Artis de Partis snapte er geen hout van


Op 11 juli 1972 begonnen Robert James Fischer en Boris Vasiljevitsj Spassky in Reykjavik hun tweekamp om de wereldtitel schaken. Donner gaf commentaar in het Psychologisch Laboratorium van de Universiteit van Amsterdam aan het Weesperplein. Ik ging kijken. Bij de ingang stond een bord waarop eerste partij remise stond. Ik was te laat. Dacht ik.

Op het demonstratiebord stond de stelling na de negenentwintigste zet b4-b5 van Spassky. En op de telex verscheen de zet Ld6xh2 van Fischer. Het zaaltje was in rep en roer. Niks remise. Ik was dus toch op tijd. Was dit een blunder uit balorigheid of toch weer geniaal? We wisten het even niet. De telex zweeg nu in alle talen. Nam het apparaat ons in de maling? Bestond IJsland nog? We werden door grootmeester Donner getrakteerd op de wildste varianten, waarbij hij met voorbeelden uit eigen praktijk probeerde aan te tonen dat de zet misschien niet geniaal maar toch zo gek nog niet was, waardoor wij kiebitzers steeds openlijker begonnen te vermoeden dat het dus wel een blunder moest zijn. Een beetje lacherig maar ook met groeiende bezorgdheid wachtten we de correctie af. Die niet kwam.


*

Eline Roebers in Amsterdam spelend voor VAS twee dagen voor haar vertrek naar het WK jeugd in Mumbai


De afgelopen week volgde ik het wereldkampioenschap voor de jeugd in Mumbai India. Ik moest het doen met de aandacht die ChessBase eraan besteedde, de aardige verslagen van Jan Roebers (Schaakuitzendingen) en de live stream van de partijen op ChessBomb. Dat was vooral in het begin geen pretje. Zeg maar een ramp. Er klopte helemaal niets van. De gekste zetten werden ons voorgeschoteld. Zo stom waren die jongens en meisjes toch niet? En dan waren ze daar in India helemaal de draad kwijt en hielden ze er gewoon mee op. Tegen het einde, Eline Roebers voerde de ranglijst van de meisjes tot en met 14 aan, begon ook Schaaksite zich er wat meer mee te bemoeien. En toen ging het mis. Eline verloor haar laatste twee partijen.

Dit is de stand na de veertiende zet van wit in de partij van Eline Roebers tegen Bat-Erdene Mungulzun uit Mongolië in de voorlaatste ronde. Op mijn scherm verscheen 14… Pb6-c4. Kat in het bakkie. Dat zag een kind. Maar toen zou Eline 15. Pd4-b3 hebben gedaan? Dacht ik niet. Daar kwam het paard net vandaan. India nam een loopje met ons. En herstelde de fout met 15…. Pc4-b6 16. Pb3-d4. Klopte natuurlijk voor geen meter, maar zo zaten we weer in het goede spoor en zwart deed paard slaat paard. Als Eline dadelijk in tijdnood nou maar doorspeelde tot en met de 42e zet dacht ik nog, wat natuurlijk onzin is, want die twee gekke zetten zijn natuurlijk in het echt nooit gespeeld. De commentatoren in Nederland dachten van wel en analyseerden de “gemiste kans”. En daar snapte Artis de Partis echt helemaal geen hout van.