Vleermuis 94

Anna van der Breggen (Imola 2020)


Het mooiste plaatje van 2020 heb ik niet zelf gemaakt: Anna van der Breggen wordt in Imola wereldkampioen wielrennen op de weg bij de vrouwen. Ik zat opgehokt en kon er dus niet bij zijn. Het is een screenshot van de televisie. Zo mooi.

Misschien is het helemaal niet in het echt gebeurd en alleen op de televisie. Ik ben een beetje de draad kwijt geraakt van wat waar is en niet waar. Komt van dat binnen zitten. En door alle gesteggel over het virus en de maatregelen en ook een beetje door het gekrakeel rond dat schurkje trump. Heel raar landje dat amerika. Alles gaat daar zooo overdreven. De wereld volgens Garp. Hadden we het maar nooit ontdekt. Hier is de nationale sport voordringen. Daar zijn wij weer goed in. Eerst zeggen dat we dat enge vaccin echt niet gaan nemen en nu er te weinig van is vechten we erom.

Doet me denken aan de tijd dat we katten hadden. Donder en Bliksem. Die kregen allebei hun eigen bakje voer en het eerste wat ze deden was dat van de ander kapen. En dan loerden ze naar elkaar en zagen wat die ander aan het uitvreten was en dan wisselden ze weer van plek. In een mum van tijd hadden ze hun bakjes leeg en in een mum van tijd hadden ze hun eten ook weer uitgekotst. Dat moest dan onder de schommelstoel. Ik weet ook niet waarom. We bedachten een oplossing. We gaven Bliksem haar bakje en schopten tegelijkertijd Donder door de voordeur naar buiten. Die zou later krijgen. Maar die begon dan te rennen en te rennen, om het huizenblok heen, om nog geen minuut later dwars door het kattenluikje in de achterdeur weer naar binnen te stormen. Elke dag sneuvelde er een record. Ik schreef de tijden op. Nanny verzon een andere oplossing. Om de beurt opsluiting in de badkamer met de deur op slot, want die zouden ze anders openmaken. Moesten we nu ook maar weer eens doen.

Vleermuis 92

Dichten met boektitels

Jan Groen Achter spiegels en maskers (1980)
Ha Jin Wachten (Waiting, 1999)
Truman Capote In koelen bloede (In cold blood, 1965)
Anna Enquist De verdovers (20111)

Vandaag is de eerste prik gezet. Laat u niet bang maken. Ik wacht het nog even af. Want nog niet aan de beurt. Bovendien hebben ze mijn favoriete goedje hier niet. Sputnik V. Sterk spul. Vijfennegentig procent. Moeilijk te krijgen. Jammer? Ja jammer. Dat zit zo:

Het schooljaar in 1957 was nog geen maand oud toen we een nieuw schriftje kregen van onze meester, waarin we dagelijks het nieuws van de dag zouden gaan bijhouden, met foto’s en berichtjes uit de krant. Had meester verzonnen. Het project kende een vliegende start. Ik was jarig en de dag daarna, op 4 oktober, werd de Spoetnik 1 de ruimte in geslingerd. Door de Russen. Op maandag 7 oktober lazen we het in de krant. De Amerikanen keken vreselijk op hun neus. Vooral de jongens in de klas vonden het geweldig. Dit was wereldgeschiedenis. Een mooiere opening van het schriftje konden we ons niet wensen. Toch is zo’n begin ook dodelijk. Het leek daarna al gauw nergens meer op.

Het schriftje kwam niet vol. We begonnen aan een nieuw project. Corresponderen met de bemanning van een vrachtschip, waarvan de foto achterin de klas hing en dat we volgden via de scheepsberichten in de krant. En dan zetten we een vlaggetje op de wereldkaart in de haven waar ze aangekomen waren of net weer vertrokken waren. Had meester weer verzonnen. Ook dat project leed schipbreuk. We waren al gauw uitgeschreven.

Maar de Spoetnik uit 1957 is me dus bijgebleven. Dat spul met die naam moet ik dus hebben. Het liefst gemengd met een flinke scheut wodka. Voor de ontsmetting. Alleen is die eerste Spoetnik een paar maanden na de lancering weer neergestort. Niet aan denken.

Vleermuis 89

Marcel Beyer, Manuel Puig, Willem Fredrik Hermans, Lisette Lewin



Dag stom jaar met je minne streken. Wat ben ik blij dat jouw houdbaarheidsdatum eindelijk is verstreken. Hoor je mij? Nee we doen het niet nog eens dunnetjes over. Jouw kans is nu echt verkeken. Van mij mag je het loodje leggen. Zo ver is het dus al gekomen. Dat ik elke morgen de dag hoopvol begin en elke avond toch weer boos ga slapen. En dat ik met je praat alsof ik gek ben. Tegen dovemansoren en beter weten in. Ik heb er genoeg van. Ik ga op zoek naar een nieuweling. Waarmee je een beetje normaal kunt leven.



We gazed upon the chimes of freedom flashing

Chimes of Freedom van Bob Dylan in de uitvoering van Youssou N’Dour

Vleermuis 84


Een gedicht over een vreemde wolf. Het is een fabel. Het gaat dus over ons. Jammer dat ik het Hongaars niet meester ben. Gelukkig is er een prachtige vertaling. Maar het gedicht blijft raadselachtig. De wolf is een sociaal wezen. Net als wij. Maar deze wolf is alleen en vooral heel erg eenzaam. Hij ziet ons, vindt ons mooi en wil bij ons wonen. Als iedereen slaapt probeert hij het. De volgende ochtend wordt hij doodgeslagen. Roerloos en met open ogen ondergaat hij zijn lot. De mensen hebben hem niet nodig. Homo homini lupus.



Vleermuis 81

Vandaag hadden wij hoog bezoek van de reiger. Hij nam plaats bovenop het dak van de garages achter ons huis. Hij woei er bijna vanaf maar wachtte net zolang tot ik naar buiten kwam. Hij vroeg nogal uit de hoogte: is dat kleine kutvijvertje in de achtertuin soms van jullie? Ik heb iets gehoord of gelezen, daar wil ik vanaf zijn, over een bruin kikkertje en dat wil ik wel eens zien. Ik zei dat ie te laat was en dat de kikker al lang op een geheime plek in winterslaap was gegaan. Toen wilde hij weten waar die geheime plek dan wel mocht wezen. Ik stamelde iets van onder de … toen Nanny me nog net op tijd naar binnen trok. Niet zeggen, zei zij, die is niet te vertrouwen. Waarop de vogel wegvloog, maar nog wel ik weet waar jullie wonen riep. Zeker ook ergens gehoord of gelezen. De schobbejak. Wij gaan voor onze kikker een safe house zoeken.

Vleermuis 71

Oosterweg (Heemskerk 2020)

Vanmorgen, toen het nog donker was, uit huis geslopen. In vijf kwartier de grote ronde gelopen. Noordermaatweg, Noorddorperweg, Oosterweg en buut. Niemand gezien en niemand mij. Net voor zonsopgang weer binnen. Ontbijt gemaakt en Nanny uit bed getrommeld. En geen haan die hiernaar gekraaid heeft. Zo doe je dat.

Nee, dan de familie van Oranje. Wat een zielig zootje. Net nu het spannend wordt peren ze ‘m weer. Met het regeringsvliegtuig. Dat werd gespot. Oh oh wat waren ze toen geschrokken. Niet van hun eigen streekjes, maar van de social media. Heftig heette het.

En dan die meneer Rutte. Onze premier. Wat een draaikont. Het was even aan zijn aandacht ontsnapt. Inschattingsfoutje. Moet kunnen. Zoveel is er toch niet aan de hand? Ja dat we ons misschien even een tijdje zo hier en daar een beetje moesten beperken in alle leuke dingen die we nog wilden doen, dat was in een onbewaakt ogenblik misschien wel gezegd, maar dat geloofden we toch zeker zelf niet?

Meneer Rutte doet het woord voor die meneer van Oranje heb ik gehoord. Zo leren we beiden ietsje beter kennen.

Vleermuis 70


Dit is uit de serie “Dichten met boektitels” en dus al eerder gepubliceerd. Lees nu voor beer virus en de wanhoop en machteloosheid druipt er vanaf: wie of wat gaat ons redden? Of lees voor beer lock down en goede raad is geboden: hoe gaan we ons zo creatief mogelijk aan de regels onttrek… pardon houden?

Ik lees op het potje met desinfecterende handgel dat het gedenatureerde alcohol bevat. Dat ontsmet kennelijk, vindt het virus niet lekker. Het brengt me op een idee. Dus ik ga naar de kroeg. Tegen mijn gewoonte in. Wat moet dat moet. Maar wat denk je? Gesloten! Nou vraag ik je…

Wat ook niet meehelpt is dat ik helemaal nergens, maar dan ook niet het kleinste virusje zie. Niks en niemand in mijn buurt of in mijn familie of kennissenkring heb ik met het onder de leden afgevoerd zien worden. Wel zag ik een vrouw met vers gips om haar arm lopen. Die is dus gewoon geholpen. Gebroken armpje, niks aan de hand. Toch zeggen ze dat als je je met ademnood bij de eerste hulp meldt je linea recta naar Duitsland doorgestuurd wordt. Misschien zetten ze dadelijk het leger in. Nou vraag ik je…

Op het Europese Corona Dashboard staan we nu tweede. Procentueel gepasseerd door Tsjechië! Daar kan je alleen maar een diepe buiging voor maken. Hoe doen ze het? Evengoed om je dood te schamen. Hier zitten we met veel meer domme mensen op een kluitje, we feesten ons een ongeluk, en dan nog laten we ons piepelen. Zeker even niet opgelet. Nou ja de USA hebben we achter ons gelaten. Dat dan weer wel…

Zo, genoeg zogenaamd flink gedaan. En van die praatshows op tv word je ook niet goed.

Vleermuis 67

Heemskerk, september 2020

We lopen een rondje om ons dorp. Het Noorderveld en De Knip liggen er verlaten bij. Het miezert, het is windstil en de lucht is grijs. We mogen niet meer naar Amsterdam.

In Amsterdam kan je lachen. Ik zit ik in een tram en die botst door een verkeerde wissel frontaal op een andere tram. Wat een klap, wat een ravage. Mensen languit in het gangpad, een hoop gekerm en een heleboel bloed. Vooral de bestuurder ziet er niet uit. Die komt van z’n plaats en loopt naar achteren. De vrouw, die naast mij zit, valt flauw, over mij heen. Na een poosje arriveert de politie en de GGD, die nemen de vrouw van mij over en ontruimen de tram. Een oude man, nee niet ik, blijft zitten. Hij vraagt: “Gaat deze tram niet verder?”

Snip en Snap snappen het ook niet meer. Ze zeggen dat we het goed doen, maar niet goed genoeg. Dat het virus ons te snel af is. Eigenlijk zeggen ze dat we er met z’n allen een potje van hebben gemaakt. Irma schiet in de hoest, maar blijft gewoon door gebaren. Het is nu bittere ernst. Bij de Jumbo in ons dorp is het een Sodom en Gomorra. Dat zegt een buurman die er geweest is. In Brabant denken ze al weer aan het carnaval. En in Goes is “de grootste kermis die Zeeland ooit gehad heeft” geopend. Nee het virus is nog niet van ons af.

Er vliegen in de schemering twee vleermuizen rond ons huis. Wat een snelheidsduivels zijn dat. Ze willen naar binnen, maar hun sonar waarschuwt ze op tijd. Vlak voor de ruit maken ze een haarscherpe bocht omhoog. Maar ze blijven het proberen. Ze doen aan check en dubbelcheck. Een paar jaar geleden vloog zo’n stuntpiloot door het open raam naar binnen. Tien rondjes vloog het supersonische monstertje op topsnelheid door alle hoeken van onze kamer. En langs het raam. Zocht het een geheime uitgang? Of had het een probleempje met z’n wifi? Twee weken later zag ik een filmpje op YouTube met, je raadt het al, onze kamer en daarin twee mensjes weggedoken onder een tafel. Zijn wij dat?

Vleermuis 66


Wat ben jíj nou aan het doen?



De tekening (niet het onderschrift) is uit Brian Bagnall’s Beestenbende (Mondria uitgevers, Hazerswoude 1983). Eerder, op 4 april 2020, toonde ik in Vleermuis 20 ook al een tekening uit die (toevallig teruggevonden) bundel, niet wetende dat de kunstenaar op 16 mei 2020 zou overlijden (getuige de Traueranzeige in de Süddeutsche Zeitung).


Vleermuis 60

Klulkoek

Daar heb je die verrekte Vandattus weer. Met een van zijn netste onzinstukjes. Heb ik naar moeten zoeken. Er staan aanwijzingen in. Ik doe aan tekstanalyse. Heb ik voor geleerd. Hij stamt af van een vervlaamd Waals (of verwaand Frans) officiersgeslacht, waarvan de nazaten tegen hun zin in Antwerpen waren gestrand en van dat dus behoorlijk de pest in hadden kregen. En van die bekakte Gentenaren natuurlijk. Kan ook andersom zijn geweest. De rest is lariekoek en dwaalspoor. Zie ik iets over het hoofd?

Weenink Post jaargang 37 nummer 28 juli 1986

Kan ik er wat aan doen dat mijn voornaam Vlaams en mijn achternaam Vlaams is? Eigenlijk wel, maar dat voert minstens voorbij de taalgrens, andere keer misschien.

Ik wil het eens hebben over dat door die ‘Ollanders’ misverstane werkwoord ‘verbelgen’: sommige heren en dames hollandici menen dat woordteruglopend te kunnen afleiden uit het situatie-veranderende voorvoegseltje ‘ver’ en het intrigerende oud-vlaamse woord ‘balg’. Dat zou dan via kruisbestuiving door Welshmen onder Filips de Schone uit het Noord-Iers zijn gekomen en staan voor ‘walgen van’. Zodoende zou ‘verbalgen’ iets of iemand verfoeien zijn. Klulkoek!

Uit de jongste opgravingen te Peerkens-Kruisegem wordt mijn mening gestaafd dat ‘balg’ staat voor ‘balg’ en dat wij Hollanders er alleen maar mee konden blazen, terwijl de Belgen er in knepen en kneedden. Ware meesters waren die Belgen daarin en het duurde niet lang of hun faam in dit handwerk snelde hen achterna naar de Nederlanden alwaar zij reeds decennia in slavernij werden gehouden om de ‘balg’ te hanteren. Al spoedig werd het instrument synoniem voor de bediener ervan. ‘Daar hejje’nen Balg’ zei men dan en als die ‘Balgen’ te veel gedronken hadden, dan wilden ze er nog wel eens flink tegenaan gaan en iemand ‘verbalgen’ wat neerkwam op het modieuze nederlands: iemand even verbouwen of vertimmeren. Het is aan het bekakte taalgebruik van de Gentenaren te danken of te wijten dat men van ‘verbelgen’ begon te spreken.

Hoe zit het dan met ‘gebelgd’ en ‘verbolgen’? Awel, hier hebben wij van doen met een sterke Belg en een zwakke Belg, die elkaar in een historische tongverstuiking hebben misverstaan, zo simpel ligt dat.

Frankie Verzottus

Vleermuis 52

Het virus is nog wel even onder ons en ik raak door mijn vleermuizen heen. Dus ik vraag aan Bram Janssen: heb jij nog wat Weenink Posten van vroeger? Vroeger toen de liedjes nog mooi waren en de meisjes schoon. Dan draai ik een paar van die wijsjes op mijn oude koffergrammofoon.


Dat had ik dus niet moeten doen. Want nu staat er een onbarmhartige stapel Weenink Posten mij aan te staren. Ze willen gelezen worden. Niet allemaal natuurlijk, sommige zijn stomvervelend of gesteld op hun privacy, maar dan blijven er nog genoeg over om daar de rest van de zomer, de herfst en de winter mee door te komen. Ik ga eens kijken hoe ik dat ga aanpakken. Kijken daar ben ik goed in. Aanpakken niet zo. We zullen zien.