Wonderdoosje

Het wonderdoosje geeft zijn geheim prijs

Nooit heb ik me afgevraagd hoe het kwam dat, aan welke kant je het doosje ook openschoof, altijd onmiddellijk het muisje tevoorschijn sprong. Een wonder is een wonder en dat moet je zo houden. Maar nu is het doosje spontaan opengebarsten en zie: er zitten twee muisjes in, aan elke kant één.

De kunst van het dalen

Dichten met boektitels

Martin Bons, De kunst van het dalen (2015)
Josie Dew, Alle remmen los, oorspronkelijk Slow Coast Home (2003)
Philip Roth, Laat maar gaan, oorspronkelijk Letting Go (1972)
Gerard Kornelis van het Reve, Op weg naar het einde (1963)

De achtergrondtekening is uit: Helden van de Tour, van Jan Cleijne (2013)

Welkom in de wereld van …

Welkom in de wereld van de prostaatkanker sprak zij opgewekt. Ik voelde me gelijk een stuk beter. Ik dacht nog wel: heb ik dat, maar ik zei: ik geef geen krimp. Dat had andersom gemoeten. Ik nam me voor vanaf nu beter op te letten. Een vriend van mij heeft het ook, die deed het wel meteen goed. Dat wordt vechten met de engel, zei ik, toen ik het van hem hoorde, daar kom je niet ongeschonden van af. Mijn vriend drukt het iets anders uit, volgens hem ben je gewoon aan de heidenen overgeleverd, niet meer en niet minder.

Een serie impressies opgeschreven tussen september 2014 en maart 2015 en nu hier bijeengebracht.

De zandauto

Middelburg 1953

Wij woonden langs de Nieuwe Vlissingseweg. We gingen lopend naar school. Voorbij de Trambaan en de bakker, naar de Piet Heinstraat, langs het nieuw uitgegraven kanaal, de busremise en de lagere school aan de Dorus Rijkersstraat, waar ik op zat. Mijn zusje zat op de kleuterschool en die was nog veel verder, helemaal op ‘t Zand. Om daar te komen moest ze eerst de Koudekerkseweg oversteken en die was gevaarlijk, want daar reden de zandauto’s. Dat waren grote vrachtauto’s met een bak, die kon kiepen, vol zand. Wel zes wielen hadden ze. Het waren dus zestonners. Dat wist elke jongen. Mijn zusje was door mijn moeder op het hart gedrukt wat ze moest doen. Goed kijken en als er een zandauto aankwam: wachten tot die voorbij was.

Ik speelde met de jongens op het schoolplein. Aan het eind van de straat, op de Koudekerkseweg, was een opstootje. Vast een ongeluk. Wij wilden er naar toe. Maar de bel ging en we moesten naar binnen. Als een klein bang vogeltje zat ik in de klas. Het zou toch niet… Laf dat ik niet toch was gaan kijken. Maar misschien viel het mee, was het niet mijn zusje. Totdat er een meneer de klas in kwam en met de juffrouw praatte. Ze keek naar mij en ik moest mee met die meneer achterop de fiets om mijn moeder op te halen.

Bij de Koudekerkseweg dromden nog steeds veel mensen samen en er stond een vrachtauto aan de verkeerde kant van de weg met zijn neus in de bosjes. Midden op straat lag een hoop zand. Wij werden een showroom aan de overkant van de weg ingebracht. Daar lag mijn zusje, op een soort veldbed waarvan de poten ingeklapt waren, te vloeken als een ketter.

Vandomme vandomme vandomme. Wat zegt dat kind toch, vroegen de streng gereformeerde Zeeuwen aan mijn moeder. Mijn moeder improviseerde. Ze zegt: wat dom hè, wat dom hè, wat dom hè. De Zeeuwen haalden opgelucht adem. Arm kind.

Ze had nog zo goed uitgekeken. Gewacht tot die zandauto voorbij was en toen was ze overgehold. Was er vandomme een tweede zandauto achteraan gekomen. Daar wist zij niets van. In een flits had de chauffeur zijn stuur omgegooid waarbij hij een deel van zijn lading was verloren. Mijn zusje had een schaafwond aan haar gezicht en later bleek een gebroken been. Ze lag verloren in een hoopje zand. Omstanders hadden haar op een veldbed gelegd en weggedragen.

De volgende dagen gingen wij op bezoek in het ziekenhuis. Ik nam snoep mee. De nog steeds dodelijk geschrokken chauffeur bloemen. En mijn vader zijn fototoestel. Het gebroken been was loodrecht omhoog getakeld. Als we de zaal opkwamen zat Rika met haar armen om dat been heen op ons te wachten. Ik vond dat onwaarschijnlijk knap.

Evert