Berichten

De Wijker Toren voor de laatste keer zonder reclame

Clap Your Hands And Say Yeah. De Wijker Toren heeft een sponsor. Worden we daar blij van? We zullen zien. Die Hing Ting Lai is natuurlijk een fenomeen. Misschien kom ik toch nog een keertje kijken. Nu waren Hans Nuijen en ik de enige supporters. Het was de laatste wedstrijd van het seizoen. En mooi weer. Dus we moeten niet klagen. De Wijker Toren 1 versloeg Rokado en eindigde als talentvolle derde in de tweede klasse C van de KNSB en De Wijker Toren 2 verloor van de kampioen Paul Keres 2 in de derde klasse D en werd afgetekend laatste. Op beide prestaties werd ontspannen een biertje gedronken. Dat wordt volgend jaar dus anders.

Van de website van de KNSB word ik duizelig en de website van De Wijker Toren is zo dood als een pier, dus hier volgen de uitslagen zoals ik ze heb gezien. En de laatste foto’s. En een partijtje. En nog iets tot slot.

En o ja die sponsoring. Ik heb erover gelezen, over raakvlakken en zo. Er schoot me iets te binnen, ik weet niet wat het er mee te maken heeft. Bij ons in de buurt staat een hoge metalen mast met een alarminstallatie daarbovenop. Tegen de mast is een antenne gemonteerd. En op de antenne zat laatst een hele domme specht. Hij roffelde met tussenpozen met zijn snavel keihard tegen het ijzer van de mast. Misschien was hij niet dom maar juist heel slim en dacht hij: hier valt meer uit te halen dan een keer per maand luchtalarm. Inderdaad, het galmde geweldig: een akoestische vondst. En er was raakvlak, zoveel is zeker.

Ghulam-Kassim

Een verhaaltje uit de Weenink Post van januari 1993

Ieder jaar ga ik een keer bij mijn oude club Excelsior kijken. Daar moet dan een goede reden voor zijn (klusje thuis waar ik niet aan wil, niks op de tv, weg kwijtgeraakt), nu was dat de verplaatste partij Schoehuijs-Kok voor de A-groep (zwitsers) van Weenink. Voor beide spelers heb ik een zwak. Erik Schoehuijs omdat hij een aardig potje kan schuiven en Nico Kok omdat hij op het bord schaker en kunstenaar tegelijk is. Hun partij zou ik dus even vakkundig in een sfeerreportage omsmeden voor de Weenink Post Extra, waarvan het thema dit keer kunst en schaken was. Kwam dat even goed uit.

Bijna iedereen was er. Otten, Ersson, Klok, Van Grootheest en Van IJsseldijk. Zelfs de naar Pat Mat verbannen Van Maassen zat aan de bar. Dat mocht, als hij zich nergens mee bemoeide. Op alle tafeltjes werd lekker geschaakt, eerst om het echt en dan al gauw voor de lol. Of andersom, dat maakte zo te zien geen verschil. In een hoekje zaten onopgemerkt de echte schakers Schoehuijs en Kok.

1.Pf3 g6 2.d4 Lg7 3.e4 Pf6 4.Ld3 c5 5.dxc5 Pa6 6.0-0 Pxc5 7.e5 Pg4 8.Pc3 Pxe5 9.Pxe5 Lxe5 10.Lh6
Aardig pionoffer van Erik. Maar toch een beetje saai. Mijn aandacht dwaalde af. Wie zag ik daar helemaal achter in de zaal? Frans Koopman. Zo, werd het toch nog een leuke avond! Het tafeltje had twee stoelen. Over de één hing de loodzware leren jas van Frans met op de zitting de allerdikste Succesagenda aller tijden, op de andere stoel zat Frans zelf, sigaartjes onder handbereik. Tegenover hem had, eerst staande, toen met een geleende derde stoel, de jongeman Borst junior plaats genomen. Deze bezat, behalve dat niet overtuigende junior, geen ander attribuut om trots op te zijn. Geen partij dus voor Frans, die er zin in had en zijn klompen ver onder juniors stoel had geschoven.

Frans dacht na. Op het bord stond een stelling uit een vorige eeuw. Het wou hem niet helemaal meer te binnen schieten, maar volgens hem kende junior de tweede matchpartij Steinitz-Lange, Wenen 1860 niet, want hij haalde alle zetten door elkaar: 1.e4 Pc6  2.Lc4 e5  3.f4 exf4  4.Pf3 g5. Nu was Frans de draad ook een beetje kwijt. Dat Ghulam-Kassim gambiet (had hij zich nog zo op verheugd, prachtige naam overigens) kon hij wel uit zijn hoofd zetten. Maar toen hij 5.h4 had gedaan (ja haha Blachly daar trapte hij niet in) en junior met het verbluffende nieuwtje 5…f6 op de proppen was gekomen, ging hij er eens extra breed voor zitten. Na een uurtje stond 6.Pxg5 Pe5  7.Dh5+ Ke7 op het bord.

Nico kwam langs gelopen: “Waar zit Frans nu over te piekeren? Zeg jij gaat hier toch geen stukje over schrijven, hè? Want ik moet voor de Weenink Post Extra iets over kunst en schaken doen en dit lijkt me wel wat.”

Frans dacht na over schoonheid en onsterfelijkheid. De beste zetten zijn vaak niet de mooiste. Frans speelt de mooiste. En ooit zullen die een keer ook de beste blijken te zijn. Dan houdt hij er mee op.

Er verstreek een kwartier waarin hij uiteindelijk berustte in het feit dat het mat nog enige voorbereiding vereiste: 8.d4 d5 9.dxe5 Ph6 10.exf6+ Kf6

Hij had nog een kwartier. Het duizelde hem. Eigenlijk mocht je niet overhaast handelen in zo’n stelling. Maar hij werd er toe gedwongen. Misschien had hij het nog even uit moeten stellen, maar hij deed het nu maar: 11.Pxh7+ Kg7  12.Lxf4 Kxh7  13.Ld3 Lg7

en omdat zijn tijd nu echt om was miste hij 14.Lxh6 Lxh6 15.Df7+ Lg7 16.e5+ Kh6 17.Dg6 mat.

Na afloop las hij onze gedachten. “Toch nog te snel gezet”, mompelde hij. En hij pakte zijn jas, agenda, sigaren, keek nog een keer door ons en junior heen, en ging zijns weegs. Langzaam zakten de emoties. Erik Schoehuijs won van Nico Kok. Van Grootheest speelde remise. Clarijs en Ten Bosch demonstreerden elkaar de verschillen tussen het Muzio- en het Allgaiergambiet.

Muzio, Allgaier, Hanstein, Philidor, Cunningham, Cochrane, MacDonnell, Rosentreter, Silberschmidt, Ghulam-Kassim.

Dat waren nog eens tijden.

Muggenbeet 1963

 

De 30m² Zuiderzee van de familie de Boer uit Steenwijk (Muggenbeet 1965)

 

Fokke de Boer

We kampeerden in Muggenbeet op het erf van boer Harm. Mijn neef Kasper en ik sliepen in een tentje. Naast ons stonden de jongens van de familie De Boer, Thijsse en Fokke. Het waren aardige jongens. Niet van het soort dat elkaar op vrijdagavond op het bruggetje vlakbij het cafeetje van Geertien en Griet met bromfietskettingen te lijf ging. De een was beter met het hoofd, de ander beter met zijn handen. Hun vader had in Steenwijk een drukkerij en in Muggenbeet lag de woonboot van de familie. En de dertig kwadraat. Dat was nog eens een boot. Daarvan waren er maar een stuk of dertig. Zij hadden nummer 3. Op het water stonden de schippers elkaar naar het leven. Maar in de Sneekweek ging de bemanning van elke boot halfweg de wedstrijd in Terhorne even aan wal voor een neut. Dat was traditie.

Wij leerden zeilen in een opgetuigde sloep. Later trokken wij met een zestien kwadraat naar Friesland. Of naar de Ronduite want daar had de familie De Haan een huisje met vijf dochters. Wij waren er niet weg te slaan. Toen het een keer spookte op de Beulaker voer ik er met de kano naar toe. Midden op het meer sloeg ik om. Ik had geleerd hoe je weer in de kano kon komen. Dat lukte nu niet. Ik dreef met kano en al richting de Blauwe Hand. Maar een motorjacht viste me op en bracht me alsnog naar waar ik zijn moest. Ik kreeg droge kleren waaronder een veel te grote onderbroek van pa De Haan en de jongste dochter vond dat ik nu wel kon blijven slapen. Ik dacht dat ik het gemaakt had. Maar toen zagen we door de verrekijker van vader De Haan een zeiltje uit de Walengracht het meer op komen. Het was mijn neef die de overtocht op de fok deed. Dat werd moeder De Haan toch te gortig. Twee jongens, een kano en een zeilboot, zoveel ligplaatsen had zij niet. Er werd een auto uit Muggenbeet besteld, met Fokke de Boer om de zeilboot terug te brengen. Wij mochten ook mee. Fokke hees naast de fok nu ook het grootzeil en zeilde ons met één hand dwars door de wind terug naar Muggenbeet.

Voor het slapen gaan hielden we ter afsluiting een stoeipartij in de boomgaard naast de boerderij. Kasper en ik tegen de jongens van De Boer. Ik scheurde per ongeluk de pyjama van Fokke. Dat had ik niet moeten doen. Het laatste wat ik zag was dat de aarde opeens omhoog tuimelde en tegen mij aan daverde. Een hallucinerende gewaarwording. Hij had mij met één machtige haal van zijn vuist buiten westen geslagen. Toen we in onze tentjes lagen bij te komen, wilde Kasper de haringen van de tent van de jongens van De Boer uit de grond gaan trekken. Ik wist dat uit zijn hoofd te praten. Met Fokke de Boer viel niet te spotten.

 

Muggenbeet 1963

Klik op de foto’s voor een vergroting

 

zie ook: Soms moet je lachen en soms is het beter van niet

Bloemenwinkel “De anemoon” van Klaas en Jentje Bakker

 

Bloemenwinkel “De anemoon”

In een kist met oude papieren uit het huis van mijn opa Hendrik Claasen tref ik deze raadselachtige foto aan. Wie poseren hier zo trots voor hun bloemenzaak?

De eerste stap is kijken waar de winkel zich zou kunnen bevinden. Het huisnummer staat er op, dat is een goede aanwijzing, ik hoop ergens in Amsterdam. Op zoek naar bloemenwinkels in de adresboeken van rond 1930 vind ik een zaak op naam van K. Bakker op de Admiraal de Ruijterweg nr. 278. Vervolgens heb ik de woningkaart erbij gezocht in het Stadsarchief. Op het adres blijkt in de winkelwoning K. Bakker te wonen met zijn vrouw.

 

Montelbaanstoren omstreeks 1880 met rechts op de voorgrond de Kalkmarkt (Foto Beeldbank Stadsarchief Amsterdam)

Klaas Bakker is de tweede zoon van Albert Bakker en Heintje Neefjes. Hij is geboren in Amsterdam op 21 januari 1881 op een schip liggende aan de Kalkmarkt. De thuishaven van het schip is Hasselt in Overijssel.

Genealogische aantekeningen in de bijbel van Heintje Neefjes

 

In juni 1888 houdt het schippersgezin het voor gezien. Het laat Overijssel achter zich en gaat aan de wal wonen in Sloten, dat toen nog een een aparte gemeente was. Klaas heeft op dat moment behalve een oudere broer Otto nog een jongere broer Cornelis en een zusje Annigjen. Zij zijn allemaal op het schip geboren. Op 29 juni 1889 komt er nog een zusje bij, mijn oma, ook Annigje geheten. De wetten van het vernoemen waren kennelijk streng: de beide grootmoeders heetten zo. Vader Albert Bakker overlijdt in 1890 op 40-jarige leeftijd.

In het bevolkingsregister van de door Amsterdam geannexeerde gemeenten is terug te vinden dat Klaas Bakker in 1905 het huis van zijn moeder E 22 1 hoog verlaat en naar Duisburg vertrekt. Maar op 10 mei 1907 is hij weer terug in Sloten als hij met Maria Elisabeth Postmaa trouwt, dochter van Hendrik Willem, een bakker of ook wel brooddepôthouder, en diens vrouw Maria Elizabeth Lindeman. Het beroep van Klaas is dan stucadoor. Als op 30 september 1911 het eerste kind Klaas jr. wordt geboren, woont het stel in Hatert bij Nijmegen en wordt als beroep van de vader tramwagenbestuurder opgegeven. Het tweede kind, een meisje Maria Elisabeth, wordt op 6 januari 1914 in Keulen geboren.

 

Excerpt bevolkingsregister Amsterdam

Uit de Overgenomen Delen 1892-1920 van het bevolkingsregister van Amsterdam blijkt dat Maria Elisabeth met de kinderen op 1 september 1914 weer terug is in Amsterdam en bij haar zuster Elisabeth Geertruida gaat inwonen. Deze is getrouwd met Jan Koopmans en ook moeder Maria Elizabeth Lindeman woont in die tijd op hetzelfde adres in de Van Houwelingenstraat.

Klaas komt pas op 12 oktober 1916 terug uit Keulen en voegt zich bij hen, zijn beroep is dan werkman. Het gezin Bakker blijft er nog een jaar, totdat het op 23 oktober 1917 naar de Baarsjesweg 9 in Sloten verhuist. Weer een jaar later overlijdt Maria Elisabeth.

 

Huwelijksakte Klaas en Jentje Bakker

Klaas blijft met twee kleine kinderen achter. Misschien is dat de reden dat hij vrij snel hertrouwt: op 1 mei 1919. Zijn tweede vrouw is een volle nicht van hem, Jentje Bakker. Zij is de dochter van Albert Bakkers broer Egbert en Trijntje Stroomberg. Ook Jentje is op een schip geboren, op 13 juli 1877, toen het schip van haar ouders in Werkendam lag. Als beroep van Klaas staat nu koopman vermeld.

 

Gezinskaart

In 1921 is Sloten door Amsterdam geannexeerd. We vinden Klaas en Jentje nu terug op de gezinskaart van Klaas Bakker. De eerste verandering in het gezin is het omnummeren in 1924 van E 9 naar Baarsjesweg 258 souterrain. Als beroep staat er nu bloemenventer. Op 9 juli 1926 wordt er verhuisd naar de Admiraal de Ruijterweg 278 hs. en zijn we aangeland bij de foto van de bloemenzaak.

 

Woningkaart

Klaas en Jentje blijven tot september 1946 in de winkel en verhuizen dan naar Aalsmeer. Jentje Bakker overlijdt op 21 maart 1954 op 76-jarige leeftijd en Klaas Bakker op 7 maart 1960, hij is dan 79 jaar oud.

 

Nanny Claasen

 

Bronnen:

Brabants Historisch Informatie Centrum
– geboorteregister burgerlijke stand Werkendam

Noord-Hollands Archief
– overlijdensregister burgerlijke stand Aalsmeer
– huwelijksbijlagen

Stads Archief Amsterdam
– beeldbank
– bevolkingsregister 1893
– bevolkingsregister overgenomen delen
– bevolkingsregister geannexeerde gemeenten
– bevolkingsregister gezinskaarten
– huwelijksregister burgerlijke stand
– persoonskaarten
– woningkaarten

Open ASK-toernooi 2018

 
Het toernooi om het open Alkmaars schaakkampioenschap, georganiseerd door de ASV De Waagtoren, is een van de aardigste weekendtoernooien die er zijn. Op de zaterdag liep ik twee rondjes mee. Met mijn fototoestel. De bovenzaal van Het Gulden Vlies was weer goed gevuld. Er deed een grootmeester mee en heel veel jeugd. De spelers was op het hart gedrukt niet van de grootmeester te winnen, want dan zou hij wel eens weg kunnen lopen. Alleen in de laatste ronde mocht het. En zo gebeurde het.
 

Fotogalerij

Klik op een foto voor een vergroting

Stayokay Slot Assumburg Rapidschaaktoernooi 2018 (2)

Paul Lieverst

Het Stayokay Slot Assumburg rapidschaaktoernooi is net zoals twee jaar geleden gewonnen door Paul Lieverst. De basis daarvoor legde hij de eerste dag met een overwinning op Fred Slingerland. De tweede dag verloor hij van Erik Schoehuijs en ontsnapte hij (tegen Bart-Piet Mulder en in de laatste ronde tegen Fred Avis) twee keer aan een nieuwe nederlaag, maar omdat zijn concurrenten de punten netjes onder elkaar verdeelden, legde hij toch nog beslag op een welverdiende en ongedeelde eerste plaats. Tweede en derde werden Fred Slingerland en Erik Schoehuijs. De hoogste ratingprijs was voor Erik Teske en lof ging uit naar toernooidirecteur Peter Klok en wedstrijdleider Kees Lute.

Op beide dagen vormde het Slot Assumburg het decor niet alleen van een geslaagd schaaktoernooi, maar ook voor twee bruidsparen, die de vrieskou trotseerden voor hun trouwfoto’s in de tuin. De schakers poseerden liever binnen.

 

Stayokay Slot Assumburg Rapidschaaktoernooi 2018 (1)

De zesde editie van het Stayokay rapidschaaktoernooi, georganiseerd door de Heemskerkse Schaakvereniging Excelsior, is van start gegaan met 39 deelnemers onder wie de winnaar van de vierde editie Paul Lieverst, die meteen maar even de grote ratingfavoriet Fred Slingerland, in ieder geval voorlopig, zijn hielen liet zien. En ook Thomas Broek moest er aan geloven. Mede daardoor leidt Paul, na de eerste dag, het veld met het volle pond uit vijf partijen. Morgen krijgt hij ongetwijfeld te maken met Bart-Piet Mulder die met een half puntje minder op de tweede plaats staat.

Dans mon jardin (13/15)

In Normandië waren Peter en Lodewike, Nanny en ik op bezoek bij Rob en Monique, een stel dat in Frankrijk woont, aan het eind van de wereld bovenop een berg nabij het uitgestorven dorpje Exmes. Zij lieten ons de stadjes Sées, Argentan, Gacé en Orbec zien, we bezochten Honfleur aan de kust, en maakten wandelingen in de omgeving van hun paradijs La Côte du Drou. Hun kat was Maître Rats en wij dronken calvados.

In Ménil-Hubert-en-Exmes stond een oud vakwerkhuisje. Vakwerk heet daar colombage. In de muur zat een scheur. Het was een teken aan de wand. Aan het eind van het jaar moest mijn hart naar de dokter en met Peter liep het nog slechter af. En Maître Rats is er ook niet meer.

Het was een onvergetelijke vakantie.

Dans mon jardin (12/15)

Als je niet ver van huis toch wilt verdwalen moet je in het Lake District in slecht weer op pad gaan. Je loopt dan langs een beekje stroomopwaarts de bergen in, totdat elk herkenningspunt is verdwenen en je geen mens meer tegen komt. Er is geen spoor meer, geen hoopjes op elkaar gestapelde stenen die je bakens waren en al je energierepen zijn op. En als je je dan toch nog omhoog hebt getrokken, maar niet meer naar beneden durft, o wat verlang je dan naar een pint in de pub helemaal beneden aan de berg aan het begin van het pad.

Dans mon jardin (11/15)

De Noord-Hollandse duinen, zo weids als bij ons vind je ze niet. Alleen, het wordt er steeds drukker. Met wandelaars, fietsers, mountainbikers, boswachters in autootjes, gps-puzzeltochten en nu ook met Konikpaarden, Schotse hooglanders en Blackface schapen. Vroeger zag je er alleen fazanten en konijnen, maar die zijn verdwenen. Tegen de hooglanders moet je aardig doen: netjes vragen of je er langs mag als ze breeduit op je pad liggen, dan doen ze jou niets, zeggen de boswachters. Maar ik vertrouw het zaakje niet helemaal, volgens mij weten ze donders goed dat ze in de Gasterij op het menu staan.

Dans mon jardin (10/15)

Toen Noortje negen was maakten we met haar een voettocht door het mooiste gedeelte van Jutland, van Aarhus naar Silkeborg en rond de Himmelbjerget. Na de dagtocht deden we dan ‘s avonds nog een extra ommetje. Volgens Noortje was dat geen ommetje maar een OM. We hadden met haar ook al eens door Schotland en door Wales gesjouwd en dus was het niet gek dat ze, toen ze daar de kans voor kreeg, liever alleen op vakantie ging. En dat was jammer, want toen we een paar jaar later nog eens door Denemarken trokken, maar nu met de fiets, was het er lang zo leuk niet meer.

Dans mon jardin (9/15)

In de herfst van 1981 reed ik op mijn racefiets naar het Zwarte Woud. Ik had geoefend op het kopje van Bloemendaal en bij Piet de Wit in Wormer om een lichter verzet gevraagd. Hij lachte mij uit. Hij was wereldkampioen op de baan achter de grote motoren geweest en dan trapte je zo zwaar als je kon. Zo trok ik door België, Luxemburg, Frankrijk en Duitsland. En onderweg passeerde ik dorpjes, waarvan ik het bestaan niet kende en de naam niet wist, zoals hierboven op een mistige ochtend in de Elzas.