Tata Steel Chess Tournament 2020

De tienkampen

Laatste ronde

Laatste ronde laatste foto’s. Hierboven zien we onder meer Eline Roebers, Ben Duivenvoorden (die zijn laatste partij jammer genoeg verloor, dus net geen full house), Marit de Boer, Gerard van Pinxteren en Roven Vogel, winnaar van de Qualifiers.

Bert van Oudvorst, u weet wel, de man die de trap iets te snel afdaalt, heeft het toernooi toch uitgespeeld. Bert is een held.

En ik kreeg nog een partijtje van Erwin Kalle uit de zevende ronde tegen Marc Helder. Marc kent de eerste elf zetten. Daarna maakt hij er een rommeltje van. Erwin weet er wel raad mee.



27 januari 2008

De laatste loodjes. Ze wegen zwaar. Gelukkig zit het erop, verzucht een enkeling. Een ander kan het niet lang genoeg duren. Zes uur krijgen de gewone tienkampers voor hun partij. Uiterlijk. Om half twaalf beginnen we. Om half zes zijn we klaar. De laatste zetten. Onzichtbaar voor de meesten. Het vallen van de vlag. De winnaar heeft nog zeven seconden over.

De Wijker Toren scoort goed. Stefan Jorritsma, Wim Rakhorst, Hans Wiemerink en Evert Haasbroek worden winnaar in hun groep. De beste Wijker Torenaar in het toernooi heet Dennis Ruygrok. Hij wordt desondanks laatste in zijn groep. Grootmeestergroep C wel te verstaan. Vier remises scoort hij. Tegen Li, Van der Werf, Braun en Van der Wiel. Tegen de Amerikaanse Irina Krush lukt het net niet.

Rood is de kleur van Corus. Rood domineert ook de speelzaal. Het is de kleur van de tafels, de stoelen en de robots aan de wand. Je zou er onrustig van worden. De zenuwen gieren toch al door je keel. Mooi is anders. Of toch niet?

Het amateurtoernooi met alles erop en eraan wordt op dvd uitgebracht. De hele week hebben we Roland Punt, van de Waagtoren, zien sjouwen met een camera. Achttien euro vijftig, voor een uur of anderhalf. Annemarie Volkers, ook van de Waagtoren, schiet de laatste beelden.


Afgelopen

Nog een laatste keer fiets ik naar Wijk aan Zee. Het is aan het eind van de middag. De bus richting Beverwijk zit al vol schakers op weg naar huis. In het voorportaal spreken mensen af voor het volgende toernooi. In de speelzaal heerst de rommelige sfeer van de laatste ronde. Er zijn nog een paar partijen aan de gang en er staat nog een grote groep toeschouwers bij de balie van de grootmeesters. Overal om me heen vragen mensen elkaar hoeveelste ze geworden zijn. Er zijn erg veel gedeelde plaatsen bij, heb ik wel in de gaten. Iemand komt de zaal binnen en vraagt hardop: “Is het gebeurd?” Vier wedstrijdleiders storten zich op de ongelukkige: “SSSSSSTTT!!!”. Ik kijk het schaakwereldje nog eens aan: sommigen net in het pak, anderen me bontgestreepte trui. Sommigen met ouderwets lang haar en woeste baard, anderen met bijdetijds brilmontuur. Her en der worden kaarten voor de snertmaaltijd verzameld. Hier en daar wordt al voorzichtig wat opgeruimd, vlaggetjes worden verzameld, de houten standaards voor de naambordjes worden bij elkaar op een rij gelegd. Er zal nog heel wat moeten gebeuren voor er weer gevolleybald kan worden in de zaal. De tenten die de stormen van de afgelopen veertien dagen hebben doorstaan, kunnen nu weer afgebroken worden. De grote tent op de dorpsweide, de tent bij de ingang en de nieuwste aanwinst: de Smokers- Hot Spot.

We hebben er genoeg van, het is mooi geweest voor dit jaar. Wijk aan Zee gaat weer in winterslaap tot het strandseizoen losbarst. In de etalages van de winkels zullen ze alles wat naar het toernooi verwijst nu wel gaan opruimen. Over blijven de decoratieve visnetten en tegeltjes met grappige spreuken zoals: “In den beginne was er niets en toen ontplofte het ook nog”.

Wij gaan niet naar de snertmaaltijd hoewel het er gezellig uitziet als we erlangs fietsen. We gaan het prijzengeld verbrassen bij de Italiaan(!).

Tata Steel Chess Tournament 2020

De tienkampen

Achtste ronde

In de duinen, Nanny was voor de tweede keer met mij mee, kwamen we op het tweede klimmetje een man tegen, lopend, met zijn jas open. Later in de zaal, we waren eerst naar Sonnevanck geweest, sprak hij me aan. Ik zag u op weg hier naar toe, dat is een pittig klimmetje, uw vrouw stond bijna stil. Ik had een beetje een grote versnelling, zei Nanny, toen ik het haar vertelde, een beetje beledigd.

Met Bert van Oudvorst is het erger gesteld. Hij is thuis van de trap gevallen. Ik vroeg: echt van je rolderdebolder? Ja kreunde hij, niets gebroken, wel gekneusd, kan niet slapen, overal pijn, duurt veertien dagen zegt de dokter, maar het toernooi is al zo oud, toch maar gekomen. Als hij er morgen is, ga dan even vragen hoe het met hem gaat, maar doe het voorzichtig.

Met Stefan Jorritsmat gaat het goed. Heel goed. Gisteren deed hij het in vijftien, nu in 27. Zijn tegenstander in de laatste ronde is gewaarschuwd.

En Ben Duivenvoorden heeft er nu acht op een rij. Hoe doet hij dat? Ik ga morgen even bij hem kijken.

26 januari 2008

In de bar van de Moriaan wordt geadverteerd met een hamsterschotel. Dat zal wel een heel bord vol zijn, denkt Nanny. Het kan ook een schotel met lekkere malse hamstertjes zijn, opper ik, om haar van streek te maken. Ze haalt haar schouders op en denkt, nog twee dagen en dan krijgen we hem wel weer klein.

Maar zover is het nog niet. Peter Poncin moet tegen het Italiaanse jongetje Adriano Testa. Peter heeft er alle vertrouwen in. Hij heeft zwart en dus zal Adriano het spel moeten maken en van theorie heeft hij geen kaas gegeten, volgens Peter, die zelf een wandelende 0peningsencyclopedie is. Die heb je natuurlijk ook in druk. Vijf kloeke delen. Of elektronisch. Allemaal onzin. Bij Peter zit alles in zijn hoofd. Vaak speelt hij zeventien zetten theorie tot en met plusmin. Daarna wil het wel eens haperen. Nu niet. Hij zet het talentje gedecideerd van het bord.

Hans Wiemerink houdt Amanda Hijwegen op remise en wint zijn groep. Stefan Jorritsma wint van de Fransman Christophe Gattuso. Niet te verwarren met de Italiaanse voetballer, waar je geen ruzie mee moet krijgen. Stefan is daardoor nog steeds in de race om een van de bovenste plaatsen. Wim Rakhorst tenslotte presteert het om het onverwoestbare humeur van uw correspondent in een klap te ruineren. Dus die gaat ook zijn groep winnen. Hartelijk dank dames aan de zijlijn.

Tata Steel Chess Tournament 2020

De tienkampen

Zevende ronde

Het weer blijft zacht. Ik rij elke dag fluitend naar Wijk aan Zee. En terug. De automobilist-schakers hebben het moeilijker. De Velsertunnel zit twintig minuten dicht door een kop-staartbotsing. Dus er zijn een paar laatkomers. Ze hangen gauw hun jassen op. Achter in de gang zijn nog haakjes vrij. Hela, roept er een, dat is mijn haakje. Nou niet meer roept de ander vrolijk terug. Zij spelen duidelijk niet meer voor de prijzen. Henk-Jan Visser (in 2D) en Ben Duivenvoorden (in 6E) wel, zij staan aan het eind van de middag op 7 uit 7 en gaan dus voor een clean sheet. Frans Wolfkamp in de Duinpan ook. Hij heeft nog helemaal niks.

In 4F is Stefan Jorritsma wel erg gauw klaar.

Er gebeuren rare dingen.


25 januari 2008

Het blijft maar waaien. Even verderop bij ons woont een heel roedeltje postduiven. Die vliegen elke dag wat oefenrondjes boven ons huis. Prachtige onvoorspelbare figuren, van gewone achten tot ongewone dubbele rietbergers, beschrijven ze in de lucht, in gesloten formatie. Maar vandaag durven ze niet. Ze zitten op de dakrand wat sceptisch naar de lucht te koekeloeren en hebben er duidelijk geen zin in. Totdat er een overmoedig het luchtruim kiest. Het arme beestje waait gelijk alle kanten op. Het krijgt steun van een tweede en dan gaan ze alsnog allemaal. Maar het lijkt helemaal nergens op. Totaal uit elkaar geslagen waaien ze over ons huis. Van achten geen sprake, hoogstens een enkel drietje en de dubbele rietbergers proberen ze niet eens, wel noodgedwongen een paar levensgevaarlijke loopings. En dwars daar doorheen vliegt dan zo’n relaxte meeuw. Die kost het geen enkele moeite, vindt dit weer wel lekker. En waarom ook niet. Dus dit keer zijn wij op de fiets. De duinkaart is mee. Heen als twee verwarde duiven tegen de wind in, terug als meeuwen met storm in de rug.

In Wijk aan Zee klapperen de tenten. En knarsen de tanden. De spanning neemt toe. Het einde van het toernooi nadert. Nog maar twee ronden. Evert Haasbroek gaat zijn groep winnen. Hans Wiemerink misschien ook. Ronald Maat wint een prachtige partij. En Arjan Wijnberg heeft nog steeds uitzicht op een promotieplaats. Als zijn concurrent Peter Poncin, niet onbekend, morgen verliest van het ongenaakbare Italiaanse koplopertje Adriano Testa, dan heeft Arjan alles weer in eigen hand. Sommigen beginnen tekenen van vermoeidheid te tonen. Zo zie ik ergens een loper ongemerkt van kleur veranderen, waarna beide spelers een beetje in de war tot remise besluiten. Joost Out berispt mij over het stilzetten van de klok. Als wij dat zouden toestaan, zegt hij, dan zijn we ’s avonds niet voor twaalf uur thuis. Kijk zo heb ik het nog niet bekeken.

Tata Steel Chess Tournament 2020

De tienkampen

Rustdag

De rustdag geeft me de gelegenheid nog wat snippers weg te ruimen. Allereerst twee foto’s die ik mooi vind. Op beide staan jonge mensen. En wat zien ze er gedistingeerd uit. De jongeman door zijn overhemd en klassieke haardracht, Robin Duson door die bril, denk ik.

En dan heb ik nog een partijtje liggen van Jan Koopman, ploeggenoot van mij in het zaterdagteam van SC Bakkum. Een waanzinnige partij zegt hij. Hij had eindelijk weer eens gewonnen.

Nadat hij mij oktober vorig jaar in Haarlem had verslagen was hij op het idee gekomen dat hij er best nog wel wat van kon, terwijl bij mij langzamerhand het besef rees dat ik er maar beter mee op kon houden. En wat het niet beter maakte was dat Jan sindsdien geen enkele deuk meer in welk pakje boter dan ook had weten te slaan.

De partij tussen Jan Koopman en Martin Gawne uit Barrow-in-Furness blijkt inderdaad een waanzinnige partij te zijn. De zetten zijn leesbaar. Soms verwisselt hij lopers en paarden. Maar tegen het eind, als de zenuwen toeslaan, wordt de partij volstrekt onbegrijpelijk. Of golden hier andere wetten?

Kort interview

In het café zien we Joost Out, die bezig is een dagschotel weg te werken. Die kans laten we ons niet ontnemen. En Joost, nog iets bijzonders meegemaakt?

Ja, zegt Joost, dat heb ik weer, komen er twee schakers uit een lagere groep bij mij. De een had 34 zetten genoteerd, de ander 36, hoe dat nou verder moest. Was de klok dan al gevallen? Nee, gelukkig niet, want dan was ie kapot geweest. Dus ik ga die partij met die twee spelers reconstrueren. Maar toen werd me daar iemand, die er naast zat, toch een partijtje boos. Zo kon hij zich niet concentreren. Nou moet je weten dat die persoon, als hij zelf klaar i,s zich nergens aan stoort en het hoogste woord voert, dus die moet niet zeuren. Met gebarentaal krijg ik het niet voor elkaar. En ik kan ze ook niet meenemen naar de toiletten of zo, alles zit vol. Zegt die persoon, nou dan ga ik weg en ik kom niet meer terug.

Nou, Joost, zeggen wij, had je dat niet anders op kunnen lossen, nou heb je nog iemand weggejaagd ook, dat is toch niet de bedoeling? Ja, het is mooi met jullie, zegt Joost, en die dagschotel deugt ook niet. Einde interview.

Tata Steel Chess Tournament 2020

De tienkampen

Zesde ronde


Berend van Maassen staat op veilige afstand te kijken. Hij heeft zojuist een vuurpijl losgelaten: h2-h4-h5 en daar wil hij zelf zijn vingers niet aan branden. Maar zoveel is duidelijk: hij heeft er zin in vandaag. Dichterbij zijn de meningen verdeeld. Mag dit allemaal en kan dit niet verboden worden?

Gaan we nog analyseren, vraagt Berend voorzichtig. Zijn tegenstander aarzelt even, maar stemt dan toe. De zachte glimlach, die de pijn maskeert, maakt hem tot een heer.



23 januari 2008

Evert Haasbroek gaat de rustdag in met de onwaarschijnlijke score van zes uit zes. De roep tien tien tien onder zijn supporters is niet van de lucht. De rest doet het met wat minder. Na de rustdag volgen nog drie ronden, waarin de prijzen verdeeld worden. Verrassenderwijs doet daaraan ook Stefan Jorritsma mee. Hij heeft drie en een half uit zes in zijn groep 4 en staat daarmee vlak achter de koploper. Ook heel goed doet Han Jansen het in groep 3, ook met drie en een half punt. Heel moeilijk daarentegen heeft Dennis Bruyn het in groep 2. Hij is vorig jaar gepromoveerd, maar loopt nu spitsroeden. Aan de concentratie zal het niet liggen. Ruim voor het begin van de ronde zit hij vaak al achter zijn bord. We kunnen hem niet steunen, want hij zit in het afgepaalde gedeelte van de zaal. Hij scoorde twee remises, tegen Albert Termeulen uit Leiden en tegen Jacob Woge Nielsen uit Kopenhagen. Uw correspondent tenslotte is duidelijk aan rust toe. Hij verloor vandaag pardoes twee pionnen en kon toen ternauwernood met een va banque aanval het vege lijf en een half punt redden. Het is wat hem betreft steeds meer transpiratie en steeds minder inspiratie, ook op deze plek. Tot vrijdag dus.

Humeur

Het gaat goed met mijn schaker, tenminste op het schaakbord. Hij veegt ze er af. Sommigen werken zichzelf meteen al in de nesten alleen maar omdat ze hém tegenkomen, zegt hij. Ik kan dat niet controleren, want ik schaak niet, uit principe. Iemand moet toch het hoofd koel houden? Maar nu slaan de zenuwen toe. Iedereen wil de koploper verslaan.

“Waar is mijn tas?” roept hij. “Je hoeft pas over een uur weg, hoor.” “Ja maar, ik wil NU weten waar m’n tas is!” Die ligt gewoon op z’n plaats, tenminste op de plaats die ik er een poosje terug voor verzonnen heb, toen ik de kast opruimde. “Zal ik nog eens koffie zetten?” probeer ik. Pas na twee keer vragen komt er een gemompeld antwoord. Oei, het toernooi begint op zijn humeur te werken. Als hij nou maar niet zijn gevoel voor humor verloren is, want dat vinden vrouwen de belangrijkste eigenschap van een man, is uit onderzoek gebleken. We zullen het gauw genoeg merken als hij dit stukje onder ogen krijgt.

Tata Steel Chess Tournament 2020

De tienkampen

Vijfde ronde

Vandaag vroeg naar huis gegaan, want ik heb kookbeurt. Ik ben niet de enige. Ook bij de grootmeesters valt een vroege remise. En Peter Uylings is helemaal snel klaar. Als ik bij hem wil gaan kijken, want hij speelt tegen Eline Roebers, zit hij al in het café met haar. Zij met toeterende oren. Analyseren noemt hij dat. Niemand krijgt er nog een speld tussen. Honderd jaar geleden ongeveer zat ik met hem in de trein. Waar zou ik het over hebben. Ik verzon kwantummechanica. Dat wilde hij wel even uitleggen. Het was tussen halte Hembrug (die bestond toen nog) en het oude station Sloterdijk. Een stukje van niks. En ook een onderwerpje van niks, voor hem dan, hij hield tijd over, wat me als extraatje de relativiteitstheorie opleverde, waar ik toen een week lang duizelig van ben geweest.

Ik volg de partijen van Jan Seeleman en van Arjan Wijnberg.
Jan gaat winnen, zegt hij. Zijn tegenstander heeft het helemaal fout gedaan. Jan overdrijft nooit. Dus als hij het zegt is het zo. Laat je je andere paard ook nog meedoen, opper ik. Haha, lacht Jan, als dat nog nodig is.
Arjan daarentegen gaat eraan. Ik zie het aan de bezorgde blikken van zijn clubgenoten. Hij maakt het nu wel erg bont.

Ik ga naar huis. Na het eten bekijk ik de uitslagen. Er klopt niets van. Ze maken er een potje van als ik weg ben. Maar ik had het kunnen weten. Jan is te voorzichtig, hij verliest, en Arjan is boeienkoning, hij wint.

22 januari 2008

Zo, vandaag hebben we het toernooi doorgezaagd. We zijn over de helft. Bij de grootmeesters was een indrukwekkende overwinning van Topalov op Kramnik te bewonderen. Maar ook onder ons, gewone stervelingen, zijn een paar hoogvliegers. Hans Wiemerink bijvoorbeeld gaat nog steeds als een speer, hij heeft vier en een half punt in groep 5C. Maar de kroon spant toch wel Evert Haasbroek in groep 9B met vijf uit vijf! Dat is dus in De Zon, waar het gemoedelijk toegaat en waar de hond van wedstrijdleider Gerda Schiermeier tussen de tafels door scharrelt. Helemaal koek en ei is het echter ook daar niet altijd. Wat te denken bijvoorbeeld van een speler die een verkeerd uitgevoerde rokade niet accepteert. Eerst de toren aanraken is de toren zetten. Zijn allervriendelijkste tegenstandster wil het nu goed doen, maar dat mag niet meer. Regels zijn regels. De teleurstelling is van haar gezicht te lezen. Ze houdt het voor gezien. In groep 4F is Ronald eindelijk aan zijn langverwachte inhaalrace begonnen. Hij heeft nu één punt met nog vier ronden te gaan, schema De Rooi dus. Hij vindt mij een spelbreker, omdat we nu even geen vijftig procent meer hebben. Maar ik volg het schema De Rooi ook, maar dan omgekeerd. Aan het eind komt alles goed.

De inwendige schaker

Een ding staat dagelijks vast op het Corustoernooi: hoe laat het begint. Maar je weet nooit zeker hoe laat het eindigt. Dat is niet eenvoudig voor degene die geacht wordt voor de inwendige schaker te zorgen. Ook hoef je er niet op te rekenen dat de schaker toekomt aan zijn gebruikelijke kookbeurten. Daar staat zijn hoofd niet naar. Dus probeer je een eenvoudige, makkelijk op te warmen maaltijd in elkaar te flansen en stelt de bereiding ervan zo lang mogelijk uit, tot je bijna van de graat valt. Heb je net je bord vol geschept en breng je de eerste hap naar je mond, komt ie vrolijk bellend achterom gefietst: “Ik heb gewonnen, hoor!” . Nou dat kon in ieder geval slechter maar wat een timing.

Voor de afwisseling kun je er op aansturen dat ze je mee uit eten nemen. Naar de chinees natuurlijk. Want schaken en chinees schijnt onverbrekelijk met elkaar verbonden te zijn. Dat hebben ze bij de organisatie van het toernooi na 75 jaar nog niet in de gaten, ze komen nog steeds met de aloude snertmaaltijd aanzetten. In de loop der jaren heb ik met de schakers al heel wat chinezen in het land van binnen gezien. Een keer belandden we in Groningen bij een pizzeria maar dat was het niet. En dan was er nog die keer in Arnhem dat er in twee groepen gegeten moest worden. Daar zag je al aan, dat deugde ook niet. Ook in Beverwijk en Heemskerk kunnen de chinezen het hoofd alleen boven water houden door de klandizie van de schakers. Kom je met Ronald Maat in zo’n zaak dan staat er in no time een maaltijd voor zijn neus, zonder dat hij iets hoeft te bestellen. Ze weten precies wat hij lekker vindt en dat is in iedere zaak opvallend genoeg iets anders. Nou ja, zo kom je ook aan je broodnodige variatie.

Het Corustoernooi is over de helft en donderdag wordt er niet geschaakt, reken maar dat ik dan ook rustdag houd!

Tata Steel Chess Tournament 2020

De tienkampen

Vierde ronde

De tienkampers hebben het rijk alleen. De grootmeesters houden rust. Arbiter Bert Snijders mag de opening doen. Dat doet hij met verve, door bovenop de afscheiding (tussen het gedeelte voor de tienkampers en dat van de masters/challengers) te springen, daar de gong te slaan en er vervolgens af te vallen. Maar dan heeft hij al tweemaal applaus ontvangen (een keer in het Nederlands en een keer in het Engels) voor zesenvijftig of zevenenvijftig jaar trouwe dienst, daarover zijn hij en Aart Strik het kennelijk niet helemaal eens.


In 2008 weigerde Cheparinov tot tweemaal toe de uitgestoken hand van Short te schudden. Dat was tegen de regels.

21 januari 2008

Voor de vierde ronde doen we een kop koffie en een uitsmijter in de bar van de Moriaan. Aan de andere kant van de bar staat Hans Wiemerink met een glimlach die zo breed is dat je je afvraagt hoe hij die door de deur heeft gekregen. Hij wil je graag de reden vertellen, drie uit drie, leuk dat je het vraagt. Ronald heeft drie kapotte dooiers op zij bord liggen. Symbolisch? Desgevraagd zegt hij dat hij samen met mij op vijftig procent staat. Ik doe er het zwijgen toe, ik ben voor het weggaan vergeten het nummer Don’t You Fret van The Kinks te draaien, dat me tot nog toe zo geholpen heeft. Niet over tobben. We gaan de zaal in.

Op het podium spelen alleen Short en Cheparinov. Net kleine kinderen. Cheparinov moeten ze maar niet meer uitnodigen. En Short is een beetje een huilebalk. Hoewel hij nu mooi won. En de regels van de FIDE zijn bespottelijk. Verplicht handen schudden voor de partij! Straks moet je ook nog allebei een keer koffie gaan halen voor elkaar, op straffe van verlies.

Dat koffie halen is trouwens een lastig geval. Ik heb eens een toernooi gespeeld waarin mijn tegenstander voor ons beiden iets te drinken ging halen. Het duurde nogal lang voordat hij terug kwam, dus ik doe een zet en zet de klok stil. Wedstrijdleider erbij. Hem moest ik er niet op aan kijken, maar het mocht niet van de FIDE. Ik zei maar niet wat ik dacht, maar ik mompelde iets van: ach vergeten door te drukken zeker. Het was nog zo’n ouderwetse klok, geen digitale. Hij nam het sportief op en zei: bij nader inzien heb ik niets gezien, wat eigenlijk heel filosofisch is, voor een wedstrijdleider. Zo, genoeg gemopperd. Onder ons tienkampers is nog geen wanklank gehoord. Ronald en ik staan nog steeds op vijftig procent. Alleen worden het morgen wel vier spiegeleieren voor hem. Kijken hoe lang hij dat volhoudt.

En dan nog even over gisteren. Nanny was dus in de commentaartent wezen kijken naar Vlastimil Hort en Lex Jongsma, ofschoon ik dat nog zo verboden had. En ja hoor, nu wil ze weer. Ik heb gezegd dat het niet alle dagen bal is, maar er is geen land meer mee te bezeilen. Bovendien stond er in een hoek van de zaal een computer met drie mannen erachter en met een bord erbij waarop stond: NIET MEEKIJKEN. Daar wil ze nu het fijne van weten. Kan er iemand helpen?

Tata Steel Chess Tournament 2020

De tienkampen

Derde ronde

Een prachtige dag en bijna geen wind in de duinen. Nanny rijdt met mij mee. Berend van Maassen zien we niet. Die is niet alleen als een haas zo snel, maar ook nog eens eerder van huis gegaan. Dat is dus tegen de regels. Zo wordt het wel erg moeilijk voor ons schildpadden.

Terwijl de schakers de Moriaan binnen drommen gaan wij kijken of er een plaatsje vrij is gekomen in Sonnevanck. Het is er gezellig druk. Maar we krijgen koffie. Als we willen afrekenen blijkt het een rondje van de zaak te zijn. Alleen voor ons. Omdat we er zo vaak komen. En daar worden we helemaal blij van.

In de Moriaan spreek ik Laurens Duin. Die heeft de naam dat hij ‘s nachts leeft en overdag slaapt. Hoe doe jij dat nou, vraag ik hem. Ja dat is afzien, zegt hij, ik ga al om zes uur ‘s morgens naar bed en dan kom ik er om twaalf uur al weer uit. Hij weet niet of hij dat vol gaat houden, misschien haalt hij de rustdag. Kan hij alles inhalen.

Gerard van den Bergh, Gerard Kuijs en jan Koopman

Het is trouwens stampvol in de Moriaan. Alle looppaden zitten verstopt. En dan is er ook nog een aap, die doodleuk zijn scootmobiel midden in een gangpad parkeert, waarna hij daar vrolijk uit huppelt en tussen de rijen door scharrelend clubgenoten gaat begroeten, ons met een serieus verkeersinfarct opzadelend. Oh wat verlang ik naar de maandag.

*

Ik volg zo goed en zo kwaad als het gaat de partij van Richard Schelvis en ondertussen doe ik ook nog wat geheime kunstjes met mijn camera. Dat gaat helemaal niet goed. Ik kan maar een ding tegelijk. Alle foto’s staan scheef. Ik lijk wel dronken.

***



In 2008 liet Berend van Maassen ons ook al zijn achterwiel zien. Maar niet alles is het zelfde gebleven. Charlie Zwemstra, Paul de Rooi en Lex Jongsma leefden toen nog en nu niet meer. Tempora mutantur.

20 januari 2008

Zullen we gaan lopen naar Wijk aan Zee, vraagt Nanny. De paden zijn nat, de lucht is loodgrijs en het waait dat het een lust heeft. Echt weer om te wandelen. Maar ik geef geen krimp en trek de wandelschoenen aan. In het duin verdwalen we. Oudendijk, Wijk aan Duinpad, Voorweg, Het Laantje, Strengweg, we lopen weer recht op Heemskerk af. Zal ik Ronald bellen, vraagt Nanny. Dat nooit, zeg ik en schakel over van wandelpas naar looppas, met Nanny krakend in mijn kielzog. Creutzberglaan, Bankenlaan, Begraafplaats, daar heb je eindelijk de Zeeweg. Berend van Maassen rijdt ons vrolijk lachend achterop. Als julie flink doorstappen, dan haal je het. Heb je zwart, zal ik al vast je eerste zet doen, zeker e6? Ja, dat is goed, zeg ik en schakel van looppas soepel over naar draf. Heel in de verte hoor ik Nanny nu roepen: dat doe ik dus nooit meer. Moet je maar niet van die rare dingen schrijven in langs de zijlijn, roep ik terug. Drie minuten over tijd kom ik binnen en even later Nanny. Zij gaat in de commentaartent kijken. Nog weer even later ben ik klaar. Ik ga bij Ronald kijken. Zwemstra-Maat, Match Of The Day. Ronald riskeert twee keer stukverlies. De tweede keer is het raak. Ach, zegt Ronald, Charlie is de oudste, hij verdient het. Ja, zo win je geen toernooi. Moet je niet zeggen, zegt Ronald, weet je nog, Paul de Rooi, die begon met vier nullen en won toen vijf keer achter elkaar. Ik mag met hem meerijden naar huis. Morgen zien we verder.

Wandelen

“Zullen we naar Wijk aan Zee gaan lopen?” stelde ik voor. Negen dagen lang achter een schaakbord zitten is niet bepaald goed voor de conditie ook al gebeurt het in een sportzaal. Halverwege de Oudendijk bedachten we dat we de duinkaart thuis hadden laten liggen. Het was misschien ook via de Creutzberglaan, langs de begraafplaats en over de Zeeweg goed te doen. Maar we verdwaalden in het duin en het tempo werd steeds verder opgeschroefd. Natuurlijk had ik al lang vreselijk spijt van mijn overmoedig idee. “Als je flink doorstapt haal je het nog wel!” riep Berend van Maassen die ons op de Zeeweg achterop kwam fietsen. Nog flinker? Drie minuten over half twee kwamen we, de uitputting nabij, bij de Moriaan aan. (Ben benieuwd wat voor invloed dit heeft op de schaakprestaties)

Na weer wat bijgekomen te zijn, wilde ik naar huis maar de bus was net weg. Ik besloot even te gaan kijken wat er in de commentaartent te doen was. Twee honderd man zaten ademloos te kijken naar een soort cabaretvoorstelling door twee heren. In de ene herkende de ik Lex Jongsma: “Dis is e riemarkebel moef, not so bed et ol”. De ander sprak met een zwaar Oost-Europees accent en banjerde met een kop koffie over het toneel “You are realllly wellll educated!” Af en toe, als ome Lex met de stukken op het demonstratiebord aan het schuiven was, stelde de ander de zaal een quizvraag. Wie kwam er altijd 5 minuten te laat vanwege de fotografen? Dat was kennelijk niet zo moeilijk en nog actueel ook op het ogenblik: Fisher, riepen er een paar uit de zaal. En dan was er nog de Joegoslaaf, een Serviër eigenlijk die ‘The Toiletplayer’ genoemd werd omdat hij stiekem een zakschaakspelletje meenam op het toilet? “Er hat eine Zigeunerin geheiratet” schakelde de Rus op het Duits over “Ich hab noch gegen ihm gespielt!” riep de heer Jongsma uit. Er golfde er een lach door de zaal waardoor ik het antwoord niet verstaan heb. Vermakelijk was het wel. In ieder geval had ik de volgende bus ook gemist.

Tata Steel Chess Tournament 2020

De tienkampen

Tweede ronde

Het is iets beter weer. Het waait niet meer zo hard. Toch ben ik bang dat ik op de heenweg achterop gereden word door de Castricummers. Dan wordt het nog even bikkelen in de duinen. Dat valt gelukkig mee. Geen Castricummers gezien op de heenweg. Maar in plaats daarvan krijg ik te maken met Berend van Maassen op zijn speed pedelic. Uitslover. Die moet ik dus laten gaan.

Er zijn tienkampers die zonder dat ze iets misdaan hebben verbannen worden naar Het Hoge Duin. Even wezen kijken bij hen in de Panoramazaal. Dat klinkt mooi en hierboven op de foto lijkt het best aardig, maar dat is het natuurlijk niet. Het is de graftombe van het toernooi. Joost Jansen zit zich dood te vervelen naast zijn gong.

De foto hierboven geeft de sfeer goed weer. Mijn bezoek aan de strafkolonie is dus van korte duur. Ik maak dat ik weg kom. Op de terugweg naar het dorp hagelt het, aanleiding om even aan te leggen in Café De Zon.

Daar wordt uit een ander vaatje getapt. Het café is totaal afgeladen en de commentaarzaal compleet onbereikbaar. En zo hoort het.

In de Moriaan maakt Richard Schelvis een opmerking over al die zwart-wit foto’s van mij. Val ik nu door de mand? Met dat semi-artistieke gedoe? Ik neem mij voor wat kleur toe te voegen. Maar hierboven ga ik nog even in de fout, met Bastiaan Veltkamp, Daria Vanduyfhuys, Kobe Smeets en Sander Taams. Als ik mij niet vergis.

Richard Schelvis


O ja, de partij van Peter Uylings gisteren behoefde nog wat correcties. Ik zie het allemaal niet zo goed meer van een afstand. Groep twee zit nu ook al achter koord. Maar de essentie blijft overeind: Peter won. Ongeveer zoals ik het beschreef. Nu verloor hij. Tja, ronde twee: altijd moeilijk.

19 januari 2008

We hebben een beetje kleurloze groep. Want weet je wat we ook niet hebben? Vrouwen! Ja, aan de ZIJ-lijn, maar niet in het echt. Nou weet ik dat de meeste mannen dat helemaal niet erg vinden, want van een vrouw verliezen… Persoonlijk vind ik die hele jonge knulletjes erger, die je een beetje verwonderd zitten aan te kijken alsof je eigenlijk een al uitgestorven soort bent en die schaken alsof het boter kaas en eieren is en die veel gewiekster zijn in tijdnood en waarvan je dus doodleuk verliest en die dan “best goed gespeeld hoor, meneer” tegen je zeggen. Ik ken schakers die een toernooi liever overslaan, als ze moeten optornen tegen die kleine databeestjes. Maar gelukkig zit het kleine goed nu op school, dus daar hebben we geen last van.
Geen vreemde nationaliteiten, geen vrouwen, geen whizzkids, een uitgesproken kleurloze groep dus. Toch valt er geen enkele remise deze ronde. Ja, tweede ronde, altijd moeilijk, vraag maar aan Ronald Maat. Die is veel te druk met zijn website. Hans Nuijen komt kijken. Het valt hem op dat er agressiever gespeeld wordt. Niet rokeren en meteen op twee vleugels tegelijk aanvallen, bedoel je dat Hans? Nee, dat bedoelt Hans niet, het zit hem meer in de lichaamstaal. Ik begin nu wat genuanceerder tegen mijn collega’s aan te kijken. Morgen toch eens goed opletten. De details, daar gaat het om.


En bij gebrek aan een zijlijn van toen eentje van nu:

Tata Steel Chess Tournament 2020

De tienkampen

Eerste ronde

Ik volg de partij Peter Uylings-Tom Bus. Aanvankelijk met angst en beven, omdat Peter zich behoorlijk in de nesten werkt. Maar daarna vol bewondering voor de manier waarop hij zich daar uit redt. En aan het eind is hij weer de Ivanhoe van vroeger, die zonder vrees of blaam en met een onwaarschijnlijke dosis geluk het pleit in zijn voordeel beslecht.


Twaalf jaar geleden, Tata heette Corus, probeerde Ronald Maat de website van de Wijker Toren leven in te blazen. Daartoe kreeg hij Nanny en mij zover dat wij elke dag een stukje zouden schrijven, ik over mijn toernooi, en Nanny vanaf de “zij”-lijn.

18 januari 2008

De eerste ronde is de aardigste. Alles is nog mogelijk. En hoe aardig is het om al die oude makkers te zien. In al die jaren heb ik al driehonderd tegenstanders gehad. En bijna nooit dezelfden. Hoe doen ze dat toch.
Even lijkt het erop dat mijn groep niet vol is. Ik heb geen tegenstander. Het schrikbeeld van mijn tweede toernooi in 1975 doemt op. Het jaar daarvoor had ik groep zeven geschoren en ik mocht gelijk daarop meedoen in groep drie. Zo deden we dat toen. Alleen waren we met acht man. Samen met de twee rustdagen die je toen nog had waren dat dus vier vrije dagen. Wat een waardeloos toernooi. Bovendien werd ík nu geschoren. Door drie Duitsers, een Engelsman, een Zweed, een Belg en de enige andere Nederlander. Dat waren nog eens tijden. Waar zijn al die buitenlanders gebleven?
Nu bestaat mijn groep uit louter binnenlanders. Of toch niet? De invaller, die op het laatste moment aanschuift, heet Mirza Bro. Prachtige naam. Toch ben ik bang dat hij gewoon uit Koedijk komt. Hij is een beminnelijke speler. We zitten op een hoektafel en dat vergt veel van onze concentratie, met alle wederzijdse bekenden die door het gangpad langskomen. Ha, hoe gaat het ermee, wat doe jij tegenwoordig en weet je wie ik ook laatst nog zag…o wacht even, ogenblik, even een zetje doen. Ach, dat had ik beter niet kunnen doen. Geeft niet. We zijn één grote familie die een vermakelijk spelletje speelt. De horden fotografen en cineasten lusten er wel pap van. Wat zien ze toch in ons? Zeshonderd figuranten.

Het is begonnen!

“Heb je je kaart, 30 Euro, je boterhammen?” Dan kunnen we naar Wijk aan Zee vertrekken. De eerste dag van het Corustoernooi ga ik altijd mee, voor de gezelligheid. Bijtijds, want we moeten binnen zijn voordat de bus met de grote horde schakers van de trein aankomt.
In het inschrijfzaaltje is het nog rustig. Ik vermaak me met het bestuderen van de aanwezigen. “4 Cornelis 1” roept de eerste man achter de tafel gewichtig om. De tweede zet een vinkje. Het is duidelijk, zij zullen er wel voor zorgen dat er geen misverstanden kunnen ontstaan. “Hé, ben jij er ook weer?” begroeten twee schakers naast mij elkaar. “Ja. En vorig jaar was ik dan wel gepromoveerd maar gelukkig mag ik nog in De Zon spelen!” Niet erg ambitieus, die man. “De vorige keer zat ik wel erg op de tocht, ik hoop dat het nu beter is” klaagt een ander. Tja, er is veel leed op zo’n toernooi.
De inschrijving is achter de rug, nu moet er nog een heleboel tijd zoet gebracht worden.
“De zaal gaat pas om 1 uur open” zegt iemand van de organisatie tegen twee heren die om kwart voor twaalf aan de zaaldeur staan te morrelen. “Kom, we gaan een bakkie doen in De Zon”. Vier mannen wrijven zich in de handen bij het vooruitzicht. De Zon is populair bij de schakers. Wij zijn meer van Hotel Sonnevanck. Op pad daarheen dus. De laatste tijd is er veel veranderd. Het was ons laatst al opgevallen dat de grote schaakstukken voor de ramen weggehaald waren. Vroeger verzamelden veel schakers zich daar van tevoren om nog snel een potje te biljarten. Nu is er een kinderspeelkamer ingericht, niks voor schakers die laten hun familie liever thuis. Maar gelukkig is er vanavond wel live muziek, daar kan de toernooiganger aan het tafeltje naast ons zich nu al op verheugen. Buiten slenteren de schakers alleen of in groepjes van twee of drie voorbij, een boterham in de hand. Nog een half uur, dan gaat de zaal open.

Tata Steel Chess Tournament 2020

De weekendvierkampen

In deze donkere tijden is het schaaktoernooi in Wijk aan Zee een verademing. De problemen zijn er weliswaar ook zwart-wit, maar de oplossingen zijn minder rigoureus dan op het wereldtoneel. Geen boosheid, geen intimidatie, geen protest, laat staan moord en doodslag. Ik stond beter, is de meest gehoorde klacht. Dat zijn dan de verliezers. En de winnaars doen geen provocatief dansje in de hoek van de zaal. Ik knap er helemaal van op.

Hier spelen dus de liefhebbers. Maar ik doe niet mee. Bang om te verliezen, bang voor de drukte en bang voor de griepgolf die elk jaar in Wijk aan Zee tijdens het toernooi zijn hoogtepunt bereikt. Ik maak liever foto’s.

Niet alle fotografen zijn even bedreven als Alina l’Ami. Ik spreek er een die mij toefluistert dat hij had scherpgesteld op het klokhuis van een appel en net toen hij wilde afdrukken was er een hele meute voor hem langs geschoven en toen die voorbij was was dat klokhuis weg. En even later wilde hij iets leuks gaan doen met een batterij lege flesjes en net toen hij zou gaan afdrukken waren die in een ophaalwagentje geladen en ook weg. Maar hij ziet er de humor van in.

Hierboven op de linker foto zien we Dinara Saduakassova uit Kazachstan en Daniil Dubov uit Rusland die een oogje in het zeil houdt. Op de middelste foto zit Angelika Schulz uit Oer-Erkenschwick in Duitsland. En op de rechter foto danst een meisje door het gangpad, waar ik helemaal blij van word.

Schachverein Erkenschwick 1923 is met een hele afvaardiging gekomen. Oer-Erkenschwick ligt in het Ruhrgebied. Hun embleem is het logo van de stad met daaraan de koning als schaakfiguur toegevoegd. Nanny kijkt daar dwars doorheen en zegt meteen dat het een mijnwerkersstadje moet zijn geweest. En dat is ook zo. Er is een Bergbau Museum (Bergbau & Geschichtsverein Oer-Erkenschwick). Voor de rest stelt het niet veel meer voor, lijkt mij. Geen stad en geen dorp. Zoiets als Heemskerk.

Zagen we op de allereerste foto de schaakzaal van bovenaf, op deze foto zien we ‘m van onderaf. Ligt ook een beetje aan mij, maar geeft toch een heel ander beeld.

SC Bakkum gaat ondergronds

Eindelijk, eindelijk mochten wij ook een keertje: schaken in de Atoombunker in Schagen. De geheel elektrische Nissan van Henk van der Eng bracht ons ernaartoe. Ik had voor de zekerheid mijn powerbankje meegenomen, maar dat was niet nodig. We haalden het met gemak. De mannen van Magnus Anna Paulowna Combinatie hadden een menselijke ketting gevormd om ons naar binnen te loodsen. Eén man aan de weg, een om de hoek bij de parkeerplaats en een bij de deur die toegang gaf tot de trap naar de ondergrondse bunker. Onze faam als brokkenmakers was ons vooruitgesneld.

Op de heenweg hadden we een nieuwe invaller opgehaald. Nico Pos had zich de avond tevoren ziek gemeld. Dit keer gingen we het proberen met Gerard Kuijs in plaats van Nico Kuijs.

Beneden in de bunker kregen we een korte geschiedenisles (de bunker deed tussen 1969 en 1986 dienst als commandopost van de Bescherming Bevolking) en een kleine rondleiding. Vooral de ruimte waarin de fietsen stonden die we moesten gebruiken om het noodaggregaat te voeden als de stroom uitviel, zorgde voor hilariteit en meer nog voor enthousiasme bij de fervente fietsers onder ons: Gerard van den Bergh en Gerard Kuijs. Het zou niet nodig zijn.

Bij Weenink in de oude Wijckermolen aan het Meerplein schaakte vroeger een blinde speler. Toen een keer in het gammele bovenzaaltje waar we speelden het licht uitviel riep iedereen: klokken stil, waarop de blinde speler riep: nu niet kinderachtig doen jongens, gewoon doorspelen!

Er werd goed voor ons gezorgd. We kregen een consumptiebon en mochten behalve koffie, frisdrank en bier, ook soep bestellen. En we stonden in een mum van tijd met 3½-½ voor (ja onze invaller had ook gewonnen, we houden ons hart vast), maar de angel zat in de staart.

Onze kopman André Breedveld kwam niet verder dan remise. Maar hij had te maken met een tegenstander die zich verzekerd wist van de steun van een vroeg prototype van AlphaZero, dat naast zijn bord stond opgesteld. André op zijn beurt kon geen verbinding maken met de gebruikelijke hulpmiddelen in de Cloud, want we hadden geen bereik (Aan het eind van de middag kwam Aart Strik nog even langs om te controleren of alles eerlijk was gegaan).

Gerard van den Bergh en Erik Breedveld verloren. Alles hing nu af van Fred Kok. Ondertussen hadden we (buiten de bunker) op aanraden van de Schagenaren een tafel gereserveerd bij Chica Chica, een Mexicaans restaurant in de Molenstraat van Schagen. Om zes uur. Dat gingen we niet halen.

Om half zeven zat Fred nog te schaken. Hij had zijn stelling van goed naar gelijk in slecht zien veranderen en het eindspel werd netjes uitgetikt door zijn tegenstander Henk Bermon. Die daarmee de eindstand op 4-4 bracht.

Tot slot een diagrammetje uit de eerste hand. Ik was weer eens in tijdnood, want ook in de bunker stond de tijd niet stil, en wit had zojuist c2-c3 gedaan, met aanval op het zwarte paard. Maar daar had ik op gerekend. Het moest nou maar eens uit zijn. Mijn centrumpionnen hadden al een tijdje staan trappelen van ongeduld en daar was dan eindelijk het sein: d4-d3!

Thuis gekomen liet ik de zet aan Stockfish zien. Reken maar dat ik trots was. Maar het vervelende visje verblikte of verbloosde niet, sloeg een keer met zijn staart en murmelde: zo goed is die ook weer niet, wat dacht je van Dd1xd3? Hahaha lachte ik, nou heb ik je: e5-e4! Wat ben jij hardleers mopperde het visje en het deed Dd3-c2. Ik speel niet meer met jou, zei ik.

zie ook: Fotoreportage van de voormalige bunker van de B.B. (Bescherming Bevolking) kring A in Schagen (45 foto’s, Regionaal Archief Alkmaar),

maar vooral ook het verslag van Andre Breedveld: Als je de hitte niet kan verdragen moet je uit de atoombunker blijven op de website van SC Bakkum

Amstelveen Chess Masters 2019

Isafara Gergin


Chess Masters

Afgelopen weekend (zaterdag 30 november en zondag 1 december 2019) had het vijfde Amstelveen Chess Masters schaaktoernooi plaats in het Keizer Karel College. De onderdelen waren het Nederlands kampioenschap snelschaken (op zaterdag), het Nederlands kampioenschap rapidschaak vrouwen en mannen, het Brainwave open rapidschaaktoernooi en een Grand Prix schaaktoernooi voor de jeugd (allemaal op zondag).

De voorloper van dit toernooi was de BrainWave denksportmanifestatie. Er werd toen gedamd, gebridged, go en stratego gespeeld, en japans, chinees en gewoon geschaakt. In 2009, dus tien jaar geleden, won Robert Ris het schaaktoernooi. Hij is nu toernooidirecteur.

Ik kreeg toestemming om foto’s te maken.

BrainWave

Het wachten is op …

… dat ene briljante idee

Grand Prix

… een goede vraag, nee de vaders en moeders mogen niet helpen …

Het NK snelschaken

het leukst waren de eerste ronden, toen het peleton nog compleet was …

… en het kaf nog niet van het koren was gescheiden …

Het koren
Iozefina Paulet

In de aula speelden nu de zestien besten op liveborden. Op het grote scherm waren de partijen moeilijk te volgen en er was weinig publiek.

Maar vanaf de gaanderij op de eerste verdieping had je goed zicht.

De finale ging tussen Loek van Wely en Casper Schoppen. Toen waren er opeens wel een heleboel kijkers. En natuurlijk stond ik weer eens achteraan. Maar ik heb toch alles gezien. Casper Schoppen won.


Het NK Rapid

Zondag maakte ik mij er met een jantje-van-leiden vanaf. Na de derde ronde hield ik het voor gezien. Zo’n toernooi gaat je niet in de koude kleren zitten en ik wilde nog een rondje door oud Amstelveen maken. Eline Roebers verloor een paard- en pionneneindspel van Iozefina Paulet en Jan Smeets had al drie keer gewonnen. Wie is Jan Smeets vroeg iemand aan mij. Ik zei: Nederlands kampioen 2008 en 2010.

Hilversum 2008

In 2008 fleste hij Daniël Stellwagen en in 2010 bleef hij Anish Giri voor. Hij keek mij ongelovig aan. Fake news zag ik hem denken.Weet je dan ook waar de toiletten zijn, vroeg hij toen. Ik zei: achter de tafel van de wedstrijdleiders links de gang in en dan meteen rechts. Er staat jongens op de deur, zei ik ook nog. Hij liep er straal voorbij. Had ik weer eens geblunderd? Ik zette haastig koers naar Het Dorstige Hert in de Dorpsstraat. Dat heette nu ‘t Hert en was dicht. Het werd tijd om naar huis te gaan.

En voor wie het nog niet weet: Jan Smeets werd Nederlands kampioen rapid bij de mannen en Zaoqhin Peng bij de vrouwen. En de beste BrainWaver was David Klein.

Dit is het spel dat zijn de regels en zo moet het gespeeld worden

Op weg naar de Van Speykkade voor de tweede wedstrijd van SC Bakkum in de KNSB kruisten twee zwarte pieten mijn pad. Ze waren van de ouderwetse soort. Ze zwaaiden naar mij. Ik zwaaide terug en hoopte dat niemand het gezien had. Ik geloof niet in zwarte katten, maar houd nog wel van zwarte piet en dat zat me toch niet lekker. Dit zou wel eens heel slecht kunnen aflopen.

Bij het Buurt- en Biljartcentrum zag ik Henk van der Eng. Hij had een betraand en een opgelucht oog. Meestal heeft hij een serieus en een boos oog, maar nu dus niet. Pim lag in het ziekenhuis en Henk had een invaller gevonden. Daartussenin had hij samen met Martin Oudejans stad en land afgebeld om het team compleet te maken. Allemaal op zaterdagmorgen tussen elf en een. Het was gelukt. We konden Opening ’64 netjes ontvangen.

De wedstrijd ging nergens over. Maar dat wisten we toen nog niet. Dus we deden ons best. En we waren aan elkaar gewaagd. SC Bakkum en Opening ’64. Vijfde klasse KNSB. Onze invaller Nico Kuijs had zijn voetbalmiddag laten schieten voor een schaakpartij. Hij won. Had niet gehoeven.

Andre Breedveld speelde samen met zijn tegenstander de sterren van de hemel. Andre ging langs afgronden. Hij was niet als de blinde die zei: afgronden, ik heb ze niet gezien. Andre had ze allemaal gezien. Andre is een moedig man. Hij besliste de wedstrijd in ons voordeel. Dachten we toen nog.

Een onverstaanbaar goede show

Toch waren wij er niet helemaal gerust op. Want wat Andre had gedaan, kon dat wel door de beugel? Voldeed het schilderij dat hij notatie noemde wel aan de regels? De KNSB heeft heel veel regels. En past ze allemaal toe. Waar dienen ze anders voor? Om het ons gemakkelijker te maken. En om de beoefening van het schaakspel te bevorderen.

Wij vierden bij de Italiaan onze eerste overwinning ooit en probeerden de uitslag in te voeren bij de KNSB. Het mocht niet. Kat in de zak. Onze invaller, KNSB-lid sinds jaar en dag, was die ochtend pas opgegeven voor ons team. Dat had dus twee weken eerder gemoeten …

“Bijgeloof? Daar doe ik niet aan. Dat brengt ongeluk” (Korchnoi). Ik was die zwarte pieten aan het begin liever niet tegengekomen.


De frases “Dit is het spel …” en “Een onverstaanbaar goede show” zijn ontleend aan voorstellingen van Neerlands Hoop uit lang vervlogen tijden toen we nog onschuldig waren en overal om konden lachen

Faux Pas



Bij het eerste optreden van SC Bakkum in de KNSB kreeg het team een ongenadig pak rammel van Caïssa Eenhoorn 3. Aan de Van Speykkade in Castricum werd het 7-1 voor de bezoekers. Slechts twee remises stonden zij ons toe. Wij speelden best aardig maar struikelden over onze eigen benen, zei onze coach, en volgende keer beter. Het had ook andersom kunnen zijn, zei onze eerstebordspeler, maar die bedoelde dan waarschijnlijk alleen zijn eigen partij.

Later bij La Trattoria kregen we pas weer praatjes. Over de verdediging van ons cultureel erfgoed en hoe dat nou in de NAVO moest met die Turken. En over het onderscheid (of het ontbreken daarvan) tussen tolerantie en angst. Ja als het met schaken niet lukt, dan pakken we de andere wat kleinere zaken aan. Net zo makkelijk. En dat van die klokken waar we eigenlijk niet mee hadden mogen spelen en die we tot overmaat van ramp allemaal verkeerd hadden ingesteld, dat was een aanpassingsfoutje. Verder niet over zeuren. Onze tegenstanders uit Hoorn hadden het gelukkig ook door de vingers gezien. Waarvoor hulde.


Zelf deed ik ook mee. Met een idiote kortsluiting in tijdnood. Er zat een winnende combinatie in de stelling met matdreiging op de onderste rij. Mijn tegenstander maakte een gaatje voor zijn koning. Het verkeerde. Mijn dame stond stond erop gericht. Ik schrik en voer de combinatie uit het lood geslagen … niet uit, maar maak als een aapje precies ook zo’n gaatje. Ik durf het bijna niet te zeggen. Mijn vader had het ook. Alles gespiegeld en omgekeerd doen. En ik nu ook. Als ik thee moet zetten en in gedachten ben begin ik koffie te zetten en als het koffie moet zijn thee. En mijn vriend Peter. Als we op Terschelling fietsten zei hij hier moeten we linksaf en dan wist ik dat we rechtsaf zouden slaan. Mijn vader en mijn vriend zijn niet dement geworden of zo maar wel dood. Ik ga langzamerhand dezelfde kant op ben ik bang. En dat is niet om te lachen.

HWP Haarlemse Meesters 2019

Haarlemse Meesters Schaaktoernooi

Schaken met de Haarlemse Meesters in het Stedelijk Gymnasium. Bovenin de zaal hing tegen de lichtkoepel een ballon gekleefd met gefeliciteerd erop. Zo’n toernooi is het. Elk jaar weer een feest. Ik deed mee en probeerde tegelijk ook nog foto’s te maken. Dat ging dus niet goed. Dat wil zeggen met de foto’s wou het soms nog wel lukken, maar met het schaken niet zo. En dat arbiter Joost Jansen behalve de allermooiste gong uit zijn verzameling tevens zijn metaaldetector had meegenomen hielp ook niet echt.

Alisha Warnaar en Robin Duson

De volgende tegenslag was dat ik mijn nieuwe teamgenoten tegenkwam. En die zijn behoorlijk doortrapt. We hebben ons deze zomer met een mannetje of acht opgegeven voor de vijfde klasse KNSB als zaterdagteam van SC Bakkum. En van die acht deden er nu vijf mee hier in Haarlem. Vier in de B-groep en een in de A-groep. Kijken of we de regels van het spel nog beheersen.

Gerard van den Bergh

En nou zou je verwachten dat teamleden elkaar een beetje heel zouden laten, maar de eerste die onderuit werd geschopt was Jan Koopman. Door Gerard van den Bergh.

Jan Koopman

En toen nam Jan ongenadig revanche. Op mij. Ja kijk, als het zo gaat, hoeft het voor mij niet meer. Alleen Erik Breedveld ontliep alle tackles van zijn teamgenoten en eindigde hoog.

Erik Breedveld

Zijn broer André Breedveld had geen zin in deze onzin en liep spitsroeden in de A-groep.

André Breedveld

Door dit gedoe was ik gelijk in het begin al een hele vracht ratingpunten kwijtgeraakt en ik begon mij ernstig zorgen te maken. Mijn plekje in het nieuwe zaterdagteam kwam zo wel erg op de tocht te staan. Maar gelukkig was daar in de zevende ronde Bert Dreef.

Bert Dreef winnaar van de ratingprijs

Swiss Master zei dat zijn geboortedatum 2029 was en zijn rating 1471. Die moest ik kunnen hebben. Maar Nanny zei: “Haal je maar niks in het hoofd, want dat van die geboortedatum en die rating, dat moet natuurlijk andersom zijn”. En dat klopte wel zo ongeveer. Vlak voor de partij kreeg ik gelijk al iets om over na te denken: schaken is leuk, en dat is maar goed ook, want veel tijd hebben wij niet. Dat zei Bert. En vervolgens kneep hij mij met een hele serie lepe zetjes helemaal fijn. Ik kreeg het er benauwd van. Maar zo tegen de veertigste zet schakelden we over van schaken op flipperen en dat spelletje lag hem toch wat minder. Hij offerde de dame om een pion aan de overkant te brengen. “Daar is zij weer”, riep hij verheugd, “en met schaak!”. “Kost wel een vrijpion”, mompelde ik om zijn vreugde een beetje te temperen. Maar dat slikte ik gauw weer in, want Aart Strik zat naast mij en die vindt zulks vast niet gepast en ik eigenlijk ook niet.

Aart Strik

Ergens halverwege het toernooi produceerde ik per ongeluk toch nog iets aardigs. Een fraaie doorkijker. En eigenlijk was het een kleine serie van dat soort. Hans Nuijen kan trots op mij zijn. Kijk maar.

Hier deed de ongelukkige zwartspeler Ta8-c8?. Mijn dame op a4 laat nu haar vileine oog vallen op veldje g4. Dwars door mijn toren op c4 en mijn paard op d4 heen. Dus Tc4xc8 Pe7xc8 en Pd4-f5 De zwarte toren moet nu veldje e7 in de gaten houden, omdat het vervolg zich inmiddels laat raden (Pf5-e7), dus Td6-d7 en Da4-g4 dreigt mat op g7

En daar is ie dan: g7-g6 Tc1xc8 Dd8xc8 Pf5-e7+ Td7xe7 en Dg4xc8 ☺♪!!☼!!♫☺


Nora Yeh

Na afloop van de laatste ronde moesten we opruimen. Stoelen stapelen, alle tafels opklappen en wegzetten, borden, stukken en klokken verzamelen en in sets van vijftien in grote plastic dozen stouwen. En toen dat allemaal gedaan was moest een gedeelte daarvan weer teruggezet worden voor de prijsuitreiking. Bijna iedereen kreeg een fles wijn of een prijs. Erik Breedveld zelfs twee. Omdat hij in de B-groep gedeeld derde tot en met zesde was geworden en ook nog voor de meest veelbelovende senior. Wij konden ons geluk niet op. Volgend jaar doe ik weer mee.

Tot slot nog wat foto’s

en kijk voor de uitslagen, de eindstanden en de serieuze verslagen op de prachtige toernooisite

Artis de Partis snapte er geen hout van


Op 11 juli 1972 begonnen Robert James Fischer en Boris Vasiljevitsj Spassky in Reykjavik hun tweekamp om de wereldtitel schaken. Donner gaf commentaar in het Psychologisch Laboratorium van de Universiteit van Amsterdam aan het Weesperplein. Ik ging kijken. Bij de ingang stond een bord waarop eerste partij remise stond. Ik was te laat. Dacht ik.

Op het demonstratiebord stond de stelling na de negenentwintigste zet b4-b5 van Spassky. En op de telex verscheen de zet Ld6xh2 van Fischer. Het zaaltje was in rep en roer. Niks remise. Ik was dus toch op tijd. Was dit een blunder uit balorigheid of toch weer geniaal? We wisten het even niet. De telex zweeg nu in alle talen. Nam het apparaat ons in de maling? Bestond IJsland nog? We werden door grootmeester Donner getrakteerd op de wildste varianten, waarbij hij met voorbeelden uit eigen praktijk probeerde aan te tonen dat de zet misschien niet geniaal maar toch zo gek nog niet was, waardoor wij kiebitzers steeds openlijker begonnen te vermoeden dat het dus wel een blunder moest zijn. Een beetje lacherig maar ook met groeiende bezorgdheid wachtten we de correctie af. Die niet kwam.


*

Eline Roebers in Amsterdam spelend voor VAS twee dagen voor haar vertrek naar het WK jeugd in Mumbai


De afgelopen week volgde ik het wereldkampioenschap voor de jeugd in Mumbai India. Ik moest het doen met de aandacht die ChessBase eraan besteedde, de aardige verslagen van Jan Roebers (Schaakuitzendingen) en de live stream van de partijen op ChessBomb. Dat was vooral in het begin geen pretje. Zeg maar een ramp. Er klopte helemaal niets van. De gekste zetten werden ons voorgeschoteld. Zo stom waren die jongens en meisjes toch niet? En dan waren ze daar in India helemaal de draad kwijt en hielden ze er gewoon mee op. Tegen het einde, Eline Roebers voerde de ranglijst van de meisjes tot en met 14 aan, begon ook Schaaksite zich er wat meer mee te bemoeien. En toen ging het mis. Eline verloor haar laatste twee partijen.

Dit is de stand na de veertiende zet van wit in de partij van Eline Roebers tegen Bat-Erdene Mungulzun uit Mongolië in de voorlaatste ronde. Op mijn scherm verscheen 14… Pb6-c4. Kat in het bakkie. Dat zag een kind. Maar toen zou Eline 15. Pd4-b3 hebben gedaan? Dacht ik niet. Daar kwam het paard net vandaan. India nam een loopje met ons. En herstelde de fout met 15…. Pc4-b6 16. Pb3-d4. Klopte natuurlijk voor geen meter, maar zo zaten we weer in het goede spoor en zwart deed paard slaat paard. Als Eline dadelijk in tijdnood nou maar doorspeelde tot en met de 42e zet dacht ik nog, wat natuurlijk onzin is, want die twee gekke zetten zijn natuurlijk in het echt nooit gespeeld. De commentatoren in Nederland dachten van wel en analyseerden de “gemiste kans”. En daar snapte Artis de Partis echt helemaal geen hout van.

Waar liggen hier de pennen?

We waren ruim op tijd in de Vrolikstraat, Bram en ik. In het Cygnus Gymnasium ontbrak alleen Dragan. Die deed niet mee. Als we dat hadden geweten hadden we een trein later kunnen nemen.

Berend van Maassen

Iedereen had er zin in. Berend, die inviel voor Dragan, helemaal. Hij ging voor de winst verklaarde hij onbevreesd. Wij hielden ons hart vast en wensten hem succes. SGA-man Dirk Goes, die wij vaak tegenkomen, onder andere bij thuiswedstrijden van De Wijker Toren, en die aardig is en bovendien goed schrijft (als je belangstelling hebt voor schaakgeschiedenis, lees dan Lodewijk Prins tot op het bot principieel), wees mij de wedstrijdleider van dienst aan. Ik mocht foto’s maken!

VAS 3 – De Wijker Toren 2

De wedstrijd was nog maar net begonnen toen er een verlate speler gehaast op mij afkwam. “Waar liggen hier de pennen?” Ik wist het niet. Toen nog niet.

Arjan Wijnberg

Het klaarde even op buiten. Bram en ik gingen brood halen bij Hartog in de Wibautstraat. Bram ziet een pen liggen op straat. Hij raapt hem op. Ja dat is een tic van mij, zegt hij. Ik verzamel pennen, kan ze niet laten liggen. Ik heb thuis een doos vol. Handig voor viertallenwedstrijden bij het bridgen, daar moet nog geschreven worden. Ik zeg die heb ik nodig voor die speler die er een zocht. Nou weet ik waar ze liggen. Dan zal ik je een ander verhaal vertellen, zegt Bram.

Meneer Ghijsen is de allerkeurigste schaker van VAS. Elke zet is voor hem een ritueel. Daarvoor haalt hij een pen uit de binnenzak van zijn colbert, legt vervolgens de verandering op het schaakbord zorgvuldig vast op het notatieformulier en bergt daarna de pen weer op in de binnenzak van zijn colbert. En nooit zul je ook maar het geringste spoor van haast in die heilige handeling ontdekken. Pim Ghijsen is een man met stijl.

Thomas Broek

Thomas Broek had het minder getroffen met zijn tegenstander. Die weigerde te noteren toen hij in tijdnood was. Hij was er werkelijk met geen stok of wedstrijdleider toe te bewegen. Thomas liet het maar zo. Over dat soort dingen maakt hij zich niet druk. Hijzelf noteert altijd. Zelfs zijn rapidpartijen schrijft hij op.

Peter Uylings

Peter Uylings houdt je (Bram opletten!) altijd op de hoogte van alles wat er op zijn bord gebeurt. Nu begon het met een Spaans middengambiet (verlies ik daar toch een pion), waarna hij verslag komt doen van een gemene dreiging die hij het hoofd gaat bieden, om ons even later te komen vertellen dat het punt nakende is. Ik vat het hier kort samen. En dan opeens is er een hele tijd geen verbinding meer. Geen signaal. Helemaal niks. Volledige radiostilte. Als we voorzichtig gaan kijken wat er aan de hand is, blijkt hij het nakende punt voor de helft te hebben verkloot. Zijn woorden.

Ivo Kroon

Dit is Ivo Kroon, de tegenstander van Berend van Maasen. Hier zit hij er nog ontspannen bij. Even later niet meer. En nog weer wat later opeens weer wel. Berend had hem een Noteboom voorgeschoteld. Dat ging heel goed. Berend was in zijn sas. O Fortuna. Hij won een stuk. Bood nu eens niet remise aan. Hij ging voor de winst weet je wel. Ik was even weg. Stom stom stom. Nanny bellen dat ik een brood gekocht had. En toen kwam Bram vertellen dat Berend zijn dame had weggegeven. En het was nog waar ook. Rota tu volubilis. En dat brood, dat was helemaal geen brood, maar een keiharde baksteen. En daar ging ik mee … Berend ging aan het bier. Ik kreeg ook. In een schoolkantine. Ja Evert we zijn hier in Amsterdam. Hoe kan je zulke vreselijke dingen zo licht opnemen.

En of dat alles nog niet genoeg was wist Bram ook nog te vertellen dat Paul Spruit eveneens zijn dame had ingeleverd. Het ging nog spannend worden op die manier.

Paul Spruit

Het bleek heel iets anders te zijn. Nog veel gekker. Paul had vriend en vijand op het verkeerde been gezet. Eens een schuiver (zijn woorden) altijd een schuiver (onze gedachten). Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan. Klopte opeens helemaal niets meer van. Aan de buitenkant zag je niets aan hem, hij straalde nog steeds dezelfde rust uit, maar hier zat de Spruit 2.0 nieuwe versie. Het begon met een kwaliteitsoffer (nieuwe feature), gevolgd door het ouderwets aandraaien van alle schroeven (wat goed was is behouden) en de show werd afgesloten met een tot voor kort onmogelijk gehouden dus sensationeel dameoffer (en geen syteemfout, zoals wij simpele zielen eerst dachten). Hier kunnen we nog veel plezier aan beleven. Zelfs het promoveren van pion tot dame zit er in!

Tijd om de balans op te maken.

De laatste loodjes

De Wijker Toren 2 won ondanks nederlagen van Nico Kok en Berend van Maassen met 5-3 van VAS 3. De punten kwamen van Cas Kok, Arjan Wijnberg, Paul Spruit, Wim Rakhorst en twee halve van Peter Uylings en Dennis Bruyn.

De Wijker Toren 1 won nipt met 4½-3½ van VAS 2. Bart-Piet Mulder had een offday en ook Bastiaan Veltkamp en Jimmy van Zutphen konden het niet bolwerken. Hing Ting Lai en Sjoerd Plukkel wonnen onnavolgbaar en Richard Schelvis leverde een bijzonder gave partij af. Thomas Broek zorgde voor het halfje en het beslissende punt werd heel knap gescoord door Rick Duijker. Hij kan het wel als hij maar wil. Stond vroeger op mijn schoolrapport.

Startschot

Het was al bijna 28 september. Trouwe reporter Evert en supporter Bram leefden er al weken naar toe. De opstellingen van de Wijker Toren 1 en 2 waren inmiddels bekend. De club zou onze steun weer nodig hebben. Hoewel Evert niet veel meer aan schaken deed en Bram al helemaal niets meer vonden ze het altijd leuk om even langs te gaan in de Moriaan. Even kijken hoe de strijd in de 2e en de 4e klasse ontbrandde. De goedkeurende blik over zijn leesbrilletje heen van vader Nico als hij naar de stelling van zoon Cas keek. Even kletsen met andere supporter Hans. Foto’s maken, Jadoube voorbereiden. Ja, ze hadden er weer zin in!

De vakantie had Bram uiteraard weer besteed aan het bijwerken van zijn schaakarchief met alle resultaten in de KNSB competitie vanaf 2000, de hoofd- / meesterklasse zelfs vanaf 1975. Een heel werk en dan nu ook nog met de  4e, 5e, 6e en 7e klasse erbij. Ja, de KNSB had het goed voor elkaar, iedereen kon lekker op zaterdag gaan schaken! Zelfs Bakkum had al een team ingeschreven. En de KNSB liet elk team gewoon spelen waar ze dat maar wilden. VAS 3, de eerste tegenstander van Wijker Toren 2 degradeerde vorig jaar uit de 4e klasse, maar schreef gewoon weer in als ‘nieuw’ team en mocht weer lekker meedoen in de 4e klasse. Bergen 2, vorig jaar gepromoveerd vanuit 5 naar 4 had niet zo’n zin in zulke sterke tegenstand en bleef lekker in de 5e klasse. Oud Zuijlen Utrecht had helemaal geen zin meer en trok zich gewoon terug. Werd natuurlijk niet vervangen, dat zou veel te lastig zijn. Ook Rotterdam, tig keer landskampioen, hield er mee op en liet zich opslokken door Krimpen aan den IJssel, een club die ze vroeger niet eens zagen staan.

Bij de Wijker Toren ging alles naar wens. De sponsorgelden waren goed besteed. Vooral de mega snelschaakmatch in de open lucht tussen Hing Ting Lai en Dragan Skrobic had geleid tot de grootste ledenwinst in jaren. 27 nieuwe leden, bijna allemaal jonger dan 18, daar ging de club nog plezier van beleven! Geen wonder ook, met die reusachtige TV schermen, gemonteerd op de ons aller bekende magazijnstellingen in het centrum van Beverwijk.

Daarnaast waren er al heel wat oud-leden teruggekomen. Frans Koopman, Hendrik Koopman, Bernard Jonkman, Harmen Jonkman (en meteen ook Amalia en Sophia), Mirte Hatzmann. Natuurlijk moesten die zich eerst nog bewijzen in de interne, maar vanaf volgend jaar kwam er zeker een teampje of 2 bij. En dan hoorde ik ook nog dat de meeste Excelsior leden volgend jaar gewoon naar de Wijker Toren komen. Konden ze meteen de fantastische trainingen volgen.

Zaterdag eerst maar eens naar VAS. VAS 2, de tegenstander van de Wijker Toren 1, was ooit nog eens landskampioen. Dat werd geen makkie. En VAS 3 was echt niet zomaar teruggezet in de 4e klasse, dat werd ook nog zwaar. In ieder geval twee mooie affiches.

Ja, ze hadden er zeker weer zin in


© Bram Janssen

25 november 2017
VAS – De Wijker Toren
die wedstrijd ging verloren
maar we vonden troost
in Hartog’s volkoren