Who says we were dead before the ship even sank?

 

Hoe Excelsior het vege lijf redde tegen de Waagtoren

Frans Koopman was het eerste klaar. Hij speelde tegen een tegenstander die heel goed in de gaten had wat hij moest doen, daarbij opzichtig de weg gewezen door onze captain. Gelukkig liet de gelijkmaker niet lang op zich wachten. Machiel Nouris zocht geduldig de aanval en kreeg wat hij wilde. Zijn tegenstander spartelde nog wat tegen, maar er was geen ontkomen aan. Ook niet toen Machiel het niet helemaal to the point afmaakte, hetgeen Frans, iets te laat in vorm gekomen, wel zag. Nu was Machiel niet meer te stoppen. De hele Waagtoren mocht delen in zijn victorie, wat veel gesis opleverde van spelers die nog met hun eigen partij bezig waren. Allemaal losers. En of ik het wel gezien had. Machiel in deze vorm is onstuitbaar. Maar zo vroeg op de avond…

Ruud Eisenberger trof een tegenstander die met Ruud een wedstrijdje deed “wie bereikt het eerste het eindspel”. Vreemd genoeg dolf Ruud daarin het onderspit, maar toen bleek onze man minder aardig dan hij zich voor doet. Want terwijl hij een gemene verleiding in de stelling bracht vroeg hij zijn tegenstander: “Mag ik u iets te drinken aanbieden.” De waagtorenaar hield het op malt en wachtte keurig op Ruuds terugkomst van de bar alvorens de blunder van de avond te produceren.

We stonden dus op voorsprong en het zou nog mooier worden. Ton Morcus speelde een dijk van een partij. Hij hield zijn stukken zo dicht mogelijk bij zich en zijn tegenstander deed hetzelfde, maar lang niet zo harmonisch. Dus toen het eindelijk tot een confrontatie kwam was het een koud kunstje voor Ton om de buit binnen te halen. Heel knap. Niet minder knap was de prestatie van Louis Witte. Na moedige aanvalsspel geraakte hij in een vreemd eindspel met voor hem een toren en wat pionnen tegen twee paarden en wat pionnen. Gek genoeg bleken de paarden geen partij voor de toren en Louis kon de partij nog vrij gemakkelijk naar zich toe trekken.

Nu hadden we nog een half punt nodig. Dat zou niet van Henk van der Eng komen. Die had zijn dag niet. Het leek aanvankelijk heel goed te gaan, maar toen hij de geïsoleerde witte dubbelpion, waar tegen hij speelde en die eerst de eigenaar danig in de weg zat, te lang liet staan, kwam hij in onoverkomelijke moeilijkheden. Opeens zwermden er ongeveer twaalf stukken rond zijn koning. Zijn voorsprong in tijd was ook verdwenen. Het resultaat was een bijzonder treurige speler, die moeite had om troost te putten uit de teamprestatie. Want die mocht er zijn. Johan Buis was namelijk bezig de zwarte koning en dame en toren helemaal klem te zetten, met een loper meer, waarom speelde die man nog door? Toen liet Johan de zwarte dame via een achterdeurtje ontsnappen. Potverdrie eeuwig schaak. Gelukkig werd in plaats daarvan tot remise besloten. We hadden gewonnen.

Maar het mooiste moest nog komen. Marcel Duin had een aggressieve vertakking van het Boedapester gambiet te bestrijden gekregen en zette daar een rustige maar gezonde ontwikkeling tegenover. Langzamerhand vocht hij zich naar een voordeeltje en toen hij de ook nu weer thematische zet c4-c5 had mogen doen begon het grote denken. De zwartspeler vlocht allerlei gemene dreigingen tegen de witte koning in de stelling, maar Marcel bleef zorgvuldig verdedigen, ondertussen pionnen snoepend. Remise werd eerst door zwart en later door wit geweigerd. Frans noteerde, want de spelers moesten het zo langzamerhand van de tien seconden increment hebben. Marcel liet zich niet meer van de wijs brengen en won. Vorstelijk. Als een echte kopman.

En toen was er nog een oude bekende die vroeg waarom ik maar wat rond liep en niet meespeelde. Ik bedankte hem, zei dat ik twee keer verloren had, en jokte dat je er dan naast stond bij Excelsior. Vol ontzag vroeg hij naar de naam van onze coach.

ES

(eerder gepubliceerd op de website van Excelsior op 4 maart 2015)