Overhaal over de Amstel

Overhaal over de Amstel (Amsterdam omstreeks 1895)
fotograaf onbekend

De foto komt uit een fotoalbum van een van mijn tantes. Hij toont een overhaal, een soort voetveer, over de Amstel in Amsterdam. De passagiers in het bootje zijn mijn overgrootvader Kasper Karssen en zijn zoon Kasper Jan Karssen. Ze maken de oversteek van Amstelkade naar Weesperzijde (ter hoogte van de Ysbreker). Tot 1903 waren deze oevers van de Buiten-Amstel alleen verbonden door de omweg over de Hogesluisbrug, want de Nieuwe Amstelbrug bestond nog niet. Kleine ondernemers begonnen daarom een zogenaamde “overhaal”, een bootje dat je voor een paar centen van de ene oever naar de andere bracht. De aanlegsteigers pachtten zij voor een aanzienlijk bedrag van de gemeente. Al gauw verschenen er ook vrijbuiters op het water zonder steiger, maar met een omhooglopende brug achter op hun bootjes om passagiers de gelegenheid te geven toch de kade te bereiken. Het Nieuws van den Dag van zaterdag 12 augustus 1893 (Bron: Delpher) wijdde er een artikel aan onder de titel “Een overhaal-quaestie”.

Van wie is de stad

“Van wie is de stad” is de titel van een boek van Floor Milikowski, uitgekomen bij Atlas Contact in 2018, met als ondertitel “De strijd om Amsterdam”. Het is een verslag van de snelle veranderingen op sociaal en economisch gebied in de hoofdstad de laatste jaren. Is de stad nog wel van de bewoners? Of van vastgoedhandelaren en beleggers? En gaat de stad niet kopje onder in de toeristenstroom die direct of indirect gegenereerd wordt? Wordt Amsterdam het nieuwe Venetië?

Jacob van Lennepkanaal (Amsterdam 2017)

Als je zomaar wat door de stad zwerft, Damrak, Rokin en Wallen vermijdt, en op het Spui niet getorpedeerd bent door een horde huurfietsers en tussen Leidseplein en Museumplein niet onder de voet gelopen door een kudde rolkoffers en daarna niet op de onzalige gedachte komt Anne Frank met een bezoekje te vereren, dan valt het (voor een buitenstaander die er niet meer woont maar wel de weg nog weet) mee.

Maar de gemoederen zijn verdeeld. Je kunt niet met een fototoestel door de stad lopen zonder de kans te lopen voor stomme toerist te worden uitgescholden. Het gebeurde mij laatst. Nou wordt die mooi dacht ik. Ik ben hier op school geweest, heb er gestudeerd en gewerkt, Nanny is er zelfs geboren, onze dochter woont er, een voorouder is van hier naar Veenhuizen gestuurd en meer dan eens, mijn oom was directeur van de Amsterdamse Droogdok Maatschappij en mijn vader gemeenteambtenaar, ik heb Blauw Wit gezien in het Olympisch Stadion, geschaakt in Die Port van Cleve, gedanst in kelders waar Louis van Dijk optrad, weet Paradiso te vinden en toen we (Nanny en ik) in 1970 met wat jongens en de meisjes in ons kielzog vanuit Amstelveen naar een feestje* in de Bijenkorf (Ekseption zou optreden) gingen, wat totaal uit de hand liep, dat de mobiele eenheid toen was gekomen om de Dam schoon te vegen en we de zijstraatjes in moesten vluchten en we iedereen kwijt waren, maar gelukkig hadden we afgesproken elkaar weer op te zoeken bij het monument en dat toen we daar weer durfden te gaan kijken we alleen politie aantroffen met wapenstokken en een enorme ravage en de meisjes die bovenop de leeuwen waren geklommen en die niet van wijken hadden willen weten, maar de jongens wel, want die waren nergens meer te bekennen. Dat zei ik dus allemaal niet. Ik zei rot op ik versta jullie wel … of eigenlijk zei ik alleen dat laatste en zelfs daar ben ik niet zeker van. En ik dacht ook nog aan mijn eerste kennismaking met de stad toen ik in de krant had gelezen dat er een film met Brigitte Bardot draaide in Capitol op de Rozengracht. Ik had een foto van haar gezien in de Panorama, dus die film moest ik zien. Ik was dertien jaar, woonde nog in Amstelveen en ik wist echt niet waar de Rozengracht was. Ik durfde het niet te vragen aan mijn moeder (wat ga je daar doen jongen?), maar zoveel grachten konden er toch niet zijn in Amsterdam dacht ik en dat ik nog geen zestien was zou ik ter plaatse wel oplossen hoopte ik. Ik liet me door Maarse en Kroon naar Amsterdam brengen, stapte bij het hoofdpostkantoor op de Nieuwezijds Voorburgwal uit en vond de Bloemgracht. Dat leek een aardig begin. Dus van daar werkte ik alle grachten af, dat wil zeggen alles waar ik water zag, steeds koortsachtiger, totdat de aanvangstijd van de middagvoorstelling al lang verstreken was. Die verrekte Rozengracht was helemaal geen gracht maar gedempt. Wat je niet allemaal mee kan maken in de stad.

* In 1970 werd het 100-jarig bestaan van De Bijenkorf in Amsterdam gevierd met een Open Huis. Van zeven uur ‘s avonds tot middernacht waren 700 gasten uitgenodigd en kon het publiek vrij binnenkomen. Als snel bleek het uit de hand te lopen. Binnen waren rond 10.000 bezoekers, buiten waren 20.000 jongeren die ook naar binnen wilden. Oproerkraaiers begonnen met stenen te gooien waarna het op een veldslag uitliep. De mobiele eenheid (ME) moest twee pelotons inzetten om de orde te herstellen. Winkelruiten sneuvelden, auto’s werden gemolesteerd, barricades werden op het Rokin opgeworpen. De ME reageerde met waterkanonnen. In de Bijenkorf bleef het redelijk rustig maar de bezoekers moesten het pand even na tien uur vervroegd verlaten (bron: Wikipedia).

De stad is niet meer van mij, maar ik mag er nog steeds graag komen.

Bloemenwinkel “De anemoon” van Klaas en Jentje Bakker

 

Bloemenwinkel “De anemoon”

In een kist met oude papieren uit het huis van mijn opa Hendrik Claasen tref ik deze raadselachtige foto aan. Wie poseren hier zo trots voor hun bloemenzaak?

De eerste stap is kijken waar de winkel zich zou kunnen bevinden. Het huisnummer staat er op, dat is een goede aanwijzing, ik hoop ergens in Amsterdam. Op zoek naar bloemenwinkels in de adresboeken van rond 1930 vind ik een zaak op naam van K. Bakker op de Admiraal de Ruijterweg nr. 278. Vervolgens heb ik de woningkaart erbij gezocht in het Stadsarchief. Op het adres blijkt in de winkelwoning K. Bakker te wonen met zijn vrouw.

 

Montelbaanstoren omstreeks 1880 met rechts op de voorgrond de Kalkmarkt (Foto Beeldbank Stadsarchief Amsterdam)

Klaas Bakker is de tweede zoon van Albert Bakker en Heintje Neefjes. Hij is geboren in Amsterdam op 21 januari 1881 op een schip liggende aan de Kalkmarkt. De thuishaven van het schip is Hasselt in Overijssel.

Genealogische aantekeningen in de bijbel van Heintje Neefjes

 

In juni 1888 houdt het schippersgezin het voor gezien. Het laat Overijssel achter zich en gaat aan de wal wonen in Sloten, dat toen nog een een aparte gemeente was. Klaas heeft op dat moment behalve een oudere broer Otto nog een jongere broer Cornelis en een zusje Annigjen. Zij zijn allemaal op het schip geboren. Op 29 juni 1889 komt er nog een zusje bij, mijn oma, ook Annigje geheten. De wetten van het vernoemen waren kennelijk streng: de beide grootmoeders heetten zo. Vader Albert Bakker overlijdt in 1890 op 40-jarige leeftijd.

In het bevolkingsregister van de door Amsterdam geannexeerde gemeenten is terug te vinden dat Klaas Bakker in 1905 het huis van zijn moeder E 22 1 hoog verlaat en naar Duisburg vertrekt. Maar op 10 mei 1907 is hij weer terug in Sloten als hij met Maria Elisabeth Postmaa trouwt, dochter van Hendrik Willem, een bakker of ook wel brooddepôthouder, en diens vrouw Maria Elizabeth Lindeman. Het beroep van Klaas is dan stucadoor. Als op 30 september 1911 het eerste kind Klaas jr. wordt geboren, woont het stel in Hatert bij Nijmegen en wordt als beroep van de vader tramwagenbestuurder opgegeven. Het tweede kind, een meisje Maria Elisabeth, wordt op 6 januari 1914 in Keulen geboren.

 

Excerpt bevolkingsregister Amsterdam

Uit de Overgenomen Delen 1892-1920 van het bevolkingsregister van Amsterdam blijkt dat Maria Elisabeth met de kinderen op 1 september 1914 weer terug is in Amsterdam en bij haar zuster Elisabeth Geertruida gaat inwonen. Deze is getrouwd met Jan Koopmans en ook moeder Maria Elizabeth Lindeman woont in die tijd op hetzelfde adres in de Van Houwelingenstraat.

Klaas komt pas op 12 oktober 1916 terug uit Keulen en voegt zich bij hen, zijn beroep is dan werkman. Het gezin Bakker blijft er nog een jaar, totdat het op 23 oktober 1917 naar de Baarsjesweg 9 in Sloten verhuist. Weer een jaar later overlijdt Maria Elisabeth.

 

Huwelijksakte Klaas en Jentje Bakker

Klaas blijft met twee kleine kinderen achter. Misschien is dat de reden dat hij vrij snel hertrouwt: op 1 mei 1919. Zijn tweede vrouw is een volle nicht van hem, Jentje Bakker. Zij is de dochter van Albert Bakkers broer Egbert en Trijntje Stroomberg. Ook Jentje is op een schip geboren, op 13 juli 1877, toen het schip van haar ouders in Werkendam lag. Als beroep van Klaas staat nu koopman vermeld.

 

Gezinskaart

In 1921 is Sloten door Amsterdam geannexeerd. We vinden Klaas en Jentje nu terug op de gezinskaart van Klaas Bakker. De eerste verandering in het gezin is het omnummeren in 1924 van E 9 naar Baarsjesweg 258 souterrain. Als beroep staat er nu bloemenventer. Op 9 juli 1926 wordt er verhuisd naar de Admiraal de Ruijterweg 278 hs. en zijn we aangeland bij de foto van de bloemenzaak.

 

Woningkaart

Klaas en Jentje blijven tot september 1946 in de winkel en verhuizen dan naar Aalsmeer. Jentje Bakker overlijdt op 21 maart 1954 op 76-jarige leeftijd en Klaas Bakker op 7 maart 1960, hij is dan 79 jaar oud.

 

Nanny Claasen

 

Bronnen:

Brabants Historisch Informatie Centrum
– geboorteregister burgerlijke stand Werkendam

Noord-Hollands Archief
– overlijdensregister burgerlijke stand Aalsmeer
– huwelijksbijlagen

Stads Archief Amsterdam
– beeldbank
– bevolkingsregister 1893
– bevolkingsregister overgenomen delen
– bevolkingsregister geannexeerde gemeenten
– bevolkingsregister gezinskaarten
– huwelijksregister burgerlijke stand
– persoonskaarten
– woningkaarten

Festival Ambacht in Beeld 2017

 

Ambacht in Beeld (Amsterdam 2017)

Op het Festival Ambacht in Beeld in de Amsterdamse Hallen was ook dit jaar weer heel veel te doen en te zien. We kwamen ogen en oren en soms ook handen te kort.

De performance handreiking was meditatief zei Alya Hessy, die het ook dit jaar weer geweldig leuk deed: er werd veel gelachen. Het meisje op de foto was tien en had een mooie naam, maar moeilijk te onthouden. Je weet nu zeker wel hoe je die schrijft hè, vroeg ze aan Alya. Ze deed de performance voor de derde keer. Zo leuk vond ze het. Maar er was steeds een tweede bij nodig. Dit keer Nanny. M’n zusje komt ook nog, zei het meisje, maar die is veertien en puber, dus die zal wel niet willen. De performance werd zodoende eerder informatief dan meditatief. En het breiwerk was volgens mij gewoon punniken.

Halverwege de dag, de stoelenmatter was net aan zijn boterham begonnen, werd er een stoel zonder riet de Hallen binnen gedragen. De stoelenmatter kon weer aan het werk.

Ik liep ondertussen rond, liet mij niet vangen, zelfs niet voor een traditionele houtverbinding of door de Green Circle, en maakte foto’s …

… totdat ik door een overbezorgde moeder verdreven werd. Zij had interesse in mijn camera, ze wilde ook zoiets, zei zij. Ik gaf haar het fototoestel en legde het ding uit. Ze bekeek de laatste opnamen, zag dat haar kind niet in beeld was en verloor op slag haar belangstelling. Voor mij was de lol er af.

Kom mee zei Nanny, zo is het genoeg.

Amsterdam begin vorige eeuw

Voordat mijn moeder het weg gooide, omdat ze op het laatst álles opruimde, redden wij nog een fotoboek uit de Karssen-familie. Het bevat foto’s van Zeist, Driebergen, Doorn, Amerongen en Wageningen en van Breda, Haarlem, Den Haag en Scheveningen, en van Amsterdam in het begin van de vorige eeuw.

De foto’s zitten in een insteekalbum. Het zijn zo te zien contactafdrukken op dun papier in het formaat 9×12 cm. Onderschriften vermelden vaak plaats en soms jaar en de cryptische aanduiding (m) of (t).

Van wie het album is weten wij niet, maar wij denken van mijn overgrootvader Kasper Karssen, die leefde van 1846 tot 1906. Hij komt er een aantal keren prominent in voor (bovenstaande foto toont hem achter zijn huis in de Kerkstraat 280) en bovendien bevat het een aantal foto’s van Perry-reclames in de stad.

Amsterdam 1903

(Zoals bekend was hij hoofdboekhouder bij Perry & Co en daar was hij bijzonder trots op)

De Amsterdamse stadsgezichten uit het boek heb ik hieronder verzameld. Het zijn geen “Jacob Olie’s”, maar toch aardig om te zien.

Oudezijds Kolk (Amsterdam 1903)

De eerste foto is een veel gefotografeerde toeristische trekpleister: de Oudezijds Kolk met het sluisje, één van de oudste van Amsterdam en al in gebruik sinds de Middeleeuwen.

Dan twee winterse taferelen:

Keizersgracht (Amsterdam 1902)
Vondelpark (Amsterdam 1902)

Er wordt geschaatst op de Keizersgracht en in het Vondelpark. De foto van de Keizersgracht is genomen vanaf de Reguliersgracht in de richting van de Utrechtsestraat. De foto in het Vondelpark toont op de achtergrond het paviljoen, gebouwd in 1874-1881 door architect W. Hamer in Italiaans renaissancistische stijl .

Coymanshuis (Amsterdam 1903)

Op de Keizersgracht stond ook het Coymanshuis met de 1e H.B.S. 5-jarige cursus, waar mijn grootvader Kasper Jan Karssen (1886-1960) op school ging. Het pand, gebouwd in 1625 door Jacob van Campen, is in 1931 ingrijpend gerenoveerd en nu Rijksmonument.

Rijksmuseum (Amsterdam 1903)

Het Rijksmuseum, gezien vanaf het Museumplein. Het museum was geopend in 1885, maar het plein kreeg pas in 1903 zijn verdiende naam.

Brand in de Planciusstraat (Amsterdam 1903)

In 1903 brandden in de Planciusstraat acht graanpakhuizen van de Wed. Stants en Zn af, oorzaak onbekend. Er werd geblust met 31 stralen, één brandweerman raakte licht gewond. Op de vrijgekomen plek bouwde Hellingman’s Bouwmaatschappij een nieuw kantoorpand dat in 1904 werd opgeleverd en er nu nog steeds staat.

Molen De Hoop (Amsterdam 1903)

Niet afgebrand maar afgebroken (in 1921) is de krijtmolen “De Hoop” aan de Baarsjesweg langs de Kostverlorenvaart.

De oude beurs (Amsterdam 1903)

De oude beurs is de beurs van Zocher. Ook die werd afgebroken, in 1903, na voltooiing van de Beurs van Berlage. Hij stond ongeveer op de plek van de huidige Bijenkorf en werd tussen 1841 en 1845 gebouwd naar ontwerp van architect Jan David Zocher ter vervanging van de beurs van Hendrick de Keyser.

Dam (Amsterdam 1903)
Dam (Amsterdam 1903)

In 1903 bezochten Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik Amsterdam.

“In een open landauer, met twee paarden en een escadron huzaren, reden de hooge bezoekers naar het paleis op den Dam. Er was eene groote massa menschen op de been”

Het koninklijk paar combineerde het jaarlijkse bezoek aan de hoofdstad met de opening van de nieuwe beurs (van Berlage).

Prinseneilandsgracht en Sloterdijkerbrug (Amsterdam 1904)

Eén van de laatste foto’s in het boek toont de Prinseneilandsgracht met de Sloterdijkerbrug, die de verbinding vormt tussen de Teertuinen (links) en het Prinseneiland (rechts), en de pakhuizen op het Realeneiland aan de Realengracht.

De allerlaatste foto is van het Centraal Station. De foto is er slecht aan toe, daarom hieronder een bewerking:

Centraal Station (Amsterdam 1904)

 


Fotogalerij

 

Cuyperspassage

De Cuyperspassage onder de sporen aan de westzijde van het Centraal Station van Amsterdam

Aan de westzijde van het Centraal Station in Amsterdam ligt de Cuyperspassage, een fiets- en voetgangerstunnel, die voor- en achterkant van het station verbindt.

De tunnel is bekleed met meer dan 70000 keramische wand- en vloertegels, gebakken door de koninklijke aardewerkfabriek Tichelaar uit Makkum. Te samen vormen ze een kunstwerk dat ontworpen is door Irma Boom naar een tegeltableau van de Rotterdamse tegelschilder Cornelis Bouwmeester (1652-1733) voorstellende ‘s Lands schip Rotterdam en de haringvloot.

Tegeltableau Cornelis Bouwmeester in het Rijksmuseum

Dit in alle opzichten Rotterdamse tegeltableau bevindt zich in het Rijksmuseum te Amsterdam, maar curieuzer is dat de achtersteven van ‘s Lands schip Rotterdam in de uitvoering van Irma Boom het Amsterdamse stadswapen heeft gekregen.

Het stadswapen van Amsterdam

De passage is vernoemd naar Pierre Cuypers, architect van onder meer het Rijksmuseum en het Centraal Station in Amsterdam.

Hond bijt politieauto


Gemeentelijke website van Amsterdam:

Het Sarphatipark is een echt stadspark. Aangelegd in prachtige Engelse landschapsstijl is het een rustpunt midden in De Pijp

Bericht in het Parool:

In het Sarphatipark in de Pijp is op zondagochtend de voorband van een politieauto kapot gebeten door een hond.
Agenten hadden hun surveillance-auto op het pad stil gezet toen een hond ze rond tien uur ‘s ochtends wild blaffend tegemoet kwam. Toen de auto stil was komen te staan nam de hond tot verbazing van de agenten een hap uit de voorband, waardoor de dienstauto met een takelwagen uit het park gehaald moest worden.
De eigenaar van de hond is toegesproken maar heeft geen boete gekregen. Er wordt nog bekeken of er wel andere consequenties voor hem volgen. Datzelfde geldt voor de hond

De agenten:

Vanmorgen omstreeks 10 uur waren wij met onze politieauto aan het surveilleren in het Sarphatipark. Want ook dit stukje van onze wijk is met dit mooie weer erg druk. Vanuit het niets kwam er een hond wild blaffend naar ons toe. Om ongevallen te voorkomen, stopten we de politieauto en stonden stil. Tot onze verbazing beet de hond in onze voorband

De baas van de hond:

Godverdomme sinds wanneer zijn hier auto’s toegestaan.
Allemachtig nee hier blijven koest! ‘t is de pliesie

De hond:

Relax baasje, gevalletje van handhaving, voorband moet kunnen 

Het festival “Ambacht in beeld” in de Amsterdamse Hallen

Het festival Ambacht in beeld is van 23 tot en met 25 september 2016 gehouden in de Amsterdamse Hallen. In workshops, films, lezingen en masterclasses werd een veelkleurig en welsprekend pleidooi gehouden voor het behoud van het ambachtelijke meesterschap.


In de vrij toegankelijke passage konden we houtbewerken, leren tassen maken, portretten uit steen houwen, stempels snijden, weven, vilten, korfvlechten, ciseleren, letterhakken, glas in lood zetten en nog veel en veel meer.

In de Filmhallen draaiden de films. Nanny tekende in voor het thema Textiel en ik voor Botenbouw en Hout. 

A Thousand Hands Ago, Noorwegen, 2015, Silje Ensby

Korte film over de Deense kayakbouwer Anders Thygesen.
In drie dagen tijd maakt hij een Aleutische iqvax bij de kust van een meer.
Hij reflecteert op het proces van het leren van deze vaardigheden van ambachtslieden die lang geleden leefden (zie video).

faber-navalis

Faber Navalis, Noorwegen, 2015, Maurizio Borriello

Faber Navalis is de Latijnse vertaling van bootbouwer. Het zijn de woorden in een oude taal om een oud beroep te beschrijven. De film gaat over de restauratie van een houten schip. Maar het eigenlijke onderwerp van de film is Borriello, een Italiaanse onderzoeker in maritieme etnografie, die besluit traditionele botenbouwvaardigheden te leren om zodoende de daaraan ten grondslag liggende kennis beter te begrijpen en vooral ook door te kunnen geven aan een volgende generatie (zie video).

 

Masterclass Passementerie door Patrice Cantalejo

In de 16e eeuw werd in Frankrijk het Passementwerkersgilde opgericht en er was zeven jaar voor nodig om lid te mogen worden van dit gilde. Passementen zijn ornamenten (zoals vlechten, franjes en sierkoorden) voor het afwerken van kleding, gordijnen of gestoffeerde meubels. De Franse meesterpassementwerker Patrice Cantalejo heeft zich gespecialiseerd in het met de hand weven van passementen en het vervaardigen van modeaccessoires en sieraden. Hij maakt gebruik van eeuwenoude technieken waarbij tijdens het weven ragfijne draden gedraaid worden tot koord, dat weer gevlochten wordt in zeer complexe patronen. Geen machine kan dit proces nabootsen (zie video).

Tenslotte vond Nanny ook nog een plaatsje bij de voordracht Meesters in Frans ambachtelijk kant door Maud Lescroart van het kanthuis Sophie Hallette. En dat was niet aan iedereen gegeven…

Galerie Beeldend Gesproken

 

 

website
ambacht in beeld festival

Noorderhof

Bronzen plaquette van de plattegrond van de Noorderhof naar een ontwerp van de architect Krier

 

Noorderhof is een buurt in het Amsterdamse stadsdeel Nieuw-West, voorheen stadsdeel Geuzenveld/Slotermeer. De wijk wordt begrensd door de Slotermeerlaan in het westen, het parkeerterrein van het Sloterparkbad in het zuiden, de Frans Bastiaansestraat in het oosten en de Burgemeester Röellstraat in het noorden.

Het stedenbouwkundig ontwerp werd in de jaren ’90 van de 20e eeuw door het Berlijnse bureau van de Luxemburgse architect Rob Krier en zijn partner Christoph Kohl vervaardigd in samenwerking met woningcorporatie Het Oosten en het stadsdeel. De bouw van de wijk, die 230 woningen telt, startte in 1995 en is voltooid in 1999.

De woonwijk is in alles het tegendeel van de architectuur en stedenbouw van de omringende modernistische westelijke tuinsteden, die gebouwd zijn volgens de uitgangspunten van het Nieuwe Bouwen en het daarop gebaseerde Algemeen Uitbreidingsplan van Cornelis van Eesteren uit 1935. Rond een bestaande katholieke kerk van Granpré Molière zijn woningen in besloten straatjes en pleintjes aangelegd. Een hoger complex met appartementen voor senioren sluit de wijk af. De door zes binnen- en buitenlandse architecten ontworpen individuele woningen zijn door Krier over het plan verdeeld. Aan de hoekwoningen is extra aandacht besteed.

Opvallend is het verschil in waardering van de wijk. Terwijl veel architecten en stedebouwkundigen het werk van Krier en zijn opvattingen over architectuur en stedenbouw met dedain bekijken en als achterhaald bestempelen, blijken de woningen erg gewild.

 

Bronnen: eigen foto en aangepaste tekst (uit: wikipedia en architectuurgids.nl)