Lekker bezig

Bakkum-Bergen

De vierde wedstrijd van het zaterdagteam van de schaakclub Bakkum voegde een nieuw hoofdstuk toe aan het verhaal “Wat er allemaal mis kan gaan in het souterrain van de KNSB”. Om maar met de deur in huis te vallen: die zat op slot. We konden ons hok aan de Van Speykkade niet in. En toen we er wel in konden, een vroege biljarter had ons toegang verschaft, zat ook de materiaalkast op slot en ook daarvan hadden we de sleutel niet bij ons. Martin Oudejans ging Henk van der Eng bellen.

O ja, even tussendoor, niet onbelangrijk, Bergen 2 had gebeld dat ze maar met zes man kwamen. De rest was ziek, zwak, misselijk of uitbesteed. De eerste twee borden gaven ze op. Dus onze eerste twee man, Andre Breedveld en Henk van der Eng, kregen vrijaf van Martin, die niet kinderachtig wilde doen. Maar Henk moest nu dus toch komen met de sleutel van de kast.

Daar was Henk. Opgewekt als altijd. “Lekker bezig jongens, ik heb jullie toch een sleutel gegeven, waarom neem je die dan niet mee. En waarom spelen Andre en ik niet? Bergen gaat natuurlijk ook schuiven met de opstelling.” Sorry Henk. Rustig maar Henk. We staan met 2-0 voor. Henk besloot dat we voor straf na afloop niet uit eten gingen. Toen zag hij mij staan. Hij klaarde opeens helemaal op. “Wat ga jij nou doen Evert, dat wordt zeker hond in de pot, moet je niet even bellen?” Hoe wist hij dat nou? Ik ging wel een patatje halen.

We hoefden dus maar zes tafeltjes neer te zetten. Dat kwam goed uit, want we waren laat. En we moesten die vermaledijde klokken nog instellen. Dat was nog een heel gepruts. Met de handleiding erbij. En het gaf sommige teamleden de gelegenheid om met elkaar kennis te maken. Nico Pos had alleen de eerste wedstrijd meegedaan en Jan Koopman zat toen nog in Griekenland. Nico nam plaats op het derde tafeltje achter de zwarte stukken. Jan dacht dat Nico bij Bergen hoorde en begon dus omstandig uit te leggen dat het derde tafeltje eigenlijk het vijfde bord was en dat de uitspelende vereniging op de oneven borden wit had en de thuisspelende vereniging zwart. Oké, zei Nico die geduldig had geluisterd, dan zit ik goed, ik ben van de thuisspelende vereniging. En jij?

De wedstrijd dan maar. Die was zonder onze kopborden van een beduidend minder hoog niveau dan we gewend zijn. Bakkum parkeerde de bus en scoorde twee (Pim Hoff en Martin Oudejans) snelle remises. Toen verloor Nico Pos. En Jan Koopman ging ook niet al te lekker. Gelukkig won Erik Breedveld heel knap, dus we hadden vier punten. Nou nog een halfje. Het zou toch niet… Ik kreeg het er benauwd van. Mijn tegenstander vergaloppeerde zich en bood remise aan. Ik keek naar onze captain. Hij schudde zijn hoofd. Dus ik deed braaf nog een zet, waarop mijn tegenstander vloekte, de stukken op een hoop veegde en me de hand schudde. Hij was herstellende van een staaroperatie en zag het allemaal nog niet zo goed. Tranende ogen.

En er waren toeschouwers. Hans Leeuwerik kwam kijken met twee zeer welopgevoede honden. Ik moest denken aan de verjaardagen vroeger bij mijn vader en moeder thuis. Mijn moeder had alles netjes klaargezet en dan kwamen de tantes met de dalmatiërs Bruna (met de bruine stippen) en Kuçka (met de zwarte stippen), die met hun staarten enthousiast alle ingeschonken koffiekopjes van de salontafel veegden. Precies de goede hoogte hadden die honden. Vond ik. Mijn moeder niet. Alles in gruzelementen. Dat deden de honden van Hans niet. Die waren ook kleiner.

En Fred Kok was er. Hij temperde onze hoge verwachtingen. Kijken of deze overwinning stand houdt, zei hij. Zes tafeltjes in plaats van acht, dat vraagt om moeilijkheden. Afwachten wat de regels van de KNSB hierover te zeggen hebben.

De allerlaatste mohikaan was Jan Koopman. Hij is onze moedigste strijder en ons meest enthousiaste lid. Maar hij streed hier een verloren strijd. Kijk maar. De overmacht van Bergen was te groot. Mogen jullie niet opgeven vroeg Bergen aan mij. Nee, zei ik, dat mag niet. We mogen nooit opgeven.Vaak ook geen remise aannemen. En al helemaal niet aanbieden. Tenzij om tactische redenen. Opgeven is niet tactisch. Dat moet je zo lang mogelijk uitstellen.