinde speler riep: nu niet kinderachtig doen jongens, gewoon doorspelen!

Er werd goed voor ons gezorgd. We kregen een consumptiebon en mochten behalve koffie, frisdrank en bier, ook soep bestellen. En we stonden in een mum van tijd met 3½-½ voor (ja onze invaller had ook gewonnen, we houden ons hart vast), maar de angel zat in de staart.

Onze kopman André Breedveld kwam niet verder dan remise. Maar hij had te maken met een tegenstander die zich verzekerd wist van de steun van een vroeg prototype van AlphaZero, dat naast zijn bord stond opgesteld. André op zijn beurt kon geen verbinding maken met de gebruikelijke hulpmiddelen in de Cloud, want we hadden geen bereik (Aan het eind van de middag kwam Aart Strik nog even langs om te controleren of alles eerlijk was gegaan).

Gerard van den Bergh en Erik Breedveld verloren. Alles hing nu af van Fred Kok. Ondertussen hadden we (buiten de bunker) op aanraden van de Schagenaren een tafel gereserveerd bij Chica Chica, een Mexicaans restaurant in de Molenstraat van Schagen. Om zes uur. Dat gingen we niet halen.

Om half zeven zat Fred nog te schaken. Hij had zijn stelling van goed naar gelijk in slecht zien veranderen en het eindspel werd netjes uitgetikt door zijn tegenstander Henk Bermon. Die daarmee de eindstand op 4-4 bracht.

Tot slot een diagrammetje uit de eerste hand. Ik was weer eens in tijdnood, want ook in de bunker stond de tijd niet stil, en wit had zojuist c2-c3 gedaan, met aanval op het zwarte paard. Maar daar had ik op gerekend. Het moest nou maar eens uit zijn. Mijn centrumpionnen hadden al een tijdje staan trappelen van ongeduld en daar was dan eindelijk het sein: d4-d3!

Thuis gekomen liet ik de zet aan Stockfish zien. Reken maar dat ik trots was. Maar het vervelende visje verblikte of verbloosde niet, sloeg een keer met zijn staart en murmelde: zo goed is die ook weer niet, wat dacht je van Dd1xd3? Hahaha lachte ik, nou heb ik je: e5-e4! Wat ben jij hardleers mopperde het visje en het deed Dd3-c2. Ik speel niet meer met jou, zei ik.

zie ook: Fotoreportage van de voormalige bunker van de B.B. (Bescherming Bevolking) kring A in Schagen (45 foto’s, Regionaal Archief Alkmaar),

maar vooral ook het verslag van Andre Breedveld: Als je de hitte niet kan verdragen moet je uit de atoombunker blijven op de website van SC Bakkum

Faux Pas



Bij het eerste optreden van SC Bakkum in de KNSB kreeg het team een ongenadig pak rammel van Caïssa Eenhoorn 3. Aan de Van Speykkade in Castricum werd het 7-1 voor de bezoekers. Slechts twee remises stonden zij ons toe. Wij speelden best aardig maar struikelden over onze eigen benen, zei onze coach, en volgende keer beter. Het had ook andersom kunnen zijn, zei onze eerstebordspeler, maar die bedoelde dan waarschijnlijk alleen zijn eigen partij.

Later bij La Trattoria kregen we pas weer praatjes. Over de verdediging van ons cultureel erfgoed en hoe dat nou in de NAVO moest met die Turken. En over het onderscheid (of het ontbreken daarvan) tussen tolerantie en angst. Ja als het met schaken niet lukt, dan pakken we de andere wat kleinere zaken aan. Net zo makkelijk. En dat van die klokken waar we eigenlijk niet mee hadden mogen spelen en die we tot overmaat van ramp allemaal verkeerd hadden ingesteld, dat was een aanpassingsfoutje. Verder niet over zeuren. Onze tegenstanders uit Hoorn hadden het gelukkig ook door de vingers gezien. Waarvoor hulde.


Zelf deed ik ook mee. Met een idiote kortsluiting in tijdnood. Er zat een winnende combinatie in de stelling met matdreiging op de onderste rij. Mijn tegenstander maakte een gaatje voor zijn koning. Het verkeerde. Mijn dame stond stond erop gericht. Ik schrik en voer de combinatie uit het lood geslagen … niet uit, maar maak als een aapje precies ook zo’n gaatje. Ik durf het bijna niet te zeggen. Mijn vader had het ook. Alles gespiegeld en omgekeerd doen. En ik nu ook. Als ik thee moet zetten en in gedachten ben begin ik koffie te zetten en als het koffie moet zijn thee. En mijn vriend Peter. Als we op Terschelling fietsten zei hij hier moeten we linksaf en dan wist ik dat we rechtsaf zouden slaan. Mijn vader en mijn vriend zijn niet dement geworden of zo maar wel dood. Ik ga langzamerhand dezelfde kant op ben ik bang. En dat is niet om te lachen.