Benjamin Bok houdt huis in Heemskerk

 

Benjamin Bok

De jaarlijkse schaaksimultaan in Heemskerk, georganiseerd door HSV Excelsior, is met grote overmacht gewonnen door Benjamin Bok.

De grootmeester nam het op tegen 33 tegenstanders, deed dat zeer serieus en vatte aan het slot de zaken treffend samen: hij prees de tegenstand, maar had het niet moeilijk gehad, op twee partijen na, in de één omdat hij pardoes een toren weggaf en toen genadig remise aangeboden kreeg, in de ander omdat hij de stand niet helemaal vertrouwde en zelf maar remise aangeboden had.

Han Kemperink en Peter Uylings geïnterviewd door Joop Zonneveld

Twee remises dus. Een van Peter Uylings met zijn gebruikelijke bravoure en een gelukje. En een van Nico Kuijs die een voorbeeldige partij speelde. Meer zat er niet in. Bijna was het ook Thomas Broek nog gelukt, maar hij bleef als laatste over en was toen het haasje, net zoals dertig anderen daarvoor.

Thomas Broek heeft zojuist zijn laatste zet gedaan

Toch was het wederom een geslaagd evenement dat dit keer vanwege het onbestendige karakter van het weer niet buiten maar binnen, in de Jansheeren, werd gehouden.

De grootmeester doet het op zijn gemak …
… maar toch stapelen de zorgen zich op

Soms werden de zetten genoteerd en soms ook niet. Vaak was dat maar beter zo. Want je kon lelijk in de war raken. Jan Verhoeven had een zet genoteerd. Toen de grootmeester aan zijn bord verscheen dacht Jan daarom dat hij die zet al gedaan had. Hij keek naar het bord, hij bestudeerde zijn notatie, keek nog eens naar het bord en begon toen heel onrustig om zich heen te kijken op zoek naar steun. Hij vond de zet niet terug op het bord en begreep er niets meer van. Fout fout ik heb het helemaal verkeerd gedaan, mompelde hij, ik geef op. Benjamin Bok die geduldig had staan wachten zei voorzichtig: volgens mij bent u aan zet. Dat luchtte Jan enorm op. In dat geval speelde hij nog even door.

Zijn buurman, die alles geamuseerd had zitten bekijken, had het probleem met de notatie al veel eerder opgelost:

d4 d5 nog bekend, daarna draad kwijt geraakt

Gelukkig had Nico Kuijs zijn zetten wel gewoon genoteerd. Op een paar na. Daar slaan we dus een slag naar. Waarschijnlijk weet Benjamin ze nog wel.

Nico Kuijs speelt remise

Nico komt uitstekend uit de opening. Heeft hij die bestudeerd? Maar ook daarna blijft hij prima op de been. Benjamin kan geen vuist maken en op het laatst vertrouwt hij het niet meer en biedt remise aan. Nico krijgt daardoor het vermoeden dat hij goed staat, maar neemt het aanbod van de grootmeester toch maar aan.

Verder was er wel veel overleg, maar weinig resultaat:

De grootmeester is te sterk voor ons. Hij gaat nu World Cup spelen in Georgië.

Bart-Piet Mulder wint Open Rapidkampioenschap van Heemskerk


Het Open Rapidkampioenschap van Heemskerk is voor de derde achtereenvolgende keer gewonnen door Bart-Piet Mulder. Dit keer niet zonder moeite maar met een bovengemiddeld doorzettingsvermogen en een gezonde dosis geluk.

Een half punt achter de winnaar eindigden Richard Schelvis, Thomas Broek en de verrassend goed uit de hoek komende Berend van Maassen, nog vóór Cas Kok, Paul Lieverst en Marcel Duin  (Berend wat maak je ons nou? Ja, hoe ouder hoe gekker, ik begrijp het ook niet).

Bart-Piet Mulder voerde van begin tot einde het veld aan, ondanks verlies in de zesde ronde tegen Thomas Broek. Maar de laatste ronde bracht toch nog even het verlangde vuurwerk. Cas Kok had Bart-Piet bijna te pakken. Acht seconden had Cas nog. De stukken vlogen over het bord. Bart-Piet moest zijn laatste stuk geven om onmiddellijk verlies te voorkomen. Het leek uitstel van executie. Maar misschien ging Cas door de vlag. Dus probeerde hij met zijn koning uit de hoek te ontsnappen naar open veld. Alleen, hij stond pat! De actie was zonder meer spectaculair en gedurfd, maar ook overbodig en bovendien niet toegestaan. Cas zei “claim” en sloeg de koning van Bart-Piet. 

Toen had je de poppen aan het dansen. Een koning mag je niet slaan. Of kán je niet slaan, dat beletten de regels. Maar Cas had toch claim gezegd! Was het een onreglementaire zet? Die van Bart-Piet of die van Cas? En welke straf staat daar op? Deed het er allemaal nog toe? De partij was toch eigenlijk al geëindigd door het pat? Maar er was doorgespeeld! Of kon je dat zo niet noemen? Waar was de scheidsrechter en waar de reglementen? De spelers, die zich rustiger gedroegen dan de omstanders, besloten uiteindelijk een extra snelschaakpotje te spelen. Dat werd keurig remise.

(Cees Verhoog heeft een schitterende video van het spektakel geplaatst op YouTube, ga kijken en laat hem zien op de scheidsrechterscursus)


De wisseltrofee, een magnum Gouden Cuvée van de Keizer, kwam zodoende definitief in het bezit van Bart-Piet Mulder. Maar ook nu weer voor heel even. Moest de fles de vorige twee keer onmiddellijk weer ingeleverd worden, nu werd hij uitgeschonken voor de liefhebbers onder de deelnemers aan het toernooi, de glazen stonden al klaar, samen met de bitterballen. Zo werd het seizoen van de organiserende vereniging Excelsior in stijl afgesloten.

Marcel Duin kampioen van Excelsior

Marcel Duin is fluitend kampioen van Excelsior geworden, twee ronden voor het einde en nog altijd ongeslagen! Om daar iets aan te veranderen, niet aan het eerste, dat kon niet meer, maar aan het tweede, bracht ik in de voorlaatste ronde (met zwart) grof geschut tegen hem in stelling.  Dertien zetten lang hoopte ik op een wonder en toen zette hij mij met een even prozaïsche als ontnuchterende zet op mijn plaats. Een echte kampioen breng je niet zomaar aan het wankelen.

Marcel proficiat!

The Worse Things Get The Harder I Fight

Onze club heet Excelsior. Dat is Latijn voor steeds hoger. Maar het omgekeerde is het geval. Wij zijn met ons eerste het vorig seizoen gedegradeerd naar de tweede klasse. Voor een jaartje dan, want het kon niet anders of we zouden op onze slofjes…

Wij openden met een verpletterende nederlaag tegen het perfide ZSC/Saende 3 dat daarna alleen nog maar eigen potten brak. En in onze tweede wedstrijd werden wij in Zandvoort door een ondoorzichtige combinatie van de Chess Society en de Haarlemse Jopen opnieuw in een hinderlaag gelokt. Het roer moest om en de volgende wedstrijd vierden wij feest in Hillegom tegen het sympathieke De Uil 3. Later bleek dat van nul en generlei waarde te zijn, want het  veel te sympathieke De Uil zou al zijn wedstrijden verliezen. En tot overmaat van ramp gingen wij tegen de verraderlijke Heemsteedse Schaakclub opnieuw voor schut.

Het roer moest ten tweeden male om en niet zo zuinig. Wij schakelden over op de zogenaamde tactische opstelling. Het wapen van de zwakke broeders. Dat zijn wij natuurlijk helemaal niet, maar nood breekt wet en als dan niemand in deze wereld nog respect heeft voor kwaliteit dan moet het maar zo. En geloof het of niet: deze aanpak, die zelden iets goeds oplevert, bleek in onze handen puur goud. Wij wonnen van het alleraardigste Spaarne 2, speelden op ons gemak gelijk tegen de kampioen Kennemer Combinatie 4 en hadden het in de laatste wedstrijd tegen het onvoorspelbare HWP 5 opeens weer in eigen hand. Maar dan moest er gescoord worden, want de rest had in een doortrapte combine zodanig de punten verdeeld dat we nog steeds een na laatste stonden.

Sociëteit De Vereeniging. Mijn lofzang over deze lokatie in vroeger tijden is bekend, mijn klaagzang over de teloorgang in later tijden ook. Nu rest slechts verbazing. Ooit verklaarde ik na een bezoek aan deze prachtige speelzaal nooit meer in duistere krochten te zullen spelen. En nu vond ik mij uitgerekend op deze plek terug in zo’n … Het zijn niet mijn woorden, het zijn de woorden van de wedstrijdleider, die ons ook nog wees op de sfeerverlichting. Een eufemisme voor een verzameling uitgedoofde sterren in een zwart gat.

Ergens ontbrak in de beginstelling een toren. Het werd pas ontdekt toen er hulplampen opgesteld waren met draden waar je over struikelde en de wedstrijd begon. Ik had zwart en tastte dus compleet in het duister. Wat heb je gedaan vroeg ik mijn tegenstander. Hij zei ruilvariant. O dacht ik, dan heb ik zeker weer eens Frans geopend en in mijn hoofd klonk hoe moeilijker het wordt hoe verbetener de strijd.

Op onze topborden (wij hadden dit keer verrassenderwijs voor een normale opstelling gekozen, ja wij zijn niet van gisteren) namen Ruud Eisenberger en Marcel Duin het er van. Twee remises. Zou je ze niet. Martien Herruer: verloor. Frans Koopman: hield niet over. En ik liep bijna in een gemene truc van mijn tegenstander die kennelijk meer zag dan ik. Maar in mijn hoofd klonk…

En toen waren daar plotseling de gezegende overwinningen van Johan Buis en Louis Witte en de wonderbaarlijke zege van Henk Kos. Daar heb je wat aan. Ik bood remise aan. Mijn tegenstander ging nu blind voor de winst, waarbij hij zijn dame even uit het oog verloor. Hij zag toch minder dan ik dacht. En in mijn hoofd klonk…

The Worse Things Get, the Harder I Fight, the Harder I Fight, the More I Love You (Neko Case)

Het is ongelooflijk wat zo’n iPhone in het donker nog ziet. Jammer dat ik ‘m niet aan mocht hebben.

 

Stayokay rapidschaaktoernooi -2-

Richard Schelvis wint in de laatste ronde van Cas Kok

Het Stayokay rapidschaaktoernooi van de Heemskerkse Schaakvereniging Excelsior in Slot Assumburg is gewonnen door Richard Schelvis. Hij bleef ongeslagen, evenals zijn clubgenoot en naaste belager Bastiaan Veltkamp, die echter een halfje te kort kwam.

In de tuin van Slot Assumburg

Zie voor de volledige einduitslag de website van HSV Excelsior

Stayokay rapidschaaktoernooi -1-


Na de eerste dag van het Stayokay-rapidschaaktoernooi in Slot Assumburg, georganiseerd door de Heemskerkse Schaakvereniging Excelsior, gaan Erik Schoehuijs en Richard Schelvis gezamenlijk aan de leiding met 4½ punt uit 5 partijen. Zij speelden in hun onderlinge partij remise. Een half punt minder hebben Paul Lieverst, Thomas Broek en Bastiaan Veltkamp. Morgen volgen er nog vier ronden.

Donker Schalkwijk

Aan het begin van de avond hebben wij ons verzameld in de Jansheeren. Heren, het is vanavond geen schaken maar bridgen, zegt de barman. Nee, grommen wij, voor ons is het erop of eronder. Zijn jullie er klaar voor, vraagt Frans Koopman. Ruud Eisenberger is preciezer: er mag dit keer niet verloren worden. En al helemaal niet binnen een uur, voegt hij er aan toe.

Louis Witte (met wit) tegen Paul Neering (met zwart)

Hij doelt op Louis Witte die zijn vooruit gespeelde partij de afgelopen maandag op die manier heeft afgeraffeld. Is dit een dubbele waarschuwing of kunnen we kiezen? Aan het gezicht van Ruud te zien niet. Henk Kos gaat plassen. Hij moet een nummertje trekken, want de hele bridgeclub, honderd man sterk zo lijkt het, treft de laatste voorbereidingen voordat ze aan hun robbers beginnen. In de hal zit een man met een bloedneus. Buiten is het bitter koud. Dapper gaan wij op weg naar Haarlem voor onze wedstrijd tegen de schakers van Het Spaarne.


In het wijkcentrum aan het begin van de Laan van Berlijn in donker Schalkwijk brandt licht. Wij zijn vroeg, vullen de tijd met koffie en peptalk. Er komt een vrouw het wijkcentrum in. Zij laat de beheerster van de bar vragen of er een meneer Buis aanwezig is. Johan, die midden in een anekdote zit, probeert zich zo klein mogelijk te maken, wat hij helemaal niet kan. En als dan met meer nadruk nogmaals zijn naam wordt omgeroepen: is hier misschien een meneer Johan Buis aanwezig die zijn portemonnee is verloren, verraadt hij zich door in zijn zakken te gaan zoeken. Dat wij hem allemaal zitten aan te wijzen helpt ook niet echt. Hij moet op het matje komen. Hij is zijn beurs buiten, voor het gebouw, verloren en de vrouw komt hem terug brengen. Mag ik u belonen, vraagt Johan. Zo kennen wij hem weer. De vrouw wil van geen beloning weten en verdwijnt lief, klein en kordaat weer door de schuifdeuren naar buiten, donker Schalkwijk in. Een goede fee die ons met haar toverstaf heeft aangeraakt en geluk gebracht. We zijn nog even bang dat we het met de portemonnee van Johan moeten doen en verder niet, maar ook bij onszelf vinden we plotseling krachten terug waarvan we niet wisten dat we die nog hadden.

We spelen de wedstrijd als in een droom.

Martien Herruer wordt volgens tactisch concept op het eerste bord opgeofferd aan iemand met een rating van dik in de tweeduizend. En Marcel Duin is niet eens mee, die is ziek. Van die twee mogen we geen wonderen verwachten. Dus hoe gingen we dit varkentje wassen, zonder dat Ruud echt boos werd? Nou, om te beginnen hadden we onze supersub Luc Stet op acht. En hij doet het wéér! Net als iedereen denkt hier worden we niet vrolijk van, we gaan maar eens een bordje hoger kijken, want daar zat ik, slaat hij toe. Zijn tegenstander horen we na afloop zachtjes kermen dat hij met het verkeerde stuk teruggeslagen had, hij dacht nog foute boel en toen was hij opeens zijn dame kwijt geweest. Ja Luc is een schavuit, dat hoef je ons niet te vertellen.

Henk Kos kijkt op zijn neus. Hij rekent op bord acht maar krijgt bord zes. Dat bekomt hem slecht. Of is hij in de war geraakt door de waarschuwing van Ruud aan het begin van de avond? Hij verliest binnen een uur, maar is wel degene die de volhouders tot op het laatste moment steunt met zijn belangstellende aanwezigheid bij hun borden. Het geeft mij net dat zetje dat nodig is.

Hoe kraken we de zwarte stelling. Ja natuurlijk met b4-b5!

Martien speelt een keurige partij, hij verliest, maar niet binnen het uur. Het mag. Frans Koopman zit naast hem op twee. Niets houdt hem tegen. Hij wint. En daar weer naast zit Ruud Eisenberger. Natuurlijk, die wint ook, geruisloos, totdat we bij hem in de auto zitten op weg naar huis. Nu houdt hij niet op de loftrompet te steken, over de teamspirit, onze geweldige mentaliteit, het onverschrokken afslaan van elk remiseaanbod, het vakmanschap van Johan Buis en hoe die het terugkrijgen van zijn portemonnee plus de uitgespaarde beloning had gevierd en hoe wij daar allemaal inspiratie uit hadden geput (en een rondje vanzelfsprekend), de ongekende vechtlust of had hij die al genoemd, het geslaagde tactische concept, de verbetenheid die hij had gezien in ons spel en in onze ogen, de superieure wil om te winnen, kost wat kost. Hij bleef maar doorgaan, mijn oren toeteren nog.

[Het Spaarne 2 – Excelsior 1, donderdag 9 februari 2017 in Haarlem, uitslag 3-5]

Om den drommel

Het is de eerste woensdag in de maand en dan is er na afloop van de les koffiedrinken met ons groepje op de sportschool. Richard de Jong is ook van de partij. Niet in de zaal maar wel bij de koffie. Hij rijdt in een scootmobiel zolang zijn enkel nog niet geheeld is. Ruim een maand geleden, vlak na de Olympische Spelen in Rio hing hij aan de rekstok en demonstreerde ons de oefening van Epke Zonderland inclusief nieuwe afsprong. Dat was, vonden wij, erg overtuigend, maar toch niet helemaal goed. Dáár krijg je geen medaille voor zei zijn vrouw toen ze hem zag liggen.

Hij vraagt mij hoe het kan wat er twee dagen eerder is gebeurd. Hij heeft gelezen over concentratie en inzet en het ontbreken daarvan. Dat kan ik mij eigenlijk niet voorstellen zegt hij. Zo ken ik je niet. Ik vertel hem over de mysterieuze krachten in de sport die ons in dit geval onverwacht de das hebben omgedaan. En dat ik er eigenlijk niet over wil praten.

De maandag ervoor. Excelsior 1 is gedegradeerd uit de eerste naar de tweede klasse onderbond. Dat gaan we even rechtzetten. We spelen de eerste wedstrijd tegen ZSC/Saende 3. Op onze vorstelijke borden en met de machtige paarden waaraan menig tegenstander zich al heeft vertild. Het is drie oktober, ik ben jarig, maar op kroonjaren [zie: verjaardag] wordt niet geproost maar geschaakt. Het kan dus eigenlijk niet mis gaan. Veel plezier zegt Nanny dan ook als ik van huis ga.

Foto Cees Verhoog
Foto Cees Verhoog

De foto is vakwerk en net op tijd, want hier zitten we er op de achterste rij nog een beetje knap bij, maar niet veel later is de ravage compleet. We verliezen met 7-1. Helemaal zoek gespeeld. Totaal geen respect die Zaankanters. Daar ga ik dus niets meer over zeggen. Als je het echt wilt weten, luister dan naar de Zaanse lofzangen, maar doe het stilletjes, ik wil het niet horen. Het moet niet gekker worden. Vroeger, ja vroeger kon zoiets nog: zeven seizoenen geleden, toen we met 7½-½ verloren van Volendam [zie: waar gehakt wordt].

Maar laten we niet bij de pakken neer gaan zitten. Er is nog genoeg om voor te spelen. Een zogenaamde clean sheet bijvoorbeeld (verliezen met 8-0) staat nog niet op onze lijst van grootste wanprestaties. Toch moet dat, als we er echt voor gaan zitten, mogelijk zijn. Maar dan mag Ruud Eisenberger niet meedoen, want die strooit keer op keer roet in het eten …

En, heb je nog getrakteerd, vraagt Nanny, als ik thuis kom. Om den drommel niet, sprak de nieuwe zeventigjarige schijnbaar ongebroken.

Linoleum

Maak kennis met Marmoleum. Een fascinerende wereld van kleuren en dessins.

Met een breed scala aan collecties biedt Marmoleum ongekende mogelijkheden. Ons doel is een excellente vloer met optimale eigenschappen voor elke omgeving. Een hygiënische vloer, geïnspireerd door de natuur. Forbo’s linoleumvloeren, bekend onder de merknaam Marmoleum, staan voor veelzijdigheid, duurzaamheid en kracht. Een materiaal dat zowel ecologisch als economisch waarde toevoegt aan alle moderne en eigentijdse architectuur.

Het bekerteam van Excelsior moest tegen Bergen. Kogendijk 42a, kwart voor acht. Lege zaal. Het team was incompleet. Ruud Eisenberger lag met 39 graden koorts te bed. En ook Marcel Duin werd even helemaal niet goed toen hij de vloer zag. En ik was supporter, maar moest dus invallen. Dat waren klappen, die kwamen we niet te boven.

Tegen achten kwamen de mannen en vrouwen van Bergen binnen. En als een goed geoliede machine begonnen ze eendrachtig tafels, stoelen, borden en stukken klaar te zetten. Om kwart over acht zaten we en kon er gespeeld worden.

Ze hadden mij op het vierde bord gezet. Daar kon ik weinig kwaad uitrichten. Zo’n vierde man doet er eigenlijk totaal niet toe, is meestal alleen voor de gezelligheid mee. Een paar jaar geleden, de nood was hoog, mocht ik ook een keer invallen, in Hoorn. Ik won, maar het werd 2-2, dus mijn uitslag werd geschrapt en we verloren de wedstrijd. Dat ging mij niet weer gebeuren. Als ik nu eens verloor en het werd weer 2-2 dan wonnen we dus de wedstrijd. Een goed plan.

De uitvoering van mijn kant was vlekkeloos. En naast mij haalde Louis Witte geweldig uit. Wat speelt die man goed. Toen ging het mis. De rest verzaakte. Marcel Duin kunnen we dat niet aanrekenen. Die vloer hè. Maar Paul Lieverst had geen excuus. Of miste hij ons zo, dat hij, toen hij nog als enige over was gebleven, acuut remise gaf?

Ach wat doet het er toe. Die beker hebben wij ook weer geledigd. Dat geeft toch een voldaan gevoel.

ES

Slot Assumburg Stayokay-toernooi

De 4e editie van het Slot Assumburg Stayokay rapidschaaktoernooi, dit weekend georganiseerd door de Heemskerkse Schaakvereniging Excelsior in samenwerking met de Stichting Schaakpromotie IJmond, was een daverend succes.

Wie er gewonnen heeft (en wie niet) kunt u lezen op de website van de HSV Excelsior. Bijzonder geslaagd was de mix van ernst en spel. Aan de wand waren de regels van de FIDE geprikt. In de bar van het kasteel golden andere regels. Hulde aan wedstrijdleider Tom Bleijendaal, die professioneel maar soepel met spelers en regels omging, en toernooidirecteur Peter Klok, die uit de losse pols maar met vaste hand 44 schakers en de kasteelheer te vriend hield. Ik keek een rondje of drie toe en maakte foto’s. Een bloemlezing daaruit is te zien via onderstaande link.

Fotoalbumknop

Donner

In 1974 publiceerde Tim Krabbé in Schaakkuriosa 33 partijen die Donner in 25 zetten of minder verloor. Bijna iedereen weet van deze verzameling. In 1993 publiceerde Maarten de Zeeuw in het clubblad van Volmac 31 partijen die Donner in 25 zetten of minder won. Bijna niemand van ons kent die verzameling. Waarom is het zo vreselijk leuk als je Donner dertig keer een ladder op ziet klimmen en er bijna onmiddellijk weer van af ziet lazeren? En waarom is het veel minder leuk als hij er feilloos tegenop rent?

In 1980 vierde Excelsior zijn 25-jarige bestaan. Donner gaf simultaan. Veel leden had Excelsior toen ook al niet, dus had de grootmeester maar met een kleine dertig tegenstanders af te rekenen. Gebruikelijk is dat de verliezers van het eerste uur dan nóg een keer mogen, anders is de avond voor hen wel erg snel om. En zo zou het ook die keer gaan. Alleen, de eerste die verloor was Donner zelf. Van Onno Bakkum. We doen er nog een, zei Donner. Goed, zei Onno. Donner verloor opnieuw.

Donner is dood en Onno is boer in Italië. Elke keer als Onno na de oogst weer even terug is in Heemskerk telt hij er eentje bij: na afloop van de simultaanseance waren de heren namelijk afgezakt naar Donkey om het af te leren en daar …

Onno moet niet overdrijven, ook al is het waar.

ES

Trifunovic

Zo’n vijftig jaar geleden trok elk jaar na het Hoogovenstoernooi een V&D-simultaankaravaan door het land. De grootmeesters verdienden na het toernooi een centje bij. En wij, beginnende schakers, probeerden op het bord een graantje mee te pikken.

Bent Larsen kijkt mee

Ik woonde in Amstelveen en kon daarom vaak drie keer meedoen. Een keertje in Amstelveen en twee keer in Amsterdam. Ik snapte alleen niet waarom ik vaak de kneusjes kreeg die in het kielzog van de grootmeesters meekwamen. Zo versloeg ik Orbaan, Cortlever, Henneberke, Van Scheltinga en Withuis. Olafsson en Ree ontsnapten met remise. De geluksvogels. Een enkele keer trof ik een echte grootmeester, Portisch, die was dan nog een maatje te groot. En ook Donner won van mij, wat te denken gaf.

Maar tegen Trifunovic zou het gaan lukken, dat wist ik zeker. Dat was een notoire remiseschuiver. Hij had eens in een toernooi al zijn partijen, vijftien maar liefst, remise gespeeld. Winnen zou niet gaan, dat snapte ik, maar remise kon niet missen, was eigenlijk onvermijdelijk. Groot was dus mijn verbijstering toen hij mij vlotjes van het bord zette. Hoe kon dat nou? En toen ik kort daarop ook nog eens op een akelige zondagmorgen van de hoofdklasser Bink verloor was voor mij de lol eraf.

Afgelopen maandag moest ik tegen Peter Klok. Die tikt ze ook makkelijk weg. De halve puntjes bedoel ik. Daar kunnen keien als Dirk Kruiper en Martien Herruer nog van leren. Dit seizoen moet hij alleen een ontketende Richard de Jong voor laten gaan. Zelf heb ik mijn ambities stukje bij beetje bijgesteld. Ik probeer nu uit alle macht de puntendelingen tegen deze remisekoningen te voorkomen. Wat vaak niet lukt, maar wie niet waagt die niet wint.

Ook nu zou ik het heel zwaar gaan krijgen. Al vroeg in de partij bood hij drie keer remise aan. En daarna verzekerde hij mij dat het aanbod geldig bleef, de rest van de avond, en misschien wel voorgoed. Het werd mij angstig te moede. Tot overmaat van ramp deed hij allemaal goede zetten. Daar kwam ik echt niet doorheen. Fluitend hield hij zijn stoepje schoon. Wat moest ik doen? Een list. Ik lokte hem in een verloren pionneneindspel. Voor mij dan. Hij was even de controle kwijt. Zijn pion denderde naar de overkant en kwam daar ruim op tijd aan. De mijne bij lange na niet. Voordat hij doorkreeg wat hij aan het doen was, had hij mij mat gezet.

Ja mensen, daar had ik hem toch nog mooi te pakken. Als het niet goedschiks gaat, dan maar kwaadschiks.

ES

(eerder gepubliceerd op de website van Excelsior op 1 april 2015)

Who says we were dead before the ship even sank?

 

Hoe Excelsior het vege lijf redde tegen de Waagtoren

Frans Koopman was het eerste klaar. Hij speelde tegen een tegenstander die heel goed in de gaten had wat hij moest doen, daarbij opzichtig de weg gewezen door onze captain. Gelukkig liet de gelijkmaker niet lang op zich wachten. Machiel Nouris zocht geduldig de aanval en kreeg wat hij wilde. Zijn tegenstander spartelde nog wat tegen, maar er was geen ontkomen aan. Ook niet toen Machiel het niet helemaal to the point afmaakte, hetgeen Frans, iets te laat in vorm gekomen, wel zag. Nu was Machiel niet meer te stoppen. De hele Waagtoren mocht delen in zijn victorie, wat veel gesis opleverde van spelers die nog met hun eigen partij bezig waren. Allemaal losers. En of ik het wel gezien had. Machiel in deze vorm is onstuitbaar. Maar zo vroeg op de avond…

Ruud Eisenberger trof een tegenstander die met Ruud een wedstrijdje deed “wie bereikt het eerste het eindspel”. Vreemd genoeg dolf Ruud daarin het onderspit, maar toen bleek onze man minder aardig dan hij zich voor doet. Want terwijl hij een gemene verleiding in de stelling bracht vroeg hij zijn tegenstander: “Mag ik u iets te drinken aanbieden.” De waagtorenaar hield het op malt en wachtte keurig op Ruuds terugkomst van de bar alvorens de blunder van de avond te produceren.

We stonden dus op voorsprong en het zou nog mooier worden. Ton Morcus speelde een dijk van een partij. Hij hield zijn stukken zo dicht mogelijk bij zich en zijn tegenstander deed hetzelfde, maar lang niet zo harmonisch. Dus toen het eindelijk tot een confrontatie kwam was het een koud kunstje voor Ton om de buit binnen te halen. Heel knap. Niet minder knap was de prestatie van Louis Witte. Na moedige aanvalsspel geraakte hij in een vreemd eindspel met voor hem een toren en wat pionnen tegen twee paarden en wat pionnen. Gek genoeg bleken de paarden geen partij voor de toren en Louis kon de partij nog vrij gemakkelijk naar zich toe trekken.

Nu hadden we nog een half punt nodig. Dat zou niet van Henk van der Eng komen. Die had zijn dag niet. Het leek aanvankelijk heel goed te gaan, maar toen hij de geïsoleerde witte dubbelpion, waar tegen hij speelde en die eerst de eigenaar danig in de weg zat, te lang liet staan, kwam hij in onoverkomelijke moeilijkheden. Opeens zwermden er ongeveer twaalf stukken rond zijn koning. Zijn voorsprong in tijd was ook verdwenen. Het resultaat was een bijzonder treurige speler, die moeite had om troost te putten uit de teamprestatie. Want die mocht er zijn. Johan Buis was namelijk bezig de zwarte koning en dame en toren helemaal klem te zetten, met een loper meer, waarom speelde die man nog door? Toen liet Johan de zwarte dame via een achterdeurtje ontsnappen. Potverdrie eeuwig schaak. Gelukkig werd in plaats daarvan tot remise besloten. We hadden gewonnen.

Maar het mooiste moest nog komen. Marcel Duin had een aggressieve vertakking van het Boedapester gambiet te bestrijden gekregen en zette daar een rustige maar gezonde ontwikkeling tegenover. Langzamerhand vocht hij zich naar een voordeeltje en toen hij de ook nu weer thematische zet c4-c5 had mogen doen begon het grote denken. De zwartspeler vlocht allerlei gemene dreigingen tegen de witte koning in de stelling, maar Marcel bleef zorgvuldig verdedigen, ondertussen pionnen snoepend. Remise werd eerst door zwart en later door wit geweigerd. Frans noteerde, want de spelers moesten het zo langzamerhand van de tien seconden increment hebben. Marcel liet zich niet meer van de wijs brengen en won. Vorstelijk. Als een echte kopman.

En toen was er nog een oude bekende die vroeg waarom ik maar wat rond liep en niet meespeelde. Ik bedankte hem, zei dat ik twee keer verloren had, en jokte dat je er dan naast stond bij Excelsior. Vol ontzag vroeg hij naar de naam van onze coach.

ES

(eerder gepubliceerd op de website van Excelsior op 4 maart 2015)

Ach die ratings, wat zeggen die nu helemaal?

De overwinning van Ruud van Hoof op Erik Schoehuijs is even schitterend als verbazingwekkend. Erik wordt in een Koningsgambiet pardoes van het bord gezet. Hij krijgt nog wel een paar kansjes op een soort van redding, die hij mist, maar dat doet niets af aan de prestatie van Ruud die met zijn rating van 1386 een speler met 2153 verslaat. De reacties variëren van bewondering tot ongeloof. Is deze partij wel echt gespeeld? En zonder hulpmiddelen? Erik wil nu komen schaken bij Excelsior om de nodige oefening op te doen …

Het beweegt niet

In 1959 wint de Pool Ignacy Branicki het open Nederlands kampioenschap in Dieren. Niemand kent de man. Er zijn wat partijen uit die tijd van hem bekend uit een schaaktoernooi in Israel (Haifa/Tel Aviv 1958) dat door Reshevsky gewonnen werd, maar dat is het wel zo’n beetje. Groot is dan ook mijn verbazing als in 1980 of daaromtrent bij het open kampioenschap van Excelsior in de Schuilhoek ene Branicki meedoet. Ik speel in de eerste ronde tegen een man, die nog kleiner is dan ik. De open Nederlands kampioen van 1959? Ik dacht het niet, want ik win in een opwindende partij. Maar ik ondervraag hem en ja hij is het echt, alleen een beetje ouder inmiddels. Hoe ik hem ken, vraagt hij. Uit Schakend Nederland van twintig jaar geleden, antwoord ik. Ik ben nu zijn vriend en hij bespreekt met mij in een grappig taaltje zijn ideeën over andere regels voor ons spel. Ik versta hem niet zo goed. Het moet begrijp ik flitsender, maar zonder klok, niet zo theoretisch en met voorgiften. De eerste zetten voorgeschreven. Thematoernooitjes. In ieder geval anders. Excelsior lijkt hem daarvoor een heel geschikte club en hijzelf is denkt hij de aangewezen leermeester. Het toernooi vordert en ook wedstrijdleider Van Grootheest heeft een nieuwtje bedacht: een demonstratiebord waarop de stand van een toppartij zal worden bijgehouden. Dat wordt de partij van Branicki tegen Frans Koopman. Na een tijdje zijn daarin tien zetten gedaan. Dat is heel niet slecht. Maar een half uur later nog steeds. Frans is aan zet. Onze nieuwe nestor loopt geagiteerd rond en vraagt mij in het voorbijgaan: kan die partij niet van dat bord worden gehaald? Ik zeg: hoezo? Hij zegt: het beweegt niet. Ik ga kijken wat er aan de hand is. Frans heeft in zijn notatieboekje de zetten in blokjes van tien opgedeeld met aan het eind van elk blokje de streeftijd. Is dat een grap? Doet hij dat altijd? Het is nu al zeker dat hij geen van die tijden gaat halen. Nooit. Hij is in diep gepeins verzonken. Zijn tijdschema boeit hem allang niet meer. Wat hem boeit is de stelling met al zijn mogelijk- en onmogelijkheden. Hier zitten twee romantici tegenover elkaar. Ze hebben het schaakspel lief. Alleen al die regels en de klok, die verpesten de boel, maar voor ieder op een andere manier.

 

ES

(eerder gepubliceerd op de website van Excelsior op 25 maart 2014)

Tegen de regels

Foto gemaakt door Cees Verhoog in de speelzaal van Excelsior (bij voldoende licht…)

Het Witte Paard moest weer eens tegen Excelsior. Daar had het sinds de bekerwedstrijd vorig seizoen nog een appeltje mee te schillen. Het derde team ging dat doen. De rapporten van de Haarlemmer scouts waren klaar en helder. De zwakke stee bij Excelsior was overduidelijk het vierde bord. Daar zat, hoe lang nog, een mannetje, dat kon er echt helemaal niks van. Alles verloren. Nou ja, hij kon er wel wát van, maar alleen als hij uren en uren de tijd kreeg en regelmatig wakker gemaakt werd, maar dat ging niet gebeuren. Het licht in het zijzaaltje was op lekker slaapverwekkend gedraaid .

Laat het ventje daar nou gelijk over gaan zeuren. Een paar jaar geleden had hij daar ook al zo’n vervelend stukje over geschreven. Zogenaamd om te lachen. Maar eigenlijk heel ongepast. Moest alles dan worden uitgelegd? Dat aan het licht in zo’n historisch pand als dat van Het Witte Paard niet getornd kon worden? Dat was al sinds mensenheugenis zoals het hoort, dus gedempt, en de enige concessie aan die eeuwenoude traditie was dat het geen kaarslicht meer was maar elektrisch.

De partij verliep volgens plan. In het begin nog even niet, maar toen alles een beetje op de rails stond en zijn openingsvalletje uitgewerkt was, begon dat afgetobde koppie toch te denken en te denken, niet te kort. Of was hij al weer in slaap gevallen? Zijn vriendelijke tegenstander had expres alleen een drankje voor zichzelf gehaald om hem niet te storen en toen hij weer tekenen van leven vertoonde gevraagd of hij ook wat had gewild. Nee dat wilde de kleine droogkloot niet. Dus maar verder geschaakt. Het feestje kon beginnen. De eerste tijdnood. De ezel bleef gewoon netjes noteren. Moest hij zelf weten. Toen een teamgenoot het van hem wilde overnemen werd daar vanzelfsprekend een stokje voor gestoken. Hij stapelde nu fout op fout maar haalde het.

Ondertussen ging het niet zo goed met de andere Paarden, dus dat laatste punt moest het akelige baasje, dat nu voortdurend remise zat aan te bieden en drankjes zat af te slaan, nog wel even afgepakt worden. Geen probleem: de uitvluggerfase zou ongetwijfeld de verwachte uitwerking hebben. Alle berichten hierover waren eensluidend. De brave borst zou tegen het eind van zijn speelkwartier in paniek alles weggeven en vlak voor het vallen van zijn vlag opgelucht mat gaan of opgeven, met de onbegrijpelijke woorden: gelukkig, net op tijd. Dus toen het vlaggetje tevoorschijn sprong , kwamen alle Witte Paarden verheugd aangegaloppeerd. Maar wat was dat? Het stond aan de verkeerde kant. Wat was er met die klok aan de hand?! Fout! Fout! Fout! Het Witte Paard had verloren!! Dat was niet om te lachen. Alweer niet. En tegen de regels. Of dat misselijke valsspelertje met zijn parmantige commentaartjes zijn consumptiebon nog wilde inwisselen? Nee, gromde zijn tegenstander, hij krijgt helemaal niks meer.

ES

(eerder gepubliceerd op de website van Excelsior op 12 december 2013)

Haiku of tweet

Schakers aan de bar. Er zit niet veel beweging in, net als in hun spel, maar hun gedachten zijn, vooral als ze gestookt worden door duvel en korenwijn, onnavolgbaar. Zo was ik laatst getuige van een uitputtende discussie over twitter en tweet, judo en haiku, en heel verrassend mierikswortel.

Tom bekende een fervent twitteraar te zijn, omdat het voor hem een uitdaging was om in beknopt bestek een boodschap te formuleren. Helder. Frans fulmineerde tegen de belachelijke en volstrekt willekeurige beperking van 140 tekens in een twitterbericht en achtte, niet geheel logisch, de haiku superieur, waarop Jan enthousiast in zijn judoverleden begon te graven. Tom draaide ondertussen bij en verklaarde nu alleen te twitteren omdat zijn klanten dat vroegen, dus om redenen van versatilibility. Ongelofelijk, zeven lettergrepen, de tweede regel van een haiku, wat een techniek! Jan verslikte zich in zijn borrel en liet per ongeluk Anton Geesink door een oude Japanner werpen. Terwijl ik me toch duidelijk herinner dat het andersom was, in Tokio 1964. Geesink ging toen met zijn volle gewicht bovenop ene Kaminaga liggen en stond pas op toen die al lang geen asem meer gaf. Een houdgreep noemde ze dat toendertijd eufemistisch. Maar Jan hield vol en zei dat het in Antwerpen was, dat Geesink als een vogeltje door de lucht zeilde en dat hij het wel even voor wou doen bij mij. Ik kon nog net opzij stappen en zo aan een regelrechte ippon ontsnappen, maar zoniet mijn barkruk, die overtuigend naar de grond ging. Daardoor aangemoedigd betoogde Charly dat twitteren een primitieve vorm van communiceren was en als hij wilde communiceren dan gooide hij wel een baksteen door een ruit, dat was een veel effectievere vorm van communicatie dan een tweet van godbetert 140 tekens. En dat er dus niks boven het menselijk contact ging, kort samengevat dan. En daar waren we het allemaal wel over eens.

Maar hoe het nou zat met die mierikswortel ben ik een beetje kwijt geraakt. En wat nu beter is, een haiku of een tweet? Het is maar hoe je het bekijkt:

Een mierikswortel
vers uit de grond barst van de
vitamine c

(dit is dus een haiku)

maar laat hem niet te lang liggen want dan verliest hij al zijn smaak zegt nanny

(en zo hebben we er een geheel volgeboekte tweet van gemaakt)

ES