Doet glad niet zeer

De Nieuwe Vlissingseweg tussen Middelburg en Vlissingen was op de schop. Alle klinkers werden vervangen. Toen de nieuwe erin lagen, lagen de oude op een hoop. Halve en hele. De halve hadden de voorkeur. Daar konden we mee gooien. Wij waren een jaar of zeven. Tussen de in de grond gezette stenen borden met een P erop voerden we oorlog. De uitwijkplaats in wording voor auto’s was het niemandsland. En achter die grote P’s kon je schuilen. Ik bewaakte de P aan de Vlissingse kant. De aanval kwam vanaf de andere kant, de Middelburgse. Het regende stenen. Soms stak ik mijn hoofd boven het bord uit om te kijken of het tijd was voor een tegenaanval. Toen het even stil was waagde ik het erop en kwam overeind. Een verdwaalde klinker trof mij vol op het voorhoofd. Een loodzwaar gevoel zakte helemaal door mij heen tot in mijn schoenen. Ik had moeite om te blijven staan. Er werd een staakt-het-vuren afgekondigd. Alle jongens kwamen naar mij toe. We gooiden met stenen, maar mikten niet op het hoofd. Ik zie bloed, zei er een. Roep je moeder, zei een ander. Ik stak de weg over en belde aan. Ik was nu niet duizelig meer, maar begon mij toch zorgen te maken. De druppels die van mijn hoofd vielen werden steeds groter en maakte sterretjes op de vloer van het portiek, die langzaam rood kleurde. Mijn moeder deed open en trok wit weg. En opeens stonden er ook twee buurvrouwen op de stoep. Zij riepen aanwijzingen door de open deur. Ik werd plat neergelegd in de keuken met een natte doek over de wond op mijn voorhoofd. En een van de buurvrouwen ging de dokter halen.

Ik lag in een bed op de overloop tussen mijn eigen slaapkamer en de slaapkamer van mijn ouders in. Ik weet niet waarom. Ik had het erg warm en het voelde heel raar. Het leek net alsof mijn hoofd niet meer van mij was. Ik dwaalde ermee door het donker. Zou dat het heelal zijn, dacht ik, een spiraal waar ik niet uit kon komen, wat ik ook probeerde, steeds verder weg. Stik bang werd ik ervan. Mijn moeder zei de volgende dag dat ik de hele nacht had liggen ijlen en dat zij ook bang was geweest. Waarvoor wilde ze niet zeggen. De dokter was geweest en had haar gevraagd of zij gelovig was, want dat het niet meer aan hem was, of zoiets. Wat had je daar nou aan? En mijn vader zei, toen ik hem er later toch maar naar vroeg, naar die spiraal en dat donkere gat waardoorheen je zomaar omhoog kon vallen en of dat echt was, dat hij zoiets ook wel eens had meegemaakt, maar dat kon bijna niet waar zijn, hij zei maar wat, om mij gerust te stellen.

Met het hoofd kwam het niet vanzelf goed. Ik moest geopereerd worden. Dat werd dus schaapjes tellen. Had ik eerder gedaan. En daar had je natuurlijk weer die spiraal en dat gat. Maar minder erg, want ik was daar nu niet meer zo bang voor. Toen ik thuiskwam uit het ziekenhuis hadden mijn moeder en vader alle autootjes en het verkeersplein, dat ik onder de tafel in de voorkamer op het kleed achter had gelaten, precies zo laten staan. Zoals ze beloofd hadden. Toch zag het er anders uit. Nu het gelukt was om weer thuis te komen was het opeens niet zo belangrijk meer. Denk ik.

De nieuwe weg voor ons huis was af en de losliggende stenen waren opgeruimd. Had mijn vader gedaan zei hij. Ik mocht geen oorlogje meer spelen van hem. En mijn moeder, gevoelig voor wat de dokter tegen haar gezegd had, kreeg mijn vader zover dat mijn zusje en ik gedoopt werden in de Lutherse kerk. Door dominee Johannes. Hoe mooi wil je het hebben? En mijn zusje, die nergens bang voor was, riep daar in die doodstille kerk, toen het water over haar heen geschept werd: “Doet glad-nie-zeer papa!” Was ik maar zo flink.

Ja mensen, zo zie je maar, van het een komt het ander en een ongeluk zit in een klein hoekje.



Zie ook: De zandauto waar mijn zusje tegenaan liep in Middelburg

Het Muziekpakhuis speelt in Vondelstede

Donderdagmiddag 12 december 2019 traden leerlingen van het Muziekpakhuis op in Vondelstede, dat al een beetje in kerstsfeer was. De muzikanten trakteerden de bewoners op een rijk gevariëerd programma met stukken van Bach, Mozart, Tsjaikovski, Lully, Fauré, maar ook Comptine d’un autre été, en op nog veel meer. Gelukkig bijna geen kerstliedjes. Dat was mooi. Maar het allermooist waren de twee reusachtige harpen. Die stalen de show.

Ik wist niet dat een harp, twee harpen zo modern konden klinken. Het stuk Late Night & Fiesta van Inge Frimout-Hei hakte erin. Met die roffels op de klankkast en dat geroetsj over de snaren. Grandioos.

Als ik het zo bekijk gaat Juno haar viool nu inruilen voor een harp.

November Rain

Het regende. Wij wandelden door de duinen. Er was verder niemand. Geen mens, geen dier. We stopten bij het bankje waar je ‘s zomers de zweefvliegtuigen kan zien opstijgen en ook weer terug zien komen. Alles en iedereen hield de adem in. Alleen een graafmachientje bromde in de verte. We kochten bij de gasterij paardenbloemhoning. De laatste. Toen waren wij nat en fietsten we naar huis. En in mijn hoofd klonk in eindeloze herhaling ‘Cause nothin’ lasts forever, even cold November rain. Het wil maar niet ophouden …

Guns ‘N Roses – November Rain

Ambacht in Beeld Festival 2019

Op de heenreis naar het jaarlijkse Ambacht in Beeld Festival in Amsterdam reed er speciaal voor ons een extra trein. Het was de nieuwe sprinter. Eindelijk mochten wij daar ook eens mee. We zaten op een plek voor mensen met hele lange benen en het licht ging vanzelf iets feller branden in de tunnel en daarna dimde het weer en er was een wc aan boord, die ik niet uitgeprobeerd heb, en onder elke bank was een stopcontact en er waren drie afvalbakken: organisch, papier en rest. Hij reed alleen niet verder dan Sloterdijk, maar daar namen wij tramlijn 19 tot de Bilderdijkstraat en toen hoefden we nog maar een klein eindje te lopen naar de Hallen.

*

In de Tollensstraat regende het heel hard. Een bakfiets wilde via de Hallen doorsteken naar de Ten Katestraat. De bestuurder was al afgestapt. In de Tollenstraat geldt een fietsverbod. De fietscoach zei: “Kan echt niet.” Hij legde uit: “De hal is vol mensen en oude ambachten van vroeger”. Dat was bijna goed. Het logo zegt het net even anders: “The Future is Handmade”.

Het Ambacht in Beeld Festival werd dit jaar dus voor het vijfde achtereenvolgende jaar in de Hallen gehouden. Wegens succes geprolongeerd. De edities beginnen een beetje op elkaar te lijken.

Ik weet echt niet meer wat ik moet fotograferen. Maar zoals de fietscoach zei, de hal is vol mensen.

*

Een voltreffer was de workshop natte plaat fotografie met een antieke houten camera, het gieten van collodium op een plaatje van aluminium en het ontwikkelen, fixeren en spoelen in een donkere kamer. Dat is echt oud ambacht. De fietscoach had gelijk.

*

Het glasblazen was een groot succes

De kinderen bouwden een tiny tiny house

En op onverminderde belangstelling mochten het hout- en meubileringscollege en de vliegende meubelmakers rekenen. De houten kruk is inmiddels een klassieker.

*

*

De terugreis was ook wel grappig. Weer met die nieuwe trein. Hij had op ons gewacht. Om ons te plagen blies de conducteur op zijn fluit toen we nog onderaan de onmogelijk lange trap stonden. Nanny nam de rol, ik de benen. Nanny was het eerst boven. Zij riep mogen we er nog in en liep de conducteur ondersteboven. Voor deze keer dan antwoordde die opkrabbelend. En toen ik daarna over hem heen de trein in tuimelde riep hij ook nog val niet.

En alles voor niets. De trein wilde niet vertrekken. De machinist was zoek. Vijf minuten later was hij gevonden. Hij zat aan de verkeerde kant van de trein op het groene licht in de verkeerde richting te wachten. Nu kwam hij besmuikt lachend langs de trein gelopen samen met de conducteur, die een gezicht van leuker kan ik het niet maken trok.

Chloé

Chloé Dygert

Gisteren in plaats van naar de World Cup schaken in Khanty-Mansiysk gekeken naar het WK wielrennen voor vrouwen in Yorkshire. En wat ik daar zag tart elke verbeelding. Als een tornado raasde een Amerikaanse vrouw, ze is pas 22, over het kletsnatte parcours. Die had er zin in. Dat was helemaal geen tijdrit, maar pure achtervolging, minstens vijf voor haar gestarte rensters werden opgeveegd. Iedereen ging op het rooster. Oranje werd op anderhalve minuut gereden, de rest op drie minuten en meer. Tom Dumoulin mag wel uitkijken straks in Tokio, want tegen deze kanonskogel is geen kruid gewassen.

screenshots

Meerstate

Meerstate. Woensdagmiddag. Koffie drinken met Ronald. In de hal staat een bord: vanavond barbecue voor de vaste bewoners. Ronald weet van niets. Hem hebben ze niets gezegd. Een vaste bewoner aan het tafeltje naast ons heeft een geel bandje om zijn pols. Dat heeft hij van de leiding gekregen. Hij vraagt aan Ronald waarom hij geen geel bandje om zijn pols heeft. Ronald zegt: ik heb me niet opgegeven. Dat verzint hij ter plekke.

Ik vraag het een verzorgster. Zij zegt dat het goed komt. De bandjes van Ronalds afdeling worden nog uitgereikt. We leggen het Ronald uit. Hij weet van niets. Hem hebben ze niets verteld. Even later vraagt hij: is het vandaag woensdag? Nooit weet hij de dag en nu vraagt hij is het woensdag. Hoezo? Dan is er een barbecue, zegt Ronald. Oliebol, roepen wij in koor. Hij zegt ja maar ik wist toch niet dat het vandaag woensdag is?

Udo komt langs. Ronald kom je ook? Wij roepen hij heeft visite en ook nog geen bandje. Een beetje plagen kan geen kwaad. We drinken snel onze koffie op. Nanny brengt Ronald naar buiten. De kok is de boel aan het opstellen. Rob en Martin en Udo zitten al klaar. Joke, die in een flat boven Meerstate woont, is er ook. Ze is er altijd en vindt het reuze gezellig. Als Nanny Ronald bij hun tafel aanschuift vraagt Udo: wat kom je doen Ronald? Nanny zegt je hebt net nog gevraagd… Ja, jaffa, zegt Joke, denk nou eens na. O zegt Udo, ben ik al weer vergeten.

Ik wil mijn fototoestel gaan halen. En een geel bandje bemachtigen. Als je dat maar uit je hoofd laat, zegt Nanny.

Noordhollands duinreservaat

Het hooglandervrouwtje stond midden op het pad en versperde mij de weg. Elke keer als ik een stap in haar richting deed, deed zij er een in de mijne. Ik zag de vliegen op haar neus en de tong in haar bek, maar vooral de horens op haar kop. Vijfentwintig meter afstand moet je houden. Wist zij dat niet? Ik zei ik doe je niets en mag ik er nu door. Zij schudde van nee en ik zag de vliegen, benieuwd hoe dit af ging lopen, een goed heenkomen zoeken. Ik dacht laat ik dan de wijste zijn. En ik maakte een omweg door distels en struikgewas. Wat wel de omgekeerde wereld is, maar je moet dit soort dingen niet op de spits drijven.

Tuinen van het Hogeland

Dit jaar bezochten we vier tuinen op het Hogeland van Groningen. De tuin op het landgoed Verhildersum in Leens, de kloostertuin in Kloosterburen, de tuin van de borg Ewsum bij Middelstum en De Kleine Plantage in Eenrum.

De tuin rond de borg Verhildersum is meer park dan tuin. En een beetje fantasieloos. Maar wel fantastisch zijn de bronzen beelden van de kunstenaar Eddy Roos. Het zijn danseressen, open en bloot, solo of als paar en dan vaak in innige omstrengeling. Maar de verbeelde beweging en intimiteit worden te niet gedaan door de inrichting van het park (en soms ook door een meeuw). De beelden staan te ver uiteen en zijn gescheiden door rechte hagen en grindpaden. De bloementuin heeft zich ver teruggetrokken tot aan de randen van het park.

De kloostertuin in Kloosterburen daarentegen is wild en in de historische groentetuin van Ewsum loop je over zandpaden en word je steevast nat van de sproeiers. Er is een fruitmuur, een boomgaard, een pluk- en een bloementuin. En er zijn heel veel vrijwilligers, die altijd aan het werk zijn. Het is er prachtig en wij komen er bijna ieder jaar.

De Kleine Plantage in Eenrum tenslotte is “een kleine en eigenzinnige kwekerij”, waar je elk plantje kan kopen dat je maar wenst. Voor in de zon of in de schaduw, voor de droge grond of juist de natte, voor in de zomer of voor in de winter. Helaas, wij zijn niet met de bakfiets en ver van huis, maar wij gaan toch altijd even kijken bij de kikkervijver en naar de kleuren (en de kunst) in de naastgelegen tuin.

De Brug en De Eendracht

Vanaf de Wetering naar Groningen (met een tussenstop in Norg) was makkelijk te doen. Maar de stad Groningen was dat niet. Die is op de schop. Meer dan vijftig projecten moeten de stad in vijf jaar tijd “aantrekkelijker, gastvrijer en klaar voor de toekomst” maken. Daar waren we mooi klaar mee. Een en al omleiding. En zowat alle bruggen voor fietsers afgesloten, volgens plan of omdat ze kapot gevaren waren. Nanny wilde al weer rechtsomkeert maken, maar toen we dan eindelijk de stad uit en het Van Starkenborghkanaal overgestoken waren en we bij het kerkje van Oostum in de verte Garnwerd zagen liggen, zongen onze banden weer.

In Aduarderzijl aangekomen zetten we ons tentje op en gingen we boodschappen doen en een biertje drinken in Ezinge bij Café De Brug waar Sjoerd en Anita van Dijk de scepter zwaaien. Sjoerd was net terug van zijn landje met de eerste piepers. Zijn vrouw zette een kom met water neer en daarin heeft hij toen met veel geduld de eerstelingen zachtjes gewassen en schoon gewreven. Zo mooi hadden we ze nog niet gezien. Wij vroegen of we een keertje mochten komen eten. Hij zei: “dan moet je vrijdag komen”.

Die vrijdag waren we vroeg present. Te vroeg. De Eendracht en het zomeravondconcert lieten nog even op zich wachten. Tijd zat. Het was de langste dag. Er stonden twee-en-dertig schotels klaar (plus twee voor ons). Mijn sauzen verpieteren fluisterde Anita. Maar daar was de band met aanhang en met ruim voldoende eetlust voor alle schotels en sauzen. De hele familie hielp mee: “k roak t overzicht kwiet” grapte een dochter.

Halverwege het concert vertrok de boswachter (zo noemden wij hem vanwege zijn outfit) met zijn fiets dwars door de muziek heen naar huis. Hij oogstte een daverend applaus.

***

***

Na afloop bestelden wij aan de bar nog een likeurtje. Grand Marnier. “O maar dan moet ik mijn moeder halen”, zei de dochter, “daar hebben we speciale glaasjes voor”.

En toen krégen we toch een bel ingeschonken … Op weg naar de tent slingerde mijn fiets als een dronken schroef. Halverwege stond een man op het pad. Ik stapte af en probeerde mijn fiets te kalmeren. De man wees op een bankje waarop je kon gaan zitten. Hij gaf een raadsel op. “Durf je het aan?” vroeg hij. Ik gokte: “Kortste nacht?” Hij knikte en liet ons door. Een man van weinig woorden.


Ezinge/Aduarderzijl, 21/22 juni 2019

zie ook: fotoalbum Café De Brug in Ezinge


Oostum

Het kerkje van Oostum ligt langs het Pieterpad op de wierde van het dorp en trekt alleen daarom al veel bekijks. Het is niet altijd open, maar de sleutel is op nummer 19 staat er op een bordje bij de ingang.

We zien een aantal dichtgemetselde ramen en aan de zuidkant een dichtgemetselde deur. De oude manneningang? En een nummer: 19. Er ligt geen sleutel.

Vanaf de afgegraven wierde en het kerkhofje hebben wij (en wij niet alleen) een prachtig uitzicht over de velden. Er is ook een soort mini ossengangetje, aangeduid met tunnel, maar dat is overwoekerd door brandnetels, wat niet fijn is voor de blote benen.

Wat mij op kerkhoven opvalt is dat er soms afkortingen in de grafstenen zijn gebeiteld, zoals Echtgen. of v/d (tussen voor- en achternaam). Alsof de rouwenden tegen elkaar zeiden: weet je wel wat zo’n letter kost? Dat mag wel wat minder. En dan moest er ook nog een fatsoenlijke tekst bij. Maar ook daar verzonnen ze wat op. Openb. 14:13 staat er dan. Leuk hoor. Het doet mij denken aan die twee grappenmakers die elkaar eindeloos dezelfde moppen vertelden. Ze hadden een vast repertoire en dat kenden ze uit hun hoofd. De een begon al te lachen als de ander nog lang niet uitverteld was. Dat kon beter. De grappen kregen een nummer en al gauw konden ze daarmee volstaan. Vierentwintig riep de één dan snedig. Hahaha schaterde de ander, om er meteen maar de dijenkletser zesennegentig tegenaan te gooien. Ze kwamen niet meer bij van het lachen en geen mens wist waar het over ging.

Oké genoeg gespot.

Toornwerd

Het regende dat het goot. We reden van Usquert naar Middelstum en sloegen een zijpad in. Daar lag het dorp Toornwerd (wij zeggen Doord, zei de bakkersvrouw in Middelstum) en bovenop de wierde stond een klokkentoren, zonder kerk, maar wel met kerkhof. Er stond ook een bord met een gedicht (van Tiny Veldhuis) in het Gronings:

We konden de trap in de toren beklimmen, maar dan moesten we de sleutel ergens in het dorp gaan halen. Dat hebben we niet gedaan. We zagen er niet uit. Want het regende dat het goot. We zijn naar de bakker in Middelstum gereden.

Op klaarlichte dag



Er wordt aan de trambaan gewerkt. De lijnen 1 en 2 hebben het er moeilijk mee. Er zit ook nog een waardetransport tussen. Het werk ligt even stil. De vrouw met het schilderij ontsnapt aan ieders aandacht. Alleen die grijze man op de fiets … hij móet haar gezien hebben.


Even later rijdt zij weg in een lichtblauwe Volkswagen Kever …

Oude Maasweg kwart voor drie

Dichten met boektitels


Gabriel Garcia Márquez: Honderd jaar eenzaamheid (Cien ãnos de soledad, 1972);
Rob Waumans: Als je de stad binnenrijdt (2011);
Roland Schimmelpfennig: Op een heldere, ijskoude ochtend in januari (Am einen klaren, eiskalten Januarmorgen, 2016);
Merlijn Kerkhof: Oude Maasweg kwart voor drie (2019)

Het boek van Merlijn Kerkhof vertelt het verhaal van de Rotterdamse band The Amazing Stroopwafels. Een vroeg (en voortdurend) succesnummer van de band was: Oude Maasweg. Daarin is kwart voor drie een tijdstip in de namiddag op een grijze regenachtige dag. Dat is hier noodgedwongen kwart voor drie in de vroege ochtend geworden. Ik moet het doen met de boeken die ik heb.

The Amazing Stroopwafels – Oude Maasweg

https://www.amazingstroopwafels.nl/

Ambacht in Beeld Festival 2018

Het Ambacht in Beeld Festival werd afgelopen weekend gehouden op de vertrouwde plek in de Amsterdamse Hallen. Van de vorige edities had ik er twee min of meer meegemaakt (zie Ambacht in Beeld  2016 en 2017) en deze wilde ik ook niet missen.

Op de heenreis kwam ik in de trein terecht tussen een vader en een moeder en hun dochter. De laatste had haar K3-jurk aan met een hart dat als je er over heen streek van zilver roze werd en andersom. Ik mocht dat niet, haar vader en moeder wel en dan bracht het meisje het hart weer op orde. Roze. Ze waren overduidelijk op weg naar een concert van K3. Mamma bleef rustig. Pappa was helemaal van de melk. Honderd pina colada’s kreeg ik te slikken en duizend kleine matroosjes kwamen er voorbij. Het duizelde mij. Het meisje telde ondertussen de stations af en ook dat was niet zo eenvoudig want de trein zou tien keer stoppen en dan kwam er nog de metro richting Bijlmer. Hoe ging ze dat volhouden? Op station Sloterdijk mocht ik eruit. Ik wenste haar veel plezier.

Serviesfabriekje

Het Ambacht in Beeld Festival had plaats volgens het beproefde recept: films, masterclasses, demonstraties en workshops, waarvan een heleboel voor kinderen. Ambachtelijk meesterschap. Voor een groot deel vrij te bewonderen in en rond De Passage. De draak van papier-maché was een groot succes. En ook het serviesfabriekje draaide weer lekker. Er werd lino gesneden, strip getekend en ouderwets letter gezet. Vrolijk en leuk demonstreerde Fatima Oulad Thami haar henna kunst en de maskers van Charlotte Dillon en the Masketeers waren een feest om te zien. Buiten werd glas geblazen en een boot gebouwd.


Fotogalerij
(druk op een foto voor een vergroting)

Ambacht in Beeld Festival 2018


Er was nog veel meer te zien. Gelukkig werd er uitgebreid gefotografeerd en gefilmd. Meestal met smartphones, maar ook wel met professionelere apparatuur. De plaatjes zullen hun weg dus wel vinden.

Mijn foto’s zijn gemaakt vanuit de losse pols (met een Fujifilm X100F camera). Valt niet zo op dacht ik … En ze stonden schots en scheef. Ik heb ze thuis bijna allemaal recht moeten zetten.

 

PS
Op de terugweg moesten we wachten op Station Sloterdijk. Er liep een meisje rond in een door poortjes afgesloten gedeelte. Ze stuurde een karretje voor zich uit. Daarop stond een groot ding. Ingepakt. Het kon een muziekinstrument zijn of een bazooka. Je weet het niet. Ze zocht de lift naar perron 7. Die was er niet. Ze wilde terug door de poortjes toen wij de lift aan de andere kant zagen. Ze was halverwege een poortje maar kwam weer naar ons toe. Wij wezen haar de lift. Ze moest door een ander poortje. Dat poortje zei: je bent al uitgecheckt. Ze mocht er niet door. Ik bood haar aan te helpen het ding de trap naar perron 7 af te dragen. Ze zei dat dat niet veilig was. Dus toch een bazooka. Toen hebben wij haar voorgedaan hoe je snel achter iemand die er wel uit mag door een poortje kan glippen. Het lukte. Zij stak haar hand op. Daarna niets meer van haar gezien of gehoord. Wij zijn veilig thuisgekomen.

 

Website van het Ambacht in Beeld Festival

Arran

 

Brodick

Donderdag 19 juni 1997

Vanmorgen (Nanny had heel onrustig geslapen omdat we nog steeds niet betaald hadden) kwam de boerin van de Glen Rosa Farm op haar vuurrode duck op vier wielen met aanhangwagen het kamp op gescheurd om de bakken te legen en de ponden te innen. Dat was een pak van Nanny’s hart. Jammer genoeg waren alle midges ook wakker geworden en die begonnen ons onaangenaam te bestoken. Gauw spullen gepakt voor de tocht door Glen Rosa over The Saddle naar Glen Sannox.

Glen Rosa

Dat leek ons een aardige wandeling, ofschoon niet van gevaar ontbloot als je de eerste twee banken moest geloven, die beide waren opgedragen aan jammerlijk omgekomen hikers. De brug die de genie in opleiding uit Glasgow even verderop  had geslagen gaf iets meer vertrouwen en de langzaam stijgende helling naar wat ongetwijfeld het Zadel was deed ons opgewekt onze tocht vervolgen. Als Nanny moe was bleef ze staan en dan keek ze om zich heen en dan zag ze een hert met een gewei, een wonderschone orchidee of gewoon een steen om op te zitten.

Glen Rosa

Bovenop het Zadel met een prachtig uitzicht door Glen Sannox naar zee het eeuwenoude brood van het eiland genuttigd en melk gedronken. Langzamerhand begonnen we ons af te vragen hoe we de steile afdaling naar het dal zouden aanpakken. Het pad gaf ons de keus tussen een loodrechte rotswand en een angstaanjagende spleet. We kozen de laatste, hoewel Nanny bleef jammeren dat ze terug wilde (maar dat kon al niet meer) en te klein was (maar dat was een voordeel want zo paste ze precies door die sleuf). Op ons gat zakten we samen met het bergwater naar beneden, van rotspunt naar richel naar rotspunt.

The Saddle

Toen Nanny er niet meer in geloofde zag ze plots een papiertje van een pepermuntsnoepje liggen, wat toch moed gaf in deze benarde omstandigheden, want dan waren er dus andere mensen voor ons geweest die het gehaald hadden. Het bleek een papiertje uit mijn opengescheurde rugzak te zijn, wat een aanmerkelijke domper op de feestvreugde was. We zagen al een derde bankje voor ons geestesoog verschijnen aan het begin van de Glen, toen we met een laatste vertwijfelde glijpartij min of meer ongeschonden het dal bereikten, waaruit ons een hondje, een man, een jongen, een meisje en even later nog een jongen tegemoet kwamen.

“A nice day” vonden ze het en of de andere kant net zo was. Nee, die viel wel mee, maar deze kant die was “steep” en “very dangerous”, stamelden wij. Ze lachten ons uit (de andere kant nog makkelijker?) en gingen welgemoed de steile wand tegemoet. De laatste jongen bekeek ons iets beter en waarschuwde dat het dal verderop tamelijk “muddy” was. “No problem” zei Nanny opgewekt.

Glen Sannox

Even later was zij tot driemaal toe tot aan haar knieën in het moeras verdwenen. Ze moest schoongespoeld worden in de beek en eindelijk eindelijk bereikten we dan toch nog de bewoonde wereld, waar de postbus naar Brodick juist voor ons neus wegreed. Dus verder gelopen naar Corrie en thee met scones besteld in het hotel. Halsoverkop afgerekend om op de schoolbus te springen.

Brodick Bay

In Brodick schone t-shirts gekocht en de fietsen uit de tent gehaald. Daarna gevochten met de midges: gelijkspel. Zij zitten nu met z’n miljoenen voor de tent en wij met ons tweeën erin. Om het stiftje van het Kruidvat hebben ze een onbedaarlijke lol. Morgen doen we het wat rustiger aan, gaan we misschien naar een trial bij het kasteel.

(uit ons vakantiedagboek)