Jou druk nie Wijker Torener

Ja dat is cryptisch en een beetje ver gezocht. Lijkt wel Afrikaans. De Wijker Toren heeft een nieuwe naam. Ik krijg die niet over mijn lippen. Het is nog niet zo erg als wat ze in de Noordkop voor Magnus hebben verzonnen. Zoek op en huiver.

De eerste wedstrijd van het nieuwe seizoen. Supporter Bram polst supporter Evert. Ja ze hebben er weer zin in. Alleen moet Bram bridgen. Bridgen? Ja in Uitgeest. Meer wil hij er niet over kwijt. Ik zoek het op. Een kroegenbridgedrive is het. Had ik niet achter Bram gezocht. Dat moet ik zien.

Om half tien vat ik post bij Lekker aan de Haven aan het Uitgeestermeer. Het is prachtig helder weer. Honderden bridgers komen in een lange stoet aangezet. Het is één grote vrolijke reünie. De gemiddelde leeftijd ligt ruim boven pensioengerechtigd. Loopbriefjes worden bestudeerd en ondertussen worden we suf gespeeld door een niet aflatend draaiorgel. Zeven locaties zijn er, allemaal op loopafstand, tenminste voor wie lopen kan.

De benedenzaal van Dorpshuis De Zwaan zit vol met grijze hoofden. Een laatkomer vraagt op welke tafel hij speelt. Daar, waar die meneer zit met dat witte haar, is het behulpzame antwoord. Ik schiet in de lach en wens ‘m succes.

Het spel is niet meer zoals vroeger. Er staan nog net geen schotjes tussen de spelers, maar om vals spelen te voorkomen wordt nu met biedbriefjes gewerkt. En dan kan er gevraagd worden wat zo’n bod betekent, waarna de bieder, goed dat u dat vraagt en knipogend naar zijn partner, alsnog aanvullende informatie verschaft. Ook zag ik ergens een bod van 1 schoppen gecounterd worden door 1 ruiten… Onzin natuurlijk maar wel leuk.

Wat wel nog ouderwets is zijn de ergernissen tussen partners na een mislukt spel. Waarom kwam je niet uit met lage ruiten? Die had ik niet. De volgende keer kom je gewoon uit met lage ruiten. Misschien verstaan ze elkaar niet altijd even goed. Er moeten dus meer briefjes komen.

Bij ‘t Schippersrijk moeten we over een steil wenteltrapje naar boven. Langzaam en steunend wordt de klim volbracht. Hoe kom ik daar dadelijk weer af hoor ik iemand angstig vragen. Met ze hebben hier touwladders hoor montert een grapjas haar op.

Na alle kroegen op een holletje bezocht te hebben en terwijl het draaiorgel van geen ophouden weet, spring ik op de fiets richting Wijk aan Zee.


Langs de Oudendijk zie ik een opgetuigde Chevrolet staan van de Kennemer bloemenshow rond buurthuis de Evelaer. Flowerpower. Hoe origineel wil je het hebben.

Bij de Moriaan is iets wonderlijks aan de hand. Iedereen is er, zowel voor- als tegenstanders. Alleen Stefan Jorritsma niet. Zou die helemaal uit België moeten komen?

Ik vraag aan de wedstrijdleider of ik foto’s mag maken. Van mij wel, zegt hij. Dus dat doe ik. En toen ook nog wat van anderen. Ik waag het er op.

De twee nieuwe cracks Hing Ting Lai en Sjoerd Plukkel winnen. Stefan Jorritsma is toch nog gekomen en wint ook. Bijna iedereen wint. Bastiaan Veltkamp opende het bal, Arjan Wijnberg sluit het.

En de tribune zat weer stampvol. Berend van Maassen is er. Moet jij niet invallen, vraag ik hem. Nee ik kon niet, maakt hij mij wijs. En Hans Nuijen komt langs. Dat is het. Voorheen de Wijker Toren 1 wint van Santpoort 1 en voorheen de Wijker Toren 2 wint van De Waagtoren 3.

Eerlijk gezegd had ik ook nog een stelling of twee willen laten zien. Maar daar trap ik toch niet in. Er is alleen nog plaats voor een spelletje dat Bram speelde in Uitgeest.

Zuid opent met 2 klaveren. West past. Noord vraagt met 4 Sans Atout naar azen. Oost past. Zuid geeft met 5 klaveren nul of drie azen aan en noord biedt 5 schoppen. Dat leidt tot het eindbod van 7 Sans Atout door zuid.

Verder bieden kon niet. Oost en west waren al lang een molenkoek gaan halen aan de bar. Maar Bram rekent mij voor dat hij 8 schoppenslagen telt en 7 hartenslagen en 1 ruitenslag en 1 klaverenslag. Dat zijn 17 slagen: volstrekt onmogelijk en wat een overkill.

De wijzen uit het Oosten

Onderweg vroeg ik Ronald hoe Het Oosten aan zijn naam kwam. Ronald weet alles, maar nu mompelde hij iets van: de wijzen of zo. Wat zeg je Ronald? Nou, de wijzen uit het Oosten. Weet je dat dan niet? Het is bijna kerstmis. Het is geloof ik een afsplitsing van Roland. Nee, Ronald, dat is een anagram, dan kan ik jou wel Arnold noemen, zo komen we niet verder. Kom nou maar mee, zei hij, en loodste me een kerk in.

Binnen in het helverlichte zaaltje stond een lange tafel opgesteld met acht borden. Achter de eerste drie borden zaten drie wijze oude mannen. Ze waren op tijd van huis gegaan en hadden, het wachten moe, de meegebrachte rookwaren zelf maar vast uitgepakt. De andere borden waren nog onbezet. Wij namen plaats en kregen allen een consumptiebon. Nu werden achter de laagste borden van het Oosten vier aan Herodes ontsnapte zuigelingen vastgebonden. Tot zover kon ik het volgen. Toen nam tegenover mij een vierde oude wijze man plaats. Daar sprak het verhaal niet over. Voor ik hiervan de betekenis kon doorgronden was de wedstrijd begonnen.

Mag ik u een consumptie aanbieden, vroeg de vierde wijze oude man, terwijl hij mijn consumptiebon van tafel griste. Ik had moeite mijn zwakke Franse pion, waar hij een begerig oog op had laten vallen, uit zijn handen te houden en kon niet overal tegelijk opletten. Toen hij terugkwam met oliebollen overviel mij een gevoel van naderend onheil, wat al spoedig gepaard ging met hevige maagkrampen. Wees je voorzichtig, had Nanny me nog nageroepen. Weer had ik haar raad in de wind geslagen.

De drie wijzen aan het hoofd van de tafel schoven sereen remise en aan het uiteinde van de tafel werd de motorisch gestoorde vierling alsnog uit zijn lijden verlost. Alleen ik was nog over. De kramp in mijn maag verplaatste zich naar mijn hoofd. De vierde wijze oude man tegenover mij had een klein uiterst modern black en deckertje uit zijn vest gehaald waarmee hij heel praktisch ragfijne gaatjes boorde in mijn Franse pion. Daar blies hij vervolgens de rook van zijn sigaretten doorheen. Aan de wand werd een bord opgehangen met de tekst: Svp niet roken voor halftien in verband met het grote aantal leden. De zaal was bijna leeg. Bovendien was het elf uur.

De weerstand van mijn arme pion was gebroken en met een lichte beweging van zijn hand veranderde de vierde wijze oude man hem in een hoopje as, waar hij onder applaus van de andere drie zijn dame opzette. Wíj waren ernstig gehandicapt aan de laagste vier borden, spraken de wijzen en ze knikten me bemoedigend toe.

Thuisgekomen klopte ik op de deur. Boven stak Nanny haar hoofd uit het raam. Ik heb je gewaarschuwd, riep ze en gooide een slaapzak naar beneden. Achterin de tuin vond ik een plaatsje. In de donkere lucht boven mij probeerde ik door mijn tranen heen een ster te ontwaren. Maar het was regen die mij in het gezicht sloeg.

ES
(Eerder gepubliceerd in de Weenink Post van december 1992)