Hij dacht geloof ik met computer te doen te hebben

In 1982 bestaat de Noord-Hollandse Schaakbond vijftig jaar en het bestuur en mijnheer Pagel hebben samen iets leuks bedacht. Zo’n elfhonderd schakers uit heel Noord-Holland zijn op zaterdag 16 oktober verzameld in de Kennemer Sporthal in Haarlem voor een massale competitieronde. Wil Ersson wordt door wedstrijdleider Berend van Maassen gecharterd om Excelsior met have en goed ter plaatse te krijgen. Hij doet verslag.

Zaterdag 16 oktober was ik uitgenodigd om in ons tweede team een wedstrijd te spelen in de Haarlemse Sporthal. Ik had gedacht om ‘s middags rustig een partij te kunnen schaken, maar dat pakte anders uit.

Omstreeks een uur of elf ‘s morgens werd ik achter mijn koffie vandaan gehaald door Van Maassen. Ik mocht nog wel even douchen, maar daarna moest ik mee naar de Schuilhoek om mee te helpen bij het inladen van het schaakmateriaal.
Toen dit gebeurd was, moest ik mee naar zijn huis om diverse briefjes in ontvangst te nemen met namen en voertuigen, over personen die al gespeeld hadden, die opgehaald moesten worden, snel even gebeld moesten worden, die op eigen gelegenheid gingen. Op gegeven ogenblik kreeg ik zoveel gegevens dat de huiskamer in steeds sneller tempo voor mijn ogen begon te draaien. Hij dacht geloof ik met computer te doen te hebben.

Toen ik buiten weer in de frisse lucht stond, was het me niet duidelijk wat de wedstrijdleider feitelijk zelf ging doen, maar mijn taak was duidelijk: ik moest drie teams naar Haarlem zien te krijgen. Die opdracht lukte ook nog, al ging het gepaard met veel geschreeuw en nog meer kabaal, zodat de niet-schakers uit De Schuilhoek verschrikt kwamen kijken. Uiteindelijk kwam ik met Vos en Maas in een auto terecht om Ruiter op te gaan halen. Na Vos, onze ex-wethouder van verkeerszaken, met vaste hand door Heemskerk geloodst te hebben – alleen op de Jan Ligthartstraat was hij prima thuis, maar die had hij dan ook zelf geopend – kwamen wij op de ontmoetingsplaats, waar geen Ruiter te bekennen was. Nu was ik daar wel eens meer geweest en ook tevergeefs naar Ruiter gezocht, dus ik wist waar ik wezen moest in de Antillenstraat. Op mijn bellen kwam Ruiter in hemdsmouwen aan de deur en keek niet-begrijpend naar mij en de auto. Er was namelijk om kwart voor twee afgesproken en wij waren er om vijf over half twee. Na Ruiter overtuigd te hebben dat hij best tien minuten eerder kon vertrekken, gingen we richting Haarlem.

In de sporthal stonden wij enigszins verloren tussen duizend andere schakers, de wedstrijdleider schitterde nog steeds door afwezigheid. Na verloop van tijd bleek dat Henk Maas feitelijk een thuiswedstrijd speelde. Hij schudde tenminste iedereen de hand en werd zelf uitbundig op de schouders geslagen. Op de een of andere manier kwamen wij toch op de plaats waar wij moesten spelen. Van Asperen en Van IJsseldijk waren ook gearriveerd, zodat het tweede team compleet was. Wij waren met zes man, want twee van ons hadden reeds gespeeld. Jongejans had remise gespeeld en Otten verloren. Toen we moesten beginnen werd ik door Vos ook nog gebombardeerd tot wedstrijdleider, maar gelukkig nam hij daarna de leiding zelf vast in handen.

De wedstrijd zelf verliep niet zo succesbol voor ons: we leden een nederlaag van 2½-5½ tegen de Lange Rochade. Vos speelde remise, Van Asperen verloor van ons oud-lid Van de Wakker en Van IJsseldijk dolf ook het onderspit. Toen was de stand 4-1 voor onze tegenstanders. Op dat moment bood mijn tegenstander remise aan. Na samenspraak met Vos besloot ik verder te spelen, maar ik stond reeds verloren. Ruiter speelde remise en Maas won, maar die speelde dan ook een thuiswedstrijd.

Toen we naar huis gingen zag ik ook nog de voorzitter voorbijsnellen met wat volgens mij de totale voorraad jubileumkranten was.


Ersson



Voor Excelsior, schakers sinds 1955, nu ze er mee ophouden

Excelsior ingebonden

Het is al weer heel wat jaren geleden dat Kees Ruiter (hij is er niet meer) mij aanschoot en me trots vertelde dat hij de clubbladen die ik voor Excelsior heb gemaakt allemaal nog had. Hij had ze laten inbinden. Dat streelde mij, ik zei wat leuk, maar durfde niet te bekennen dat ik ze in een moment van verstandsverbijstering zelf allemaal had weggegooid. En nu vertelt Berend van Maassen dat hij in het bezit is van een band met oude clubbladen van Excelsior. Hij weet niet hoe hij eraan gekomen is. Ik mocht ze inzien.

Tussen 1979 en 1983 werden de clubbladen bij mij thuis aan de Jan Ligthartstraat vervaardigd. De kopij werd op een ouderwetse Adler-schrijfmachine-met-brede-wagen uitgetypt op stencils en vervolgens nog veel ouderwetser met een met de hand aangedreven stencilmachine afgedrukt. Trots vermeldde ik in elke uitgave dat: “Dit blad werd gestencild op kringlooppapier”. Dat laatste werd me niet in dank afgenomen. Het kon mooier vond men. Het papier was grauw, de inkt verbleekte. Die inkt, eerst bruin naar de mode van die tijd, later blauw, haalde Nanny in grote tubes bij Gestetner in Diemen.

Het valt mee nu ik ze doorblader. Ze zijn nog best te lezen. Ik ga er de komende dagen uit citeren. Ofschoon ik er een beetje tegen opzie om het voor de tweede keer te moeten uittypen. Voor nu dus alleen de drukfout die ik vond.

Drukfout

Het schaakseizoen is weer begonnen
Laat paarden en lopers maar gaan
Het torenoffer was nog te onbezonnen
Wel zag ik iemand een passant slaan



Voor Excelsior, schakers sinds 1955, nu ze er mee ophouden.

Weenink-Koningsclub


Beverwijk 1985 Weenink-Koningsclub, een wedstrijd om in te lijsten. Tien clubspelers tegen twee internationale grootmeesters, drie internationale meesters, twee FIDE meesters, twee nationale meesters en een in opleiding.


Supervisor Frans Koopman zweept de ploeg maandenlang op in de Weenink Post. Het ratingverschil van gemiddeld 250 punten per speler wordt in een sensationele wedstrijd volledig weggepoetst.

Over het paard getild

De prognoses waren overduidelijk en wetenschappelijk onderbouwd. Weenink zou twee bordpunten scoren tegen de Koningsclub. Een halfje meer of minder, daar zou rekenmeester Bram niet wakker van liggen, maar dan hield het op. Twee remises dus en misschien, heel misschien één overwinning.

Weenink verscheen in de sterkste opstelling. Alle spelers stonden op scherp. Want al was de kans op ploegsucces dan kleiner dan één procent, de kans op persoonlijke roem was minstens tien keer zo groot. Ook Pagel had geen risico genomen en verscheen met onder anderen twee internationale grootmeesters en drie internationale meesters. De korf stond wel erg hoog opgesteld.

Drie uur gespeeld. “Meneer Pagel, wat vindt u van de stand, nog steeds 0-0?” Pagel: “Ja, auf Papier…”

Een half uur later. Cees Duivenvoorde opent de score tegen De Savornin Lohman. In één klap het hele seizoen goed. De Koningsclub over het paard getild en Weenink aan de leiding!

Maar och heden. Wat is er met Erik Schoehuijs aan de hand? Is dat de Berlijnse verdediging? Het lijkt wel gatenkaas. En wat gebeurt daar? Daar probeert Hartoch met zijn volle gewicht een pionnetje naar de overkant te duwen. Dat houdt onze Alessandro nooit. Pagel, die even deed alsof hij er niet bij hoort, loopt nu weer ontspannen rond.

Ik loop langs het bord van Hans Nuijen. Wat staat die slecht. Dat ziet een leek. Die Van der Sterren is ook een halve grootmeester. Hé, dat is aardig, Hans slaat een pionnetje en laat zijn dame een soort pirouette maken op het snijpunt van vier velden. Pas als zij uit getold is, zet hij haar op haar plaats. Maar wat doet die Van der Sterren nou? Hij vindt het helemaal niet grappig zo te zien. Hij geeft op! Heb je daar van terug?

En dan Bert van der Zijpp. Die maait Van der Weide. Als in zijn beste jaren. Zelf geeft hij alle eer aan de tegenstanders: “Die jongens zijn goed vooruitgegaan, een paar jaar geleden speelden ze nog in de onderbond.”

Bert Heemskerk meldt zich, met remise. Hij had de hele partij moeilijk gestaan en hij moest nog één zet doen binnen één minuut. Voor een bedaarde speler als Bert is dat erg weinig tijd. Dus toen Van Geet, van het dubbelfianchetto, plotseling remise aanbood, had hij het maar aangenomen. “Maar ik stond wel gewonnen”, probeert hij ons gerust te stellen. Wij zijn een zenuwinzinking nabij.

Het is niet meer bij te houden. overal lachende gezichten. Paul Bierenbroodspot is wel erg vrolijk. Adam Kuligowski niet. Die zit met zijn hoofd in zijn handen als verdoofd over zijn bord gebogen. De stukken staan al lang weer in de beginstand. In het Hoogovens Schaaktoernooi van 1983 won hij van Korchnoi. Nu verliest hij van Bierenbroodspot. Twintig minuten zit hij zo. Dan wankelt hij naar Pagel, die onduidelijke brieven zit te schrijven aan een tafeltje. Wij zien hem wat vragen. Pagel schudt van nee en gaat door met schrijven. Kuligowski is ontslagen.

Nico Kok verliest van Marcus. Nico heeft zijn dag niet. Berend Pluim maakt vreemd kappende bewegingen met zijn handen en trekt een raar gezicht. We mogen niet praten van Jan Sinnige, want er mag ook niet gebiljart worden. Berend bedoelt: de-span-ning-is-te-snij-den.

Op het eerste bord sterft Hendrik Koopman duizend doden. Maar hij blijft zetten. Met de rug tegen de muur vecht hij tegen de aanval van Sergei Kudrin, tegen de voortrazende secondenwijzer, tegen de onrust om hem heen en binnen in hem. Als hij dit toch eens remise mocht houden. Het mag nét niet.

De laatste partij is die tussen Peter Uylings en Job de Lange. De laatste zetten zijn niet meer genoteerd en er moet eerst gereconstrueerd worden. De Lange is aan zet. Lichte paniek maakt zich van hem meester. Hij moet kiezen: eeuwig schaak toelaten of de dames ruilen en een misschien wel verloren eindspel ingaan. De stand is 4½-4½. Hij gaat schoorvoetend naar Pagel toe: of hij misschien remise aan mag bieden.

Pagel bestudeert de stelling. Berend beduidt dat het voorbij is. En inderdaad, Pagel geeft toestemming om het punt te delen. Hij houdt zich groot, zijn spelers klitten wat lacherig in groepjes bijeen. Het applaus is voor Weenink.

Buiten zien we grootmeester Kuligowski nog een laatste poging doen, als Pagel in zijn auto stapt. Het tafereel is te navrant. Het portier slaat dicht. Loket gesloten.


DE PARTIJEN

Sergei Kudrin, internationaal grootmeester en speciaal voor deze gelegenheid overgevlogen door Pagel, lijkt zich niet erg in te spannen. Hendrik Koopman des te meer, wat al snel tot uiting komt op de klok. Toch overleeft hij de tijdnood en de aanval, die niet doorzet, maar de grootmeesterlijke afwikkeling naar een eindspel met vrijpion is hem net even te veel.

_

De tweede grootmeester Adam Kuligowski wordt aan de tand gevoeld door Paul Bierenbroodspot en dat doet pijn. Na de partij schatert Paul het uit over de penning waarmee hij een uitgelokte vork onschadelijk had gemaakt. Tijdnood doet zijn radeloze tegenstander uiteindelijk de das om. Op de vierendertigste zet valt zijn vlag.

_

De Berlijnse verdediging van Erik Schoehuijs vertoont dit keer gaten, die pijnlijk snel door zijn tegenstander John van Baarle opgemerkt worden. Sommige ervan ziet Erik ook nog wel, maar niet het mat op h8.

_

Hans Nuijen, helemaal niet bang, opent met b4, maar komt toch al snel in de verdrukking door een zwarte pion op e4 en later op d3. Bovendien is er de latente dreiging van mat op g2. En ofschoon hij de grootste problemen weet op te lossen, dreigt een verloren eindspel, totdat zijn tegenstander Paul van der Sterren de blunder van de dag begaat. Hans laat zijn dame een vreugdedansje uitvoeren op het winnende veld.

_

Voortdurend knipogend naar Pagel ruilt Rob Hartoch zich tegen onze Alessandro in sneltreinvaart naar een eindspel toe, dat zo op het oog volkomen gelijk staat, maar waarin de superieure stand van zijn koning en een op slinkse wijze verkregen vrijpion toch nog de doorslag geven.

_

Het witte g4 van Peter Uylings mist dit keer overrompelingskracht en de torens worden afgeruild langs de open h-lijn. In het tijdnoodduel dreigt Job de Lange nog even heel ondeugende dingen op f2, maar wordt daar terecht van weerhouden door de dame van Peter. Tot zijn opluchting kan Job zijn baas er dan van overtuigen dat verder spelen niet slim is.

_

Geen lachje kan er af bij Piet van der Weide. En met recht, want Bert van der Zijpp kent geen pardon met hem. Onze vreugdekreten beheerst onderdrukkend zien wij hoe Bert wat onbelangrijk materiaal afstaat in ruil voor een hele rits pionnen. “Een kwestie van techniek, dus dat kan nog moeilijk worden”, zegt hij bescheiden. Even later heeft hij gewonnen.

_

Broodspelers zijn het, tot de laatste stuiver toe. Bezorgd vraagt John Marcus of het eerste kopje koffie wel gratis is, anders ziet hij er liever van af. Gastheer Nico Kok maakt het hem niet al te moeilijk.

_

Op de deur van de Wijckermolen hangt de mededeling dat er niet gebiljart kan worden wegens een belangrijke schaakwedstrijd. “Waar is die belangrijke schaakwedstrijd dan wel?” vraagt De Savornin Lohman hautain bij binnenkomst. Cees Duivenvoorde maakt het hem al snel duidelijk. Een week lang heeft hij gestudeerd op het Jänisch en het verbluffende resultaat daarvan staat al na twintig zetten afgetekend op het bord. Onberispelijk wikkelt hij af, als zijn tegenstander vergeet op te geven.

_

Een vrij normale partij, maar toch nog een dubbelfianchetto van de zwartspeler. Van Geet loopt rond alsof hij reeds gewonnen heeft. Bert Heemskerk is dus in moeilijkheden. Zijn evenwichtsgevoel loodst hem echter langs de gevaarlijkste punten en vlak voor de veertigste zet staat hij opeens gewonnen. Van Geet heeft dat net iets eerder door dan Bert en ziet zijn remiseaanbod geaccepteerd.

_

[Weenink Post, jaargang 36 nummer 22, 14/05/85]

Vleermuis 19


De velden zijn leeg en nu Excelsior, nog iets eerder dan gedacht, is opgehouden te bestaan, resten slechts de herinneringen. Herinneringen aan hoogtepunten en dieptepunten, aan pieken en aan dalen, en daarvan waren de dalen in mijn ogen verreweg het mooist. Zoals tien jaar geleden in Volendam.


Staff Only

In een opwelling vervoegde ik mij als last minute supporter om een uur of zeven bij de Werf. Daar stond de lijndansles op het punt te beginnen. Of ik mee wou doen. Ik legde uit dat ik met het schaakteam van Excelsior mee naar Volendam ging, als er plaats was in de bus. De lijndansers haalden hun schouders op. Zou ik dat nou wel doen en ik moest het zelf weten. Maar ik was eigenwijs en er was plaats. Ik werd ingedeeld bij Martin Herruer chauffeur en Ruud Eisenberger teamcaptain.

De heenreis was opgewekt er zorgeloos. Het gesprek ging over koetjes en kalfjes in het algemeen en schaken in het bijzonder. Ruud hield een absurd betoog, waarschijnlijk om iets duidelijk te maken, wat ik nu vergeten ben. In de opening moest je niet je dame in het centrum zetten. Daar was ze kwetsbaar. Wat moest je dan wel in het centrum zetten? Iets wat niet zoveel waard was als een dame. Wat was minder waard? Een stuk. Nog minder. Wat was het minste waard? Een pion. Tot zover wisten we de antwoorden. Maar was er iets dat nog minder waard was dan een pion? Nee dat wisten we niet. Ruud wel. Niks was minder waard dan een pion. Dus moest je helemaal niks in het centrum zetten. Een redenering van likmevestje. Een club naar mijn hart.

De reisleidster van Martin Herruer sprak onberispelijk Engels. Ze loodste ons feilloos naar Volendam, maar maakte zich er toen wel erg gemakkelijk vanaf. Aan het begin van de dijk vond ze dat we er waren. Toen moesten we nog 500 meter lopen. Daar lag Hotel Spaander. Het leek mooier dan het was. We bleken tot onder in de gewelven te moeten afdalen, tot in een soort berghok met “Staff Only” op de deur. Nietsvermoedend stommelden we naar binnen.

Je zag er geen hand voor ogen. Op de tast werden handen geschud en vervolgens stukken verschoven. Het ging de Volendammers beter af dan die van ons. Dat was eerst nog niet zo duidelijk. Zoals gezegd, we zagen niet veel en als toeschouwer moest je al helemaal op je gehoor afgaan. Na een zet of tien liep Charly Zwemstra even van zijn bord weg, op zoek naar het toilet. Niet meer teruggezien, weg kwijt geraakt in de catacomben. Uiteindelijk toch nog gevonden, maar het was de oude Charly niet meer: bril op, bril af, niets hielp.

Even verderop speelde Frans Koopman best vlot voor zijn doen. Maar hij drukte steeds de klok van zijn buurman Martin Winters in, waardoor hij toch nog in tijdnood kwam. Boven ons werd met tafels en stoelen geschoven. Gegooid leek het meer. Dirk Kruiper had daar geen last van. Die speelde een partij, zo saai, dat hij evengoed in slaap viel. Waar zijn tegenstander vals van profiteerde.

Paul Lieverst had zijn laptop bij zich en Fritz. Maar toen die werd ingeschakeld was het te laat. De waarderingen varieerden op zeker moment van min zeven bij Marcel Duin tot min veertien bij Thijs Waanders. En Martin Herruer was zonder navigatiesysteem ook een stuk minder dan met. Alleen Ruud Eisenberger redde zich. Uit het donker tegenover hem had hij een stem gehoord. Die remise aanbood. Beweerde hij.

Frans was de laatste die nog speelde. Hoe is de stand vroeg hij op goed geluk. We staan achter sprak iemand, die duidelijk nog even geen zin had in een slecht nieuws gesprek. Frans zette dus alles op alles, maar miste opeens zijn zwarte loper. Al een tijdje niet meer gezien trouwens, maar dat zei niets, had hij gedacht.

Bij het licht van een stallantaarn werd het uitslagenformulier ingevuld. We bleken met zeven en een half tegen een half verloren te hebben. In de hoek van het surrealistische zaaltje kleedde een pikzwarte neger, zijn dienst zat erop, zich bijna onzichtbaar om. Ik kon mijn ogen niet geloven. We waren aan elkaar gewaagd, sprak een Volendammer. Nu kon ik ook mijn oren niet meer geloven. Op welke schaal werd hier gewogen? Waren het troostende woorden? Maar dan wel van een soort die je deed verlangen naar een gezonde dosis zout in de wond.

Ergens boven in het restaurant was Thijs Waanders een witbier en nog iets onbeduidends gaan halen. Hij kwam helemaal ontdaan terug. Raad eens hoeveel ik moest betalen. Zeven euro! En dan is Thijs ook nog van het slag dat in zo’n geval de euro’s onmiddellijk omrekent naar guldens, waardoor je nog bozer wordt. We wisten niet hoe gauw we weg moesten komen uit dat kolenhok.

Voor ons lag de nacht, achter ons gaapte een zwart gat. Het zette Ruud aan tot bespiegelingen over de kosmos. Over Bohr en Einstein en over het begin van alle materie of energie. En dat we op deze manier niets te zoeken hadden in de eerste klasse en dat als het heelal steeds uitdijde, dat dat niet vanzelfsprekend betekende dat daar omheen dan nog meer ruimte was, want hoe groot moest die dan wel zijn? En dat als twee auto’s met een snelheid van honderd kilometer per uur op elkaar botsten dat hetzelfde was als een botsing met tweehonderd kilometer per uur op een muur, maar dat het moeilijk voorstelbaar was, zeg maar twijfelachtig, dat als twee lichamen met de snelheid van het licht op elkaar vlogen, dat dan… En tussen die miljarden sterren moesten er volgens zijn kansberekening een paar zijn met leven zoals hier. En dat we daar maar eens naar op zoek moesten gaan, want hier was het gezien de gebeurtenissen eerder op de avond niet pluis meer.

Martin bracht ons keurig thuis. Mij ook. Maar aan het begin van de straat had onze reisleidster er definitief genoeg van. Bestemming bereikt, riep ze opgelucht. Ze had het weer. Geeft niet, zei Martin, het laatste stukje doen we op de tast. Doe je volgend jaar met ons mee?


Heemskerk maart 2010

Draco dormiens nunquam titillandus

Het Denksport- en biljartcentrum ‘t Spaerne in Haarlem is afgeladen met schakers in de KNSB-competitie en het parallelle Kennemer Open toernooi. Wij spelen tegen een combinatieteam van Het Spaarne en de Heemsteedse Schaakclub. Wedstrijdleider Joost Jansen zegt dat we geen handen hoeven te schudden vanwege het coronavirus. Te laat. De meesten hebben het al gedaan. We hopen er met z’n allen het beste van.

Collignon (in de Volkskrant van 7 maart 2020)

Het is erop of eronder heeft onze teamcaptain gezegd. Iedereen die nu nog verliest moet vrezen voor zijn plaats. Jan Koopman en ik spelen met vuur. Jan, omdat hij doodgemoedereerd een stuk in laat staan en ondergetekende omdat hij het doodleuk offert. De tegenstander van Jan durft niet te pakken en die van mij schrikt zo dat hij opeens zijn halfuur voorsprong in tijd kwijt is. Wij redden het. Met gemak. Het combinatieteam van Spaarne/Heemstede niet. Dat verliest met 6½-1½. Het is de spreuk van Zweinstein. Kietel nooit een slapende draak.


Drie sukkels dachten met remise weg te kunnen komen. Die zullen dus met een hele goede reden moeten komen. Hieronder het slot van mijn partij. Mea culpa. Ik kon niet beter.

ES

Open ASK-toernooi

Fotoimpressie


en een partijfragment, waarin Romayn Brandsma zijn tegenstander Hans Galjé hardhandig vloert

Het toernooi om het open Alkmaars schaakkampioenschap is dit jaar (samen met de organiserende vereniging De Waagtoren) verkast van het Gulden Vlies in de binnenstad van Alkmaar naar het meer afgelegen wijkcentrum Overdie. Dat is jammer, maar tegelijk ook een verademing qua ruimte, en met een prima bar.

Sandra Keetman, Rob Freer en Jan Poland leidden het toernooi. Rob en Sandra hadden voor alle deelnemers een kolossale schaal snoep klaar staan voor de broodnodige suikers, waar gretig gebruik van werd gemaakt. En Jan sloeg aan het begin van elke ronde op de gong…

Is dat de goden niet verzoeken?

Het Alkmaars schaakkampioenschap leed nog niet onder het virus, wel onder de concurrentie van het gelijktijdig gehouden Noteboom toernooi in Leiden. Maar het kreeg met Yong Hoon de Rover een sterke winnaar. Eén keer zag ik hem, heel even, zuchten. Dat was toen hij op een Slavische ruilvariant werd getrakteerd. Daar kon zelfs hij geen chocola van maken.

Kijk voor uitslagen en partijen op de toernooisite van de Waagtoren

Slot Assumburg Stayokay schaaktoernooi 2020

Het Slot Assumburg Stayokay rapidschaaktoernooi was weer een vrolijke bedoening. Gelijk bij aanvang toverde wedstrijdleider Gerard Limmen al de eerste grap uit zijn computer. Richard de Jong kreeg een startrating van 14000 en begon dus op bord 1. Het extra nulletje hielp hem niet. Hij verloor van de eerste de beste onbenul. De ratingprijs kon hij dus alvast uit zijn hoofd zetten. Zijn tegenstander daarentegen was erg opgelucht. Die had nu heel even een toernooiprestatierating van maar liefst 8000. Iedereen wilde nu tegen Richard de Jong spelen. Maar daar stak Gerard een stokje voor.

Toernooidirecteur Peter Klok bleef onverstoorbaar. Hij doet dit nog twee jaar, beloofde hij aan het eind. De deelnemers beloonden hem met applaus. Fred Slingerland won het toernooi. Vorig jaar had hij ook al een gooi gedaan, maar toen mislukte die nog. Dit keer bleef hij de usual suspects Richard Schelvis, Dragan Skrobic, Thomas Broek, Paul Lieverst en Erik Schoehuijs, allemaal oud-winnaars, knap voor. De ratingprijzen gingen als ik het goed heb begrepen naar Liesbeth Roelse en Peter van Tongeren. En een eervolle vermelding krijgt Louis Witte van mij. Bij hem is het er op of er onder. Zes gewonnen drie verloren. Een compromisloze schaker. De grote verrassing in dit opzicht was Thomas Broek. Vijf remises scoorde hij. En de latte macchiatomachine ging ook stuk. Ik denk dat het de wind was die om het kasteel gierde.

De uitslag kan net zo goed andersom zijn

In de eerste ronde van de KNSB-bekercompetitie verpletterde het bekerteam van de Waagtoren het arme Bakkum en daar werd gekscherend verslag van gedaan in Alkmaar, hetgeen de teamcaptain van Castricum, de grote broer van Bakkum, in het verkeerde keelgat schoot.

Een paar maanden later was in de voorronde van de NHSB-bekercompetitie hetzelfde sterrenensemble van de Waagtoren te sterk voor het dappere bekerteam van Castricum, waarvan dit keer op verdacht ingehouden toon verslag werd gedaan, opdat er niet opnieuw geklaagd zou worden en omdat de uitslag met een beetje fantasie net zo goed andersom had kunnen zijn.

In die bekerwedstrijden had de Waagtoren (om nog niet opgehelderde reden) zijn speler op het vierde bord opdracht gegeven om remise te maken, wat hem beide keren ternauwernood lukte. Zo werd het dus twee keer 3½-½ voor de Waagtoren.

En wat is nou zo leuk?

Spelers van een KNSB-bekerteam van een club die in de KNSB-competitie uitkomt in de 3e klasse of hoger, kunnen niet in een NHSB-bekerteam uitkomen.

Iedereen die ingeschreven is in een NHSB-team voor de normale competitie is speelgerechtigd, evenals alle spelers uit de KNSB-klasse 4 en lager.

Regeltjes regeltjes. Wie verzint ze en wat beogen ze? Ze liggen met glinsterende oogjes te wachten op hun prooi. In de bekerwedstrijd van de Waagtoren tegen Castricum in de NHSB stonden aan Alkmaarse kant drie spelers opgesteld waarop beide regels van toepassing zijn.

Kijk, dát is nou zo leuk!

Gisteravond hoorde ik namelijk dat de uitslag Waagtoren-Castricum van 3½-½ veranderd is in ½-3½. Dat geloof je toch niet. Maar alles onder voorbehoud. De uitslag kan net zo goed andersom zijn.

Lekker bezig

Bakkum-Bergen

De vierde wedstrijd van het zaterdagteam van de schaakclub Bakkum voegde een nieuw hoofdstuk toe aan het verhaal “Wat er allemaal mis kan gaan in het souterrain van de KNSB”. Om maar met de deur in huis te vallen: die zat op slot. We konden ons hok aan de Van Speykkade niet in. En toen we er wel in konden, een vroege biljarter had ons toegang verschaft, zat ook de materiaalkast op slot en ook daarvan hadden we de sleutel niet bij ons. Martin Oudejans ging Henk van der Eng bellen.

O ja, even tussendoor, niet onbelangrijk, Bergen 2 had gebeld dat ze maar met zes man kwamen. De rest was ziek, zwak, misselijk of uitbesteed. De eerste twee borden gaven ze op. Dus onze eerste twee man, Andre Breedveld en Henk van der Eng, kregen vrijaf van Martin, die niet kinderachtig wilde doen. Maar Henk moest nu dus toch komen met de sleutel van de kast.

Daar was Henk. Opgewekt als altijd. “Lekker bezig jongens, ik heb jullie toch een sleutel gegeven, waarom neem je die dan niet mee. En waarom spelen Andre en ik niet? Bergen gaat natuurlijk ook schuiven met de opstelling.” Sorry Henk. Rustig maar Henk. We staan met 2-0 voor. Henk besloot dat we voor straf na afloop niet uit eten gingen. Toen zag hij mij staan. Hij klaarde opeens helemaal op. “Wat ga jij nou doen Evert, dat wordt zeker hond in de pot, moet je niet even bellen?” Hoe wist hij dat nou? Ik ging wel een patatje halen.

We hoefden dus maar zes tafeltjes neer te zetten. Dat kwam goed uit, want we waren laat. En we moesten die vermaledijde klokken nog instellen. Dat was nog een heel gepruts. Met de handleiding erbij. En het gaf sommige teamleden de gelegenheid om met elkaar kennis te maken. Nico Pos had alleen de eerste wedstrijd meegedaan en Jan Koopman zat toen nog in Griekenland. Nico nam plaats op het derde tafeltje achter de zwarte stukken. Jan dacht dat Nico bij Bergen hoorde en begon dus omstandig uit te leggen dat het derde tafeltje eigenlijk het vijfde bord was en dat de uitspelende vereniging op de oneven borden wit had en de thuisspelende vereniging zwart. Oké, zei Nico die geduldig had geluisterd, dan zit ik goed, ik ben van de thuisspelende vereniging. En jij?

De wedstrijd dan maar. Die was zonder onze kopborden van een beduidend minder hoog niveau dan we gewend zijn. Bakkum parkeerde de bus en scoorde twee (Pim Hoff en Martin Oudejans) snelle remises. Toen verloor Nico Pos. En Jan Koopman ging ook niet al te lekker. Gelukkig won Erik Breedveld heel knap, dus we hadden vier punten. Nou nog een halfje. Het zou toch niet… Ik kreeg het er benauwd van. Mijn tegenstander vergaloppeerde zich en bood remise aan. Ik keek naar onze captain. Hij schudde zijn hoofd. Dus ik deed braaf nog een zet, waarop mijn tegenstander vloekte, de stukken op een hoop veegde en me de hand schudde. Hij was herstellende van een staaroperatie en zag het allemaal nog niet zo goed. Tranende ogen.

En er waren toeschouwers. Hans Leeuwerik kwam kijken met twee zeer welopgevoede honden. Ik moest denken aan de verjaardagen vroeger bij mijn vader en moeder thuis. Mijn moeder had alles netjes klaargezet en dan kwamen de tantes met de dalmatiërs Bruna (met de bruine stippen) en Kuçka (met de zwarte stippen), die met hun staarten enthousiast alle ingeschonken koffiekopjes van de salontafel veegden. Precies de goede hoogte hadden die honden. Vond ik. Mijn moeder niet. Alles in gruzelementen. Dat deden de honden van Hans niet. Die waren ook kleiner.

En Fred Kok was er. Hij temperde onze hoge verwachtingen. Kijken of deze overwinning stand houdt, zei hij. Zes tafeltjes in plaats van acht, dat vraagt om moeilijkheden. Afwachten wat de regels van de KNSB hierover te zeggen hebben.

De allerlaatste mohikaan was Jan Koopman. Hij is onze moedigste strijder en ons meest enthousiaste lid. Maar hij streed hier een verloren strijd. Kijk maar. De overmacht van Bergen was te groot. Mogen jullie niet opgeven vroeg Bergen aan mij. Nee, zei ik, dat mag niet. We mogen nooit opgeven.Vaak ook geen remise aannemen. En al helemaal niet aanbieden. Tenzij om tactische redenen. Opgeven is niet tactisch. Dat moet je zo lang mogelijk uitstellen.

Tata Steel Chess Tournament

Tata Steel Chess Tournament 2020

Tienkampen
17 januari 2020 … eerste ronde …… Zonder vrees of blaam
18 januari 2020 … tweede ronde ….. Uit een ander vaatje
19 januari 2020 … derde ronde ……. Ik lijk wel dronken
20 januari 2020 … vierde ronde …… Tweemaal applaus
21 januari 2020 … vijfde ronde …….. Analyseren noemt hij dat
22 januari 2020 … zesde ronde …… Mag dit allemaal?
23 januari 2020 … rustdag …………. Of golden hier andere wetten?
24 januari 2020 … zevende ronde … Er gebeuren rare dingen
25 januari 2020 … achtste ronde ….. Van de trap gevallen
26 januari 2020 … negende ronde … Rommeltje

Vierkampen
11 januari 2020 … tweede ronde van de weekendvierkampen
14 januari 2020 … tweede ronde van de dagvierkampen


SC Bakkum gaat ondergronds

Eindelijk, eindelijk mochten wij ook een keertje: schaken in de Atoombunker in Schagen. De geheel elektrische Nissan van Henk van der Eng bracht ons ernaartoe. Ik had voor de zekerheid mijn powerbankje meegenomen, maar dat was niet nodig. We haalden het met gemak. De mannen van Magnus Anna Paulowna Combinatie hadden een menselijke ketting gevormd om ons naar binnen te loodsen. Eén man aan de weg, een om de hoek bij de parkeerplaats en een bij de deur die toegang gaf tot de trap naar de ondergrondse bunker. Onze faam als brokkenmakers was ons vooruitgesneld.

Op de heenweg hadden we een nieuwe invaller opgehaald. Nico Pos had zich de avond tevoren ziek gemeld. Dit keer gingen we het proberen met Gerard Kuijs in plaats van Nico Kuijs.

Beneden in de bunker kregen we een korte geschiedenisles (de bunker deed tussen 1969 en 1986 dienst als commandopost van de Bescherming Bevolking) en een kleine rondleiding. Vooral de ruimte waarin de fietsen stonden die we moesten gebruiken om het noodaggregaat te voeden als de stroom uitviel, zorgde voor hilariteit en meer nog voor enthousiasme bij de fervente fietsers onder ons: Gerard van den Bergh en Gerard Kuijs. Het zou niet nodig zijn.

Bij Weenink in de oude Wijckermolen aan het Meerplein schaakte vroeger een blinde speler. Toen een keer in het gammele bovenzaaltje waar we speelden het licht uitviel riep iedereen: klokken stil, waarop de blinde speler riep: nu niet kinderachtig doen jongens, gewoon doorspelen!

Er werd goed voor ons gezorgd. We kregen een consumptiebon en mochten behalve koffie, frisdrank en bier, ook soep bestellen. En we stonden in een mum van tijd met 3½-½ voor (ja onze invaller had ook gewonnen, we houden ons hart vast), maar de angel zat in de staart.

Onze kopman André Breedveld kwam niet verder dan remise. Maar hij had te maken met een tegenstander die zich verzekerd wist van de steun van een vroeg prototype van AlphaZero, dat naast zijn bord stond opgesteld. André op zijn beurt kon geen verbinding maken met de gebruikelijke hulpmiddelen in de Cloud, want we hadden geen bereik (Aan het eind van de middag kwam Aart Strik nog even langs om te controleren of alles eerlijk was gegaan).

Gerard van den Bergh en Erik Breedveld verloren. Alles hing nu af van Fred Kok. Ondertussen hadden we (buiten de bunker) op aanraden van de Schagenaren een tafel gereserveerd bij Chica Chica, een Mexicaans restaurant in de Molenstraat van Schagen. Om zes uur. Dat gingen we niet halen.

Om half zeven zat Fred nog te schaken. Hij had zijn stelling van goed naar gelijk in slecht zien veranderen en het eindspel werd netjes uitgetikt door zijn tegenstander Henk Bermon. Die daarmee de eindstand op 4-4 bracht.

Tot slot een diagrammetje uit de eerste hand. Ik was weer eens in tijdnood, want ook in de bunker stond de tijd niet stil, en wit had zojuist c2-c3 gedaan, met aanval op het zwarte paard. Maar daar had ik op gerekend. Het moest nou maar eens uit zijn. Mijn centrumpionnen hadden al een tijdje staan trappelen van ongeduld en daar was dan eindelijk het sein: d4-d3!

Thuis gekomen liet ik de zet aan Stockfish zien. Reken maar dat ik trots was. Maar het vervelende visje verblikte of verbloosde niet, sloeg een keer met zijn staart en murmelde: zo goed is die ook weer niet, wat dacht je van Dd1xd3? Hahaha lachte ik, nou heb ik je: e5-e4! Wat ben jij hardleers mopperde het visje en het deed Dd3-c2. Ik speel niet meer met jou, zei ik.

zie ook: Fotoreportage van de voormalige bunker van de B.B. (Bescherming Bevolking) kring A in Schagen (45 foto’s, Regionaal Archief Alkmaar),

maar vooral ook het verslag van Andre Breedveld: Als je de hitte niet kan verdragen moet je uit de atoombunker blijven op de website van SC Bakkum

Amstelveen Chess Masters 2019

Isafara Gergin


Chess Masters

Afgelopen weekend (zaterdag 30 november en zondag 1 december 2019) had het vijfde Amstelveen Chess Masters schaaktoernooi plaats in het Keizer Karel College. De onderdelen waren het Nederlands kampioenschap snelschaken (op zaterdag), het Nederlands kampioenschap rapidschaak vrouwen en mannen, het Brainwave open rapidschaaktoernooi en een Grand Prix schaaktoernooi voor de jeugd (allemaal op zondag).

De voorloper van dit toernooi was de BrainWave denksportmanifestatie. Er werd toen gedamd, gebridged, go en stratego gespeeld, en japans, chinees en gewoon geschaakt. In 2009, dus tien jaar geleden, won Robert Ris het schaaktoernooi. Hij is nu toernooidirecteur.

Ik kreeg toestemming om foto’s te maken.

BrainWave

Het wachten is op …

… dat ene briljante idee

Grand Prix

… een goede vraag, nee de vaders en moeders mogen niet helpen …

Het NK snelschaken

het leukst waren de eerste ronden, toen het peleton nog compleet was …

… en het kaf nog niet van het koren was gescheiden …

Het koren
Iozefina Paulet

In de aula speelden nu de zestien besten op liveborden. Op het grote scherm waren de partijen moeilijk te volgen en er was weinig publiek.

Maar vanaf de gaanderij op de eerste verdieping had je goed zicht.

De finale ging tussen Loek van Wely en Casper Schoppen. Toen waren er opeens wel een heleboel kijkers. En natuurlijk stond ik weer eens achteraan. Maar ik heb toch alles gezien. Casper Schoppen won.


Het NK Rapid

Zondag maakte ik mij er met een jantje-van-leiden vanaf. Na de derde ronde hield ik het voor gezien. Zo’n toernooi gaat je niet in de koude kleren zitten en ik wilde nog een rondje door oud Amstelveen maken. Eline Roebers verloor een paard- en pionneneindspel van Iozefina Paulet en Jan Smeets had al drie keer gewonnen. Wie is Jan Smeets vroeg iemand aan mij. Ik zei: Nederlands kampioen 2008 en 2010.

Hilversum 2008

In 2008 fleste hij Daniël Stellwagen en in 2010 bleef hij Anish Giri voor. Hij keek mij ongelovig aan. Fake news zag ik hem denken.Weet je dan ook waar de toiletten zijn, vroeg hij toen. Ik zei: achter de tafel van de wedstrijdleiders links de gang in en dan meteen rechts. Er staat jongens op de deur, zei ik ook nog. Hij liep er straal voorbij. Had ik weer eens geblunderd? Ik zette haastig koers naar Het Dorstige Hert in de Dorpsstraat. Dat heette nu ‘t Hert en was dicht. Het werd tijd om naar huis te gaan.

En voor wie het nog niet weet: Jan Smeets werd Nederlands kampioen rapid bij de mannen en Zaoqhin Peng bij de vrouwen. En de beste BrainWaver was David Klein.

Dit is het spel dat zijn de regels en zo moet het gespeeld worden

Op weg naar de Van Speykkade voor de tweede wedstrijd van SC Bakkum in de KNSB kruisten twee zwarte pieten mijn pad. Ze waren van de ouderwetse soort. Ze zwaaiden naar mij. Ik zwaaide terug en hoopte dat niemand het gezien had. Ik geloof niet in zwarte katten, maar houd nog wel van zwarte piet en dat zat me toch niet lekker. Dit zou wel eens heel slecht kunnen aflopen.

Bij het Buurt- en Biljartcentrum zag ik Henk van der Eng. Hij had een betraand en een opgelucht oog. Meestal heeft hij een serieus en een boos oog, maar nu dus niet. Pim Hoff lag in het ziekenhuis en Henk had een invaller gevonden. Daartussenin had hij samen met Martin Oudejans stad en land afgebeld om het team compleet te maken. Allemaal op zaterdagmorgen tussen elf en een. Het was gelukt. We konden Opening ’64 netjes ontvangen.

De wedstrijd ging nergens over. Maar dat wisten we toen nog niet. Dus we deden ons best. En we waren aan elkaar gewaagd. SC Bakkum en Opening ’64. Vijfde klasse KNSB. Onze invaller Nico Kuijs had zijn voetbalmiddag laten schieten voor een schaakpartij. Hij won. Had niet gehoeven.

Andre Breedveld speelde samen met zijn tegenstander de sterren van de hemel. Andre ging langs afgronden. Hij was niet als de blinde die zei: afgronden, ik heb ze niet gezien. Andre had ze allemaal gezien. Andre is een moedig man. Hij besliste de wedstrijd in ons voordeel. Dachten we toen nog.

Een onverstaanbaar goede show

Toch waren wij er niet helemaal gerust op. Want wat Andre had gedaan, kon dat wel door de beugel? Voldeed het schilderij dat hij notatie noemde wel aan de regels? De KNSB heeft heel veel regels. En past ze allemaal toe. Waar dienen ze anders voor? Om het ons gemakkelijker te maken. En om de beoefening van het schaakspel te bevorderen.

Wij vierden bij de Italiaan onze eerste overwinning ooit en probeerden de uitslag in te voeren bij de KNSB. Het mocht niet. Kat in de zak. Onze invaller, KNSB-lid sinds jaar en dag, was die ochtend pas opgegeven voor ons team. Dat had dus twee weken eerder gemoeten …

Ik was die zwarte pieten aan het begin liever niet tegengekomen.


De frases “Dit is het spel …” en “Een onverstaanbaar goede show” zijn ontleend aan voorstellingen van Neerlands Hoop uit lang vervlogen tijden toen we nog onschuldig waren en overal om konden lachen

Faux Pas



Bij het eerste optreden van SC Bakkum in de KNSB kreeg het team een ongenadig pak rammel van Caïssa Eenhoorn 3. Aan de Van Speykkade in Castricum werd het 7-1 voor de bezoekers. Slechts twee remises stonden zij ons toe. Wij speelden best aardig maar struikelden over onze eigen benen, zei onze coach, en volgende keer beter. Het had ook andersom kunnen zijn, zei onze eerstebordspeler, maar die bedoelde dan waarschijnlijk alleen zijn eigen partij.

Later bij La Trattoria kregen we pas weer praatjes. Over de verdediging van ons cultureel erfgoed en hoe dat nou in de NAVO moest met die Turken. En over het onderscheid (of het ontbreken daarvan) tussen tolerantie en angst. Ja als het met schaken niet lukt, dan pakken we de andere wat kleinere zaken aan. Net zo makkelijk. En dat van die klokken waar we eigenlijk niet mee hadden mogen spelen en die we tot overmaat van ramp allemaal verkeerd hadden ingesteld, dat was een aanpassingsfoutje. Verder niet over zeuren. Onze tegenstanders uit Hoorn hadden het gelukkig ook door de vingers gezien. Waarvoor hulde.


Zelf deed ik ook mee. Met een idiote kortsluiting in tijdnood. Er zat een winnende combinatie in de stelling met matdreiging op de onderste rij. Mijn tegenstander maakte een gaatje voor zijn koning. Het verkeerde. Mijn dame stond stond erop gericht. Ik schrik en voer de combinatie uit het lood geslagen … niet uit, maar maak als een aapje precies ook zo’n gaatje. Ik durf het bijna niet te zeggen. Mijn vader had het ook. Alles gespiegeld en omgekeerd doen. En ik nu ook. Als ik thee moet zetten en in gedachten ben begin ik koffie te zetten en als het koffie moet zijn thee. En mijn vriend Peter. Als we op Terschelling fietsten zei hij hier moeten we linksaf en dan wist ik dat we rechtsaf zouden slaan. Mijn vader en mijn vriend zijn niet dement geworden of zo maar wel dood. Ik ga langzamerhand dezelfde kant op ben ik bang. En dat is niet om te lachen.

HWP Haarlemse Meesters 2019

Haarlemse Meesters Schaaktoernooi

Schaken met de Haarlemse Meesters in het Stedelijk Gymnasium. Bovenin de zaal hing tegen de lichtkoepel een ballon gekleefd met gefeliciteerd erop. Zo’n toernooi is het. Elk jaar weer een feest. Ik deed mee en probeerde tegelijk ook nog foto’s te maken. Dat ging dus niet goed. Dat wil zeggen met de foto’s wou het soms nog wel lukken, maar met het schaken niet zo. En dat arbiter Joost Jansen behalve de allermooiste gong uit zijn verzameling tevens zijn metaaldetector had meegenomen hielp ook niet echt.

Alisha Warnaar en Robin Duson

De volgende tegenslag was dat ik mijn nieuwe teamgenoten tegenkwam. En die zijn behoorlijk doortrapt. We hebben ons deze zomer met een mannetje of acht opgegeven voor de vijfde klasse KNSB als zaterdagteam van SC Bakkum. En van die acht deden er nu vijf mee hier in Haarlem. Vier in de B-groep en een in de A-groep. Kijken of we de regels van het spel nog beheersen.

Gerard van den Bergh

En nou zou je verwachten dat teamleden elkaar een beetje heel zouden laten, maar de eerste die onderuit werd geschopt was Jan Koopman. Door Gerard van den Bergh.

Jan Koopman

En toen nam Jan ongenadig revanche. Op mij. Ja kijk, als het zo gaat, hoeft het voor mij niet meer. Alleen Erik Breedveld ontliep alle tackles van zijn teamgenoten en eindigde hoog.

Erik Breedveld

Zijn broer André Breedveld had geen zin in deze onzin en liep spitsroeden in de A-groep.

André Breedveld

Door dit gedoe was ik gelijk in het begin al een hele vracht ratingpunten kwijtgeraakt en ik begon mij ernstig zorgen te maken. Mijn plekje in het nieuwe zaterdagteam kwam zo wel erg op de tocht te staan. Maar gelukkig was daar in de zevende ronde Bert Dreef.

Bert Dreef winnaar van de ratingprijs

Swiss Master zei dat zijn geboortedatum 2029 was en zijn rating 1471. Die moest ik kunnen hebben. Maar Nanny zei: “Haal je maar niks in het hoofd, want dat van die geboortedatum en die rating, dat moet natuurlijk andersom zijn”. En dat klopte wel zo ongeveer. Vlak voor de partij kreeg ik gelijk al iets om over na te denken: schaken is leuk, en dat is maar goed ook, want veel tijd hebben wij niet. Dat zei Bert. En vervolgens kneep hij mij met een hele serie lepe zetjes helemaal fijn. Ik kreeg het er benauwd van. Maar zo tegen de veertigste zet schakelden we over van schaken op flipperen en dat spelletje lag hem toch wat minder. Hij offerde de dame om een pion aan de overkant te brengen. “Daar is zij weer”, riep hij verheugd, “en met schaak!”. “Kost wel een vrijpion”, mompelde ik om zijn vreugde een beetje te temperen. Maar dat slikte ik gauw weer in, want Aart Strik zat naast mij en die vindt zulks vast niet gepast en ik eigenlijk ook niet.

Aart Strik

Ergens halverwege het toernooi produceerde ik per ongeluk toch nog iets aardigs. Een fraaie doorkijker. En eigenlijk was het een kleine serie van dat soort. Hans Nuijen kan trots op mij zijn. Kijk maar.

Hier deed de ongelukkige zwartspeler Ta8-c8?. Mijn dame op a4 laat nu haar vileine oog vallen op veldje g4. Dwars door mijn toren op c4 en mijn paard op d4 heen. Dus Tc4xc8 Pe7xc8 en Pd4-f5 De zwarte toren moet nu veldje e7 in de gaten houden, omdat het vervolg zich inmiddels laat raden (Pf5-e7), dus Td6-d7 en Da4-g4 dreigt mat op g7

En daar is ie dan: g7-g6 Tc1xc8 Dd8xc8 Pf5-e7+ Td7xe7 en Dg4xc8 ☺♪!!☼!!♫☺


Nora Yeh

Na afloop van de laatste ronde moesten we opruimen. Stoelen stapelen, alle tafels opklappen en wegzetten, borden, stukken en klokken verzamelen en in sets van vijftien in grote plastic dozen stouwen. En toen dat allemaal gedaan was moest een gedeelte daarvan weer teruggezet worden voor de prijsuitreiking. Bijna iedereen kreeg een fles wijn of een prijs. Erik Breedveld zelfs twee. Omdat hij in de B-groep gedeeld derde tot en met zesde was geworden en ook nog voor de meest veelbelovende senior. Wij konden ons geluk niet op. Volgend jaar doe ik weer mee.

Tot slot nog wat foto’s

en kijk voor de uitslagen, de eindstanden en de serieuze verslagen op de prachtige toernooisite

Artis de Partis snapte er geen hout van


Lost in transmission

Op 11 juli 1972 begonnen Robert James Fischer en Boris Vasiljevitsj Spassky in Reykjavik hun tweekamp om de wereldtitel schaken. Donner gaf commentaar in het Psychologisch Laboratorium van de Universiteit van Amsterdam aan het Weesperplein. Ik ging kijken. Eerste partij. Bij de ingang stond een bord waarop met krijt Nimzo ½-½ geschreven was. Ik was te laat. Dacht ik.

Boven in het gebouw stond op het demonstratiebord de stelling na de negenentwintigste zet b4-b5 van Spassky. En op de telex verscheen de zet Ld6xh2 van Fischer. Het zaaltje was in rep en roer. Niks remise. Ik was dus precies op tijd. Was dit een blunder uit balorigheid of toch weer geniaal? We wisten het even niet. De telex zweeg nu in alle talen. Nam het apparaat ons in de maling? Bestond IJsland nog? We werden door grootmeester Donner getrakteerd op de wildste varianten, waarbij hij met voorbeelden uit eigen praktijk probeerde aan te tonen dat de zet misschien niet geniaal maar toch zo gek nog niet was, waardoor wij kiebitzers steeds openlijker begonnen te vermoeden dat het dus wel een blunder moest zijn. Een beetje lacherig maar ook met groeiende bezorgdheid wachtten we de correctie af. Die niet kwam.


*

Eline Roebers in Amsterdam spelend voor VAS twee dagen voor haar vertrek naar het WK jeugd in Mumbai


De afgelopen week volgde ik het wereldkampioenschap voor de jeugd in Mumbai India. Ik moest het doen met de aandacht die ChessBase eraan besteedde, de aardige verslagen van Jan Roebers (Schaakuitzendingen) en de live stream van de partijen op ChessBomb. Dat laatste was vooral in het begin geen pretje. Zeg maar een ramp. Er klopte helemaal niets van. De gekste zetten werden ons via het internet voorgeschoteld. Zo stom waren die jongens en meisjes toch niet? En dan waren ze daar in India helemaal de draad kwijt en hielden ze er gewoon mee op. Moesten we er verder maar naar raden. Tegen het einde, Eline Roebers voerde de ranglijst van de meisjes tot en met 14 aan, begon ook Schaaksite zich er wat meer mee te bemoeien. Toen ging het mis. Eline verloor haar laatste twee partijen.

Dit is de stand na de veertiende zet van wit in de partij van Eline Roebers tegen Bat-Erdene Mungulzun uit Mongolië in de voorlaatste ronde. Op mijn scherm verscheen 14… Pb6-c4. Kat in het bakkie. Dat zag een kind. Maar toen zou Eline 15. Pd4-b3 hebben gedaan? Dacht ik niet. Daar kwam het paard net vandaan. India nam een loopje met ons. En herstelde de fout met 15…. Pc4-b6 16. Pb3-d4. Klopte natuurlijk voor geen meter, maar zo zaten we weer in het goede spoor en zwart deed paard slaat paard. Als Eline dadelijk in tijdnood nou maar doorspeelde tot en met de 42e zet dacht ik nog, wat natuurlijk onzin is, want die twee gekke zetten zijn natuurlijk in het echt nooit gespeeld. De commentatoren in Nederland dachten van wel en analyseerden de “gemiste kans” met onbegrijpelijke varianten. En daar snapte Artis de Partis nou echt helemaal geen hout van.

Waar liggen hier de pennen?

We waren ruim op tijd in de Vrolikstraat, Bram en ik. In het Cygnus Gymnasium ontbrak alleen Dragan. Die deed niet mee. Als we dat hadden geweten hadden we een trein later kunnen nemen.

Berend van Maassen

Iedereen had er zin in. Berend, die inviel voor Dragan, helemaal. Hij ging voor de winst verklaarde hij onbevreesd. Wij hielden ons hart vast en wensten hem succes. SGA-man Dirk Goes, die wij vaak tegenkomen, onder andere bij thuiswedstrijden van De Wijker Toren, en die aardig is en bovendien goed schrijft (als je belangstelling hebt voor schaakgeschiedenis, lees dan Lodewijk Prins tot op het bot principieel), wees mij de wedstrijdleider van dienst aan. Ik mocht foto’s maken!

VAS 3 – De Wijker Toren 2

De wedstrijd was nog maar net begonnen toen er een verlate speler gehaast op mij afkwam. “Waar liggen hier de pennen?” Ik wist het niet. Toen nog niet.

Arjan Wijnberg

Het klaarde even op buiten. Bram en ik gingen brood halen bij Hartog in de Wibautstraat. Bram ziet een pen liggen op straat. Hij raapt hem op. Ja dat is een tic van mij, zegt hij. Ik verzamel pennen, kan ze niet laten liggen. Ik heb thuis een doos vol. Handig voor viertallenwedstrijden bij het bridgen, daar moet nog geschreven worden. Ik zeg die heb ik nodig voor die speler die er een zocht. Nou weet ik waar ze liggen. Dan zal ik je een ander verhaal vertellen, zegt Bram.

Meneer Ghijsen is de allerkeurigste schaker van VAS. Elke zet is voor hem een ritueel. Daarvoor haalt hij een pen uit de binnenzak van zijn colbert, legt vervolgens de verandering op het schaakbord zorgvuldig vast op het notatieformulier en bergt daarna de pen weer op in de binnenzak van zijn colbert. En nooit zul je ook maar het geringste spoor van haast in die heilige handeling ontdekken. Pim Ghijsen is een man met stijl.

Thomas Broek

Thomas Broek had het minder getroffen met zijn tegenstander. Die weigerde te noteren toen hij in tijdnood was. Hij was er werkelijk met geen stok of wedstrijdleider toe te bewegen. Thomas liet het maar zo. Over dat soort dingen maakt hij zich niet druk. Hijzelf noteert altijd. Zelfs zijn rapidpartijen schrijft hij op.

Peter Uylings

Peter Uylings houdt je (Bram opletten!) altijd op de hoogte van alles wat er op zijn bord gebeurt. Nu begon het met een Spaans middengambiet (verlies ik daar toch een pion), waarna hij verslag komt doen van een gemene dreiging die hij het hoofd gaat bieden, om ons even later te komen vertellen dat het punt nakende is. Ik vat het hier kort samen. En dan opeens is er een hele tijd geen verbinding meer. Geen signaal. Helemaal niks. Volledige radiostilte. Als we voorzichtig gaan kijken wat er aan de hand is, blijkt hij het nakende punt voor de helft te hebben verkloot. Zijn woorden.

Ivo Kroon

Dit is Ivo Kroon, de tegenstander van Berend van Maasen. Hier zit hij er nog ontspannen bij. Even later niet meer. En nog weer wat later opeens weer wel. Berend had hem een Noteboom voorgeschoteld. Dat ging heel goed. Berend was in zijn sas. O Fortuna. Hij won een stuk. Bood nu eens niet remise aan. Hij ging voor de winst weet je wel. Ik was even weg. Stom stom stom. Nanny bellen dat ik een brood gekocht had. En toen kwam Bram vertellen dat Berend zijn dame had weggegeven. En het was nog waar ook. Rota tu volubilis. En dat brood, dat was helemaal geen brood, maar een keiharde baksteen. En daar ging ik mee … Berend ging aan het bier. Ik kreeg ook. In een schoolkantine. Ja Evert we zijn hier in Amsterdam. Hoe kan je zulke vreselijke dingen zo licht opnemen.

En of dat alles nog niet genoeg was wist Bram ook nog te vertellen dat Paul Spruit eveneens zijn dame had ingeleverd. Het ging nog spannend worden op die manier.

Paul Spruit

Het bleek heel iets anders te zijn. Nog veel gekker. Paul had vriend en vijand op het verkeerde been gezet. Eens een schuiver (zijn woorden) altijd een schuiver (onze gedachten). Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan. Klopte opeens helemaal niets meer van. Aan de buitenkant zag je niets aan hem, hij straalde nog steeds dezelfde rust uit, maar hier zat de Spruit 2.0 nieuwe versie. Het begon met een kwaliteitsoffer (nieuwe feature), gevolgd door het ouderwets aandraaien van alle schroeven (wat goed was is behouden) en de show werd afgesloten met een tot voor kort onmogelijk gehouden dus sensationeel dameoffer (en geen syteemfout, zoals wij simpele zielen eerst dachten). Hier kunnen we nog veel plezier aan beleven. Zelfs het promoveren van pion tot dame zit er in!

Tijd om de balans op te maken.

De laatste loodjes

De Wijker Toren 2 won ondanks nederlagen van Nico Kok en Berend van Maassen met 5-3 van VAS 3. De punten kwamen van Cas Kok, Arjan Wijnberg, Paul Spruit, Wim Rakhorst en twee halve van Peter Uylings en Dennis Bruyn.

De Wijker Toren 1 won nipt met 4½-3½ van VAS 2. Bart-Piet Mulder had een offday en ook Bastiaan Veltkamp en Jimmy van Zutphen konden het niet bolwerken. Hing Ting Lai en Sjoerd Plukkel wonnen onnavolgbaar en Richard Schelvis leverde een bijzonder gave partij af. Thomas Broek zorgde voor het halfje en het beslissende punt werd heel knap gescoord door Rick Duijker. Hij kan het wel als hij maar wil. Stond vroeger op mijn schoolrapport.

Startschot

Het was al bijna 28 september. Trouwe reporter Evert en supporter Bram leefden er al weken naar toe. De opstellingen van de Wijker Toren 1 en 2 waren inmiddels bekend. De club zou onze steun weer nodig hebben. Hoewel Evert niet veel meer aan schaken deed en Bram al helemaal niets meer vonden ze het altijd leuk om even langs te gaan in de Moriaan. Even kijken hoe de strijd in de 2e en de 4e klasse ontbrandde. De goedkeurende blik over zijn leesbrilletje heen van vader Nico als hij naar de stelling van zoon Cas keek. Even kletsen met andere supporter Hans. Foto’s maken, Jadoube voorbereiden. Ja, ze hadden er weer zin in!

De vakantie had Bram uiteraard weer besteed aan het bijwerken van zijn schaakarchief met alle resultaten in de KNSB competitie vanaf 2000, de hoofd- / meesterklasse zelfs vanaf 1975. Een heel werk en dan nu ook nog met de  4e, 5e, 6e en 7e klasse erbij. Ja, de KNSB had het goed voor elkaar, iedereen kon lekker op zaterdag gaan schaken! Zelfs Bakkum had al een team ingeschreven. En de KNSB liet elk team gewoon spelen waar ze dat maar wilden. VAS 3, de eerste tegenstander van Wijker Toren 2 degradeerde vorig jaar uit de 4e klasse, maar schreef gewoon weer in als ‘nieuw’ team en mocht weer lekker meedoen in de 4e klasse. Bergen 2, vorig jaar gepromoveerd vanuit 5 naar 4 had niet zo’n zin in zulke sterke tegenstand en bleef lekker in de 5e klasse. Oud Zuijlen Utrecht had helemaal geen zin meer en trok zich gewoon terug. Werd natuurlijk niet vervangen, dat zou veel te lastig zijn. Ook Rotterdam, tig keer landskampioen, hield er mee op en liet zich opslokken door Krimpen aan den IJssel, een club die ze vroeger niet eens zagen staan.

Bij de Wijker Toren ging alles naar wens. De sponsorgelden waren goed besteed. Vooral de mega snelschaakmatch in de open lucht tussen Hing Ting Lai en Dragan Skrobic had geleid tot de grootste ledenwinst in jaren. 27 nieuwe leden, bijna allemaal jonger dan 18, daar ging de club nog plezier van beleven! Geen wonder ook, met die reusachtige TV schermen, gemonteerd op de ons aller bekende magazijnstellingen in het centrum van Beverwijk.

Daarnaast waren er al heel wat oud-leden teruggekomen. Frans Koopman, Hendrik Koopman, Bernard Jonkman, Harmen Jonkman (en meteen ook Amalia en Sophia), Mirte Hatzmann. Natuurlijk moesten die zich eerst nog bewijzen in de interne, maar vanaf volgend jaar kwam er zeker een teampje of 2 bij. En dan hoorde ik ook nog dat de meeste Excelsior leden volgend jaar gewoon naar de Wijker Toren komen. Konden ze meteen de fantastische trainingen volgen.

Zaterdag eerst maar eens naar VAS. VAS 2, de tegenstander van de Wijker Toren 1, was ooit nog eens landskampioen. Dat werd geen makkie. En VAS 3 was echt niet zomaar teruggezet in de 4e klasse, dat werd ook nog zwaar. In ieder geval twee mooie affiches.

Ja, ze hadden er zeker weer zin in


© Bram Janssen

25 november 2017
VAS – De Wijker Toren
die wedstrijd ging verloren
maar we vonden troost
in Hartog’s volkoren

Teambuilding

Chess Playing Automation (Comic by Oglaf)

Het zaterdagteam van SC Bakkum is in training. In de tuin van Henk van der Eng werd geoefend en aan teambuilding gedaan. Martin Oudejans verblijdde een ieder van ons met een notatieblok voor 50 partijen en ook nog een notitieboek. Om al onze zetten en avonturen tijdens de komende KNSB-campagne op te kunnen tekenen. Henk en Nella van der Eng trakteerden ons op koffie, thee, frisdrank, bier, gevulde koeken, nootjes, bonbons en mooi weer. Het was dus nu al feest en er werd in rapidvorm vrolijk op los getimmerd. Door bijna iedereen behalve door mij. Teambuilding-minus-een zou je dat kunnen noemen. Maar mede daardoor heeft de rest van het team veel vertrouwen kunnen tanken. Hoop ik. Aan André Breedveld heb je wat dat betreft trouwens helemaal niets. Je zou het zo niet zeggen, maar die is echt meedogenloos. Hij wint al zijn potjes. Maar als hij dat straks in het echt ook gaat doen, liften wij lekker met hem mee. Hij had ook een voorstel om in rode shirts te spelen met voorop Bakkum en achterop iets arrogants: “Ik denk slechts een zet vooruit, maar dat is dan wel de beste (Tarrasch)”. Martin had zijn bedenkingen. Dat eerste klopte wel ongeveer, zei hij, maar van dat tweede was hij minder zeker. Hoe dan ook, de stemming zit er goed in en al onze toekomstige tegenstanders zijn gewaarschuwd. Het zaterdagteam van SC Bakkum is in vorm.