Vleermuis 118

De achtertuin

Er zwemmen twee bruine kikkers in ons vijvertje in de achtertuin. Net als vorig jaar. Of zijn het dezelfde? Het zijn slome duikelaars en helemaal niet bang. Ze proberen uit het water te klimmen. Dat staat na een regenbui hoog genoeg. Het lukt. Ze gaan op de rand in het zonnetje zitten. Als het te warm wordt schuilen ze onder een blad. Totdat ik ze een zetje geef. Pas dan springen ze met een sierlijke duik weer terug in het water. Even later zijn ze er weer. Ze willen best op de foto. Ik zeg: pas maar op voor de reiger. Ze kijken mij aan. Ze blazen zich een beetje op. Kijk jij maar uit dat je niet bovenop ons gaat staan met die stomme klompen van je. Dat komt aan. Ik ga de regenton rechtzetten. En de plantjes fotograferen. En Nanny die op een ladder is geklommen om de goot schoon te maken.

Nanny maakt met haar iPhone ook een foto van de kikkers. Opeens zijn ze nu dikke vriendjes. Zeker vergeten dat Nanny, toen er kleine mereltjes door de tuin scharrelden, een deksel op de vijver had gelegd. En dat, toen zij die er na vier dagen weer af haalde, ze daaronder amechtig naar adem hadden liggen happen. Kort van memorie dus. Nou, ze zoeken het maar uit.

Vleermuis 117

Before the Shot


Tweede prik gehad. Ik heb het er maar op gewaagd. Moest aan vroeger denken. Toen ik tien was. Het was bloedheet en toch mocht ik niet zwemmen in het kanaal. Zolang ik nog niet ingeënt was tegen polio. In Utrecht was dat. Oog in Al. Ik denk in de zomer van 1957. Van kinderverlamming kon je behoorlijk ziek worden.

De Mexicaanse griep in 2009. Juno kreeg twee prikken. Bij de eerste hebben ze haar vastgebonden. Zo ongeveer. Ze heeft haar moeder een week lang niet aangekeken. En de tweede heeft ze mooi niet opgehaald.

Zo dapper ben ik niet. Vanmorgen ben ik braaf naar de vaccinatielocatie van de GGD Kennemerland in Beverwijk gepeddeld. Het stormde. Jammer, de tent stond nog overeind. Maar alles klapperde. U komt voor de eerste? Nee, zei ik van mijn stuk gebracht, voor de tweede. Helemaal goed, was de geruststellende reactie.

“Zo die zit erin”. Het is een vrouw die dat zegt. Ze doet er een pietepeuterig pleistertje op. Ik vraag haar niet naar haar papieren, denk alleen: hoe fijnzinnig. Ik zeg: dank u wel. Kan ik er nu tegen? Dat weten we over een kwartier, zegt ze. Houdt u zelf de tijd in de gaten?

Zo doen ze dat in Beverwijk. Niet moeilijk. Helemaal goed. Bevalt me wel.

Vleermuis 114

Heemskerk 2021

Daar waar aan de rand van Heemskerk een stukje van de oude Zaanlandse Communicatieweg dood loopt op de huidige A9 stuit je op vormen van moderne communicatie. Boven geluidsschermen klimt het verkeer over het viaduct richting Assendelft en erachter raast het naar Beverwijk. “Horen en zien vergaat je” krijgt hier een ondoorzichtige, ambivalente betekenis.

Thuis laat ik Nanny de foto’s zien. Ze kijkt bezorgd. Het wordt tijd dat alles weer een beetje normaal wordt, zegt zij.

Vleermuis 112

Een spelletje schaak (Utrecht 1925)

Dit zijn mijn grootouders. Gisteren waren ze nog met hun twee kleinste kinderen in Egmond aan Zee, vandaag zijn ze alweer terug in Utrecht voor een spelletje schaak. En wat zijn ze al oud.

Het is niet te zien of mijn grootmoeder ook toen al een loopje nam met de spelregels, maar dertig jaar later, toen ze mij dammen leerde, deed zij dat wel. Tsjonge wat speelde dat mens vals! Ik weet niet hóe ze het deed, maar opeens was alles helemaal potdicht geschoven, kon er ook niks meer geslagen worden en was ik aan zet. En dan had zij gewonnen, zei zij. Zo ging het altijd. Als we halma speelden vlogen voortdurend al mijn pionnetjes van het bord en als ik zoiets probeerde waren er opeens allemaal spelregels die ik nog niet kende. Ik mocht niet klagen van mijn moeder want mijn grootmoeder had snel hoofdpijn.

Mijn moeder klaagde wel. Zij had als kind altijd het nieuwste speelgoed uit de winkel van mijn grootvader moeten uitproberen, waarmee zij dan voor aap liep, achter een hoepel, op stelten of met diabolo. Speelgoed was er dus in overvloed, ook later, toen ik op het toneel verscheen, maar meestal stuk of incompleet, want als klanten van Perry iets kwijt raakten of kapot maakten, mochten ze het ruilen en dan bleven wij met de brokstukken zitten. Poppen die niet wilden plassen en ook als je erin kneep geen kik gaven, puzzels waar het laatste stukje aan ontbrak, opwindauto’s die niet reden, spelletjes die niet uitkwamen. Ik kreeg een zusje. Toen ik in de wieg mocht kijken, zag ik het meteen: ook het zusje was niet af, wat me niets verbaasde. Mijn moeder zei dat het zo hoorde. Ik wist beter.

Onzin. Waar zo’n fotootje niet toe leidt in coronatijd.

Vleermuis 109

Blauwschimmelkaas

Gisteren gekeken. Wat een verbijsterend goede klucht! Met in de hoofdrol onze minister-president. Haha wie luistert nog naar hem? Helemaal niemand meer. We doen gewoon alles wat van hem niet mag. Ja, we hebben op hem gestemd. Doen we de volgende keer weer. Lachen man.

Hij had iets nieuws. Hij was nu niet alleen zijn geheugen kwijt, echt helemaal, totaal, vraag maar, kan niet schelen wat, hij wist het lekker toch niet. Maar hij was nu ook alle schaamte voorbij, moesten we ook doen, helemaal niet moeilijk, en je werd er beter van.

Totdat die slimmerd van het Forum hem in een valletje liet lopen. Hoe laat dat was geweest, dat hij die vergaderstukken, waar ze zo op hadden zitten wachten, had zitten lezen, kijk nou zijn naam stond erin wat leuk. Hij wist het nog precies, dat was die morgen om half acht, hij had net het eerste eitje van die dag op z’n kop gezet. Als het bleef staan dan zou hij naar eer en geweten antwoorden, zijn eer en geweten wel te verstaan, niet dat van de gewone burgers of hun opgewonden vertegenwoordigers, die sukkels zouden hun leesvoer pas uren later krijgen. En als het om zou vallen, dat eitje, dan ging hij gewoon zeggen dat hij het niet meer wist en dat dat de waarheid was. En de waarheid kan nooit een leugen zijn. Ja toch, niet dan?

Er ging een golf van verontwaardiging door zijn gehoor. Hadden ze hem er nou ingeluisd? Zoals de keuringsarts die de ‘dove’ dienstweigeraar helemaal aan het eind van de keuring fopt door een kwartje te laten vallen. Half acht vanmorgen? Hij was zijn geheugen helemaal niet kwijt. Jawel, zei hij, heus wel, maar hij was geholpen, via via. Via via?! Het volk eiste nu schorsing van de vergadering. En die nieuwe mevrouw van D-nog-wat begon over de Via Dolorosa en hoe die was afgelopen en dat hun wegen daar scheidden. Hij kon het even niet meer volgen. Ze gingen zijn kantoor, nou ja dat van de ‘verkenners’, maar dat was ook van hem, leeghalen, riepen ze. Moesten ze maar doen, daar was het toch al een grote bende. Daar zat hij niet mee. Kon hij intussen een nieuw plan verzinnen.

Zeker niets gevonden dames en heren? Netjes blijven. Een beetje amicaal doen. Waren ze gevoelig voor. Dadelijk ook even die man van de Unie even onder de kin kriebelen. Had hij die ooit beduveld? Ja dat ging hij doen. Op zijn gemoed werken. Daar ging de goede man intrappen. Zeker weten. En voor de rest van het schoelje had hij ook een woordje klaar. Hij had toch op dat vraagje van B eerlijk en naar waarheid geantwoord? Ja toch, niet dan? Deed hij altijd.

En al die andere keren waarvan ze zeiden dat hij de boel belazerd had waren dus ook niet waar. Of eigenlijk dus wel waar. Of…nou ja, gaf ook eigenlijk niet. Hij verzweeg wel eens wat. Hoefden ze toch niet allemaal te weten? Beter van niet. Kijk eens wat een janboel ze er dan van maakten. Ze zochten het maar uit. Hadden elkaar allang plat geluld en gaar gestoofd. Hem niet. Morgen ging hij gewoon weer aan het werk. Zijn stinkende best doen. Regeren was vooruitkijken, niet achterom. Konden ze wat van leren.

Vleermuis 104

Joop Zonneveld 1941-2021


Van mensen en dingen die voorbijgaan

Joop Zonneveld is overleden. Ik ken hem van de schaakvereniging Excelsior. En van de talloze schaaksimultaans die hij organiseerde. Ieder jaar kreeg hij het voor elkaar om een Nederlandse topschaker (of -schaakster) naar Heemskerk te halen. Ik zal ze niet allemaal opnoemen, maar een paar mag wel: Dimitri Reinderman, Anish Giri, Jan Timman, Benjamin Bok, Anne Haast, Erwin en Alina l’Ami. En het was elke keer een feest. Tijdens de simultaan trad hij op met commentaar en een microfoon aan een lange draad vanuit de middencirkel en voorzag de arme simultaangever zo nodig van jas en das als het koud was en een hoed of parasol als het te warm was, want meestal was het buiten op het Burgemeester Nielenplein of voor de Jansheeren.

Bij Excelsior (dat is er ook al niet meer) was hij secretaris toen ik lid werd. Ik kwam de eerste avonden steeds een paar minuten te laat naar zijn zin en dan had hij inmiddels Nanny opgebeld. Waar ik bleef en of ik nog wel kwam. Hij is onderweg antwoordde Nanny dan een tikkeltje gepikeerd en ook een beetje ongerust.

De laatste keer dat ik hem sprak was tijdens de simultaan van Manuel Bosboom. Dat was in 2019. Ik zei dat ik zijn praatjes tijdens de simultaan zo miste. Hij antwoordde dat híj daar geen last van had. Er was iets mis in zijn hoofd. Maar dat was niet erg. Want nu loop ik veel, zei hij, dat is goed voor je. Had de dokter tegen hem gezegd. Dan ga je nog een tijdje mee.

Die tijd is nu om. Nou belt hij nooit meer waar je blijft, zegt Nanny spijtig.


Bij de foto’s: Joop Zonneveld houdt de score bij, interviewt Anne Haast bij aanvang en denkt haar onderweg nog wel wat aanwijzingen te kunnen geven, en hij was een goed supporter van de club.

Vleermuis 103

Dit ben ik met looprek. Er zit een gat in de lucht. AstraZeneca. Er wordt even niet geprikt. Het gaat goed zo. In Polen vier keer goud, achtmaal positief, niemand geschorst. Onana wel. Het leven is een carrousel. Juno Polly kwam langs. Er staat nu plotseling allemaal Blackpink op mijn telefoon. Meidengroep. K-pop voor wie het niet weet. Nanny zegt dat ik moet gaan stemmen. Ja duh. Wat is dát nou weer?

Vleermuis 94

Anna van der Breggen (Imola 2020)


Het mooiste plaatje van 2020 heb ik niet zelf gemaakt: Anna van der Breggen wordt in Imola wereldkampioen wielrennen op de weg bij de vrouwen. Ik zat opgehokt en kon er dus niet bij zijn. Het is een screenshot van de televisie. Zo mooi.

Misschien is het helemaal niet in het echt gebeurd en alleen op de televisie. Ik ben een beetje de draad kwijt geraakt van wat waar is en niet waar. Komt van dat binnen zitten. En door alle gesteggel over het virus en de maatregelen en ook een beetje door het gekrakeel rond dat schurkje trump. Heel raar landje dat amerika. Alles gaat daar zooo overdreven. De wereld volgens Garp. Hadden we het maar nooit ontdekt. Hier is de nationale sport voordringen. Daar zijn wij weer goed in. Eerst zeggen dat we dat enge vaccin echt niet gaan nemen en nu er te weinig van is vechten we erom.

Doet me denken aan de tijd dat we katten hadden. Donder en Bliksem. Die kregen allebei hun eigen bakje voer en het eerste wat ze deden was dat van de ander kapen. En dan loerden ze naar elkaar en zagen wat die ander aan het uitvreten was en dan wisselden ze weer van plek. In een mum van tijd hadden ze hun bakjes leeg en in een mum van tijd hadden ze hun eten ook weer uitgekotst. Dat moest dan onder de schommelstoel. Ik weet ook niet waarom. We bedachten een oplossing. We gaven Bliksem haar bakje en schopten tegelijkertijd Donder door de voordeur naar buiten. Die zou later krijgen. Maar die begon dan te rennen en te rennen, om het huizenblok heen, om nog geen minuut later dwars door het kattenluikje in de achterdeur weer naar binnen te stormen. Elke dag sneuvelde er een record. Ik schreef de tijden op. Nanny verzon een andere oplossing. Om de beurt opsluiting in de badkamer met de deur op slot, want die zouden ze anders openmaken. Moesten we nu ook maar weer eens doen.

Vleermuis 92

Dichten met boektitels

Jan Groen Achter spiegels en maskers (1980)
Ha Jin Wachten (Waiting, 1999)
Truman Capote In koelen bloede (In cold blood, 1965)
Anna Enquist De verdovers (20111)

Vandaag is de eerste prik gezet. Laat u niet bang maken. Ik wacht het nog even af. Want nog niet aan de beurt. Bovendien hebben ze mijn favoriete goedje hier niet. Sputnik V. Sterk spul. Vijfennegentig procent. Moeilijk te krijgen. Jammer? Ja jammer. Dat zit zo:

Het schooljaar in 1957 was nog geen maand oud toen we een nieuw schriftje kregen van onze meester, waarin we dagelijks het nieuws van de dag zouden gaan bijhouden, met foto’s en berichtjes uit de krant. Had meester verzonnen. Het project kende een vliegende start. Ik was jarig en de dag daarna, op 4 oktober, werd de Spoetnik 1 de ruimte in geslingerd. Door de Russen. Op maandag 7 oktober lazen we het in de krant. De Amerikanen keken vreselijk op hun neus. Vooral de jongens in de klas vonden het geweldig. Dit was wereldgeschiedenis. Een mooiere opening van het schriftje konden we ons niet wensen. Toch is zo’n begin ook dodelijk. Het leek daarna al gauw nergens meer op.

Het schriftje kwam niet vol. We begonnen aan een nieuw project. Corresponderen met de bemanning van een vrachtschip, waarvan de foto achterin de klas hing en dat we volgden via de scheepsberichten in de krant. En dan zetten we een vlaggetje op de wereldkaart in de haven waar ze aangekomen waren of net weer vertrokken waren. Had meester weer verzonnen. Ook dat project leed schipbreuk. We waren al gauw uitgeschreven.

Maar de Spoetnik uit 1957 is me dus bijgebleven. Dat spul met die naam moet ik dus hebben. Het liefst gemengd met een flinke scheut wodka. Voor de ontsmetting. Alleen is die eerste Spoetnik een paar maanden na de lancering weer neergestort. Niet aan denken.

Vleermuis 89

Marcel Beyer, Manuel Puig, Willem Fredrik Hermans, Lisette Lewin



Dag stom jaar met je minne streken. Wat ben ik blij dat jouw houdbaarheidsdatum eindelijk is verstreken. Hoor je mij? Nee we doen het niet nog eens dunnetjes over. Jouw kans is nu echt verkeken. Van mij mag je het loodje leggen. Zo ver is het dus al gekomen. Dat ik elke morgen de dag hoopvol begin en elke avond toch weer boos ga slapen. En dat ik met je praat alsof ik gek ben. Tegen dovemansoren en beter weten in. Ik heb er genoeg van. Ik ga op zoek naar een nieuweling. Waarmee je een beetje normaal kunt leven.



We gazed upon the chimes of freedom flashing

Chimes of Freedom van Bob Dylan in de uitvoering van Youssou N’Dour

Vleermuis 84


Een gedicht over een vreemde wolf. Het is een fabel. Het gaat dus over ons. Jammer dat ik het Hongaars niet meester ben. Gelukkig is er een prachtige vertaling. Maar het gedicht blijft raadselachtig. De wolf is een sociaal wezen. Net als wij. Maar deze wolf is alleen en vooral heel erg eenzaam. Hij ziet ons, vindt ons mooi en wil bij ons wonen. Als iedereen slaapt probeert hij het. De volgende ochtend wordt hij doodgeslagen. Roerloos en met open ogen ondergaat hij zijn lot. De mensen hebben hem niet nodig. Homo homini lupus.