Nova College schaaktoernooi 2019

Het is zondag en mooi weer. De Nederlandse Spoorwegen laten weer eens verstek gaan, dus ik ga op de fiets naar Haarlem. Niet eens verkeerd gereden, wat mij tegenwoordig steeds vaker overkomt: zit ik te dromen op de fiets, mis ik een afslag.

De aula van het Nova College is aardig gevuld, maar iets minder dan vorig jaar. Weinig echte bekenden. Alleen Jan Seeleman, die invalt tegen Sybolt Strating. De hoofdgroep is oneven. Jan ken ik nog van de middelbare school, het Christelijk Streeklyceum Buitenveldert. Hij is predikant geworden, ik afvallig. Hij vertelt mij over zijn recente bezoek aan Rome en leert me over de Scala Sancta en het Domus Aurea. Ik moet er echt eens naar toe zegt Jan.

Het Domus Aurea, gouden huis, is werelds, want door keizer Nero gebouwd en dat was een deugniet. De Scala Sancta, is zoals het woord zegt heilig. De trap is door Helena van Constantinopel, de moeder van keizer Constantijn de Grote, helemaal uit Palestina naar Rome gehaald en telt achtentwintig marmeren treden. Hierover kruipen gelovigen onder het opzeggen van gebeden trede voor trede op hun knieën naar boven, om aflaat voor hun zonden te verkrijgen. Een prima contract. Alleen, bovenaan de trap verdringen zich de fotografen om de exercitie vast te leggen, wat de overeenkomst in mijn ogen toch een beetje op de proef stelt. Gezien op internet.

De arbiters van dienst, Joost Jansen en Gerie Opgenhaffen, vinden alles goed. Kom je weer foto’s maken? Als je maar niet flitst, geen piepjes laat horen, de spelers niet stoort en niemand verder bezwaar maakt. Waarna er nog wat gefilosofeerd wordt over privacy en dat soort ongerief. Het valt mij trouwens op dat mobiele telefoons nog steeds verboden zijn, maar minder dan in vorige jaren. Heel goed.

Ik volg de twee laatste ronden van het toernooi. En geloof het of niet, Matthew Sadler wint opnieuw en voor de zoveelste keer. Hieronder zien we hem in zijn beslissende partij tegen Chiel van Oosterom.


Dus hier zijn mijn foto’s (van de ronden vijf en zes van het Nova College schaaktoernooi 2019), zolang er niemand bezwaar maakt …

Klik op een foto voor een vergroting of een diashow

Wan Chun

Wan Chun

Toen we hier pas woonden, woedden er achter elkaar een paar flinke stormen. In november 1972 was tijdens zo’n storm met windkracht 11 à 12 een schip op het strand gelopen. Eigenlijk lag het niet op het Heemskerkse strand, maar meer naar Bakkum toe, bij strandpaal 47. Maar vanuit Heemskerk gingen er toch veel mensen naar het schip kijken.

In het begin zag het er nog aardig uit, alles zat er nog op en aan. Achterop was een baldakijnachtig afdakje, wat de boot een exotisch uiterlijk gaf, vond ik. En exotisch was ie natuurlijk ook met die prachtige naam “Wan Chun”. Dat je van beneden af ook nog mensen zag, sprak natuurlijk helemaal tot de verbeelding. Hoe leefden die daar?

Het verhaal ging dat het schip niet verlaten mocht worden, want dan was het voor de vinder en dat kon de bedoeling van de Panamese reder niet zijn.

Maanden lag het schip daar op het strand. Er is geprobeerd om een geul te graven om het weer de zee in te trekken, maar dat lukte niet.

Tijdens weer een nieuwe storm, een jaar later, is de Wan Chun omgewaaid. Toen was er al niet veel meer van over. Als een grote dode walvis lag het met zijn buik omhoog op het strand. Uiteindelijk is het gesloopt, maar ik heb gehoord dat er nog altijd een stuk onder het zand begraven ligt.

tekst: Nanny Schmit / fotografie: Evert Schmit





De foto’s zijn van januari en december 1973.
Het zijn oorspronkelijk kleurendia’s die met Silver Efex Pro omgezet zijn naar zwart-wit.
Zie een kleurenversie van de omgevallen boot Wan Chun
De tekst is oorspronkelijk geschreven voor het Geheugen van Heemskerk

Tata Steel Chess on Tour in Alkmaar

De vijfde ronde van de Masters werd in Theater De Vest in Alkmaar gespeeld. De eerste vijf minuten mochten fotografen op het toneel foto’s nemen. Een genante vertoning. Ik stond achter in de zaal en wachtte rustig op mijn beurt.

De zaal was aardedonker. Het toneel was goed verlicht. Bij elk bord stond een lamp. Een stokoud telelensje deed zijn werk. Maar erg veel te beleven was er niet.

Naar de commentaarzaal dan maar. Daar zaten Anna Rudolf en Lawrence Trent. In 3D! Zij hadden er duidelijk plezier in. De zaal mocht reageren maar kon daar maar beter zuinig mee omgaan want elke domme opmerking zou wereldwijd breed uitgemeten worden beloofden ze. Ik hield dus mijn mond. En Magnus Carlsen had bij Jorden van Foreest nog net niet voor de tweede keer een heel vervelend paard op e5 gezet, toen ik overstak naar de Sint Laurentiuskerk.

Daar vierden de kinderen feest en hing een veel mooier paard. Alle tekeningen en werkstukken hadden iets met schaken te maken.

Er waren schoolwedstrijden en Jos Vlaming en Danny de Ruiter (van de Waagtoren) gaven schaakles aan zowel kleintjes als ouderen. Sport Vitaal heette dat. Rob Freer (ook van de Waagtoren) wees ondertussen Alina l’Ami de weg omhoog in de kerk. Ze kwam een beetje trillerig weer naar beneden, maar ze had wel een spectaculair plaatje geschoten van onder het dak.

Tegen een zijwand in de kerk hing een afkondiging van de schout, die het kennelijk zat was dat de jeugd voortdurend kattenkwaad uithaalde onder de preek of bij het uitgaan van de kerk. Elke brutaliteit of baldadigheid zou in het vervolg bestraft worden met een nacht opsluiting onder het oude orgel of drie gulden boete. Wel zou de dominee daarvan eerst de ouders verwittigen.

transcriptie



De kerk was koud. Er waren straallampen opgehangen die rood licht gaven. De meeste bezoekers hielden hun jas aan. Of liepen hard bij het uitgaan van de kerk.

Tweede kerstdag in de duinen




Mijn kerstfeest

Ik heb samen met Nanny een wandeling gemaakt door de Heemskerkse duinen, precies tussen de mountainbikers en de wandelaars-op-tweede-kerstdag in. De mountainbikers hadden zoals gewoonlijk om half elf het pad geruimd en de lopers zagen het dit keer eerst nog even aan.

Het was grijs en mistig. Dat is iets waar mijn iphone nou helemaal geen last van heeft. Die kiekt en pimpt er lustig op los. Niet te kort. De kleuren zijn dus een beetje “over-the-top”.

Op het eind toch nog mensen gezien. Een familie met een kleine jongen en een heel klein meisje. Dat huppelde vrolijk voor de troepen uit. Het pad splitste zich in tweeën. Er stond een paaltje met daarop drie pijltjes. Het bovenste pijltje was rood en wees naar links. Het onderste was blauw en wees naar rechts.

Het meisje bleef staan. Ze wachtte op haar broertje en haar vader en moeder. Zij legde haar vinger op het middelste pijltje. Het middelste pijltje leek op een kerstboompje, was groen en wees rechtdoor. Wat nu? Het meisje lachte naar mij.

Herfst in Amsterdam

De vrouw van het Vlaamsch Broodhuys aan de Amstelveenseweg, waar ik gestrand was na mijn wandeling kriskras door Amsterdam, zag mijn fototoestel en vroeg wat ik had gefotografeerd. Zij dacht gebouwen? Ik zei normaal gesproken mensen op straat, maar die heb ik gek genoeg nauwelijks gezien vandaag, dus zijn het plaatjes van de herfst geworden en van fietsen, op elke foto staan er wel een paar. Dat is Amsterdam zei zij. Ja ook, zei ik. En kijk King Lear komt naar de stad. Leuk zei zij.


Amsterdam, 8 november 2018

Ham en Crommenije

Ham en Crommenije


Het was een beetje somber weer, de luchten waren grijs, er viel nog net geen regen en er stond een lekker windje. Een uitstekende dag voor een rondje op de fiets door een landschap geschilderd in getemperde kleuren.

We waren bij Jansen-Wijsmuller & Beuns op de Veerdijk in Wormer geweest. Dat is een Groothandel in Boekbinders-, Restauratie- en Conservatiematerialen en Zelfklevende Folies. Nanny bleef dus liever buiten wachten. Maar ik waagde mij naar binnen, want ik had het in mijn hoofd gehaald al mijn ingeraamde dia’s en die van mijn vader te ordenen en te archiveren volgens de regels der kunst en die hoopte ik hier aan te treffen met de daarbij behorende materialen.

Na afloop zochten we een beetje moeizaam (door die zelfklevende folies) onze weg door Krommenie naar Krommeniedijk en toen dat gelukt was fietsten we ontspannen en blij over de Lagendijk door het natuurgebied Ham en Crommenije, een oase van rust tussen Krommenie en Uitgeest, en niet zo bedreigd als het vlakbij gelegen Busch en Dam, dat te maken heeft met de tomeloze uitbreiding van Assendelft en allerlei ellendige wegenplannen. Waar we heel boos om kunnen worden, maar nu dus even niet.

Uitgeest

Aduarderzijl en omstreken

De foto’s zijn uit Groningen. Een aantal is al vertoond. Die van het Waarhuis in Aduarderzijl, de klokkentoren in Klein Wetzinge, het gele veld in de Noordpolder, de sluis in Schouwerzijl en het huis in de kloostertuin van Kloosterburen zijn gemaakt met een iPhone, de andere foto’s zijn lekker ouderwets opgenomen: analoog. Vond ik weer een keertje leuk.

Kodak Ektar 100, Leica M6, Summicron 35mm en na ontwikkeling scannen die handel. Dat was nog niet zo eenvoudig. Mijn oude Nikon-scanner vertoont kuren en wil alleen nog maar luisteren naar Vuescan. Ontdekte ik na eindeloos geëtter. Maar de gratis (proef)versie zadelt je op met een watermerk in je foto’s. Stik! Het programma moet je dus kopen. En daar heb je dan weer een creditkaart voor nodig en die heb ik niet. Een andere manier is er niet. Nou vraag ik je. Zo word je dus gedwongen tot (een soort van) proletarisch winkelen.

Mopper mopper mopper, waarop Nanny zei: nu ben ik het zat. En ze bestelde een creditkaart. Binnenkort kan ik (moet ik van Nanny) dus al mijn software legaliseren. Het moet niet gekker worden. Doe maar luxe. Maar zolang zij betaalt vind ik het best.

Amsterdam Science Park Chess Tournament 2018

Hing Ting Lai

We kregen een enquêteformulier toegestuurd met de vraag: “Wat kan er verbeterd worden aan het schaaktoernooi?” Het gaat dus niet goed. Maar wat daar aan gedaan moet worden wist ik ook niet. Ik heb maar wat ingevuld. Nu bedenk ik dat die overlap met het Leiden Chess Tournament misschien niet zo handig is. En wat ik ook wel leuk zou vinden is een tweedaags rapidtoernooi tijdens het eerste weekend. Maar wat pas echt zou helpen is als ik weer wat beter ging schaken, zodat ik niet al die kleine monsters moet trotseren, die elkaar voortdurend lopen te voorzien van brandstof, zoals m&m’s, marshmallows of ander smakelijk materiaal. Ze voeren hun stappenplannetjes staande uit en laten jou met de brokken zitten.

Ik heb zes keer meegedaan. De laatste twee keer niet, maar heb ik foto’s gemaakt. Dat mag gelukkig nog. Tijdens de derde ronde draaide ik om een man heen, die dacht dat ik hem wilde fotograferen. Sommigen willen dat niet, deze vond het wel aardig. “Sta ik er op?”, vroeg hij verrast. “Nee in de weg”, zei ik. Dat was niet zo aardig. “Ik heb Messi net geschoten en nu moet ik Neymar nog hebben”, legde ik uit. Ik zag hem denken. “Echt?”, vroeg hij.

Fotogalerij

Oldtimers en een overjarige kleinbeeldfilm

In een kast vond ik een onbelichte kleinbeeldfilm van Ilford met als uiterste ontwikkeldatum november 2009. Dat is bijna negen jaar geleden! Weggooien of proberen? Ik koos voor het laatste. Oldtimers in het centrum van Heemskerk waren een geschikt onderwerp. Meestal worden ze van voren geportretteerd. Ik deed het dus van achteren. Ik wachtte in spanning het resultaat af. Zoals vroeger. Je had geen idee wat je camera allemaal verzon. Soms stond er helemaal niets op zo’n film, vaak leek het nergens op. Je zag het pas achteraf.

Het viel reuze mee. Er was beeld en niet eens zo gek. Toch knap om na zo veel jaar op een scheutje licht te hebben gewacht nog respons te geven. Al is het dan in louter zwart en wit.

De negatieven zijn gescand met mijn Nikon Coolscan LS-5000. Ook al zo’n fossiel. Het ding zwoegt en bromt en piept maar weigert onder Windows 10 dienst, dus moet ik om die oude knorrepot te paaien Windows XP van stal halen. Over oldtimers gesproken.

Overhaal over de Amstel

Overhaal over de Amstel (Amsterdam omstreeks 1895)
fotograaf onbekend

De foto komt uit een fotoalbum van een van mijn tantes. Hij toont een overhaal, een soort voetveer, over de Amstel in Amsterdam. De passagiers in het bootje zijn mijn overgrootvader Kasper Karssen en zijn zoon Kasper Jan Karssen. Ze maken de oversteek van Amstelkade naar Weesperzijde (ter hoogte van de Ysbreker). Tot 1903 waren deze oevers van de Buiten-Amstel alleen verbonden door de omweg over de Hogesluisbrug, want de Nieuwe Amstelbrug bestond nog niet. Kleine ondernemers begonnen daarom een zogenaamde “overhaal”, een bootje dat je voor een paar centen van de ene oever naar de andere bracht. De aanlegsteigers pachtten zij voor een aanzienlijk bedrag van de gemeente. Al gauw verschenen er ook vrijbuiters op het water zonder steiger, maar met een omhooglopende brug achter op hun bootjes om passagiers de gelegenheid te geven toch de kade te bereiken. Het Nieuws van den Dag van zaterdag 12 augustus 1893 (Bron: Delpher) wijdde er een artikel aan onder de titel “Een overhaal-quaestie”.

Van wie is de stad

“Van wie is de stad” is de titel van een boek van Floor Milikowski, uitgekomen bij Atlas Contact in 2018, met als ondertitel “De strijd om Amsterdam”. Het is een verslag van de snelle veranderingen op sociaal en economisch gebied in de hoofdstad de laatste jaren. Is de stad nog wel van de bewoners? Of van vastgoedhandelaren en beleggers? En gaat de stad niet kopje onder in de toeristenstroom die direct of indirect gegenereerd wordt? Wordt Amsterdam het nieuwe Venetië?

Jacob van Lennepkanaal (Amsterdam 2017)

Als je zomaar wat door de stad zwerft, Damrak, Rokin en Wallen vermijdt, en op het Spui niet getorpedeerd bent door een horde huurfietsers en tussen Leidseplein en Museumplein niet onder de voet gelopen door een kudde rolkoffers en daarna niet op de onzalige gedachte komt Anne Frank met een bezoekje te vereren, dan valt het (voor een buitenstaander die er niet meer woont maar wel de weg nog weet) mee.

Maar de gemoederen zijn verdeeld. Je kunt niet met een fototoestel door de stad lopen zonder de kans te lopen voor stomme toerist te worden uitgescholden. Het gebeurde mij laatst. Nou wordt die mooi dacht ik. Ik ben hier op school geweest, heb er gestudeerd en gewerkt, Nanny is er zelfs geboren, onze dochter woont er, een voorouder is van hier naar Veenhuizen gestuurd en meer dan eens, mijn oom was directeur van de Amsterdamse Droogdok Maatschappij en mijn vader gemeenteambtenaar, ik heb Blauw Wit gezien in het Olympisch Stadion, geschaakt in Die Port van Cleve, gedanst in kelders waar Louis van Dijk optrad, weet Paradiso te vinden en toen we (Nanny en ik) in 1970 met wat jongens en de meisjes in ons kielzog vanuit Amstelveen naar een feestje* in de Bijenkorf (Ekseption zou optreden) gingen, wat totaal uit de hand liep, dat de mobiele eenheid toen was gekomen om de Dam schoon te vegen en we de zijstraatjes in moesten vluchten en we iedereen kwijt waren, maar gelukkig hadden we afgesproken elkaar weer op te zoeken bij het monument en dat toen we daar weer durfden te gaan kijken we alleen politie aantroffen met wapenstokken en een enorme ravage en de meisjes die bovenop de leeuwen waren geklommen en die niet van wijken hadden willen weten, maar de jongens wel, want die waren nergens meer te bekennen. Dat zei ik dus allemaal niet. Ik zei rot op ik versta jullie wel … of eigenlijk zei ik alleen dat laatste en zelfs daar ben ik niet zeker van. En ik dacht ook nog aan mijn eerste kennismaking met de stad toen ik in de krant had gelezen dat er een film met Brigitte Bardot draaide in Capitol op de Rozengracht. Ik had een foto van haar gezien in de Panorama, dus die film moest ik zien. Ik was dertien jaar, woonde nog in Amstelveen en ik wist echt niet waar de Rozengracht was. Ik durfde het niet te vragen aan mijn moeder (wat ga je daar doen jongen?), maar zoveel grachten konden er toch niet zijn in Amsterdam dacht ik en dat ik nog geen zestien was zou ik ter plaatse wel oplossen hoopte ik. Ik liet me door Maarse en Kroon naar Amsterdam brengen, stapte bij het hoofdpostkantoor op de Nieuwezijds Voorburgwal uit en vond de Bloemgracht. Dat leek een aardig begin. Dus van daar werkte ik alle grachten af, dat wil zeggen alles waar ik water zag, steeds koortsachtiger, totdat de aanvangstijd van de middagvoorstelling al lang verstreken was. Die verrekte Rozengracht was helemaal geen gracht maar gedempt. Wat je niet allemaal mee kan maken in de stad.

* In 1970 werd het 100-jarig bestaan van De Bijenkorf in Amsterdam gevierd met een Open Huis. Van zeven uur ‘s avonds tot middernacht waren 700 gasten uitgenodigd en kon het publiek vrij binnenkomen. Als snel bleek het uit de hand te lopen. Binnen waren rond 10.000 bezoekers, buiten waren 20.000 jongeren die ook naar binnen wilden. Oproerkraaiers begonnen met stenen te gooien waarna het op een veldslag uitliep. De mobiele eenheid (ME) moest twee pelotons inzetten om de orde te herstellen. Winkelruiten sneuvelden, auto’s werden gemolesteerd, barricades werden op het Rokin opgeworpen. De ME reageerde met waterkanonnen. In de Bijenkorf bleef het redelijk rustig maar de bezoekers moesten het pand even na tien uur vervroegd verlaten (bron: Wikipedia).

De stad is niet meer van mij, maar ik mag er nog steeds graag komen.