Loodstender

Een loodstender is een snelle motorboot met een kleine bemanning die vanuit een haven een loods aan boord brengt van zeeschepen die daarom verzoeken, of omgekeerd van uitvarende schepen de loods ophaalt.

Boulevard De Ruyter

In Vlissingen logeerden wij vorig jaar in het hotel De Belgische Loodsensociëteit aan de Boulevard De Ruyter. Dat is het roomwitte gebouw rechts op de foto. Wij hadden een prachtig uitzicht op de Westerschelde en de binnenkomende en uitvarende schepen.

MSC Altamira op de Westerschelde bij Vlissingen op 25-6-2015

En op de tenders die vanuit een klein pilot-haventje de loodsen van en naar de schepen brachten. Er lagen drie tenders, een oranje voor de Nederlandse en twee rode voor de Vlaamse loodsen. Die verzorgen gezamenlijk het scheepsverkeer over de Westerschelde naar Antwerpen en terug. In vroeger tijden, toen de schepen nog van hout waren en de mannen van staal, gebeurde dat in een moordende onderlinge concurrentieslag. Daarbij werden aan Nederlandse kant zoals gewoonlijk de gemeenste trucs uitgehaald, zoals het bekleden van de bodems van de roeiboten met dun koperbeslag, waardoor er minder aangroeisel was en de boten sneller gingen, waar de Vlamingen zo gauw niet van terug hadden. Maar heden ten dage gaat alles in goed overleg en is de verdeling tot achter de komma afgesproken: 72,5% van de boten is voor de Vlaamse loodsen en 27,5% voor de Nederlandse.

Tussen de glasnegatieven van mijn vader (zie ook: Het stadhuis van Veere) vind ik een foto uit 1950 van een loodstender op de Westerschelde voor Vlissingen, die er opgepoetst zo uitziet:

Westerschelde 1950

 

In 2015 sta ik op het Roeiershoofd en maak een foto van een uitvarende tender. Het water van de Westerschelde is onstuimig en ziet groen. En de vogel in de lucht? Die is kennelijk niet weg geweest.

Westerschelde 2015

De Belg zet er duidelijk de sokken in. Maar hij heeft dan ook wat goed te maken. De Happy Fellow ligt al een tijdje te wachten in de monding van de rivier, zwarte rooksignalen uitzendend. Zonder loods durft hij echt niet verder. Maar ook wij hebben geluk. Meestal legt de tender aan de andere kant aan, nu blijft hij aan bakboord om de loods af te zetten. En de zon breekt door.

LPG-tanker Happy Fellow op de Westerschelde bij Vlissingen op 23-6-2015

 

Mijn Pentax Automatic

2016 Alkmaar - Pentax K-Automatic [20160306-Pentax K5IIs-13195]Mijn Pentax gaat soms zijn eigen gang. De hele ochtend had ik foto’s genomen in het Gulden Vlies, dat is een etablissement in de binnenstad van Alkmaar, van een schaaktoernooi. Een beetje moeizame foto’s. Lag niet aan die schakers of aan het Vlies. Lag duidelijk aan mij. Want ik was nog niet buiten of het eigenwijze toestel neemt er op eigen houtje ook nog een. Kraakhelder. En zo gemakkelijk. Wel een beetje bewogen en een tikje uit het lood, maar dat lag niet aan het apparaat, maar wederom aan mij, want ik probeerde precies op dat moment te ontsnappen aan een automobiel die het duidelijk op ons gemunt had en waarvan een koplamp nog net in beeld is. Een volgende keer mag de eigengereide waaghals het alleen doen. Ga ík een rondje door de stad, hapje eten, wat drinken, en aan het eind spreken we dan weer ergens af. Vrije uitloop, voor iedereen het beste. En veiliger voor mij.

Noorderhof

Bronzen plaquette van de plattegrond van de Noorderhof naar een ontwerp van de architect Krier

 

Noorderhof is een buurt in het Amsterdamse stadsdeel Nieuw-West, voorheen stadsdeel Geuzenveld/Slotermeer. De wijk wordt begrensd door de Slotermeerlaan in het westen, het parkeerterrein van het Sloterparkbad in het zuiden, de Frans Bastiaansestraat in het oosten en de Burgemeester Röellstraat in het noorden.

Het stedenbouwkundig ontwerp werd in de jaren ’90 van de 20e eeuw door het Berlijnse bureau van de Luxemburgse architect Rob Krier en zijn partner Christoph Kohl vervaardigd in samenwerking met woningcorporatie Het Oosten en het stadsdeel. De bouw van de wijk, die 230 woningen telt, startte in 1995 en is voltooid in 1999.

De woonwijk is in alles het tegendeel van de architectuur en stedenbouw van de omringende modernistische westelijke tuinsteden, die gebouwd zijn volgens de uitgangspunten van het Nieuwe Bouwen en het daarop gebaseerde Algemeen Uitbreidingsplan van Cornelis van Eesteren uit 1935. Rond een bestaande katholieke kerk van Granpré Molière zijn woningen in besloten straatjes en pleintjes aangelegd. Een hoger complex met appartementen voor senioren sluit de wijk af. De door zes binnen- en buitenlandse architecten ontworpen individuele woningen zijn door Krier over het plan verdeeld. Aan de hoekwoningen is extra aandacht besteed.

Opvallend is het verschil in waardering van de wijk. Terwijl veel architecten en stedebouwkundigen het werk van Krier en zijn opvattingen over architectuur en stedenbouw met dedain bekijken en als achterhaald bestempelen, blijken de woningen erg gewild.

 

Bronnen: eigen foto en aangepaste tekst (uit: wikipedia en architectuurgids.nl)

Hoe houd ik het uit met die hond

Dichten met boektitels
Dichten met boektitels
  • Wim Kan, Soms denk ik wel eens bij mezelf… (Boekenweekgeschenk 1983)
  • Stephen Baker, Hoe houd ik het uit met die hond (How to live with a neurotic dog, 1966)
  • Midas Dekkers, Miauw (1980)

De honden zijn getekend door Eric Gurney en komen uit het boekje Hoe houd ik het uit met die hond en de poezenkop staat op de omslag van Miauw en is van Maus Slangen

Domburgse watergang met theekoepel De Griffioen en Seismolen

Middelburg 2015 – Theekoepel De Griffioen en Seismolen (inzet glasplaat omstreeks 1950)

Vorig jaar zomer waren we een paar dagen in Zeeland, op Walcheren, en daar vonden we een paar plekken, die mij terug voerden naar de tijd waarin mijn vader mij meenam als hij de foto’s ging maken waarvan ik nu nog enkele glasplaten bezit. Eén van die plekken was de Domburgse watergang bij Middelburg. Daaraan lag, net buiten het bolwerk, een landgoed met een groot herenhuis, De Griffioen geheten, en een theekoepel. Die theekoepel staat op een glasplaat uit 1950, met op de achtergrond De Seismolen. Zowel theekoepel als molen zijn, zoals te zien is op mijn foto uit 2015, in de loop van de jaren opgeknapt. Het herenhuis bestaat ook nog maar heeft een kantoorbestemming gekregen en is op geen van de foto’s (goed) zichtbaar. Het terrein van het landgoed is volgebouwd met woningen, want ook Middelburg is veel groter geworden dan het in mijn kindertijd was en er ligt nu een hele wijk die Griffioen heet. Feiten die mijn foto zoveel mogelijk probeert te ontkennen, zie ik nu.



Beschrijving van Buitenplaats ‘De Griffioen’ in Middelburg

Pand met vijf traveeën brede rechte gevel en schilddak door pirons bekroond. Boven de strakke lijst twee getoogde dakkapellen met vleugelstukken. Eenvoudige voordeuromlijsting. XVIII. Op het terrein van het huis aan de watergang: Theekoepel. Vrijstaand verdiepingloos vierzijdig gebouwtje met rond gebouwde hoeken. Deuren- aan land- en waterzijde -met omlijsting en bekroning van snijwerk. Schilddak door vaasjes bekroond. XVIII.

Rijksmonument nummer: 29486

(bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)


Wonderdoosje

Het wonderdoosje geeft zijn geheim prijs

Nooit heb ik me afgevraagd hoe het kwam dat, aan welke kant je het doosje ook openschoof, altijd onmiddellijk het muisje tevoorschijn sprong. Een wonder is een wonder en dat moet je zo houden. Maar nu is het doosje spontaan opengebarsten en zie: er zitten twee muisjes in, aan elke kant één.

De kunst van het dalen

Dichten met boektitels

Martin Bons, De kunst van het dalen (2015)
Josie Dew, Alle remmen los, oorspronkelijk Slow Coast Home (2003)
Philip Roth, Laat maar gaan, oorspronkelijk Letting Go (1972)
Gerard Kornelis van het Reve, Op weg naar het einde (1963)

De achtergrondtekening is uit: Helden van de Tour, van Jan Cleijne (2013)

Welkom in de wereld van …

Welkom in de wereld van de prostaatkanker sprak zij opgewekt. Ik voelde me gelijk een stuk beter. Ik dacht nog wel: heb ik dat, maar ik zei: ik geef geen krimp. Dat had andersom gemoeten. Ik nam me voor vanaf nu beter op te letten. Een vriend van mij heeft het ook, die deed het wel meteen goed. Dat wordt vechten met de engel, zei ik, toen ik het van hem hoorde, daar kom je niet ongeschonden van af. Mijn vriend drukt het iets anders uit, volgens hem ben je gewoon aan de heidenen overgeleverd, niet meer en niet minder.

Een serie impressies opgeschreven tussen september 2014 en maart 2015 en nu hier bijeengebracht.

De zandauto

Middelburg 1953

Wij woonden langs de Nieuwe Vlissingseweg. We gingen lopend naar school. Voorbij de Trambaan en de bakker, naar de Piet Heinstraat, langs het nieuw uitgegraven kanaal, de busremise en de lagere school aan de Dorus Rijkersstraat, waar ik op zat. Mijn zusje zat op de kleuterschool en die was nog veel verder, helemaal op ‘t Zand. Om daar te komen moest ze eerst de Koudekerkseweg oversteken en die was gevaarlijk, want daar reden de zandauto’s. Dat waren grote vrachtauto’s met een bak, die kon kiepen, vol zand. Wel zes wielen hadden ze. Het waren dus zestonners. Dat wist elke jongen. Mijn zusje was door mijn moeder op het hart gedrukt wat ze moest doen. Goed kijken en als er een zandauto aankwam: wachten tot die voorbij was.

Ik speelde met de jongens op het schoolplein. Aan het eind van de straat, op de Koudekerkseweg, was een opstootje. Vast een ongeluk. Wij wilden er naar toe. Maar de bel ging en we moesten naar binnen. Als een klein bang vogeltje zat ik in de klas. Het zou toch niet… Laf dat ik niet toch was gaan kijken. Maar misschien viel het mee, was het niet mijn zusje. Totdat er een meneer de klas in kwam en met de juffrouw praatte. Ze keek naar mij en ik moest mee met die meneer achterop de fiets om mijn moeder op te halen.

Bij de Koudekerkseweg dromden nog steeds veel mensen samen en er stond een vrachtauto aan de verkeerde kant van de weg met zijn neus in de bosjes. Midden op straat lag een hoop zand. Wij werden een showroom aan de overkant van de weg ingebracht. Daar lag mijn zusje, op een soort veldbed waarvan de poten ingeklapt waren, te vloeken als een ketter.

Vandomme vandomme vandomme. Wat zegt dat kind toch, vroegen de streng gereformeerde Zeeuwen aan mijn moeder. Mijn moeder improviseerde. Ze zegt: wat dom hè, wat dom hè, wat dom hè. De Zeeuwen haalden opgelucht adem. Arm kind.

Ze had nog zo goed uitgekeken. Gewacht tot die zandauto voorbij was en toen was ze overgehold. Was er vandomme een tweede zandauto achteraan gekomen. Daar wist zij niets van. In een flits had de chauffeur zijn stuur omgegooid waarbij hij een deel van zijn lading was verloren. Mijn zusje had een schaafwond aan haar gezicht en later bleek een gebroken been. Ze lag verloren in een hoopje zand. Omstanders hadden haar op een veldbed gelegd en weggedragen.

De volgende dagen gingen wij op bezoek in het ziekenhuis. Ik nam snoep mee. De nog steeds dodelijk geschrokken chauffeur bloemen. En mijn vader zijn fototoestel. Het gebroken been was loodrecht omhoog getakeld. Als we de zaal opkwamen zat Rika met haar armen om dat been heen op ons te wachten. Ik vond dat onwaarschijnlijk knap.

Evert