In de Amoriaan

Wil Ersson

In de Moriaan, tijdens het Hoogovenstoernooi van 1983, laten vier Excelsiorianen zich ernstig ringeloren. Ersson weet niet wat hij hoort (“Mevrouwtje wat kan u goed schaken”) en ziet (“Berends baard die ‘s morgens nog strijdlustig had gestaan hing nu verslagen omlaag”). Vol verbazing doet hij verslag.

Op de eerste dag van het Hoogoventoernooi ben ik samen met Bron en Ruiter naar Wijk aan Zee gereden. Onderweg sprak Bron ons moed in en wees op het feit, dat een overwinning op de eerste dag een stimulans voor het verdere toernooi zou zijn. Ik ben daar zelf wel in geslaagd, maar beide anderen niet. Zij hadden vrouwelijke tegenstanders getroffen. Nu is dat op zichzelf niet zo erg, maar de voorzitter, die zich anders bij een nederlaag de hevigste zelfverwijten maakt, verklaarde met een dromerige blik dat een nederlaag op de eerste dag niet erg was. En terwijl hij met zwevende stappen wegliep meende ik hem zachtjes “Een beetje verliefd” te horen neuriën.

Maar hoe zat het met Ruiter? Was hij ook voor vrouwelijke charmes gevallen? Zij had de aanvallige leeftijd van 85 jaar en speelde al mee toen Ruiter nog in de schoolbanken zat. Maar ja, je weet maar nooit. Er zijn mannen die voor oudere vrouwen vallen, dus waarom onze Kees niet. Ik kwam net op het moment dat hij haar wilde feliciteren met de overwinning. Met honingzoete stem zei hij: “Mevrouwtje, wat kan u goed schaken”. Waarop de Old Lady vinnig antwoordde: “Ja, wat had je dan gedacht”. Het was duidelijk, als er sprake was van romantiek, dan niet van haar kant.

‘s Avonds in de auto naar huis dacht ik het zijn gewoon een paar sukkels die niet kunnen schaken. Maar toen wist ik nog niet wat het lot nog voor Excelsior in petto had, namelijk dat onze twee clubkampioenen ook zouden sneuvelen tegen twee mooie dames.

Het volgende slachtoffer was Schmit. Nu hadden wij ons in de loop van de week al zorgen gemaakt, dit was niet onze oude Evert die daar met afwezige blik in de ogen achter het bord zat, hij leek wel betoverd. Op de dag dat hij tegen haar spelen moest, leerde één blik op het bord, tijdens de opening al, dat het mis moest gaan. Dit was niet zijn befaamde vierpionnenspel, maar één of ander romantisch gambiet. Toen ik later op de middag nog eens ging kijken was zijn stelling een ruïne. Terwijl zijn koning in doodsnood verkeerde en hijzelf in blessuretijd speelde, deed hij op a- en b-lijn de meest vreemdsoortige pionzetten. Na zijn nederlaag was het duidelijk: hij moest hier weg. De voorzitter stapte daarom vastberaden op hem toe en zei met krachtige stem: “Kom Evert, we gaan naar huis, er is nog plaats in de auto”. Maar Evert antwoordde, terwijl hij naar zijn overwinnares op blikte: “Nee, wij blijven nog wat analyseren”. De betovering was nog niet verbroken.

De volgende dag ben ik even gaan kijken of er nog meer Excelsior-leden tegen dames moesten spelen. Het was er gelukkig nog maar één: Berend. Over hem maakten wij ons niet ongerust. Deze koele harde vechtjas, gestaald in vele correspondentiepartijen, zou nog niet stuk gaan al ging Vanessa zelf achter het bord zitten. Zondagmorgen toch nog even voor de zekerheid gevraagd wat hij er zelf van dacht. “Winnen: zei hij, en hij stak zijn baard strijdlustig naar voren. Gerustgesteld begon ik aan mijn eigen partij.

Toen ik na een uurtje naar Berend keek, viel het mij op dat hij met stralende ogen en charmant lachend achter het bord zat. Van de grimmige vechter die hij anders is viel niets meer te bekennen. Ongerust stond ik op, zou hij nou toch ook … Maar hoe zijn gemoedstoestand ook was, zijn stelling was prima. Verliezen was uitgesloten. Dat dacht ik tenminste, maar toen ik even later weer eens keek, stonden er al enkele clubleden vol ongeloof en verbijstering rond zijn bord.

Ik ging kijken wat er aan de hand was en hoorde haar met een stem, die een ijsberg had doen smelten, “schaak” zeggen, waarna ze met een lieve glimlach heel zijn koningsstelling opruimde. Berends baard die ‘s morgens nog strijdlustig had gestaan hing nu verslagen omlaag. Maar dat was maar voor even. Toen schudde hij haar elegant de hand en maakte haar in bloemrijke taal complimenten over haar spel. Waarop zij met een verrukt stemmetje antwoordde: “O, je krijgt een pilsje van me”, waarop ze samen verdwenen uit het strijdgewoel.

Eén ding is mij wel duidelijk: sommige leden staan wel hun mannetje, maar niet hun vrouwtje!


De andere afleveringen in deze serie:

Excelsior ingebonden
Jus d’orange
Sightseeing de Zaanstreek
De man met de broodjes
Hij dacht geloof ik met computer te doen te hebben
Open Heemskerks schaakkampioenschap 1982
Koningsclub het snoepje van het jaar

Voor Excelsior, schakers sinds 1955, maar nu niet meer