Tuinen van het Hogeland

Dit jaar bezochten we vier tuinen op het Hogeland van Groningen. De tuin op het landgoed Verhildersum in Leens, de kloostertuin in Kloosterburen, de tuin van de borg Ewsum bij Middelstum en De Kleine Plantage in Eenrum.

De tuin rond de borg Verhildersum is meer park dan tuin. En een beetje fantasieloos. Maar wel fantastisch zijn de bronzen beelden van de kunstenaar Eddy Roos. Het zijn danseressen, open en bloot, solo of als paar en dan vaak in innige omstrengeling. Maar de verbeelde beweging en intimiteit worden te niet gedaan door de inrichting van het park (en soms ook door een meeuw). De beelden staan te ver uiteen en zijn gescheiden door rechte hagen en grindpaden. De bloementuin heeft zich ver teruggetrokken tot aan de randen van het park.

De kloostertuin in Kloosterburen daarentegen is wild en in de historische groentetuin van Ewsum loop je over zandpaden en word je steevast nat van de sproeiers. Er is een fruitmuur, een boomgaard, een pluk- en een bloementuin. En er zijn heel veel vrijwilligers, die altijd aan het werk zijn. Het is er prachtig en wij komen er bijna ieder jaar.

De Kleine Plantage in Eenrum tenslotte is “een kleine en eigenzinnige kwekerij”, waar je elk plantje kan kopen dat je maar wenst. Voor in de zon of in de schaduw, voor de droge grond of juist de natte, voor in de zomer of voor in de winter. Helaas, wij zijn niet met de bakfiets en ver van huis, maar wij gaan toch altijd even kijken bij de kikkervijver en naar de kleuren (en de kunst) in de naastgelegen tuin.

De Brug en De Eendracht

Vanaf de Wetering naar Groningen (met een tussenstop in Norg) was makkelijk te doen. Maar de stad Groningen was dat niet. Die is op de schop. Meer dan vijftig projecten moeten de stad in vijf jaar tijd “aantrekkelijker, gastvrijer en klaar voor de toekomst” maken. Daar waren we mooi klaar mee. Een en al omleiding. En zowat alle bruggen voor fietsers afgesloten, volgens plan of omdat ze kapot gevaren waren. Nanny wilde al weer rechtsomkeert maken, maar toen we dan eindelijk de stad uit en het Van Starkenborghkanaal overgestoken waren en we bij het kerkje van Oostum in de verte Garnwerd zagen liggen, zongen onze banden weer.

In Aduarderzijl aangekomen zetten we ons tentje op en gingen we boodschappen doen en een biertje drinken in Ezinge bij Café De Brug waar Sjoerd en Anita van Dijk de scepter zwaaien. Sjoerd was net terug van zijn landje met de eerste piepers. Zijn vrouw zette een kom met water neer en daarin heeft hij toen met veel geduld de eerstelingen zachtjes gewassen en schoon gewreven. Zo mooi hadden we ze nog niet gezien. Wij vroegen of we een keertje mochten komen eten. Hij zei: “dan moet je vrijdag komen”.

Die vrijdag waren we vroeg present. Te vroeg. De Eendracht en het zomeravondconcert lieten nog even op zich wachten. Tijd zat. Het was de langste dag. Er stonden twee-en-dertig schotels klaar (plus twee voor ons). Mijn sauzen verpieteren fluisterde Anita. Maar daar was de band met aanhang en met ruim voldoende eetlust voor alle schotels en sauzen. De hele familie hielp mee: “k roak t overzicht kwiet” grapte een dochter.

Halverwege het concert vertrok de boswachter (zo noemden wij hem vanwege zijn outfit) met zijn fiets dwars door de muziek heen naar huis. Hij oogstte een daverend applaus.

***

***

Na afloop bestelden wij aan de bar nog een likeurtje. Grand Marnier. “O maar dan moet ik mijn moeder halen”, zei de dochter, “daar hebben we speciale glaasjes voor”.

En toen krégen we toch een bel ingeschonken … Op weg naar de tent slingerde mijn fiets als een dronken schroef. Halverwege stond een man op het pad. Ik stapte af en probeerde mijn fiets te kalmeren. De man wees op een bankje waarop je kon gaan zitten. Hij gaf een raadsel op. “Durf je het aan?” vroeg hij. Ik gokte: “Kortste nacht?” Hij knikte en liet ons door. Een man van weinig woorden.


Ezinge/Aduarderzijl, 21/22 juni 2019

zie ook: fotoalbum Café De Brug in Ezinge


Oostum

Het kerkje van Oostum ligt langs het Pieterpad op de wierde van het dorp en trekt alleen daarom al veel bekijks. Het is niet altijd open, maar de sleutel is op nummer 19 staat er op een bordje bij de ingang.

We zien een aantal dichtgemetselde ramen en aan de zuidkant een dichtgemetselde deur. De oude manneningang? En een nummer: 19. Er ligt geen sleutel.

Vanaf de afgegraven wierde en het kerkhofje hebben wij (en wij niet alleen) een prachtig uitzicht over de velden. Er is ook een soort mini ossengangetje, aangeduid met tunnel, maar dat is overwoekerd door brandnetels, wat niet fijn is voor de blote benen.

Wat mij op kerkhoven opvalt is dat er soms afkortingen in de grafstenen zijn gebeiteld, zoals Echtgen. of v/d (tussen voor- en achternaam). Alsof de rouwenden tegen elkaar zeiden: weet je wel wat zo’n letter kost? Dat mag wel wat minder. En dan moest er ook nog een fatsoenlijke tekst bij. Maar ook daar verzonnen ze wat op. Openb. 14:13 staat er dan. Leuk hoor. Het doet mij denken aan die twee grappenmakers die elkaar eindeloos dezelfde moppen vertelden. Ze hadden een vast repertoire en dat kenden ze uit hun hoofd. De een begon al te lachen als de ander nog lang niet uitverteld was. Dat kon beter. De grappen kregen een nummer en al gauw konden ze daarmee volstaan. Vierentwintig riep de één dan snedig. Hahaha schaterde de ander, om er meteen maar de dijenkletser zesennegentig tegenaan te gooien. Ze kwamen niet meer bij van het lachen en geen mens wist waar het over ging.

Oké genoeg gespot.

Toornwerd

Het regende dat het goot. We reden van Usquert naar Middelstum en sloegen een zijpad in. Daar lag het dorp Toornwerd (wij zeggen Doord, zei de bakkersvrouw in Middelstum) en bovenop de wierde stond een klokkentoren, zonder kerk, maar wel met kerkhof. Er stond ook een bord met een gedicht (van Tiny Veldhuis) in het Gronings:

We konden de trap in de toren beklimmen, maar dan moesten we de sleutel ergens in het dorp gaan halen. Dat hebben we niet gedaan. We zagen er niet uit. Want het regende dat het goot. We zijn naar de bakker in Middelstum gereden.

Aduarderzijl en omstreken

De foto’s zijn uit Groningen. Een aantal is al vertoond. Die van het Waarhuis in Aduarderzijl, de klokkentoren in Klein Wetzinge, het gele veld in de Noordpolder, de sluis in Schouwerzijl en het huis in de kloostertuin van Kloosterburen zijn gemaakt met een iPhone, de andere foto’s zijn lekker ouderwets opgenomen: analoog. Vond ik weer een keertje leuk.

Kodak Ektar 100, Leica M6, Summicron 35mm en na ontwikkeling scannen die handel. Dat was nog niet zo eenvoudig. Mijn oude Nikon-scanner vertoont kuren en wil alleen nog maar luisteren naar Vuescan. Ontdekte ik na eindeloos geëtter. Maar de gratis (proef)versie zadelt je op met een watermerk in je foto’s. Stik! Het programma moet je dus kopen. En daar heb je dan weer een creditkaart voor nodig en die heb ik niet. Een andere manier is er niet. Nou vraag ik je. Zo word je dus gedwongen tot (een soort van) proletarisch winkelen.

Mopper mopper mopper, waarop Nanny zei: nu ben ik het zat. En ze bestelde een creditkaart. Binnenkort kan ik (moet ik van Nanny) dus al mijn software legaliseren. Het moet niet gekker worden. Doe maar luxe. Maar zolang zij betaalt vind ik het best.

Op de fiets naar Groningen

Op de fiets naar Groningen. We doen het nog een keer. Onze fietsen stammen uit de vorige eeuw en wij ook. Dus trappen we in kleine etappes (via Spakenburg, Wezep, Kalenberg en Bakkeveen) naar Aduarderzijl in Groningen. Sneller gaat niet meer.

In Kalenberg bivakkeren we vier dagen lang in een klein molenaarshuisje aan de Hoogeweg. We kanoën door de Weerribben en Nanny gaat een keer kopje onder: aan de verkeerde kant uitgestapt.

Aduarderzijl

In Aduarderzijl zetten we ons tentje neer. Van daaruit maken we voet- en fietstochten. Met het Reitdiepveer (dat vaart tussen Aduarderzijl en Schaphalsterzijl) steken wij over naar het Hoogeland.

De tocht door de Noordpolder naar Noordpolderzijl is een verplicht nummer. Voor de liefhebbers, want de weg is lang, het land is leeg en de wind is onstuimig. Maar zo leer je Groningen kennen.

Noordpolderzijl

In Noordpolderzijl kun je niet verder of je moet het wad op. Het decor is troosteloos mooi. Eens lagen er schepen. Nu is de haven dichtgeslibd. Maar het café ‘t Zielhoes onderaan de zeedijk is springlevend. Behalve op maandag, want dan is het gesloten.

Hellum

In Groningen vind je vreemde plaatsen. Kleine Huisjes, Bethlehem, Doodstil, Schaaphok, Hongerige Wolf, Nooitgedacht. Wij fietsen langs maren, wierden en borgen. En soms wordt landbouwgrond natuurgebied en wat is het dan mooi.

‘t Roegwold in Groningen

En de Groningers zijn om de drommel niet bang. Tussen Slochteren en Siddeburen zien we in Hellum een gigantisch bord langs de kant van de weg staan waarop wij op onverschrokken wijze op de Grote Vuurwerk Hal worden geattendeerd. Siddeburen, Hellum, vuurwerkhal. Waar gaat dit over? Wij laten ons niet kennen. Op naar de Wildemansheerd bij Schildwolde, waar we ons installeren in de boomgaard. Ons brandertje staat nu bovenop de bel, ideaal. Als het donker wordt schuiven we in ons tentje. Er gebeurt niets. Soms valt er een appeltje uit een boom.

In Mensingeweer is het spannender. Een onweer zoals je dat thuis niet meemaakt. De rondwervelende bliksem, de rollende donders en de intimiderende slagregens doen ons diep in onze slaapzakken wegkruipen. Het houdt even op, maar komt dan weer terug. Het onweer durft het wad niet op! De andere kampeerders schuilen in de slechtweervoorziening. Zij zijn net terug van het jazzfestival dat in de kerkjes en schuren rondom Garnwerd en omgeving is gehouden. Eddy & The Ethiopians hebben voor een spectaculaire slotact gezorgd.

De volgende dag gaan we naar de molen om op te drogen. De molen staat er nog, maar de molenaar is niet op komen dagen, dus staan de wieken stil. Gelukkig hebben de molendames koffie en poffert voor ons. We praten over het natuurgeweld van die nacht en als vanzelf komen dan de aardschokken ter sprake. Ik vraag vilein: hebben jullie je huisjes al laten opknappen door de NAM? Dat gaat zo maar niet, zegt een van de dames, want dan komt er eerst een inspecteur om te zien of het echt wel aardbevingsschade betreft en dat wordt dan vaak een gebed zonder end. Moet je niet zeggen, valt de andere dame in. Laatst zaten we tv te kijken en opeens begint de vaas bovenop de servieskast te rammelen en hij loopt zo naar de rand toe, we konden ‘m nog net opvangen. Een aardbeving. En toen is er een man van de NAM bij mijn buurvrouw geweest voor de scheurtjes en die is toen ook even bij mij komen kijken. Ik heb geen scheurtjes, zei ik. En wat is dat dan, vroeg de man van de NAM? O, daar heb ik geen erg in, dat zie ik niet eens. Precies, zei de man van de NAM, aardbevingsschade.

In Slochteren bezoeken we de Fraeylemaborg. Die staat er keurig bij. Alleen de koetshuizen hangen een beetje scheef. We gaan ook even bij de Geertsemaheerd kijken, zegt Nanny, die is op een steenworp afstand. Nou die worp heeft doel getroffen, zeg ik, als we ervoor staan. Ja, van die slingertuin had ik mij ook meer voorgesteld, geeft Nanny toe. Het huis is onbewoonbaar verklaard en gekocht door de NAM en wordt nu opgeknapt. De timmermannen, metselaars, stukadoors, schilders en dakdekkers zijn in Groningen niet aan te slepen.

In Appingedam zien we een voorbeeld van het betere stutwerk. Prachtig. Als ik een foto probeer te maken komt er een hond op mij af, die het duidelijk niet begrepen heeft op ramptoeristen. Ik maak dat ik weg kom en het huis staat er dus niet helemaal goed op.

Op het internet staat een veel mooiere foto gemaakt door Harry Cock, fotograaf te Assen, met toelichting: De heer Kremer woont al vijftig jaar in huize Nooit Gedacht aan de Kanaalweg in Appingedam. Een stalen steun, gelast door de buurman, houdt het huis nu bij elkaar.

We reizen met de trein naar huis. In Amsterdam gaan we bij Noortje langs. Zij vindt dat we langzamerhand te oud worden voor dat gekruip over de grond en dat rondgezeul met al die pakken op de fiets. Het ziet er volgens haar niet uit. En vlak na de pont over het Noordzeekanaal, we doen het laatste stukje weer op de fiets, komen ons twee vrouwen achterop gereden, die bezorgd vragen waar we denken te gaan kamperen, want zij weten van geen camping in de buurt. We zeggen dat we op weg zijn naar ons eigen huis en als we geluk hebben staat dat er nog. Zij hebben even overleg en laten ons dan gaan. Zou Noortje gelijk hebben?

Het was mooi, maar toch een beetje teleurgesteld komen we thuis. De hele vakantie geen bevinkje gevoeld. En dan lees ik een dag later: bij het dorpje Hellum, zo’n 15 kilometer ten oosten van de stad Groningen, heeft zich woensdagochtend een aardbeving voorgedaan…

Ik wist het, ik wist het!