The Worse Things Get The Harder I Fight

Onze club heet Excelsior. Dat is Latijn voor steeds hoger. Maar het omgekeerde is het geval. Wij zijn met ons eerste het vorig seizoen gedegradeerd naar de tweede klasse. Voor een jaartje dan, want het kon niet anders of we zouden op onze slofjes…

Wij openden met een verpletterende nederlaag tegen het perfide ZSC/Saende 3 dat daarna alleen nog maar eigen potten brak. En in onze tweede wedstrijd werden wij in Zandvoort door een ondoorzichtige combinatie van de Chess Society en de Haarlemse Jopen opnieuw in een hinderlaag gelokt. Het roer moest om en de volgende wedstrijd vierden wij feest in Hillegom tegen het sympathieke De Uil 3. Later bleek dat van nul en generlei waarde te zijn, want het  veel te sympathieke De Uil zou al zijn wedstrijden verliezen. En tot overmaat van ramp gingen wij tegen de verraderlijke Heemsteedse Schaakclub opnieuw voor schut.

Het roer moest ten tweeden male om en niet zo zuinig. Wij schakelden over op de zogenaamde tactische opstelling. Het wapen van de zwakke broeders. Dat zijn wij natuurlijk helemaal niet, maar nood breekt wet en als dan niemand in deze wereld nog respect heeft voor kwaliteit dan moet het maar zo. En geloof het of niet: deze aanpak, die zelden iets goeds oplevert, bleek in onze handen puur goud. Wij wonnen van het alleraardigste Spaarne 2, speelden op ons gemak gelijk tegen de kampioen Kennemer Combinatie 4 en hadden het in de laatste wedstrijd tegen het onvoorspelbare HWP 5 opeens weer in eigen hand. Maar dan moest er gescoord worden, want de rest had in een doortrapte combine zodanig de punten verdeeld dat we nog steeds een na laatste stonden.

Sociëteit De Vereeniging. Mijn lofzang over deze lokatie in vroeger tijden is bekend, mijn klaagzang over de teloorgang in later tijden ook. Nu rest slechts verbazing. Ooit verklaarde ik na een bezoek aan deze prachtige speelzaal nooit meer in duistere krochten te zullen spelen. En nu vond ik mij uitgerekend op deze plek terug in zo’n … Het zijn niet mijn woorden, het zijn de woorden van de wedstrijdleider, die ons ook nog wees op de sfeerverlichting. Een eufemisme voor een verzameling uitgedoofde sterren in een zwart gat.

Ergens ontbrak in de beginstelling een toren. Het werd pas ontdekt toen er hulplampen opgesteld waren met draden waar je over struikelde en de wedstrijd begon. Ik had zwart en tastte dus compleet in het duister. Wat heb je gedaan vroeg ik mijn tegenstander. Hij zei ruilvariant. O dacht ik, dan heb ik zeker weer eens Frans geopend en in mijn hoofd klonk hoe moeilijker het wordt hoe verbetener de strijd.

Op onze topborden (wij hadden dit keer verrassenderwijs voor een normale opstelling gekozen, ja wij zijn niet van gisteren) namen Ruud Eisenberger en Marcel Duin het er van. Twee remises. Zou je ze niet. Martien Herruer: verloor. Frans Koopman: hield niet over. En ik liep bijna in een gemene truc van mijn tegenstander die kennelijk meer zag dan ik. Maar in mijn hoofd klonk…

En toen waren daar plotseling de gezegende overwinningen van Johan Buis en Louis Witte en de wonderbaarlijke zege van Henk Kos. Daar heb je wat aan. Ik bood remise aan. Mijn tegenstander ging nu blind voor de winst, waarbij hij zijn dame even uit het oog verloor. Hij zag toch minder dan ik dacht. En in mijn hoofd klonk…

The Worse Things Get, the Harder I Fight, the Harder I Fight, the More I Love You (Neko Case)

Het is ongelooflijk wat zo’n iPhone in het donker nog ziet. Jammer dat ik ‘m niet aan mocht hebben.

 

Donker Schalkwijk

Aan het begin van de avond hebben wij ons verzameld in de Jansheeren. Heren, het is vanavond geen schaken maar bridgen, zegt de barman. Nee, grommen wij, voor ons is het erop of eronder. Zijn jullie er klaar voor, vraagt Frans Koopman. Ruud Eisenberger is preciezer: er mag dit keer niet verloren worden. En al helemaal niet binnen een uur, voegt hij er aan toe.

Louis Witte (met wit) tegen Paul Neering (met zwart)

Hij doelt op Louis Witte die zijn vooruit gespeelde partij de afgelopen maandag op die manier heeft afgeraffeld. Is dit een dubbele waarschuwing of kunnen we kiezen? Aan het gezicht van Ruud te zien niet. Henk Kos gaat plassen. Hij moet een nummertje trekken, want de hele bridgeclub, honderd man sterk zo lijkt het, treft de laatste voorbereidingen voordat ze aan hun robbers beginnen. In de hal zit een man met een bloedneus. Buiten is het bitter koud. Dapper gaan wij op weg naar Haarlem voor onze wedstrijd tegen de schakers van Het Spaarne.


In het wijkcentrum aan het begin van de Laan van Berlijn in donker Schalkwijk brandt licht. Wij zijn vroeg, vullen de tijd met koffie en peptalk. Er komt een vrouw het wijkcentrum in. Zij laat de beheerster van de bar vragen of er een meneer Buis aanwezig is. Johan, die midden in een anekdote zit, probeert zich zo klein mogelijk te maken, wat hij helemaal niet kan. En als dan met meer nadruk nogmaals zijn naam wordt omgeroepen: is hier misschien een meneer Johan Buis aanwezig die zijn portemonnee is verloren, verraadt hij zich door in zijn zakken te gaan zoeken. Dat wij hem allemaal zitten aan te wijzen helpt ook niet echt. Hij moet op het matje komen. Hij is zijn beurs buiten, voor het gebouw, verloren en de vrouw komt hem terug brengen. Mag ik u belonen, vraagt Johan. Zo kennen wij hem weer. De vrouw wil van geen beloning weten en verdwijnt lief, klein en kordaat weer door de schuifdeuren naar buiten, donker Schalkwijk in. Een goede fee die ons met haar toverstaf heeft aangeraakt en geluk gebracht. We zijn nog even bang dat we het met de portemonnee van Johan moeten doen en verder niet, maar ook bij onszelf vinden we plotseling krachten terug waarvan we niet wisten dat we die nog hadden.

We spelen de wedstrijd als in een droom.

Martien Herruer wordt volgens tactisch concept op het eerste bord opgeofferd aan iemand met een rating van dik in de tweeduizend. En Marcel Duin is niet eens mee, die is ziek. Van die twee mogen we geen wonderen verwachten. Dus hoe gingen we dit varkentje wassen, zonder dat Ruud echt boos werd? Nou, om te beginnen hadden we onze supersub Luc Stet op acht. En hij doet het wéér! Net als iedereen denkt hier worden we niet vrolijk van, we gaan maar eens een bordje hoger kijken, want daar zat ik, slaat hij toe. Zijn tegenstander horen we na afloop zachtjes kermen dat hij met het verkeerde stuk teruggeslagen had, hij dacht nog foute boel en toen was hij opeens zijn dame kwijt geweest. Ja Luc is een schavuit, dat hoef je ons niet te vertellen.

Henk Kos kijkt op zijn neus. Hij rekent op bord acht maar krijgt bord zes. Dat bekomt hem slecht. Of is hij in de war geraakt door de waarschuwing van Ruud aan het begin van de avond? Hij verliest binnen een uur, maar is wel degene die de volhouders tot op het laatste moment steunt met zijn belangstellende aanwezigheid bij hun borden. Het geeft mij net dat zetje dat nodig is.

Hoe kraken we de zwarte stelling. Ja natuurlijk met b4-b5!

Martien speelt een keurige partij, hij verliest, maar niet binnen het uur. Het mag. Frans Koopman zit naast hem op twee. Niets houdt hem tegen. Hij wint. En daar weer naast zit Ruud Eisenberger. Natuurlijk, die wint ook, geruisloos, totdat we bij hem in de auto zitten op weg naar huis. Nu houdt hij niet op de loftrompet te steken, over de teamspirit, onze geweldige mentaliteit, het onverschrokken afslaan van elk remiseaanbod, het vakmanschap van Johan Buis en hoe die het terugkrijgen van zijn portemonnee plus de uitgespaarde beloning had gevierd en hoe wij daar allemaal inspiratie uit hadden geput (en een rondje vanzelfsprekend), de ongekende vechtlust of had hij die al genoemd, het geslaagde tactische concept, de verbetenheid die hij had gezien in ons spel en in onze ogen, de superieure wil om te winnen, kost wat kost. Hij bleef maar doorgaan, mijn oren toeteren nog.

[Het Spaarne 2 – Excelsior 1, donderdag 9 februari 2017 in Haarlem, uitslag 3-5]

Tata Steel Chess Tournament 2017 tienkampen

 

De eerste dag

Frank Sluiter in De Zon

Frank Sluiter kan zijn geluk niet op. Maak je een foto, vraagt hij. Hij wint. Zijn tegenstander heeft de zetten voor hem opgeschreven. We spelen de partij na in het café, met een cola.


We gaan nog even door, zegt hij, kijken hoe het afloopt, jij hebt wit. Ik dank je feestelijk, zeg ik, de groeten.



De tweede dag

Niet in de speelzaal, maar in het café worden de mooiste combinaties uitgevoerd; alles gaat daar een stuk makkelijker.



De derde dag

Thomas Broek boekt in tienkamp 2D zijn derde overwinning op rij.

Thomas Broek



De vierde dag

Paul Lieverst treft in 3D een tegenstander die wel wat voor remise voelt en het dus niet erg vindt dat de stelling dicht geschoven wordt. Paul weet daar doorgaans wel raad mee en ook nu slaat hij een flinke bres.

Paul Lieverst – Ed Baarslag

Zo, deze stelling gaat Paul dus winnen: Dg3 en kat in ‘t bakkie. Maar wat fluistert hij nou? Dat zwart remise kan maken maar dan wel eerst zijn dame moet offeren? En dat hij zich dan op moet maken voor een toreneindspel, maar dat hij het nog wel even gaat proberen? Ik begrijp er geen hout van, maar knik begrijpend, want ik wil niet dom overkomen.

Verderop gekeken dan maar. Nou, leuk is anders. Gerard van Pinxteren speelt in 5K tegen Bas Roelen. Op twee borden lijkt het. Dat is twee keer niks. En waar haalt Bas nou opeens twee dames vandaan. Een met en een zonder pinnetje. Gerard kan opgeven.

En tot overmaat van ramp komt Paul melden dat hij remise heeft aangeboden. Het staat helemaal niet zo best meer, zegt hij. Dat klopt. Ik kan mijn ogen niet geloven. Paul is een tovenaar, maar soms ook niet. Hij zit er niet mee en gaat lekker snelschaken bij Excelsior.

Gelukkig is Thomas Broek er nog. Die heeft weer een wonderbaarlijke partij achter de rug. Een combinatie van een cakewalk en een achtbaan. Ogen dicht en riemen vast. Gisteren had er nog iemand in het café gekscherend gezegd: Thomas, die heb ik nog nooit een risico zien nemen. Dat heeft hij dus niet op zich laten zitten.

Albert Termeulen – Thomas Broek

Waar het zwarte paard vandaan komt weet ik niet zeker, Thomas heeft in zijn hand als ik bij zijn bord aankom. Hij slaat er de pion op f3 mee. Het is de slotact van een wilde partij en wit drinkt de gifbeker moedig leeg (Pxf3 Pd6 Pe1+ Pxb7 Tg1 mat).

De vijfde dag

Als Erik Schoehuijs verliest zegt hij: ik heb er weer een heleboel van geleerd. Dat is mooi. Zo wordt hij een beter schaker. Maar nu overdrijft hij toch een beetje. In vijf ronden vier keer verliezen, zoveel leerstof ineens kan een mens niet aan. En het is ook niet leuk voor de anderen. Er is geen eer meer te behalen. De man die in de eerste ronde slechts een half punt tegen hem scoorde, zien we elke dag een beetje bleker worden. Hij heeft zichzelf ernstig tekort gedaan.
Maar hoe komt dat nou? Dit keer heeft hij een tafel aan het gangpad en ik sta er dus met mijn neus bovenop. Het is ongelooflijk hoeveel je aan de zijlijn ziet… als je het niet allemaal zelf hoeft te bedenken.


De zesde dag

Vanmorgen werd Nanny wakker, helemaal in de war. Ze had gedroomd dat alle schakers boos op mij waren. Om de stukjes die ik schreef. Ze hadden geroepen: Hier zijn wij niet van gediend. En Danny de Ruiter was de woordvoerder geweest en die had verklaard dat ik moest betalen voor die stukjes. Ik vroeg hoe ken jij Danny de Ruiter?  Dat was dus uit de verhalen van Erik S. Ondertussen was ik behoorlijk in mijn sas met die gedroomde aandacht, maar Nanny zei: je moet er mee ophouden. Dus sloeg ik vandaag een rondje tienkamp over en reisde met de Masters mee naar de Philharmonie in Haarlem.

Daar zie ik in de grote zaal Fons Vermeulen, die er ook wat van kan. Al tijdens de openingstoespraak begint hij te sputteren, omdat de Mayor of Haarlem opeens de Major of Haarlem is. De Masters zitten er niet mee en gaan aan het werk

Tata Steel Chess on Tour in Haarlem

 

Een zaal verder zitten de commentatoren van dienst. Yasser Seirawan en Tex de Wit. Dat is instructief maar lang niet zo’n vrolijke boel als vroeger, getuige een verslagje van Nanny uit de tijd dat er nog een commentaartent op de Dorpsweide in Wijk aan Zee stond, waarin Lex Jongsma en Vlastimil Hort hun kunsten vertoonden:

Ik besloot even te gaan kijken wat er in de commentaartent te doen was. Tweehonderd man zaten ademloos te kijken naar een soort cabaretvoorstelling door twee heren. In de ene herkende de ik Lex Jongsma: “Dis is e riemarkebel moef, not so bed et ol”. De ander sprak met een zwaar Oost-Europees accent en banjerde met een kop koffie over het toneel “You are realllly wellll educated!” Af en toe, als ome Lex met de stukken op het demonstratiebord aan het schuiven was, stelde de ander de zaal een quizvraag. Wie kwam er altijd vijf minuten te laat vanwege de fotografen? Dat was kennelijk niet zo moeilijk en nog actueel ook op het ogenblik: Fisher, riepen er een paar uit de zaal. En dan was er nog de Joegoslaaf, een Serviër eigenlijk die ‘The Toiletplayer’ genoemd werd omdat hij stiekem een zakspelletje meenam op het toilet? “Er hat eine Zigeunerin geheiratet” schakelde de Tsjech over op het Duits.  “Ich hab noch gegen ihm gespielt!” riep de heer Jongsma uit. Er golfde een lach door de zaal waardoor ik het antwoord niet verstaan heb. Maar vermakelijk was het wel.

Uit welke eeuw stamt dit fragment? Nu moet je mobieltje uitstaan en mag je alleen fluisteren, want we zijn: on air

Yasser Seirawan en Tex de Wit

 

Maar vrolijk als altijd zijn de kinderen die de rest van het gebouw voor hun rekening hebben genomen met hun schoolschaakkampioenschappen

Girl Power

 

De zevende dag

Johan Buis speelt in een hoekje van de zaal betonschaak. Hij wordt betrapt, maar kan er om lachen. Ook zijn buurman ziet, na even geschrokken te zijn, de humor er wel van in.


De koffiehoek van vijftien jaar geleden heet nu catering, maar de uitslagenwand is onveranderd.

 

De achtste dag

De laatste twee ronden van de tienkamp houd ik voor gezien. Erik is er gisteren al mee opgehouden. En het is weekend en dan is het mutjevol in de Moriaan. Daarom alleen nog een paar foto’s uit vorige ronden. Morgen volgt het restant.

 

De negende dag


Zo, dat was het. Heel veel foto’s gemaakt, maar geen enkele zet gedaan. Dat moet de volgende keer maar weer eens andersom.

Tata Steel Chess Tournament 2016 (tienkamp)

 

Inschrijving

Morgen beginnen de tienkampen. Ik doe mee, voor de zoveelste keer. Mijn eerste zetten deed ik in 1974 in groep 7. Het jaar daarop mocht ik optreden in groep 3. Dat werd geen succes. Niet eens zozeer door het resultaat, maar meer omdat er door de gebruikelijke indelingsperikelen op het laatste moment slechts acht deelnemers waren in mijn groep. En dan hadden we in die tijd ook nog eens twee rustdagen, dus dat betekende vier dagen vrij. Waardeloos. Maar wel leuk was de internationale samenstelling van de groep. We hadden een Belg: Van Nevele, een Engelsman: Angel, een Zweed: Knutsson, drie Duitsers: Ehrich, Wissell en Nothnagel, en behalve ik nog één Nederlander: Van Loon. De namen heb ik niet verzonnen. Er is intussen veel veranderd. De buitenlanders laten een beetje verstek gaan en onvolledige groepen worden, desnoods nog op dag twee, samengesmeed tot één zwitserse groep. En de inschrijving gaat nu gestroomlijnd via het internet. Vroeger ging dat per briefkaart en soms werd er geloot. Dat waren spannende tijden, getuige een verslag uit die jaren:

Voor de echte schakers begint het toernooi zodra het is afgelopen: met wachten op de volgende editie. De tijd wordt gedood met zaken als eten en drinken, vakantie, een verjaardag, een feestje en nog maar eens vakantie, je moet toch wat, maar het stelt niet veel voor, het leven is zogezegd in zomerslaap. Pas in oktober gaat één oog open, gericht op de brievenbus. Het begint nu langzaam te gonzen op de schaakclub: heb je de inschrijvingskaart al gehad, wanneer zou die komen, snel insturen hoor, je doet toch ook mee?

Het was van het grootste belang, schakers spreken dan al gauw van levensbelang, dat de kaart, zodra die bij je in de bus viel, ingevuld werd en per kerende post terugbezorgd. Deelname was namelijk beperkt en wie het eerst kwam het eerst maalde, was de overtuiging. Eén keer deed ik met opzet niet mee. Het zou de laatste keer worden, dacht ik, en in plaats van schaken zou ik fotograferen. Het werd een aardige reportage, maar gelukkig niet van het laatste toernooi. En het knaagde, want schakers fotograferen, ach wat zal ik er van zeggen, het is steeds hetzelfde, nou ja, ze zitten in ieder geval stil. Het volgende jaar dus weer snel de kaart ingestuurd. Maar ik deed wederom niet mee, ik was uitgeloot. De wachttijd werd zodoende, door eigen toedoen en door het lot, uitgebreid tot drie jaar, dat is zo ongeveer de tijd waarin een schaker het schaken verleert en aan de drank raakt.
Maar voor het volgende toernooi was ik op tijd. Twee keer uitloten was uitgesloten, was beloofd. De postbode werd opgewacht, de kaart aan het begin van de straat uit zijn handen gegrist, ter plekke ingevuld en meteen in de brievenbus geworpen. Uitgeput viel ik thuis neer op de bank. Nanny zei, heb je er een postzegel opgedaan. P-p-postzegel? Dat was dus wel snel, maar niet goed. Ik wist het nu zeker, schaken was niet belangrijk, ik zou nooit meer meedoen. Een ellendige tijd volgde. Je hebt je toch wel opgegeven? Ja, nee, ik weet het eigenlijk niet. Het viel mee. Ik kreeg een uitnodiging en voegde me op de eerst dag van de tienkampen in de rij voor de inschrijving. Behendig sloeg ik me door alle controles heen, bedankte beleefd voor de snertmaaltijd en wilde net opgelucht naar de speelzaal ontkomen, toen een strenge meneer wedstrijdleider mij terugriep. Hij had nog een appeltje met mij te schillen, ik wist zeker wel waar het over ging. Ik keek onnozel en hij verduidelijkte: ik had mij ongefrankeerd opgegeven. Hij had een lijst voor zich, met namen van soortgelijke zondaars, ongeveer elf, zag ik in de gauwigheid, allemaal opgave zonder postzegel. Als iedereen dat deed, dan kon bruin het niet meer trekken. Dat snapte ik toch? Ik knikte zo begripvol mogelijk en stamelde dat het niet weer zou gebeuren. Goed dan, sprak hij ruimhartig, als je die 39 cent alsnog wilt betalen, dan mag je meedoen. Ik wist niet hoe snel ik mijn beurs moest leegschudden. Opgelucht bedankte ik hem, uitbundig, ik was nog nooit zo blij geweest.

Wat een geluk

vlagWat een geluk! Ik had nog één seconde voor mijn veertigste zet. De paardvork die hij uitvoerde en die mij een kwaliteit zou gaan kosten, zag ik al niet meer. Ha-4-schaak! En indrukken. Kon nooit een seconde in beslag hebben genomen. Dacht ik. Allebei keken we naar de klok. Geen alarmbellen, sirenes of rood knipperende seinen. Ik haalde opgelucht adem, had er opeens weer 45 minuten bij. Hij deed ook zijn veertigste en stond op. Even later kwam wedstrijdleider Aart Strik langs. Hij keek naar de zwijgende klok. Ik rook onraad. Stond daar niet in een geniepig hoekje toch iets wat op een vlaggetje leek? Kon dat niet weg? Was er een claim? Moest ik gauw een zet doen? Ik zette mij schrap voor zijn oordeel, maar hij zei niets. Ik was door de mazen van het net geglipt. De partij werd remise. Mijn tegenstander nam het in de nabespreking sportief op. Het eerste gekregen halve puntje.

Uit vorm

De voorzitter van de Waagtoren Alex Albrecht zuchtte eens diep. Het wilde maar niet lukken. Eigenlijk was hij gewoon uit vorm. Hij bestuurde een bruisende vereniging. Soms te bruisend. Het was bijna een dagtaak om de boel een beetje in het gareel te houden. En hij had al een tijdje geen schaakpartij meer gewonnen. Toch was ik op mijn hoede. Ze hadden mij gewaarschuwd. Niet in zijn openingen meegaan, want daar wist hij alles van. Zo gezegd zo gedaan. Met een idioot pionoffer haalde ik hem uit zijn spel. Hij was even de draad kwijt. Ik trouwens ook. Halverwege de partij kon ik mijn pion terugwinnen. Ik keek wel uit. Dat was dus niet zo slim. Maar met een goed geplaatst remiseaanbod redde ik de zaak.

24. … Lf3-e4
Niet de beste zet. Het was verstandiger geweest om met c5-c4 de stelling dicht te schuiven. Nu zou ik het nog knap lastig hebben gekregen bleek in de nabeschouwing. Maar de zet en het bijgevoegde vredesvoorstel miste zijn uitwerking niet en zo kwam ik voor de tweede keer goed weg.

Blunders

Er zijn dit jaar wél buitenlanders. Vanuit alle windstreken: Afrika, Australië, Syrië natuurlijk, en een hele groep Zuid-Koreanen. Vandaag mocht ik het opnemen tegen een man met de prachtige naam Matthew Temisaren Johnson. Hij is in 1999 vanuit de Soedan in Nederland aangekomen toen hij zestien jaar oud was. Oorspronkelijk kwam hij uit Nigeria en zo staat het ook op zijn identiteitskaart: burger van Nigeria. Nu reist hij heen en weer tussen Nijverdal, waar hij woont, en Wijk aan Zee. En hij kan schaken niet te kort. Kijk, dat zijn mannen. Daar kan ik niet tegen op.

Het plan was h2-h4, maar ik deed eerst nog even Lc3-d2?? Dit mogen we gerust een blunder noemen. En niet zo’n kleintje ook. Het “aangevallen” paard ging als een dolle te keer en mijn tegenstander ging een vroege trein halen.

Stijlvoller, maar niet minder erg, was de blunder die clubgenoot Berend van Maassen produceerde toen hij opgaf in de volgende stelling:

Ach, zei zijn tegenstander, dat komt goed uit, want ik wist echt niet hoe het verder moest na loper slaat toren.

Ja kijk als het zó gaat, dan hoeft het voor ons niet meer.

Met de Franse slag

Mijn tegenstander opende verrassend met e4. Die kreeg dus een Franse partij voor zijn kiezen. Had hij kennis genomen van “Fort Knox“? Voor de zekerheid maar voor klassiek gekozen dit keer. Na 1.e4 e6 2.d4 d5 3.Pc3 Pf6 schoof hij door. We speelden de bekende zetten met een vroeg f7-f6, recept Marcel Duin. En toen stond het zo:
Hij was kennelijk uit zijn openingsboek, want hij sloeg op c5. En dat had hij op dit moment beter niet kunnen doen: 11. d4xc5? Pf6-g4! Nog geen man overboord, als hij nu maar Ld4 had gedaan. Er volgde echter slordig 12. Dd1-d2?? en toen had hij na 12. … Pg4xe3 13. Dd2xe3 d5-d4 op kunnen geven, zoals hij later terecht opmerkte. Dat was dus een makkelijk verdiend puntje.

Het echte vuurwerk had plaats bij het treffen tussen Alex Albrecht en Gabri van de Schootbrugge. In een spectaculaire partij ging Albrecht door zijn vlag, maar beiden misten een hele rits zetten in hun notatieboekje. Dat werd dus reconstrueren met de wedstrijdleider erbij. Maar wat ze ook probeerden, er was met geen mogelijkheid meer een logisch geheel van te maken. In vriendschappelijk overleg werd toen, voordat jan en alleman zich er mee ging bemoeien, tot remise besloten.

Oude rot

Verloren van een oude rot in het vak Theo de Vries. Dat kan gebeuren. De Catalaan die ik speelde bleek veel te moeilijk voor mij en hij wist er wel raad mee.

de vriesDe compensatie die ik dacht te krijgen voor de geofferde pion op c4 is ver te zoeken. Ik had nu 16. e4-e5 Pf6-d5  17.Pd2-e4 Dc8-b8  18.Lf4-d2 moeten doen. Zwart komt dan moeilijk los. In plaats daarvan deed ik 16. Lg2-h3? Dit verhinderde wel 16. … e6-e5, maar niet 16. … c6-c5! en zo kon ik dus al spoedig een rondje door de zaal gaan maken:

2016 Wijk aan Zee - Tata Steel Chess Tournament [20160126-Pentax K01-20592]in de toptienkamp won Vladimir Dobrov van Anna Rudolf

2016 Wijk aan Zee - Tata Steel Chess Tournament [20160126-Pentax K01-20595]maar ook iets lager werd goed nagedacht

2016 Wijk aan Zee - Tata Steel Chess Tournament [20160126-Pentax K01-20596]en over belangstelling hadden we niks te klagen

Remise?!

De partij was scherp opgezet, daar lag het niet aan. Maar toen wisten we het niet meer. Wit speelde 14. Pc3-e4 waar e5xf6 misschien stellingvoordeel had opgeleverd. Zwart koos met 14. … Lc5-e7 de veilige weg in plaats van met Lb7xe4 nog iets te wagen. En zo werd het na 15. Dc2-e2 Pf6xe4 16. Lg5xe7 Dd8xe7 17. Ld3xe4 Lb7xe4 18. De2xe4 0-0 en nog wat zetten toch nog remise.
Op naar het café voor de Skuumkoppe. En de nabeschouwing, maar ook die konden we geen van beiden winnen.

Terug in de speelzaal eerst een foto gemaakt…

Sopiko Guramishvili
Sopiko Guramishvili

…en toen even gekeken bij Berend van Maassen:

van maassenDie ging dus winnen. Eerst e5-e6+ en dan Ta1-f1 of andersom, daar wil ik vanaf zijn. Door naar het bord van Sjoerd Plukkel, een andere held. Ach, die ging verliezen. Terug dus naar het café voor een laatste rondje om het af te leren. Ik was niet de enige.

Theo de Vries, Dirk Kruiper en Johan Buis zitten ook niet op een droogje…

(Thuis las ik dat Berend toch weer remise had gespeeld. Je kan hem ook geen ogenblik alleen laten)

The Man with the Blue Guitar

Weer verloren. Van Gabri van de Schootbrugge. Gabri speelt schaak en gitaar. En ik zit maar wat te dromen, heb de rustdag nog in mijn hoofd. Ik schrik even van Ton Sijbrands, die de gong slaat, maar dommel al gauw weer in. En van wie zijn al die rare krabbels? Helemaal gestoord. Nog twee partijtjes en dan gaan we maar weer wat nuttigs doen. De schuur opruimen of zo. Want hier wordt een mens niet beter van.

Inguh Kim

Inguh Kim komt uit Seoel, de hoofdstad van Zuid-Korea. Hij heeft samen met Changoon Kim (hier ook aanwezig), gespeeld op de olympiade van 2014 in Tromsö (Noorwegen). Zij proberen zich nu te plaatsen voor de volgende olympiade in Bakoe (Azerbeidzjan).

Naast deze twee Kimmen geven nog zeven andere Zuid-Koreanen acte de présence in Wijk aan Zee: Chanhee Park, Garam You, Doheyeon Yun, Geonha Yun, Yoonseo Jung, Jaebeen Ha en Jihuyun Oh. Changoon Kim is de waterdrager van het stel. Hij zet elke dag bij alle anderen twee flessen mineraalwater neer. Tenminste de eerste ronden. Maar ze krijgen het niet op, dus nu is het er nog maar één. Zelf behelpt hij zich met anderhalve liter sinaasappelsap.

Inguh Kim is CM (kandidaat meester), tenminste dat staat op zijn kaartje. Hij wil grootmeester worden. Hij informeert bij mij of leeftijd een rol speelt. Dat denk ik wel, antwoord ik voorzichtig. Maar dan komt hij met een ingewikkelde tegenwerping. Hij verbaast zich over het feit dat er hier zoveel ouderen (dan hij) meedoen en nog veel gekker: hij heeft er een keertje van verloren. Dat moet dan Theo de Vries zijn geweest, opper ik, die zit in onze groep. Ja, zegt hij, maar dat betekent dat leeftijd er helemaal niet zoveel toe doet. Dat zullen we dan nog wel eens zien, zeg ik, en ik verlies in 35 zetten. Hij wist zich het zweet van het voorhoofd, maar dat komt meer omdat hij voortdurend zijn waterdichte windjack aanhoudt dan door mijn omgekeerde bewijsvoering.

Café De Zon

Wijk aan Zee

De laatste dag in Wijk aan Zee gaat in regensluiers gehuld. Er zijn winnaars en verliezers en soms moet er gerekend worden. Zelf verloor ik vier keer en vijf keer niet. Nanny komt mij afhalen. Zij zegt trek het je niet aan. Heb je die man in die rare bloes gezien? Ik zeg waar jij niet op let. We doen nog een laatste rondje door het dorp. In de kerk wordt erwtensoep geserveerd en er is muziek. Bertje Doperwtje. Het is niet meer als vroeger. De schaak-pop-up-winkel in de Zwaanstraat is nog open, maar wij zijn de enige klanten. Gelukkig is het in Sonnevanck ouderwets gezellig. Volgend jaar nieuwe ronden nieuwe kansen. Tot dan.


Tata Steel Chess Tournament 2016 vierkampen

 

Tata Steel Chess Tournament 2016
(weekendvierkampen)
Wijk aan Zee 16 januari 2016

Tata Steel Chess Tournament 2016
(dagvierkampen)
Wijk aan Zee 19 januari 2016