Vleermuis 29


Koningsclub–Castricum

Een paar weken geleden kwam Piet van Wonderen van de Schaakvereniging Castricum bij mij langs gefietst met het clubblad “De Schaakbode” van december 1982. Dat was naar aanleiding van mijn verhaal over de wedstrijd van Weenink tegen de Koningsclub in 1985. Ook Castricum had (een beetje) dwarsgelegen op het pad dat de Koningsclub voor zichzelf hakte op weg naar boven, getuige het verslag van Jo Clarijs.

Verslag

In de Kennemer Sporthal te Haarlem moesten wij tijdens de grote schaakhappening op 16 oktober 1982, ter gelegenheid van het vijftigjarige bestaan van de NHSB, aantreden tegen de “profclub” van Pagel.

Vorig jaar speelde ons tweede achttal tegen hen en het werd in eigen huis 0-8! Bij deze gelegenheid schreef Rob Hartoch in het Parool van 27 februari 1982 onder meer “De Koningsclub van de heer Pagel uit Bergen, uitkomend in de eerste klasse van de Noordhollandse Schaakbond, zet zijn opmars naar de hoofdklasse van de KNSB gestadig voort. Verrassend is dit geenszins, want ons eerste achttal bestaat uit louter internationale (groot)meesters en subtoppers!”

Nu verloor de Koningsclub in de promotieklasse tegen Castricum meteen al 2½ punt in één wedstrijd en dat zullen ze niet leuk gevonden hebben! Het werd 7½-2½ met twee verliespartijen en één remise, die Rob Hartoch aan het eerste bord zelf aanbood!

Trouwens, hun organisatie was in het begin al slecht. Een kwartier na de gongslag stonden er drie borden, waar ze als “thuisclub” zelf voor moesten zorgen! Na een half uur wachten waren er nog maar acht borden en waarom werden hun klokken niet aangezet? Nu, die waren er niet! Een speech van de heer Pagel of van de wedstrijdleider Marcus kon er niet af, evenmin als een gratis consumptie! Dat zijn de heren profschakers bij ons in De Kern wel anders gewend. Maar Pagel schijnt naar werd gezegd de hele happening in Haarlem te hebben bekostigd! Dus alles maar vergeven, maar niet vergeten, want we willen deze heroïsche strijd van onze eigen amateurs graag vastleggen, compleet met partijen.

R. Hartoch – Hans Molenbroek ½-½; J. de Lange – Ger Holsteijn 1-0;
P. van der Weide – Cas Amende 0-1; J. Marcus – Robert van der Wal 1-0;
D. van Geet – Fred Kok 1-0; H. Wieringa – Kees Lute 1-0;
A. de Savornin Lohman – Willem Pool sr. 1-0; B. Gutman – Willem Meijer 1-0;
P. Coen – Gerard Baars 1-0; J. van der Zwan– Jo Clarijs 0-1;

Ook al wonnen de profschakers zeven partijen, gemakkelijk ging het niet! Alleen Baars ging na een misser in de opening snel ten onder. Maar Holsteijn, Van der Wal, Pool en Meijer hielden lang stand, evenals Lute. Fred Kok had snel een eindspel met lichte stukken tegen Van Geet en één pion minder, die hij niet terugzag en na lange strijd verloor ook hij. Amende en Clarijs hadden aan het eind van de avond plotseling gewonnen, terwijl Molenbroek dus allang klaar was met remise.

Partijen

Jo Clarijs verslaat een tegenstander die kennelijk geen remise mag maken van zijn baas en vervolgens ernstig de weg kwijt raakt. Het commentaar bij de zetten is (op één voorbeeld na) weggelaten, het vertekent de zaak te veel in het voordeel van zwart. En aan het eind, zo tussen de veertigste en vijftigste zet, zullen beide spelers in tijdnood zijn geweest: de wederzijdse fouten stapelen zich dan op. Maar het uiteindelijke resultaat mag er zijn.

(Over Clarijs, hij is er jammer genoeg al een tijdje niet meer, heb ik ergens eens het volgende stukje gelezen en bewaard. Het gaat over een optreden tijdens het Corustoernooi van 2006 en het misstaat hem niet: “J.C. Clarijs, een 84-jaar oude, gezonde en stijlvolle heer met een enorme liefde voor het spel. Hij schijnt veel openingskennis te hebben, maar is kennelijk ook tactisch sterk én niet bang: in een eerdere ronde heeft hij een groepslid van het bord geofferd vanuit de opening. Binnen het uur werden er twee stukken op de koningsstelling geworpen en kaboem!”)

*

Maar dit keer steelt Cas Amende toch echt de show. Hij stijgt boven zichzelf uit. Zijn op papier veel sterkere tegenstander (het verschil is meer dan 450 ratingpunten) komt er eigenlijk niet aan te pas. Het commentaar van de witspeler (en in sommige gevallen van Clarijs) heb ik laten staan, omdat het hier hout snijdt.

In de Amoriaan

Wil Ersson

In de Moriaan, tijdens het Hoogovenstoernooi van 1983, laten vier Excelsiorianen zich ernstig ringeloren. Ersson weet niet wat hij hoort (“Mevrouwtje wat kan u goed schaken”) en ziet (“Berends baard die ‘s morgens nog strijdlustig had gestaan hing nu verslagen omlaag”). Vol verbazing doet hij verslag.

Op de eerste dag van het Hoogoventoernooi ben ik samen met Bron en Ruiter naar Wijk aan Zee gereden. Onderweg sprak Bron ons moed in en wees op het feit, dat een overwinning op de eerste dag een stimulans voor het verdere toernooi zou zijn. Ik ben daar zelf wel in geslaagd, maar beide anderen niet. Zij hadden vrouwelijke tegenstanders getroffen. Nu is dat op zichzelf niet zo erg, maar de voorzitter, die zich anders bij een nederlaag de hevigste zelfverwijten maakt, verklaarde met een dromerige blik dat een nederlaag op de eerste dag niet erg was. En terwijl hij met zwevende stappen wegliep meende ik hem zachtjes “Een beetje verliefd” te horen neuriën.

Maar hoe zat het met Ruiter? Was hij ook voor vrouwelijke charmes gevallen? Zij had de aanvallige leeftijd van 85 jaar en speelde al mee toen Ruiter nog in de schoolbanken zat. Maar ja, je weet maar nooit. Er zijn mannen die voor oudere vrouwen vallen, dus waarom onze Kees niet. Ik kwam net op het moment dat hij haar wilde feliciteren met de overwinning. Met honingzoete stem zei hij: “Mevrouwtje, wat kan u goed schaken”. Waarop de Old Lady vinnig antwoordde: “Ja, wat had je dan gedacht”. Het was duidelijk, als er sprake was van romantiek, dan niet van haar kant.

‘s Avonds in de auto naar huis dacht ik het zijn gewoon een paar sukkels die niet kunnen schaken. Maar toen wist ik nog niet wat het lot nog voor Excelsior in petto had, namelijk dat onze twee clubkampioenen ook zouden sneuvelen tegen twee mooie dames.

Het volgende slachtoffer was Schmit. Nu hadden wij ons in de loop van de week al zorgen gemaakt, dit was niet onze oude Evert die daar met afwezige blik in de ogen achter het bord zat, hij leek wel betoverd. Op de dag dat hij tegen haar spelen moest, leerde één blik op het bord, tijdens de opening al, dat het mis moest gaan. Dit was niet zijn befaamde vierpionnenspel, maar één of ander romantisch gambiet. Toen ik later op de middag nog eens ging kijken was zijn stelling een ruïne. Terwijl zijn koning in doodsnood verkeerde en hijzelf in blessuretijd speelde, deed hij op a- en b-lijn de meest vreemdsoortige pionzetten. Na zijn nederlaag was het duidelijk: hij moest hier weg. De voorzitter stapte daarom vastberaden op hem toe en zei met krachtige stem: “Kom Evert, we gaan naar huis, er is nog plaats in de auto”. Maar Evert antwoordde, terwijl hij naar zijn overwinnares op blikte: “Nee, wij blijven nog wat analyseren”. De betovering was nog niet verbroken.

De volgende dag ben ik even gaan kijken of er nog meer Excelsior-leden tegen dames moesten spelen. Het was er gelukkig nog maar één: Berend. Over hem maakten wij ons niet ongerust. Deze koele harde vechtjas, gestaald in vele correspondentiepartijen, zou nog niet stuk gaan al ging Vanessa zelf achter het bord zitten. Zondagmorgen toch nog even voor de zekerheid gevraagd wat hij er zelf van dacht. “Winnen: zei hij, en hij stak zijn baard strijdlustig naar voren. Gerustgesteld begon ik aan mijn eigen partij.

Toen ik na een uurtje naar Berend keek, viel het mij op dat hij met stralende ogen en charmant lachend achter het bord zat. Van de grimmige vechter die hij anders is viel niets meer te bekennen. Ongerust stond ik op, zou hij nou toch ook … Maar hoe zijn gemoedstoestand ook was, zijn stelling was prima. Verliezen was uitgesloten. Dat dacht ik tenminste, maar toen ik even later weer eens keek, stonden er al enkele clubleden vol ongeloof en verbijstering rond zijn bord.

Ik ging kijken wat er aan de hand was en hoorde haar met een stem, die een ijsberg had doen smelten, “schaak” zeggen, waarna ze met een lieve glimlach heel zijn koningsstelling opruimde. Berends baard die ‘s morgens nog strijdlustig had gestaan hing nu verslagen omlaag. Maar dat was maar voor even. Toen schudde hij haar elegant de hand en maakte haar in bloemrijke taal complimenten over haar spel. Waarop zij met een verrukt stemmetje antwoordde: “O, je krijgt een pilsje van me”, waarop ze samen verdwenen uit het strijdgewoel.

Eén ding is mij wel duidelijk: sommige leden staan wel hun mannetje, maar niet hun vrouwtje!


De andere afleveringen in deze serie:

Excelsior ingebonden
Jus d’orange
Sightseeing de Zaanstreek
De man met de broodjes
Hij dacht geloof ik met computer te doen te hebben
Open Heemskerks schaakkampioenschap 1982
Koningsclub het snoepje van het jaar

Voor Excelsior, schakers sinds 1955, maar nu niet meer

Koningsclub het snoepje van het jaar

Koningsclub 2 komt op bezoek bij Excelsior. Daar hebben we naar uitgezien. Twee jaar geleden zijn we Koningsclub 1 net misgelopen, omdat we degradeerden uit de eerste klasse, maar nu kunnen we ons hart gaan ophalen aan Koningsclub 2. Berend van Maassen hoopt op Rob Hartoch, ik op Hébert Perez Garcia, want die heb ik een maand eerder in Amstelveen een poepje laten ruiken. Maar het loopt anders.

Koningsclub het snoepje van het jaar

Koningsclub heeft gerommeld met de opstelling. Wat een stelletje struikrovers. Rob Faase bezet het achtste bord en ene D. Gurevich acteert op het zevende. Dmitry Gurevich? Zijn ze bang voor ons? Nee, toch niet, want op het vijfde bord zit iemand die geen flauw benul heeft waarom ze hem hebben meegenomen. Onze Kees Ruiter kan zijn geluk niet op.

Het verslag

Op 8 november 1982 trad Excelsior 1 aan tegen de Koningsclub 2.

Het werd me het avondje wel. In het begin deden we het nog heel aardig. Vos leek stand te houden tegen Rob Faase op het achtste bord, Meijer had op bord drie Wim Boom een pionnetje ontfutseld, voor Perez Garcia was er bij Van Maassen geen doorkomen aan en Schmit bracht langzamerhand Wieringa tot wanhoop en in tijdnood. Maar toen begon het Excelsior-bolwerkje te kraken. Bron had heel onvoorzichtig een remiseaanbod geplaatst en daarmee zijn tegenstander overduidelijk geïrriteerd. Hij kon dus als eerste inpakken. Daarna volgden Van Grootheest, Wolterbeek en uiteindelijk ook Vos. Dat was 0-4 en een catastrofe hing in de lucht. Maar de rest hield stand!

Meijer was de eerste die scoorde. Hij had dus een pion gewonnen, maar kwam door zijn achterstand in ontwikkeling toch in moeilijkheden. Hij verdedigde zich echter kranig, net zolang tot zijn tegenstander er geen gat meer in zag en, iets te vroeg, in remise berustte.

Van Maassen brak aan het eerste bord af in betere stelling. Perez Garcia, die de hele partij geen enkele serieuze winstpoging had gedaan, bood remise aan, maar dat werd niet geaccepteerd.

Een bord verder dacht Schmit aan opgeven, maar werd daarvan, naar later bleek terecht, door verstandiger lieden weerhouden. Het kostte hem wel nachtenlang analyseren en alles voor niets, want er zou gearbitreerd worden, maar dat vertrouwde hij maar half.

En dan Ruiter, maar dat is een verhaal apart (zie verderop). Op het vijfde bord vloerde hij de zwaargewicht Twiss met een perfecte heupzwaai. Weliswaar werd de partij afgebroken, maar dat was slechts een flauwe grap.

Een paar weken later rolde de uitslag van de arbitragecommissie bij Berend in de bus: Cees Ruiter gewonnen, Berend en Evert remise.

Gedetailleerde uitslag Excelsior 1 – Koningsclub 2:
Berend van Maassen-Hébert Perez Garcia ½-½; Evert Schmit-Helmer Wieringa ½-½;
Piet Meijer-Wim Boom ½-½; Ben Bron-J. Wittebrood 0-1; Kees Ruiter-J. Twiss 1-0;
Aart van Grootheest-G. Kleber 0-1; Martin Wolterbeek-D. Gurevich 0-1;
Piet Vos-Rob Faase 0-1;
totaal 2½-5½

Partijen

Berend van Maassen speelt met zwart een prima partij. Zijn twaalfde zet b7-b5! is berensterk. Perez Garcia speelt op kousenvoeten. Ze komen beiden in tijdnood. Dan mist Berend een kans om zijn tegenstander met b5-b4! pijn te doen. In plaats daarvan wikkelt hij af naar remise.

Evert Schmit vertilt zich op het tweede bord aan de veel te moeilijke opening en staat na vijftien zetten al verloren. Dan ziet zijn tegenstander Wieringa een opgelegd kwaliteitsoffer over het hoofd. Of hij ziet er vanaf. Want ook daarna neemt hij er zijn gemak van. Heel langzamerhand vecht de witspeler zich dan terug in de wedstrijd. Totdat het rond de dertigste zet weer gelijk staat. Tijdnood doet hem alsnog bijna de das om, maar de arbitragecommissie redt ons met een verbazend diep inzicht.

Op het derde bord houdt Piet Meijer met zwart Wim Boom in toom. In de opening krijgt hij een pion maar daar staat wat ongemak tegenover. De strijd gaat lange tijd gelijk op, maar tegen het eind moet zwart toch nog even alle zeilen bijzetten om de veilige haven te bereiken.

Ruiter

Tegen Koningsclub 2 viel Ruiter op het vijfde bord in voor Brantjes. Tegenover hem nam de kolossale figuur van Twiss plaats. Ruiter, niet in het minst geïmponeerd, wenste hem succes en begon toen opgewekt aan zijn partij en Twiss z’n sigaretten.
Onmiddellijk na de opening al moet Twiss in slaap zijn gevallen en het valt in Ruiter te prijzen dat hij geen overdreven pogingen deed om hem wakker te maken. Hij schoof wat met zijn loper heen en weer (van c8 naar g4, terug naar c8, toen maar eens naar b7, terug naar c8, en o ja, d7 hadden we nog niet gehad). Intussen had Twiss al zijn pionnen op de koningsvleugel dromerig naar voren geschoven en een paardoffer op g5 geplaatst.
Ruiter deed of zijn neus bloedde, bietste nog maar eens een sigaret en liet het paard de hele verdere partij staan waar het stond. Twiss begon toen heel naar te dromen. Ruiter zette een aanval in op de damevleugel en toen zijn tegenstander tenslotte wakker schrok, was het te laat. Ruiter galoppeerde door de witte linies dat het een lust had en maakte een volle toren buit, waarna de partij pro forma afgebroken werd.

Het eind van de partij is gereconstrueerd. Ruiter komt na afloop na enig nadenken nog tot 35 zetten en merkt dan laconiek op: “de zesendertigste zet is spoorloos”.


Eén Koningsclubspeler was van ver gekomen met een taxi en had in Heemskerk de Schuilhoek niet meteen kunnen vinden. En niemand had hem geholpen. Nee, zeiden wij, wat dacht je. De Schuilhoek, die houden wij liever geheim.



Voor Excelsior, schakers sinds 1955, ze konden er wat van

Jus d’orange

In het clubblad van november 1982 komt Kees Ruiter terug op een partij die hij in mei van dat jaar met Excelsior heeft gespeeld in Bloemendaal (“Ruiter scoorde een half punt. Op weg naar huis zat hij bij Berend in de auto stilletjes na te genieten. Het regende en de ruitenwissers deden het niet. Niemand zag wat. Het deerde hem niet. Hij had een leuke partij gespeeld”). Een paar maanden later heeft hij alsnog spijt van die remise. Volgens hem had er meer ingezeten. Maar meteen daarop pakt hij dan uit met een schitterend verhaal met daarin de onverbeterlijke zinsnede “ik hou hem wel overeind”.



Jus d’orange

Nu ik toch aan het schrijven ben, moet de volgende anekdote aan de vergetelheid ontrukt worden.

Ersson en ondergetekende togen naar een toernooi in Heerhugowaard. Mijn brood in een plastieke zak en een pak jus d’orange. Later kwam Erssons brood, heerlijke krentenbollen, er ook bij. Van de jus d’orange had ik het driehoekje er al afgeknipt met de gedachte: ik hou hem wel overeind.

Om negen uur vertrokken we uit Beverwijk en na een kwartier gereden te hebben, doemden de silhouetten van deze stad weer voor onze verbaasde ogen op. Lakoniek merkte Ersson op: “Ben toch te vroeg linksaf gegaan, maar jij zit ook nog te maffen”.

In Heerhugowaard aangekomen en wij ons naar het tafeltje begeven om op te geven, werd de plastieke zak, nergens meer aan denkende, door mij plat neer gelegd en er natuurlijk gelijk een grote golf jus d’orange uitvloog. Verschrikt naar de heren kijkende, maar die vertrokken geen spier. Zeker ook nog te vroeg voor hun.

Na zo’n vier ronden was het pauze en werden de broodjes uit de zak gehaald. Maar och arme, de krentenbollen dropen van het heerlijke vocht en werd mij een vernietigende blik toegeworpen, want de resultaten waren ook niet denderend.

C. Ruiter


Voor Excelsior, schakers sinds 1955, nu ze er mee ophouden

Open Heemskerks schaakkampioenschap

De vierde editie van het open Heemskerkse schaakkampioenschap in 1981 werd gewonnen door Hendrik Koopman. In 1982 zou hij dit kunststukje nog eens herhalen. Hij werd daarmee de opvolger van Jan Smit (winnaar in 1978) en Erik Schoehuijs (winnaar in 1979 en 1980).

Open Heemskerks schaakkampioenschap 1981

Op de overzichtsfoto zien we achtereenvolgens Bram Janssen, Frans en Hendrik Koopman, een sensatie die even in de lucht hing, Ronald Maat, Nico Kok, Hendrik Koopman, Hugo Faber, Ron de Brie, Hans Nuijen, Hendrik Koopman en Ben Bron die de Beker overhandigt

De basis voor zijn kampioenschap legde Hendrik Koopman in de eerste ronde, waarin hij Hans Nuijen versloeg. Zijn tegenstanders in de tweede en derde ronde, Piet Meijer en Ronald Maat, bleken kansloos. Pas in de vierde ronde werd hij weer op de proef gesteld. In een boeiende partij, waarin hij door een torenoffer een onstuitbare pionnenvleugel kreeg, versloeg hij Nico Kok. De laatste ronde leek met een vol punt voorsprong op zijn naaste belagers een formaliteit te worden. Maar Hugo Faber hield zijn ogen wijd open en strafte het al te zorgeloze spel van zijn tegenstander hardhandig af.
Daarmee leek het toernooi een sensationele ontknoping te krijgen, want behalve Hugo Faber, kwam ook Hans Nuijen, door een overwinning in de laatste ronde op Nico Kok, nog op gelijke hoogte. Weerstandspunten moesten de beslissing brengen, maar deze spraken een duidelijke taal, waardoor de sterkste toch nog kampioen werd.


Voor Excelsior, schakers sinds 1955, nu ze er mee ophouden

Sightseeing de Zaanstreek

In 1980 schrijft een geplaagde Reinhout over het tweede van Excelsior, dat een uitwedstrijd moest spelen tegen Het Witte Paard, maar hoe ze ook zochten, ze konden het beestje, op die bitterkoude dinsdagavond in december, in Koog aan de Zaan niet vinden.

Keurig op tijd hadden we van onze wedstrijdleider de uitnodiging ontvangen om op dinsdag 9 december 1980 de strijd aan te binden met Het Witte Paard te Koog aan de Zaan, Lagedijk 25.

Rechtstreeks uit een receptie reden we dus naar de Schuilhoek om de broeders in de strijd op te halen. Pauëlsen zou over Uitgeest rijden en daar Van der Klis oppikken en ik zou Ruiter en Jongejans uit Meerestein ophalen. Via Assendelft ging het op Koog aan de Zaan af. Klokslag acht uur betraden we de Honig-kantine op het aangegeven adres.

Tot onze verbazing stonden er geen schaakborden klaar. Wel liepen er een paar soepklanten, die blijkbaar middagdienst hadden, rond een biljart. Op onze vraag of er die avond schaken was kwam een ontkennend antwoord, maar als we zin hadden mochten we meedoen met biljarten. Een van hen adviseerde ons bij de portier te informeren. Dus wij als ganzen in de snijdend koude wind weer naar buiten. Daar was geen portier te bekennen. Doch Jongejans wist raad. Boven baadde het gebouw ook in het licht en daar zou het wel zijn. Vol goede moed de trap naar boven beklommen. Daar was het heerlijk warm. Het was namelijk een was- en douchegelegenheid. Dus moesten we weer terug de kou in en de straat op. Het was al kwart over acht.

Ha, daar kwam iemand aan, snel even vragen. Verder in de straat was nog een kantine en daar kon het ook zijn. Alles en iedereen stapte weer in en wij op naar die andere kantine. Daar waren alle deuren gesloten. Het fabrieksterrein dan maar op. Diep in de jassen gestoken werden we al snel benaderd door een man met een vervaarlijke herdershond. Nou, hier was het dus ook niet. Er was alleen hondendressuur. We moesten toch in de eerste kantine zijn. Dus deuren open, alles er weer in en draaien. Inmiddels was het half negen en we hadden alleen nog maar kou geleden.

In de kantine werden we wederom hartelijk begroet en uitgenodigd tot biljarten. We zetten daarom maar weer de tanden op elkaar op zoek naar de portier. Ha, daar aan de overkant was een portiersloge. Helaas gesloten. Wel hing er een briefje “melden bij de portier zuidzijde”. Dat moesten we dan maar lopend doen. Dus door de verlaten koude eenzame straat zuidwaarts. En ja hoor, een portier in een loge die hermetisch gesloten was. Op ons kloppen werd aan een touw getrokken en konden we acht man sterk naar binnen. Hem onze problemen uitgelegd. Het was inmiddels kwart voor negen.

We mochten Meijer bellen. Nou alles klopte. We moesten toch in die kantine zijn. De portier wist het adres en het telefoonnummer van de secretaris. Ik kreeg een lieftallige vrouwenstem aan de lijn met de mededeling dat pa niet thuis was en dat ze het verder ook niet wist, maar wel dat het Witte Paard op vrijdag speelde. En ze vond na veel zoeken het telefoonnummer van de penningmeester in Wormer. Die was zowaar thuis en wist te vertellen dat er ook in Haarlem een vereniging was die Het Witte Paard heette en díe schaakte op dinsdag.

Omdat het inmiddels half tien was geworden en we nog geen kop koffie en zelfs geen kop soep gedronken hadden, zijn we maar gedesillusioneerd in de auto’s gestapt en naar huis gereden, niet wetend wat voor gevolgen dit gaat hebben.


Jaap Reinhout

Voor Excelsior, schakers sinds 1955, nu ze er mee ophouden

De man met de broodjes

Zaterdag 13 november 1982 had Pagel een snelschaaktoernooi georganiseerd in De Rustende Jager te Bergen. Bijna iedereen won een beker. Alleen Excelsior niet. Wat wel gek was, want er stonden er genoeg, een hele tafel vol. Noortje was vijf en keek haar ogen uit. En voor ik het wist zat ze met Hartoch aan de bar. Nanny dacht dat het geen kwaad kon. Zo te zien kan die Hartoch wel tegen een stootje, zei zij.

De afgebroken partij, waarvan gewag wordt gemaakt, betrof de wedstrijd Excelsior t
egen Koningsclub 2 vijf dagen eerder, maar daarover komen we nog te spreken.



Voor Excelsior, schakers sinds 1955, nu ze er mee ophouden

Hij dacht geloof ik met computer te doen te hebben

In 1982 bestaat de Noord-Hollandse Schaakbond vijftig jaar en het bestuur en mijnheer Pagel hebben samen iets leuks bedacht. Zo’n elfhonderd schakers uit heel Noord-Holland zijn op zaterdag 16 oktober verzameld in de Kennemer Sporthal in Haarlem voor een massale competitieronde. Wil Ersson wordt door wedstrijdleider Berend van Maassen gecharterd om Excelsior met have en goed ter plaatse te krijgen. Hij doet verslag.

Zaterdag 16 oktober was ik uitgenodigd om in ons tweede team een wedstrijd te spelen in de Haarlemse Sporthal. Ik had gedacht om ‘s middags rustig een partij te kunnen schaken, maar dat pakte anders uit.

Omstreeks een uur of elf ‘s morgens werd ik achter mijn koffie vandaan gehaald door Van Maassen. Ik mocht nog wel even douchen, maar daarna moest ik mee naar de Schuilhoek om mee te helpen bij het inladen van het schaakmateriaal.
Toen dit gebeurd was, moest ik mee naar zijn huis om diverse briefjes in ontvangst te nemen met namen en voertuigen, over personen die al gespeeld hadden, die opgehaald moesten worden, snel even gebeld moesten worden, die op eigen gelegenheid gingen. Op gegeven ogenblik kreeg ik zoveel gegevens dat de huiskamer in steeds sneller tempo voor mijn ogen begon te draaien. Hij dacht geloof ik met computer te doen te hebben.

Toen ik buiten weer in de frisse lucht stond, was het me niet duidelijk wat de wedstrijdleider feitelijk zelf ging doen, maar mijn taak was duidelijk: ik moest drie teams naar Haarlem zien te krijgen. Die opdracht lukte ook nog, al ging het gepaard met veel geschreeuw en nog meer kabaal, zodat de niet-schakers uit De Schuilhoek verschrikt kwamen kijken. Uiteindelijk kwam ik met Vos en Maas in een auto terecht om Ruiter op te gaan halen. Na Vos, onze ex-wethouder van verkeerszaken, met vaste hand door Heemskerk geloodst te hebben – alleen op de Jan Ligthartstraat was hij prima thuis, maar die had hij dan ook zelf geopend – kwamen wij op de ontmoetingsplaats, waar geen Ruiter te bekennen was. Nu was ik daar wel eens meer geweest en ook tevergeefs naar Ruiter gezocht, dus ik wist waar ik wezen moest in de Antillenstraat. Op mijn bellen kwam Ruiter in hemdsmouwen aan de deur en keek niet-begrijpend naar mij en de auto. Er was namelijk om kwart voor twee afgesproken en wij waren er om vijf over half twee. Na Ruiter overtuigd te hebben dat hij best tien minuten eerder kon vertrekken, gingen we richting Haarlem.

In de sporthal stonden wij enigszins verloren tussen duizend andere schakers, de wedstrijdleider schitterde nog steeds door afwezigheid. Na verloop van tijd bleek dat Henk Maas feitelijk een thuiswedstrijd speelde. Hij schudde tenminste iedereen de hand en werd zelf uitbundig op de schouders geslagen. Op de een of andere manier kwamen wij toch op de plaats waar wij moesten spelen. Van Asperen en Van IJsseldijk waren ook gearriveerd, zodat het tweede team compleet was. Wij waren met zes man, want twee van ons hadden reeds gespeeld. Jongejans had remise gespeeld en Otten verloren. Toen we moesten beginnen werd ik door Vos ook nog gebombardeerd tot wedstrijdleider, maar gelukkig nam hij daarna de leiding zelf vast in handen.

De wedstrijd zelf verliep niet zo succesbol voor ons: we leden een nederlaag van 2½-5½ tegen de Lange Rochade. Vos speelde remise, Van Asperen verloor van ons oud-lid Van de Wakker en Van IJsseldijk dolf ook het onderspit. Toen was de stand 4-1 voor onze tegenstanders. Op dat moment bood mijn tegenstander remise aan. Na samenspraak met Vos besloot ik verder te spelen, maar ik stond reeds verloren. Ruiter speelde remise en Maas won, maar die speelde dan ook een thuiswedstrijd.

Toen we naar huis gingen zag ik ook nog de voorzitter voorbijsnellen met wat volgens mij de totale voorraad jubileumkranten was.


Ersson



Voor Excelsior, schakers sinds 1955, nu ze er mee ophouden

Excelsior ingebonden

Het is al weer heel wat jaren geleden dat Kees Ruiter (hij is er niet meer) mij aanschoot en me trots vertelde dat hij de clubbladen die ik voor Excelsior heb gemaakt allemaal nog had. Hij had ze laten inbinden. Dat streelde mij, ik zei wat leuk, maar durfde niet te bekennen dat ik ze in een moment van verstandsverbijstering zelf allemaal had weggegooid. En nu vertelt Berend van Maassen dat hij in het bezit is van een band met oude clubbladen van Excelsior. Hij weet niet hoe hij eraan gekomen is. Ik mocht ze inzien.

Tussen 1979 en 1983 werden de clubbladen bij mij thuis aan de Jan Ligthartstraat vervaardigd. De kopij werd op een ouderwetse Adler-schrijfmachine-met-brede-wagen uitgetypt op stencils en vervolgens nog veel ouderwetser met een met de hand aangedreven stencilmachine afgedrukt. Trots vermeldde ik in elke uitgave dat: “Dit blad werd gestencild op kringlooppapier”. Dat laatste werd me niet in dank afgenomen. Het kon mooier vond men. Het papier was grauw, de inkt verbleekte. Die inkt, eerst bruin naar de mode van die tijd, later blauw, haalde Nanny in grote tubes bij Gestetner in Diemen.

Het valt mee nu ik ze doorblader. Ze zijn nog best te lezen. Ik ga er de komende dagen uit citeren. Ofschoon ik er een beetje tegen opzie om het voor de tweede keer te moeten uittypen. Voor nu dus alleen de drukfout die ik vond.

Drukfout

Het schaakseizoen is weer begonnen
Laat paarden en lopers maar gaan
Het torenoffer was nog te onbezonnen
Wel zag ik iemand een passant slaan



Voor Excelsior, schakers sinds 1955, nu ze er mee ophouden.

Weenink-Koningsclub


Beverwijk 1985 Weenink-Koningsclub, een wedstrijd om in te lijsten. Tien clubspelers tegen twee internationale grootmeesters, drie internationale meesters, twee FIDE meesters, twee nationale meesters en een in opleiding.


Supervisor Frans Koopman zweept de ploeg maandenlang op in de Weenink Post. Het ratingverschil van gemiddeld 250 punten per speler wordt in een sensationele wedstrijd volledig weggepoetst.

Over het paard getild

De prognoses waren overduidelijk en wetenschappelijk onderbouwd. Weenink zou twee bordpunten scoren tegen de Koningsclub. Een halfje meer of minder, daar zou rekenmeester Bram niet wakker van liggen, maar dan hield het op. Twee remises dus en misschien, heel misschien één overwinning.

Weenink verscheen in de sterkste opstelling. Alle spelers stonden op scherp. Want al was de kans op ploegsucces dan kleiner dan één procent, de kans op persoonlijke roem was minstens tien keer zo groot. Ook Pagel had geen risico genomen en verscheen met onder anderen twee internationale grootmeesters en drie internationale meesters. De korf stond wel erg hoog opgesteld.

Drie uur gespeeld. “Meneer Pagel, wat vindt u van de stand, nog steeds 0-0?” Pagel: “Ja, auf Papier…”

Een half uur later. Cees Duivenvoorde opent de score tegen De Savornin Lohman. In één klap het hele seizoen goed. De Koningsclub over het paard getild en Weenink aan de leiding!

Maar och heden. Wat is er met Erik Schoehuijs aan de hand? Is dat de Berlijnse verdediging? Het lijkt wel gatenkaas. En wat gebeurt daar? Daar probeert Hartoch met zijn volle gewicht een pionnetje naar de overkant te duwen. Dat houdt onze Alessandro nooit. Pagel, die even deed alsof hij er niet bij hoort, loopt nu weer ontspannen rond.

Ik loop langs het bord van Hans Nuijen. Wat staat die slecht. Dat ziet een leek. Die Van der Sterren is ook een halve grootmeester. Hé, dat is aardig, Hans slaat een pionnetje en laat zijn dame een soort pirouette maken op het snijpunt van vier velden. Pas als zij uit getold is, zet hij haar op haar plaats. Maar wat doet die Van der Sterren nou? Hij vindt het helemaal niet grappig zo te zien. Hij geeft op! Heb je daar van terug?

En dan Bert van der Zijpp. Die maait Van der Weide. Als in zijn beste jaren. Zelf geeft hij alle eer aan de tegenstanders: “Die jongens zijn goed vooruitgegaan, een paar jaar geleden speelden ze nog in de onderbond.”

Bert Heemskerk meldt zich, met remise. Hij had de hele partij moeilijk gestaan en hij moest nog één zet doen binnen één minuut. Voor een bedaarde speler als Bert is dat erg weinig tijd. Dus toen Van Geet, van het dubbelfianchetto, plotseling remise aanbood, had hij het maar aangenomen. “Maar ik stond wel gewonnen”, probeert hij ons gerust te stellen. Wij zijn een zenuwinzinking nabij.

Het is niet meer bij te houden. overal lachende gezichten. Paul Bierenbroodspot is wel erg vrolijk. Adam Kuligowski niet. Die zit met zijn hoofd in zijn handen als verdoofd over zijn bord gebogen. De stukken staan al lang weer in de beginstand. In het Hoogovens Schaaktoernooi van 1983 won hij van Korchnoi. Nu verliest hij van Bierenbroodspot. Twintig minuten zit hij zo. Dan wankelt hij naar Pagel, die onduidelijke brieven zit te schrijven aan een tafeltje. Wij zien hem wat vragen. Pagel schudt van nee en gaat door met schrijven. Kuligowski is ontslagen.

Nico Kok verliest van Marcus. Nico heeft zijn dag niet. Berend Pluim maakt vreemd kappende bewegingen met zijn handen en trekt een raar gezicht. We mogen niet praten van Jan Sinnige, want er mag ook niet gebiljart worden. Berend bedoelt: de-span-ning-is-te-snij-den.

Op het eerste bord sterft Hendrik Koopman duizend doden. Maar hij blijft zetten. Met de rug tegen de muur vecht hij tegen de aanval van Sergei Kudrin, tegen de voortrazende secondenwijzer, tegen de onrust om hem heen en binnen in hem. Als hij dit toch eens remise mocht houden. Het mag nét niet.

De laatste partij is die tussen Peter Uylings en Job de Lange. De laatste zetten zijn niet meer genoteerd en er moet eerst gereconstrueerd worden. De Lange is aan zet. Lichte paniek maakt zich van hem meester. Hij moet kiezen: eeuwig schaak toelaten of de dames ruilen en een misschien wel verloren eindspel ingaan. De stand is 4½-4½. Hij gaat schoorvoetend naar Pagel toe: of hij misschien remise aan mag bieden.

Pagel bestudeert de stelling. Berend beduidt dat het voorbij is. En inderdaad, Pagel geeft toestemming om het punt te delen. Hij houdt zich groot, zijn spelers klitten wat lacherig in groepjes bijeen. Het applaus is voor Weenink.

Buiten zien we grootmeester Kuligowski nog een laatste poging doen, als Pagel in zijn auto stapt. Het tafereel is te navrant. Het portier slaat dicht. Loket gesloten.


DE PARTIJEN

Sergei Kudrin, internationaal grootmeester en speciaal voor deze gelegenheid overgevlogen door Pagel, lijkt zich niet erg in te spannen. Hendrik Koopman des te meer, wat al snel tot uiting komt op de klok. Toch overleeft hij de tijdnood en de aanval, die niet doorzet, maar de grootmeesterlijke afwikkeling naar een eindspel met vrijpion is hem net even te veel.

_

De tweede grootmeester Adam Kuligowski wordt aan de tand gevoeld door Paul Bierenbroodspot en dat doet pijn. Na de partij schatert Paul het uit over de penning waarmee hij een uitgelokte vork onschadelijk had gemaakt. Tijdnood doet zijn radeloze tegenstander uiteindelijk de das om. Op de vierendertigste zet valt zijn vlag.

_

De Berlijnse verdediging van Erik Schoehuijs vertoont dit keer gaten, die pijnlijk snel door zijn tegenstander John van Baarle opgemerkt worden. Sommige ervan ziet Erik ook nog wel, maar niet het mat op h8.

_

Hans Nuijen, helemaal niet bang, opent met b4, maar komt toch al snel in de verdrukking door een zwarte pion op e4 en later op d3. Bovendien is er de latente dreiging van mat op g2. En ofschoon hij de grootste problemen weet op te lossen, dreigt een verloren eindspel, totdat zijn tegenstander Paul van der Sterren de blunder van de dag begaat. Hans laat zijn dame een vreugdedansje uitvoeren op het winnende veld.

_

Voortdurend knipogend naar Pagel ruilt Rob Hartogh zich tegen onze Alessandro in sneltreinvaart naar een eindspel toe, dat zo op het oog volkomen gelijk staat, maar waarin de superieure stand van zijn koning en een op slinkse wijze verkregen vrijpion toch nog de doorslag geven.

_

Het witte g4 van Peter Uylings mist dit keer overrompelingskracht en de torens worden afgeruild langs de open h-lijn. In het tijdnoodduel dreigt Job de Lange nog even heel ondeugende dingen op f2, maar wordt daar terecht van weerhouden door de dame van Peter. Tot zijn opluchting kan Job zijn baas er dan van overtuigen dat verder spelen niet slim is.

_

Geen lachje kan er af bij Piet van der Weide. En met recht, want Bert van der Zijpp kent geen pardon met hem. Onze vreugdekreten beheerst onderdrukkend zien wij hoe Bert wat onbelangrijk materiaal afstaat in ruil voor een hele rits pionnen. “Een kwestie van techniek, dus dat kan nog moeilijk worden”, zegt hij bescheiden. Even later heeft hij gewonnen.

_

Broodspelers zijn het, tot de laatste stuiver toe. Bezorgd vraagt John Marcus of het eerste kopje koffie wel gratis is, anders ziet hij er liever van af. Gastheer Nico Kok maakt het hem niet al te moeilijk.

_

Op de deur van de Wijckermolen hangt de mededeling dat er niet gebiljart kan worden wegens een belangrijke schaakwedstrijd. “Waar is die belangrijke schaakwedstrijd dan wel?” vraagt De Savornin Lohman hautain bij binnenkomst. Cees Duivenvoorde maakt het hem al snel duidelijk. Een week lang heeft hij gestudeerd op het Jänisch en het verbluffende resultaat daarvan staat al na twintig zetten afgetekend op het bord. Onberispelijk wikkelt hij af, als zijn tegenstander vergeet op te geven.

_

Een vrij normale partij, maar toch nog een dubbelfianchetto van de zwartspeler. Van Geet loopt rond alsof hij reeds gewonnen heeft. Bert Heemskerk is dus in moeilijkheden. Zijn evenwichtsgevoel loodst hem echter langs de gevaarlijkste punten en vlak voor de veertigste zet staat hij opeens gewonnen. Van Geet heeft dat net iets eerder door dan Bert en ziet zijn remiseaanbod geaccepteerd.

_

[Weenink Post, jaargang 36 nummer 22, 14/05/85]

Vleermuis 19


De velden zijn leeg en nu Excelsior, nog iets eerder dan gedacht, is opgehouden te bestaan, resten slechts de herinneringen. Herinneringen aan hoogtepunten en dieptepunten, aan pieken en aan dalen, en daarvan waren de dalen in mijn ogen verreweg het mooist. Zoals tien jaar geleden in Volendam.


Staff Only

In een opwelling vervoegde ik mij als last minute supporter om een uur of zeven bij de Werf. Daar stond de lijndansles op het punt te beginnen. Of ik mee wou doen. Ik legde uit dat ik met het schaakteam van Excelsior mee naar Volendam ging, als er plaats was in de bus. De lijndansers haalden hun schouders op. Zou ik dat nou wel doen en ik moest het zelf weten. Maar ik was eigenwijs en er was plaats. Ik werd ingedeeld bij Martin Herruer chauffeur en Ruud Eisenberger teamcaptain.

De heenreis was opgewekt er zorgeloos. Het gesprek ging over koetjes en kalfjes in het algemeen en schaken in het bijzonder. Ruud hield een absurd betoog, waarschijnlijk om iets duidelijk te maken, wat ik nu vergeten ben. In de opening moest je niet je dame in het centrum zetten. Daar was ze kwetsbaar. Wat moest je dan wel in het centrum zetten? Iets wat niet zoveel waard was als een dame. Wat was minder waard? Een stuk. Nog minder. Wat was het minste waard? Een pion. Tot zover wisten we de antwoorden. Maar was er iets dat nog minder waard was dan een pion? Nee dat wisten we niet. Ruud wel. Niks was minder waard dan een pion. Dus moest je helemaal niks in het centrum zetten. Een redenering van likmevestje. Een club naar mijn hart.

De reisleidster van Martin Herruer sprak onberispelijk Engels. Ze loodste ons feilloos naar Volendam, maar maakte zich er toen wel erg gemakkelijk vanaf. Aan het begin van de dijk vond ze dat we er waren. Toen moesten we nog 500 meter lopen. Daar lag Hotel Spaander. Het leek mooier dan het was. We bleken tot onder in de gewelven te moeten afdalen, tot in een soort berghok met “Staff Only” op de deur. Nietsvermoedend stommelden we naar binnen.

Je zag er geen hand voor ogen. Op de tast werden handen geschud en vervolgens stukken verschoven. Het ging de Volendammers beter af dan die van ons. Dat was eerst nog niet zo duidelijk. Zoals gezegd, we zagen niet veel en als toeschouwer moest je al helemaal op je gehoor afgaan. Na een zet of tien liep Charly Zwemstra even van zijn bord weg, op zoek naar het toilet. Niet meer teruggezien, weg kwijt geraakt in de catacomben. Uiteindelijk toch nog gevonden, maar het was de oude Charly niet meer: bril op, bril af, niets hielp.

Even verderop speelde Frans Koopman best vlot voor zijn doen. Maar hij drukte steeds de klok van zijn buurman Martin Winters in, waardoor hij toch nog in tijdnood kwam. Boven ons werd met tafels en stoelen geschoven. Gegooid leek het meer. Dirk Kruiper had daar geen last van. Die speelde een partij, zo saai, dat hij evengoed in slaap viel. Waar zijn tegenstander vals van profiteerde.

Paul Lieverst had zijn laptop bij zich en Fritz. Maar toen die werd ingeschakeld was het te laat. De waarderingen varieerden op zeker moment van min zeven bij Marcel Duin tot min veertien bij Thijs Waanders. En Martin Herruer was zonder navigatiesysteem ook een stuk minder dan met. Alleen Ruud Eisenberger redde zich. Uit het donker tegenover hem had hij een stem gehoord. Die remise aanbood. Beweerde hij.

Frans was de laatste die nog speelde. Hoe is de stand vroeg hij op goed geluk. We staan achter sprak iemand, die duidelijk nog even geen zin had in een slecht nieuws gesprek. Frans zette dus alles op alles, maar miste opeens zijn zwarte loper. Al een tijdje niet meer gezien trouwens, maar dat zei niets, had hij gedacht.

Bij het licht van een stallantaarn werd het uitslagenformulier ingevuld. We bleken met zeven en een half tegen een half verloren te hebben. In de hoek van het surrealistische zaaltje kleedde een pikzwarte neger, zijn dienst zat erop, zich bijna onzichtbaar om. Ik kon mijn ogen niet geloven. We waren aan elkaar gewaagd, sprak een Volendammer. Nu kon ik ook mijn oren niet meer geloven. Op welke schaal werd hier gewogen? Waren het troostende woorden? Maar dan wel van een soort die je deed verlangen naar een gezonde dosis zout in de wond.

Ergens boven in het restaurant was Thijs Waanders een witbier en nog iets onbeduidends gaan halen. Hij kwam helemaal ontdaan terug. Raad eens hoeveel ik moest betalen. Zeven euro! En dan is Thijs ook nog van het slag dat in zo’n geval de euro’s onmiddellijk omrekent naar guldens, waardoor je nog bozer wordt. We wisten niet hoe gauw we weg moesten komen uit dat kolenhok.

Voor ons lag de nacht, achter ons gaapte een zwart gat. Het zette Ruud aan tot bespiegelingen over de kosmos. Over Bohr en Einstein en over het begin van alle materie of energie. En dat we op deze manier niets te zoeken hadden in de eerste klasse en dat als het heelal steeds uitdijde, dat dat niet vanzelfsprekend betekende dat daar omheen dan nog meer ruimte was, want hoe groot moest die dan wel zijn? En dat als twee auto’s met een snelheid van honderd kilometer per uur op elkaar botsten dat hetzelfde was als een botsing met tweehonderd kilometer per uur op een muur, maar dat het moeilijk voorstelbaar was, zeg maar twijfelachtig, dat als twee lichamen met de snelheid van het licht op elkaar vlogen, dat dan… En tussen die miljarden sterren moesten er volgens zijn kansberekening een paar zijn met leven zoals hier. En dat we daar maar eens naar op zoek moesten gaan, want hier was het gezien de gebeurtenissen eerder op de avond niet pluis meer.

Martin bracht ons keurig thuis. Mij ook. Maar aan het begin van de straat had onze reisleidster er definitief genoeg van. Bestemming bereikt, riep ze opgelucht. Ze had het weer. Geeft niet, zei Martin, het laatste stukje doen we op de tast. Doe je volgend jaar met ons mee?


Heemskerk maart 2010

Draco dormiens nunquam titillandus

Het Denksport- en biljartcentrum ‘t Spaerne in Haarlem is afgeladen met schakers in de KNSB-competitie en het parallelle Kennemer Open toernooi. Wij spelen tegen een combinatieteam van Het Spaarne en de Heemsteedse Schaakclub. Wedstrijdleider Joost Jansen zegt dat we geen handen hoeven te schudden vanwege het coronavirus. Te laat. De meesten hebben het al gedaan. We hopen er met z’n allen het beste van.

Collignon (in de Volkskrant van 7 maart 2020)

Het is erop of eronder heeft onze teamcaptain gezegd. Iedereen die nu nog verliest moet vrezen voor zijn plaats. Jan Koopman en ik spelen met vuur. Jan, omdat hij doodgemoedereerd een stuk in laat staan en ondergetekende omdat hij het doodleuk offert. De tegenstander van Jan durft niet te pakken en die van mij schrikt zo dat hij opeens zijn halfuur voorsprong in tijd kwijt is. Wij redden het. Met gemak. Het combinatieteam van Spaarne/Heemstede niet. Dat verliest met 6½-1½. Het is de spreuk van Zweinstein. Kietel nooit een slapende draak.


Drie sukkels dachten met remise weg te kunnen komen. Die zullen dus met een hele goede reden moeten komen. Hieronder het slot van mijn partij. Mea culpa. Ik kon niet beter.

ES

Open ASK-toernooi

Fotoimpressie


en een partijfragment, waarin Romayn Brandsma zijn tegenstander Hans Galjé hardhandig vloert

Het toernooi om het open Alkmaars schaakkampioenschap is dit jaar (samen met de organiserende vereniging De Waagtoren) verkast van het Gulden Vlies in de binnenstad van Alkmaar naar het meer afgelegen wijkcentrum Overdie. Dat is jammer, maar tegelijk ook een verademing qua ruimte, en met een prima bar.

Sandra Keetman, Rob Freer en Jan Poland leidden het toernooi. Rob en Sandra hadden voor alle deelnemers een kolossale schaal snoep klaar staan voor de broodnodige suikers, waar gretig gebruik van werd gemaakt. En Jan sloeg aan het begin van elke ronde op de gong…

Is dat de goden niet verzoeken?

Het Alkmaars schaakkampioenschap leed nog niet onder het virus, wel onder de concurrentie van het gelijktijdig gehouden Noteboom toernooi in Leiden. Maar het kreeg met Yong Hoon de Rover een sterke winnaar. Eén keer zag ik hem, heel even, zuchten. Dat was toen hij op een Slavische ruilvariant werd getrakteerd. Daar kon zelfs hij geen chocola van maken.

Kijk voor uitslagen en partijen op de toernooisite van de Waagtoren

Slot Assumburg Stayokay schaaktoernooi 2020

Het Slot Assumburg Stayokay rapidschaaktoernooi was weer een vrolijke bedoening. Gelijk bij aanvang toverde wedstrijdleider Gerard Limmen al de eerste grap uit zijn computer. Richard de Jong kreeg een startrating van 14000 en begon dus op bord 1. Het extra nulletje hielp hem niet. Hij verloor van de eerste de beste onbenul. De ratingprijs kon hij dus alvast uit zijn hoofd zetten. Zijn tegenstander daarentegen was erg opgelucht. Die had nu heel even een toernooiprestatierating van maar liefst 8000. Iedereen wilde nu tegen Richard de Jong spelen. Maar daar stak Gerard een stokje voor.

Toernooidirecteur Peter Klok bleef onverstoorbaar. Hij doet dit nog twee jaar, beloofde hij aan het eind. De deelnemers beloonden hem met applaus. Fred Slingerland won het toernooi. Vorig jaar had hij ook al een gooi gedaan, maar toen mislukte die nog. Dit keer bleef hij de usual suspects Richard Schelvis, Dragan Skrobic, Thomas Broek, Paul Lieverst en Erik Schoehuijs, allemaal oud-winnaars, knap voor. De ratingprijzen gingen als ik het goed heb begrepen naar Liesbeth Roelse en Peter van Tongeren. En een eervolle vermelding krijgt Louis Witte van mij. Bij hem is het er op of er onder. Zes gewonnen drie verloren. Een compromisloze schaker. De grote verrassing in dit opzicht was Thomas Broek. Vijf remises scoorde hij. En de latte macchiatomachine ging ook stuk. Ik denk dat het de wind was die om het kasteel gierde.

De uitslag kan net zo goed andersom zijn

In de eerste ronde van de KNSB-bekercompetitie verpletterde het bekerteam van de Waagtoren het arme Bakkum en daar werd gekscherend verslag van gedaan in Alkmaar, hetgeen de teamcaptain van Castricum, de grote broer van Bakkum, in het verkeerde keelgat schoot.

Een paar maanden later was in de voorronde van de NHSB-bekercompetitie hetzelfde sterrenensemble van de Waagtoren te sterk voor het dappere bekerteam van Castricum, waarvan dit keer op verdacht ingehouden toon verslag werd gedaan, opdat er niet opnieuw geklaagd zou worden en omdat de uitslag met een beetje fantasie net zo goed andersom had kunnen zijn.

In die bekerwedstrijden had de Waagtoren (om nog niet opgehelderde reden) zijn speler op het vierde bord opdracht gegeven om remise te maken, wat hem beide keren ternauwernood lukte. Zo werd het dus twee keer 3½-½ voor de Waagtoren.

En wat is nou zo leuk?

Spelers van een KNSB-bekerteam van een club die in de KNSB-competitie uitkomt in de 3e klasse of hoger, kunnen niet in een NHSB-bekerteam uitkomen.

Iedereen die ingeschreven is in een NHSB-team voor de normale competitie is speelgerechtigd, evenals alle spelers uit de KNSB-klasse 4 en lager.

Regeltjes regeltjes. Wie verzint ze en wat beogen ze? Ze liggen met glinsterende oogjes te wachten op hun prooi. In de bekerwedstrijd van de Waagtoren tegen Castricum in de NHSB stonden aan Alkmaarse kant drie spelers opgesteld waarop beide regels van toepassing zijn.

Kijk, dát is nou zo leuk!

Gisteravond hoorde ik namelijk dat de uitslag Waagtoren-Castricum van 3½-½ veranderd is in ½-3½. Dat geloof je toch niet. Maar alles onder voorbehoud. De uitslag kan net zo goed andersom zijn.

Lekker bezig

Bakkum-Bergen

De vierde wedstrijd van het zaterdagteam van de schaakclub Bakkum voegde een nieuw hoofdstuk toe aan het verhaal “Wat er allemaal mis kan gaan in het souterrain van de KNSB”. Om maar met de deur in huis te vallen: die zat op slot. We konden ons hok aan de Van Speykkade niet in. En toen we er wel in konden, een vroege biljarter had ons toegang verschaft, zat ook de materiaalkast op slot en ook daarvan hadden we de sleutel niet bij ons. Martin Oudejans ging Henk van der Eng bellen.

O ja, even tussendoor, niet onbelangrijk, Bergen 2 had gebeld dat ze maar met zes man kwamen. De rest was ziek, zwak, misselijk of uitbesteed. De eerste twee borden gaven ze op. Dus onze eerste twee man, Andre Breedveld en Henk van der Eng, kregen vrijaf van Martin, die niet kinderachtig wilde doen. Maar Henk moest nu dus toch komen met de sleutel van de kast.

Daar was Henk. Opgewekt als altijd. “Lekker bezig jongens, ik heb jullie toch een sleutel gegeven, waarom neem je die dan niet mee. En waarom spelen Andre en ik niet? Bergen gaat natuurlijk ook schuiven met de opstelling.” Sorry Henk. Rustig maar Henk. We staan met 2-0 voor. Henk besloot dat we voor straf na afloop niet uit eten gingen. Toen zag hij mij staan. Hij klaarde opeens helemaal op. “Wat ga jij nou doen Evert, dat wordt zeker hond in de pot, moet je niet even bellen?” Hoe wist hij dat nou? Ik ging wel een patatje halen.

We hoefden dus maar zes tafeltjes neer te zetten. Dat kwam goed uit, want we waren laat. En we moesten die vermaledijde klokken nog instellen. Dat was nog een heel gepruts. Met de handleiding erbij. En het gaf sommige teamleden de gelegenheid om met elkaar kennis te maken. Nico Pos had alleen de eerste wedstrijd meegedaan en Jan Koopman zat toen nog in Griekenland. Nico nam plaats op het derde tafeltje achter de zwarte stukken. Jan dacht dat Nico bij Bergen hoorde en begon dus omstandig uit te leggen dat het derde tafeltje eigenlijk het vijfde bord was en dat de uitspelende vereniging op de oneven borden wit had en de thuisspelende vereniging zwart. Oké, zei Nico die geduldig had geluisterd, dan zit ik goed, ik ben van de thuisspelende vereniging. En jij?

De wedstrijd dan maar. Die was zonder onze kopborden van een beduidend minder hoog niveau dan we gewend zijn. Bakkum parkeerde de bus en scoorde twee (Pim Hoff en Martin Oudejans) snelle remises. Toen verloor Nico Pos. En Jan Koopman ging ook niet al te lekker. Gelukkig won Erik Breedveld heel knap, dus we hadden vier punten. Nou nog een halfje. Het zou toch niet… Ik kreeg het er benauwd van. Mijn tegenstander vergaloppeerde zich en bood remise aan. Ik keek naar onze captain. Hij schudde zijn hoofd. Dus ik deed braaf nog een zet, waarop mijn tegenstander vloekte, de stukken op een hoop veegde en me de hand schudde. Hij was herstellende van een staaroperatie en zag het allemaal nog niet zo goed. Tranende ogen.

En er waren toeschouwers. Hans Leeuwerik kwam kijken met twee zeer welopgevoede honden. Ik moest denken aan de verjaardagen vroeger bij mijn vader en moeder thuis. Mijn moeder had alles netjes klaargezet en dan kwamen de tantes met de dalmatiërs Bruna (met de bruine stippen) en Kuçka (met de zwarte stippen), die met hun staarten enthousiast alle ingeschonken koffiekopjes van de salontafel veegden. Precies de goede hoogte hadden die honden. Vond ik. Mijn moeder niet. Alles in gruzelementen. Dat deden de honden van Hans niet. Die waren ook kleiner.

En Fred Kok was er. Hij temperde onze hoge verwachtingen. Kijken of deze overwinning stand houdt, zei hij. Zes tafeltjes in plaats van acht, dat vraagt om moeilijkheden. Afwachten wat de regels van de KNSB hierover te zeggen hebben.

De allerlaatste mohikaan was Jan Koopman. Hij is onze moedigste strijder en ons meest enthousiaste lid. Maar hij streed hier een verloren strijd. Kijk maar. De overmacht van Bergen was te groot. Mogen jullie niet opgeven vroeg Bergen aan mij. Nee, zei ik, dat mag niet. We mogen nooit opgeven.Vaak ook geen remise aannemen. En al helemaal niet aanbieden. Tenzij om tactische redenen. Opgeven is niet tactisch. Dat moet je zo lang mogelijk uitstellen.

Tata Steel Chess Tournament

Tata Steel Chess Tournament 2020

Tienkampen
17 januari 2020 … eerste ronde …… Zonder vrees of blaam
18 januari 2020 … tweede ronde ….. Uit een ander vaatje
19 januari 2020 … derde ronde ……. Ik lijk wel dronken
20 januari 2020 … vierde ronde …… Tweemaal applaus
21 januari 2020 … vijfde ronde …….. Analyseren noemt hij dat
22 januari 2020 … zesde ronde …… Mag dit allemaal?
23 januari 2020 … rustdag …………. Of golden hier andere wetten?
24 januari 2020 … zevende ronde … Er gebeuren rare dingen
25 januari 2020 … achtste ronde ….. Van de trap gevallen
26 januari 2020 … negende ronde … Rommeltje

Vierkampen
11 januari 2020 … tweede ronde van de weekendvierkampen
14 januari 2020 … tweede ronde van de dagvierkampen


SC Bakkum gaat ondergronds

Eindelijk, eindelijk mochten wij ook een keertje: schaken in de Atoombunker in Schagen. De geheel elektrische Nissan van Henk van der Eng bracht ons ernaartoe. Ik had voor de zekerheid mijn powerbankje meegenomen, maar dat was niet nodig. We haalden het met gemak. De mannen van Magnus Anna Paulowna Combinatie hadden een menselijke ketting gevormd om ons naar binnen te loodsen. Eén man aan de weg, een om de hoek bij de parkeerplaats en een bij de deur die toegang gaf tot de trap naar de ondergrondse bunker. Onze faam als brokkenmakers was ons vooruitgesneld.

Op de heenweg hadden we een nieuwe invaller opgehaald. Nico Pos had zich de avond tevoren ziek gemeld. Dit keer gingen we het proberen met Gerard Kuijs in plaats van Nico Kuijs.

Beneden in de bunker kregen we een korte geschiedenisles (de bunker deed tussen 1969 en 1986 dienst als commandopost van de Bescherming Bevolking) en een kleine rondleiding. Vooral de ruimte waarin de fietsen stonden die we moesten gebruiken om het noodaggregaat te voeden als de stroom uitviel, zorgde voor hilariteit en meer nog voor enthousiasme bij de fervente fietsers onder ons: Gerard van den Bergh en Gerard Kuijs. Het zou niet nodig zijn.

Bij Weenink in de oude Wijckermolen aan het Meerplein schaakte vroeger een blinde speler. Toen een keer in het gammele bovenzaaltje waar we speelden het licht uitviel riep iedereen: klokken stil, waarop de blinde speler riep: nu niet kinderachtig doen jongens, gewoon doorspelen!

Er werd goed voor ons gezorgd. We kregen een consumptiebon en mochten behalve koffie, frisdrank en bier, ook soep bestellen. En we stonden in een mum van tijd met 3½-½ voor (ja onze invaller had ook gewonnen, we houden ons hart vast), maar de angel zat in de staart.

Onze kopman André Breedveld kwam niet verder dan remise. Maar hij had te maken met een tegenstander die zich verzekerd wist van de steun van een vroeg prototype van AlphaZero, dat naast zijn bord stond opgesteld. André op zijn beurt kon geen verbinding maken met de gebruikelijke hulpmiddelen in de Cloud, want we hadden geen bereik (Aan het eind van de middag kwam Aart Strik nog even langs om te controleren of alles eerlijk was gegaan).

Gerard van den Bergh en Erik Breedveld verloren. Alles hing nu af van Fred Kok. Ondertussen hadden we (buiten de bunker) op aanraden van de Schagenaren een tafel gereserveerd bij Chica Chica, een Mexicaans restaurant in de Molenstraat van Schagen. Om zes uur. Dat gingen we niet halen.

Om half zeven zat Fred nog te schaken. Hij had zijn stelling van goed naar gelijk in slecht zien veranderen en het eindspel werd netjes uitgetikt door zijn tegenstander Henk Bermon. Die daarmee de eindstand op 4-4 bracht.

Tot slot een diagrammetje uit de eerste hand. Ik was weer eens in tijdnood, want ook in de bunker stond de tijd niet stil, en wit had zojuist c2-c3 gedaan, met aanval op het zwarte paard. Maar daar had ik op gerekend. Het moest nou maar eens uit zijn. Mijn centrumpionnen hadden al een tijdje staan trappelen van ongeduld en daar was dan eindelijk het sein: d4-d3!

Thuis gekomen liet ik de zet aan Stockfish zien. Reken maar dat ik trots was. Maar het vervelende visje verblikte of verbloosde niet, sloeg een keer met zijn staart en murmelde: zo goed is die ook weer niet, wat dacht je van Dd1xd3? Hahaha lachte ik, nou heb ik je: e5-e4! Wat ben jij hardleers mopperde het visje en het deed Dd3-c2. Ik speel niet meer met jou, zei ik.

zie ook: Fotoreportage van de voormalige bunker van de B.B. (Bescherming Bevolking) kring A in Schagen (45 foto’s, Regionaal Archief Alkmaar),

maar vooral ook het verslag van Andre Breedveld: Als je de hitte niet kan verdragen moet je uit de atoombunker blijven op de website van SC Bakkum

Amstelveen Chess Masters 2019

Isafara Gergin


Chess Masters

Afgelopen weekend (zaterdag 30 november en zondag 1 december 2019) had het vijfde Amstelveen Chess Masters schaaktoernooi plaats in het Keizer Karel College. De onderdelen waren het Nederlands kampioenschap snelschaken (op zaterdag), het Nederlands kampioenschap rapidschaak vrouwen en mannen, het Brainwave open rapidschaaktoernooi en een Grand Prix schaaktoernooi voor de jeugd (allemaal op zondag).

De voorloper van dit toernooi was de BrainWave denksportmanifestatie. Er werd toen gedamd, gebridged, go en stratego gespeeld, en japans, chinees en gewoon geschaakt. In 2009, dus tien jaar geleden, won Robert Ris het schaaktoernooi. Hij is nu toernooidirecteur.

Ik kreeg toestemming om foto’s te maken.

BrainWave

Het wachten is op …

… dat ene briljante idee

Grand Prix

… een goede vraag, nee de vaders en moeders mogen niet helpen …

Het NK snelschaken

het leukst waren de eerste ronden, toen het peleton nog compleet was …

… en het kaf nog niet van het koren was gescheiden …

Het koren
Iozefina Paulet

In de aula speelden nu de zestien besten op liveborden. Op het grote scherm waren de partijen moeilijk te volgen en er was weinig publiek.

Maar vanaf de gaanderij op de eerste verdieping had je goed zicht.

De finale ging tussen Loek van Wely en Casper Schoppen. Toen waren er opeens wel een heleboel kijkers. En natuurlijk stond ik weer eens achteraan. Maar ik heb toch alles gezien. Casper Schoppen won.


Het NK Rapid

Zondag maakte ik mij er met een jantje-van-leiden vanaf. Na de derde ronde hield ik het voor gezien. Zo’n toernooi gaat je niet in de koude kleren zitten en ik wilde nog een rondje door oud Amstelveen maken. Eline Roebers verloor een paard- en pionneneindspel van Iozefina Paulet en Jan Smeets had al drie keer gewonnen. Wie is Jan Smeets vroeg iemand aan mij. Ik zei: Nederlands kampioen 2008 en 2010.

Hilversum 2008

In 2008 fleste hij Daniël Stellwagen en in 2010 bleef hij Anish Giri voor. Hij keek mij ongelovig aan. Fake news zag ik hem denken.Weet je dan ook waar de toiletten zijn, vroeg hij toen. Ik zei: achter de tafel van de wedstrijdleiders links de gang in en dan meteen rechts. Er staat jongens op de deur, zei ik ook nog. Hij liep er straal voorbij. Had ik weer eens geblunderd? Ik zette haastig koers naar Het Dorstige Hert in de Dorpsstraat. Dat heette nu ‘t Hert en was dicht. Het werd tijd om naar huis te gaan.

En voor wie het nog niet weet: Jan Smeets werd Nederlands kampioen rapid bij de mannen en Zaoqhin Peng bij de vrouwen. En de beste BrainWaver was David Klein.