Onnavolgbaar

“Zo mannen, zijn we er allemaal? In de wagens dan en eropaf! Heemstede 2, dat wordt een bloedbad.”

Zo’n ploegleider had ik nog niet meegemaakt. Die had er duidelijk de wind onder. Vorig jaar bij het eerste stond je gezellig bij het station te kletsen tot ver na de afgesproken tijd. We misten dan nog minimaal twee man, waarvan de een misschien wel rechtstreeks…of toch niet? Nou, dan ging iemand bellen en een ander ging een invaller achter de televisie vandaan trekken en de auto’s namen nooit dezelfde route en meestal zaten we dan iets te laat maar toch ontspannen achter de borden, want erg serieus was het allemaal niet.

“Voor hun dan.”

Dat hoorde nog bij dat bloedbad. We waren rijkelijk vroeg, vond ik. Het was net kwart over zeven. Iemand vroeg schuchter waar het precies was in Heemstede.

“Iedereen gaat met mij mee of rijdt achter mij aan. Kijk, hier heb ik het stratenboek, zie je die afslag, die moet je dus niet hebben, maar even verder weer wel en als je een bordje Bennebroek ziet, dan ben je te ver.”

Onze ploegleider reed in een Opel. Die volgden we dus een tijdlang, totdat die hele vreemde paden opging en we ons afvroegen of we de goede Opel wel in het vizier hadden. Daar had je mijn huis in de Rossinistraat in Heemskerk. Zou hij vergeten zijn dat ik al in de volgwagen zat en dus niet meer opgehaald hoefde te worden?

Nee we pakten de snelweg, door de tunnel, maar bij Haarlem er weer af. Nou werd het pas goed ingewikkeld. Onze ploegleider testte ons door zijn linker richtingaanwijzer te ontsteken en rechtsaf te slaan. Het bracht ons even in verlegenheid. Maar de opdrachten waren helder, dus we kleefden aan zijn bumper, wat er ook gebeurde. Even verderop deed hij voor de afwisseling zijn rechter richtingaanwijzer aan en sorteerde links voor. Maar er begon zich een patroon af te tekenen. Hij ging nu gewoon rechtdoor. Voorbij de afslag die we niet moesten hebben en voorbij de afslag die we wel moesten hebben en daar had je warempel het bordje Bennebroek.

Hadden we het verkeerd begrepen, moesten we soms uit tegen Zandvoort of misschien Zeebrugge? En waarom knipperde hij steeds met zijn remlicht? Gaf hij ons tekens? Waren het noodsignalen? Eindelijk stuurde zijn boordcomputer ons linksaf. En geloof het of niet: daar had je de velden van RCH, maar dan van de andere kant.

Het was bij achten. Gauw de auto aan de kant en tussen de hockeymeisjes en voetballende jongetjes door naar een vervallen kantine met vergane glorie en oude bekers en foto’s van Johan Neeskens. Dat hadden we niet moeten doen. Want toen waren we hem dus kwijt. En niet een beetje kwijt, echt helemaal spoorloos. Stonden we daar met vier man zonder opstelling en zonder coach. De mannen van Heemstede 2 wreven zich al in de handen.

Maar te vroeg gejuicht. Kwart over acht, daar was hij met in zijn kielzog drie verwilderde mannen, die oost van west niet meer konden onderscheiden en dolblij waren dat ze kaartlezer af waren. Dachten ze. De wedstrijdleider van Heemstede 2 vroeg om de opstelling. Onze ploegleider wendde zich tot een van zijn gewezen kaartlezers en vroeg om de opstelling. De arme ziel wist van geen opstelling. Hij had de hele rit het stratenboek vast moeten houden en dat lag nu in de auto en die auto stond… ja hoe moest hij dat nu uitleggen. Toch geen onredelijke plaats voor …, maar toen hij het zei, zag hij de bui hangen.

“Dat was het stratenboek niet, dat was de opstelling.”

Er begon zich opnieuw een patroon af te tekenen. Maar voordat we het helemaal konden doorgronden was onze ploegleider weer weg. Door het toilet, naar buiten.

“Begin maar vast, ik haal dat stratenboek wel op.”

Riep hij ons toe. Daar stonden we. Met z’n zevenen, maar nog steeds zonder opstelling en opnieuw zonder coach. Maar de opdracht was helder. Dus begonnen we alvast. We kregen elk een consumptiebon. Ik herinnerde me een vorige wedstrijd op deze plek. Een oude man had mij gevraagd of ik trek in koffie had. En toen ik had geantwoord: dat is vriendelijk van u, ja graag, had hij mijn consumptiebon weggegrist en was één koffie gaan halen. Maar dit terzijde. Want na een kwartiertje was onze ploegleider terug. We hadden het vierde bord voor hem open gelaten. Dat was dus schrikken voor Heemstede en helemaal toen onze man een dik notatieboek naast zijn bord legde. Bemoedigend knikte hij ons toe en met een snelle opening probeerde hij ons in te halen.

“Blunder… een blunder….”

HSC ne irrideamurNog geen half uur later. Onze ploegleider liep verwilderd rond in de vervallen kantine met de vergane glorie en de oude bekers en de foto’s van Johan Neeskens. Heemstede 2 wreef zich in de handen. Ne irrideamur, stond er op hun notatieblaadjes. Dat men ons de draak niet steke. Onze coach had even niet opgelet. Ver voorbij Bennebroek was hij nu. Het lachen stond ons nader dan het huilen. Maar de opdracht was nog steeds glashelder. Dus we wonnen de wedstrijd, ondanks onze coach.

Thuisgekomen vertelde ik mijn verhaal aan Nanny. Van de gewonnen partij en onze nieuwe coach en van de oude mannen en de consumptiebon en van Bennebroek en die rare boordcomputer en van de hockeymeisjes…Zij keek bedenkelijk en zei: ik denk niet dat je de volgende keer mee mag.

 

ES/07/10/2003