Dans mon jardin (13/15)

In Normandië waren Peter en Lodewike, Nanny en ik op bezoek bij Rob en Monique, een stel dat in Frankrijk woont, aan het eind van de wereld bovenop een berg nabij het uitgestorven dorpje Exmes. Zij lieten ons de stadjes Sées, Argentan, Gacé en Orbec zien, we bezochten Honfleur aan de kust, en maakten wandelingen in de omgeving van hun paradijs La Côte du Drou. Hun kat was Maître Rats en wij dronken calvados.

In Ménil-Hubert-en-Exmes stond een oud vakwerkhuisje. Vakwerk heet daar colombage. In de muur zat een scheur. Het was een teken aan de wand. Aan het eind van het jaar moest mijn hart naar de dokter en met Peter liep het nog slechter af. En Maître Rats is er ook niet meer.

Het was een onvergetelijke vakantie.

Dans mon jardin (12/15)

Als je niet ver van huis toch wilt verdwalen moet je in het Lake District in slecht weer op pad gaan. Je loopt dan langs een beekje stroomopwaarts de bergen in, totdat elk herkenningspunt is verdwenen en je geen mens meer tegen komt. Er is geen spoor meer, geen hoopjes op elkaar gestapelde stenen die je bakens waren en al je energierepen zijn op. En als je je dan toch nog omhoog hebt getrokken, maar niet meer naar beneden durft, o wat verlang je dan naar een pint in de pub helemaal beneden aan de berg aan het begin van het pad.

Dans mon jardin (11/15)

De Noord-Hollandse duinen, zo weids als bij ons vind je ze niet. Alleen, het wordt er steeds drukker. Met wandelaars, fietsers, mountainbikers, boswachters in autootjes, gps-puzzeltochten en nu ook met Konikpaarden, Schotse hooglanders en Blackface schapen. Vroeger zag je er alleen fazanten en konijnen, maar die zijn verdwenen. Tegen de hooglanders moet je aardig doen: netjes vragen of je er langs mag als ze breeduit op je pad liggen, dan doen ze jou niets, zeggen de boswachters. Maar ik vertrouw het zaakje niet helemaal, volgens mij weten ze donders goed dat ze in de Gasterij op het menu staan.

Dans mon jardin (10/15)

Toen Noortje negen was maakten we met haar een voettocht door het mooiste gedeelte van Jutland, van Aarhus naar Silkeborg en rond de Himmelbjerget. Na de dagtocht deden we dan ‘s avonds nog een extra ommetje. Volgens Noortje was dat geen ommetje maar een OM. We hadden met haar ook al eens door Schotland en door Wales gesjouwd en dus was het niet gek dat ze, toen ze daar de kans voor kreeg, liever alleen op vakantie ging. En dat was jammer, want toen we een paar jaar later nog eens door Denemarken trokken, maar nu met de fiets, was het er lang zo leuk niet meer.

Dans mon jardin (9/15)

In de herfst van 1981 reed ik op mijn racefiets naar het Zwarte Woud. Ik had geoefend op het kopje van Bloemendaal en bij Piet de Wit in Wormer om een lichter verzet gevraagd. Hij lachte mij uit. Hij was wereldkampioen op de baan achter de grote motoren geweest en dan trapte je zo zwaar als je kon. Zo trok ik door België, Luxemburg, Frankrijk en Duitsland. En onderweg passeerde ik dorpjes, waarvan ik het bestaan niet kende en de naam niet wist, zoals hierboven op een mistige ochtend in de Elzas.

Dans mon jardin (3/15)

Op 13 november 1972 liep de Wan Chun in een hevige storm bij Castricum op het strand. Een jaar lang werden pogingen ondernomen om het schip vlot te trekken. Tijdens een nieuwe storm op 2 april 1973 werd het schip bij windkracht 11 nog hoger op het strand gezet. En in november 1973 tijdens een ultieme poging om het schip naar zee te trekken knapten de kabels en kapseisde het.