Wijkertoren kampioen

Afgelopen zaterdag won het eerste team van de Wijkertoren met 5-3 van Laurier-Gambiet, waarmee op de valreep het kampioenschap in de tweede klasse B van de KNSB werd behaald. Hierboven is de matchwinnaar Dennis Ruijgrok in gesprek met Sjoerd Plukkel. Zij vormden de winnende tandem op het derde en vierde bord.

De scheidsrechter

Aan het begin van de middag maakte de wedstrijdleider het zich gemakkelijk. De telefoons mochten in de zak blijven, hij wilde ze alleen niet horen.

Rick Duijker

Het eerste bord was in goede handen van Rick Duijker. Hij boekte een soepele remise, tussen de niesbuien door.

Erik Schoehuijs

Erik Schoehuijs speelde sterk, totdat hij pardoes een toren weggaf. Zijn tegenstander pakte, maar moest onmiddellijk daarna in remise berusten: eeuwig schaak. Het bracht de Wijkertoren op de drempel van de winst, maar het was niet helemaal naar Eriks zin.

Dennis Ruijgrok

Dennis Ruijgrok is de sterkste van het stel. Hij speelde weer een eindspel om van te watertanden. Zijn tegenstander kon er ook niets aan doen. Hij moest doorspelen ook toen het al lang niet meer ging.

Sjoerd Plukkel

Sjoerd Plukkel kreeg in de opening een pionnetje cadeau. Even later pakte hij er nog een, na rijp beraad, want toen moest hij wel even goed opletten. Maar hij had het goed gezien.

Jimmy van Zutphen

Jimmy van Zutphen is onherkenbaar. Hij wint plotseling al zijn partijtjes. Dus ook deze. Heel eenvoudig. Met een vrijpion en net als we denken, hoe moet dat verder, met een dansend paard en een vrolijk rondje door de piste. Topscorer.

Bastiaan Veltkamp

Bastiaan Veltkamp probeerde het ook. Alleen kwam zijn paard een beetje buiten de piste terecht. Want toen het mee moest verdedigen, kon Bastiaan fluiten wat hij wilde, maar het beestje kon hem niet meer helpen.

Thomas Broek

Thomas Broek is niet bang. Hij zette zijn koning lang gerocheerd helemaal in de hoek en toog ten aanval. En met succes. Een toren leverde het hem op. Zijn tegenstander wist niet dat je op mocht geven, daar had de wedstrijleider niets over gezegd. Werd Thomas toch nog even een beetje zenuwachtig.

Bart-Piet Mulder

Bart-Piet Mulder had nog niet gegeten. Gaf niet, hij speelde zijn lijfvariant. Maar toen hij al of niet gedwongen zijn dame inleverde voor twee torens bleek het bij hem plotseling een onsamenhangend zootje te zijn. Al zijn pionnetjes gingen er van af. Jammer.

ES/25/04/2015

Plukkel!

Het open SPA Chess Tournament 2012 in Amsterdam is voor Sjoerd Plukkel een daverend succes geworden. Met zes en een half punt uit negen partijen werd hij gedeeld derde in de A-groep, met een onwaarschijnlijke TPR van 2561, de hoogste in het veld. Hij verloor alleen tegen de toernooiwinnaar Hungaski. Maar tegen de grootmeesters Pruijssers, Antal en Haslinger scoorde hij twee uit drie! Zijn partij en bijbehorende ontsnapping tegen Antal was bloedstollend. Tel daarbij nog wat remises tegen een paar hele en halve meesters en het feest was compleet. Nog voor de negende ronde had hij zijn (eerste) meesternorm te pakken. Het inspireerde hem om in de laatste ronde nog eens vernietigend uit te halen. De arme Haslinger, als tweede geplaatst, kwam er niet aan te pas.

Na afloop vertelde hij dat hij bijna niet had meegedaan, omdat hij moeilijk vrij kon nemen van zijn werk en dat hij daarom een beetje half om half had gedaan: ‘s morgens van zes tot tien werken en ‘s middags dus schaken. En dat hij ook niet wist waarom het opeens zo goed was gegaan.




Op het terras van het café De Oerknal, onder de speelzaal, zaten twee anonieme schakers hun partijen te bespreken. Ze snapten maar niet waarom hun openingen zo vaak in doodsaai spel en erger nog in regelrecht verlies verzandden. Weet je, zei de één, ken jij die Plukkel? Nee, zei de ander, hoezo? Nou vervolgde de eerste, ik kom die naam wel eens tegen in mijn database met de meest fantastische openingen, ik dacht: dat moet ik ook eens proberen. Nee joh, zei de tweede, dat wordt niks, dat is het ook niet. Hoe zei je dat ie heette?

De man die voor zijn plezier speelde

Indrukken van een toeschouwer

Wijk aan Zee. De eerste twee teams van De Wijker Toren spelen een thuiswedstrijd, dat zijn achttien vaak onbegrijpelijke partijen. Maar dit keer niet, want vrijwel onmiddellijk wordt mijn aandacht getrokken door een man die voor zijn plezier speelt, met alle stukken netjes op hun plaats. Hij kan er niet van af blijven, ook als hij niet aan zet is. Zo, die kan ook nog wat rechter, of zijn tegenstander het niet erg vindt. Nou, die vindt het geen probleem, maar vanaf dat moment gaan de stukken ongemeen zwierig – ik deed het niet met opzet, zou de dader later toegeven – over de velden. Vooral de paarden maken rare sprongen. Niet in toom te houden eigenlijk. Totdat de man die voor zijn plezier speelt er genoeg van heeft. Zo wil ik niet verder spelen, briest hij, ik dien een protest in. De wedstrijdleider moet er aan te pas komen. In ben in tijdnood en alle stukken staan scheef, huilt de man die voor zijn plezier speelt. Op de gang komt hij tot bedaren. Hij zal het nog één keer proberen. De partij gaat verder en de wedstrijdleider staat er nu met zijn neus bovenop. De Wijker Toren is aan zet. Meteen gaat het fout. De paardzet is onberispelijk, het indrukken van de klok ook, maar daarna het extra op zijn plaats zetten van het paard niet. Zie je wel, nou doet hij het weer, roept de man die voor zijn plezier speelt, niet geheel naar waarheid, want hij is zelf degene die dat steeds heeft gedaan. Maar de wedstrijdleider grijpt in. De man die voor zijn plezier speelt krijgt er een minuut bij. Daarmee haalt hij op het nippertje de tijdcontrole en de gemoederen lijken gesust. De paarden springen zoals het hoort en alleen de man die voor zijn plezier speelt zet ze nog wel eens recht nadat hij de klok heeft ingedrukt, maar alleen als er niemand in de buurt is en voor de zekerheid mompelt hij j’adoube. Totdat de Wijker Toren paardwinst mist en vals de zetten herhaalt om te proberen de stelling opnieuw op het bord te krijgen. De man die voor zijn plezier speelt gaat vragen of hij remise mag maken. Dat mag. En zo verliest de man die voor zijn plezier speelt alsnog zijn paard. Nu zijn de rapen gaar. Het winnende paard gaat parmantig en overdreven precies over de velden, maar neemt soms wel een raar omweggetje. Het hoofd van de man die, naar eigen zeggen, voor zijn plezier speelt wordt steeds roder. Hij ontploft. Tegen zo’n galbak speel ik niet verder, verklaart hij en met de wedstrijdleider in zijn kielzog verlaat de man die voor zijn plezier speelde het toneel.


(eerder gepubliceerd op de website van De Wijkertoren, november 2008)