Men denkt zo luchtig over dit spel

We moesten met Excelsior tegen Bakkum. Die club speelt in het Biljartcentrum aan het eind van de Stetweg, vroeger op dinsdagavond, maar nu op maandagavond, want de schakers hadden op dinsdagavond last van de biljarters. Die maakten te veel herrie. Dat is trouwens wel gek. Want ik weet nog goed dat we een keer bij ZSC/Saende in het BOKO biljartcentrum op bezoek waren en we gelijk bij binnenkomst de pin op de neus en een wasknijper op de lippen kregen om stil te wezen, want er werd gebiljart! Nu is dat dus omgekeerd. Tijden veranderen.

“Ha, daar heb ik u door. Die is uit Ongelofelijkheden in Helmond, waar ik me, het moet 1960 geweest zijn, na de bloedstollende biljartwedstrijd tussen kleine Keesje de Ruiter en Piet van de Pol met de laatste nog wat onderhield, nadat hij zijn partij op 184 caramboles had moeten afbreken omdat een prolurk in het publiek een lucifer afstreek en het prompt gedaan was met de concentratie.”

(Bas van Kleef op bezoek bij Bomans)

De avond begon veelbelovend. Al gelijk viel het licht in de toilletten uit, kon de koffie die we zelf moesten zetten niet warm gehouden worden en deed de verwarming het niet meer. Er was een stroomstoring, zo werd er omgeroepen. Ik was snipverkouden. Dit kon er ook nog wel bij. Ondertussen raasde er met een zekere regelmaat een trein voorbij. De stroomstoring strekte zich niet uit tot op het spoor.

Ik was als eerste klaar. Dat lag voornamelijk aan mijn tegenstander. Die trakteerde mij op een Bird, speelde snel en wist wat hij moest doen. Ik kreeg het er benauwd van. In vijftien zetten waren we zo’n beetje uit de opening en had ik het beestje zijn snavel uitgetrokken. De vogel was na de eerste zet niet verder gekomen dan de derde rij. De vierde rij was niemandsland en daarachter zat ik dus te wachten. Lastig hoor. Moet je ‘m gaan halen of komt ie zelf?


Hij had nog een keer niks kunnen doen met b3 of Lc1. Of hij had dat paard aan de zijlijn terug kunnen fluiten. Hij had ook c4 of d4 kunnen spelen of Dg3. Maar ik had zo’n flauw vermoeden dat hij wat anders ging doen. Die batterij op de f-lijn stond er niet voor niks en ik had expres veldje g5 voor hem open gelaten. Het werkte als een magneet.

16. e3-e4 d5xe4 17. Ld2-g5 e4xd3 18. Lg5xf6 Lg7xf6 19. Le2xd3 Lf5xd3 20. Df2xf6 Dd8xf6 21. Tf1xf6

Zo dat ruimde lekker op. De stroomstoring was voorbij. De koffie liep weer door en ik kreeg het wat warmer. En na het geplande 21. … c5-c4 kon er eigenlijk niets meer mis gaan.


Hij had zich nu moeten verdedigen met de torens op de tweede rij en het paard naar c2, maar hij deed 22. Pa3-b1 en was na 22. … Ta8-e8 23. Pb1-d2 Te5-e1+ (en nog wat zetten) het haasje.

Zo, dat was dan mijn laatste bondswedstrijd in afgelegen zaaltjes op een doordeweekse avond en met het daarbij behorende tempo. Het is aan mij niet besteed. Ik heb het een tijd geprobeerd. Het ging niet.

“Men denkt zo luchtig over dit spel. Ieder, die ‘s avonds, bij lamplicht, een beetje zit te schuiven, denkt: kijk, ik schaak. Dat is eenvoudig belachelijk.”

(Godfried Bomans in: Wat denkt een meester er van?)