Of Mice and Men

BERLIN BIENNALE Ulf Aminde: Das Leben ist kein Wunschkonzert (foto Noortje)


Of Mice and Men

In 2006 bezochten we de 4e Berlin Biennale “Von Mäusen und Menschen”, op verschillende locaties maar voornamelijk in en rond de Auguststrasse. Van John Steinbeck geen spoor. Noortje was onze gids.

Naast de grotere installaties en exposties, in scholen, in kerken en in Clärchens Ballhaus, waren er ook een paar woonhuizen opengesteld. In één zo’n Private Wohnung stond in een hoek van een verder lege kamer een radiootje met een platenspeler, daarop een plaat, en tegen de muur de platenhoes.

Kim Hiorthøy
I’m This I’m That
(2006)

Retro? Vintage? De plaat was nieuw. I’m This I’m That van Kim Hiorthøy. Een 7″ single op vinyl in een gelimiteerde oplage. Wist ik veel. Op de foto wordt zo te zien de B-kant Sommaren är slut afgespeeld. Hier doen we het titelnummer:

Het nummer zet mij (door de titel natuurlijk maar ook door de herhalingen in de muziek) op het spoor van I’m This I’m That van Louis Thomas Hardin (artiestennaam Moondog), die leefde van 1916 (Marysville, Kansas, USA) tot 1999 (Münster, Duitsland).

Eén van diens uitspraken was: Machines were mice and men were lions once upon a time. But now that it’s the opposite it’s twice upon a time. Een spreuk die klinkt als een klok, maar waar ik bij nader inzien niets van begrijp…

Zo lopen er allerlei associaties door elkaar. De twee artiesten en hun muziek, en de muizen en de mensen. Ik had de foto beter niet kunnen maken. Hij zet mij na zoveel jaar op het verkeerde been. Of twee.

Moondog
I’m This I’m That 
H’art Songs (1978)

I’m this I’m that
I’m sharp I’m flat
I’m young I’m old
I’m hot I’m cold
I’m right I’m wrong
I’m weak I’m strong
I’m high I’m low
I’m fast I’m slow
I’m here I’m there
I’m foul I’m fair
I’m bold I’m shy
I’m wet I’m dry
I’m good I’m bad
I’m gay I’m sad
I’m lost I’m found
I’m free I’m bound
I’m best I’m worst
I’m blessed I’m cursed
I’m false I’m true
I’m I  I’m you !

De oude en de nieuwe zondvloed

In mijn prille jeugd las mijn moeder mij voor uit een kinderbijbel. De verhalen maakte grote indruk op mij. En al helemaal als ze verbonden konden worden met beelden uit de echte wereld om mij heen, zoals bij het verhaal over de ark van Noach. Kijk, zei mijn moeder dan en ze wees naar de lucht, de zon gaat weer schijnen, een regenboog. Wat vond ik ‘m mooi! En heel veel later toen ik een dochter kreeg, gaf ik haar daarom als tweede naam: Iris. Goddelijke bode in de gedaante van een regenboog.

Noortje’s eerste puzzel

Nu lees ik over klimaatverandering en het smelten van de poolkappen. En ik herinner mij het verhaal uit de kinderbijbel. De mensen leefden er toen op los. Alleen Noach niet, die was uitverkoren en had een plan. Hij bouwde een ark. En iedereen vond hem raar. Maar hij en zijn familie (en al die beesten, hoe wonderlijk) werden gered en de andere mensen kwamen om. Wat een naar mannetje was die Noach …

Een nieuwe zondvloed dreigt als ik de mensen moet geloven. We leven er weer op los, maar we hebben een plan. Alleen in Amerika woont er een die doet niet mee. Wat een vervelend ventje is dat. Wat doen we als we ons allemaal ingescheept hebben? Laten we hem (en zijn hele veestapel) dan verdrinken of hijsen we hem alsnog aan boord?

Wel jammer dat onze ark niet Regenboog heet, maar Win Win. We willen houden wat we hebben en nog meer. Ik houd mijn hart vast.

Cuyperspassage

De Cuyperspassage onder de sporen aan de westzijde van het Centraal Station van Amsterdam

Aan de westzijde van het Centraal Station in Amsterdam ligt de Cuyperspassage, een fiets- en voetgangerstunnel, die voor- en achterkant van het station verbindt.

De tunnel is bekleed met meer dan 70000 keramische wand- en vloertegels, gebakken door de koninklijke aardewerkfabriek Tichelaar uit Makkum. Te samen vormen ze een kunstwerk dat ontworpen is door Irma Boom naar een tegeltableau van de Rotterdamse tegelschilder Cornelis Bouwmeester (1652-1733) voorstellende ‘s Lands schip Rotterdam en de haringvloot.

Tegeltableau Cornelis Bouwmeester in het Rijksmuseum

Dit in alle opzichten Rotterdamse tegeltableau bevindt zich in het Rijksmuseum te Amsterdam, maar curieuzer is dat de achtersteven van ‘s Lands schip Rotterdam in de uitvoering van Irma Boom het Amsterdamse stadswapen heeft gekregen.

Het stadswapen van Amsterdam

De passage is vernoemd naar Pierre Cuypers, architect van onder meer het Rijksmuseum en het Centraal Station in Amsterdam.

Hond bijt politieauto


Gemeentelijke website van Amsterdam:

Het Sarphatipark is een echt stadspark. Aangelegd in prachtige Engelse landschapsstijl is het een rustpunt midden in De Pijp

Bericht in het Parool:

In het Sarphatipark in de Pijp is op zondagochtend de voorband van een politieauto kapot gebeten door een hond.
Agenten hadden hun surveillance-auto op het pad stil gezet toen een hond ze rond tien uur ‘s ochtends wild blaffend tegemoet kwam. Toen de auto stil was komen te staan nam de hond tot verbazing van de agenten een hap uit de voorband, waardoor de dienstauto met een takelwagen uit het park gehaald moest worden.
De eigenaar van de hond is toegesproken maar heeft geen boete gekregen. Er wordt nog bekeken of er wel andere consequenties voor hem volgen. Datzelfde geldt voor de hond

De agenten:

Vanmorgen omstreeks 10 uur waren wij met onze politieauto aan het surveilleren in het Sarphatipark. Want ook dit stukje van onze wijk is met dit mooie weer erg druk. Vanuit het niets kwam er een hond wild blaffend naar ons toe. Om ongevallen te voorkomen, stopten we de politieauto en stonden stil. Tot onze verbazing beet de hond in onze voorband

De baas van de hond:

Godverdomme sinds wanneer zijn hier auto’s toegestaan.
Allemachtig nee hier blijven koest! ‘t is de pliesie

De hond:

Relax baasje, gevalletje van handhaving, voorband moet kunnen 

FC Castricum kampioen

 

Zaterdag 22 april 2017. FC Castricum wint van ZCFC en wordt drie ronden voor het einde van het seizoen 2016/2017 kampioen van de zaterdag 3e klasse A.

Het feest had plaats op sportpark Noord-End en ik stond aan de kant om Ramon Miccoli en de rest van het team aan te moedigen. Ik hoopte dat hij dit keer tenminste de rust zou halen, maar dat was helemaal niet zo zeker, zie mijn verslag van de wedstrijd Castricum-DCG in december, waarin hij zichzelf voor vier weken uitschakelde, en zijn escapades daarna, toen hij in bijna elke wedstrijd ofwel tegen een tegenstander of wel tegen een rode kaart opliep.

De intocht van de teams was veelbelovend, met zon en vuurwerk en tot mijn vreugde achter de dug-out, samen met zijn vrouw Jerusha, mijn vroegere buurman Ben Smit, over wie ik al eens verteld heb.

De trainersstaf van FC Castricum had niets aan het toeval overgelaten en de keeper dezelfde kleur trui gegeven als die van de tegenstanders. Het zorgde voor de nodige verwarring. Als ZCFC de verre spits dacht aan te spelen dan floot de scheidsrechter voor buitenspel. Dat werd dus de eerste wissel, dat wil zeggen de keeper mocht blijven maar met een andere trui.

FC Castricum nam de wedstrijd in handen, maar alle ballen gingen gedreven door de wind hoog over richting het Jac P. Thijsse College. Na de vierde afzwaaier waren de ballen op en moest er ouderwets in de bosjes gezocht worden om de wedstrijd te kunnen voortzetten.

Ik was samen met Richard de Jong, die weer loopt als een kieviet, van achter de dug-out verkast naar de hoofdtribune, waar we een beter zicht hadden op onze Ramon Miccoli. Hij liep voortdurend vrij, maar kreeg geen bal, niet alleen omdat die voortdurend in de bosjes lag maar ook omdat de wind de andere kant op stond. Hij ging de rust dus halen.

FC Castricum drukte nu zonder bal, maar en bloc door en vanuit de verte zagen wij hoe op die manier het eerste doelpunt gemaakt werd. Zo kon het dus ook.

Hierdoor aangemoedigd maakte de aanstaande kampioen ook een fraai tweede doelpunt en nam toen gas terug. ZCFC kroop langzaam uit zijn schulp. Toch kreeg het nauwelijks kansen en in de lucht heerste de thuisploeg.

Maar in de blessuretijd van de eerste helft was daar plotseling de tegentreffer. De stand was opeens 2-1, een tegenvaller en tijd voor een kop koffie.

Bij het begin van de tweede helft vatten we post aan de andere kant. En ja hoor, nu zagen en hoorden we veel meer. Bijvoorbeeld de uitbrander van de scheidsrechter toen een invaller het veld in kwam voordat hij zijn rugnummer had getoond. De volgende die dat probeerde werd nog net op tijd door twee man vastgehouden, anders waren er vast en zeker strafmaatregelen gevolgd.

Scheidsrechter Haringsma

FC Castricum verdedigde nu, maar dat ging zo onbeholpen, dat we ons hart vasthielden. Geen bal kwam nog aan. Richard kon zich niet meer beheersen. Wat een kutbal riep hij opeens. De trainers besloten in te grijpen.

Mannen! voetballen!!

Klare taal. Tot onze stomme verbazing hielp het. Het team herpakte zich en scoorde uit de eerste de beste vrije trap een schitterend doelpunt.

Wij vielen elkaar in de armen. Er klonk gejuich en gezang. Er werd gedanst. Toen we elkaar loslieten zagen we die oranje jongens gewoon doorspelen. Indirecte vrije trap begrepen we. De keeper had de bal heel slim niet aangeraakt…

Maar FC Castricum was over het dode punt heen. Ramon was ook wat meer in beeld. Er kwam nu geen muisje meer doorheen. En hij gooide in als het een vrije trap was en nam een vrije trap als het een ingooi moest zijn, en dat moest dan over, want de scheidsrechter kende de regels. Zo sprokkelden we tijd.

En na het eindsignaal barstte het feest los.

Vlak voor de winterstop voetbal

Ons fitnessclubje op woensdagmorgen heeft een enthousiaste trainer. De dagthema’s worden door hem vrij geïnterpreteerd en meestal vertaald in een slopende circuittraining. Doe je rustig aan zegt Nanny elke keer als ik van huis ga. Dat is dus niet mogelijk. Alleen afgelopen woensdag leek het er even op. Het thema was relaxercise. Wij hadden onze matjes al te pakken. Maar we werden snel uit de droom geholpen. Het bleek een verraderlijke woordspeling te zijn.

Het werd gewoon drie kwartier keihard oefenen en alleen het laatste kwartier mochten we proberen een beetje tot rust te komen. Onze trainer zegt ons klaar te stomen voor de Olympische Spelen. Voor senioren wel te verstaan. Het werpt zijn vruchten af. Zes jaar geleden vond ik oversteken op straat al een hele opgave, nu ren ik fluitend stoep af stoep op. Alleen Richard de Jong viel laatst van de rekstok en brak toen zijn enkel, daar heb ik geloof ik van verteld, en die heeft dus een flinke trainingsachterstand opgelopen.

Op zaterdag voetbalt onze trainer, vorig seizoen nog voor Wijk aan Zee, maar nu voor FC Castricum. Dat wilde ik wel eens zien. Zíjn trainer is Arvid Smit en dat is leuk, want Arvid is de zoon van mijn vroegere buurman, aanvoerder van het befaamde zestiende van ADO ’20, maar daar heb ik geloof ik óok al eens van verteld.

Dus afgelopen zaterdag op de fiets naar sportpark Noord-End, bijna niet te vinden in de mist. Toch gelukt en bij het betreden van het sportpark werd ik haast omvergekegeld. Jij bent voetballer gokte ik. Nee, zei hij, ik ben scheids en een beetje laat. Geen paniek, zei ik, ze zijn nog niet begonnen.

FC Castricum staat stijf bovenaan in de derde klasse A (zaterdag west 1). Er wordt met grote cijfers gewonnen, terwijl de concurrentie punten morst. Ook tegen DCG (Door Combinatie Groot) uit Amsterdam zou het gaan lukken, maar niet zonder slag of stoot. En voor heel weinig toeschouwers en een lege tribune, dat vond ik een beetje tegenvallen.

Maar eigenlijk kwam ik dus voor onze fit-met-visietrainer met rugnummer 2. Hij deed extra zijn best. Zijn motoriek is fraai (hij doet alles lachend af), zijn snelheid fenomenaal (hij dekt van een kilometer afstand), zijn traptechniek onberispelijk (geen mispeer gezien) en hij is niet bang (alleen een klein beetje onbesuisd).

Vlak voor rust vloog hij serieus door de lucht, kwam ongelukkig neer en moest vervangen worden. Ik bleef beduusd achter aan de zijlijn met m’n statief en fototas. Op welke site komen die foto’s, kwam iemand vragen. Ik mompelde eerst iets van sjadoep en verzon toen Southside Johnny & The Asbury Jukes, maar dat sloeg nergens op. Hij knikte begrijpend en maakte zich snel uit de voeten.

FC Castricum won ook zonder onze trainer, met 3-1.

Het festival “Ambacht in beeld” in de Amsterdamse Hallen

Het festival Ambacht in beeld is van 23 tot en met 25 september 2016 gehouden in de Amsterdamse Hallen. In workshops, films, lezingen en masterclasses werd een veelkleurig en welsprekend pleidooi gehouden voor het behoud van het ambachtelijke meesterschap.


In de vrij toegankelijke passage konden we houtbewerken, leren tassen maken, portretten uit steen houwen, stempels snijden, weven, vilten, korfvlechten, ciseleren, letterhakken, glas in lood zetten en nog veel en veel meer.

In de Filmhallen draaiden de films. Nanny tekende in voor het thema Textiel en ik voor Botenbouw en Hout. 

A Thousand Hands Ago, Noorwegen, 2015, Silje Ensby

Korte film over de Deense kayakbouwer Anders Thygesen.
In drie dagen tijd maakt hij een Aleutische iqvax bij de kust van een meer.
Hij reflecteert op het proces van het leren van deze vaardigheden van ambachtslieden die lang geleden leefden (zie video).

faber-navalis

Faber Navalis, Noorwegen, 2015, Maurizio Borriello

Faber Navalis is de Latijnse vertaling van bootbouwer. Het zijn de woorden in een oude taal om een oud beroep te beschrijven. De film gaat over de restauratie van een houten schip. Maar het eigenlijke onderwerp van de film is Borriello, een Italiaanse onderzoeker in maritieme etnografie, die besluit traditionele botenbouwvaardigheden te leren om zodoende de daaraan ten grondslag liggende kennis beter te begrijpen en vooral ook door te kunnen geven aan een volgende generatie (zie video).

 

Masterclass Passementerie door Patrice Cantalejo

In de 16e eeuw werd in Frankrijk het Passementwerkersgilde opgericht en er was zeven jaar voor nodig om lid te mogen worden van dit gilde. Passementen zijn ornamenten (zoals vlechten, franjes en sierkoorden) voor het afwerken van kleding, gordijnen of gestoffeerde meubels. De Franse meesterpassementwerker Patrice Cantalejo heeft zich gespecialiseerd in het met de hand weven van passementen en het vervaardigen van modeaccessoires en sieraden. Hij maakt gebruik van eeuwenoude technieken waarbij tijdens het weven ragfijne draden gedraaid worden tot koord, dat weer gevlochten wordt in zeer complexe patronen. Geen machine kan dit proces nabootsen (zie video).

Tenslotte vond Nanny ook nog een plaatsje bij de voordracht Meesters in Frans ambachtelijk kant door Maud Lescroart van het kanthuis Sophie Hallette. En dat was niet aan iedereen gegeven…

Galerie Beeldend Gesproken

 

 

website
ambacht in beeld festival

Hellum

In Groningen vind je vreemde plaatsen. Kleine Huisjes, Bethlehem, Doodstil, Schaaphok, Hongerige Wolf, Nooitgedacht. Wij fietsen langs maren, wierden en borgen. En soms wordt landbouwgrond natuurgebied en wat is het dan mooi.

‘t Roegwold in Groningen

En de Groningers zijn om de drommel niet bang. Tussen Slochteren en Siddeburen zien we in Hellum een gigantisch bord langs de kant van de weg staan waarop wij op onverschrokken wijze op de Grote Vuurwerk Hal worden geattendeerd. Siddeburen, Hellum, vuurwerkhal. Waar gaat dit over? Wij laten ons niet kennen. Op naar de Wildemansheerd bij Schildwolde, waar we ons installeren in de boomgaard. Ons brandertje staat nu bovenop de bel, ideaal. Als het donker wordt schuiven we in ons tentje. Er gebeurt niets. Soms valt er een appeltje uit een boom.

In Mensingeweer is het spannender. Een onweer zoals je dat thuis niet meemaakt. De rondwervelende bliksem, de rollende donders en de intimiderende slagregens doen ons diep in onze slaapzakken wegkruipen. Het houdt even op, maar komt dan weer terug. Het onweer durft het wad niet op! De andere kampeerders schuilen in de slechtweervoorziening. Zij zijn net terug van het jazzfestival dat in de kerkjes en schuren rondom Garnwerd en omgeving is gehouden. Eddy & The Ethiopians hebben voor een spectaculaire slotact gezorgd.

De volgende dag gaan we naar de molen om op te drogen. De molen staat er nog, maar de molenaar is niet op komen dagen, dus staan de wieken stil. Gelukkig hebben de molendames koffie en poffert voor ons. We praten over het natuurgeweld van die nacht en als vanzelf komen dan de aardschokken ter sprake. Ik vraag vilein: hebben jullie je huisjes al laten opknappen door de NAM? Dat gaat zo maar niet, zegt een van de dames, want dan komt er eerst een inspecteur om te zien of het echt wel aardbevingsschade betreft en dat wordt dan vaak een gebed zonder end. Moet je niet zeggen, valt de andere dame in. Laatst zaten we tv te kijken en opeens begint de vaas bovenop de servieskast te rammelen en hij loopt zo naar de rand toe, we konden ‘m nog net opvangen. Een aardbeving. En toen is er een man van de NAM bij mijn buurvrouw geweest voor de scheurtjes en die is toen ook even bij mij komen kijken. Ik heb geen scheurtjes, zei ik. En wat is dat dan, vroeg de man van de NAM? O, daar heb ik geen erg in, dat zie ik niet eens. Precies, zei de man van de NAM, aardbevingsschade.

In Slochteren bezoeken we de Fraeylemaborg. Die staat er keurig bij. Alleen de koetshuizen hangen een beetje scheef. We gaan ook even bij de Geertsemaheerd kijken, zegt Nanny, die is op een steenworp afstand. Nou die worp heeft doel getroffen, zeg ik, als we ervoor staan. Ja, van die slingertuin had ik mij ook meer voorgesteld, geeft Nanny toe. Het huis is onbewoonbaar verklaard en gekocht door de NAM en wordt nu opgeknapt. De timmermannen, metselaars, stukadoors, schilders en dakdekkers zijn in Groningen niet aan te slepen.

In Appingedam zien we een voorbeeld van het betere stutwerk. Prachtig. Als ik een foto probeer te maken komt er een hond op mij af, die het duidelijk niet begrepen heeft op ramptoeristen. Ik maak dat ik weg kom en het huis staat er dus niet helemaal goed op.

Op het internet staat een veel mooiere foto gemaakt door Harry Cock, fotograaf te Assen, met toelichting: De heer Kremer woont al vijftig jaar in huize Nooit Gedacht aan de Kanaalweg in Appingedam. Een stalen steun, gelast door de buurman, houdt het huis nu bij elkaar.

We reizen met de trein naar huis. In Amsterdam gaan we bij Noortje langs. Zij vindt dat we langzamerhand te oud worden voor dat gekruip over de grond en dat rondgezeul met al die pakken op de fiets. Het ziet er volgens haar niet uit. En vlak na de pont over het Noordzeekanaal, we doen het laatste stukje weer op de fiets, komen ons twee vrouwen achterop gereden, die bezorgd vragen waar we denken te gaan kamperen, want zij weten van geen camping in de buurt. We zeggen dat we op weg zijn naar ons eigen huis en als we geluk hebben staat dat er nog. Zij hebben even overleg en laten ons dan gaan. Zou Noortje gelijk hebben?

Het was mooi, maar toch een beetje teleurgesteld komen we thuis. De hele vakantie geen bevinkje gevoeld. En dan lees ik een dag later: bij het dorpje Hellum, zo’n 15 kilometer ten oosten van de stad Groningen, heeft zich woensdagochtend een aardbeving voorgedaan…

Ik wist het, ik wist het!

ADO’20


***

Sportpark De Vlotter 1973

 



Het zestiende

In 1973 voetbalden we met vier man uit mijn flat bij ADO. We hadden eerst wat geoefend op een knollenveldje aan het eind van de straat en toen bij Veldhuis de stoute voetbalschoenen aangetrokken om ons vervolgens gezamenlijk aan te melden bij de grootste voetbalvereniging van Nederland toen nog.

Ben, mijn buurman, was de praatjesmaker en aanvoerder. Onder mij woonde Dik, de midvoor, die echt niet tegen zijn verlies kon, en aan het eind van de galerij Jan, de keeper en in het bezit van een gesigneerde langspeelplaat van de Rolling Stones, waar ik erg jaloers op was. Samen met nog zeven anderen waren wij het zestiende. De uitwedstrijden deden we met de besteleend van Jan, waarin hij achterin een matras had gelegd om het wat gerieflijker voor ons te maken, want zijn bochten waren nogal onvoorspelbaar, vooral op de terugweg.

We hadden allemaal onze specialiteit. Ik kreeg bijvoorbeeld zelden de bal, want dan begon ik als een blinde te rennen en daar werd de rest erg zenuwachtig van. Rots in de branding daarentegen was Arthur, de stopperspil. Die kopte alles weg wat los en vast zat, ook als het van een naburig veld kwam. En onze aanvoerder was de meester van de kromme bal. Als de wind niet al te ongunstig stond gingen zijn corners er zonder verdere tussenkomst van ons in, daar keek niemand meer van op.

Hans deed het anders. Hij was linksbuiten pur sang. En langs de lijn stonden de vrouwen. Hans had een oogje op mijn buurvrouw en stond daarom de hele wedstrijd strak tegen de zijlijn aan geplakt. Zodra wij de kans kregen schoten we de bal, in opdracht van onze aanvoerder, in zijn richting en riepen: Hans! Los!! En dan gooide Hans het bekertje koffie dat hij met de dames stond te drinken weg en snelde als Henri Buitenzorg met bal langs de zijlijn tot aan de cornervlag, sloeg af richting doel, peerde de knikker er in en keerde zo snel als hij kon weer terug op zijn oorspronkelijke positie. En omdat wij dat kunstje heel vaak flikten, wonnen we vaak met grote cijfers.

Op het middenveld hadden we een andere Hans geposteerd. Zijn actieradius was beperkt. Het was hem streng verboden buiten de middencirkel te komen. Daarbinnen schoffelde hij alles weg. Tegenstanders kozen dus een andere route, wij trouwens ook, zodat hij niet veel te doen had. Als hij een slechte dag had keek hij naar het gras en als hij een goeie dag had naar de wolken. En op zó’n dag kwam daaruit zomaar een bal gevallen. Zonder verder ook maar een vin te verroeren nam hij de indringer op zijn slof en scoorde de winnende goal tegen onze aartsrivaal het vijftiende. Na afloop in de kantine verklaarde hij dat al dat heen en weer geloop van ons grote onzin was. Het ging er volgens hem om dat je op het juiste moment op de juiste plaats stond.

Een speler die geen vaste plaats had was Piet. Zijn opdracht was eigenlijk heel dynamisch: hij mocht ons niet in de weg lopen. Dat deed hij zo goed mogelijk en tegen Geel Wit in Haarlem droeg hij op karakteristieke wijze zijn steentje bij. Wij waren met z’n allen naar voren gestormd om een achterstand weg te werken en opeens hoorden wij achter ons krak. Het veld was niet best en Piet had zijn been gebroken. De wedstrijd werd afgeblazen en we eindigden met hem in het ziekenhuis.

En als het echt ging spannen was daar altijd nog Jan, onze sluitpost. Hij was in Amsterdam handbalkeeper geweest en trad op in een dusdanig bespottelijke outfit dat het voor vriend en vijand een hele opgave was serieus te blijven. Het kruis van zijn veel te wijde lange broek hing tussen zijn knieën. Het gebeurde dat de bal door zijn benen werd geschoten op het moment dat hij ging zitten. Hij keek achterom. Hij was de bal kwijt. Wij waren allemaal de bal kwijt. Totdat die, toen hij op de been was geholpen, ergens in zijn broek werd teruggevonden. Hij was dus moeilijk te passeren. Maar niet voor mij. Zonder te kijken speelde ik een keer op hem terug, toen hij naast mij stond. Hij was uitgelopen, de komediant.

Het einde kwam toen we een feest organiseerden met onze vrouwen. Dat was geen goed idee. Met ragfijne combinaties werd de ploeg finaal uit elkaar gespeeld en alleen Arthur, rots in de branding, bleef het voetbal trouw, als scheidsrechter.

Loodstender

Een loodstender is een snelle motorboot met een kleine bemanning die vanuit een haven een loods aan boord brengt van zeeschepen die daarom verzoeken, of omgekeerd van uitvarende schepen de loods ophaalt.

Boulevard De Ruyter

In Vlissingen logeerden wij vorig jaar in het hotel De Belgische Loodsensociëteit aan de Boulevard De Ruyter. Dat is het roomwitte gebouw rechts op de foto. Wij hadden een prachtig uitzicht op de Westerschelde en de binnenkomende en uitvarende schepen.

MSC Altamira op de Westerschelde bij Vlissingen op 25-6-2015

En op de tenders die vanuit een klein pilot-haventje de loodsen van en naar de schepen brachten. Er lagen drie tenders, een oranje voor de Nederlandse en twee rode voor de Vlaamse loodsen. Die verzorgen gezamenlijk het scheepsverkeer over de Westerschelde naar Antwerpen en terug. In vroeger tijden, toen de schepen nog van hout waren en de mannen van staal, gebeurde dat in een moordende onderlinge concurrentieslag. Daarbij werden aan Nederlandse kant zoals gewoonlijk de gemeenste trucs uitgehaald, zoals het bekleden van de bodems van de roeiboten met dun koperbeslag, waardoor er minder aangroeisel was en de boten sneller gingen, waar de Vlamingen zo gauw niet van terug hadden. Maar heden ten dage gaat alles in goed overleg en is de verdeling tot achter de komma afgesproken: 72,5% van de boten is voor de Vlaamse loodsen en 27,5% voor de Nederlandse.

Tussen de glasnegatieven van mijn vader (zie ook: Het stadhuis van Veere) vind ik een foto uit 1950 van een loodstender op de Westerschelde voor Vlissingen, die er opgepoetst zo uitziet:

Westerschelde 1950

 

In 2015 sta ik op het Roeiershoofd en maak een foto van een uitvarende tender. Het water van de Westerschelde is onstuimig en ziet groen. En de vogel in de lucht? Die is kennelijk niet weg geweest.

Westerschelde 2015

De Belg zet er duidelijk de sokken in. Maar hij heeft dan ook wat goed te maken. De Happy Fellow ligt al een tijdje te wachten in de monding van de rivier, zwarte rooksignalen uitzendend. Zonder loods durft hij echt niet verder. Maar ook wij hebben geluk. Meestal legt de tender aan de andere kant aan, nu blijft hij aan bakboord om de loods af te zetten. En de zon breekt door.

LPG-tanker Happy Fellow op de Westerschelde bij Vlissingen op 23-6-2015