Berichten

Jou druk nie Wijker Torener

Ja dat is cryptisch en een beetje ver gezocht. Lijkt wel Afrikaans. De Wijker Toren heeft een nieuwe naam. Ik krijg die niet over mijn lippen. Het is nog niet zo erg als wat ze in de Noordkop voor Magnus hebben verzonnen. Zoek op en huiver.

De eerste wedstrijd van het nieuwe seizoen. Supporter Bram polst supporter Evert. Ja ze hebben er weer zin in. Alleen moet Bram bridgen. Bridgen? Ja in Uitgeest. Meer wil hij er niet over kwijt. Ik zoek het op. Een kroegenbridgedrive is het. Had ik niet achter Bram gezocht. Dat moet ik zien.

Om half tien vat ik post bij Lekker aan de Haven aan het Uitgeestermeer. Het is prachtig helder weer. Honderden bridgers komen in een lange stoet aangezet. Het is één grote vrolijke reünie. De gemiddelde leeftijd ligt ruim boven pensioengerechtigd. Loopbriefjes worden bestudeerd en ondertussen worden we suf gespeeld door een niet aflatend draaiorgel. Zeven locaties zijn er, allemaal op loopafstand, tenminste voor wie lopen kan.

De benedenzaal van Dorpshuis De Zwaan zit vol met grijze hoofden. Een laatkomer vraagt op welke tafel hij speelt. Daar, waar die meneer zit met dat witte haar, is het behulpzame antwoord. Ik schiet in de lach en wens ‘m succes.

Het spel is niet meer zoals vroeger. Er staan nog net geen schotjes tussen de spelers, maar om vals spelen te voorkomen wordt nu met biedbriefjes gewerkt. En dan kan er gevraagd worden wat zo’n bod betekent, waarna de bieder, goed dat u dat vraagt en knipogend naar zijn partner, alsnog aanvullende informatie verschaft. Ook zag ik ergens een bod van 1 schoppen gecounterd worden door 1 ruiten… Onzin natuurlijk maar wel leuk.

Wat wel nog ouderwets is zijn de ergernissen tussen partners na een mislukt spel. Waarom kwam je niet uit met lage ruiten? Die had ik niet. De volgende keer kom je gewoon uit met lage ruiten. Misschien verstaan ze elkaar niet altijd even goed. Er moeten dus meer briefjes komen.

Bij ‘t Schippersrijk moeten we over een steil wenteltrapje naar boven. Langzaam en steunend wordt de klim volbracht. Hoe kom ik daar dadelijk weer af hoor ik iemand angstig vragen. Met ze hebben hier touwladders hoor montert een grapjas haar op.

Na alle kroegen op een holletje bezocht te hebben en terwijl het draaiorgel van geen ophouden weet, spring ik op de fiets richting Wijk aan Zee.


Langs de Oudendijk zie ik een opgetuigde Chevrolet staan van de Kennemer bloemenshow rond buurthuis de Evelaer. Flowerpower. Hoe origineel wil je het hebben.

Bij de Moriaan is iets wonderlijks aan de hand. Iedereen is er, zowel voor- als tegenstanders. Alleen Stefan Jorritsma niet. Zou die helemaal uit België moeten komen?

Ik vraag aan de wedstrijdleider of ik foto’s mag maken. Van mij wel, zegt hij. Dus dat doe ik. En toen ook nog wat van anderen. Ik waag het er op.

De twee nieuwe cracks Hing Ting Lai en Sjoerd Plukkel winnen. Stefan Jorritsma is toch nog gekomen en wint ook. Bijna iedereen wint. Bastiaan Veltkamp opende het bal, Arjan Wijnberg sluit het.

En de tribune zat weer stampvol. Berend van Maassen is er. Moet jij niet invallen, vraag ik hem. Nee ik kon niet, maakt hij mij wijs. En Hans Nuijen komt langs. Dat is het. Voorheen de Wijker Toren 1 wint van Santpoort 1 en voorheen de Wijker Toren 2 wint van De Waagtoren 3.

Eerlijk gezegd had ik ook nog een stelling of twee willen laten zien. Maar daar trap ik toch niet in. Er is alleen nog plaats voor een spelletje dat Bram speelde in Uitgeest.

Zuid opent met 2 klaveren. West past. Noord vraagt met 4 Sans Atout naar azen. Oost past. Zuid geeft met 5 klaveren nul of drie azen aan en noord biedt 5 schoppen. Dat leidt tot het eindbod van 7 Sans Atout door zuid.

Verder bieden kon niet. Oost en west waren al lang een molenkoek gaan halen aan de bar. Maar Bram rekent mij voor dat hij 8 schoppenslagen telt en 7 hartenslagen en 1 ruitenslag en 1 klaverenslag. Dat zijn 17 slagen: volstrekt onmogelijk en wat een overkill.

Meerstate

Het is druk in het restaurant van Meerstate. We zien Ronald zitten. Ben en Martin zijn er ook. We schuiven twee stoelen aan en vragen wat ze willen drinken. Ronald wil wel koffie, Ben bestelt kamillethee met drie scheppen suiker, goed voor de maag zegt hij, en Martin wil nog even niks.

Ben is soms moeilijk te verstaan, maar nu Nanny thee voor hem heeft gehaald doet hij erg zijn best en horen we dat hij uit Veendam komt en in Delfzijl rails voor de trein heeft gelegd. Op de milligram nauwkeurig. Daar moet Ronald om lachen. Millimeter verbetert Ben onverstoorbaar. Een secuur werkje en daar houdt hij wel van. Een mooie tijd. En in Apeldoorn heeft hij nieuwe wielen onder treinen gezet. Dat is zwaar. Elke morgen als hij opstaat wil hij zo weer gaan werken. Daar kan Ronald zich nou niets bij voorstellen.

Ronald heeft andere zorgen. Twee keer heeft hij al naar zijn AOW geïnformeerd. Hij vraagt zich af waarom hij daar niets van ziet. Dat gaat nu al weken zo. Ben vindt dat wel grappig. Hij vraagt aan ons hoe oud Ronald is. Wij vragen het Ronald. Die wil het niet meer uitrekenen: te moeilijk. Wij mogen het dus zeggen: zesenzestig. Ben zegt nu tergend langzaam, maar wel zo dat Ronald het goed kan horen: “Maar dan moet die man toch al AOW hebben?” Wij schieten in de lach. Ronald niet. Die moeten we het nu voor de derde keer uitleggen. Het is een onuitputtelijk onderwerp.

Ben en Martin gaan even naar buiten voor een sjekkie. Als ze terug zijn rolt Martin zijn stoel naar de bar. Hij wisselt een blik met Ben. Die knikt. Martin komt met twee bier en een borrel terug. Wij mogen het nu zelf uitzoeken. Maar ze demonstreren ons nog wel even de truc met de aansteker. Daarmee ontkurken ze hun flesjes bier. Even ploppen zegt Ben. Nanny moet kijken. Ach, plopje van niks mompelt hij. Ben geeft afwezig de kroonkurk aan Martin door. Maar die wil in plaats daarvan zijn aansteker terug. Ook goed.

Ronald is overgeschakeld op Weenink. Hij vraagt of ze nog steeds eerste klasse spelen. Wijkertoren zeg ik. Tweede klasse. Omdat ik niet meer meedoe zegt Ronald. Ik zeg je moet een potje doen met Martin. Bord en schaakstukken staan in je kast. Het is onbegonnen werk. Ronald zegt dat hij de stukken niet kan zien en Martin doet net alsof hij niet weet dat hij ooit geschaakt heeft.

Het is vijf uur. Ronald heeft een sprekend horloge. De mevrouw in dat horloge zegt ook dat het vijf uur is. Naast ons wordt Koos, die zit te slapen, opgehaald om te komen eten. Maar als Koos wakker is moet hij eerst alle stoelen recht zetten en alle leesbladen weer in het rek zetten waar ze horen. Dat is ook een secuur werkje. Wij helpen hem soms door alles expres een beetje slordig achter te laten als we weggaan. Daar heeft hij wat aan.

Ham en Crommenije

Ham en Crommenije


Het was een beetje somber weer, de luchten waren grijs, er viel nog net geen regen en er stond een lekker windje. Een uitstekende dag voor een rondje op de fiets door een landschap geschilderd in getemperde kleuren.

We waren bij Jansen-Wijsmuller & Beuns op de Veerdijk in Wormer geweest. Dat is een Groothandel in Boekbinders-, Restauratie- en Conservatiematerialen en Zelfklevende Folies. Nanny bleef dus liever buiten wachten. Maar ik waagde mij naar binnen, want ik had het in mijn hoofd gehaald al mijn ingeraamde dia’s en die van mijn vader te ordenen en te archiveren volgens de regels der kunst en die hoopte ik hier aan te treffen met de daarbij behorende materialen.

Na afloop zochten we een beetje moeizaam (door die zelfklevende folies) onze weg door Krommenie naar Krommeniedijk en toen dat gelukt was fietsten we ontspannen en blij over de Lagendijk door het natuurgebied Ham en Crommenije, een oase van rust tussen Krommenie en Uitgeest, en niet zo bedreigd als het vlakbij gelegen Busch en Dam, dat te maken heeft met de tomeloze uitbreiding van Assendelft en allerlei ellendige wegenplannen. Waar we heel boos om kunnen worden, maar nu dus even niet.

Uitgeest

Loek van Wely goochelt met jokers tijdens Heemskerkse zomerschaaksimultaan


De 42e Heemskerkse zomerschaaksimultaan dit jaar is een van de leukste geworden die ik heb meegemaakt. Dat kwam niet in de laatste plaats door Loek van Wely die zich een uitmuntend ambassadeur van de schaaksport toonde. Maar ook omdat de simultaan ín de Jansheeren werd gehouden. En zo hoort het. Schaken is een denksport en geen buitensport. In alle rust deden we nu onze zetten. Totdat aan het eind van de middag in een belendende zaal een heel ander feest losbarstte. Niemand die daar om maalde. We waren de draad toch al kwijt.

Eén speler was een beetje bang voor de grootmeester. Die had dus maatregelen genomen. Maar ook Loek kwam met een nieuwtje. We mochten in de partij één keer een joker inzetten. Dan konden we aan hem vragen wat we volgens hem het beste konden doen (!) Hij beloofde naar eer en geweten te antwoorden (?)  Daar werd eerst schoorvoetend maar al gauw ongebreideld gebruik van gemaakt.

Hij nam er ruim de tijd voor en zijn uitleg was meestal leerzaam en altijd geestig. Sommige spelers dachten slim te zijn en trapten daar niet in. Zij verloren. Anderen volgden zijn advies op. Zij verloren ook. Dus hoe het nu precies zat met die jokers weten we nog steeds niet. Maar wat hebben we gelachen.

Ondertussen kregen we zo’n donkerbruin vermoeden dat de grootmeester zich had voorgenomen alles te winnen. Maar dat is hem niet gelukt. Twee remises moest hij toestaan. En van Bastiaan Veltkamp verloor hij. Die had geen joker nodig: Loek trapte in eigen doel.

<
>

Start diashow en/of klik op foto voor een vergroting

en kijk ook nog even naar de partij Loek van Wely-Thiemen Dekker

 

 

Aduarderzijl en omstreken

De foto’s zijn uit Groningen. Een aantal is al vertoond. Die van het Waarhuis in Aduarderzijl, de klokkentoren in Klein Wetzinge, het gele veld in de Noordpolder, de sluis in Schouwerzijl en het huis in de kloostertuin van Kloosterburen zijn gemaakt met een iPhone, de andere foto’s zijn lekker ouderwets opgenomen: analoog. Vond ik weer een keertje leuk.

Kodak Ektar 100, Leica M6, Summicron 35mm en na ontwikkeling scannen die handel. Dat was nog niet zo eenvoudig. Mijn oude Nikon-scanner vertoont kuren en wil alleen nog maar luisteren naar Vuescan. Ontdekte ik na eindeloos geëtter. Maar de gratis (proef)versie zadelt je op met een watermerk in je foto’s. Stik! Het programma moet je dus kopen. En daar heb je dan weer een creditkaart voor nodig en die heb ik niet. Een andere manier is er niet. Nou vraag ik je. Zo word je dus gedwongen tot (een soort van) proletarisch winkelen.

Mopper mopper mopper, waarop Nanny zei: nu ben ik het zat. En ze bestelde een creditkaart. Binnenkort kan ik (moet ik van Nanny) dus al mijn software legaliseren. Het moet niet gekker worden. Doe maar luxe. Maar zolang zij betaalt vind ik het best.

Amsterdam Science Park Chess Tournament 2018

Hing Ting Lai

We kregen een enquêteformulier toegestuurd met de vraag: “Wat kan er verbeterd worden aan het schaaktoernooi?” Het gaat dus niet goed. Maar wat daar aan gedaan moet worden wist ik ook niet. Ik heb maar wat ingevuld. Nu bedenk ik dat die overlap met het Leiden Chess Tournament misschien niet zo handig is. En wat ik ook wel leuk zou vinden is een tweedaags rapidtoernooi tijdens het eerste weekend. Maar wat pas echt zou helpen is als ik weer wat beter ging schaken, zodat ik niet al die kleine monsters moet trotseren, die elkaar voortdurend lopen te voorzien van brandstof, zoals m&m’s, marshmallows of ander smakelijk materiaal. Ze voeren hun stappenplannetjes staande uit en laten jou met de brokken zitten.

Ik heb zes keer meegedaan. De laatste twee keer niet, maar heb ik foto’s gemaakt. Dat mag gelukkig nog. Tijdens de derde ronde draaide ik om een man heen, die dacht dat ik hem wilde fotograferen. Sommigen willen dat niet, deze vond het wel aardig. “Sta ik er op?”, vroeg hij verrast. “Nee in de weg”, zei ik. Dat was niet zo aardig. “Ik heb Messi net geschoten en nu moet ik Neymar nog hebben”, legde ik uit. Ik zag hem denken. “Echt?”, vroeg hij.

Fotogalerij

Spachess 2018

Laatste dag laatste foto’s, van een ontspannen toernooi in een ruim bemeten zaal en met een prima café, maar zonder allure en een teruglopende belangstelling en dat is jammer. Gelukkig waren er toch nog prachtige en uitgebreide verslagen van Dimitri Reinderman en Herman Grooten op Schaaksite. En voor de echte foto’s (van Lennart Ootes) kun je terecht op de website van het toernooi.

Winnaar van het toernooi werd Zyon Kollen, de B-groep werd gewonnen door Gilian Honkoop, de C-groep kende vijf winnaars, waaronder Stella Honkoop, en de D-groep twee winnaars, Kobe Smeets en David Spaan.

en deze weet ik echt niet

 

Spachess 2018

Op weg naar mijn tweede bezoek aan het Amsterdam Science Park Chess Tournament maakte ik een fout. Ik had in de Jan Evertsenstraat een filmpje dat ik tijdens mijn eerste bezoek geschoten had weggebracht naar Fotolab Kiekie en daarna op goed geluk een tram opgezocht. Lijn 14. Doe! Dat! Nooit! Tenzij je een rondrit door de binnenstad wilt maken. Ik zag de Westermarkt, de Dam, het Spui, het Rembrandtplein en het Waterlooplein, ik kwam langs Artis, het Tropenmuseum, de Dappermarkt en het Javaplein, en miste in de Molukkenstraat de bus naar het Science Park. Ik deed er dus een uur over.  Gelukkig hoefde ik niet te spelen.  Ik maakte foto’s.

Wedstrijdleider Aart Strik staat er niet helemaal op. Ik schiet de foto’s in het wilde weg, zonder door de zoeker te kijken. Dat gaat wel eens mis. We zien dus niet hoe Aart kijkt. Vermanend? Onderwijzend? Bemoedigend? De jongen lijkt niet onder de indruk.

Ook ik ontkwam niet aan een waarschuwing. Er kwam een man naar mij toe. “Maak je foto’s? Ik wil NIET dat je een foto van mij neemt.”  Ik ben te lelijk, voegde hij er nog aan toe. Ik zei : “jammer”, in het midden latend wat ik precies bedoelde.Een tijdje later, ik had GEEN foto van hem genomen, schoot hij mij nogmaals aan: “Ik heb een hint”, zei hij, “zwart-wit, is dat niks?” Ik bedankte hem dat hij mij daar aan herinnerde, haalde nu wel de bus, stapte bij Station Muiderpoort over op lijn 7 en kwam in minder dan een half uur uit op het Mercatorplein, vlak bij Foto Kiekie. Mijn foto’s waren ontwikkeld. Zwart-wit!

De laatste foto is een foto van de klimmuur die je passeert op weg naar de speelzaal. Schakers nemen in het algemeen de trap.

Oldtimers en een overjarige kleinbeeldfilm

In een kast vond ik een onbelichte kleinbeeldfilm van Ilford met als uiterste ontwikkeldatum november 2009. Dat is bijna negen jaar geleden! Weggooien of proberen? Ik koos voor het laatste. Oldtimers in het centrum van Heemskerk waren een geschikt onderwerp. Meestal worden ze van voren geportretteerd. Ik deed het dus van achteren. Ik wachtte in spanning het resultaat af. Zoals vroeger. Je had geen idee wat je camera allemaal verzon. Soms stond er helemaal niets op zo’n film, vaak leek het nergens op. Je zag het pas achteraf.

Het viel reuze mee. Er was beeld en niet eens zo gek. Toch knap om na zo veel jaar op een scheutje licht te hebben gewacht nog respons te geven. Al is het dan in louter zwart en wit.

De negatieven zijn gescand met mijn Nikon Coolscan LS-5000. Ook al zo’n fossiel. Het ding zwoegt en bromt en piept maar weigert onder Windows 10 dienst, dus moet ik om die oude knorrepot te paaien Windows XP van stal halen. Over oldtimers gesproken.

Op de fiets naar Groningen

Op de fiets naar Groningen. We doen het nog een keer. Onze fietsen stammen uit de vorige eeuw en wij ook. Dus trappen we in kleine etappes (via Spakenburg, Wezep, Kalenberg en Bakkeveen) naar Aduarderzijl in Groningen. Sneller gaat niet meer.

In Kalenberg bivakkeren we vier dagen lang in een klein molenaarshuisje aan de Hoogeweg. We kanoën door de Weerribben en Nanny gaat een keer kopje onder: aan de verkeerde kant uitgestapt.

Aduarderzijl

In Aduarderzijl zetten we ons tentje neer. Van daaruit maken we voet- en fietstochten. Met het Reitdiepveer (dat vaart tussen Aduarderzijl en Schaphalsterzijl) steken wij over naar het Hoogeland.

De tocht door de Noordpolder naar Noordpolderzijl is een verplicht nummer. Voor de liefhebbers, want de weg is lang, het land is leeg en de wind is onstuimig. Maar zo leer je Groningen kennen.

Noordpolderzijl

In Noordpolderzijl kun je niet verder of je moet het wad op. Het decor is troosteloos mooi. Eens lagen er schepen. Nu is de haven dichtgeslibd. Maar het café ‘t Zielhoes onderaan de zeedijk is springlevend. Behalve op maandag, want dan is het gesloten.

Spakenburg

Botterwerf (Spakenburg 2018)

We zijn in Spakenburg. Niet te geloven roept Nanny als ze de twee stadions van VV IJsselmeervogels en SV Spakenburg naast elkaar ziet liggen. Rood en blauw, ze hebben het hier goed voor elkaar. Het stadion van IJsselmeervogels stroomt vol. We gaan een kijkje nemen en vinden nog net een plaatsje op de afgeladen staantribune Midden Noord. De vrouwen van Ajax en PSV spelen om de KNVB-beker. We weten niet wat we meemaken. Nummertje 5 van Ajax gaat als een kanonskogel door de linies en vliegt voortdurend ondersteboven door de lucht, met of zonder tegenstandster. Het is bijna het enige wat we zien achter de brede ruggen van al die Spakenburgse vissers. Ajax wint. Het PSV-vak stroomt leeg, het Ajax-vak gaat uit zijn dak. Wij zoeken de jachthaven op, waar we ons tentje hebben opgezet.

Als het donker wordt kruipen we in onze slaapzakken, maar van slapen is geen sprake. We staan naast een caravan met twee onduidelijke figuren. Een ontsnapte tbs-er en zijn coach, soort van, zeg ik tegen Nanny. De mannen hebben zich bevoorraad met drie kratten bier. Het is zaterdagavond. Zij gaan het aan de waterkant luidruchtig op een zuipen zetten. Wij liggen in ons tentje en proberen niet op te vallen.

“Wat is dat voor een kut tentje, waarom doen ze dat?” “Dat vinden die mensen leuk.” Nanny fluistert: gaat dit over ons? Ik zeg: welnee, en wordt onmiddellijk uit de droom geholpen. “Stelletje homo’s” Dit laten ze even op ons en zichzelf inwerken. Dan is er plotseling paniek. “Godverdomme zag je dat?” “Waar?” “Daar! Een rat. Dat trek ik niet, ik ga naar binnen.” Ik fluister: het zijn watjes. Nanny sist: stil. Even later is er opnieuw paniek. “Muggen! Kan die deur niet dicht?” “Godsklere wat is het hier warm. Ik ga naar buiten.”

De mannen drinken stug door. Wij houden ons koest.

“Weet je waar ik zin in heb?” De tbs-er belt vriendinnen, slaat opeens heel fatsoenlijke taal uit. De vrouwen beloven wel maar komen niet. Dat verandert de zaak. “Kan jij niet een paar lekkere wijven voor ons gaan schieten in het dorp?” “Ga zelf een paar lekkere wijven schieten in het dorp.” “Ja maar jij hebt een auto.” “Ik ga nou niet rijden.” “Dan ga je toch lopen.” “Hoe kan ik nou lopen met dat been, dat heb ik je toch laten zien?”

Er vallen gaten in de conversatie steeds afgewisseld met “Dat gaat echt niet op komen.” Coach probeert zijn makker in het gareel te houden. Die sputtert nog wat tegen, probeert in zijn eentje toch nog het derde krat onschadelijk te maken, maar moet tenslotte ook afhaken. Het wordt langzamerhand stil. Opeens klinken er twee harde knallen. Ze hebben een pistool waarschuw ik Nanny. Uit de caravan klinkt angstig: “Wat was dat wat was dat, ik moet pissen.” Het valt mee, de mannen zijn ook geschrokken, stel ik Nanny gerust. Niet te geloven mompelt zij.

Om twee uur slapen wij.

De Ronde van Italië

“Er moet nog een vijfde berg worden beklommen, de Sestrière, de laatste marteling als straf voor de zonden van de mens: weer een halve kilometer tegen een berg op trappen. De details van de kroniek zijn niet meer belangrijk bij een dergelijke strijd (…) Coppi vliegt vooruit zonder de gespannenheid van de eerste uren, want hij weet zeker dat hij in zijn eentje bij de eindstreep zal komen. En Bartali houdt stug vol. Maar het aantal minuten dat hen scheidt wordt langzaam maar zeker groter: zes minuten op de Monginevro, zeven minuten in Cesana, bijna acht minuten op de Sestrière, en in het stadion van Pinerolo zullen het er ongeveer twaalf zijn.”

Het boek van Dino Buzzati (oorspronkelijke titel Dino Buzzati al Giro d’Italia, uitgekomen in 1981) is een verslag van de Ronde van Italië van 1949 en de strijd tussen de twee favorieten Coppi en Bartali. Ik heb het uit de kast gehaald na het zien van de strijd tussen Froome en Dumoulin in de zojuist afgelopen editie. In 1949 won Coppi, nu won Froome.

Chris Froome. Tachtig kilometer in zijn eentje tot op de Jaffereau. En winnen! Knap hoor. Alleen de hele groten kunnen zoiets: Fausto Coppi (solo naar Pinerolo in de Ronde van Italië van 1949); Charley Gaul (solo naar Aix-les-Bains in de Tour de France van 1958); Eddie Merckx (140 km solo door de Pyreneeën naar Mourenx in de Tour de France van 1969); Marco Pantani (solo naar Les Deux Alpes in de zogenaamde Tour de Dope van 1998); Floyd Landis (bizarre solo naar Morzine in de Tour de France van 2006). Alleen de laatste werd geschrapt …

Geweldige koers, die Ronde van Italië, met veel strijd en drama in een prachtig landschap en lang niet zo saai als de Tour de France. Jammer dat het voorbij is.

“Het leek of er nooit een eind aan zou komen en nu is het al verleden tijd. Nu wordt er over andere dingen gesproken, over de Ronde van Lazio, over de Tour (is het waar dat Bartali niet in dezelfde ploeg als Coppi wil rijden?), over wat de toekomst zal brengen”.

Maar één ding vraag ik mij wel af. Moet ik zo’n ronde, waarin de roze truidrager op veertig minuten wordt gereden en een astmapatiënt uiteindelijk wint, nou serieus nemen of is het nog steeds gewoon ouderwets spektakel? 

“En volgend jaar, in mei, zal opnieuw het startsein worden gegeven en het jaar daarop weer enzovoort, van lente tot lente zal het sprookje herleven”.

Help me herinneren

Dichten met boektitels

Bernlef, Help me herinneren, 2012
Marek van der Jagt, De geschiedenis van mijn kaalheid, 2000
Willem Frederik Hermans, De tranen der acacia’s, 1949
Renate Dorrestein, Het duister dat ons scheidt, 2003