Het leven van Dirk Hout (deel 5)


Heen en weer naar Veenhuizen (1839-1861)

In Alkmaar wordt er in 1839 weer een volkstelling gehouden en daar vinden we Dirk Hout in terug. Wat opmerkelijk is: Dirk staat ingeschreven samen met Marijtje Sille en een dochter Johanna die 20 jaar is. Het beroep van Dirk is schoenmaker, Marijtje is baker. Het adres is als vroeger: Oudegracht nr 52. Of dit allemaal klopt weten we niet, maar wel zeker is dat Dirk op 16 november 1839 weer terug is op de Ommerschans. Hij is aangekomen via Zwolle. Volgens het boek De bedelaarskolonie zou dat op vrijwillige aanmelding wijzen. Zijn nummer van inschrijving is nu 2680 en er wordt vermeld dat hij op 15 februari 1840 overgeplaatst is naar Veenhuizen. Omdat het in de Ommerschans overvol was en er wel plaats was in gestichten in Veenhuizen werden maandelijks groepen uit de bedelaarskolonie daarheen overgeplaatst. Met name in het tweede gesticht dat bedoeld was voor de opvang van wezen, was plaats genoeg: in het land bestond veel tegenstand om weeskinderen op te sturen naar Veenhuizen.

Gevangenismuseum gevestigd in het oude Tweede gesticht (Veenhuizen 2013)

Terwijl Dirk in Veenhuizen verblijft moet hij twee keer naar de notaris om zijn toestemming te geven voor het huwelijk van een dochter.
Op 14 mei 1842 maakt notaris Herman Hubert van Leer uit Norg ten huize van de landbouwer Klaas Riesing te Westervelde de akte van toestemming op voor het huwelijk van Maria Hout met Jacobus Fransen, kledermaker te Alkmaar. Buiten de notaris en Klaas Riesing zijn aanwezig: Dirk Hout, colonist in het tweede gesticht der Maatschappij van Weldadigheid, en veldwachter Egbert Kruize. Maria en Jacobus trouwen op 5 juni 1842.
Op 1 maart 1844 gaan Dirk en veldwachter Kruize, tenminste ik denk dat een veldwachter de kolonist moest vergezellen, naar notaris Nicolaas Wilhelm Schroeder Hofstede te Norg. Dit keer gaat dochter Cornelia trouwen met Gerrit Bek, broer van haar zwager Cornelis, en schoenmaker van beroep. Het beroep van Cornelia is dienstbaar, dat van Dirk Hout kolonist. De toestemming wordt ondertekend door de notaris, Dirk Hout, Egbert Kruize en Lambertus Ubels, zaakwaarnemer van beroep. Cornelia en Gerrit trouwen op 12 mei 1844.

Langzamerhand wordt het kennelijk voor Dirk tijd om weer eens naar Alkmaar terug te gaan. Op 26 april 1845 wordt hij uit Veenhuizen ontslagen. Hij is dan op tijd voor het huwelijk van zijn jongste dochter Johanna Maria met Hendricus Timmer op 15 juni 1845. Hendricus is metselaar van beroep en bij het huwelijk wordt een kind erkend. Dirk is samen met Marijtje aanwezig. Hij tekent de akte, maar Marijtje en Johanna Maria doen dat niet: zij hebben dat niet geleerd.

Huwelijk Alkmaar 1845 nr. 41 (Regionaal Archief Alkmaar)


In 1846 is er opnieuw een bruiloft. Op 20 mei trouwt de laatste dochter, de een na jongste, Johanna Christina, in Amsterdam met Hendrik Josias Visser. Hendrik Josias, roepnaam Hein, is in 1818 geboren als zoon van Jozias Hendrik Visser, een scheepstimmerman uit Goes en Hiske Sierks Hannema wier familie oorspronkelijk van Ameland kwam. Als beroep van Hein vinden we kistenmaker, stoelenmaker en stoelenmatter. Het beroep van Johanna Christina is dienstbaar. Dirk en Marijtje kunnen niet naar Amsterdam komen, dat zal te duur geweest zijn, en nu geven zij allebei via notaris Johan Gustav Adolf Verhoeff toestemming voor het huwelijk. Van Dirk Hout wordt vermeld dat hij buiten beroep is, lang zijn vaste woonplaats gehad heeft te Alkmaar en daar ook nu daadwerkelijk verblijft in herberg de Hoop (?).
Van Marijtje Sille wordt gezegd dat zij bij de Banenkerk woont. Dirk is op het kantoor van de notaris verschenen en Marijtje was ten huize van Johannes Kraakman, slijter in wijnen en sterke dranken aan het Verdronkenoord nr 136.

Huwelijksbijlagen Huwelijk Amsterdam 1846 Reg 2 f.155 (Noord-Hollands Archief)

Als getuigen tekenen Hendrik Doorewaard en Jan Doorewaard, schoenmakers te Alkmaar. Marijtje tekent niet, zij kan immers niet schrijven en Dirk mag de akte eerst doorlezen, “uit hoofde der hardhoorigheid van dien comparant”.

*

Op 16 augustus 1849 overlijdt Maria Sille echtgenote van Dirk Hout, 65 jaar, van beroep baker en wonende op de Oude Vest Wijk D nr 9, in het gasthuis van Alkmaar.
Heeft Dirk nu niets meer te zoeken in Alkmaar of heeft hij een terugval? In ieder geval wordt hij op 4 december 1849 voor de vierde keer ingeschreven in de registers van de Ommerschans, onder nummer 6147. Hij komt weer vanuit Zwolle, wat waarschijnlijk weer betekent dat hij zich vrijwillig heeft gemeld. Of moet er nu rekening gehouden worden met het feit dat vanaf 1843 een rechterlijke veroordeling voor verwijzing naar de bedelaarskolonie noodzakelijk was? Op 20 april 1854 wordt hij uit de Ommerschans ontslagen. Maar op 7 november 1856 is hij weer present, opgezonden vanuit Alkmaar. Inschrijvingsnummer is 6196. Het is de vijfde keer en het zal nu eindelijk de laatste keer zijn. Op 22 november wordt hij doorgestuurd naar Veenhuizen. Op 10 april 1861 wordt hij daar ontslagen en we vinden hem terug in het Bevolkingsregister 1849-1860 van Alkmaar op het adres Verdronkenoord Wijk C 122, in wat hoogstwaarschijnlijk een logement is, op de plek waar later de pastorie van de Sint Laurentiuskerk gebouwd wordt. De bouw van de Cuyperskerk ernaast is dan bijna voltooid. Die wordt op 15 oktober 1861 in gebruik genomen. Dat maakt Dirk niet meer mee want op 2 augustus 1861 overlijdt Theodorus Hout in het Gasthuis. Het overlijden wordt aangegeven door Willem Sprang, de binnenvader in het gasthuis en Pieter Teeling de ziekenvader.

Burgerlijke Stand Overlijden Alkmaar 1861 nr. 229 (Regionaal Archief Alkmaar)


Zo eindigt het leven van Dirk Hout in zijn geboorteplaats Alkmaar. Hij is 76 jaar oud geworden en daarvan bracht hij ruim achttien jaar door in de Koloniën van Weldadigheid te Ommerschans en Veenhuizen en nog eens 3 jaar in de gevangenis van Hoorn voor het meenemen van wat wasgoed.


***

Het leven van Dirk Hout (1785-1861)
Inleiding
Dirks jonge jaren
Schoenmaker in Alkmaar
Ommerschans
Naar de gevangenis
Heen en weer naar Veenhuizen

Zie ook de parenteel van Jan Hout (1758-1802)


Bronnen

Drents Archief: Maatschappij van Weldadigheid via www.allekolonisten.nl
Noord Hollands Archief: Burgerlijke Stand Alkmaar, huwelijkse bijlagen Alkmaar en Amsterdam, DTB Uitgeest
Noord-Hollands Archief: 417-76 Rechtbank van Eerste Aanleg Alkmaar 1811-1838. Processtukken en uitspraken
Noord-Hollands Archief: 73- 474 Gevangenisregister Hoorn
Regionaal Archief Alkmaar: DTB Alkmaar, Burgerlijke stand Alkmaar, Bevolkingsregisters Alkmaar, Historisch Kadaster Alkmaar
Regionaal Archief Alkmaar: Beeldbank
Regionaal Archief Alkmaar: Inventaris Archief van het Burgerweeshuis te Alkmaar 1459-1967
Regionaal Archief Alkmaar: Inventaris Archief Weeskamer Alkmaar 1517-1852
Stadsarchief Amsterdam: Burgerlijke Stand

M. Havermans-Dikstaal: Aangekleed gaat uit, streekkleding en cultuur in Noord-Holland 1750-1900, 1999
Wil Schackmann: De bedelaarskolonie, 2013

Ach lieve tijd Alkmaar, 1987 en 1988
Tijdschrift Oud Alkmaar, periodiek van de historische vereniging Alkmaar

Het leven van Dirk Hout (deel 4)


Naar de gevangenis (1836-1839)

In de zomer van 1836 raakt Dirk Hout in Alkmaar verwikkeld in twee rechtszaken. Omdat hij daarin zelf ook verklaringen moet afleggen, komt er al een scherper beeld van hem naar voren en van de maatschappij waarin hij zich probeert staande te houden.

Op woensdag 8 juni 1836 legt Wilhelmina Smink de vrouw van Lambertus Struivé haar was te bleken in een openbaar plantsoen. Wilhelmina heeft een klein winkeltje aan het Luttik Oudorp, in het derde huis van de hoek vanaf de Bierkade. Omdat daar geen plek is om de was te drogen, gaat ze ermee over de vlotbrug over het Noordhollands kanaal, naar een plantsoen aan de overkant op het Heiligland.

Vlotbrug over het Noordhollands Kanaal aan de Bierkade ca. 1900 (Regionaal Archief Alkmaar). Links het Heiligland, de klapbrug gaat over het Luttik Oudorp. Helemaal rechts op de foto nog een klein stukje van het huis van Struivé.

‘s Middags komt de 11-jarige Neeltje de Graaf van de overkant om Wilhelmina te waarschuwen dat er een hemd weggenomen is. Wilhelmina stuurt gelijk haar twee dochters Maartje van 16 en Trijntje van 13 om eens te gaan kijken wat er aan de hand was. Wilhelmina verklaart:

dat deze kinderen dan ook aan haar getuige al spoedig kwamen berichten, dat er een hembd van hunnen vader wierdt vermist getekend L.S.V. dat zij getuige uit hoofde van haar winkel minder voegelijk ieder oogenblik van huis kunnende gaan er zelf niet heenen gegaan is maar aan haar kinderen toen last gaf om het wasch goed op te nemen….. in ‘t welk een en ander zij getuige dan ook konde nareekenen en opmaken dat er zeer zeker zulk een hemd weg was

Ze wist echter niet wie dat weggenomen zou kunnen hebben. Maar Cornelia Bierenbroodspot, de vrouw van Jacob Brouwer, die daar op het Heiligland, volgens Neeltje in een koepeltje woont, had wel een manspersoon in de buurt van het wasgoed gezien. Naar eigen zeggen woont zij “aan het Kanaal in de nabijheid van het heilige land en van de Vlotbrug…. In een huisje achter den brugwachter, dat zij dus ook gemakkelijk kan zien wat er in de nabijheid dier brug alzoo voorvalt”. Zo had zij dus gezien “dat er van eenig goed hetwelk daar te bleken lag… iets wierd weggenomen door een man die daar mee hard wegliep.” ‘s Middags kwam deze man nog eens terug, nu werd Cornelia daar door haar buurvrouw van der Tal op gewezen en de man verdween over de Bierkade. Wilhelmina Smink hoort later in de buurt dat het Dirk Hout was. Op de rechtzitting, die op 28 juni wordt gehouden, wordt Dirk dan ook onmiddellijk herkend.

Na de aangifte van diefstal door Wilhelmina Smink wordt Dirk Hout opgepakt en op 11 juni verhoord. Dit is zijn verklaring:

dat hij geprevenieerde (beklaagde) wel weet beschuldigd te worden van op den achtsten dezer een hemd te hebben gestolen, het welk lag te bleeken in het plantsoen bij het heilige land binnen de Stad Alkmaar, doch dat zulks niet door hem geprevenieerde maar door eenen anderen man is gedaan wien hij echter niet weet op te geven; dat hij dus ook niet weet op te geven hoe laat die diefstal heeft plaats gehad als hebbende de vrouw welke hem geprevenieerde voor den dief heeft aangezien eenen verkeerden voor gehad; dat hij dan als hebbende het hembd nimmer in handen gehad niet zeggen kan waar het zelve gebleven is; dat hij zich ook vroeger nimmer aan eenig vergrijp heeft schuldig gemaakt dan eens aan het stelen van een paardendek wat wegens hij dan ook voor ongeveer drie jaaren bij vonnis van de regtbank te alkmaar met eene gevangenis van veertien dagen is gestraft geworden; dat hij na dien tijd in alkmaar geen werk meer heeft kunnen krijgen en daarom dan ook zich vrijwillig heeft aangegeven en naar de kolonien der maatschappij van weldadigheid vertrokken waar vandaan hij terug is gekomen op den negen april dezes jaars alleen uit verlangen naar zijn vrouw en kinderen door welke hij echter den een na den ander toen zoo wonderlijk is afgewezen dat hij meende naar Heiloo te moeten gaan, hebbende zijn vrouw hem geprevenieerde niet eens te woord willen staan, hebbende hij te Heiloo sedert altijd als knecht gewerkt bij Joseph Revers waar hij de kost vrij had en bovendien iedere week eene Gulden en vijftig Cents verdiende; dat hij echter – wanneer zijne vrouw hem geprevenieerde had willen ontvangen liever niet bij dien Joseph Revers zoude blijven wijl die man zeer sterk is overgegeven aan het onmatig gebuik van sterken drank en hij geprevenieerde dan ook van tijd tot tijd wel eens mede drinkt; dat hij geprevenieerde evenwel niet dronken was op het tijdstip toen hij beschuldigd wierdt dat hembd uit het plantsoen te hebben gestolen en dus ook wanneer hij zulks mogt gedaan hebben, zich dit zeer goed zoude kunnen herinneren

Op dindag 28 juni moet Dirk, die tot die tijd in het huis van Arrest verbleef, om elf uur voor de Correctionele rechtbank verschijnen. Als getuigen worden opgeroepen Wilhelmina Smink, Neeltje de Graaf en Cornelia Bierenbroodspot. Het enige probleem is dat het hemd weg is en niet meer boven water is gekomen. Dirk wordt dit keer vrij gesproken.

Wat gaat hij hierna doen? Zelf beweert hij later dat hij naar de Langedijksche Dorpen vertrekt om werk te zoeken, maar hij wordt ‘s middags in Heiloo gesignaleerd. De daarop volgende dagen speurt hij bleekvelden af op zoek naar wasgoed dat hij zou kunnen verkopen. Daar is hij de hele verdere week mee bezig, voor hij zichzelf op zaterdag 2 juli meldt bij het huis van Arrest. Zijn bedoeling was namelijk om zich vrijwillig te laten transporteren naar de koloniën van Weldadigheid nu Marijtje en de dochters niets meer met hem te maken willen hebben.

Tekening en plattegrond van het Huis van Arrest opgemaakt 28 juni 1836
(collectie Regionaal Archief Alkmaar / PR1005292)

Nicolaas Dingerdis die woont aan de Nieuwpoort op de grens met Heiloo, komt op 2 juli melden dat dinsdag middag de 28e juni tussen vier en vijf van de heg een manshemd is weggenomen. Ze verdenken Dirk Hout, want Nicolaas’ vrouw, Neeltje Bont, had weer van de vrouw van Willem Roskam gehoord, dat ie daar op 1 juli wasgoed gestolen had.

Dat ging zo: Neeltje Kuijs, de vrouw van Willem Roskam kwam dezelfde dag aangifte doen bij de burgemeester van Heiloo, W.D. van Foreest. Haar boerderij ligt ook aan de Nieuwpoort maar kennelijk net in Heiloo. Ze had gezien, toen ze aan het kaas maken was en door een koevenster naar buiten keek, dat een manspersoon er met een hemd onder zijn buis gestoken vandoor ging. Neeltje durfde zelf niet achter de man aan te gaan en liep naar de buren. Trijntje Ploeger, de meid van buurman Pieter Bakker, was dapperder en riep de man die zich naar het Heiloër dijkje repte achterna: “die vrouw heeft eene boodschap aan jou”. Waarop de man “zijn schreden verdubbelde” en Trijntje meende te horen dat hij “verrek” of “verrekjes” terugriep. Wat dat betekende wisten de twee vrouwen niet. De burgemeester deed in het proces verbaal nog zelf een duit in het zakje door te verklaren dat hij Dirk Hout ‘s avonds langs zijn woning had zien lopen op weg naar de stadshout en de Hoef. Dit alles gebeurde dus op vrijdag 1 juli.

Een dag eerder, op donderdag 30 juni, was Dirk ook al bezig geweest op de Nieuwpoort. Want Cornelis Ruijter, die daar woont, doet aangifte van de vermissing van een wit linnen rokje met zwart benen knopen en een zwarte kraag en een beddenlaken. Die waren van de heining achter zijn huis gestolen, waar zijn vrouw Vogeltie de Jong het had neer gehangen. En hij had ook gehoord dat Dirk Hout in de buurt was geweest, hoewel hij hem niet gezien heeft.

Voorbeeld van een hemdrok of buisje Uit: Aangekleed gaat uit.

Vervolgens is er de verklaring van Maartje Haker, zij woont in de hofstede Pikbergen. Op vrijdag is er een man aan de deur geweest met een beddenlaken. Hij beweerde dat hij het gevonden had en of zij het wilde kopen, maar daar had zij geen trek in gehad.

Wie wel wilde kopen was de uitdrager Hermanus van Akooij in het Schapensteegje in Alkmaar. Een man, zich noemende Dirk Hout was bij hem aan huis gekomen en had te koop aangeboden een “linnen boeren buisje of rokje, zijnde wit en enigszins gelapt en met zwarte beenen knopen”. Hij had Dirk er een kwartje voor gegeven en het later weer voor 40 cent verkocht. Dat ging snel want het was zaterdag marktdag. Hermanus had geen enkel “kwaad vermoeden gehad” want Dirk had hem verteld dat hij van plan was zich aan te geven om overgebracht te worden naar de Bedelaarskolonie en dan kon hij wel een zakduitje gebruiken. Daarop had Dirk ook nog zijn vest uitgetrokken en daar had de uitdrager hem nog eens 50 cent voor gegeven.

Dirk meldde zich inderdaad bij het huis van Arrest en daar verklaarde hij het volgende:

“dat hij voorleden Dingsdag den acht en twintigsten Junij dezes jaar aan de Nieuwpoort tusschen Alkmaar en Heiloo geen hembd heeft gestolen niet alleen, maar deze diefstal ook zelfs niet kan hebben gepleegd, daar hij toen is geweest naar de Langedijksche Dorpen om werk te zoeken, waarin hij echter niet geslaagd is, wetende hij echter niet op te geven met welke menschen hij daar zoo al kan hebben gesproken – dat hij zoo ook even min aan de Nieuwpoort is geweest op Vrijdag den eesten dezer en dus ook al weder niet kan hebben weggenomen het hembd hetwelk op dien dag des morgens even negen ure aldaar bij Willem Roskam gestolen is, dat hij ook op geenerhande andere dag aldaar geweest is en dus ook niet gestolen heeft het linnen buisje of rokje door hem op Zaterdag den tweeden dezer aan den uitgdrager Hermanus van Akooij te Alkmaar verkocht, voor Zoo hij meent, vijf en twintig of vijf en dertig centen, dat hij dit buisje of rokje had ingeruild voor een paar kouzen van eenen boerenjongen hem geprevenieerde geheel onbekend. Zoodat hij dan ook ten aanzien van alle de bovenvermelde diefstallen geenerhande inlichtingen geven kan.”

Dirk moet voor de tweede keer binnen een maand voor de rechtbank verschijnen, op dinsdag 26 juli 1836 ‘s morgens om 11 uur. Als getuigen worden opgeroepen: Maartje Haker de vrouw van Wulbert van Dijk, Neeltje Kuijs de vrouw van Willem Roskam, Cornelis Ruiter, Hermanus van Akooij, Nicolaas Dingerdis en diens vrouw Neeltje Bont.

Rechtbank van Eerste aanleg Alkmaar 1811-1838 (Noord-Hollands Archief)

Dirk Hout wordt herkend als de persoon die een week lang rond de boerderijen scharrelt, zich met wasgoed onder zijn kleding uit de voeten maakt en het te koop aanbiedt. De bedelaarskolonie zit er voorlopig niet in voor hem. Hij wordt veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf en opgesloten in de gevangenis van Hoorn.

Hoorn, Oostereiland met gevangenis, circa 1880 (Westfries Archief)

Volgens het register van de gevangenis in Hoorn, waar Dirk ingeschreven werd onder nummer 1538, komt hij op 26 juli 1839 vrij.


Het leven van Dirk Hout (1785-1861)
Inleiding
Dirks jonge jaren
Schoenmaker in Alkmaar
Ommerschans
Naar de gevangenis
Heen en weer naar Veenhuizen


Zie ook de parenteel van Jan Hout (1758-1802)

Het leven van Dirk Hout (deel 2)


Schoenmaker in Alkmaar (1809-1822)

In 1802 zijn we Dirk Hout kwijt geraakt. We komen hem pas weer tegen in 1809, als hij op 12 februari 1809 trouwt met Marijtje Sille uit Uitgeest.

Uitgeest DTB-boek Ondertrouw alle gezindten

Aangegeven tot ondertrouw den 28 januari Dirk Jansz Hout meerderjarige J.M. geboren te Alkmaar en wonende te Heemskerk met Marijte Jans Sille meerderjarige J.D. geboren te Uitgeest doch laatst gewoond hebbend te Heemskerk

Dirk is dus inmiddels in Heemskerk gaan wonen. Als schoenmakersgezel in de leer bij een schoenmaker? Veel weesjongens werden opgeleid in dat vak en in latere akten wordt schoenmaker als zijn beroep opgegeven.

Na het trouwen gaan Dirk en Marijtje in Alkmaar wonen. Daar wordt op 1 mei 1811 de eerste dochter Gesina gedoopt, weer in de St Matthiasstatie. De doopgetuige is Dirks zuster Gesina.
Hierna vinden we de geboortes van de andere kinderen in de registers van de burgerlijke stand van Alkmaar. Op 8 februari 1813 wordt Maria geboren, op 21 februari 1815 Cornelia en op 6 juli 1816 Catharina.

Met de laatste gebeurt iets vreemds. Het meisje leeft maar 28 weken maar als haar overlijden door twee commiezen wordt aangegeven, op 20 januari 1817, staat er in de akte dat op 19 januari overleden is: Johanna Christina dochter van Dirk Hout en Marijtje Sille. Hoe zij precies geheten heeft? In ieder geval wordt op 7 februari 1819 opnieuw een meisje geboren en dat wordt Johanna Christina genoemd.

Johanna en Christina. Het zijn de namen van Dirks twee in het weeshuis overleden zusjes. Zijn zusje Johanna werd kennelijk Anna genoemd en het lijkt erop (volgens de volkstelling in 1830) dat de roepnaam van zijn dochter Johanna Christina ook Anna was.

Tenslotte sluit op 28 januari 1822 Johanna Maria de rij. Dirk geeft alle zes zijn dochters keurig aan. In de geboorteakte van Cornelia staat vermeld dat de vader “declareerd niet te kunnen schrijven” wat nogal vreemd is aangezien hij dat best kon. Zou hij al last met zijn oren gehad hebben? In latere documenten wordt aangetekend dat hij hardhorend of zelfs doof is.

Uit de aangiften van de kinderen kunnen we diverse woonadressen halen.
Als Maria geboren wordt, is dat in Wijk D waarschijnlijk nr 6. Volgens de boeken van het bevolkingsregister 1822 zou dat op de Looijersgracht zijn. Dat is volgens het tijdschrift Oud Alkmaar van april 1990 een zeldzame benaming voor de Baangracht. Wijk D is dan aan de kant van de Lutherse kerk, die op de hoek van de Oudegracht en de Baangracht staat.
Cornelia wordt op de Oudegracht Wijk A nr. 36 geboren, zo ongeveer bij de Brillesteegbrug.
De twee volgende meisjes worden op de Oudegracht Wijk A nr. 75 geboren, dat is op de hoek van de Baangracht, dus precies tegenover de Lutherse kerk.
Johanna Maria tenslotte wordt op de Oudegracht Wijk A nr 52 geboren. Dit huisje lag vlak bij de Zilverstraat. Alle adressen zijn aan de singelkant van de gracht.

Prent van J.A.Crescent, Oudegracht zuidzijde bij de Zilverstraat, 1796
(Beeldbank Regionaal Archief Alkmaar)

Het laatste adres (Oudegracht Wijk A nr 52) vinden we ook terug in het register der bevolking van 1822-1828. De buurtmeesters kwamen daar begin 1822 langs en noteerden de volgende bewoners: Dirk Hout 37½ schoenmaker; Marijtje Sille 37½ ; Gesina 10½; Cornelia 8½; Johanna 6½; Maria 3½ en Gesina Maria 1 wk. De leeftijden kloppen maar de namen zijn door elkaar gehusseld. Bovendien woont ook Dirks zuster Gesina Hout op dat adres. Van haar wordt verteld dat ze naaister is, ongehuwd en 38 jaar. Ook dit laatste klopt niet: Gesina is een jaar jonger dan Dirk.

Kaart uit 1898, detail (Beeldbank Regionaal Archief Alkmaar)

Tot zover lijkt er niets aan de hand met het gezin. Een ambachtsman die met zijn gezin en zijn ongetrouwde zuster in een levendige buurt woont, hoewel ze het niet al te breed gehad zullen hebben.
De verbazing ontstaat als bij het uitzoeken van de huwelijken van de dochters al bij de eerste in 1833 een notariële akte gevoegd is met toestemming van de vader vanuit de Ommerschans.

Vanaf die tijd is er heel wat terug te vinden in de archieven. Dat is natuurlijk een goudmijn, maar het blijft de vraag hoe dat zo kwam. Was er te weinig werk in Alkmaar voor een schoenmaker of was de oorzaak drank?

Het leven van Dirk Hout (1785-1861)
Inleiding
Dirks jonge jaren
Schoenmaker in Alkmaar
Ommerschans
Naar de gevangenis
Heen en weer naar Veenhuizen


Zie ook de parenteel van Jan Hout (1758-1802)

Het leven van Dirk Hout (deel 1)


Dirks jonge jaren (1785-1804)

Dit is het verhaal van Dirk Hout. Hij werd op 10 april 1785 als Theodorus gedoopt in de Matthiasstatie in Alkmaar. In de doopakte en in zijn overlijdensakte, 76 jaar later, wordt hij Theodorus genoemd. In alle overige documenten, en dat zullen er heel veel worden, heet hij Dirk.

Doopakte Dirk Hout

Zijn vader is Jan Hout, zijn moeder Maria Daalhof en de doopgetuige is zijn tante Grietje Daalhof. Als adres wordt de Huigbrouwersteeg genoemd. Dirk heeft dan al een oudere broer Henricus die in 1784 geboren is.

Jan Hout en Maria Daalhof waren op 18 mei 1783 voor het gerecht getrouwd. Gereformeerden konden volstaan met een huwelijk voltrokken in de gereformeerde kerk. Maar Jan en Maria waren katholiek en een katholiek huwelijk moest voor de wet geldig gemaakt worden bij het plaatselijke gerecht.

Trouwakte Jan Hout en Maria Daalhof

Na Dirk worden nog vijf zusjes geboren: in 1786 Gesina, in 1787 Wilhelmina, in 1789 Christina (deze is maar 4 maanden oud geworden), in 1792 volgt dan opnieuw een Christina, en tenslotte in 1795 Johanna. Alle kinderen worden in de St Matthiasstatie gedoopt.

De St Matthiasstatie was een Rooms Katholieke schuilkerk. Het aanhangen van een ander geloof dan het officiële gereformeerde werd in die tijd nog oogluikend toegestaan. Het kerkgebouw mocht er echter aan de buitenkant niet als zodanig uitzien. Later werden de beperkingen opgeheven en ín 1861 verrees er in de tuin van de statie een grote kerk van architect Pierre Cuypers, de Laurentiuskerk met de ingang aan het Verdronkenoord.

Gekozen ontwerp voor de westelijke gevel van de Sint Matthiasschuilkerk in de Sint Jacobsstraat (1729)
Collectie Regionaal Archief Alkmaar

Dirks vader Jan Hout zal aanvankelijk niet geheel onbemiddeld zijn geweest. Gezien het adres in de Huigbrouwersteeg zal hij een winkel of een bedrijf gehad hebben. Op 10 september 1785 koopt hij een huis met erf aan de oostzijde van de steeg op de hoek van de Laat, vanouds genaamd De Hardebollen. Hij betaalt er 900 gulden voor en hij neemt een hypotheek van 800 gulden à 3 % rente. Op 5 maart 1792 breidt hij zijn bezit uit met de aankoop van het huisje met erf op de Laat, dat direct aan zijn huis grenst voor 225 gulden. Maar dan in 1797 sluit hij een hypotheek af voor 1700 gulden. En in 1798 verkoopt hij een huis met erf en een pakhuis aan de Lange Nieuwesloot, uit een erfenis die zijn vrouw Maria Daalhof door het overlijden van haar halfbroer Willem Daalhof had verkregen. Die erfenis moest zij overigens delen met haar zuster, een nichtje, een neefje, en een stiefkind van Willem.

Detail van plattegrond uit 1796
In de cirkel de huizen van Jan Hout in de Huigbrouwersteeg en op de Laat
Beeldbank Regionaal Archief Alkmaar

In 1802 slaat voor de kinderen Hout het noodlot toe. Moeder en vader worden slechts een paar dagen na elkaar (op 30 januari en op 2 februari) begraven op ‘t Kerkhof. Volgens het begrafenisregister van het Oud-rechterlijk archief van Alkmaar wordt voor haar drie gulden in rekening gebracht, voor hem helemaal niets, met de aantekening “arm”. Jan Hout en Maria Daalhof laten zes kinderen na.

Er blijken schulden te zijn. Volgens de boedelpapieren (op 18 juli 1805 opgemaakt door J. Schoehuizen, D. Regter en K. Makkes voor de schepenen van Alkmaar) blijft er, na verkoop van het huis aan Joseph Alers en de inboedel en het zilverwerk en de betaling van openstaande rekeningen en kosten, een bedrag over van 218 guldens, 10 stuivers en 14 penningen. Dit gaat naar Barend Hermanus Schreur in Nieuwkerk Munsterland, bij wie dus in 1797 die hypotheek was afgesloten voor 1700 gulden.

De Starrekroon

Wat gebeurde er met de zes pas wees geworden kinderen van Jan Hout en Marijtje Daalhof in 1802? Zij gingen naar het Rooms Katholieke weeshuis. Dat was sinds 1771 gevestigd in de “De Starrekroon”, een voormalige bierbrouwerij, aan het Verdronkenoord. In 1795 was het ontruimd om plaats te maken voor de Franse troepen. Alle wezen werden, verspreid over de stad, ondergebracht op diverse locaties en ook wel bij burgers. Maar in 1802 was het oude weeshuis (het nieuwe “Roomsch Catholijk Weeshuijs” zou pas in 1818 geopend worden) al lang weer in gebruik genomen.

Het ging duidelijk niet goed met de kinderen Hout in het weeshuis. Joanna en Christina overlijden in maart 1803, acht en tien jaar oud. Henricus overlijdt precies een jaar later, net negentien jaar oud. En alleen Gezina, Wilhelmina en Dirk zijn dan nog over.

*

Het leven van Dirk Hout (1785-1861)
Inleiding
Dirks jonge jaren
Schoenmaker in Alkmaar
Ommerschans
Naar de gevangenis
Heen en weer naar Veenhuizen


Zie ook de parenteel van Jan Hout (1758-1802)

Het leven van Dirk Hout (inleiding)


Stadswandeling

Twee jaar geleden kreeg ik van Nanny voor mijn verjaardag een stadswandeling aangeboden door Alkmaar, die voerde langs plaatsen die een rol hebben gespeeld in het leven van Dirk Hout.

Met behulp van een oude kaart volgden wij zijn voetsporen: Oude Gracht, Huigbrouwerstraat, Verdronkenoord, Sint Jacobstraat, Luttik Oudorp, met het voetveer naar Heiligeland, terug naar Koningsweg en uiteindelijk Nieuwland; onderweg langs het stadhuis, het huis van arrest en het gasthuis (en voor eigen welzijn Het Hof van Sonoy en Het Gulden Vlies).

Stamboom

Dirk Hout is een verre voorouder van mij in de zesde generatie via de lijn moeder (Johanna Sofia Cornelia Karssen), grootvader (Kasper Jan Karssen), overgrootmoeder (Dina Jacoba Visser), betovergrootmoeder (Johanna Christina Hout), oudvader (Dirk Hout). Hij maakte tussen 1831 en 1861 niet minder dan vijf keer zijn opwachting in de koloniën van de Maatschappij van Weldadigheid in Ommerschans en Veenhuizen, waar wezen, arm volk, landlopers en bedelaars werden ondergebracht. Hij was er zo een. En hij zat ook nog drie jaar gevangen in Hoorn. Nanny heeft het allemaal uitgezocht en denkt mij nu beter te begrijpen, ofschoon ik totaal niet op hem lijk.

Doopregister


Het leven van Dirk Hout (1785-1861)

Inleiding
Dirks jonge jaren
Schoenmaker in Alkmaar
Ommerschans
Naar de gevangenis
Heen en weer naar Veenhuizen


Zie ook de parenteel van Jan Hout (1758-1802)

Tata Steel Chess on Tour in Alkmaar

De vijfde ronde van de Masters werd in Theater De Vest in Alkmaar gespeeld. De eerste vijf minuten mochten fotografen op het toneel foto’s nemen. Een genante vertoning. Ik stond achter in de zaal en wachtte rustig op mijn beurt.

De zaal was aardedonker. Het toneel was goed verlicht. Bij elk bord stond een lamp. Een stokoud telelensje deed zijn werk. Maar erg veel te beleven was er niet.

Naar de commentaarzaal dan maar. Daar zaten Anna Rudolf en Lawrence Trent. In 3D! Zij hadden er duidelijk plezier in. De zaal mocht reageren maar kon daar maar beter zuinig mee omgaan want elke domme opmerking zou wereldwijd breed uitgemeten worden beloofden ze. Ik hield dus mijn mond. En Magnus Carlsen had bij Jorden van Foreest nog net niet voor de tweede keer een heel vervelend paard op e5 gezet, toen ik overstak naar de Sint Laurentiuskerk.

Daar vierden de kinderen feest en hing een veel mooier paard. Alle tekeningen en werkstukken hadden iets met schaken te maken.

Er waren schoolwedstrijden en Jos Vlaming en Danny de Ruiter (van de Waagtoren) gaven schaakles aan zowel kleintjes als ouderen. Sport Vitaal heette dat. Rob Freer (ook van de Waagtoren) wees ondertussen Alina l’Ami de weg omhoog in de kerk. Ze kwam een beetje trillerig weer naar beneden, maar ze had wel een spectaculair plaatje geschoten van onder het dak.

Tegen een zijwand in de kerk hing een afkondiging van de schout, die het kennelijk zat was dat de jeugd voortdurend kattenkwaad uithaalde onder de preek of bij het uitgaan van de kerk. Elke brutaliteit of baldadigheid zou in het vervolg bestraft worden met een nacht opsluiting onder het oude orgel of drie gulden boete. Wel zou de dominee daarvan eerst de ouders verwittigen.

transcriptie



De kerk was koud. Er waren straallampen opgehangen die rood licht gaven. De meeste bezoekers hielden hun jas aan. Of liepen hard bij het uitgaan van de kerk.

Mijn Pentax Automatic

2016 Alkmaar - Pentax K-Automatic [20160306-Pentax K5IIs-13195]Mijn Pentax gaat soms zijn eigen gang. De hele ochtend had ik foto’s genomen in het Gulden Vlies, dat is een etablissement in de binnenstad van Alkmaar, van een schaaktoernooi. Een beetje moeizame foto’s. Lag niet aan die schakers of aan het Vlies. Lag duidelijk aan mij. Want ik was nog niet buiten of het eigenwijze toestel neemt er op eigen houtje ook nog een. Kraakhelder. En zo gemakkelijk. Wel een beetje bewogen en een tikje uit het lood, maar dat lag niet aan het apparaat, maar wederom aan mij, want ik probeerde precies op dat moment te ontsnappen aan een automobiel die het duidelijk op ons gemunt had en waarvan een koplamp nog net in beeld is. Een volgende keer mag de eigengereide waaghals het alleen doen. Ga ík een rondje door de stad, hapje eten, wat drinken, en aan het eind spreken we dan weer ergens af. Vrije uitloop, voor iedereen het beste. En veiliger voor mij.