Benjamin Bok houdt huis in Heemskerk

 

Benjamin Bok

De jaarlijkse schaaksimultaan in Heemskerk, georganiseerd door HSV Excelsior, is met grote overmacht gewonnen door Benjamin Bok.

De grootmeester nam het op tegen 33 tegenstanders, deed dat zeer serieus en vatte aan het slot de zaken treffend samen: hij prees de tegenstand, maar had het niet moeilijk gehad, op twee partijen na, in de één omdat hij pardoes een toren weggaf en toen genadig remise aangeboden kreeg, in de ander omdat hij de stand niet helemaal vertrouwde en zelf maar remise aangeboden had.

Han Kemperink en Peter Uylings geïnterviewd door Joop Zonneveld

Twee remises dus. Een van Peter Uylings met zijn gebruikelijke bravoure en een gelukje. En een van Nico Kuijs die een voorbeeldige partij speelde. Meer zat er niet in. Bijna was het ook Thomas Broek nog gelukt, maar hij bleef als laatste over en was toen het haasje, net zoals dertig anderen daarvoor.

Thomas Broek heeft zojuist zijn laatste zet gedaan

Toch was het wederom een geslaagd evenement dat dit keer vanwege het onbestendige karakter van het weer niet buiten maar binnen, in de Jansheeren, werd gehouden.

De grootmeester doet het op zijn gemak …
… maar toch stapelen de zorgen zich op

Soms werden de zetten genoteerd en soms ook niet. Vaak was dat maar beter zo. Want je kon lelijk in de war raken. Jan Verhoeven had een zet genoteerd. Toen de grootmeester aan zijn bord verscheen dacht Jan daarom dat hij die zet al gedaan had. Hij keek naar het bord, hij bestudeerde zijn notatie, keek nog eens naar het bord en begon toen heel onrustig om zich heen te kijken op zoek naar steun. Hij vond de zet niet terug op het bord en begreep er niets meer van. Fout fout ik heb het helemaal verkeerd gedaan, mompelde hij, ik geef op. Benjamin Bok die geduldig had staan wachten zei voorzichtig: volgens mij bent u aan zet. Dat luchtte Jan enorm op. In dat geval speelde hij nog even door.

Zijn buurman, die alles geamuseerd had zitten bekijken, had het probleem met de notatie al veel eerder opgelost:

d4 d5 nog bekend, daarna draad kwijt geraakt

Gelukkig had Nico Kuijs zijn zetten wel gewoon genoteerd. Op een paar na. Daar slaan we dus een slag naar. Waarschijnlijk weet Benjamin ze nog wel.

Nico Kuijs speelt remise

Nico komt uitstekend uit de opening. Heeft hij die bestudeerd? Maar ook daarna blijft hij prima op de been. Benjamin kan geen vuist maken en op het laatst vertrouwt hij het niet meer en biedt remise aan. Nico krijgt daardoor het vermoeden dat hij goed staat, maar neemt het aanbod van de grootmeester toch maar aan.

Verder was er wel veel overleg, maar weinig resultaat:

De grootmeester is te sterk voor ons. Hij gaat nu World Cup spelen in Georgië.

Bart-Piet Mulder wint Open Rapidkampioenschap van Heemskerk


Het Open Rapidkampioenschap van Heemskerk is voor de derde achtereenvolgende keer gewonnen door Bart-Piet Mulder. Dit keer niet zonder moeite maar met een bovengemiddeld doorzettingsvermogen en een gezonde dosis geluk.

Een half punt achter de winnaar eindigden Richard Schelvis, Thomas Broek en de verrassend goed uit de hoek komende Berend van Maassen, nog vóór Cas Kok, Paul Lieverst en Marcel Duin  (Berend wat maak je ons nou? Ja, hoe ouder hoe gekker, ik begrijp het ook niet).

Bart-Piet Mulder voerde van begin tot einde het veld aan, ondanks verlies in de zesde ronde tegen Thomas Broek. Maar de laatste ronde bracht toch nog even het verlangde vuurwerk. Cas Kok had Bart-Piet bijna te pakken. Acht seconden had Cas nog. De stukken vlogen over het bord. Bart-Piet moest zijn laatste stuk geven om onmiddellijk verlies te voorkomen. Het leek uitstel van executie. Maar misschien ging Cas door de vlag. Dus probeerde hij met zijn koning uit de hoek te ontsnappen naar open veld. Alleen, hij stond pat! De actie was zonder meer spectaculair en gedurfd, maar ook overbodig en bovendien niet toegestaan. Cas zei “claim” en sloeg de koning van Bart-Piet. 

Toen had je de poppen aan het dansen. Een koning mag je niet slaan. Of kán je niet slaan, dat beletten de regels. Maar Cas had toch claim gezegd! Was het een onreglementaire zet? Die van Bart-Piet of die van Cas? En welke straf staat daar op? Deed het er allemaal nog toe? De partij was toch eigenlijk al geëindigd door het pat? Maar er was doorgespeeld! Of kon je dat zo niet noemen? Waar was de scheidsrechter en waar de reglementen? De spelers, die zich rustiger gedroegen dan de omstanders, besloten uiteindelijk een extra snelschaakpotje te spelen. Dat werd keurig remise.

(Cees Verhoog heeft een schitterende video van het spektakel geplaatst op YouTube, ga kijken en laat hem zien op de scheidsrechterscursus)


De wisseltrofee, een magnum Gouden Cuvée van de Keizer, kwam zodoende definitief in het bezit van Bart-Piet Mulder. Maar ook nu weer voor heel even. Moest de fles de vorige twee keer onmiddellijk weer ingeleverd worden, nu werd hij uitgeschonken voor de liefhebbers onder de deelnemers aan het toernooi, de glazen stonden al klaar, samen met de bitterballen. Zo werd het seizoen van de organiserende vereniging Excelsior in stijl afgesloten.

The Worse Things Get The Harder I Fight

Onze club heet Excelsior. Dat is Latijn voor steeds hoger. Maar het omgekeerde is het geval. Wij zijn met ons eerste het vorig seizoen gedegradeerd naar de tweede klasse. Voor een jaartje dan, want het kon niet anders of we zouden op onze slofjes…

Wij openden met een verpletterende nederlaag tegen het perfide ZSC/Saende 3 dat daarna alleen nog maar eigen potten brak. En in onze tweede wedstrijd werden wij in Zandvoort door een ondoorzichtige combinatie van de Chess Society en de Haarlemse Jopen opnieuw in een hinderlaag gelokt. Het roer moest om en de volgende wedstrijd vierden wij feest in Hillegom tegen het sympathieke De Uil 3. Later bleek dat van nul en generlei waarde te zijn, want het  veel te sympathieke De Uil zou al zijn wedstrijden verliezen. En tot overmaat van ramp gingen wij tegen de verraderlijke Heemsteedse Schaakclub opnieuw voor schut.

Het roer moest ten tweeden male om en niet zo zuinig. Wij schakelden over op de zogenaamde tactische opstelling. Het wapen van de zwakke broeders. Dat zijn wij natuurlijk helemaal niet, maar nood breekt wet en als dan niemand in deze wereld nog respect heeft voor kwaliteit dan moet het maar zo. En geloof het of niet: deze aanpak, die zelden iets goeds oplevert, bleek in onze handen puur goud. Wij wonnen van het alleraardigste Spaarne 2, speelden op ons gemak gelijk tegen de kampioen Kennemer Combinatie 4 en hadden het in de laatste wedstrijd tegen het onvoorspelbare HWP 5 opeens weer in eigen hand. Maar dan moest er gescoord worden, want de rest had in een doortrapte combine zodanig de punten verdeeld dat we nog steeds een na laatste stonden.

Sociëteit De Vereeniging. Mijn lofzang over deze lokatie in vroeger tijden is bekend, mijn klaagzang over de teloorgang in later tijden ook. Nu rest slechts verbazing. Ooit verklaarde ik na een bezoek aan deze prachtige speelzaal nooit meer in duistere krochten te zullen spelen. En nu vond ik mij uitgerekend op deze plek terug in zo’n … Het zijn niet mijn woorden, het zijn de woorden van de wedstrijdleider, die ons ook nog wees op de sfeerverlichting. Een eufemisme voor een verzameling uitgedoofde sterren in een zwart gat.

Ergens ontbrak in de beginstelling een toren. Het werd pas ontdekt toen er hulplampen opgesteld waren met draden waar je over struikelde en de wedstrijd begon. Ik had zwart en tastte dus compleet in het duister. Wat heb je gedaan vroeg ik mijn tegenstander. Hij zei ruilvariant. O dacht ik, dan heb ik zeker weer eens Frans geopend en in mijn hoofd klonk hoe moeilijker het wordt hoe verbetener de strijd.

Op onze topborden (wij hadden dit keer verrassenderwijs voor een normale opstelling gekozen, ja wij zijn niet van gisteren) namen Ruud Eisenberger en Marcel Duin het er van. Twee remises. Zou je ze niet. Martien Herruer: verloor. Frans Koopman: hield niet over. En ik liep bijna in een gemene truc van mijn tegenstander die kennelijk meer zag dan ik. Maar in mijn hoofd klonk…

En toen waren daar plotseling de gezegende overwinningen van Johan Buis en Louis Witte en de wonderbaarlijke zege van Henk Kos. Daar heb je wat aan. Ik bood remise aan. Mijn tegenstander ging nu blind voor de winst, waarbij hij zijn dame even uit het oog verloor. Hij zag toch minder dan ik dacht. En in mijn hoofd klonk…

The Worse Things Get, the Harder I Fight, the Harder I Fight, the More I Love You (Neko Case)

Het is ongelooflijk wat zo’n iPhone in het donker nog ziet. Jammer dat ik ‘m niet aan mocht hebben.

 

Donker Schalkwijk

Aan het begin van de avond hebben wij ons verzameld in de Jansheeren. Heren, het is vanavond geen schaken maar bridgen, zegt de barman. Nee, grommen wij, voor ons is het erop of eronder. Zijn jullie er klaar voor, vraagt Frans Koopman. Ruud Eisenberger is preciezer: er mag dit keer niet verloren worden. En al helemaal niet binnen een uur, voegt hij er aan toe.

Louis Witte (met wit) tegen Paul Neering (met zwart)

Hij doelt op Louis Witte die zijn vooruit gespeelde partij de afgelopen maandag op die manier heeft afgeraffeld. Is dit een dubbele waarschuwing of kunnen we kiezen? Aan het gezicht van Ruud te zien niet. Henk Kos gaat plassen. Hij moet een nummertje trekken, want de hele bridgeclub, honderd man sterk zo lijkt het, treft de laatste voorbereidingen voordat ze aan hun robbers beginnen. In de hal zit een man met een bloedneus. Buiten is het bitter koud. Dapper gaan wij op weg naar Haarlem voor onze wedstrijd tegen de schakers van Het Spaarne.


In het wijkcentrum aan het begin van de Laan van Berlijn in donker Schalkwijk brandt licht. Wij zijn vroeg, vullen de tijd met koffie en peptalk. Er komt een vrouw het wijkcentrum in. Zij laat de beheerster van de bar vragen of er een meneer Buis aanwezig is. Johan, die midden in een anekdote zit, probeert zich zo klein mogelijk te maken, wat hij helemaal niet kan. En als dan met meer nadruk nogmaals zijn naam wordt omgeroepen: is hier misschien een meneer Johan Buis aanwezig die zijn portemonnee is verloren, verraadt hij zich door in zijn zakken te gaan zoeken. Dat wij hem allemaal zitten aan te wijzen helpt ook niet echt. Hij moet op het matje komen. Hij is zijn beurs buiten, voor het gebouw, verloren en de vrouw komt hem terug brengen. Mag ik u belonen, vraagt Johan. Zo kennen wij hem weer. De vrouw wil van geen beloning weten en verdwijnt lief, klein en kordaat weer door de schuifdeuren naar buiten, donker Schalkwijk in. Een goede fee die ons met haar toverstaf heeft aangeraakt en geluk gebracht. We zijn nog even bang dat we het met de portemonnee van Johan moeten doen en verder niet, maar ook bij onszelf vinden we plotseling krachten terug waarvan we niet wisten dat we die nog hadden.

We spelen de wedstrijd als in een droom.

Martien Herruer wordt volgens tactisch concept op het eerste bord opgeofferd aan iemand met een rating van dik in de tweeduizend. En Marcel Duin is niet eens mee, die is ziek. Van die twee mogen we geen wonderen verwachten. Dus hoe gingen we dit varkentje wassen, zonder dat Ruud echt boos werd? Nou, om te beginnen hadden we onze supersub Luc Stet op acht. En hij doet het wéér! Net als iedereen denkt hier worden we niet vrolijk van, we gaan maar eens een bordje hoger kijken, want daar zat ik, slaat hij toe. Zijn tegenstander horen we na afloop zachtjes kermen dat hij met het verkeerde stuk teruggeslagen had, hij dacht nog foute boel en toen was hij opeens zijn dame kwijt geweest. Ja Luc is een schavuit, dat hoef je ons niet te vertellen.

Henk Kos kijkt op zijn neus. Hij rekent op bord acht maar krijgt bord zes. Dat bekomt hem slecht. Of is hij in de war geraakt door de waarschuwing van Ruud aan het begin van de avond? Hij verliest binnen een uur, maar is wel degene die de volhouders tot op het laatste moment steunt met zijn belangstellende aanwezigheid bij hun borden. Het geeft mij net dat zetje dat nodig is.

Hoe kraken we de zwarte stelling. Ja natuurlijk met b4-b5!

Martien speelt een keurige partij, hij verliest, maar niet binnen het uur. Het mag. Frans Koopman zit naast hem op twee. Niets houdt hem tegen. Hij wint. En daar weer naast zit Ruud Eisenberger. Natuurlijk, die wint ook, geruisloos, totdat we bij hem in de auto zitten op weg naar huis. Nu houdt hij niet op de loftrompet te steken, over de teamspirit, onze geweldige mentaliteit, het onverschrokken afslaan van elk remiseaanbod, het vakmanschap van Johan Buis en hoe die het terugkrijgen van zijn portemonnee plus de uitgespaarde beloning had gevierd en hoe wij daar allemaal inspiratie uit hadden geput (en een rondje vanzelfsprekend), de ongekende vechtlust of had hij die al genoemd, het geslaagde tactische concept, de verbetenheid die hij had gezien in ons spel en in onze ogen, de superieure wil om te winnen, kost wat kost. Hij bleef maar doorgaan, mijn oren toeteren nog.

[Het Spaarne 2 – Excelsior 1, donderdag 9 februari 2017 in Haarlem, uitslag 3-5]

Het beweegt niet

In 1959 wint de Pool Ignacy Branicki het open Nederlands kampioenschap in Dieren. Niemand kent de man. Er zijn wat partijen uit die tijd van hem bekend uit een schaaktoernooi in Israel (Haifa/Tel Aviv 1958) dat door Reshevsky gewonnen werd, maar dat is het wel zo’n beetje. Groot is dan ook mijn verbazing als in 1980 of daaromtrent bij het open kampioenschap van Excelsior in de Schuilhoek ene Branicki meedoet. Ik speel in de eerste ronde tegen een man, die nog kleiner is dan ik. De open Nederlands kampioen van 1959? Ik dacht het niet, want ik win in een opwindende partij. Maar ik ondervraag hem en ja hij is het echt, alleen een beetje ouder inmiddels. Hoe ik hem ken, vraagt hij. Uit Schakend Nederland van twintig jaar geleden, antwoord ik. Ik ben nu zijn vriend en hij bespreekt met mij in een grappig taaltje zijn ideeën over andere regels voor ons spel. Ik versta hem niet zo goed. Het moet begrijp ik flitsender, maar zonder klok, niet zo theoretisch en met voorgiften. De eerste zetten voorgeschreven. Thematoernooitjes. In ieder geval anders. Excelsior lijkt hem daarvoor een heel geschikte club en hijzelf is denkt hij de aangewezen leermeester. Het toernooi vordert en ook wedstrijdleider Van Grootheest heeft een nieuwtje bedacht: een demonstratiebord waarop de stand van een toppartij zal worden bijgehouden. Dat wordt de partij van Branicki tegen Frans Koopman. Na een tijdje zijn daarin tien zetten gedaan. Dat is heel niet slecht. Maar een half uur later nog steeds. Frans is aan zet. Onze nieuwe nestor loopt geagiteerd rond en vraagt mij in het voorbijgaan: kan die partij niet van dat bord worden gehaald? Ik zeg: hoezo? Hij zegt: het beweegt niet. Ik ga kijken wat er aan de hand is. Frans heeft in zijn notatieboekje de zetten in blokjes van tien opgedeeld met aan het eind van elk blokje de streeftijd. Is dat een grap? Doet hij dat altijd? Het is nu al zeker dat hij geen van die tijden gaat halen. Nooit. Hij is in diep gepeins verzonken. Zijn tijdschema boeit hem allang niet meer. Wat hem boeit is de stelling met al zijn mogelijk- en onmogelijkheden. Hier zitten twee romantici tegenover elkaar. Ze hebben het schaakspel lief. Alleen al die regels en de klok, die verpesten de boel, maar voor ieder op een andere manier.

 

ES

(eerder gepubliceerd op de website van Excelsior op 25 maart 2014)