Vleermuis 14

Schiphol 1959


In de paasvakantie van 1959 hingen wij (mijn neef Kasper en ik) dagenlang op Schiphol rond. Daar struinden we de vestigingen van de luchtvaartmaatschappijen af op jacht naar time tables. Hele boekwerken maakten we buit. Thuis in Amstelveen bezaten we elk een eigen luchtvaartmaatschappij met een virtuele vloot, nagetekende time tables en zelf gemaakte vluchtschema’s. En we maakten foto’s met onze Kodak Box camera’s. Zeker toen er een Tupolev TU-104A landde. Het was de CCCP-42393 van de Sovjet-Russische Aeroflot. We waren een jaar te laat.

*

Op 8 juli 1958, kwam de eerste Tupolev aan op Schiphol. Het straalvliegtuig scheerde de bosjes langs de Schipholweg, die korte tijd afgezet werd. De landingsbaan bleek gelukkig lang genoeg en de remparachutes hoefden niet te worden gebruikt, tot opluchting van de luchthavenautoriteiten.

Onder opvallend grote belangstelling landde op maandag 7 juli 1958 voor de eerste maal een Tupolev Tu-104 straalverkeersvliegtuig van Aeroflot op Schiphol. Met een hoge gemiddelde snelheid van ruim 700 km/u was het indrukwekkende Russische toestel door gezagvoerder Pjotr Soldatev in 3 uur en 15 minuten via Denemarken van Moskou naar de Amsterdamse luchthaven gevlogen voor een eerste technische proefvlucht. De opening van de lijndienst naar Moskou zou negentien dagen later plaatsvinden. Het radiocontact in het Engels tussen de cockpitbemanning en de verkeersleiding op Schiphol had geen problemen opgeleverd en de Tu-104A met de registratie CCCP-L5442 had geen moeite gehad met de landing op baan 19, met ruim 2500 meter de langste op Schiphol. De drie remparachutes (een bijzonder hulpmiddel van het Russische toestel bij lastige landingen) hoefden niet te worden gebruikt. De aankomst van de Tu-104 CAMEL op Schiphol was groot nieuws in Nederland. De kranten stonden er vol van. ‘De mensenmenigte was enorm. Alle terrassen, cafés, loopbruggen, trappen en toegankelijke daken zagen zwart van de nieuwsgierigen. Zelfs op de weg stonden honderden die de aankomst wilden meemaken,’ schreef De Telegraaf.

(Dick van der Aart: De spionnen van Aeroflot)

De volgende dag vloog het toestel een rondje boven het IJsselmeer, waarbij de gezagvoerder Pjotr Soldatov het niet kon laten om indruk te maken op zijn gasten. Voor de sopraan Erna Spoorenberg kon het niet hoog genoeg gaan.

Met een onbarmhartige stijgsnelheid van 15 meter per seconde joeg Pjotr Soldatov het Russische straalverkeersvliegtuig de lucht in. Achteraf vertelde de tweede piloot ons minzaam glimlachend, dat dit stijgingspercentage niets bijzonders is: “We hebben u al te grote sensaties willen besparen, maar de Tupolev kan desnoods 25 meter per seconde (dat is 1500 meter per minuut) stijgen”.

De piloot, die een zakdoek om zijn hals had geknoopt om ondanks de hitte in de cockpit zijn boord schoon te houden, draaide boven het IJsselmeer opvallend stoere bochten, waarbij het vliegtuig stijl op zijn kant overhelde. Voor de landing ging de machine op grote hoogte over in een duik van maar liefst 30 graden. Zelfs gezagvoerder A. van Ulsen, chef-vlieger van de KLM in Europa en het Midden-Oosten, was dat een beetje te bar: “De dalingshoek bedraagt normaal 15 graden“, vertelde hij. Zijn echtgenote, de zangeres Erna Spoorenberg, die ook tot de gasten behoorde en voor het eerst een vlucht in een straalvliegtuig maakte, vond het evenwel “een plezierige sensatie”.

(De Tijd 9 juli 1958)

Drie weken later is piloot Pjotr Soldatov al een stuk voorzichtiger. Op weg naar Amsterdam durft hij niet te landen, omdat de baan nat is. Hij wijkt uit naar Kopenhagen.

Tupolev met ruim vijf uur vertraging op Schiphol

Pjotr Soldatev durft landing op natte landingsbaan niet aan.
De openingsvlucht van de Aeroflot op de lijn Moskou-Amsterdam heeft wel duidelijk bewezen, dat Schiphol, nu de langste landingsbaan tijdelijk buiten gebruik is gesteld, echt niet berekend is op vliegtuigen als de Russische Tupolev, alle verkeersafzettingen ten spijt. En het zal wel behelpen en improviseren blijven tot in september baan 19 weer benut kan worden. Pjotr Soldatov had ‘s morgens de landing niet aangedurfd omdat de baan na een paar fikse regenbuien kletsnat was. Op het Deense vliegveld Kopenhagen heeft hij een tussenlanding gemaakt en daar rustig afgewacht tot het zicht boven Amsterdam wat beter was en de landingsbaan was droog gewaaid. Collega’s van andere luchtvaartmaatschappijen die het weertype boven ons land al wat langer kennen, zullen de Russische gezagvoerder kunnen voorspellen, dat er in de komende weken ongetwijfeld nog wel eens een tussenlanding in Kopenhagen voor hem in het verschiet ligt.

(De Tijd 28 juli 1958)

Nog weer een paar maanden later worden bij een landing met staartwind de remparachutes voor het eerst gebruikt en krijgt de Tupolev, die door zou vliegen naar Parijs, Schiphol als eindbestemming.

De Tupolev-104 van de Russische luchtvaartmij. „Aeroflot” maakte gisteren in het mistige weer op baan 19 van Schiphol een landing, waarbij halverwege het 2850 meter lange beton twee remparachutes uit de staart werden ontplooid teneinde de landingssnelheid af te remmen. De Tupolev-104, met aan boord 45 passagiers, kwam met een vrij grote snelheid aan de grond en aangezien het toestel daarbij nog een staartwind had van ongeveer 13 km in het uur, besloot de gezagvoerder beide remparachutes te gebruiken, een unicum bij een landing van een burgervliegtuig op de Amsterdamse luchthaven. Voor de eerste maal zou de Tupolev gisteren na de tussenlanding op Schiphol doorvliegen naar Parijs. De gezagvoerder had evenwel pech. De weersomstandigheden op Le Bourget waren zodanig, dat het landen met een straalverkeersvliegtuig aldaar niet verantwoord was. Daarom werd Amsterdam toch weer eindstation. Van de 45 inzittenden hadden 32 passagiers Parijs als eindbestemming. Zij keken wel vreemd op, toen zij vernamen, dat zij moesten overstappen in een „Viscount” van de K.L.M.

(Algemeen Handelsblad 29 november 1958)

Maar het is dan al niet meer dezelfde Tupolev, waarmee Pjotr Soldatov de blitz maakte toen hij over het IJsselmeer vloog, want daar gebeurde op 15 augustus 1958 iets vreselijks mee:

Aeroflot Flight 4 (Russian: Рейс 4 Аэрофлота Reys 4 Aeroflota) was a scheduled domestic passenger flight from Khabarovsk to Moscow with a stopover in Irkutsk that crashed on 15 August 1958, killing all 64 passengers and crew aboard the aircraft. It was the first fatal accident involving a Tupolev Tu-104.

The aircraft involved in the accident was a Tupolev Tu-104A equipped with two Mikulin AM-3M engines registered as CCCP-Л5442 to the Moscow Civil Aviation Directorate of Aeroflot, the national flag carrier. At the time of the accident the aircraft had endured 1041 flight hours and 401 pressurization cycles.

In attempts to avoid the clouds the airliner increased altitude to levels unsafe for the aircraft at the current weight, and combined with the updrafts present in the clouds, the aircraft stalled, during which the engines flamed out and the landing gear was extended. The failure of the engines and disorientation of the crew, from accompanied failure of the artificial horizons, rendered recovery nearly impossible.

(Wikipedia)

En Pjotr Soldatov? Ontsprong hij de dans? Ik denk het. Want in 1961 en 1962 vestigde hij als co-piloot samen met Ivan Sukhomlin nog vrolijk twee wereldrecords met een Tupolev TU-114.

12 July 1961
Altitude with payloads of 25,000 to 30,000 kg (55,115 to 66,138 lb)
Pilot: Ivan Sukhomlin (USSR)
2nd pilot: Piotr Soldatov Course/place: Vnukovo (USSR)
12,073 m (39,610 ft)

21 April 1962
Maximum speed on a 10,000-km (6,210-mile) closed circuit with payloads of 1,000 to 10,000 kg (2,205 to 22,046 lb)
Pilot: Ivan Sukhomlin (USSR)
2nd pilot: P. Soldatov Course/place: Sternberg-Point Observatory (USSR) Tu-114 ‘76467’
737.352 km/h (458.169 mph)

(Wikipedia)

Vleermuis 11


Verdwaalde heiligenbeelden

In 1960 won mijn vader vijftig gulden met een foto die hij had ingestuurd voor de nationale fotowedstrijd “De plaats waarin wij wonen”. Dit laatste had hij ruim opgevat, want hij woonde in Amstelveen en de foto was genomen aan de De Ruijterkade in Amsterdam, waar hij werkte.

Het krantenknipsel heeft mijn moeder uit het Amstelveens Weekblad geknipt. Als je de de krant haalde dan betekende je wat vond zij. En met kleine prijsjes kon je haar erg gelukkig maken.

Zoals de vulpen van Het Parool. Voor hondstrouwe lezers of zo. Alleen ging de glans daar een beetje vanaf toen bleek dat bijna iedereen bij ons in Amstelveen zo’n ding had. Maar die landelijke zesde prijs van mijn vader die stond.

Amsterdam 1960

En wat die heiligenbeelden betreft: het negatief van de bekroonde foto is mijn vader volgens zijn aantekeningen (hij was zorgvuldig, maar toch) kwijt geraakt. Gelukkig was er nog een tweede foto. Wachtend op transport heeft hij die genoemd.


Zie ook: De foto’s van mijn vader deel 1, deel 2, deel 3

Vleermuis 10

Noordermaatweg
Heemskerk 1 april 2020

Woensdag is mijn Fit-met-Visie-dag. Maar de sportschool is dicht. Er moet dus geïmproviseerd worden. Want ik moet fit blijven. Ik ben de jongste niet meer. Zegt mijn buurvrouw. In ons hofje zeggen we mekaar de waarheid. Daarom vanmorgen in alle vroegte een rondje Noordermaatweg gedaan. Zeven kilometer in gezwinde pas. Net op tijd terug voor het ontbijt. Daarna nog wat oefeningen gedaan. Gewoon middenin de kamer. Opdrukken en zo. Dat soort werk. Ging prima. Veel beter dan wanneer je eerst aan al die akelige apparaten gehangen hebt. Maar veel gekker moet het toch niet worden. Waarom krijgen we geen huiswerk op? Waar blijft dat filmpje met aanmoedigingen van onze instructeur?

Vleermuis 9

Soms is de kortste
weg het mooist en daar is het
dan snel mee gedaan

Loch Creran is een loch dat aan de westkust van Schotland vanuit zee diep het land insnijdt. Op onze fietstocht door Engeland en Schotland in de zomer van 1975 lag het meer op onze route naar Fort William mooi in de weg.

De A828 maakte een grote bocht helemaal om Loch Creran heen. De oude spoorbrug naar Creagan aan de overkant bracht uitkomst. Het was nog een hele hijs om er vanaf de weg met onze zwaarbeladen tandem op te komen, maar toen hadden we ook wat: een hele brug voor ons alleen.

De oude spoorbrug over Loch Creran nabij Creagan in 1975

Nu neemt ook de A828 de kortste route en is de oversteek lang zo mooi niet meer:

Vleermuis 8


Schoenmakerij W.J. Vleugel (Amsterdam 1950)

Schoenmaker W.J. Vleugel, hier aan het werk in zijn werkplaats aan de 1e Helmersstraat nr 150 in Amsterdam, omstreeks 1950


Nanny’s eerste schoentjes

Wijnandus Johannes Vleugel is de opa van Nanny. Zij is naar hem vernoemd. Hij leefde van 1889 tot 1965


Voor wie stevig in zijn schoenen staat

Nanny zit op tekenles. De online opdracht van haar tekenlerares Yvonne Zomerdijk kreeg de titel “Voor wie stevig in zijn schoenen staat” en luidde: teken of schilder in je eigen stijl je lievelingsschoenen; zet ze neer of houd ze aan, teken ze van boven of van opzij, maar bewandel vooral je eigen pad

Vleermuis 7

Vannacht heeft de tijd een sprongetje van een uur gemaakt. Zomertijd. Mag dat zomaar? Ik zie voordelen. We zijn opeens een uur opgeschoven in de richting van … Nanny vindt mij elke dag iets minder aardig nu we de hele tijd op elkaars lip zitten. Dat moet niet te lang duren. Dus dat verdonkeremaande uurtje komt goed van pas. Alle kleine beetjes helpen.

Lok hem met wat lekkers

Op onze dagelijkse rondje lezen we over de lekkerbekparkiet Japie, die het thuis niet uithield en er tussenuit gepiept is.

Lok hem met wat lekkers

Want hij is wat dorstig

Een raadselachtige gedachtesprong brengt me bij de briefjes die op vondelingen werden aangetroffen in de negentiende eeuw en die Nanny bij haar naspeuringen op het Amsterdamse Stadsarchief gevonden heeft. Op die briefjes staan de hartenkreten van de moeder en soms ook nog wat aanwijzingen.

Geertruida Hebbelijk

Op 29 november 1841 om half negen ‘s avonds wordt een kind, ongeveer drie maanden oud, gevonden op de stoep van de Herengracht 145 in Amsterdam, met een briefje op haar kleertjes gespeld:

“Dit kind is hier neergelegen uit grootte arremoe het kind is niet gedoop Zij is mijn lief maar niet weten om er deur te komen het kind zouw gedoop worde maar ik heb geen goed Zij is griffemeerd G V D h Geertruida nu hoop ik als dat de goede mensen medelijdent zal wezen.”

Geertruida Hebbelijk (de achternaam kreeg zij in het weeshuis) zou opgroeien, zeven kinderen krijgen en de overgrootmoeder van Nanny worden.

Ook zo’n briefje werd gevonden op het jongetje Pieter de Boer. Dat is geen familie van ons, maar ik laat het toch zien, omdat het behalve hartverscheurend ook grappig is en vooral erg praktisch.

Want hij is wat dorstig

“Dit Kind Heet pieter de Boer Geboore op de vierde December 1840 en Heeft tot nog toe geen borst gehad maar is gewent uit een Kroes met een tuitje te drinke water en melk met Zuiker en Smorgens en Zavens een Sneetje wittebroot en water en melk met Zuiker gedoopt en Smiddags uit de pot maar dan is het Gewent eers een Kroessie drinken en tussen bijde ook een kroessie want Hij is wat dorstig.”

En de moeder had ook nog wat extra spulletjes meegegeven, getuige het vondelingboek:

“Zijnde bij hetzelve tevens gevonden een Trekpotje welke om het lijf was vastgebonden, en was ook voorzien van een dubbeld Breukbandje”

Stadsarchief Amsterdam, inventaris nr 344, het archief van de inrichting voor stadsbestedelingen, inneemboek 393

Vleermuis 5

Parijs 1986

Kijk, dit kan dus even niet meer. Zelfs het kandidatentoernooi is nu gestopt. Halsoverkop vlogen de spelers naar huis. Poetin ging het luchtruim sluiten. Hún luchtruim. De lol was er opeens helemaal van af. Eentje is nu heel erg boos. Eerst omdat het doorging zonder hem en nu omdat ze het niet willen overdoen met hem.

Onze problemen zijn gelukkig minder groot. Wij maken heel vroeg in de morgen een stiekeme wandeling en wisselen snel van stoep als er iemand aan komt. Hondenbezitters zijn het gevaarlijkst. Die lopen als ze de kans krijgen met hond en al dwars door je heen, met een gezicht van wij mogen en wat doe jij hier op straat. Hardlopers zijn ook niet mals. Die kunnen echt niet uitwijken. Blik op oneindig. Die halen het einde van de crisis wel.

Gisteren eindelijk vier rollen toiletpapier bemachtigd. Achterop de fiets gebonden en via sluikwegen naar huis gebracht. We gaan ze nu zwaar bewaken en niet gebruiken, want we moeten er misschien wel drie maanden mee doen.

Vleermuis 4

Staten Island 1945

Mijn oom Kasper dacht wel dat hij raak geschoten had toen hij op 19 maart 1943 in New York met de Canadese Dora Claire McKechnie trouwde. Deed hij dat twee jaar later nog eens dunnetjes over? Of vond hij inmiddels dat zij vaak maar wat uit haar nek kletste? Ik kom er niet meteen achter als ik het fotootje zie en het commentaar op de achterkant. Ik denk eigenlijk dat ze zomaar wat rondhing. Zoals gewoonlijk. Dat zal het zijn.

Mijn oom Kasper werd op handen gedragen in mijn familie. Hij was de oudste zoon van mijn grootouders en had carrière gemaakt aan de overkant van de oceaan. Als hij naar Holland kwam logeerde hij in het Krasnapolsky of in het American Hotel in Amsterdam. Een keer probeerde hij Hotel Abina in Amstelveen, dicht bij de familie, maar dat was geen succes. Vooral tante Claire was een jaar lang erg ontstemd.

Fameus was het bezoek van oom Kasper en tante Claire aan de beste kledingzaken in Amsterdam. Tante Claire voerde dan het bewind. Wij kozen blindelings het kielzog van de twee, zogenaamd om ze de weg te wijzen, maar vooral in de hoop een graantje mee te pikken.

Amsterdam 1959

Toen oom Kasper in 1976 overleed bleef tante Claire trouw brieven schrijven. Dat deed ze in een wonderlijk mengelmoesje van correct Engels en krom Nederlands, wat knap was, want ze was maar kort, vlak na de oorlog, in Nederland geweest, voordat ze oom Kasper voorgoed meenam naar Canada.

Tijden veranderen. Ook tante Claire is er niet meer. Alleen mijn neef Jan-Willem heeft nu nog contact met onze nichtjes Jane en Kristin.

Vleermuis 3

Berlijn 2007

Juno is tien. Ze luistert nu al niet meer naar haar moeder. Maar stipt om half negen zit ze klaar voor juf. Achter haar laptop. Dat gaat prima. Met vioolles net zo. Als Noortje zegt: moet je niet oefenen, wordt ze keihard uitgelachen. Maar als de muzieklerares huiswerk opgeeft wordt dat punctueel uitgevoerd. School is stom. Nergens voor nodig.

En de oude mensen dan? Die facetimen en skypen en whatsappen en doen dingen waar ik nog nooit van gehoord heb. Of ze bellen elkaar gewoon ouderwets op. En een beetje bang maken over en weer kan dan geen kwaad. Dit is wat ik hoorde:

“Ga jij nog naar de winkel? Tussen zeven en acht zeker? Dat moet je echt niet doen hoor. Daar word je aangestoken.”
“Ja jij hebt makkelijk praten, bij jou komt de thuiszorg. Trouwens, in de winkel blijven de mensen verder bij je vandaan dan bij die thuiszorg van jou.”
“Zou je denken? Weet je wat, ik ga het meteen afzeggen. Dan kleed ik mezelf wel aan. En uit ook. Als ze alleen nog maar even opbellen of alles goed is gegaan.”
“Zie je nou wel, je kan best zonder en naar de winkel.”

Voor de rest geen nieuws van het westelijk front. De bouwlieden bij ons in de straat staan nog op de steiger. Ze hoesten en proesten wat af en vullen de voegen. En de buurman legt puzzels.


Du bist nicht allein Titel van boeken, films, tv-programma’s, hulptelefoons, je kan het zo gek niet verzinnen. En van liedjes, vaak slecht, soms goed en van troostrijk tot honingzoet. Hieronder een voorbeeld. Vooral voor die “schwarze Vogel der dich greifen will” ben ik nu heel erg bang.

Ein grüner Elefant, ein blauer Tiger
zwei Tausendfüssler mit nur einem Bein
Du und ich und ein rotkariertes Krokodil
hab´n geschwor´n Freunde zu sein.

Und wenn der schwarze Vogel
nachts wieder kommt
Dich greifen will
und herzzerreissend schreit
dann komm´ wir alle Hand in Hand
und singen dieses Lied
dann weiss der Fiesling Bescheid.

Du bist nicht allein
Du bist nicht allein
Du kannst ja träumen was Du willst
Du bist nicht allein

(Klaus Lage in 2003, de titel van het album Die Welt ist schön durf ik nu even niet te noemen)

Vleermuis 2

Uit: “A man of answers…?” van Graba’ (Ignace De Graeve)

Jekaterinenburg

Wordt het niet gezien
Of spelen zij misschien met
Een bord voor hun kop?

Dit is een haiku. Op schaaksite.nl worden ze verzameld. Daar gaan ze over schaken. En over het kandidatentoernooi in Jekaterinenburg. Ze zijn tandeloos en wereldvreemd. Ach wat maak ik me druk. Want waar gaat het nou helemaal over…?

Vleermuis 1

Omdat ik min of meer opgehokt zit en geen toernooitjes meer kan fotograferen, zal ik de komende tijd zo nu en dan een vleermuis loslaten. Een foto bedoel ik. Zolang de voorraad strekt. Misschien schrijf ik er ook nog wat bij, maar dat is niet zeker. De slechte berichten dezer dagen stemmen mij somber en benemen mij lust en adem. Ik volg zonder al te veel plezier het kandidatentoernooi in Jekaterinenburg, dat beter niet door was gegaan. Maar schakers zijn vreemde snoeshanen. Hun denkwereld is speciaal, maar erg klein. Toch kijk ik wat ze doen.

Afstand houden

Vandaag met Nanny naar de supermarkt geweest. Eten kopen. Het was stil op straat. Ik was dit keer aan de beurt om de winkel in te gaan. Nanny hield haar hart vast. Zou het lukken? Ik ging 25 euro uitgeven voor drie dagen in maximaal een kwartier. Moest ik geen lijstje maken? Nee ik deed het uit mijn hoofd. Schakers zijn vreemde snuiters. Hun denkwereld mag dan beperkt zijn, hun concentratievermogen is fenomenaal.

Binnen tien minuten stond ik weer bij de kassa. Voor mij een record. Toen was daar een kink in de kabel. Er stond een oudere man voor mij. Nog ouder? Het pinnen lukte niet. De kassa viel uit. Dat duurde even. Ondertussen stond Nanny buiten achter het raam met brede armgebaren aan te geven dat ik afstand moest houden. Ik deed een stapje achteruit. De rij achter mij deed ook een stapje achteruit. Er ging een tweede kassa open. Niemand verroerde zich. De eerste kassa deed het weer. Ik haalde het binnen de afgesproken tijd. Dertien minuten en tien seconden stonden er op Nanny’s koortsthermometer toen ik buiten kwam. Ik had voor vierentwintig euro en drie cent contactloos gehamsterd en was zo trots als een aap.

Doet glad niet zeer

De Nieuwe Vlissingseweg tussen Middelburg en Vlissingen was op de schop. Alle klinkers werden vervangen. Toen de nieuwe erin lagen, lagen de oude op een hoop. Halve en hele. De halve hadden de voorkeur. Daar konden we mee gooien. Wij waren een jaar of zeven. Tussen de in de grond gezette stenen borden met een P erop voerden we oorlog. De uitwijkplaats in wording voor auto’s was het niemandsland. En achter die grote P’s kon je schuilen. Ik bewaakte de P aan de Vlissingse kant. De aanval kwam vanaf de andere kant, de Middelburgse. Het regende stenen. Soms stak ik mijn hoofd boven het bord uit om te kijken of het tijd was voor een tegenaanval. Toen het even stil was waagde ik het erop en kwam overeind. Een verdwaalde klinker trof mij vol op het voorhoofd. Een loodzwaar gevoel zakte helemaal door mij heen tot in mijn schoenen. Ik had moeite om te blijven staan. Er werd een staakt-het-vuren afgekondigd. Alle jongens kwamen naar mij toe. We gooiden met stenen, maar mikten niet op het hoofd. Ik zie bloed, zei er een. Roep je moeder, zei een ander. Ik stak de weg over en belde aan. Ik was nu niet duizelig meer, maar begon mij toch zorgen te maken. De druppels die van mijn hoofd vielen werden steeds groter en maakte sterretjes op de vloer van het portiek, die langzaam rood kleurde. Mijn moeder deed open en trok wit weg. En opeens stonden er ook twee buurvrouwen op de stoep. Zij riepen aanwijzingen door de open deur. Ik werd plat neergelegd in de keuken met een natte doek over de wond op mijn voorhoofd. En een van de buurvrouwen ging de dokter halen.

Ik lag in een bed op de overloop tussen mijn eigen slaapkamer en de slaapkamer van mijn ouders in. Ik weet niet waarom. Ik had het erg warm en het voelde heel raar. Het leek net alsof mijn hoofd niet meer van mij was. Ik dwaalde ermee door het donker. Zou dat het heelal zijn, dacht ik, een spiraal waar ik niet uit kon komen, wat ik ook probeerde, steeds verder weg. Stik bang werd ik ervan. Mijn moeder zei de volgende dag dat ik de hele nacht had liggen ijlen en dat zij ook bang was geweest. Waarvoor wilde ze niet zeggen. De dokter was geweest en had haar gevraagd of zij gelovig was, want dat het niet meer aan hem was, of zoiets. Wat had je daar nou aan? En mijn vader zei, toen ik hem er later toch maar naar vroeg, naar die spiraal en dat donkere gat waardoorheen je zomaar omhoog kon vallen en of dat echt was, dat hij zoiets ook wel eens had meegemaakt, maar dat kon bijna niet waar zijn, hij zei maar wat, om mij gerust te stellen.

Met het hoofd kwam het niet vanzelf goed. Ik moest geopereerd worden. Dat werd dus schaapjes tellen. Had ik eerder gedaan. En daar had je natuurlijk weer die spiraal en dat gat. Maar minder erg, want ik was daar nu niet meer zo bang voor. Toen ik thuiskwam uit het ziekenhuis hadden mijn moeder en vader alle autootjes en het verkeersplein, dat ik onder de tafel in de voorkamer op het kleed achter had gelaten, precies zo laten staan. Zoals ze beloofd hadden. Toch zag het er anders uit. Nu het gelukt was om weer thuis te komen was het opeens niet zo belangrijk meer. Denk ik.

De nieuwe weg voor ons huis was af en de losliggende stenen waren opgeruimd. Had mijn vader gedaan zei hij. Ik mocht geen oorlogje meer spelen van hem. En mijn moeder, gevoelig voor wat de dokter tegen haar gezegd had, kreeg mijn vader zover dat mijn zusje en ik gedoopt werden in de Lutherse kerk. Door dominee Johannes. Hoe mooi wil je het hebben? En mijn zusje, die nergens bang voor was, riep daar in die doodstille kerk, toen het water over haar heen geschept werd: “Doet glad-nie-zeer papa!” Was ik maar zo flink.

Ja mensen, zo zie je maar, van het een komt het ander en een ongeluk zit in een klein hoekje.



Zie ook: De zandauto waar mijn zusje tegenaan liep in Middelburg

Het Muziekpakhuis speelt in Vondelstede

Donderdagmiddag 12 december 2019 traden leerlingen van het Muziekpakhuis op in Vondelstede, dat al een beetje in kerstsfeer was. De muzikanten trakteerden de bewoners op een rijk gevariëerd programma met stukken van Bach, Mozart, Tsjaikovski, Lully, Fauré, maar ook Comptine d’un autre été, en op nog veel meer. Gelukkig bijna geen kerstliedjes. Dat was mooi. Maar het allermooist waren de twee reusachtige harpen. Die stalen de show.

Ik wist niet dat een harp, twee harpen zo modern konden klinken. Het stuk Late Night & Fiesta van Inge Frimout-Hei hakte erin. Met die roffels op de klankkast en dat geroetsj over de snaren. Grandioos.

Als ik het zo bekijk gaat Juno haar viool nu inruilen voor een harp.

November Rain

Het regende. Wij wandelden door de duinen. Er was verder niemand. Geen mens, geen dier. We stopten bij het bankje waar je ‘s zomers de zweefvliegtuigen kan zien opstijgen en ook weer terug zien komen. Alles en iedereen hield de adem in. Alleen een graafmachientje bromde in de verte. We kochten bij de gasterij paardenbloemhoning. De laatste. Toen waren wij nat en fietsten we naar huis. En in mijn hoofd klonk in eindeloze herhaling ‘Cause nothin’ lasts forever, even cold November rain. Het wil maar niet ophouden …

Guns ‘N Roses – November Rain

Ambacht in Beeld Festival 2019

Op de heenreis naar het jaarlijkse Ambacht in Beeld Festival in Amsterdam reed er speciaal voor ons een extra trein. Het was de nieuwe sprinter. Eindelijk mochten wij daar ook eens mee. We zaten op een plek voor mensen met hele lange benen en het licht ging vanzelf iets feller branden in de tunnel en daarna dimde het weer en er was een wc aan boord, die ik niet uitgeprobeerd heb, en onder elke bank was een stopcontact en er waren drie afvalbakken: organisch, papier en rest. Hij reed alleen niet verder dan Sloterdijk, maar daar namen wij tramlijn 19 tot de Bilderdijkstraat en toen hoefden we nog maar een klein eindje te lopen naar de Hallen.

*

In de Tollensstraat regende het heel hard. Een bakfiets wilde via de Hallen doorsteken naar de Ten Katestraat. De bestuurder was al afgestapt. In de Tollenstraat geldt een fietsverbod. De fietscoach zei: “Kan echt niet.” Hij legde uit: “De hal is vol mensen en oude ambachten van vroeger”. Dat was bijna goed. Het logo zegt het net even anders: “The Future is Handmade”.

Het Ambacht in Beeld Festival werd dit jaar dus voor het vijfde achtereenvolgende jaar in de Hallen gehouden. Wegens succes geprolongeerd. De edities beginnen een beetje op elkaar te lijken.

Ik weet echt niet meer wat ik moet fotograferen. Maar zoals de fietscoach zei, de hal is vol mensen.

*

Een voltreffer was de workshop natte plaat fotografie met een antieke houten camera, het gieten van collodium op een plaatje van aluminium en het ontwikkelen, fixeren en spoelen in een donkere kamer. Dat is echt oud ambacht. De fietscoach had gelijk.

*

Het glasblazen was een groot succes

De kinderen bouwden een tiny tiny house

En op onverminderde belangstelling mochten het hout- en meubileringscollege en de vliegende meubelmakers rekenen. De houten kruk is inmiddels een klassieker.

*

*

De terugreis was ook wel grappig. Weer met die nieuwe trein. Hij had op ons gewacht. Om ons te plagen blies de conducteur op zijn fluit toen we nog onderaan de onmogelijk lange trap stonden. Nanny nam de rol, ik de benen. Nanny was het eerst boven. Zij riep mogen we er nog in en liep de conducteur ondersteboven. Voor deze keer dan antwoordde die opkrabbelend. En toen ik daarna over hem heen de trein in tuimelde riep hij ook nog val niet.

En alles voor niets. De trein wilde niet vertrekken. De machinist was zoek. Vijf minuten later was hij gevonden. Hij zat aan de verkeerde kant van de trein op het groene licht in de verkeerde richting te wachten. Nu kwam hij besmuikt lachend langs de trein gelopen samen met de conducteur, die een gezicht van leuker kan ik het niet maken trok.

Chloé

Chloé Dygert

Gisteren in plaats van naar de World Cup schaken in Khanty-Mansiysk gekeken naar het WK wielrennen voor vrouwen in Yorkshire. En wat ik daar zag tart elke verbeelding. Als een tornado raasde een Amerikaanse vrouw, ze is pas 22, over het kletsnatte parcours. Die had er zin in. Dat was helemaal geen tijdrit, maar pure achtervolging, minstens vijf voor haar gestarte rensters werden opgeveegd. Iedereen ging op het rooster. Oranje werd op anderhalve minuut gereden, de rest op drie minuten en meer. Tom Dumoulin mag wel uitkijken straks in Tokio, want tegen deze kanonskogel is geen kruid gewassen.

screenshots

Meerstate

Meerstate. Woensdagmiddag. Koffie drinken met Ronald. In de hal staat een bord: vanavond barbecue voor de vaste bewoners. Ronald weet van niets. Hem hebben ze niets gezegd. Een vaste bewoner aan het tafeltje naast ons heeft een geel bandje om zijn pols. Dat heeft hij van de leiding gekregen. Hij vraagt aan Ronald waarom hij geen geel bandje om zijn pols heeft. Ronald zegt: ik heb me niet opgegeven. Dat verzint hij ter plekke.

Ik vraag het een verzorgster. Zij zegt dat het goed komt. De bandjes van Ronalds afdeling worden nog uitgereikt. We leggen het Ronald uit. Hij weet van niets. Hem hebben ze niets verteld. Even later vraagt hij: is het vandaag woensdag? Nooit weet hij de dag en nu vraagt hij is het woensdag. Hoezo? Dan is er een barbecue, zegt Ronald. Oliebol, roepen wij in koor. Hij zegt ja maar ik wist toch niet dat het vandaag woensdag is?

Udo komt langs. Ronald kom je ook? Wij roepen hij heeft visite en ook nog geen bandje. Een beetje plagen kan geen kwaad. We drinken snel onze koffie op. Nanny brengt Ronald naar buiten. De kok is de boel aan het opstellen. Rob en Martin en Udo zitten al klaar. Joke, die in een flat boven Meerstate woont, is er ook. Ze is er altijd en vindt het reuze gezellig. Als Nanny Ronald bij hun tafel aanschuift vraagt Udo: wat kom je doen Ronald? Nanny zegt je hebt net nog gevraagd… Ja, jaffa, zegt Joke, denk nou eens na. O zegt Udo, ben ik al weer vergeten.

Ik wil mijn fototoestel gaan halen. En een geel bandje bemachtigen. Als je dat maar uit je hoofd laat, zegt Nanny.

Noordhollands duinreservaat

Het hooglandervrouwtje stond midden op het pad en versperde mij de weg. Elke keer als ik een stap in haar richting deed, deed zij er een in de mijne. Ik zag de vliegen op haar neus en de tong in haar bek, maar vooral de horens op haar kop. Vijfentwintig meter afstand moet je houden. Wist zij dat niet? Ik zei ik doe je niets en mag ik er nu door. Zij schudde van nee en ik zag de vliegen, benieuwd hoe dit af ging lopen, een goed heenkomen zoeken. Ik dacht laat ik dan de wijste zijn. En ik maakte een omweg door distels en struikgewas. Wat wel de omgekeerde wereld is, maar je moet dit soort dingen niet op de spits drijven.