Het leven van Dirk Hout (deel 1)


Dirks jonge jaren (1785-1804)

Dit is het verhaal van Dirk Hout. Hij werd op 10 april 1785 als Theodorus gedoopt in de Matthiasstatie in Alkmaar. In de doopakte en in zijn overlijdensakte, 76 jaar later, wordt hij Theodorus genoemd. In alle overige documenten, en dat zullen er heel veel worden, heet hij Dirk.

Doopakte Dirk Hout

Zijn vader is Jan Hout, zijn moeder Maria Daalhof en de doopgetuige is zijn tante Grietje Daalhof. Als adres wordt de Huigbrouwersteeg genoemd. Dirk heeft dan al een oudere broer Henricus die in 1784 geboren is.

Jan Hout en Maria Daalhof waren op 18 mei 1783 voor het gerecht getrouwd. Gereformeerden konden volstaan met een huwelijk voltrokken in de gereformeerde kerk. Maar Jan en Maria waren katholiek en een katholiek huwelijk moest voor de wet geldig gemaakt worden bij het plaatselijke gerecht.

Trouwakte Jan Hout en Maria Daalhof

Na Dirk worden nog vijf zusjes geboren: in 1786 Gesina, in 1787 Wilhelmina, in 1789 Christina (deze is maar 4 maanden oud geworden), in 1792 volgt dan opnieuw een Christina, en tenslotte in 1795 Johanna. Alle kinderen worden in de St Matthiasstatie gedoopt.

De St Matthiasstatie was een Rooms Katholieke schuilkerk. Het aanhangen van een ander geloof dan het officiële gereformeerde werd in die tijd nog oogluikend toegestaan. Het kerkgebouw mocht er echter aan de buitenkant niet als zodanig uitzien. Later werden de beperkingen opgeheven en ín 1861 verrees er in de tuin van de statie een grote kerk van architect Pierre Cuypers, de Laurentiuskerk met de ingang aan het Verdronkenoord.

Gekozen ontwerp voor de westelijke gevel van de Sint Matthiasschuilkerk in de Sint Jacobsstraat (1729)
Collectie Regionaal Archief Alkmaar

Dirks vader Jan Hout zal aanvankelijk niet geheel onbemiddeld zijn geweest. Gezien het adres in de Huigbrouwersteeg zal hij een winkel of een bedrijf gehad hebben. Op 10 september 1785 koopt hij een huis met erf aan de oostzijde van de steeg op de hoek van de Laat, vanouds genaamd De Hardebollen. Hij betaalt er 900 gulden voor en hij neemt een hypotheek van 800 gulden à 3 % rente. Op 5 maart 1792 breidt hij zijn bezit uit met de aankoop van het huisje met erf op de Laat, dat direct aan zijn huis grenst voor 225 gulden. Maar dan in 1797 sluit hij een hypotheek af voor 1700 gulden. En in 1798 verkoopt hij een huis met erf en een pakhuis aan de Lange Nieuwesloot, uit een erfenis die zijn vrouw Maria Daalhof door het overlijden van haar halfbroer Willem Daalhof had verkregen. Die erfenis moest zij overigens delen met haar zuster, een nichtje, een neefje, en een stiefkind van Willem.

Detail van plattegrond uit 1796
In de cirkel de huizen van Jan Hout in de Huigbrouwersteeg en op de Laat
Beeldbank Regionaal Archief Alkmaar

In 1802 slaat voor de kinderen Hout het noodlot toe. Moeder en vader worden slechts een paar dagen na elkaar (op 30 januari en op 2 februari) begraven op ‘t Kerkhof. Volgens het begrafenisregister van het Oud-rechterlijk archief van Alkmaar wordt voor haar drie gulden in rekening gebracht, voor hem helemaal niets, met de aantekening “arm”. Jan Hout en Maria Daalhof laten zes kinderen na.

Er blijken schulden te zijn. Volgens de boedelpapieren (op 18 juli 1805 opgemaakt door J. Schoehuizen, D. Regter en K. Makkes voor de schepenen van Alkmaar) blijft er, na verkoop van het huis aan Joseph Alers en de inboedel en het zilverwerk en de betaling van openstaande rekeningen en kosten, een bedrag over van 218 guldens, 10 stuivers en 14 penningen. Dit gaat naar Barend Hermanus Schreur in Nieuwkerk Munsterland, bij wie dus in 1797 die hypotheek was afgesloten voor 1700 gulden.

De Starrekroon

Wat gebeurde er met de zes pas wees geworden kinderen van Jan Hout en Marijtje Daalhof in 1802? Zij gingen naar het Rooms Katholieke weeshuis. Dat was sinds 1771 gevestigd in de “De Starrekroon”, een voormalige bierbrouwerij, aan het Verdronkenoord. In 1795 was het ontruimd om plaats te maken voor de Franse troepen. Alle wezen werden, verspreid over de stad, ondergebracht op diverse locaties en ook wel bij burgers. Maar in 1802 was het oude weeshuis (het nieuwe “Roomsch Catholijk Weeshuijs” zou pas in 1818 geopend worden) al lang weer in gebruik genomen.

Het ging duidelijk niet goed met de kinderen Hout in het weeshuis. Joanna en Christina overlijden in maart 1803, acht en tien jaar oud. Henricus overlijdt precies een jaar later, net negentien jaar oud. En alleen Gezina, Wilhelmina en Dirk zijn dan nog over.

*

Het leven van Dirk Hout (1785-1861)
Inleiding
Dirks jonge jaren
Schoenmaker in Alkmaar
Ommerschans
Naar de gevangenis
Heen en weer naar Veenhuizen


Zie ook de parenteel van Jan Hout (1758-1802)