SPAchess 2016

Universum
Het Amsterdam Science Park Chess Tournament in het Sportcentrum Universum beleeft zijn zesde editie. Ik deed alle vorige keren mee en de eerste vier rondjes van dit jaar zitten er ook weer op. Het toernooi is weergaloos. Er gebeurt van alles. Tijdens de eerste ronde kregen we tijdens de partij het niet te missen omroepbericht dat de zaak in verband met de vakantieperiode om vijf uur ging sluiten. Dat bleek mee te vallen. Maar een dag later was er, ook weer onder het spelen, een heus brandalarm. We dienden het gebouw te verlaten via de nooduitgangen. Dat duurde dik tien minuten. Toen we buiten stonden bleek het loos alarm. In de keuken van de Oerknal was een hamburger ontploft. Sommige schakers hadden zich hier meer van voorgesteld en waren teleurgesteld, maar de trouwe deelnemers hadden het al eens eerder meegemaakt en konden het wel waarderen. Die grappen zijn traditie. We  hadden ook wel eens in een bloedhete zaal zitten braden, omdat de airco was uitgezet. En tijdens het eerste toernooi was er nog geen koffiebar in de zaal en moesten we twee trappen naar beneden om drinken te halen. Je kon halverwege ook de klimmuur nemen, dat was vaak veel sneller, maar vooral de oudere spelers durfden dat niet aan, hun leven hing toch al aan een zijden draadje met al dat aanstormende talent dat vrij was van school. De derde dag was bij uitzondering een beetje saai. We kregen onderleggers voor onze notatieformulieren zodat we niet meer met een bibberig geschreven partij thuiskwamen. Ik leek mijn tante Ans wel toen ze ver in de negentig en dement was. Ligt aan de tafels hoor verzekerde ik Nanny. Ja ja, zei ze, dat heeft dus ook betere tijden gekend. Wat moest ik daar nu weer van denken. Gelukkig brak er tijdens de vierde ronde een ouderwets donderend lawaai boven onze hoofden los. Ze bedenken elke keer iets anders merkte ik snedig op. Mijn tegenstander keek mij een beetje angstig aan. Het is toch wel onweer, vroeg hij benauwd. Ik hoop het, sprak ik hem moed in.

De kunst van het verliezen.

Mijn resultaten? Hoe zal ik ze omschrijven. Ik beoefen de kunst van het verliezen, maak veel vrienden en krijg na afloop bier. Mijn partijen eindigen zonder uitzondering in een stelling, waarin het bijna onmogelijk is om een zet te vinden die alsnog verliest. Voor een normaal mens dan, maar niet voor mij. Een van mijn tegenstanders kwam mij trots vertellen dat hij onze partij door de computer had gehaald en het rekentuig had drie uur nodig gehad om die ene zet te vinden, waarmee ik hem toch nog aan de winst had geholpen. Knap hoor. Ik deed ‘m binnen de dertig seconden. Rond mijn bord beginnen zich nu kijkers te verzamelen in afwachting van. Soms loopt er eentje weg, die gelooft er niet meer in. Dom hoor. Dat is nu juist de kunst. Ik had ‘m echt niet zien aankomen hoor ik de rest dan even later bewonderend mompelen. Eén keer ging het ernstig mis. Mijn jonge tegenstander was me de baas, ofschoon het probleem in dit geval niet echt moeilijk is:

zokanikhetook
Hij deed c5xd6. Ja dat is geen kunst, zo kan ik het ook. Alhoewel, hoe ging ik mij hier nog uit redden? Ik was in tijdnood en voor ik het wist had ik in paniek zijn dame geslagen. Ik had er meteen spijt van. Hij zat er nog even naar te kijken en ik kreeg een moment de valse hoop op een herkansing, maar hij gaf op. Jammer, de boog kan niet altijd gespannen staan.

Vandaag mocht ik tegen een aardige Engelsman, eigenlijk een naamgenoot, die mij eerst totaal overspeelde en mij onmiddellijk daarna verraste met een overrompelende serie razendsnel uitgevoerde blunders. Daar was ik niet tegen opgewassen en zo incasseerde ik een heel lelijk punt. Ik stamelde iets van sorry en hij zei dat ik het me niet aan moest trekken, want dat het helemaal aan hem lag en toen liet hij mij met mijn half opgedronken bekertje koffie en zijn half opgedronken bekertje thee verbluft achter.

Het was vroeg, ik werd nog niet thuis verwacht, dus ben ik maar wat foto’s gaan maken. Eerst van de klimmuur, die ik gisteren noemde, anders denken jullie nog dat ik allemaal onzin uitkraam.

2016 Amsterdam - Universum klimmuur [20160713-Pentax K01-20982]
Terug naar de speelzaal. In de C- en de D-groep speelt de allerjongste jeugd. Moeders waken er over hun kroost.

 

 

2016 Amsterdam - SPAchess [20160713-Pentax K01-20916]

De iets oudere jeugd speelt hoger. Ik durf er bijna niet te fotograferen. Elk klikje merken ze op. Het verstoort hun concentratie. Toch maar een paar plaatjes gestolen. Zo te zien moet Bastiaan tegen Maaike en die is niet voor de poes. Dat wordt dus een zeperd.

2016 Amsterdam - SPAchess [20160713-Pentax K01-20981]

Ik kijk naar het rijtje geslagen stukken en de reservedame op het randje van de tafel met bordnummer 1. Daar zit systeem en ordening in, die begrijp ik. Van wat er op het bord gebeurt begrijp ik helemaal niets. Dat ga ik thuis dus maar eens op mijn gemak naspelen.

chess playing automaton
chess playing automaton©oglaf comics

Waarom schaak ik eigenlijk nog? Heeft dat nog zin? Misschien moet ik mijn tijd nuttiger gaan besteden. Vandaag verloor ik een Franse partij. Doorschuifvariant. Dan houdt het op. Andere openingen ken ik niet. Heel vroeger speelde ik Siciliaans. Drakenvariant. Totdat ik een keer verloor, zo verschrikkelijk, dat ik er nu nog wel eens van wakker schrik. Het was een complete ramp. Mijn koning is nooit meer teruggevonden. En nu dit. Maar er zijn ergere dingen. We doen nog drie ronden en dan kap ik er mee. Eerder mag niet van meneer Aart. Joost mag weten waarom niet. Die moet ik het morgen dan maar eens vragen. De wedstrijdleiders hebben het trouwens niet makkelijk, zo vertrouwden zij mij toe. Al twee keer waren de uitslagenbriefjes van de ronde ervoor opnieuw afgedrukt. Het was aan hun oplettendheid te danken dat de zaak niet in het honderd was gelopen. Nou van mij mag het.

2016 Amsterdam - SPAchess [20160714-Pentax K01-21014]Deze man heeft het ook moeilijk. Niemand die hem helpt, hij moet het helemaal alleen doen. Of zijn het geheime tekens die hij daar krijgt.

2016 Amsterdam - SPAchess [20160714-Pentax K01-21006]

Helemaal bovenin het toernooi won GM Evgeny Alekseev van onze Lucas van Foreest, die voor de partij ontspannen met een flesje fris op zijn hoofd rondliep, en hoewel de beelden anders doen vermoeden het mocht niet baten. De Russische grootmeester staat nu echt helemaal alleen bovenaan. Dus ga ik morgen Erik van den Doel stilletjes aanmoedigen.

Hij raakte er niet over uitgepraat. Na drie nachtdiensten versloeg Erik Schoehuijs in een Konings-Indische partij de kleine wereldkampioen Ilya Makoveev.

2016 Amsterdam - SPAchess [20160715-Pentax K01-21031]

Ik kreeg in de Oerknal zomaar een glas sinaasappelsap van hem. Door het dolle heen dus. Ik zei: kan je wel tegen zo’n jonkie. Ja, zei hij, ze moeten het nog leren.

De trein in het weekend: er is altijd wat.

In Krommenie stapt er een groep uitgelaten vrouwen in. Er breekt een helse kakofonie los. Uitbundig geschreeuw, gejoel, gelach en getoeter beletten mij nog één letter te lezen in mijn boek The Road to Little Dribbling van Bill Bryson. In Koog aan de Zaan komt een Japanse toerist naast mij zitten, die wonderlijk genoeg meteen in slaap valt. Waarschijnlijk is hij al in Alkmaar op de kaasmarkt geweest, heeft hij net de Zaanse Schans achter de rug en is hij nu op weg naar het Rijksmuseum, waarna de Keukenhof, Madurodam en de havens van Rotterdam op het programma staan, alvorens terug te keren naar Amsterdam voor het Red Light District en de nachttrein naar Parijs. Zijn mobieltje glipt uit zijn handen. Ik leg het terug. Hij mompelt iets en zakt zacht schommelend tegen mij aan. Ik ben opgevoed in een familie van tantes die de Jappenkampen hebben overleefd en die heel precies weten wat je in zo’n geval moet doen. Maar ik heb mijn samoerai zwaard niet bij mij en probeer in plaats daarvan zijn hoofd zo goed mogelijk te stutten. In Amsterdam wordt hij wakker, zegt een paar onbegrijpelijke dingen tegen mij en samen worstelen wij ons uit de trein.

Ik probeer nu door de drukte over veel te smalle perrons mijn volgende trein te halen. Die is vol, maar op het laatste moment ontdekt een stel Amerikaanse toeristen dat het in de verkeerde trein zit, wat mij twee plaatsen tegelijk oplevert en twee achtergelaten folders: Flowers of Amsterdam en City Guide of Haarlem. Vlak buiten het station komt het kopergroene gebouw van NEMO in zicht. Een paar banken verderop klinken kreten van herkenning. Kijk het NEMO. Naast mij aan de overkant van het gangpad zit een Amsterdammer. Hij buigt zich voorover. En van welke architect roept hij. Walt Disney roept een grappenmaker. De Amsterdammer hoort dit zogenaamd niet en geeft een hint: van welke Italiaanse architect? En om te voorkomen dat hem nog een keer de pas wordt afgesneden geeft hij ook maar meteen het antwoord: Renzo Piano. Heel goed. Tevreden leunt hij achterover.

De reis verloopt verder zonder incidenten en bij station Science Park begeef ik mij tussen de railrunners naar de uitgang. Een vader geeft de laatste aanwijzingen aan dochter en zoon. Rustig blijven en laten uitrazen, vang ik op. Ja en dan winnen in het eindspel, begrijpt zijn dochter. Maar als hij dan een gambiet speelt, twijfelt zijn zoon. Ik loop nu in de tunnel achter twee man die uitputtend hun en andermans ratings en de verhouding daartussen aan het wegen zijn en waar ik niet omheen kan. Totdat er een reus voorbij komt, die beide Arpads simpel opzij zet en zich zo een eenvoudige doortocht verschaft met mij in zijn kielzog. Ik zet er nu de benen in en terwijl de Elo-getalletjes langzaam achterop raken bereik ik eindelijk de rust van Anna’s tuin en ruigte in aanleg. Ik kan niet wachten tot die klaar is. Ik moet verder en ben net op tijd bij het Universum om gauw een boterham te eten, alvorens achter het schaakbord plaats te nemen tegenover een man met de prachtige naam Ansgar Mohnkern. De rest zal ik u besparen.

Alleen nog even dit. Mijn reis blijkt opeens een toonbeeld van gemak te zijn geweest, als Erik Schoehuijs nog net op tijd binnen valt. Zijn NS (no service) in het weekend was begonnen met de aanbieding van een busreis, die hij had afgeslagen omdat er bijgezegd werd dat hij niet gek moest opkijken van een half uurtje extra reistijd. Hij had dus heel slim voor een omweg gekozen, met de trein. De eerste overstap had hem hem toen twintig minuten gekost (een peulenschil in het weekend) en de tweede overstap zou nachtwerk zijn geworden (heel normaal in het weekend). Dus had hij in arren moede een taxi genomen van Amsterdam Centraal naar het Science Park. De taxichauffeur had nog nooit van dat oord gehoord, was vast komen te zitten in de wegopbrekingen en is zo samen met de NS verantwoordelijk voor het verlies van zevenentwintig euro en zijn partij tegen de grootmeester Stanislav Novikov, die uitgerekend nu en heel sluw met een Snake op de proppen kwam. Die kennis heb ik overigens van Peter Poncin, die het ook niet kan helpen dat hij zoveel weet. Erik had er nog nooit van gehoord. Tijdens de terugreis, die pesterig goed verliep, wist hij niet wat erger was: het verlies van zevenentwintig euro of die misselijke Snake.

Evgeny Alekseev wint het toernooi met 8 uit 9 vóór Erik van den Doel en Vitaly Kunin beiden met 7 uit 9. Lucas van Foreest scoort een IM-norm. Rob Bödicker behoort niet tot de prijswinnaars, maar hij levert een formidabele prestatie door 5½ uit 9 te scoren en een tpr van 2363, dat is meer dan 340 punten boven zijn laatst genoteerde rating.