Vleermuis 7

Vannacht heeft de tijd een sprongetje van een uur gemaakt. Zomertijd. Mag dat zomaar? Ik zie voordelen. We zijn opeens een uur opgeschoven in de richting van … Nanny vindt mij elke dag iets minder aardig nu we de hele tijd op elkaars lip zitten. Dat moet niet te lang duren. Dus dat verdonkeremaande uurtje komt goed van pas. Alle kleine beetjes helpen.

Lok hem met wat lekkers

Op onze dagelijkse rondje lezen we over de lekkerbekparkiet Japie, die het thuis niet uithield en er tussenuit gepiept is.

Lok hem met wat lekkers

Want hij is wat dorstig

Een raadselachtige gedachtesprong brengt me bij de briefjes die op vondelingen werden aangetroffen in de negentiende eeuw en die Nanny bij haar naspeuringen op het Amsterdamse Stadsarchief gevonden heeft. Op die briefjes staan de hartenkreten van de moeder en soms ook nog wat aanwijzingen.

Geertruida Hebbelijk

Op 29 november 1841 om half negen ‘s avonds wordt een kind, ongeveer drie maanden oud, gevonden op de stoep van de Herengracht 145 in Amsterdam, met een briefje op haar kleertjes gespeld:

“Dit kind is hier neergelegen uit grootte arremoe het kind is niet gedoop Zij is mijn lief maar niet weten om er deur te komen het kind zouw gedoop worde maar ik heb geen goed Zij is griffemeerd G V D h Geertruida nu hoop ik als dat de goede mensen medelijdent zal wezen.”

Geertruida Hebbelijk (de achternaam kreeg zij in het weeshuis) zou opgroeien, zeven kinderen krijgen en de overgrootmoeder van Nanny worden.

Ook zo’n briefje werd gevonden op het jongetje Pieter de Boer. Dat is geen familie van ons, maar ik laat het toch zien, omdat het behalve hartverscheurend ook grappig is en vooral erg praktisch.

Want hij is wat dorstig

“Dit Kind Heet pieter de Boer Geboore op de vierde December 1840 en Heeft tot nog toe geen borst gehad maar is gewent uit een Kroes met een tuitje te drinke water en melk met Zuiker en Smorgens en Zavens een Sneetje wittebroot en water en melk met Zuiker gedoopt en Smiddags uit de pot maar dan is het Gewent eers een Kroessie drinken en tussen bijde ook een kroessie want Hij is wat dorstig.”

En de moeder had ook nog wat extra spulletjes meegegeven, getuige het vondelingboek:

“Zijnde bij hetzelve tevens gevonden een Trekpotje welke om het lijf was vastgebonden, en was ook voorzien van een dubbeld Breukbandje”

Stadsarchief Amsterdam, inventaris nr 344, het archief van de inrichting voor stadsbestedelingen, inneemboek 393