Aduarderzijl en omstreken

De foto’s zijn uit Groningen. Een aantal is al vertoond. Die van het Waarhuis in Aduarderzijl, de klokkentoren in Klein Wetzinge, het gele veld in de Noordpolder, de sluis in Schouwerzijl en het huis in de kloostertuin van Kloosterburen zijn gemaakt met een iPhone, de andere foto’s zijn lekker ouderwets opgenomen: analoog. Vond ik weer een keertje leuk.

Kodak Ektar 100, Leica M6, Summicron 35mm en na ontwikkeling scannen die handel. Dat was nog niet zo eenvoudig. Mijn oude Nikon-scanner vertoont kuren en wil alleen nog maar luisteren naar Vuescan. Ontdekte ik na eindeloos geëtter. Maar de gratis (proef)versie zadelt je op met een watermerk in je foto’s. Stik! Het programma moet je dus kopen. En daar heb je dan weer een creditkaart voor nodig en die heb ik niet. Een andere manier is er niet. Nou vraag ik je. Zo word je dus gedwongen tot (een soort van) proletarisch winkelen.

Mopper mopper mopper, waarop Nanny zei: nu ben ik het zat. En ze bestelde een creditkaart. Binnenkort kan ik (moet ik van Nanny) dus al mijn software legaliseren. Het moet niet gekker worden. Doe maar luxe. Maar zolang zij betaalt vind ik het best.

Amsterdam Science Park Chess Tournament 2018

We kregen een enquêteformulier toegestuurd met de vraag: “Wat kan er verbeterd worden aan het schaaktoernooi?” Het gaat dus niet goed. Maar wat daar aan gedaan moet worden wist ik ook niet. Ik heb maar wat ingevuld. Nu bedenk ik dat die overlap met het Leiden Chess Tournament misschien niet zo handig is. En wat ik ook wel leuk zou vinden is een tweedaags rapidtoernooi tijdens het eerste weekend. Maar wat pas echt zou helpen is als ik weer wat beter ging schaken, zodat ik niet al die kleine monsters moet trotseren, die elkaar voortdurend lopen te voorzien van brandstof, zoals m&m’s, marshmallows of ander smakelijk materiaal. Ze voeren hun stappenplannetjes staande uit en laten jou met de brokken zitten.

Ik heb zes keer meegedaan. De laatste twee keer niet, maar heb ik foto’s gemaakt. Dat mag gelukkig nog. Tijdens de derde ronde draaide ik om een man heen, die dacht dat ik hem wilde fotograferen. Sommigen willen dat niet, deze vond het wel aardig. “Sta ik er op?”, vroeg hij verrast. “Nee in de weg”, zei ik. Dat was niet zo aardig. “Ik heb Messi net geschoten en nu moet ik Neymar nog hebben”, legde ik uit. Ik zag hem denken. “Echt?”, vroeg hij.

Fotogalerij

Spachess 2018

Laatste dag laatste foto’s, van een ontspannen toernooi in een ruim bemeten zaal en met een prima café, maar zonder allure en een teruglopende belangstelling en dat is jammer. Gelukkig waren er toch nog prachtige en uitgebreide verslagen van Dimitri Reinderman en Herman Grooten op Schaaksite. En voor de echte foto’s (van Lennart Ootes) kun je terecht op de website van het toernooi.

Winnaar van het toernooi werd Zyon Kollen, de B-groep werd gewonnen door Gilian Honkoop, de C-groep kende vijf winnaars, waaronder Stella Honkoop, en de D-groep twee winnaars, Kobe Smeets en David Spaan.

en deze weet ik echt niet

 

Spachess 2018

Op weg naar mijn tweede bezoek aan het Amsterdam Science Park Chess Tournament maakte ik een fout. Ik had in de Jan Evertsenstraat een filmpje dat ik tijdens mijn eerste bezoek geschoten had weggebracht naar Fotolab Kiekie en daarna op goed geluk een tram opgezocht. Lijn 14. Doe! Dat! Nooit! Tenzij je een rondrit door de binnenstad wilt maken. Ik zag de Westermarkt, de Dam, het Spui, het Rembrandtplein en het Waterlooplein, ik kwam langs Artis, het Tropenmuseum, de Dappermarkt en het Javaplein, en miste in de Molukkenstraat de bus naar het Science Park. Ik deed er dus een uur over.  Gelukkig hoefde ik niet te spelen.  Ik maakte foto’s.

Wedstrijdleider Aart Strik staat er niet helemaal op. Ik schiet de foto’s in het wilde weg, zonder door de zoeker te kijken. Dat gaat wel eens mis. We zien dus niet hoe Aart kijkt. Vermanend? Onderwijzend? Bemoedigend? De jongen lijkt niet onder de indruk.

Ook ik ontkwam niet aan een waarschuwing. Er kwam een man naar mij toe. “Maak je foto’s? Ik wil NIET dat je een foto van mij neemt.”  Ik ben te lelijk, voegde hij er nog aan toe. Ik zei : “jammer”, in het midden latend wat ik precies bedoelde.Een tijdje later, ik had GEEN foto van hem genomen, schoot hij mij nogmaals aan: “Ik heb een hint”, zei hij, “zwart-wit, is dat niks?” Ik bedankte hem dat hij mij daar aan herinnerde, haalde nu wel de bus, stapte bij Station Muiderpoort over op lijn 7 en kwam in minder dan een half uur uit op het Mercatorplein, vlak bij Foto Kiekie. Mijn foto’s waren ontwikkeld. Zwart-wit!

De laatste foto is een foto van de klimmuur die je passeert op weg naar de speelzaal. Schakers nemen in het algemeen de trap.

Oldtimers en een overjarige kleinbeeldfilm

In een kast vond ik een onbelichte kleinbeeldfilm van Ilford met als uiterste ontwikkeldatum november 2009. Dat is bijna negen jaar geleden! Weggooien of proberen? Ik koos voor het laatste. Oldtimers in het centrum van Heemskerk waren een geschikt onderwerp. Meestal worden ze van voren geportretteerd. Ik deed het dus van achteren. Ik wachtte in spanning het resultaat af. Zoals vroeger. Je had geen idee wat je camera allemaal verzon. Soms stond er helemaal niets op zo’n film, vaak leek het nergens op. Je zag het pas achteraf.

Het viel reuze mee. Er was beeld en niet eens zo gek. Toch knap om na zo veel jaar op een scheutje licht te hebben gewacht nog respons te geven. Al is het dan in louter zwart en wit.

De negatieven zijn gescand met mijn Nikon Coolscan LS-5000. Ook al zo’n fossiel. Het ding zwoegt en bromt en piept maar weigert onder Windows 10 dienst, dus moet ik om die oude knorrepot te paaien Windows XP van stal halen. Over oldtimers gesproken.

Op de fiets naar Groningen

Op de fiets naar Groningen. We doen het nog een keer. Onze fietsen stammen uit de vorige eeuw en wij ook. Dus trappen we in kleine etappes (via Spakenburg, Wezep, Kalenberg en Bakkeveen) naar Aduarderzijl in Groningen. Sneller gaat niet meer.

In Kalenberg bivakkeren we vier dagen lang in een klein molenaarshuisje aan de Hoogeweg. We kanoën door de Weerribben en Nanny gaat een keer kopje onder: aan de verkeerde kant uitgestapt.

Aduarderzijl

In Aduarderzijl zetten we ons tentje neer. Van daaruit maken we voet- en fietstochten. Met het Reitdiepveer (dat vaart tussen Aduarderzijl en Schaphalsterzijl) steken wij over naar het Hoogeland.

De tocht door de Noordpolder naar Noordpolderzijl is een verplicht nummer. Voor de liefhebbers, want de weg is lang, het land is leeg en de wind is onstuimig. Maar zo leer je Groningen kennen.

Noordpolderzijl

In Noordpolderzijl kun je niet verder of je moet het wad op. Het decor is troosteloos mooi. Eens lagen er schepen. Nu is de haven dichtgeslibd. Maar het café ‘t Zielhoes onderaan de zeedijk is springlevend. Behalve op maandag, want dan is het gesloten.

Spakenburg

Botterwerf (Spakenburg 2018)

We zijn in Spakenburg. Niet te geloven roept Nanny als ze de twee stadions van VV IJsselmeervogels en SV Spakenburg naast elkaar ziet liggen. Rood en blauw, ze hebben het hier goed voor elkaar. Het stadion van IJsselmeervogels stroomt vol. We gaan een kijkje nemen en vinden nog net een plaatsje op de afgeladen staantribune Midden Noord. De vrouwen van Ajax en PSV spelen om de KNVB-beker. We weten niet wat we meemaken. Nummertje 5 van Ajax gaat als een kanonskogel door de linies en vliegt voortdurend ondersteboven door de lucht, met of zonder tegenstandster. Het is bijna het enige wat we zien achter de brede ruggen van al die Spakenburgse vissers. Ajax wint. Het PSV-vak stroomt leeg, het Ajax-vak gaat uit zijn dak. Wij zoeken de jachthaven op, waar we ons tentje hebben opgezet.

Als het donker wordt kruipen we in onze slaapzakken, maar van slapen is geen sprake. We staan naast een caravan met twee onduidelijke figuren. Een ontsnapte tbs-er en zijn coach, soort van, zeg ik tegen Nanny. De mannen hebben zich bevoorraad met drie kratten bier. Het is zaterdagavond. Zij gaan het aan de waterkant luidruchtig op een zuipen zetten. Wij liggen in ons tentje en proberen niet op te vallen.

“Wat is dat voor een kut tentje, waarom doen ze dat?” “Dat vinden die mensen leuk.” Nanny fluistert: gaat dit over ons? Ik zeg: welnee, en wordt onmiddellijk uit de droom geholpen. “Stelletje homo’s” Dit laten ze even op ons en zichzelf inwerken. Dan is er plotseling paniek. “Godverdomme zag je dat?” “Waar?” “Daar! Een rat. Dat trek ik niet, ik ga naar binnen.” Ik fluister: het zijn watjes. Nanny sist: stil. Even later is er opnieuw paniek. “Muggen! Kan die deur niet dicht?” “Godsklere wat is het hier warm. Ik ga naar buiten.”

De mannen drinken stug door. Wij houden ons koest.

“Weet je waar ik zin in heb?” De tbs-er belt vriendinnen, slaat opeens heel fatsoenlijke taal uit. De vrouwen beloven wel maar komen niet. Dat verandert de zaak. “Kan jij niet een paar lekkere wijven voor ons gaan schieten in het dorp?” “Ga zelf een paar lekkere wijven schieten in het dorp.” “Ja maar jij hebt een auto.” “Ik ga nou niet rijden.” “Dan ga je toch lopen.” “Hoe kan ik nou lopen met dat been, dat heb ik je toch laten zien?”

Er vallen gaten in de conversatie steeds afgewisseld met “Dat gaat echt niet op komen.” Coach probeert zijn makker in het gareel te houden. Die sputtert nog wat tegen, probeert in zijn eentje toch nog het derde krat onschadelijk te maken, maar moet tenslotte ook afhaken. Het wordt langzamerhand stil. Opeens klinken er twee harde knallen. Ze hebben een pistool waarschuw ik Nanny. Uit de caravan klinkt angstig: “Wat was dat wat was dat, ik moet pissen.” Het valt mee, de mannen zijn ook geschrokken, stel ik Nanny gerust. Niet te geloven mompelt zij.

Om twee uur slapen wij.

De Ronde van Italië

“Er moet nog een vijfde berg worden beklommen, de Sestrière, de laatste marteling als straf voor de zonden van de mens: weer een halve kilometer tegen een berg op trappen. De details van de kroniek zijn niet meer belangrijk bij een dergelijke strijd (…) Coppi vliegt vooruit zonder de gespannenheid van de eerste uren, want hij weet zeker dat hij in zijn eentje bij de eindstreep zal komen. En Bartali houdt stug vol. Maar het aantal minuten dat hen scheidt wordt langzaam maar zeker groter: zes minuten op de Monginevro, zeven minuten in Cesana, bijna acht minuten op de Sestrière, en in het stadion van Pinerolo zullen het er ongeveer twaalf zijn.”

Het boek van Dino Buzzati (oorspronkelijke titel Dino Buzzati al Giro d’Italia, uitgekomen in 1981) is een verslag van de Ronde van Italië van 1949 en de strijd tussen de twee favorieten Coppi en Bartali. Ik heb het uit de kast gehaald na het zien van de strijd tussen Froome en Dumoulin in de zojuist afgelopen editie. In 1949 won Coppi, nu won Froome.

Chris Froome. Tachtig kilometer in zijn eentje tot op de Jaffereau. En winnen! Knap hoor. Alleen de hele groten kunnen zoiets: Fausto Coppi (solo naar Pinerolo in de Ronde van Italië van 1949); Charley Gaul (solo naar Aix-les-Bains in de Tour de France van 1958); Eddie Merckx (140 km solo door de Pyreneeën naar Mourenx in de Tour de France van 1969); Marco Pantani (solo naar Les Deux Alpes in de zogenaamde Tour de Dope van 1998); Floyd Landis (bizarre solo naar Morzine in de Tour de France van 2006). Alleen de laatste werd geschrapt …

Geweldige koers, die Ronde van Italië, met veel strijd en drama in een prachtig landschap en lang niet zo saai als de Tour de France. Jammer dat het voorbij is.

“Het leek of er nooit een eind aan zou komen en nu is het al verleden tijd. Nu wordt er over andere dingen gesproken, over de Ronde van Lazio, over de Tour (is het waar dat Bartali niet in dezelfde ploeg als Coppi wil rijden?), over wat de toekomst zal brengen”.

Maar één ding vraag ik mij wel af. Moet ik zo’n ronde, waarin de roze truidrager op veertig minuten wordt gereden en een astmapatiënt uiteindelijk wint, nou serieus nemen of is het nog steeds gewoon ouderwets spektakel? 

“En volgend jaar, in mei, zal opnieuw het startsein worden gegeven en het jaar daarop weer enzovoort, van lente tot lente zal het sprookje herleven”.

Help me herinneren

Dichten met boektitels

Bernlef, Help me herinneren, 2012
Marek van der Jagt, De geschiedenis van mijn kaalheid, 2000
Willem Frederik Hermans, De tranen der acacia’s, 1949
Renate Dorrestein, Het duister dat ons scheidt, 2003

Overhaal over de Amstel

Overhaal over de Amstel (Amsterdam omstreeks 1895)
fotograaf onbekend

De foto komt uit een fotoalbum van een van mijn tantes. Hij toont een overhaal, een soort voetveer, over de Amstel in Amsterdam. De passagiers in het bootje zijn mijn overgrootvader Kasper Karssen en zijn zoon Kasper Jan Karssen. Ze maken de oversteek van Amstelkade naar Weesperzijde (ter hoogte van de Ysbreker). Tot 1903 waren deze oevers van de Buiten-Amstel alleen verbonden door de omweg over de Hogesluisbrug, want de Nieuwe Amstelbrug bestond nog niet. Kleine ondernemers begonnen daarom een zogenaamde “overhaal”, een bootje dat je voor een paar centen van de ene oever naar de andere bracht. De aanlegsteigers pachtten zij voor een aanzienlijk bedrag van de gemeente. Al gauw verschenen er ook vrijbuiters op het water zonder steiger, maar met een omhooglopende brug achter op hun bootjes om passagiers de gelegenheid te geven toch de kade te bereiken. Het Nieuws van den Dag van zaterdag 12 augustus 1893 (Bron: Delpher) wijdde er een artikel aan onder de titel “Een overhaal-quaestie”.

Van wie is de stad

“Van wie is de stad” is de titel van een boek van Floor Milikowski, uitgekomen bij Atlas Contact in 2018, met als ondertitel “De strijd om Amsterdam”. Het is een verslag van de snelle veranderingen op sociaal en economisch gebied in de hoofdstad de laatste jaren. Is de stad nog wel van de bewoners? Of van vastgoedhandelaren en beleggers? En gaat de stad niet kopje onder in de toeristenstroom die direct of indirect gegenereerd wordt? Wordt Amsterdam het nieuwe Venetië?

Jacob van Lennepkanaal (Amsterdam 2017)

Als je zomaar wat door de stad zwerft, Damrak, Rokin en Wallen vermijdt, en op het Spui niet getorpedeerd bent door een horde huurfietsers en tussen Leidseplein en Museumplein niet onder de voet gelopen door een kudde rolkoffers en daarna niet op de onzalige gedachte komt Anne Frank met een bezoekje te vereren, dan valt het (voor een buitenstaander die er niet meer woont maar wel de weg nog weet) mee.

Maar de gemoederen zijn verdeeld. Je kunt niet met een fototoestel door de stad lopen zonder de kans te lopen voor stomme toerist te worden uitgescholden. Het gebeurde mij laatst. Nou wordt die mooi dacht ik. Ik ben hier op school geweest, heb er gestudeerd en gewerkt, Nanny is er zelfs geboren, onze dochter woont er, een voorouder is van hier naar Veenhuizen gestuurd en meer dan eens, mijn oom was directeur van de Amsterdamse Droogdok Maatschappij en mijn vader gemeenteambtenaar, ik heb Blauw Wit gezien in het Olympisch Stadion, geschaakt in Die Port van Cleve, gedanst in kelders waar Louis van Dijk optrad, weet Paradiso te vinden en toen we (Nanny en ik) in 1970 met wat jongens en de meisjes in ons kielzog vanuit Amstelveen naar een feestje* in de Bijenkorf (Ekseption zou optreden) gingen, wat totaal uit de hand liep, dat de mobiele eenheid toen was gekomen om de Dam schoon te vegen en we de zijstraatjes in moesten vluchten en we iedereen kwijt waren, maar gelukkig hadden we afgesproken elkaar weer op te zoeken bij het monument en dat toen we daar weer durfden te gaan kijken we alleen politie aantroffen met wapenstokken en een enorme ravage en de meisjes die bovenop de leeuwen waren geklommen en die niet van wijken hadden willen weten, maar de jongens wel, want die waren nergens meer te bekennen. Dat zei ik dus allemaal niet. Ik zei rot op ik versta jullie wel … of eigenlijk zei ik alleen dat laatste en zelfs daar ben ik niet zeker van. En ik dacht ook nog aan mijn eerste kennismaking met de stad toen ik in de krant had gelezen dat er een film met Brigitte Bardot draaide in Capitol op de Rozengracht. Ik had een foto van haar gezien in de Panorama, dus die film moest ik zien. Ik was dertien jaar, woonde nog in Amstelveen en ik wist echt niet waar de Rozengracht was. Ik durfde het niet te vragen aan mijn moeder (wat ga je daar doen jongen?), maar zoveel grachten konden er toch niet zijn in Amsterdam dacht ik en dat ik nog geen zestien was zou ik ter plaatse wel oplossen hoopte ik. Ik liet me door Maarse en Kroon naar Amsterdam brengen, stapte bij het hoofdpostkantoor op de Nieuwezijds Voorburgwal uit en vond de Bloemgracht. Dat leek een aardig begin. Dus van daar werkte ik alle grachten af, dat wil zeggen alles waar ik water zag, steeds koortsachtiger, totdat de aanvangstijd van de middagvoorstelling al lang verstreken was. Die verrekte Rozengracht was helemaal geen gracht maar gedempt. Wat je niet allemaal mee kan maken in de stad.

* In 1970 werd het 100-jarig bestaan van De Bijenkorf in Amsterdam gevierd met een Open Huis. Van zeven uur ‘s avonds tot middernacht waren 700 gasten uitgenodigd en kon het publiek vrij binnenkomen. Als snel bleek het uit de hand te lopen. Binnen waren rond 10.000 bezoekers, buiten waren 20.000 jongeren die ook naar binnen wilden. Oproerkraaiers begonnen met stenen te gooien waarna het op een veldslag uitliep. De mobiele eenheid (ME) moest twee pelotons inzetten om de orde te herstellen. Winkelruiten sneuvelden, auto’s werden gemolesteerd, barricades werden op het Rokin opgeworpen. De ME reageerde met waterkanonnen. In de Bijenkorf bleef het redelijk rustig maar de bezoekers moesten het pand even na tien uur vervroegd verlaten (bron: Wikipedia).

De stad is niet meer van mij, maar ik mag er nog steeds graag komen.

De Wijker Toren voor de laatste keer zonder reclame

Clap Your Hands And Say Yeah. De Wijker Toren heeft een sponsor. Worden we daar blij van? We zullen zien. Die Hing Ting Lai is natuurlijk een fenomeen. Misschien kom ik toch nog een keertje kijken. Nu waren Hans Nuijen en ik de enige supporters. Het was de laatste wedstrijd van het seizoen. En mooi weer. Dus we moeten niet klagen. De Wijker Toren 1 versloeg Rokado en eindigde als talentvolle derde in de tweede klasse C van de KNSB en De Wijker Toren 2 verloor van de kampioen Paul Keres 2 in de derde klasse D en werd afgetekend laatste. Op beide prestaties werd ontspannen een biertje gedronken. Dat wordt volgend jaar dus anders.

Van de website van de KNSB word ik duizelig en de website van De Wijker Toren is zo dood als een pier, dus hier volgen de uitslagen zoals ik ze heb gezien. En de laatste foto’s. En een partijtje. En nog iets tot slot.

Avicii
Dit gaat nog even over die sponsoring. Ik heb erover gelezen. Over kernwaarden en raakvlakken. En er schoot me iets te binnen. Misschien heeft het er niets mee te maken. Bij ons in de buurt staat een hoge metalen mast met een alarminstallatie daarbovenop. Tegen de mast is een antenne gemonteerd. En op de antenne zat laatst een hele domme specht. Hij roffelde met zijn snavel keihard tegen het ijzer van de mast. Misschien was hij niet dom maar juist heel slim en dacht hij: hier valt meer uit te halen dan één keer per maand luchtalarm. Hij had er duidelijk lol in en toegegeven het klonk geweldig. Een akoestische vondst. De hele buurt stond er van te kijken. Ik heb hem Avicii genoemd. En de volgende dag was hij er weer. De vogel had een raakvlak gevonden waar hij trots op was.