Van wie is de stad

“Van wie is de stad” is de titel van een boek van Floor Milikowski, uitgekomen bij Atlas Contact in 2018, met als ondertitel “De strijd om Amsterdam”. Het is een verslag van de snelle veranderingen op sociaal en economisch gebied in de hoofdstad de laatste jaren. Is de stad nog wel van de bewoners? Of van vastgoedhandelaren en beleggers? En gaat de stad niet kopje onder in de toeristenstroom die direct of indirect gegenereerd wordt? Wordt Amsterdam het nieuwe Venetië?

Jacob van Lennepkanaal (Amsterdam 2017)

Als je zomaar wat door de stad zwerft, Damrak, Rokin en Wallen vermijdt, en op het Spui niet getorpedeerd bent door een horde huurfietsers en tussen Leidseplein en Museumplein niet onder de voet gelopen door een kudde rolkoffers en daarna niet op de onzalige gedachte komt Anne Frank met een bezoekje te vereren, dan valt het (voor een buitenstaander die er niet meer woont maar wel de weg nog weet) mee.

Maar de gemoederen zijn verdeeld. Je kunt niet met een fototoestel door de stad lopen zonder de kans te lopen voor stomme toerist te worden uitgescholden. Het gebeurde mij laatst. Nou wordt die mooi dacht ik. Ik ben hier op school geweest, heb er gestudeerd en gewerkt, Nanny is er zelfs geboren, onze dochter woont er, een voorouder is van hier naar Veenhuizen gestuurd en meer dan eens, mijn oom was directeur van de Amsterdamse Droogdok Maatschappij en mijn vader gemeenteambtenaar, ik heb Blauw Wit gezien in het Olympisch Stadion, geschaakt in Die Port van Cleve, gedanst in kelders waar Louis van Dijk optrad, weet Paradiso te vinden en toen we (Nanny en ik) in 1970 met wat jongens en de meisjes in ons kielzog vanuit Amstelveen naar een feestje* in de Bijenkorf (Ekseption zou optreden) gingen, wat totaal uit de hand liep, dat de mobiele eenheid toen was gekomen om de Dam schoon te vegen en we de zijstraatjes in moesten vluchten en we iedereen kwijt waren, maar gelukkig hadden we afgesproken elkaar weer op te zoeken bij het monument en dat toen we daar weer durfden te gaan kijken we alleen politie aantroffen met wapenstokken en een enorme ravage en de meisjes die bovenop de leeuwen waren geklommen en die niet van wijken hadden willen weten, maar de jongens wel, want die waren nergens meer te bekennen. Dat zei ik dus allemaal niet. Ik zei rot op ik versta jullie wel … of eigenlijk zei ik alleen dat laatste en zelfs daar ben ik niet zeker van. En ik dacht ook nog aan mijn eerste kennismaking met de stad toen ik in de krant had gelezen dat er een film met Brigitte Bardot draaide in Capitol op de Rozengracht. Ik had een foto van haar gezien in de Panorama, dus die film moest ik zien. Ik was dertien jaar, woonde nog in Amstelveen en ik wist echt niet waar de Rozengracht was. Ik durfde het niet te vragen aan mijn moeder (wat ga je daar doen jongen?), maar zoveel grachten konden er toch niet zijn in Amsterdam dacht ik en dat ik nog geen zestien was zou ik ter plaatse wel oplossen hoopte ik. Ik liet me door Maarse en Kroon naar Amsterdam brengen, stapte bij het hoofdpostkantoor op de Nieuwezijds Voorburgwal uit en vond de Bloemgracht. Dat leek een aardig begin. Dus van daar werkte ik alle grachten af, dat wil zeggen alles waar ik water zag, steeds koortsachtiger, totdat de aanvangstijd van de middagvoorstelling al lang verstreken was. Die verrekte Rozengracht was helemaal geen gracht maar gedempt. Wat je niet allemaal mee kan maken in de stad.

* In 1970 werd het 100-jarig bestaan van De Bijenkorf in Amsterdam gevierd met een Open Huis. Van zeven uur ‘s avonds tot middernacht waren 700 gasten uitgenodigd en kon het publiek vrij binnenkomen. Als snel bleek het uit de hand te lopen. Binnen waren rond 10.000 bezoekers, buiten waren 20.000 jongeren die ook naar binnen wilden. Oproerkraaiers begonnen met stenen te gooien waarna het op een veldslag uitliep. De mobiele eenheid (ME) moest twee pelotons inzetten om de orde te herstellen. Winkelruiten sneuvelden, auto’s werden gemolesteerd, barricades werden op het Rokin opgeworpen. De ME reageerde met waterkanonnen. In de Bijenkorf bleef het redelijk rustig maar de bezoekers moesten het pand even na tien uur vervroegd verlaten (bron: Wikipedia).

De stad is niet meer van mij, maar ik mag er nog steeds graag komen.

Bloemenwinkel “De anemoon” van Klaas en Jentje Bakker

 

Bloemenwinkel “De anemoon”

In een kist met oude papieren uit het huis van mijn opa Hendrik Claasen tref ik deze raadselachtige foto aan. Wie poseren hier zo trots voor hun bloemenzaak?

De eerste stap is kijken waar de winkel zich zou kunnen bevinden. Het huisnummer staat er op, dat is een goede aanwijzing, ik hoop ergens in Amsterdam. Op zoek naar bloemenwinkels in de adresboeken van rond 1930 vind ik een zaak op naam van K. Bakker op de Admiraal de Ruijterweg nr. 278. Vervolgens heb ik de woningkaart erbij gezocht in het Stadsarchief. Op het adres blijkt in de winkelwoning K. Bakker te wonen met zijn vrouw.

 

Montelbaanstoren omstreeks 1880 met rechts op de voorgrond de Kalkmarkt (Foto Beeldbank Stadsarchief Amsterdam)

Klaas Bakker is de tweede zoon van Albert Bakker en Heintje Neefjes. Hij is geboren in Amsterdam op 21 januari 1881 op een schip liggende aan de Kalkmarkt. De thuishaven van het schip is Hasselt in Overijssel.

Genealogische aantekeningen in de bijbel van Heintje Neefjes

 

In juni 1888 houdt het schippersgezin het voor gezien. Het laat Overijssel achter zich en gaat aan de wal wonen in Sloten, dat toen nog een een aparte gemeente was. Klaas heeft op dat moment behalve een oudere broer Otto nog een jongere broer Cornelis en een zusje Annigjen. Zij zijn allemaal op het schip geboren. Op 29 juni 1889 komt er nog een zusje bij, mijn oma, ook Annigje geheten. De wetten van het vernoemen waren kennelijk streng: de beide grootmoeders heetten zo. Vader Albert Bakker overlijdt in 1890 op 40-jarige leeftijd.

In het bevolkingsregister van de door Amsterdam geannexeerde gemeenten is terug te vinden dat Klaas Bakker in 1905 het huis van zijn moeder E 22 1 hoog verlaat en naar Duisburg vertrekt. Maar op 10 mei 1907 is hij weer terug in Sloten als hij met Maria Elisabeth Postmaa trouwt, dochter van Hendrik Willem, een bakker of ook wel brooddepôthouder, en diens vrouw Maria Elizabeth Lindeman. Het beroep van Klaas is dan stucadoor. Als op 30 september 1911 het eerste kind Klaas jr. wordt geboren, woont het stel in Hatert bij Nijmegen en wordt als beroep van de vader tramwagenbestuurder opgegeven. Het tweede kind, een meisje Maria Elisabeth, wordt op 6 januari 1914 in Keulen geboren.

 

Excerpt bevolkingsregister Amsterdam

Uit de Overgenomen Delen 1892-1920 van het bevolkingsregister van Amsterdam blijkt dat Maria Elisabeth met de kinderen op 1 september 1914 weer terug is in Amsterdam en bij haar zuster Elisabeth Geertruida gaat inwonen. Deze is getrouwd met Jan Koopmans en ook moeder Maria Elizabeth Lindeman woont in die tijd op hetzelfde adres in de Van Houwelingenstraat.

Klaas komt pas op 12 oktober 1916 terug uit Keulen en voegt zich bij hen, zijn beroep is dan werkman. Het gezin Bakker blijft er nog een jaar, totdat het op 23 oktober 1917 naar de Baarsjesweg 9 in Sloten verhuist. Weer een jaar later overlijdt Maria Elisabeth.

 

Huwelijksakte Klaas en Jentje Bakker

Klaas blijft met twee kleine kinderen achter. Misschien is dat de reden dat hij vrij snel hertrouwt: op 1 mei 1919. Zijn tweede vrouw is een volle nicht van hem, Jentje Bakker. Zij is de dochter van Albert Bakkers broer Egbert en Trijntje Stroomberg. Ook Jentje is op een schip geboren, op 13 juli 1877, toen het schip van haar ouders in Werkendam lag. Als beroep van Klaas staat nu koopman vermeld.

 

Gezinskaart

In 1921 is Sloten door Amsterdam geannexeerd. We vinden Klaas en Jentje nu terug op de gezinskaart van Klaas Bakker. De eerste verandering in het gezin is het omnummeren in 1924 van E 9 naar Baarsjesweg 258 souterrain. Als beroep staat er nu bloemenventer. Op 9 juli 1926 wordt er verhuisd naar de Admiraal de Ruijterweg 278 hs. en zijn we aangeland bij de foto van de bloemenzaak.

 

Woningkaart

Klaas en Jentje blijven tot september 1946 in de winkel en verhuizen dan naar Aalsmeer. Jentje Bakker overlijdt op 21 maart 1954 op 76-jarige leeftijd en Klaas Bakker op 7 maart 1960, hij is dan 79 jaar oud.

 

Nanny Claasen

 

Bronnen:

Brabants Historisch Informatie Centrum
– geboorteregister burgerlijke stand Werkendam

Noord-Hollands Archief
– overlijdensregister burgerlijke stand Aalsmeer
– huwelijksbijlagen

Stads Archief Amsterdam
– beeldbank
– bevolkingsregister 1893
– bevolkingsregister overgenomen delen
– bevolkingsregister geannexeerde gemeenten
– bevolkingsregister gezinskaarten
– huwelijksregister burgerlijke stand
– persoonskaarten
– woningkaarten