Overhaal over de Amstel

Overhaal over de Amstel (Amsterdam omstreeks 1895)
fotograaf onbekend

De foto komt uit een fotoalbum van een van mijn tantes. Hij toont een overhaal, een soort voetveer, over de Amstel in Amsterdam. De passagiers in het bootje zijn mijn overgrootvader Kasper Karssen en zijn zoon Kasper Jan Karssen. Ze maken de oversteek van Amstelkade naar Weesperzijde (ter hoogte van de Ysbreker). Tot 1903 waren deze oevers van de Buiten-Amstel alleen verbonden door de omweg over de Hogesluisbrug, want de Nieuwe Amstelbrug bestond nog niet. Kleine ondernemers begonnen daarom een zogenaamde “overhaal”, een bootje dat je voor een paar centen van de ene oever naar de andere bracht. De aanlegsteigers pachtten zij voor een aanzienlijk bedrag van de gemeente. Al gauw verschenen er ook vrijbuiters op het water zonder steiger, maar met een omhooglopende brug achter op hun bootjes om passagiers de gelegenheid te geven toch de kade te bereiken. Het Nieuws van den Dag van zaterdag 12 augustus 1893 (Bron: Delpher) wijdde er een artikel aan onder de titel “Een overhaal-quaestie”.

Muggenbeet 1963

 

De 30m² Zuiderzee van de familie de Boer uit Steenwijk (Muggenbeet 1965)

 

Fokke de Boer

We kampeerden in Muggenbeet op het erf van boer Harm van Sluis. Mijn neef Kasper en ik sliepen in een tentje. Naast ons stonden de jongens van de familie De Boer, Thijsse en Fokke. Het waren aardige jongens. Niet van het soort dat elkaar op vrijdagavond op het bruggetje vlakbij het cafeetje van Geertien en Griet met bromfietskettingen te lijf ging. De een was beter met het hoofd, de ander beter met zijn handen. Hun vader had in Steenwijk een drukkerij en in Muggenbeet lag de woonboot van de familie. En de dertig kwadraat. Dat was nog eens een boot. Daarvan waren er maar een stuk of dertig. Zij hadden nummer 3. Op het water stonden de schippers elkaar naar het leven. Maar in de Sneekweek ging de bemanning van elke boot halfweg de wedstrijd in Terhorne even aan wal voor een neut. Dat was traditie.

Wij leerden zeilen in een opgetuigde sloep. Later trokken wij met een zestien kwadraat naar Friesland. Of naar de Ronduite want daar had de familie De Haan een huisje met vijf dochters. Wij waren er niet weg te slaan. Toen het een keer spookte op de Beulaker voer ik er met de kano naar toe. Midden op het meer sloeg ik om. Ik had geleerd hoe je weer in de kano kon komen. Dat lukte nu niet. Ik dreef met kano en al richting de Blauwe Hand. Maar een motorjacht viste me op en bracht me alsnog naar waar ik zijn moest. Ik kreeg droge kleren waaronder een veel te grote onderbroek van pa De Haan en de jongste dochter vond dat ik nu wel kon blijven slapen. Ik dacht dat ik het gemaakt had. Maar toen zagen we door de verrekijker van vader De Haan een zeiltje uit de Walengracht het meer op komen. Het was mijn neef die de overtocht op de fok deed. Dat werd moeder De Haan toch te gortig. Twee jongens, een kano en een zeilboot, zoveel ligplaatsen had zij niet. Er werd een auto uit Muggenbeet besteld, met Fokke de Boer om de zeilboot terug te brengen. Wij mochten ook mee. Fokke hees naast de fok nu ook het grootzeil en zeilde ons met één hand dwars door de wind terug naar Muggenbeet.

Voor het slapen gaan hielden we ter afsluiting een stoeipartij in de boomgaard naast de boerderij. Kasper en ik tegen de jongens van De Boer. Ik scheurde per ongeluk de pyjama van Fokke. Dat had ik niet moeten doen. Het laatste wat ik zag was dat de aarde opeens omhoog tuimelde en tegen mij aan daverde. Een hallucinerende gewaarwording. Hij had mij met één machtige haal van zijn vuist buiten westen geslagen. Toen we in onze tentjes lagen bij te komen, wilde Kasper de haringen van de tent van de jongens van De Boer uit de grond gaan trekken. Ik wist dat uit zijn hoofd te praten. Met Fokke de Boer viel niet te spotten.

 

Muggenbeet 1963

Klik op de foto’s voor een vergroting

 

zie ook: Soms moet je lachen en soms is het beter van niet

Kofferbakverkoop op de Dorpsweide in Wijk aan Zee

Kofferbakverkoop op de Dorpsweide in Wijk aan Zee

Tussen de buien door werd afgelopen zondag 8 oktober 2017 de laatste kofferbakverkoop van het jaar op de Dorpsweide in Wijk aan Zee gehouden.

Nanny vond oude ansichten. Ze kreeg een stoel en mocht uitzoeken. Ze kocht er vier. Ze probeerde af te dingen. Maar dat kon ze helemaal niet. Toen de koop gesloten was zei de koopman: er is wel op geschreven, op de voorkant ook. Ja, zei Nanny, daarom wil ik ze juist hebben. Toen waren ze allebei een beetje teleurgesteld over de prijs.

Amsterdam begin vorige eeuw

Voordat mijn moeder het weg gooide, omdat ze op het laatst álles opruimde, redden wij nog een fotoboek uit de Karssen-familie. Het bevat foto’s van Zeist, Driebergen, Doorn, Amerongen en Wageningen en van Breda, Haarlem, Den Haag en Scheveningen, en van Amsterdam in het begin van de vorige eeuw.

De foto’s zitten in een insteekalbum. Het zijn zo te zien contactafdrukken op dun papier in het formaat 9×12 cm. Onderschriften vermelden vaak plaats en soms jaar en de cryptische aanduiding (m) of (t).

Van wie het album is weten wij niet, maar wij denken van mijn overgrootvader Kasper Karssen, die leefde van 1846 tot 1906. Hij komt er een aantal keren prominent in voor (bovenstaande foto toont hem achter zijn huis in de Kerkstraat 280) en bovendien bevat het een aantal foto’s van Perry-reclames in de stad.

Amsterdam 1903

(Zoals bekend was hij hoofdboekhouder bij Perry & Co en daar was hij bijzonder trots op)

De Amsterdamse stadsgezichten uit het boek heb ik hieronder verzameld. Het zijn geen “Jacob Olie’s”, maar toch aardig om te zien.

Oudezijds Kolk (Amsterdam 1903)

De eerste foto is een veel gefotografeerde toeristische trekpleister: de Oudezijds Kolk met het sluisje, één van de oudste van Amsterdam en al in gebruik sinds de Middeleeuwen.

Dan twee winterse taferelen:

Keizersgracht (Amsterdam 1902)
Vondelpark (Amsterdam 1902)

Er wordt geschaatst op de Keizersgracht en in het Vondelpark. De foto van de Keizersgracht is genomen vanaf de Reguliersgracht in de richting van de Utrechtsestraat. De foto in het Vondelpark toont op de achtergrond het paviljoen, gebouwd in 1874-1881 door architect W. Hamer in Italiaans renaissancistische stijl .

Coymanshuis (Amsterdam 1903)

Op de Keizersgracht stond ook het Coymanshuis met de 1e H.B.S. 5-jarige cursus, waar mijn grootvader Kasper Jan Karssen (1886-1960) op school ging. Het pand, gebouwd in 1625 door Jacob van Campen, is in 1931 ingrijpend gerenoveerd en nu Rijksmonument.

Rijksmuseum (Amsterdam 1903)

Het Rijksmuseum, gezien vanaf het Museumplein. Het museum was geopend in 1885, maar het plein kreeg pas in 1903 zijn verdiende naam.

Brand in de Planciusstraat (Amsterdam 1903)

In 1903 brandden in de Planciusstraat acht graanpakhuizen van de Wed. Stants en Zn af, oorzaak onbekend. Er werd geblust met 31 stralen, één brandweerman raakte licht gewond. Op de vrijgekomen plek bouwde Hellingman’s Bouwmaatschappij een nieuw kantoorpand dat in 1904 werd opgeleverd en er nu nog steeds staat.

Molen De Hoop (Amsterdam 1903)

Niet afgebrand maar afgebroken (in 1921) is de krijtmolen “De Hoop” aan de Baarsjesweg langs de Kostverlorenvaart.

De oude beurs (Amsterdam 1903)

De oude beurs is de beurs van Zocher. Ook die werd afgebroken, in 1903, na voltooiing van de Beurs van Berlage. Hij stond ongeveer op de plek van de huidige Bijenkorf en werd tussen 1841 en 1845 gebouwd naar ontwerp van architect Jan David Zocher ter vervanging van de beurs van Hendrick de Keyser.

Dam (Amsterdam 1903)
Dam (Amsterdam 1903)

In 1903 bezochten Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik Amsterdam.

“In een open landauer, met twee paarden en een escadron huzaren, reden de hooge bezoekers naar het paleis op den Dam. Er was eene groote massa menschen op de been”

Het koninklijk paar combineerde het jaarlijkse bezoek aan de hoofdstad met de opening van de nieuwe beurs (van Berlage).

Prinseneilandsgracht en Sloterdijkerbrug (Amsterdam 1904)

Eén van de laatste foto’s in het boek toont de Prinseneilandsgracht met de Sloterdijkerbrug, die de verbinding vormt tussen de Teertuinen (links) en het Prinseneiland (rechts), en de pakhuizen op het Realeneiland aan de Realengracht.

De allerlaatste foto is van het Centraal Station. De foto is er slecht aan toe, daarom hieronder een bewerking:

Centraal Station (Amsterdam 1904)

 


Fotogalerij

 

De foto’s van mijn vader (deel 3)

In 1954 verhuisden wij van Middelburg naar Utrecht en een kleine twee jaar later van Utrecht naar Amstelveen. Van de tijd in Utrecht is geen enkele foto bekend. Mijn vader fotografeerde dus even niet. Maar in Amstelveen werd de oude hobby weer opgepakt. Hij kocht een 6×6 camera en een Opemus vergroter. De indeling van het huis aan de Thorbeckelaan werd  aangepast. Rika en ik kregen de kamers boven. Mijn ouders gingen met een opklapbed in de achterkamer slapen. Zo  kwam er een kamertje vrij, dat als doka kon worden ingericht.

De foto’s hieronder tonen het oude Waterlooplein in Amsterdam, het publiek bij de poppenkast op de Dam, kijkers op Schiphol in afwachting van de KLM PH-DCC Sir Frank Whittle (de derde DC-8 van de KLM uit een hele serie), een gepensioneerde schipper met zijn hond en de Oudezijds Voorburgwal. De laatste een beetje sneaky genomen vanaf zijn bromfiets, maar wat was het daar nog rustig!


De Soligor voldeed al gauw niet meer en er werd gespaard voor een tweedehands Leica M3 en drie objectieven. De vergroter moest worden omgebouwd voor kleinbeeld en ik kreeg zijn 6×6 camera.

De productie was ongekend, maar het aantal onderwerpen niet. Onze hele familie met bijbehorende kennissen was zo’n beetje in Amstelveen neergestreken en die kring werd uitgebreid in beeld gebracht te samen met zijn kinderen en kleinkinderen. Leuk voor ons om steeds weer terug te zien, maar niet voor hier.

Soms ontglipte hem een mooi portret…

1961-amstelveen-george-jansen-scan0139
George Jansen (Amstelveen 1961)

of iets stemmigs…

1967-amstelveen-de-poel-met-zicht-op-bovenkerk-gf-dia-a29
De Poel en op de achtergrond Bovenkerk met de Sint Urbanuskerk (Amstelveen 1967)

Toen zijn ogen achteruit gingen en zelfs de zoeker van de Leica geen uitkomst meer bood, schakelde hij in een laatste poging om er nog wat van te maken, maar tegen zijn principes, over op autofocus.

Paardenbloem

Zijn actieradius werd steeds kleiner. Heel veel Doldersum (vakantie) en Amstelveen (thuis). En op het laatst bijna alles vanuit zijn stoel bij het raam. Bij wijze van spreken.

Maar ook op die manier was er nog genoeg te zien. In de Keucheniuslaan bijvoorbeeld waar hij op uitkeek en waar in 1976 brand uitbrak op nummer 16.

Brand in de Keucheniuslaan op nummer 16 (Amstelveen 1976)

De fotografie van mijn vader had zijn beste tijd gehad. Hij maakte zijn tien overzichtsalbums en hield het toen min of meer voor gezien. Zijn vergroter werd via een advertentie in het Amstelveens Weekblad aan de man gebracht. Dat wil zeggen, er kwam iemand op af die het alleen om de zuil te doen was. Dat stelde mijn vader teleur. Maar hij wou er niets voor hebben en dat gaf aanleiding tot een vreemde onderhandeling. Het slot van het liedje was dat de koper toegaf, maar even later terug was met een bos bloemen voor mijn moeder. En daar kon mijn vader mee leven.

De laatste jaren fotografeerde hij nog sporadisch. In plaats daarvan verzamelde hij Toppers van Toen (songs uit lang vervlogen dagen) en de cantates van Bach, op DCC en later op MD.


En toen was er nog het mapje van mijn moeder met zijn door haar verzamelde pasfoto’s. Kijk naar de eerste en naar de laatste. Ze lijken op elkaar.

Hij ziet er in mijn herinnering heel anders uit…

De foto’s van mijn vader (deel 2)

No.1 Autographic Kodak Jr.

De foto’s van mijn vader zijn niet allemaal door hemzelf genomen. De foto van mijn moeder bijvoorbeeld die ik te pas en te onpas aantref in zijn verzameling is door mijn grootmoeder gemaakt. Mijn grootmoeder fotografeerde met een Kodak 6×9 balgcamera en drukte zelf af!

Joop Karssen (Den Haag 1939)

Hier staat mijn moeder, vijftien jaar oud, op het balkon van het huis aan de Valeriusstraat 103 in Den Haag. Op de achtergrond zijn de huizen aan de Verhulststraat te zien, die in de oorlog zouden worden afgebroken, evenals het huis aan de Valeriusstraat.

Mijn vader was aan het begin van de oorlog landmeter…

208º 07′ 45″” (Voorburg 1941)

… en kaarttekenaar in opleiding bij het Centraal Teken- en opleidingsbureau van het Kadaster.

De groep kaarttekenaars in opleiding (Den Haag 1941)

Ik ken alle namen: Sjoerd Bijlsma, George Schmit, Wim Oostenburg, Greta de Graaf, Rudie de Haas, Mollie Thierry, Mien Hof, Ety Lensen en Jan Splinter, maar uitgezonderd die van mijn vader niet hun geschiedenis, en dat is jammer, want zo dring ik nauwelijks door in die tijd.

Mijn vader verloofde zich op 1 april 1942 met mijn moeder en trouwde op 4 november van dat jaar met haar, misschien ook om aan deportatie naar Duitsland te ontkomen. Toch strookt het beeld van de foto’s uit die tijd niet met wat ik van oorlog en bezetting heb geleerd. Mijn toekomstige ouders (ik ben van 1946) gingen op zeil- en kampeervakantie en vermaakten zich aan zee en toen dat niet meer ging op een geïmproviseerd strandje op een bouwterrein aan het eind van de Laan van Meerdervoort.

Maar de oorlog ging toch niet helemaal aan hen voorbij. Er kwamen razzia’s en jonge mannen werden opgepakt om in Duitsland te werk gesteld te worden. Dus werd er ‘s nachts in ploegen wacht gezeten. En tegen het eind van de oorlog ging het mis. Op een voedseltocht werd mijn vader ergens in de buurt van Utrecht gearresteerd en op transport naar Duitsland gezet. Maar daar is hij niet aangekomen. Vlak voor de grens is hij uit de trein gesprongen en in etappes teruggelopen naar mijn moeder in Den Haag. En ook zij bleef niet ongeschonden. Een verdwaalde kogel op straat ketste af en trof haar in de bovenarm. Zowel het litteken als de kogel, die opgepoetst op de schoorsteenmantel stond, maakten jaren daarna grote indruk op mij en mijn zusje.

Ik vind drie interessante foto’s in de verzameling van mijn vader die met bezetting en bevrijding te maken hebben.

Verhulststraat, Den Haag 1942

De foto is gemaakt vanuit een raam van het huis van mijn grootouders aan de Valeriusstraat 103 en laat het begin van de afbraak van de Verhulststraat zien. De hele buurt zou worden gesloopt in het kader van de aanleg van de Atlantikwall. Ook het huis van mijn grootouders moest eraan geloven. Op 29 december 1942 werden zij geëvacueerd.

Kaart van de aanleg van de Atlantikwall rondom de Valeriusstraat in Den Haag 1942-1943 (Haagse Beeldbank)

De fotoalbums van de Haagse Beeldbank bevatten een schat aan informatie. Zie bijvoorbeeld de albums Sloop Den Haag voor Atlantikwall en het Fotoalbum Gemeentelijke Dienst Stadsontwikkeling Volkshuisvesting Den Haag. Bij dit laatste album hoort de hierboven getoonde kaart waarin de getroffen wijken gekleurd staan aangegeven. Op de kaart staan nummers die de opnamestandpunten aangeven en corresponderen met de nummers van de foto’s. Op deze manier kan een reconstructie van de vooroorlogse situatie worden gemaakt. De kaart staat onderaan het album.

De tweede foto is genomen vlak na de spoorwegstaking van september 1944.

Fietsenroof, Van Heutszstraat 183, Den Haag 1944

De foto is op straat genomen, een snapshot. Mijn ouders woonden niet ver van deze plek in de Van Heutszstraat op nummer 171.

Hierna verandert de toon van de foto’s. De hongerwinter stond voor de deur en na de razzia’s van november 1944 in Rotterdam en omgeving sliepen de mannen bij toerbeurt niet.

De derde foto is van na de oorlog. Wij (mijn vader, mijn moeder, mijn zusje en ik) woonden inmiddels in Middelburg en gingen op vakantie in Westkapelle. Daar lagen nog steeds de tanks en landingsvaartuigen voor de kust die in 1944 bij de landing van de geallieerde troepen op Walcheren waren gestrand.

In 1944 gestrande tanks voor de kust van Westkapelle (de foto is van 1949)

Nu is een achtergelaten Shermantank gepromoveerd tot monument op de Zeedijk van Westkapelle.

De foto’s van mijn vader (deel 1)

De foto’s van mijn vader zijn verzameld in tien leren banden. De zwart-witfoto’s zijn door hemzelf afgedrukt. De kleurenfoto’s niet. De negatieven zitten in negatiefalbums, de dia’s zijn ingeraamd en zitten in dozen. Panatomic X en Kodachrome 25 waren favoriet. Hoe kleiner de korrel, hoe mooier hij het vond. Zijn ideaal was dat er een film zou worden uitgebracht zó fijn van korrel dat je geen telelens meer nodig had omdat je eindeloos zou kunnen vergroten. Toen ik leerde fotograferen en afdrukken en Tri-X in de donkere kamer introduceerde was hij erg teleurgesteld, in mij en in de nieuwe tijd. De Nikkormat die ik verkoos boven zijn Leica en (op een ander terrein) VHS die het won van Betamax, het moest niet gekker worden.

Zijn foto’s stonden oorspronkelijk in een fotoboek dat hij van mijn moeder had gekregen. Met een opdracht voorin.
1941-den-haag-een-foto-dooft-de-herinnering-niet

Op het eind van zijn leven wilde hij nog één keer alles goed overdoen. Het fotoboek werd uit elkaar getrokken, de foto’s en de negatieven werden als werkmateriaal gebruikt, met kadreringen in rode inkt. Alles werd opnieuw afgedrukt of afgekeurd en weggegooid. Mijn moeder die daar verdrietig over was maar het niet tegen kon houden redde achter zijn rug wat er te redden viel, uit de prullenmand en soms in tweede ronde uit de vuilnisbak. Na deze stille veldslag restte ons tien pontificale fotoboeken en een veel interessantere doos van mijn moeder met het illegale restmateriaal, maar zonder het lieve bloemetje.

Mijn vader fotografeerde naar mate hij ouder werd een steeds kleinere wereld om hem heen. In het begin nog Den Haag en Middelburg, later ook wel Amsterdam, maar al gauw alleen maar zijn gezin en familie. Binnenshuis of rondom het huis. Of de schade aan de dakkapel vanuit alle hoeken en gaten. En op het laatst maakte hij alleen nog maar proefopnames. Om scherptediepte, belichting en kleur te meten en eventuele afwijkingen in het materiaal. Het lukte hem niet meer en hij zag het ook niet meer. Daarom laat ik hier een aantal van zijn vroegere foto’s zien, toen zijn blik nog ruim genoeg was.

Al in beeld waren het gezinsportret, het stadhuis van Veere en de loodstender op de Westerschelde bij Vlissingen. Foto’s veelal gemaakt met een 9×12 platencamera. De glasnegatieven die over gebleven zijn hebben de tand des tijds niet allemaal goed doorstaan, getuige een foto van de Lange Jan in de steigers. De Loskade in de winter staat er iets beter op, maar het houdt niet over.

De Lange Jan in de steigers (Middelburg 1950)
De Loskade in de winter (Middelburg 1949)

(klik op de foto om de bewerkte versie te zien en een beter zicht op de man die in het want hangt)

Een andere foto die aan de Loskade is genomen toont het overladen van de bietenoogst . Daarvan meteen maar de bewerkte versie (uitsnede):

Bietenoogst (Middelburg 1949)

 

Heel mooi vind ik een foto van de Kaai in Veere met de Schotse huizen en het stadhuis. Het is weer een uitsnede, noodgedwongen, want ook dit negatief is aangetast.

De Kaai van Veere in 1950

 

En, omdat ik het niet laten kan, twee prachtige portretten uit 1949 van mijn grootouders van moeders kant:

 

Renault FT 17

Honderd jaar tanks

De Renault FT 17 was een Franse tank, waarvan het prototype verscheen in 1916 en die dienst deed in de laatste jaren van de eerste wereldoorlog en daarna nog jaren een exportproduct bleef naar landen over de hele wereld. Zelfs het Nederlandse leger verwierf in 1927 één voertuig (zonder bewapening) met als doel tankversperringen bij fortificaties te testen alsmede de doelmatigheid van waterlinies.

De volgende foto’s (uit een familiealbum) zijn genomen tijdens een demonstratie van de tank in 1927 bij Waalsdorp.

Aerocarto Spaarnwoude 1970

Bij het opruimen van de schuur van mijn ouders vonden we een stapel dozen met glasplaten, gelabeld:

KLM Aerocarto
Gemeente Werken Amsterdam
Spaarnewoude

en dan een strooknummer en een aantal opnamenummers.

Gemeentewerken staat voor Publieke Werken, waar mijn vader werkte, en met Spaarnewoude wordt in dit geval het hele gebied bedoeld tussen Haarlem en Amsterdam tussen het Noordzeekanaal en de Haarlemmermeer.

Mijn vader was begonnen als landmeter bij het Kadaster en werd vanuit Den Haag in 1948 eerst gedetacheerd in en later overgeplaatst naar Middelburg, en vervolgens in 1954 naar Utrecht. Per 1 april 1956 trad hij in dienst van de Gemeente Amsterdam, waar hij uiteindelijk in 1985 zijn arbeidzame leven eindigde als hoofd tekenkamer van de Kaart van Amsterdam. In die laatste hoedanigheid moet hij aan de hier bovengenoemde stapel glasplaten zijn gekomen. Misschien betrof het een afgekeurde of overgeschoten serie opnamen, want op de negendelige 1:10000 kaart van Amsterdam die ik op mijn kamer had hangen was het gebied niet afgebeeld.

De dozen bevatten glasplaten van 19×19 cm en 2mm dik. Vooral de eigenschap “ultra flat glass” boeide mijn vader. Hij gebruikte de platen voor zijn eigen fotografische afdrukwerk en daartoe maakte hij ze eerst schoon, gelukkig niet allemaal tegelijk, maar er ontbreken om die reden een aantal opnamen.

Een plaat ziet er zo uit:

Aerocarto Spaarnwoude strook 7 opname 1006 (Ruigoord)

Er zijn honderd van deze platen overgebleven. De foto’s zijn in tien stroken geschoten. In een strook overlappen de opnamen elkaar voor zo’n 60%. En de stroken onderling overlappen elkaar voor zo’n 30%. Maar helemaal in een rechte lijn vliegt de piloot niet en het perspectief is steeds iets anders, dus het is lastig monteren. En, zoals gezegd, we missen zo hier en daar wat.

Aerocarto 1970 Spaarnwoude (samengesteld)

De datering is niet eens zo makkelijk te bepalen. De aanleg van de A9 tussen het knooppunt Velsen (links boven) en het Rottepolderplein (midden onder) is een aanwijzing, maar die heeft letterlijk jaren lang stil gelegen. Ik vermoed dat de opnamen ergens in 1970 zijn gemaakt, maar ik zou niet weten voor welke kaart.

Aerocarto 1970 Inlaagpolder

Zowel de samengestelde als de afzonderlijke dia’s kunnen niet wedijveren met wat we nu in kleur en vele malen gedetailleerder door Google maps krijgen voorgeschoteld, maar ze geven alles te samen een krachtig beeld van alle veranderingen die de ruimtelijke ordening van dit gebied heeft ondergaan.

Kano-Brazzaville-Parijs (4)


Parijs tussen 9 januari 1957 en 29 februari 1960 op ansichtkaart en in filmstills

Na Kano en Brazzaville had de KLM een nieuwe tijdelijke standplaats voor Nanny’s vader in gedachten: Johannesburg in Zuid-Afrika. Dat werd hem te gortig en hij schreef een brief aan zijn baas. Dat hielp, een beetje. Hij werd voor vier maanden teruggeroepen naar Schiphol en daarna vanaf 9 januari 1957 gestationeerd op Le Bourget bij Parijs. Nanny en haar moeder volgden een half jaar later. Pas in maart 1960 werd Schiphol de vaste standplaats en kwam het gezin definitief naar Nederland.

De camera staat in deze periode meer op het gezinsleven dan op Parijs gericht, behoudens een verslag van de aankomst van de Engelse koningin Elizabeth II op Orly voor een staatsbezoek aan Frankrijk, maar jammer genoeg is dit deel van de film onderbelicht en moeilijk te reproduceren. Daarom besluiten we deze serie met een paar typisch Parijse sfeerbeelden.

 

 

Kano-Brazzaville-Parijs (3)

Brazzaville (Moyen Congo) tussen 16 augustus 1956 en 6 september 1956 op ansichtkaart en filmstills

1956 Brazzaville - Post Card

Het verblijf in Brazzaville is kort (drie weken). Er wordt één ansichtkaart ontvangen in Amsterdam. Immeuble moderne betekent nieuwbouw. Die laten we met rust. De filmbeelden zijn leuker. Zie de dandy met het witte pak en de prachtige hoed, de man met het varkentje dat hij zojuist gekocht heeft, het publiek bij een rally, de rode sportauto, de dans, compleet met extase en jawel grinding, het dorpje in het bos en het vertier aan de rivier.

 

 

Kano-Brazzaville-Parijs (2)

Kano (Nigeria) tussen 1 april 1956 en 15 augustus 1956 op ansichtkaarten en filmstills

 

“Dit zijn de kamelen van het vliegveld en de man die erop zit blaast op een toeter iedere keer als een vliegtuig aankomt of weggaat.”

En daar blijft het niet bij, want voor het KLM-busje geeft een kleurrijk welkomstcomité acte de présence.

De film is stom, de ansichtkaarten voegen weinig informatie toe en Nanny was nog te jong om zich er veel van te herinneren. We moeten het doen met de beelden, waarvan hieronder een kleine selectie volgt.

 

 

Per auto worden op vrije dagen vanuit Kano uitstapjes gemaakt de provincie in en naar de bovenloop van de Niger.

“Dit is een dorp in het bos. De huizen zijn van riet en niet zoals in Kano van modder. Vooraan loopt een ezeltje met een hele bundel hout op z’n rug en bij de boom staat een geitje.”

En in Kano is er een bruiloft. Aan bruidegom en bruid wordt de laatste hand gelegd. De scene duurt op film bijna eindeloos lang. Steeds opnieuw wordt het boeketje anders geschikt of wisselt het van kant. We weten niet hoe het afgelopen is.

 

 

2016 Heemskerk - 8mm filmdoos Kano [20160801-Pentax K5IIs-15370]

 

 

Kano-Brazzaville-Parijs (1)

2016 Heemskerk- 8mm filmdozen [20160801-Pentax K5IIs-15374]

Tussen 1952 en 1960 werd Nanny’s vader door de KLM gestationeerd op luchthavens in Azië, Afrika en Frankrijk. Karachi, Istanbul, Kano, Brazzaville, Nice en Parijs waren voor korte of langere tijd zijn standplaats. Nanny en haar moeder, die het niet zo had begrepen op die vreemde plaatsen, bleven meestal achter in Amsterdam. Alleen naar Nice en Parijs gingen zij mee. Naar Parijs voor een langere periode. Drie jaar lang ging Nanny in Le Bourget op school en leerde daar onberispelijk Frans. Een paar jaar geleden hebben we de 8mm-films, die haar vader schoot in Kano, Brazzaville en Parijs, door de firma SuperSens laten digitaliseren. De films zijn niet meer helemaal kakelvers, maar geven toch een bijzonder beeld van een voorbije en vooral zorgelozer tijd.

Het vliegtuig naar Karachi (Schiphol augustus 1955)

Fotoboek Karssen (deel 4 slot)

Om een fotoalbum te vullen konden allerlei foto’s gekocht worden, variërend van zomaar wat aardige plaatjes tot afbeeldingen van bekende personen of zoals Hans Roooseboom in de Schaduw van de fotograaf het noemt: “…van danseressen tot dominees”. In dit fotoboek zijn daar ook voorbeelden van te vinden.

Zomaar wat plaatjes

Het verhaal van twee van deze vijf kabinetfoto’s is te achterhalen. In 1878 stuurde Joshua Smith uit Chicago een bijzondere fotocompositie naar de wereldtentoonstelling in Parijs. Het was een vel van 56 x 40,6 cm met daarop bijna honderd baby- en peuterhoofden gerangschikt. De pers was enthousiast en de jury kende Joshua Smith een zilveren medaille toe in de categorie fotografen uit de Verenigde Staten.

Smith was een handige zakenman, hij drukte een gedeelte van de kopjes af op kabinetformaat waarbij hij op de achterkant zijn medailles vermeldde en de zin: Children’s Photo’s par excellence.

Het was een set van twee. Eén met huilende baby’s en de tekst Good Night en één met lachende kinderen en de tekst Good Morning. In 1880 ging een gerenommeerde uitgever in de Verenigde Staten, E. & H.T. Anthony, de afdrukken verkopen. Ze waren heel populair in die tijd en er kwamen ook afdrukken met een klein gedichtje erop:

How sad are they when forced to say “Good Night”
But slumbers sweet shall make their faces bright

en

Sweet sleep and rest have cheered the joyous throng
“Good Morning” is the burden of their song

Er bestaat ook een versie met alleen donkere babies, met de curieuze naam Little Ethiopians.

 

Stempel Perry & Co LimitedOp de achterkant van de afdrukken in het Karssen-boek staat een ander stempel:  Perry & Co, Limited 19 & 20, Holborn Viaduct, London E.C.

Hoe en wanneer Perry de foto’s mocht verkopen is niet meer te vinden.

Ook op de drie andere kabinetfoto’s staat trouwens dit stempel van Perry. Ze tonen een moeder met een baby (met als onderschrift OH! You little rascal), een man met een bril bovenop zijn hoofd en een ganzenveer in zijn mond (met als onderschrift Absence of mind. “Remarkable. I have lost my spectacles, and now my pen is gone!”) en drie kinderen in een houten ton (met als onderschrift rub-A-DUB, DUB Three men in a tub). Het laatste is een verwijzing naar een kinderliedje:

Rub-a-dub-dub
Three men in a tub,
And who do you think they were?
The butcher, the baker,
The candlestick-maker,
All put out to sea.

 

De koning

Heerenstraat Amsterdam 1887Er staan twee afbeeldingen van Koning Willem III in het album, zonder vermelding van fotograaf. Ook is er een (slechte) foto van een koninklijk versierde Herenstraat, genomen vanaf de Herengracht in Amsterdam, de geboorteplek van Kasper Jan Karssen (1886-1960), misschien ten tijde van de feesten ter ere van des konings zeventigste verjaardag in 1887.

 

De dominees

Ds. Posthumus Meyjes. Het gaat hier waarschijnlijk om Reinier Posthumus Meyjes (1803-1891), hervormd predikant te IJzerdoorn, Rhenen, Sneek en Amsterdam. Deze dominee hield zich regelmatig bezig met het inzamelen van geld voor goede doelen, zoals de “ Inzameling van Liefdegaven voor de Noodlijdenden te Rhenen ten gevolge van den hagelslag van 7 augustus” 1846 en een inzameling “ten behoeve van de Durgerdammer Visschers” in 1849.

Ds. Gerardus Johannes Vinke (1820-1881), hervormd predikant te Hoevelaken, Beesd, Sneek en Amsterdam.

 

De losse eindjes

Photographie Goupil & Cie. Paris Londres La Haye Berlin New York

DocenEn wie is D.S.Docen, zoals achterop de foto van Deutmann geschreven staat?

We vinden een Daniel Siegfried Docen, die leefde van 1773 tot 1855. Hij was koopman Koloniale Waren van Docen & Zoon. De vennootschap werd in 1857 overgenomen door zijn zoon August Siegfried Docen (1811-1862). In 1869 werd het bedrijf al weer overgedragen aan diens oudste zoon Daniel Siegfried Anthony Docen (1841-1879). Deze was ook directeur van de Amsterdamsche Algemene Onderlinge Vee-Verzekering Maatschappij. In 1878 ging de firma, die nog steeds D.S. Docen en Zn heette, failliet. Een jaar later overleed D.S.A. Docen, maar aangezien hij bij leven een vooraanstaande figuur was staat híj misschien op de foto?

Bennebroek ForbesEn wat doet Waters William Melanchton Bennebroek Forbes (Curaçao 1844-Panama 1887) in het boek?KB 1884 no 14

 

Is dit een zanger? Een toneelspeler?

 

Zo zijn er nog heel veel losse eindjes …. en voor je het weet is het eind zoek:

Ten Kate's Natuurbeschouwing

Maar Goddank! zingt nu cantaten …
Daar komt J.J.L. ten Kate!
Dankt den Heer met snarenspel
Voor Ten Kate J.J.L.
Dat is scheppen, dat is dichten,
Loven, lieven, steunen, stichten …
Zing, ten Kate! zing uw lied!
God vergeet zijn dichter niet!

(spotdicht van Cornelis Paradijs, pseudoniem van Van Eeden)

 

 

Bronnen:


Evert en Nanny Schmit

Het stadhuis van Veere

Remington High Speed Rand Shaver

Tussen de fotospullen in de nalatenschap van mijn vader vind ik een doosje dat zo’n zeventig jaar oud moet zijn. Het bevat geen Remington High Speed Rand Shaver meer, maar wel 57 glasnegatieven in de formaten 9×12 en 6×9 cm, sommige (zwaar) aangetast, maar ook een paar bruikbare.

Eén foto ken ik goed. Het stadhuis van Veere heeft altijd en overal bij mijn ouders aan de muur gehangen, in een lijstje, mijn vader was er kennelijk trots op. Nu zie ik aan die glasnegatieven waarom. Hij had er werk in gestoken.

Drie opnamen maar liefst. Dat deed je niet zo gauw in 1950 met zo’n onhandelbare platencamera. Hoe zit dat?

Ik denk zó: de eerste is in het voorjaar gemaakt, het is kwart over vier (kijk maar op de stadhuisklok), er is wat schaduw, de bomen zijn nog een beetje kaal. En mijn vader is niet alleen, want er is een foto van hem, terwijl hij aan het werk is, op een muurtje in de Stadhuisstraat.

Thuis, bij het afdrukken, ontdekt hij dat er een dikke kras op het negatief zit, die hij probeert weg te stippen (dat is zichtbaar op het origineel) en hij is ook niet tevreden over de stand van de windvaan, een met goud beslagen galjoen. Dus fietst hij in de zomer opnieuw naar Veere. Bomen en struiken zijn uitgelopen, de zon staat hoog aan de hemel, het is kwart over drie en de wind staat goed. Alleen staat er in het straatje een vuilnisbak te blikkeren. Maar ook nu is hij niet alleen. Ik ben met hem mee, nog geen vier jaar oud. Hij stuurt mij het straatje in om die vuilnisbak uit het zicht te zetten. Het lukt mij maar half, het ongemakkelijke ding is veel te groot, er is weinig dekking en zelf moet ik ook uit beeld blijven, roept hij mij toe. Er mag nou niks meer mis gaan. Veel te lang houd ik mij schuil, want ik hoor niet dat ik weer te voorschijn mag komen. Maar het resultaat mag er zijn. Geen ongerechtigheden (waaronder ik) in beeld en mét galjoen. En voor de zekerheid heeft hij nog een extra opname gemaakt. Maar de tweede uit de serie komt aan de muur te hangen, díe heeft de mooiste wolkenlucht.

Veere 1950

Fotoboek Karssen (deel 3)

Jan Karssen, Doortje van der Gragt, hun kinderen en kleinkinderen

Jan Karssen, geboren te Amsterdam op 4 oktober 1814 en aldaar overleden op 7 april 1893, was de tweede zoon van Aalt Karssen en Helena Westenberg. Hij was pakhuisknecht, tapper en koopman. Hij trouwde op 6 april 1840 met Doortje van der Gragt. Zij was op 13 april 1815 geboren in Hoorn. Rond 1840 was ze dienstmeisje in Amsterdam. Haar moeder was Aagje van der Gragt, visvrouw van beroep en haar vader was onbekend. In het bevolkingsregister van 1851-1853 staat bij Doortje het beroep van tapster. Jan en Doortje woonden in Amsterdam, eerst in de Lange Koningstraat en vanaf 1888 aan de Kromboomsloot.

Broer Karsper Karsen maakte deze twee portretten. Ze zijn opgeplakt geweest en de hoeken zijn weggeknipt. Misschien zijn de foto’s gemaakt ter gelegenheid van de viering van hun trouwdag, want die werd regelmatig herdacht. En dan verscheen er een advertentie in de krant. Door bestudering van die advertenties kom je aardig wat aan de weet.

Centraal Bureau voor Genealogie - Familieadvertenties
Advertentie in het Algemeen Handelsblad van 8 mei 1865

Doortje is Dorothea geworden. De advertentie is geplaatst door hunne dankbare kinderen. Op dat moment waren dat er nog zes: Albertus geboren in 1841, Jan geboren in 1842, Dorothea geboren in 1844, Kasper geboren in 1846, Helena Pieternella geboren in 1850 en Wilhelmus Johannes geboren in 1853.

In 1848 was er een dochter Agatha Cornelia geboren maar zij over leed in 1850 op tweejarige leeftijd. En vóór Wilhelmus Johannes was er nog een levenloos kind geboren.

In het fotoboek vinden we de meeste van de kinderen terug.*

*Een van de tantes heeft de foto’s in het boek van namen voorzien. Dat zal zij vanuit haar geheugen gedaan hebben en zoals zij het van haar vader Kasper Jan Karssen gehoord heeft.

Albertus wordt in het fotoboek niet aangewezen. Hij staat er misschien wel in, maar was bij de latere generaties niet meer bekend, omdat hij al in 1889 overleden was.

Intussen bleven de ouders Jan en Dorothea hun huwelijk vieren:

Advertentie Algemeen Handelsblad 7 mei 1870
Advertentie in het Algemeen Handelsblad van 7 mei 1870

NB Twee van de kinderen zijn inmiddels getrouwd.

Advertentie Algemeen Handelsblad 6 mei 1875
Advertentie Algemeen in het Algemeen Handelsblad van 6 mei 1875

NB Van der Gragt is van der Gracht geworden en er zijn kleinkinderen.

Advertentie Algemeen Handelsblad 6 november 1877
Advertentie in het Algemeen Handelsblad van 6 november 1877

NB Dorothea heet nu Dorathea.

Advertentie Algemeen Handelsblad 6 mei 1880
Advertentie in het Algemeen Handelsblad van 6 mei 1880

Inmiddels zijn alle kinderen van Jan en Dora getrouwd. Daarvan zijn de volgende behuwdkinderen in het fotoboek terug te vinden:

Albertus was in 1864 getrouwd met Dina Altena en Dorothea in 1869 met Pieter Christiaan van Oeveren. Of die voorkomen in het fotoboek weten we niet.

De dankbare kinderen zetten in 1885 de volgende advertentie voor hun ouders Jan en Dora in de krant, ter gelegenheid van de 45-jarige echtvereniging:

????????????????????????????????
Centraal Bureau voor Genealogie, familieadvertenties

En in 1887 weer een:

???????????????????????????????
Advertentie in het Algemeen Handelsblad van 6 november 1877

NB Dit is een interessante vanwege de 27 kinderen, behuwd- en kleinkinderen.

De volgende kleinkinderen zijn in het fotoboek geïdentificeerd:

Jan en Dora halen ook nog hun 50-jarig huwelijksfeest. De volgende advertentie verscheen op 24 april 1890 in ‘Het nieuws van den dag: kleine courant’:

50j huwelijk

Jan overlijdt op 7 april 1893 op 78-jarige leeftijd.

Advertentie in Het nieuws van den dag: kleine courant van 11 april 1893

De weduwe heet nu weer Van der Gragt. Haar man was blijkens een advertentie in het Algemeen Handelsblad van 3 mei 1893 grossier in zout en zeep geweest.

zout en zeepDe zoon, die de zaak samen met haar voortzet, is Willem, de jongste. Later zal hij soda aan het assortiment toevoegen.

Dora overlijdt op 10 maart 1895, zij is op een maand na 80 jaar geworden. En hoewel er vele Dorothea’s na haar kwamen -in ieder geval een dochter en vijf kleindochters- en zij nog steeds Dorothea of Dorathea was in de advertenties, is ze nu weer gewoon Doortje van der Gragt.

Advertentie in Het nieuws van de dag: kleine courant van 13 maart 1895
Advertentie in Het nieuws van de dag: kleine courant van 13 maart 1895

 

Tot slot nog twee portretten van Jan en Doortje uit het album. Ze zijn door de fotograaf Albert Greiner genomen en op kabinetformaat (14 x 9,5 cm) afgedrukt. Volgens de opdruk van door de fotograaf verkregen medailles van verdienste zal het na 1878 geweest zijn.

 

Bronnen:

  • Stadsarchief Amsterdam, adresboeken
  • Stadsarchief Amsterdam, archief van het bevolkingsregister
  • Stadsarchief Amsterdam, archief van de burgerlijke stand
  • www.wiewaswie.nl
  • www.zoekakten.nl

Nanny Schmit

Fotoboek Karssen (deel 2)

 

De oudste foto in het album?

Het is lastig om de foto’s te dateren. Meestal is niet eens bekend wie er op de foto afgebeeld is. Je kunt opzoeken wanneer een bepaalde fotograaf werkzaam is geweest, je kunt een schatting maken aan de hand van de kleding die gedragen wordt en hoe de personen afgebeeld werden. Je kunt de uitvoering van de afdruk bestuderen. In de loop der tijd werden ze op steeds dikker karton geplakt. De beeldmerken van de fotografen achterop de foto’s werden steeds meer uitgewerkt.

Er bevindt zich één foto in het album die gemaakt is door het Photographisch Atelier K. Karsen & C. Hamburger in Amsterdam. Aangezien dit atelier maar heel kort bestaan heeft, is de foto goed te dateren en weten we dat hij vrij oud is.

Eerst laten wij Wilfred van Leeuwen aan het woord. Die schrijft in een artikel ‘De oudste fotoateliers van Amsterdam’:

“ In de jaren 1863-1864 kende Amsterdam een kleine explosie van nieuw gebouwde fotoateliers, zowel van amateur- als van beroepsfotografen. Opvallend is dat de meeste niet door de gebruikelijke bouwers, de timmerman-architecten, werden ontworpen, maar door bekwame architecten als G.B. Salm, I. Gosschalk en J.H. Leliman. Dit duidt erop dat opdrachtgevers voor deze innovatieve bouwopgave hoge eisen stelden en zorgvuldige studie verlangden. De lichtgevoeligheid van met zilververbindingen bewerkte koperplaten en fotopapier was nog te gering om het zonder overvloedig licht te kunnen stellen. Om nu zoveel en zo egaal mogelijk licht binnen te laten, moest er bij voorkeur met glas en ijzer geconstrueerd worden; daarvoor waren bekwame en geavanceerde ontwerpers nodig. Leliman ontwierp in april 1864 een ‘photographisch atelier’ met een donkere kamer in een tuin aan de Achtergracht bij de Amstel. Die was waarschijnlijk grotendeels van hout, met gietijzeren trekstangen en bovenlichten. Het atelier was opgezet door de kunstschilders Kaspar Karsen en Conrad Hamburger, beiden lid van Arti et Amicitiae, waarvan Leliman eveneens de architect was.”

 

Advertentie in het Algemeen Handelsblad van 29 augustus 1864

 

Dat smaakvolle en geheel naar de eisen van de tijd ingerichte fotoatelier zag er misschien zo uit:


Dit is een houtgravure door Florimond van Loo van het fotoatelier van Charles d’ Hoy in Gent. De afbeelding is te vinden in de ‘Eenvoudige handleiding tot de photographie op collodium’ van Désiré van Monckhoven, verschenen in 1863.

Over het atelier van de ‘photographist’ schrijft hij dat het “behoort enigszins in de hoogte in het bovendeel van het huis of op een plat geplaatst te wezen. Eene der zijden moet geheel dicht zijn.” De andere zijde – meestal op het noorden zoals een schildersatelier – is voorzien van glasruiten “die men bijzonder dik, en liever wit of blaauwachtig dan groen- of geelachtig moet nemen. Die ruiten, wanneer zij te dun zijn, breken te licht bij stormweder, door hagel of door eenige andere uitwendige oorzaak. Zijn zij groenachtig inzonderheid geelachtig, dan wordt de duur van ‘t poseeren daardoor aanmerkelijk verlengd.”

 

Terug naar Karsen en Hamburger. De beide heren hadden de vennootschap op 18 mei 1864 laten registreren bij notaris W. Klinkhamer (Ned. Staatscourant 22 mei 1864):

Maar op 9 januari 1866 was de vennootschap alweer ontbonden:

Advertentie in de Staatscourant van 21 januari 1866
Advertentie in de Staatscourant van 21 januari 1866

 

En daarmee is de foto van de onbekende dame dus te dateren op plus minus 1865.

 

 

Bronnen:

Nanny Schmit