Vleermuis 91

Er kan nog steeds niet fatsoenlijk geschaakt worden. Mijn club Schaakvereniging Castricum heeft dat het afgelopen najaar dapper tien ronden volgehouden, maar nu noodgedwongen niet meer. Ik begin het te missen. Het spel, de spanning, de mensen. En de altijd originele verslagen van Hans Leeuwerik.

Mijn laatste eigen bijdrage op dat gebied dateert van eind 2018, toen ik een ronde vrij was en zodoende in staat was de wedstrijd Castricum – Caissa Eenhoorn (in de eerste klasse NHSB) van dichtbij te volgen. Ik had net een hele maand naar de WK-match Carlsen-Caruana zitten kijken waarin de spelers twaalf partijen lang niet in staat (of onwillig) bleken een behoorlijk punt te scoren, waarna de zaak op de laatste dag vlak voor de prijsuitreiking nog even in allerijl beslist werd. In een paar snelschaakpotjes. Wat niet veel anders is dan dobbelen of gewoon loten, wat we vroeger nog wel eens deden. En wat ze nu ook meteen hadden kunnen doen. Maar zo is het spel en zo zijn de regels. In Castricum lachen we daar om. Daar gaat nog geregeld van alles mis. Zie het volgende verslag.

Goed voorbeeld maar wij zijn nog niet zo ver

De match tussen Magnus Carlsen en Fabiano Caruana heeft ons de ogen geopend. Laat die stomme computers maar rekenen. Het doet er niet meer toe. Het eindresultaat is al bekend. Een ordentelijke schaakpartij is remise. Punt uit. De rest is spielerei. En dat is niet nieuw. Capablanca en Aljechin scoorden in 1927 al 25 remises. Karpov en Kasparov brachten dat record in 1984 op 40 remises, waar zij 48 partijen en vijf maanden over deden. Geen mens wist meer dat die twee nog ergens om zaten te schaken. Nu in Londen moesten we het doen met twaalf remises, waarna er nog wat gooi en smijtwerk volgde om de winnaar te bepalen. De winnaar van wat?

Jammer genoeg zijn wij nog niet zo ver. We proberen het wel, maar vaak glipt het ons net weer door de vingers. Dan hebben we opeens tot onze schrik verloren of nog gekker: gewonnen. Er is dan iets fout gegaan. Remise is, zoals in Londen aangetoond, de juiste uitslag. Het mag met een pion meer of een pion minder, ongelijke lopers, driemaal dezelfde stelling, pat of eeuwig schaak. Je kan het ook overeenkomen als je het niet vertrouwt.

Afgelopen vrijdagavond speelden de schakers van Castricum tegen de schakers van Caissa Eenhoorn. Beide teams brachten er niet veel van terecht. Alleen Heleen van Arkel en Robin Duson, en Victor de Vries en Sernin van de Krol begrepen wat er van hen verlangd werd. Zij hielden de zaak na allerlei ogenschijnlijk duizelingwekkende toeren keurig in evenwicht. Dat zijn dan ook meisjes en jongens uit de moderne school. De rest hakte er weer ouderwets op los. Alsof het er niet toe doet. Hadden zeker de afgelopen drie weken niet zoals ik met het bord op schoot zitten kijken naar die o zo interessante maar stomvervelende match Carlsen-Caruana.

Victor de Vries en Sernin van de Krol lieten dus zien hoe het moest. Zij speelden de sterren van de hemel. Sernin (met zwart) had zojuist op f4 een paard van Victor (met wit) buit gemaakt, maar Victor laat er geen gras over groeien en offert ook nog even een toren op b7

21. Tb1xb7 Kc8xb7 22. Pf3-e5 Df5-e6 23. Te1-b1+ Kb7-c7 24. Pe5xc6 Td8-d5

Gewiekst, maar misschien was Td8-b8 toch beter geweest, dat was de toren op h8 ook in het spel betrokken geworden. Nu moet de toren op d5 het in zijn eentje proberen te rooien.

De diagonaal van de witte loper is onderbroken, maar Victor zet de aanval onvervaard voort en zwart verdedigt moedig: 25. Pc6-b4 Td5-b5 26. Pb4xa6+ De6xa6 27. Da4xc4+ (?) Kc7-b6

Even tussendoor. De match Carlsen-Caruana werd becommentarëerd door Anish Giri en Pjotr Svidler met Alexandr Grisjtsjoek (wat een naam) als side-kick. Zij probeerden de stemming er in te houden met grappen en anekdotes en vooral de kinderen van Grisjtsjoek (hoe doe ik het hè?), vooral de kinderen van Grisjtsjoek dus zorgden voor veel jolijt. Je zag ze niet, maar hoorde ze des te beter. Op de achtergrond braken ze zo nu en dan de tent af. Bij een partij, ik weet niet meer welke, wisten Giri en Svidler het zeker: die zou gewonnen gaan worden, was het niet door wit dan wel door zwart. Maar remise? Uitgesloten. Dat was dus precies wat ik ook bij bovenstaande partij dacht. En het duurde dus even voordat ik, samen met Victor, vrede had met de remise die er nog net in zat: 28. Dc4-c5+ Kb6-a5 29. Dc5-a3+ Ka5- b6 30. Ka3-c5+ … totdat ik thuis kwam en het rekenmonster met 28. Lg2-f1 op de proppen kwam. Makkelijk is anders, maar zo had het dus toch nog mis kunnen gaan 🙂

Dat Bert van Oudvorst won zij hem vergeven. En Sander Mossing Holsteijn ook. Hij had taakstraf. Hij moet, als ik het goed begrepen heb, van Aart Strik twee partijtjes voor het eerste spelen. Dit was zijn eerste.

En dat Robert van der Wal op het eerste bord van Roy Kerkhoven won kunnen we hem ook niet euvel duiden. Roy schoot namelijk op de negende zet al een bok van enige omvang.

9. Lc1-e3? b7-b5 10. Lc4xb5 Dd8-a5+ 11. Dd1-d2 Da5xb5 12. b2-b3 Hierna duurde het niet lang meer.

Robert dacht nog heel even na. Remise was geen optie. Ik stond er met mijn neus bovenop en zou het onmiddellijk gerapporteerd hebben.
15. … Db5-a6 16. d4xc5 Da6-a3+ 17. Kc1-b1 Da3xa2+ 18. Kb1-c1 Da2-a1 mat

Heleen van Arkel en Robin Duson trakteerden de toeschouwers op een remise door zetherhaling. Zij waren dus echt goed. Maar Eric van der Klooster en Nico Kuijs verloren hun partij. Dat had niet gehoeven hoorde ik fluisteren (nee ik was het niet).

Als kers op de taart won Wouter Beerse na lang doorzetten zijn partij tegen Gerrit Roos, die helemaal rood was aangelopen. Wij rekenen het Wouter niet aan. Wat hij liet zien was knap.

Zwart heeft net Pd6-b7 gedaan. Wit bedenkt zich niet en slaat het paard. En na koning slaat paard gaat hij niet meteen op de a-pion af, maar geeft hij eerst even schaak op b5! Wouter kan het niet laten. Hij wil altijd winnen.

Castricum wint met 5-3

ES/01/12/2018
(eerder gepubliceerd op de website van de Schaakvereniging Castricum)

Faux Pas



Bij het eerste optreden van SC Bakkum in de KNSB kreeg het team een ongenadig pak rammel van Caïssa Eenhoorn 3. Aan de Van Speykkade in Castricum werd het 7-1 voor de bezoekers. Slechts twee remises stonden zij ons toe. Wij speelden best aardig maar struikelden over onze eigen benen, zei onze coach, en volgende keer beter. Het had ook andersom kunnen zijn, zei onze eerstebordspeler, maar die bedoelde dan waarschijnlijk alleen zijn eigen partij.

Later bij La Trattoria kregen we pas weer praatjes. Over de verdediging van ons cultureel erfgoed en hoe dat nou in de NAVO moest met die Turken. En over het onderscheid (of het ontbreken daarvan) tussen tolerantie en angst. Ja als het met schaken niet lukt, dan pakken we de andere wat kleinere zaken aan. Net zo makkelijk. En dat van die klokken waar we eigenlijk niet mee hadden mogen spelen en die we tot overmaat van ramp allemaal verkeerd hadden ingesteld, dat was een aanpassingsfoutje. Verder niet over zeuren. Onze tegenstanders uit Hoorn hadden het gelukkig ook door de vingers gezien. Waarvoor hulde.


Zelf deed ik ook mee. Met een idiote kortsluiting in tijdnood. Er zat een winnende combinatie in de stelling met matdreiging op de onderste rij. Mijn tegenstander maakte een gaatje voor zijn koning. Het verkeerde. Mijn dame stond stond erop gericht. Ik schrik en voer de combinatie uit het lood geslagen … niet uit, maar maak als een aapje precies ook zo’n gaatje. Ik durf het bijna niet te zeggen. Mijn vader had het ook. Alles gespiegeld en omgekeerd doen. En ik nu ook. Als ik thee moet zetten en in gedachten ben begin ik koffie te zetten en als het koffie moet zijn thee. En mijn vriend Peter. Als we op Terschelling fietsten zei hij hier moeten we linksaf en dan wist ik dat we rechtsaf zouden slaan. Mijn vader en mijn vriend zijn niet dement geworden of zo maar wel dood. Ik ga langzamerhand dezelfde kant op ben ik bang. En dat is niet om te lachen.

Wild volk

NHSB-snelschaakkampioenschap (Zwaag 2019)

Zaterdagmorgen. Ik word opgehaald door Paul. Richard zit al in de auto, Luc zal er nog bij komen. We zijn op weg naar de Meetketting in Zwaag. Waar je niet dood gevonden wil worden. De mannen zijn dat ook niet van plan. Zij gaan het Noord-Hollands kampioenschap snelschaken, georganiseerd door de Hoornse Schaakvereniging Caïssa-Eenhoorn, onveilig maken. Ik ben hun supporter en fotograaf.

Op mijn werk in Amsterdam hadden we vroeger een collega die in Friesland woonde. Sietse, een echte Fries, hij damde. Hij begreep onze grapjes niet. Of wel, maar dan liet hij daar niets van merken. Ik vroeg hem eens wat hij van ons vond. Hij zweeg. Ik drong aan. Het hoge woord kwam er uit. Wild volk waren wij.

In de auto voel ik mij Fries. Op stap met wild volk. Ik versta mijn geitende medepassagiers maar half, snap hun grapjes niet en probeer niets te laten merken. Het gaat over zaken die zij leuk vinden. Lichess, ratings, pokeren, vrouwen, relaties. Of die hen angst inboezemen. Ratings, vrouwen, relaties. Liefde en eeuwige trouw. Hahaha, ze kijken naar mij, uit een andere tijd.

De drie musketiers

Toch blij dat ik mee mag. Want in de wijk Bangert en Oosterpolder van Zwaag was ik alleen nooit gekomen. Ze bespreken hun plannen. Vijftig procent gemiddeld moet haalbaar zijn. Het is Lucs eerste snelschaaktoernooi. Er wordt dus veel verwacht van Paul als snelschaakkanon en van Richard met de hoogste KNSB-rating.

Vijftien ronden snelschaken. Vijf minuten per persoon per partij. Het begint steeds heel rustig, maar ontaardt dan alras in het betere gooi-en-smijtwerk. De mannen weren zich kranig. Er zijn pieken en er zijn dalen. Ik word afwisselend verzocht foto’s te maken en foto’s te wissen. Luc begint met een onverdiende nederlaag tegen Jos Vlaming, maar na twee achtereenvolgende overwinningen op de familie Stapel is hij er weer helemaal bovenop.

De onreglementaire zet van Yong Hoon de Rover

De pauze wordt zonder al te grote kleerscheuren gehaald. Wat een wonder mag heten als Paul aan mat probeert te ontkomen tegen Yong Hoon de Rover, die steeds bozer wordt op de klok. Met nog drie seconden te gaan mept hij het ding van tafel. Paul telt langzaam tot drie en raapt de klok op. Het uurwerk staat op nul. Zullen we maar remise doen, zegt hij lachend. Ja, Paul krijg je zo gauw niet klein.

Paul Lieverst

Maar na de pauze gaat het mis. Paul verliest vijf keer op rij. De wedstrijdtafels staan opgesteld in twee rijen. Daartussen loopt een denkbeeldige streep. Als je in rij twee terecht komt gaat het niet goed met je. Paul is afgezakt naar rij twee. Hij gelast een fotostop. Richard en Luc eisen dat ik er toch nog eentje maak. Van hun aan de staart van het eerste peleton met helemaal in de verte het stipje Paul aan de kop van het tweede. Ik kijk wel uit, moet nog mee terug rijden.

Jessica Stratmann

De mannen hebben nu een nieuw plan. Als het zo door gaat komen ze nog tegen de enige vrouw te spelen. Jessica Stratmann. Dat lijkt ze wel wat. Drie musketiers met een missie. Ik wens ze succes en word staande gehouden door Marc Helder. Of ik zijn lege bierglas weg wil zetten. En of ik ook even een foto wil maken van die gekke fles Sourcy, die zijn tegenstander naast zijn bord heeft staan. Hij moet er onbedaarlijk om lachen. Marc houdt het zelf bescheiden bij bier. Elke ronde een glas.

Luc Stet

In de laatste paar ronden herstellen de mannen zich. Jessica missen ze op een haar, Richard scoort een plusremise tegen Dimitri Reinderman, Paul jaagt een jongen die op het punt staat de prijs voor de beste jeugdspeler te winnen onbarmhartig door zijn vlag en Luc grijpt net naast de ratingprijs. Zo ken ik ze weer.

Richard Schelvis

Hing Ting Lai wint het toernooi. Vijftien punten uit vijftien partijen. Zijn slachtoffers worden steeds ontspannener. Niemand doet het tegen Hing Ting beter dan zij. Maar waarom speelt Hing Ting hier nog tegen ze? Hij is voorkomend. Volgend jaar komt hij graag weer terug.

Hing Ting Lai