Meerstate

Meerstate. Woensdagmiddag. Koffie drinken met Ronald. In de hal staat een bord: vanavond barbecue voor de vaste bewoners. Ronald weet van niets. Hem hebben ze niets gezegd. Een vaste bewoner aan het tafeltje naast ons heeft een geel bandje om zijn pols. Dat heeft hij van de leiding gekregen. Hij vraagt aan Ronald waarom hij geen geel bandje om zijn pols heeft. Ronald zegt: ik heb me niet opgegeven. Dat verzint hij ter plekke.

Ik vraag het een verzorgster. Zij zegt dat het goed komt. De bandjes van Ronalds afdeling worden nog uitgereikt. We leggen het Ronald uit. Hij weet van niets. Hem hebben ze niets verteld. Even later vraagt hij: is het vandaag woensdag? Nooit weet hij de dag en nu vraagt hij is het woensdag. Hoezo? Dan is er een barbecue, zegt Ronald. Oliebol, roepen wij in koor. Hij zegt ja maar ik wist toch niet dat het vandaag woensdag is?

Udo komt langs. Ronald kom je ook? Wij roepen hij heeft visite en ook nog geen bandje. Een beetje plagen kan geen kwaad. We drinken snel onze koffie op. Nanny brengt Ronald naar buiten. De kok is de boel aan het opstellen. Rob en Martin en Udo zitten al klaar. Joke, die in een flat boven Meerstate woont, is er ook. Ze is er altijd en vindt het reuze gezellig. Als Nanny Ronald bij hun tafel aanschuift vraagt Udo: wat kom je doen Ronald? Nanny zegt je hebt net nog gevraagd… Ja, jaffa, zegt Joke, denk nou eens na. O zegt Udo, ben ik al weer vergeten.

Ik wil mijn fototoestel gaan halen. En een geel bandje bemachtigen. Als je dat maar uit je hoofd laat, zegt Nanny.

Noordhollands duinreservaat

Het hooglandervrouwtje stond midden op het pad en versperde mij de weg. Elke keer als ik een stap in haar richting deed, deed zij er een in de mijne. Ik zag de vliegen op haar neus en de tong in haar bek, maar vooral de horens op haar kop. Vijfentwintig meter afstand moet je houden. Wist zij dat niet? Ik zei ik doe je niets en mag ik er nu door. Zij schudde van nee en ik zag de vliegen, benieuwd hoe dit af ging lopen, een goed heenkomen zoeken. Ik dacht laat ik dan de wijste zijn. En ik maakte een omweg door distels en struikgewas. Wat wel de omgekeerde wereld is, maar je moet dit soort dingen niet op de spits drijven.

Tuinen van het Hogeland

Dit jaar bezochten we vier tuinen op het Hogeland van Groningen. De tuin op het landgoed Verhildersum in Leens, de kloostertuin in Kloosterburen, de tuin van de borg Ewsum bij Middelstum en De Kleine Plantage in Eenrum.

De tuin rond de borg Verhildersum is meer park dan tuin. En een beetje fantasieloos. Maar wel fantastisch zijn de bronzen beelden van de kunstenaar Eddy Roos. Het zijn danseressen, open en bloot, solo of als paar en dan vaak in innige omstrengeling. Maar de verbeelde beweging en intimiteit worden te niet gedaan door de inrichting van het park (en soms ook door een meeuw). De beelden staan te ver uiteen en zijn gescheiden door rechte hagen en grindpaden. De bloementuin heeft zich ver teruggetrokken tot aan de randen van het park.

De kloostertuin in Kloosterburen daarentegen is wild en in de historische groentetuin van Ewsum loop je over zandpaden en word je steevast nat van de sproeiers. Er is een fruitmuur, een boomgaard, een pluk- en een bloementuin. En er zijn heel veel vrijwilligers, die altijd aan het werk zijn. Het is er prachtig en wij komen er bijna ieder jaar.

De Kleine Plantage in Eenrum tenslotte is “een kleine en eigenzinnige kwekerij”, waar je elk plantje kan kopen dat je maar wenst. Voor in de zon of in de schaduw, voor de droge grond of juist de natte, voor in de zomer of voor in de winter. Helaas, wij zijn niet met de bakfiets en ver van huis, maar wij gaan toch altijd even kijken bij de kikkervijver en naar de kleuren (en de kunst) in de naastgelegen tuin.

De Brug en De Eendracht

Vanaf de Wetering naar Groningen (met een tussenstop in Norg) was makkelijk te doen. Maar de stad Groningen was dat niet. Die is op de schop. Meer dan vijftig projecten moeten de stad in vijf jaar tijd “aantrekkelijker, gastvrijer en klaar voor de toekomst” maken. Daar waren we mooi klaar mee. Een en al omleiding. En zowat alle bruggen voor fietsers afgesloten, volgens plan of omdat ze kapot gevaren waren. Nanny wilde al weer rechtsomkeert maken, maar toen we dan eindelijk de stad uit en het Van Starkenborghkanaal overgestoken waren en we bij het kerkje van Oostum in de verte Garnwerd zagen liggen, zongen onze banden weer.

In Aduarderzijl aangekomen zetten we ons tentje op en gingen we boodschappen doen en een biertje drinken in Ezinge bij Café De Brug waar Sjoerd en Anita van Dijk de scepter zwaaien. Sjoerd was net terug van zijn landje met de eerste piepers. Zijn vrouw zette een kom met water neer en daarin heeft hij toen met veel geduld de eerstelingen zachtjes gewassen en schoon gewreven. Zo mooi hadden we ze nog niet gezien. Wij vroegen of we een keertje mochten komen eten. Hij zei: “dan moet je vrijdag komen”.

Die vrijdag waren we vroeg present. Te vroeg. De Eendracht en het zomeravondconcert lieten nog even op zich wachten. Tijd zat. Het was de langste dag. Er stonden twee-en-dertig schotels klaar (plus twee voor ons). Mijn sauzen verpieteren fluisterde Anita. Maar daar was de band met aanhang en met ruim voldoende eetlust voor alle schotels en sauzen. De hele familie hielp mee: “k roak t overzicht kwiet” grapte een dochter.

Halverwege het concert vertrok de boswachter (zo noemden wij hem vanwege zijn outfit) met zijn fiets dwars door de muziek heen naar huis. Hij oogstte een daverend applaus.

***

***

Na afloop bestelden wij aan de bar nog een likeurtje. Grand Marnier. “O maar dan moet ik mijn moeder halen”, zei de dochter, “daar hebben we speciale glaasjes voor”.

En toen krégen we toch een bel ingeschonken … Op weg naar de tent slingerde mijn fiets als een dronken schroef. Halverwege stond een man op het pad. Ik stapte af en probeerde mijn fiets te kalmeren. De man wees op een bankje waarop je kon gaan zitten. Hij gaf een raadsel op. “Durf je het aan?” vroeg hij. Ik gokte: “Kortste nacht?” Hij knikte en liet ons door. Een man van weinig woorden.


Ezinge/Aduarderzijl, 21/22 juni 2019

zie ook: fotoalbum Café De Brug in Ezinge


Oostum

Het kerkje van Oostum ligt langs het Pieterpad op de wierde van het dorp en trekt alleen daarom al veel bekijks. Het is niet altijd open, maar de sleutel is op nummer 19 staat er op een bordje bij de ingang.

We zien een aantal dichtgemetselde ramen en aan de zuidkant een dichtgemetselde deur. De oude manneningang? En een nummer: 19. Er ligt geen sleutel.

Vanaf de afgegraven wierde en het kerkhofje hebben wij (en wij niet alleen) een prachtig uitzicht over de velden. Er is ook een soort mini ossengangetje, aangeduid met tunnel, maar dat is overwoekerd door brandnetels, wat niet fijn is voor de blote benen.

Wat mij op kerkhoven opvalt is dat er soms afkortingen in de grafstenen zijn gebeiteld, zoals Echtgen. of v/d (tussen voor- en achternaam). Alsof de rouwenden tegen elkaar zeiden: weet je wel wat zo’n letter kost? Dat mag wel wat minder. En dan moest er ook nog een fatsoenlijke tekst bij. Maar ook daar verzonnen ze wat op. Openb. 14:13 staat er dan. Leuk hoor. Het doet mij denken aan die twee grappenmakers die elkaar eindeloos dezelfde moppen vertelden. Ze hadden een vast repertoire en dat kenden ze uit hun hoofd. De een begon al te lachen als de ander nog lang niet uitverteld was. Dat kon beter. De grappen kregen een nummer en al gauw konden ze daarmee volstaan. Vierentwintig riep de één dan snedig. Hahaha schaterde de ander, om er meteen maar de dijenkletser zesennegentig tegenaan te gooien. Ze kwamen niet meer bij van het lachen en geen mens wist waar het over ging.

Oké genoeg gespot.

Toornwerd

Het regende dat het goot. We reden van Usquert naar Middelstum en sloegen een zijpad in. Daar lag het dorp Toornwerd (wij zeggen Doord, zei de bakkersvrouw in Middelstum) en bovenop de wierde stond een klokkentoren, zonder kerk, maar wel met kerkhof. Er stond ook een bord met een gedicht (van Tiny Veldhuis) in het Gronings:

We konden de trap in de toren beklimmen, maar dan moesten we de sleutel ergens in het dorp gaan halen. Dat hebben we niet gedaan. We zagen er niet uit. Want het regende dat het goot. We zijn naar de bakker in Middelstum gereden.

Op klaarlichte dag



Er wordt aan de trambaan gewerkt. De lijnen 1 en 2 hebben het er moeilijk mee. Er zit ook nog een waardetransport tussen. Het werk ligt even stil. De vrouw met het schilderij ontsnapt aan ieders aandacht. Alleen die grijze man op de fiets … hij móet haar gezien hebben.


Even later rijdt zij weg in een lichtblauwe Volkswagen Kever …

Oude Maasweg kwart voor drie

Dichten met boektitels


Gabriel Garcia Márquez: Honderd jaar eenzaamheid (Cien ãnos de soledad, 1972);
Rob Waumans: Als je de stad binnenrijdt (2011);
Roland Schimmelpfennig: Op een heldere, ijskoude ochtend in januari (Am einen klaren, eiskalten Januarmorgen, 2016);
Merlijn Kerkhof: Oude Maasweg kwart voor drie (2019)

Het boek van Merlijn Kerkhof vertelt het verhaal van de Rotterdamse band The Amazing Stroopwafels. Een vroeg (en voortdurend) succesnummer van de band was: Oude Maasweg. Daarin is kwart voor drie een tijdstip in de namiddag op een grijze regenachtige dag. Dat is hier noodgedwongen kwart voor drie in de vroege ochtend geworden. Ik moet het doen met de boeken die ik heb.

The Amazing Stroopwafels – Oude Maasweg

https://www.amazingstroopwafels.nl/

Ambacht in Beeld Festival 2018

Het Ambacht in Beeld Festival werd afgelopen weekend gehouden op de vertrouwde plek in de Amsterdamse Hallen. Van de vorige edities had ik er twee min of meer meegemaakt (zie Ambacht in Beeld  2016 en 2017) en deze wilde ik ook niet missen.

Op de heenreis kwam ik in de trein terecht tussen een vader en een moeder en hun dochter. De laatste had haar K3-jurk aan met een hart dat als je er over heen streek van zilver roze werd en andersom. Ik mocht dat niet, haar vader en moeder wel en dan bracht het meisje het hart weer op orde. Roze. Ze waren overduidelijk op weg naar een concert van K3. Mamma bleef rustig. Pappa was helemaal van de melk. Honderd pina colada’s kreeg ik te slikken en duizend kleine matroosjes kwamen er voorbij. Het duizelde mij. Het meisje telde ondertussen de stations af en ook dat was niet zo eenvoudig want de trein zou tien keer stoppen en dan kwam er nog de metro richting Bijlmer. Hoe ging ze dat volhouden? Op station Sloterdijk mocht ik eruit. Ik wenste haar veel plezier.

Serviesfabriekje

Het Ambacht in Beeld Festival had plaats volgens het beproefde recept: films, masterclasses, demonstraties en workshops, waarvan een heleboel voor kinderen. Ambachtelijk meesterschap. Voor een groot deel vrij te bewonderen in en rond De Passage. De draak van papier-maché was een groot succes. En ook het serviesfabriekje draaide weer lekker. Er werd lino gesneden, strip getekend en ouderwets letter gezet. Vrolijk en leuk demonstreerde Fatima Oulad Thami haar henna kunst en de maskers van Charlotte Dillon en the Masketeers waren een feest om te zien. Buiten werd glas geblazen en een boot gebouwd.


Fotogalerij
(druk op een foto voor een vergroting)

Ambacht in Beeld Festival 2018


Er was nog veel meer te zien. Gelukkig werd er uitgebreid gefotografeerd en gefilmd. Meestal met smartphones, maar ook wel met professionelere apparatuur. De plaatjes zullen hun weg dus wel vinden.

Mijn foto’s zijn gemaakt vanuit de losse pols (met een Fujifilm X100F camera). Valt niet zo op dacht ik … En ze stonden schots en scheef. Ik heb ze thuis bijna allemaal recht moeten zetten.

 

PS
Op de terugweg moesten we wachten op Station Sloterdijk. Er liep een meisje rond in een door poortjes afgesloten gedeelte. Ze stuurde een karretje voor zich uit. Daarop stond een groot ding. Ingepakt. Het kon een muziekinstrument zijn of een bazooka. Je weet het niet. Ze zocht de lift naar perron 7. Die was er niet. Ze wilde terug door de poortjes toen wij de lift aan de andere kant zagen. Ze was halverwege een poortje maar kwam weer naar ons toe. Wij wezen haar de lift. Ze moest door een ander poortje. Dat poortje zei: je bent al uitgecheckt. Ze mocht er niet door. Ik bood haar aan te helpen het ding de trap naar perron 7 af te dragen. Ze zei dat dat niet veilig was. Dus toch een bazooka. Toen hebben wij haar voorgedaan hoe je snel achter iemand die er wel uit mag door een poortje kan glippen. Het lukte. Zij stak haar hand op. Daarna niets meer van haar gezien of gehoord. Wij zijn veilig thuisgekomen.

 

Website van het Ambacht in Beeld Festival

Arran

 

Brodick

Donderdag 19 juni 1997

Vanmorgen (Nanny had heel onrustig geslapen omdat we nog steeds niet betaald hadden) kwam de boerin van de Glen Rosa Farm op haar vuurrode duck op vier wielen met aanhangwagen het kamp op gescheurd om de bakken te legen en de ponden te innen. Dat was een pak van Nanny’s hart. Jammer genoeg waren alle midges ook wakker geworden en die begonnen ons onaangenaam te bestoken. Gauw spullen gepakt voor de tocht door Glen Rosa over The Saddle naar Glen Sannox.

Glen Rosa

Dat leek ons een aardige wandeling, ofschoon niet van gevaar ontbloot als je de eerste twee banken moest geloven, die beide waren opgedragen aan jammerlijk omgekomen hikers. De brug die de genie in opleiding uit Glasgow even verderop  had geslagen gaf iets meer vertrouwen en de langzaam stijgende helling naar wat ongetwijfeld het Zadel was deed ons opgewekt onze tocht vervolgen. Als Nanny moe was bleef ze staan en dan keek ze om zich heen en dan zag ze een hert met een gewei, een wonderschone orchidee of gewoon een steen om op te zitten.

Glen Rosa

Bovenop het Zadel met een prachtig uitzicht door Glen Sannox naar zee het eeuwenoude brood van het eiland genuttigd en melk gedronken. Langzamerhand begonnen we ons af te vragen hoe we de steile afdaling naar het dal zouden aanpakken. Het pad gaf ons de keus tussen een loodrechte rotswand en een angstaanjagende spleet. We kozen de laatste, hoewel Nanny bleef jammeren dat ze terug wilde (maar dat kon al niet meer) en te klein was (maar dat was een voordeel want zo paste ze precies door die sleuf). Op ons gat zakten we samen met het bergwater naar beneden, van rotspunt naar richel naar rotspunt.

The Saddle

Toen Nanny er niet meer in geloofde zag ze plots een papiertje van een pepermuntsnoepje liggen, wat toch moed gaf in deze benarde omstandigheden, want dan waren er dus andere mensen voor ons geweest die het gehaald hadden. Het bleek een papiertje uit mijn opengescheurde rugzak te zijn, wat een aanmerkelijke domper op de feestvreugde was. We zagen al een derde bankje voor ons geestesoog verschijnen aan het begin van de Glen, toen we met een laatste vertwijfelde glijpartij min of meer ongeschonden het dal bereikten, waaruit ons een hondje, een man, een jongen, een meisje en even later nog een jongen tegemoet kwamen.

“A nice day” vonden ze het en of de andere kant net zo was. Nee, die viel wel mee, maar deze kant die was “steep” en “very dangerous”, stamelden wij. Ze lachten ons uit (de andere kant nog makkelijker?) en gingen welgemoed de steile wand tegemoet. De laatste jongen bekeek ons iets beter en waarschuwde dat het dal verderop tamelijk “muddy” was. “No problem” zei Nanny opgewekt.

Glen Sannox

Even later was zij tot driemaal toe tot aan haar knieën in het moeras verdwenen. Ze moest schoongespoeld worden in de beek en eindelijk eindelijk bereikten we dan toch nog de bewoonde wereld, waar de postbus naar Brodick juist voor ons neus wegreed. Dus verder gelopen naar Corrie en thee met scones besteld in het hotel. Halsoverkop afgerekend om op de schoolbus te springen.

Brodick Bay

In Brodick schone t-shirts gekocht en de fietsen uit de tent gehaald. Daarna gevochten met de midges: gelijkspel. Zij zitten nu met z’n miljoenen voor de tent en wij met ons tweeën erin. Om het stiftje van het Kruidvat hebben ze een onbedaarlijke lol. Morgen doen we het wat rustiger aan, gaan we misschien naar een trial bij het kasteel.

(uit ons vakantiedagboek)

Meerstate

Het is druk in het restaurant van Meerstate. We zien Ronald zitten. Ben en Martin zijn er ook. We schuiven twee stoelen aan en vragen wat ze willen drinken. Ronald wil wel koffie, Ben bestelt kamillethee met drie scheppen suiker, goed voor de maag zegt hij, en Martin wil nog even niks.

Ben is soms moeilijk te verstaan, maar nu Nanny thee voor hem heeft gehaald doet hij erg zijn best en horen we dat hij uit Veendam komt en in Delfzijl rails voor de trein heeft gelegd. Op de milligram nauwkeurig. Daar moet Ronald om lachen. Millimeter verbetert Ben onverstoorbaar. Een secuur werkje en daar houdt hij wel van. Een mooie tijd. En in Apeldoorn heeft hij nieuwe wielen onder treinen gezet. Dat is zwaar. Elke morgen als hij opstaat wil hij zo weer gaan werken. Daar kan Ronald zich nou niets bij voorstellen.

Ronald heeft andere zorgen. Twee keer heeft hij al naar zijn AOW geïnformeerd. Hij vraagt zich af waarom hij daar niets van ziet. Dat gaat nu al weken zo. Ben vindt dat wel grappig. Hij vraagt aan ons hoe oud Ronald is. Wij vragen het Ronald. Die wil het niet meer uitrekenen: te moeilijk. Wij mogen het dus zeggen: zesenzestig. Ben zegt nu tergend langzaam, maar wel zo dat Ronald het goed kan horen: “Maar dan moet die man toch al AOW hebben?” Wij schieten in de lach. Ronald niet. Die moeten we het nu voor de derde keer uitleggen. Het is een onuitputtelijk onderwerp.

Ben en Martin gaan even naar buiten voor een sjekkie. Als ze terug zijn rolt Martin zijn stoel naar de bar. Hij wisselt een blik met Ben. Die knikt. Martin komt met twee bier en een borrel terug. Wij mogen het nu zelf uitzoeken. Maar ze demonstreren ons nog wel even de truc met de aansteker. Daarmee ontkurken ze hun flesjes bier. Even ploppen zegt Ben. Nanny moet kijken. Ach, plopje van niks mompelt hij. Ben geeft afwezig de kroonkurk aan Martin door. Maar die wil in plaats daarvan zijn aansteker terug. Ook goed.

Ronald is overgeschakeld op Weenink. Hij vraagt of ze nog steeds eerste klasse spelen. Wijkertoren zeg ik. Tweede klasse. Omdat ik niet meer meedoe zegt Ronald. Ik zeg je moet een potje doen met Martin. Bord en schaakstukken staan in je kast. Het is onbegonnen werk. Ronald zegt dat hij de stukken niet kan zien en Martin doet net alsof hij niet weet dat hij ooit geschaakt heeft.

Het is vijf uur. Ronald heeft een sprekend horloge. De mevrouw in dat horloge zegt ook dat het vijf uur is. Naast ons wordt Koos, die zit te slapen, opgehaald om te komen eten. Maar als Koos wakker is moet hij eerst alle stoelen recht zetten en alle leesbladen weer in het rek zetten waar ze horen. Dat is ook een secuur werkje. Wij helpen hem soms door alles expres een beetje slordig achter te laten als we weggaan. Daar heeft hij wat aan.

Op de fiets naar Groningen

Op de fiets naar Groningen. We doen het nog een keer. Onze fietsen stammen uit de vorige eeuw en wij ook. Dus trappen we in kleine etappes (via Spakenburg, Wezep, Kalenberg en Bakkeveen) naar Aduarderzijl in Groningen. Sneller gaat niet meer.

In Kalenberg bivakkeren we vier dagen lang in een klein molenaarshuisje aan de Hoogeweg. We kanoën door de Weerribben en Nanny gaat een keer kopje onder: aan de verkeerde kant uitgestapt.

Aduarderzijl

In Aduarderzijl zetten we ons tentje neer. Van daaruit maken we voet- en fietstochten. Met het Reitdiepveer (dat vaart tussen Aduarderzijl en Schaphalsterzijl) steken wij over naar het Hoogeland.

De tocht door de Noordpolder naar Noordpolderzijl is een verplicht nummer. Voor de liefhebbers, want de weg is lang, het land is leeg en de wind is onstuimig. Maar zo leer je Groningen kennen.

Noordpolderzijl

In Noordpolderzijl kun je niet verder of je moet het wad op. Het decor is troosteloos mooi. Eens lagen er schepen. Nu is de haven dichtgeslibd. Maar het café ‘t Zielhoes onderaan de zeedijk is springlevend. Behalve op maandag, want dan is het gesloten.

Spakenburg

Botterwerf (Spakenburg 2018)

We zijn in Spakenburg. Niet te geloven roept Nanny als ze de twee stadions van VV IJsselmeervogels en SV Spakenburg naast elkaar ziet liggen. Rood en blauw, ze hebben het hier goed voor elkaar. Het stadion van IJsselmeervogels stroomt vol. We gaan een kijkje nemen en vinden nog net een plaatsje op de afgeladen staantribune Midden Noord. De vrouwen van Ajax en PSV spelen om de KNVB-beker. We weten niet wat we meemaken. Nummertje 5 van Ajax gaat als een kanonskogel door de linies en vliegt voortdurend ondersteboven door de lucht, met of zonder tegenstandster. Het is bijna het enige wat we zien achter de brede ruggen van al die Spakenburgse vissers. Ajax wint. Het PSV-vak stroomt leeg, het Ajax-vak gaat uit zijn dak. Wij zoeken de jachthaven op, waar we ons tentje hebben opgezet.

Als het donker wordt kruipen we in onze slaapzakken, maar van slapen is geen sprake. We staan naast een caravan met twee onduidelijke figuren. Een ontsnapte tbs-er en zijn coach, soort van, zeg ik tegen Nanny. De mannen hebben zich bevoorraad met drie kratten bier. Het is zaterdagavond. Zij gaan het aan de waterkant luidruchtig op een zuipen zetten. Wij liggen in ons tentje en proberen niet op te vallen.

“Wat is dat voor een kut tentje, waarom doen ze dat?” “Dat vinden die mensen leuk.” Nanny fluistert: gaat dit over ons? Ik zeg: welnee, en wordt onmiddellijk uit de droom geholpen. “Stelletje homo’s” Dit laten ze even op ons en zichzelf inwerken. Dan is er plotseling paniek. “Godverdomme zag je dat?” “Waar?” “Daar! Een rat. Dat trek ik niet, ik ga naar binnen.” Ik fluister: het zijn watjes. Nanny sist: stil. Even later is er opnieuw paniek. “Muggen! Kan die deur niet dicht?” “Godsklere wat is het hier warm. Ik ga naar buiten.”

De mannen drinken stug door. Wij houden ons koest.

“Weet je waar ik zin in heb?” De tbs-er belt vriendinnen, slaat opeens heel fatsoenlijke taal uit. De vrouwen beloven wel maar komen niet. Dat verandert de zaak. “Kan jij niet een paar lekkere wijven voor ons gaan schieten in het dorp?” “Ga zelf een paar lekkere wijven schieten in het dorp.” “Ja maar jij hebt een auto.” “Ik ga nou niet rijden.” “Dan ga je toch lopen.” “Hoe kan ik nou lopen met dat been, dat heb ik je toch laten zien?”

Er vallen gaten in de conversatie steeds afgewisseld met “Dat gaat echt niet op komen.” Coach probeert zijn makker in het gareel te houden. Die sputtert nog wat tegen, probeert in zijn eentje toch nog het derde krat onschadelijk te maken, maar moet tenslotte ook afhaken. Het wordt langzamerhand stil. Opeens klinken er twee harde knallen. Ze hebben een pistool waarschuw ik Nanny. Uit de caravan klinkt angstig: “Wat was dat wat was dat, ik moet pissen.” Het valt mee, de mannen zijn ook geschrokken, stel ik Nanny gerust. Niet te geloven mompelt zij.

Om twee uur slapen wij.