Vleermuis 67

Heemskerk, september 2020

We lopen een rondje om ons dorp. Het Noorderveld en De Knip liggen er verlaten bij. Het miezert, het is windstil en de lucht is grijs. We mogen niet meer naar Amsterdam.

In Amsterdam kan je lachen. Ik zit ik in een tram en die botst door een verkeerde wissel frontaal op een andere tram. Wat een klap, wat een ravage. Mensen languit in het gangpad, een hoop gekerm en een heleboel bloed. Vooral de bestuurder ziet er niet uit. Die komt van z’n plaats en loopt naar achteren. De vrouw, die naast mij zit, valt flauw, over mij heen. Na een poosje arriveert de politie en de GGD, die nemen de vrouw van mij over en ontruimen de tram. Een oude man, nee niet ik, blijft zitten. Hij vraagt: “Gaat deze tram niet verder?”

Snip en Snap snappen het ook niet meer. Ze zeggen dat we het goed doen, maar niet goed genoeg. Dat het virus ons te snel af is. Eigenlijk zeggen ze dat we er met z’n allen een potje van hebben gemaakt. Irma schiet in de hoest, maar blijft gewoon door gebaren. Het is nu bittere ernst. Bij de Jumbo in ons dorp is het een Sodom en Gomorra. Dat zegt een buurman die er geweest is. In Brabant denken ze al weer aan het carnaval. En in Goes is “de grootste kermis die Zeeland ooit gehad heeft” geopend. Nee het virus is nog niet van ons af.

Er vliegen in de schemering twee vleermuizen rond ons huis. Wat een snelheidsduivels zijn dat. Ze willen naar binnen, maar hun sonar waarschuwt ze op tijd. Vlak voor de ruit maken ze een haarscherpe bocht omhoog. Maar ze blijven het proberen. Ze doen aan check en dubbelcheck. Een paar jaar geleden vloog zo’n stuntpiloot door het open raam naar binnen. Tien rondjes vloog het supersonische monstertje op topsnelheid door alle hoeken van onze kamer. En langs het raam. Zocht het een geheime uitgang? Of had het een probleempje met z’n wifi? Twee weken later zag ik een filmpje op YouTube met, je raadt het al, onze kamer en daarin twee mensjes weggedoken onder een tafel. Zijn wij dat?