Texelstroom

De boot naar Texel heet nu Texelstroom en is gloednieuw. Je weet niet wat je meemaakt. Zo mooi. Alles geruisloos en op groene stroom. Maar bij de draaideur naar de lounge ging er toch iets mis. Ik ben de Dekamarkt gewend en daar gaat ie vanzelf. Met “Je moet hier wel duwen” hielp een mevrouw mij uit de droom. Het bleek de voorbode van een groter foutje in het ontwerp, want toen we ons breeduit geïnstalleerd hadden op luxe kussens achter het panoramaglas, bleek de nieuwe aanwinst het Marsdiep niet op te willen, wat toch een minpuntje is voor een veerboot naar Texel.

Drie kwartier genoten we van een veelbelovend uitzicht op het eiland, voordat de prima donna eindelijk van wal stak. De mevrouw die mij de draaideur had uitgelegd zei dat het allemaal goed kwam, want dat deze boot de overtocht ook in tien minuten kon doen, dus de verloren tijd was zo ingehaald. En als de bus er niet meer stond aan de overkant, mochten we met haar meerijden naar Den Burg. Ik vertelde haar van de schakers uit Castricum die een partijtje kwamen spelen op het eiland tegen En Passant en of ze die ook mee kon nemen, maar daar was haar autootje toch te klein voor.

 

2016-texel-castricum-op-bezoek-bij-en-passant-20161029-pentax-k5iis-16622

De mannen van En Passant hadden op ons gewacht. We werden door het keukentje van de Buureton naar binnen geleid en kregen eerst uitleg over de koffiekannen, het koffiezetapparaat, de consumptielijst en de geheime plek van het bier. Voorzitter Wim Pool bleek het goede briefje, namelijk dat met de opstelling, bij zich te hebben en zo kon de schaakwedstrijd En Passant – Castricum 2 zij het met ruim een uur vertraging beginnen.

Thomas Richter

De eerste borden van Castricum kregen het gelijk al erg moeilijk. Hidde Brugman leverde materiaal in bij Jaap Dros, Ger Holsteijn had het te kwaad tegen En Passant-paradepaard Thomas Richter en Gerard Kuijs voerde een kansloze verdediging tegen de aanval van Kees de Best.

Gerard van Pinxteren met wit tegen Gert Both met zwart

En tot overmaat van ramp overschatte Gerard van Pinxteren zijn stelling, waarna hij gevloerd werd door een vlijmscherpe combinatie van Gert Both.

Gerard van Pinxteren – Gert Both, stelling na 23…Ta8-d8

Wit speelde 24.Pf3xe5? en werd verrast door 24… Td8-d2 25. Dc2xc3 Td8-d1+! 26. Lc4-f1 Da3xc1!

Even later prees Wim Pool zich gelukkig dat tegenstander Dick van Barneveld niet had geprofiteerd van zijn gepriegel met dame en toren in de linkerbenedenhoek van het bord. Met de remise was hij dus wel tevreden en hij ging samen met mij op zoek naar een frituurpan want hij had wel goed ontbeten, maar daarna niets meer gegeten en hij had nu trek in een broodje kroket.

Co van Heerwaarden en Ab Hoolhorst analyseren de eindstelling van hun partij

Tussendoor kwam Ab Hoolhorst vragen of je moest blijven noteren met minder dan vijf minuten op de klok. Hij had er nog dertien maar hij sloeg zich kranig door de problemen heen die Co van Heerwaarden hem voorschotelde en bereikte op tijd remise door zetherhaling, waar hij erg blij mee was.

Toen kwamen de echte meevallers. Egbert Kooiman had vroeg in de partij een stuk geofferd, maar kreeg onvoldoende aanval en zou verloren hebben als niet op het eind zijn tegenstander Gerard Postma naar het verkeerde paardje had gefloten:

Gerard Postma – Egbert Kooiman, stelling na 32.Pb7-c5? Lf4-e3+

Natuurlijk had hij eerst Pc3-d5+ moeten doen, nu kon het niet meer, want het is schaak. De eerste meevaller. Bovendien gaf hij meteen op. De tweede meevaller. Na 33.Kg2 Lxc5 34.b4! Ld6 35.Pd5+ en 36.a4 zouden alle gaatjes gestopt zijn en was het remise geweest!

Han Duinker

Dan Han Duinker. Die speelde een dijk van een partij met een onverwacht slot. De derde meevaller.

Toen was het geluk van Castricum op. Hidde Brugman was als laatste over. Hij had een formidabele partij gespeeld, waarin hij in het eerste kwart zo ongeveer al zijn bedenktijd verbruikte. De rest hoefde hij dus niet te noteren, maar gelukkig bleef de rustig spelende Jaap Dros dat wel doen, zodat we toch alle zetten hebben.

Achteraf bleek dat Hidde bijna de hele partij aan de leiding was geweest, behoudens een vingerfoutje in het midden. Maar vooral het einde was bloedstollend. Door de tijdnood van Hidde en het verzet van Jaap Dros tot en met het onwaarschijnlijke slot.

Hidde Brugman – Jaap Dros, stelling na 69. Th5-d5 Ka8-b8

Hidde speelde hier 70. Td5-d7 in plaats van Td8. Geen man overboord, want na 70. … Kb8-c8  71. Td7-c7+ Kc8-b8  72. Tc7-b7+ Kb8-c8 had Hidde er zowaar weer een halve minuut bij en kon hij aan de afronding beginnen:  73. Kb5-a6 g4-g3  74. f2xg3 Tg8xg3  75. c6-c7? Arme Hidde, want dat buitenkansje liet Jaap Dros zich niet ontnemen:

75. … Tg3-a3+

De ontgoocheling bij Castricum was ongeveer even groot als de opwinding bij En Passant. Dat had de wedstrijd op de valreep gewonnen!

Gelukkig verzorgde de oude vertrouwde Dokter Wagemaker de terugvaart…


Adieu Texel!

Sans rancune

Over een zangvogel die tot grote hoogten stijgt en een kapitein die zijn schip verlaat opdat het zinken zal

Schaken op zaterdag. Wie heeft dat verzonnen, wat is er misgegaan en hoe breien we dat recht? De NHSB houdt een enquête en Castricum ontvangt Krommenie. Er zijn invallers nodig. Drie maar liefst, eigenlijk twee, maar daarover later meer. De animo is niet groot. Op het allerlaatste moment monsteren drie dapperen aan. De voorzitter uit hoofde van zijn functie, een speler met lichte tegenzin omdat hij eigenlijk moet basketballen en een echte liefhebber die zijn orang-oetan wel eens op dit niveau wil loslaten. Uw verslaggever wil ook wel, hij heeft speciaal zijn wedstrijd voor Excelsior tegen de vermaledijde Kennemer Combinatie afgezegd, maar de reglementen verbieden het hem. Ja kijk, als de een niet wil, de ander niet kan en de derde niet mag, dan wordt het nooit meer wat. Maar gelukkig, ook Krommenie heeft de nodige invallers opgetrommeld. Er kan dus gespeeld worden.

Wedstrijdleider Kees Lute

Op het eerste bord schuift Cor van Dongen onze Eric van der Klooster geruisloos weg. Dat is een klein wonder want Eric verliest eigenlijk nooit. Bijna nooit dus. Nu gaat het in de opening al fout. Eric krijgt met zwart een pion op e4, die wel hinderlijk is, maar ook erg zwak. Als hij hem moet verdedigen kiest hij de verkeerde zetvolgorde.

Cor van Dongen-Eric van der Klooster, stand na 13.Dd1-c2
Cor van Dongen-Eric van der Klooster, stand na 13.Dd1-c2

Zwart verliest na 13. … Lc8-f5 14. f2-f3 b7-b5 15.f3xe4 de pion en even later de partij. Als hij zijn eerste twee zetten om had gedraaid zou hij het wit heel moeilijk hebben gemaakt: 13… b5 14. Lb3 Lf5 15. f3 c5! 16. fxe4 Lg6.

Intussen zijn Mark Min, die dus eigenlijk naar basketbal had gemoeten, en zijn tegenstander Peter Alberts op bord zes remise overeengekomen. Daar is niks mis mee, maar het is niet erg opwindend.

Wel opwindend is wat er gebeurt op het tweede bord tussen Hans Leeuwerik en Wim Moene. Vlak voor het begin van de wedstrijd was de Krommenie-speler nog in opperbeste stemming. Na de wedstrijd, hij nam het sportief op, iets minder.

Dit is dus vóór de partij: links op de voorgrond Cor van Dongen, daarachter Wim Moene

De partij, kort maar krachtig:

leeuwerik hoog in de lucht
hoe mooi is je vlucht
hoe zuiver klinkt je zang
voor niemand bang

Hans Leeuwerik legt uit aan Gerard Kuijs: “Ja paard f7, ik moest het proberen”

De stand is gelijk en blijft dat nog even als Ger Holsteijn op bord vijf zijn herhaalde verzoek om remise uiteindelijk ingewilligd ziet door Simon Dekker.

Wouter Beerse op bord vier doet het anders. Die biedt geen remise aan maar offert een stuk. Zijn tegenstander Erik Breedveld schrikt en durft niet te pakken. Wouter komt heel erg goed te staan. Maar dan gebeuren er ongelooflijke dingen.

Wouter Beerse-Erik Breedveld, stand na 28.Tf1-f3
Wouter Beerse-Erik Breedveld, stand na 28.Tf1-f3

Zwart doet 28. … Pf8xh7? (in plaats van 28…Pe2+). En wit offert lekker door met 29. Pg4-e5+? (in plaats van 29.Dxh7 Te1+ 30.Pf1 Txf1+ 31.Txf1 Pxf1 32.Ph6! en de loftuitingen zouden niet van de lucht zijn geweest). Maar nu is het weer de beurt van zwart om mis te tasten: 29. … Te6xe5? (in plaats van met 29…Kg8 de buit binnen te halen), waarna wit het foutenfestival in stijl afrondt met 30. Db1xh7?? (in plaats van 30.dxe5). Hij staat nu verloren, maar geeft niet op.

Een bord hoger doet Robert van der Wal goede zaken tegen broer André Breedveld.

André Breedveld-Robert van der Wal, stand na 22.De3xb6 axb6
André Breedveld-Robert van der Wal, stand na 22.De3xb6 axb6

Zwart heeft overduidelijk en meer dan genoeg compensatie voor de pion die hij gegeven heeft. Dat blijkt meteen als wit te overhaast zijn volgende zet doet: 23. f2-f4? Er had eerst op c8 geruild moeten worden, dan staat het na 23.Txc8+ Txc8 24.f4 Tc2 25.fxe5 Txe2 26.Tf2 Te1+ 27.Tf1 aardig gelijk. Nu volgt er 23. … Tc8xc3 24. b2xc3 Ta8xa2 25. f4xe5 Ta2xe2 en wit kan niet op f6 slaan wegens mat op g2! De partij wordt simpel gewonnen door zwart.

Al op de eerste zet e4? Dat hebben ze mij niet verteld.

Hierna gaat het mis voor Castricum. Invaller Wim Pool op bord zeven komt er eigenlijk niet aan te pas tegen Ronald Kraakman en op bord acht weert de derde invaller Han Duinker zich kranig tegen Lex Goudriaan, maar moet uiteindelijk capituleren voor de klassieke koningsaanval van de zwartspeler.

De wedstrijd is gespeeld. Alleen Wouter Beerse en Erik Breedveld zijn nog niet klaar. Wouter heeft hoofdschuddend wat pionnen gegrabbeld voor de verloren loper en bereikt met een gezonde portie strijdlust en een klein beetje geluk nog net remise. Het is onvoldoende voor een gelijkspel.

De mannen hebben hun best gedaan. Maar waar was toch de teamcaptain? Die wil niet degraderen en doet daarom niet meer mee, met het bijkomende voordeel, sans rancune, dat degradatie dan echt onafwendbaar is, wat het probleem van de zaterdag ook meteen oplost. Het mes snijdt aan twee kanten. Voor de goede orde: de redenering is niet van mij, het commentaar wel.

ES

En een stoel voor de wedstrijdleider

De Wijkertoren speelt zijn bondswedstrijden in de Moriaan te Wijk aan Zee. Niet altijd, dan staat er een team (uit Groningen bijvoorbeeld) voor niks in Wijk aan Zee, maar vaak ook wel en dan staat er een team (van Krommenie bijvoorbeeld) per abuis bij de Prinsenhof in Beverwijk. Nu speelde de Wijkertoren ‘gewoon’ in Wijk aan Zee en we waren er allemaal: De Wijkertoren 1 en 2, Castricum en de Groninger Combinatie. Alleen de zaal was niet besproken. Of wel besproken, maar afgezegd. Daar kwamen we niet achter, want de verantwoordelijke man zat in Zuid-Amerika. De Moriaan werd in ieder geval  geteisterd door een kinderfeestje en tot overmaat van ramp was er ook nog een zogenaamde stamppotrun. De schakers werden na ferme onderhandeling gedoogd en opgeborgen in het achterste zaaltje en de bar was aanvankelijk verboden gebied, hoewel de regels in de loop van de middag wat werden opgerekt. Iets over enen had ook de wedstrijdleider de weg naar het bezemhok gevonden. Hij werd door een opgewekte voorzitter van de Wijkertoren, Hans Wiemerink, verwelkomd met de woorden: ik heb in ieder geval een stoel voor je geregeld. Auke Nicolai keek er niet van op en maakte het zich zo gemakkelijk mogelijk te midden van het gedrang.

Wedstrijdleider Auke Nicolai

Om kwart over enen had iedereen een plaatsje gevonden, waarbij opviel dat de Wijkertoren 1 en de Groninger Combinatie met zijn grootmeesters twee keer zoveel ruimte kregen als de Wijkertoren 2 en Castricum. De laatste twee teams hadden nauwelijks ruimte om te bewegen en al helemaal geen om te schrijven.

De Wijkertoren 2 (aan de rechterkant) tegen Castricum 1 (aan de linkerkant)

Ik bood aan alle zetten voor ze te noteren, maar dat deden ze toch liever zelf: op hun knie, onder de rand van hun bord geschoven of op andere voor mij ontoegankelijke plekken, zodat ik aan het eind alle formuliertjes moest zien te bemachtigen om er een foto van te maken. Ja, het is behelpen in de onderbond.

Niko Kok tegen wie

Maar tegen wie speelde Nico Kok eigenlijk? In elk geval stond het na elf zetten zo:

kok

Dat moet je natuurlijk niet doen. Een paar zetten later had hij eerst de zwarte damevleugel opgeruimd en toen liep hij op de andere vleugel dwars door de porseleinkast van de kort gerokeerde zwarte koning heen. Toen hij zijn f-pion op g8 tot  tweede dame  had gekroond (zou verboden moeten worden) gaf Heleen van Arkel (u had het al geraden?) op.

Er zaten twee helden uit vroeger tijd in de (vooruit, ik wil niet rot doen) zaal. Peter Uylings speelde voor dWT1 (en had praatjes voor twee) en Nico Kok (zwijgzamer maar vele malen kampioen van Weenink) voor dWT2. Nico borg bord en schaakstukken op toen kunst en gezin hem meer bleken te boeien dan een spelletje schaak. Wij vroegen hem vaak: kom weer eens schaken. En dan hield hij de boot af. Er moest ook nog gewerkt worden. Maar opeens was daar Cas, zijn zoon, die schaken kon. Van wie had hij dat geleerd? En nu dan in dat kielzog Nico zelf weer. Of eigenlijk geen kielzog, hij is de boeggolf van het tweede.

Sommige spelers (Van der Klooster en Spruit, Van Wonderen en Van Maassen) hielden opzichtig rekening met het dreigement dat de bar voor de schakers om drie uur zou sluiten en tekenden dus ruim op tijd voor remise.

Helemaal op het laatste bord (dat was nog net bereikbaar) vloog de nog steeds opgewekte voorzitter van de Wijkertoren, Hans Wiemerink, de nestor van Castricum, Ger Holsteijn, naar de keel. Dat kon niet goed gaan.

  • Diagram 1  zwart heeft heel onvoorzichtig de h-lijn geopend maar dreigt nu met e5-e4 de witte loper van de aanval af te snijden, dus de voor de hand liggende zet voor wit is 25.Lf5 (eventueel gevolgd door 26.Dh3) wat minimaal een kwaliteit wint, maar hij doet 25.Pd2-b3 wat zijn voordeel in één klap te niet doet
  • Diagram 2  nu heeft wit nog een aantal mogelijkheden om groot onheil af te wenden, bijvoorbeeld 27.Dh3-h8+ Kf8-e7 28.Dh8xg7 Dc7-f4 (28… exd3 29.Te1+) 29.Ld3-e2 (komt dat rare paardje op b3 toch nog van pas), maar hij wikkelt af met 27.Th1-c1 Dc7-f4! 28.Tc1xc8+ Lb7xc8 29.Dh3-h8+ Kf8-e7 30.Dh8xc8 e4xd3 31.Dc8xa6
  • Diagram 3  een hopeloze stand voor wit, tenminste als zwart  31… De4 heeft gespeeld en niet 31… Df3 (sorry, uw verslaggever weet het niet, hij kwam ogen te kort): in het eerste geval is er geen ontkomen meer aan (32.Da3+ Ke6 33.Pc1 d2+) en in het tweede geval zou alles nog met een sisser afgelopen zijn (32.Da3+ Ke6 33.Pc1! komt dat rare paardje toch nog van pas)
  • Diagram 4  de ongelukkige heeft helemaal geen Da3+ gespeeld maar Kc1 en Dc8 en staat nu mat

Wat een partij riep de winnaar in euforie. Het was zijn vijfde overwinning op rij. Er had meer in gezeten verzuchtte de voorzitter van de Wijkertoren iets minder vrolijk.

De partij Rakhorst-Kuijs in de eindfase

Even daarna schoof Wim Rakhorst heel beheerst zijn partij tegen Gerard Kuijs naar winst. Zie hoe netjes de witte stelling is en wat een brokkelkaas de zwarte. Er ontbreekt trouwens al een zwarte pion.

Hans Leeuwerik voor zijn partij

De Wijkertoren 2 stond op voorsprong en daar zou zo een twee drie geen verandering meer in komen, want de partijen Cas Kok-Hans Leeuwerik en Henk van der Eng-Cees Duivenvoorde werden allebei remise. Hans Leeuwerik speelde echt heel degelijk. Henk van der Eng ietsje minder. Hij viel aan met alle pionnen voor zijn koning naar voren. Het werd ogenschijnlijk een ravage, maar Cees ving de aanval keurig op en het was waarschijnlijk aan zijn lankmoedigheid te danken dat Henk uiteindelijk niet tegen de lamp liep.

eng3Zwart speelde 34…Dxf5, waar 34…Dxd3 toch echt wel kansen had geboden.
Henk hield de partij, die in een eindspel met ongelijke lopers resulteerde, op laten we zeggen onderhoudende wijze remise.

En toen was er nog één partij aan de gang. Die tussen Robert van der Wal en Richard Schelvis.

Richard Schelvis aan het denken gezet

Richard was op de twaalfde zet overvallen door een combinatie van Robert die er zijn mocht.

wal112.Pc3-d5! Wij telden de partij al. Maar Richard ging in de verdediging en liet zich helemaal knevelen. Toen wist Robert het opeens niet meer. Hij probeerde het op de gemakkelijke manier, maar Richard wilde niet opgeven. Hij vlocht wat dreigingen in de stand, maar Richard trapte daar niet in. De afwikkelingen naar een voor wit gewonnen eindspel zocht Robert niet of Richard wilde niet meewerken. Richard deed eigenlijk een tijdlang helemaal niets, onder het motto: wie geknipt wordt moet stil zitten. Dat ging zo door tot en met de veertigste zet.

wal2En toen geloofde Robert het wel. Het moest een lolletje blijven. Hij produceerde een serie halfslachtige zetten, die het Richard mogelijk maakten zich als Houdini uit zijn boeien te bevrijden. Zullen we het maar op remise houden, hoorden we Robert zeggen. Een gentleman. Maar ja, opeens was het geen 4-4 meer, maar had Castricum verloren.

2016 Wijk aan Zee - Wijkertoren [20160213-Pentax K01-20784]

Words Without Music

2016 Castricum - Waagtoren [20160109-Pentax K01-20517]De wedstrijd Castricum 1 tegen de Waagtoren 3 was nog maar net begonnen. Er was nog niet veel te beleven, dus ik zat wat te lezen in Words Without Music van Philip Glass toen iemand me kwam melden dat Eric van der Klooster een “leuk zetje” had gedaan. Ik rukte me los van Philip, over wie Aart Kögeler van de Waagtoren zich even tevoren nog hardop had afgevraagd of dat wel muziek was wat die man schreef en hij had mij daarbij onderzoekend aangekeken, mij in verlegenheid brengend, want veel meer dan Einstein on the Beach kende ik niet en dat alleen omdat ik het zo’n mooie titel vond, terwijl Aart een hele stapel opera’s van de man had en er dus veel meer van wist. Aan de kop van de wedstrijd had zich volk verzameld rond het eerste bord en dat zogenaamde leuke zetje van Eric.

Leuk zetje? Een tackle met twee benen vooruit op de enkels van de tegenstander was het, nee die had liever een eerlijke elleboogstoot gehad, nu moest hij maar zien hoe hij alles weer in de kom kreeg, dat ging echt niet lukken. Eric probeerde zo onschuldig mogelijk te kijken. Alex Albrecht daarentegen had behoorlijk de smoor in. OK, hij had even niet opgelet, maar om dan gelijk zo… maar hij ging er nog wat van maken. Hij probeerde van alles, gooide zijn koning om en zette die op een iets gunstiger plaats weer terug, riep op de 42e zet triomfantelijk “VLAG” en bood toen hij echt geen uitweg meer zag remise aan. Eric knipperde niet eens met zijn ogen, stak zo hier en daar een handje toe en rekte de partij keurig tot alle anderen ook klaar waren. Een waar kampioen.

Ondertussen hadden de andere Castricummers ook niet stil gezeten. Heleen van Arkel schoof heel gemakkelijk Albert van der Meiden aan de kant. Die vond dat eerst niet leuk, maar klaarde op toen hij hoorde dat zij ook nog De Greef heette. Toen vond hij het een eer. Verloren van een kampioene. Daar had hij vrede mee.

Hans Leeuwerik en David Baanstra deden elkaar geen pijn en hetzelfde gold voor Piet Kuijs en Johan Plooijer. Zie daar maar eens een flitsend verslag van te maken voegde Piet mij na afloop toe.

Wouter Beerse klaagde. Hij had last van het licht en keek daarbij moeilijk. Ik fluisterde: van jicht? Nee van het licht. En ik weer: je lijkt Fischer wel. Dat monterde hem op. Qua schaken, bedoel je? Hij ging er nog eens goed voor zitten en toen Egbert van Oene zichzelf in de problemen bracht was hij niet te beroerd om ook een puntje bij te dragen.

De schlemiel van de dag was Piet van Wonderen. Zei hij zelf. Maar hoe kon hij dat nou zeggen? Er zijn belangrijker zaken in het leven, verklaarde hij diepzinnig. Ja, dat vond ik nou ook, bovendien had ik het koud, dus ik ging de verwarming stiekem wat hoger zetten. Voor Leendert Hartgers hoefde dat niet. Als enige winnen, wat is er mooier dan dat.

Henk van der Eng leverde wederom vakwerk af. Hij is topscorer. Zijn “1000 Airplanes on the Roof” waren de “The Witches of Venice” van Aart Kögeler te machtig. Laat maar, ik weet er niets van, maar zoals gezegd die titels zijn mooi. En was het niet iets met Linda Ronstadt? Aart kreeg het er benauwd van en toen hij niet verder achteruit kon werd hij door Henk platgewalst.

En nu dan de andere topscorer: Ger Holsteijn. Hij moest het opnemen tegen Sandra Keetman en die is voor de duvel niet bang. Zij viel aan. Maar Ger verdedigde even geroutineerd als ingenieus. Zijn gecamoufleerde tegenaanval op de lang gerokeerde koningstelling van Sandra bracht haar zo van haar stuk dat ze de draad kwijt raakte en uiteindelijk in een te moeilijk eindspel terecht kwam. Ger won en zei toen: “je hebt goed gespeeld”. Hij bedoelde het goed. Maar het is iets uit vroeger tijd. Tegenwoordig zijn de bordjes verhangen. Zal ik uitleggen. Het gebeurt mij wel eens dat ik verlies van een heel jong talentvol schakertje. Dat is erg. Maar nog veel erger is het als het knaapje of meisje dan zegt: “goed gespeeld meneer”. Keurig hoor, maar dan ga ik pas echt door de grond. Ger geeft geen krimp, houdt stand en speelt als een jonge god.

Na afloop waren de Castricummers snel verdwenen. De Waagtorenaren daarentegen vierden hun nederlaag aan de bar. Totdat er iemand zei: we hebben wel verloren heren (en dame), en nog wel van Castricum. Ja dat wordt een moeilijk verhaal zei een ander. Doe dan nog maar een rondje zei een derde. Jan van Riel ging bellen dat hij nog niet thuiskwam.

 

ES

Een visje uit Volendam

De eerste zet op het eerste bord in de schaakwedstrijd Castricum-Volendam

Om de eerste zet van Volendammer Jan Tol kon Robert van de Wal nog wel lachen. Om zijn laatste niet meer. Tussendoor hadden de twee spelers behalve een partijtje schaak ook een potje wie is het meest relaxed opgevoerd. Jan vertelde tussen zijn zetten door aan de bar hoe het zat met de namen (zijn club telde bijvoorbeeld zes Veermannen, waarvan ze er twee meegenomen hadden) en de bijnamen (daarmee hield je ze zo nodig uit elkaar) in Volendam. En Robert vroeg of al die zetten die ik opschreef in mijn openingsvoorbereiding pasten en of ik ergens al een zet van een vraagteken had voorzien. Dat mag helemaal niet, zei ik, en bovendien, als je echt hatelijk wilt zijn, dan moet je duidelijk zichtbaar “TN” (theoretisch nieuwtje) noteren bij de eerste de beste stomme zet van je tegenstander. Ik heb meegemaakt dat iemand die dat overkwam niet verder wilde spelen. En zo sloegen we ons gezamenlijk door de partij heen, waarin Robert een pion won, maar wel met zijn hele cavalerie ver afgedwaald, waarop Jan, wiens oom of grootvader, daar wil ik van af zijn, in het dorp Le Fou werd genoemd, omdat hij wel eens in Frankrijk was geweest, zíjn paarden recht op Roberts onbeschermde koning afstuurde. Lees verder Een visje uit Volendam

Vuurdoop

De eerste wedstrijd van Castricum in de promotieklasse na lange tijd was een leerzame. De Uil uit Hillegom kwam op bezoek en dat was op alle borden sterker. Op papier dan. In werkelijkheid wilde ik dat nog wel eens zien. Van wedstrijdleider Cees Lute mocht ik alleen de eerste tien minuten foto’s maken, maar toen was er nog niet veel aan.

Lees verder: Vuurdoop

ES/27/09/2015

Een leuke stelling

Laatst trof ik Gerard Blees verbouwereerd achter zijn glas bier aan. Hij had het Schots gambiet gespeeld. En? Dat was gezien zijn gemoedstoestand vragen naar de bekende weg, maar ik kon het niet laten. Hij had verloren. Van Hidde Brugman. Van Hidde? Met het Schots gambiet? Ja, hij snapte het ook niet. Hidde was niet onder de indruk geweest, had waarschijnlijk net zoals ik geen benul van het Schots gambiet, was dus ook helemaal niet geschrokken, wat je hebt als je denkt: o gottegottegot, Schots gambiet, hoe ging dat ook al weer, daar had Hidde dus geen last van gehad. Gerard wel. Want zo’n Schots gambiet houdt een keer op en wat dan? Verloren dus. Ach, troostte ik hem, wat doet het er toe, als je maar lol hebt. Hij lachte als een boer met kiespijn, maar beet toch nog even van zich af. En jij, tegen wie moest jij? Tegen Thomas Broek, sprak ik dapper en ik had een hele leuke stelling op het bord. Er trad nu een lichte ontspanning op in zijn houding. Hij vroeg niet verder, hij begreep.

Wat is een leuke stelling?

I.

Na een opening die mijn verstand te boven ging bereikte de rapidpartij Schmit-Broek zijn hoogtepunt. Ik kon het niet laten om namens mijn tegenstander Lc8-a6 voor te stellen, welke zet Thomas onmiddellijk uitvoerde. Met onderstaande stand als resultaat.

II.

In het Science Park Amsterdam Chess Tournament van 2012 speelde ik met zwart tegen Dennis Keetman. Aan het eind stond het zo:

Hans Nuijen was toeschouwer. Hij kon zijn lachen niet bedwingen. Jij snapt er ook niets van, zei hij, de bedoeling van het spel is om de koning mat te zetten, niet de dame.

ES

(Eerder gepubliceerd op de website van de Schaakvereniging Castricum)

Het Witte Paard

De tweede uitwedstrijd van Castricum 2 dit seizoen was tegen Het Witte Paard 4 in Haarlem. Ik besloot deze keer op eigen gelegenheid te gaan. Op grond van ervaring. Maar al in Heemskerk ging het mis. De trein wilde niet vertrekken. We stonden nog langs het perron. Een jongeman begon heen en weer te lopen in het gangpad. Twee dames spraken elkaar moed in: kijk, dan zijn er altijd weer mensen die niet kunnen blijven zitten, en je doet er toch niets aan, je kan beter rustig blijven zitten, in de auto sta je ook wel eens in de file, zo lang kan het toch niet duren, het helpt je niets als je je druk maakt, waarom zeggen ze niks? De intercom meldde opgewekt dat we een nog niet opgehelderd defect hadden. De jongeman kwam nog iets driftiger langs gebeend. De dames zeiden: zie je wel, een defect, dat is niet erg, dat lossen ze wel op, toch? De jongeman: ik zou d’r maar niet op rekenen, spook. Even later de intercom weer, nu iets minder zonnig: ja sorry hoor, de oorzaak is nog niet gevonden en wat heel vervelend is, de deuren willen ook niet meer open. De jongeman deed nu een gekooide tijger na. Maar niet lang. Scheldend op de Nederlandse Spoorwegen schoof hij een raampje open en begon naar buiten te klimmen, daarbij geholpen door twee meisjes in de trein. Op het perron stond een derde klaar om hem op te vangen. Hij was dus niet alleen. De dames verstomden en keken vol ontzag naar dit tafereel. Halverwege schrok de jongen terug. Zijn hoofd was erdoor, zijn benen hingen nog binnen. Dat was eigenlijk verkeerd om. De twee meisjes duwden, het derde meisje trok. Hij durfde zich niet voorover te laten vallen. En op dat moment was daar weer de intercom met de verheugende mededeling dat het defect was verholpen en dat we gingen rijden. Zie je wel, zeiden de dames. De jongen probeerde zich nu achterwaarts weer naar binnen te werken, waarbij de twee meisjes trokken en het derde meisje duwde. Zijn leren jack stroopte op tot onder zijn kin. Op het laatste nippertje worstelde hij zich uit zijn jack en in de trein. Hij wilde nu de conducteur en de machinist vermoorden. De twee meisjes hadden moeite om hem van dat plan af te brengen, het derde meisje was er met zijn leren jack vandoor. De dames mopperden dat je altijd kalm moest blijven, dan kwam alles vanzelf weer goed. En inderdaad haalden we Haarlem, met horten en stoten, maar net op tijd.

Sociëteit “Vereeniging” aan de Zijlweg 1 in Haarlem. Een prachtig gebouw uit 1923 en een herensociëteit. Wat een ruimte, wat een ambiance en wat een stijl! De lambrisering, de zes meter hoge plafonds, de dikke tapijten op de vloer, de bolvormige lampen hoog boven mijn hoofd, ik dacht dat ik verdwaald was. Maar daar zag ik mijn teamgenoten met onze coach en de opstelling. Alles klopte dit keer. De hockeymeisjes stonden nu achter de bar verrukkelijke drankjes te schenken en helemaal aan de andere kant van deze immense ruimte werd gebiljart. Wij werden allemaal aan aparte tafeltjes gezet met een groen vilten dek, voor de bridgers, maar nu stond er een schaakspel op en naast de geriefelijke leunstoel was een bijzettafeltje aangeschoven voor de drankjes. Onmiddellijk overviel mij een gevoel van grote tevredenheid en terwijl ik achteroverleunde en langzaam wegdommelde op het weldadige ritme van de ouderwets tikkende klok, was het alsof ik in de verte de kerstklokken al hoorde en de geur van vers gebraden kalkoen opsnoof en het enige, dat ik nog wenste, was vrede op aarde en een sigaartje en een cognacje. En ik nam me ernstig voor in het nieuwe jaar weer serieus te gaan schaken, maar nooit meer in spelonken, catacomben of andere akelige ruimtes, en in Wijk aan Zee aan het Corustoernooi mee te doen en nimmer meer remise aan te bieden en meer in het algemeen een beter mens te worden of als dat niet kon dan tenminste een beter schaker.

Halverwege de partij schrok ik op uit mijn overpeinzingen toen ik onnadenkend mijn glas naast mijn bord zette in plaats van op het bijzettafeltje en zo een kring maakte op het groene vilt. Mijn tegenstander riep: “Dat mag niet!” en ik schrok: “O wat doe ik nu”. Ogenblikkelijk stond er een hele kudde witte paarden bij mijn bord, op zoek naar een onreglementaire zet of nog beter een blunder. Ik wees schuldbewust op de kring in het vilt en teleurgesteld droop de kudde weer af, zachtjes schande mompelend.

Mazeppa

Ik hoorde het al niet meer en droomde van vroeger, toen ik een ouderwetse grammofoonplaat had met op de hoes een groot wit paard tegen een woedende rode achtergrond. In mijn hoofd klonk de muziek. Het was een symfonisch gedicht van Liszt en het witte paard was wild en galoppeerde met Mazeppa over de steppen. Mazeppa was een Poolse edelman in de zeventiende eeuw, die het had aangelegd met de vrouw van een andere Poolse edelman en toen was hij naakt (ja de edelman, niet de vrouw van die andere edelman, de verhalen gingen toen anders dan nu), was hij dus naakt vastgebonden op een paard, dat hem in een helse rit helemaal tot in de Oekraïne had gevoerd. En op het eind was hij Kozakkenhoofdman. Dat was nog eens een uitwedstrijd. Trombones, tuba, celli, bassen.

Allemachtig, waar was ik. Kom, ik nam nog maar eens een slok. Opeens bleek ik van het drankje van mijn coach te nippen, die naast mij zat en van hetzelfde bijzettafeltje gebruik maakte. Hij vatte het sportief op. Als ik beloofde niet meer van die rare dingen te schrijven, hoefde ik niet lopend terug, wat hij oorspronkelijk in gedachten had, maar bracht hij me zelfs thuis. Het was immers toch op de route. Hierdoor werd ik zeer geroerd en het was in die gemoedstoestand en ook omdat het nog geen nieuwjaar was, dat ik mijn tegenstander van Het Witte Paard remise aanbood, welk aanbod dankbaar werd aanvaard.

Thuisgekomen vertelde ik mijn verhaal aan Nanny. Van die prachtige zaal met de bijzettafeltjes en de verrukkelijke m…drankjes en van de witte paarden en dat er in Zaandam een club was, die ook zo heette, maar lang zo mooi niet en dat er eens een dwaas stel schakers was, dat in Haarlem moest zijn, maar in plaats daarvan naar Zaandam was gereisd en daar dom dom dom voor een dichte honigkantine had gestaan, maar dat wij dit keer feilloos de weg hadden gevonden en dat ik gedroomd had van Mazeppa en dat de coach niet boos was en me zelfs had thuisgebracht en dat er op de heenreis dit keer, voorzover ik me herinnerde, niets bijzonders was gebeurd… Ze keek mij onderzoekend aan en zei: misschien is het beter als je een tijdje helemaal niet meer schaakt.

 

ES/16/12/2003

Onnavolgbaar

“Zo mannen, zijn we er allemaal? In de wagens dan en eropaf! Heemstede 2, dat wordt een bloedbad.”

Zo’n ploegleider had ik nog niet meegemaakt. Die had er duidelijk de wind onder. Vorig jaar bij het eerste stond je gezellig bij het station te kletsen tot ver na de afgesproken tijd. We misten dan nog minimaal twee man, waarvan de een misschien wel rechtstreeks…of toch niet? Nou, dan ging iemand bellen en een ander ging een invaller achter de televisie vandaan trekken en de auto’s namen nooit dezelfde route en meestal zaten we dan iets te laat maar toch ontspannen achter de borden, want erg serieus was het allemaal niet.

“Voor hun dan.”

Dat hoorde nog bij dat bloedbad. We waren rijkelijk vroeg, vond ik. Het was net kwart over zeven. Iemand vroeg schuchter waar het precies was in Heemstede.

“Iedereen gaat met mij mee of rijdt achter mij aan. Kijk, hier heb ik het stratenboek, zie je die afslag, die moet je dus niet hebben, maar even verder weer wel en als je een bordje Bennebroek ziet, dan ben je te ver.”

Onze ploegleider reed in een Opel. Die volgden we dus een tijdlang, totdat die hele vreemde paden opging en we ons afvroegen of we de goede Opel wel in het vizier hadden. Daar had je mijn huis in de Rossinistraat in Heemskerk. Zou hij vergeten zijn dat ik al in de volgwagen zat en dus niet meer opgehaald hoefde te worden?

Nee we pakten de snelweg, door de tunnel, maar bij Haarlem er weer af. Nou werd het pas goed ingewikkeld. Onze ploegleider testte ons door zijn linker richtingaanwijzer te ontsteken en rechtsaf te slaan. Het bracht ons even in verlegenheid. Maar de opdrachten waren helder, dus we kleefden aan zijn bumper, wat er ook gebeurde. Even verderop deed hij voor de afwisseling zijn rechter richtingaanwijzer aan en sorteerde links voor. Maar er begon zich een patroon af te tekenen. Hij ging nu gewoon rechtdoor. Voorbij de afslag die we niet moesten hebben en voorbij de afslag die we wel moesten hebben en daar had je warempel het bordje Bennebroek.

Hadden we het verkeerd begrepen, moesten we soms uit tegen Zandvoort of misschien Zeebrugge? En waarom knipperde hij steeds met zijn remlicht? Gaf hij ons tekens? Waren het noodsignalen? Eindelijk stuurde zijn boordcomputer ons linksaf. En geloof het of niet: daar had je de velden van RCH, maar dan van de andere kant.

Het was bij achten. Gauw de auto aan de kant en tussen de hockeymeisjes en voetballende jongetjes door naar een vervallen kantine met vergane glorie en oude bekers en foto’s van Johan Neeskens. Dat hadden we niet moeten doen. Want toen waren we hem dus kwijt. En niet een beetje kwijt, echt helemaal spoorloos. Stonden we daar met vier man zonder opstelling en zonder coach. De mannen van Heemstede 2 wreven zich al in de handen.

Maar te vroeg gejuicht. Kwart over acht, daar was hij met in zijn kielzog drie verwilderde mannen, die oost van west niet meer konden onderscheiden en dolblij waren dat ze kaartlezer af waren. Dachten ze. De wedstrijdleider van Heemstede 2 vroeg om de opstelling. Onze ploegleider wendde zich tot een van zijn gewezen kaartlezers en vroeg om de opstelling. De arme ziel wist van geen opstelling. Hij had de hele rit het stratenboek vast moeten houden en dat lag nu in de auto en die auto stond… ja hoe moest hij dat nu uitleggen. Toch geen onredelijke plaats voor …, maar toen hij het zei, zag hij de bui hangen.

“Dat was het stratenboek niet, dat was de opstelling.”

Er begon zich opnieuw een patroon af te tekenen. Maar voordat we het helemaal konden doorgronden was onze ploegleider weer weg. Door het toilet, naar buiten.

“Begin maar vast, ik haal dat stratenboek wel op.”

Riep hij ons toe. Daar stonden we. Met z’n zevenen, maar nog steeds zonder opstelling en opnieuw zonder coach. Maar de opdracht was helder. Dus begonnen we alvast. We kregen elk een consumptiebon. Ik herinnerde me een vorige wedstrijd op deze plek. Een oude man had mij gevraagd of ik trek in koffie had. En toen ik had geantwoord: dat is vriendelijk van u, ja graag, had hij mijn consumptiebon weggegrist en was één koffie gaan halen. Maar dit terzijde. Want na een kwartiertje was onze ploegleider terug. We hadden het vierde bord voor hem open gelaten. Dat was dus schrikken voor Heemstede en helemaal toen onze man een dik notatieboek naast zijn bord legde. Bemoedigend knikte hij ons toe en met een snelle opening probeerde hij ons in te halen.

“Blunder… een blunder….”

HSC ne irrideamurNog geen half uur later. Onze ploegleider liep verwilderd rond in de vervallen kantine met de vergane glorie en de oude bekers en de foto’s van Johan Neeskens. Heemstede 2 wreef zich in de handen. Ne irrideamur, stond er op hun notatieblaadjes. Dat men ons de draak niet steke. Onze coach had even niet opgelet. Ver voorbij Bennebroek was hij nu. Het lachen stond ons nader dan het huilen. Maar de opdracht was nog steeds glashelder. Dus we wonnen de wedstrijd, ondanks onze coach.

Thuisgekomen vertelde ik mijn verhaal aan Nanny. Van de gewonnen partij en onze nieuwe coach en van de oude mannen en de consumptiebon en van Bennebroek en die rare boordcomputer en van de hockeymeisjes…Zij keek bedenkelijk en zei: ik denk niet dat je de volgende keer mee mag.

 

ES/07/10/2003